Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:990

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19-02-2015
Datum publicatie
19-02-2015
Zaaknummer
05/980517-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

ZION-onderzoek. Faillissementsfraude, witwassen, criminele organisatie en valsheid in geschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/980517-13

Data zittingen : 20 februari 2014, 17 april 2014, 19 juni 2014, 14 augustus 2014, 11 september 2014, 23 oktober 2014, 20 januari 2015, 21 januari 2015 en 5 februari 2015

Datum uitspraak : 19 februari 2015

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : Theodorus Jacobus Peter Hendrikus Jeurissen

geboren op : 24 februari 1963 te Venray

thans gedetineerd in [verblijfplaats] .

raadsman : mr. R.B.J.G. Baggen, advocaat te Arnhem.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering nadere omschrijving tenlastelegging, alsmede een vorering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

[gefailleerde 1] ,

welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank in Arnhem d.d. 25 oktober 2011in staat van faillissement is verklaard,

in of omstreeks de periode van 6 april 2011 tot en met 20 november 2013,

te Venray en/of Tiel en/of Dodewaard en/of Rijswijk en/of Rhenen en/of elders in Nederland,

tezamen en in verenging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en),

ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van voornoemde rechtspersoon,

lasten heeft verdicht en/of baten niet heeft verantwoord en/of enig(e) goed(eren) aan de boedel had/heeft onttrokken,

immers heeft/hebben zij en/of haar mededaders, voorafgaand aan en na het faillissement, een of meerdere geldbedrag(en), te weten (een) bedrag(en) van 20.000 euro en/of 10.000 euro en/of 9.600 euro en/of 15.000 euro en/of 10.000 euro en/of 5.000 euro en/of 15.000 euro en/of 5.000 euro (samen 89.600 euro), althans enig geldbedrag, bestemd voor de gefailleerde, zonder geldige titel of rechtsgrond, niet op de eigen rekening van de gefailleerde laten betalen en/of laten overboeken naar andere bankrekeningen dan die van de gefailleerde en/of

vanuit de bankrekening van de gefailleerde naar andere (rechts)personen overgemaakt of laten overmaken, althans buiten het bereik van de curator gehouden,

en/of niet voldaan aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en - daartoe uitgenodigd en aangemaand door de curator - tevoorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers als in dat artikel bedoeld,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbare feit, opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

[gefailleerde 1] ,

welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank in Arnhem d.d. 25 oktober 2011 in staat van faillissement is verklaard,

in of omstreeks de periode van 6 april 2011 tot en met 20 november 2013,

te Venray en/of Tiel en/of Dodewaard en/of Rijswijk en/of Rhenen en/of elders in Nederland,

tezamen en in verenging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en),

wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen, zonder geldige reden opzettelijk niet is verschenen en/of heeft geweigerd de vereiste inlichtingen te geven, en/of opzettelijk verkeerde inlichtingen heeft gegeven,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbare feit, opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

2.

[gefailleerde 2] ,

welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank in Arnhem d.d. 10 april 2012 in staat van faillissement is verklaard,

in of omstreeks de periode van 8 juni 2011 tot en met 20 november 2013,

te Venray en/of Tiel en/of Dodewaard en/of Rijswijk en/of elders in Nederland,

tezamen en in verenging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en),

ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van voornoemde rechtspersoon,

lasten heeft verdicht en/of baten niet heeft verantwoord en/of enig(e) goed(eren), te weten een vijftal, althans een of meerdere, vrachtwagens, althans voertuigen, aan de boedel had/heeft onttrokken,

en/of niet voldaan aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en - daartoe uitgenodigd en aangemaand door de curator - tevoorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers als in dat artikel bedoeld,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbare feit, opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

[gefailleerde 2] ,

welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank in Arnhem d.d. 10 april 2012 in staat van faillissement is verklaard,

in of omstreeks de periode van 8 juni 2011 tot en met 20 november 2013,

te Venray en/of Tiel en/of Dodewaard en/of Rijswijk en/of elders in Nederland,

tezamen en in verenging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en),

wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen, zonder geldige reden opzettelijk niet is verschenen en/of heeft geweigerd de vereiste inlichtingen te geven, en/of opzettelijk verkeerde inlichtingen heeft gegeven,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbare feit, opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

3.

[gefailleerde 3] , tot 21 juli 2011 genaamd [gefailleerde 3] ,

welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank in Arnhem d.d. 6 maart 2012 in staat van faillissement is verklaard,

in of omstreeks de periode van 1 juli 2011 tot en met 20 november 2013,

te Venray en/of Tiel en/of Dodewaard en/of Rijswijk en/of Rhenen en/of elders in Nederland,

tezamen en in verenging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en),

ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van voornoemde rechtspersoon,

lasten heeft verdicht en/of baten niet heeft verantwoord en/of enig(e) goed(eren) aan de boedel had/heeft onttrokken,

immers heeft/hebben zij en/of haar mededaders,

- de (bedrijfs)inventaris, waaronder kantoormeubilair en/of computerapparatuur en/of gereedschap onttrokken aan de boedel

en/of niet voldaan aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en - daartoe uitgenodigd en aangemaand door de curator - tevoorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers als in dat artikel bedoeld,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbare feit, opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

[gefailleerde 3] , tot 21 juli 2011 genaamd [gefailleerde 3] ,

welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank in Arnhem d.d. 6 maart 2012 in staat van faillissement is verklaard,

in of omstreeks de periode van 1 juli 2011 tot en met 20 november 2013,

te Venray en/of Tiel en/of Dodewaard en/of Rijswijk en/of Rhenen en/of elders in Nederland,

tezamen en in verenging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en),

wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen, zonder geldige reden opzettelijk niet is verschenen en/of heeft geweigerd de vereiste inlichtingen te geven, en/of opzettelijk verkeerde inlichtingen heeft gegeven,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbare feit, opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

4.

[gefailleerde 4] ,

welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank in Arnhem d.d. 4 oktober 2011 in staat van faillissement is verklaard,

in of omstreeks de periode van 1 juli 2011 tot en met 20 november 2013,

te Venray en/of Tiel en/of Dodewaard en/of Rijswijk en/of Rhenen en/of elders in Nederland,

tezamen en in verenging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en),

ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van voornoemde rechtspersoon,

lasten heeft verdicht en/of baten niet heeft verantwoord en/of enig(e) goed(eren) aan de boedel had/heeft onttrokken,

immers heeft/hebben zij en/of haar mededaders,

- voorafgaand aan en na het faillissement, een of meerdere geldbedrag(en), te weten (een) bedrag(en) van 9.000 euro en/of 6.500 euro en/of 1.000 euro en/of 2.600 euro en/of 5.000 euro en/of 1.000 euro en/of 1.000 euro en/of 1.000 euro en/of 1.000 euro en/of 1.000 euro (samen 29.100 euro), althans enig geldbedrag, bestemd voor de gefailleerde, zonder geldige titel of rechtsgrond, niet op de eigen rekening van de gefailleerde laten betalen en/of laten

overboeken naar andere bankrekeningen dan die van de gefailleerde en/of vanuit de bankrekening van de gefailleerde naar andere (rechts)personen overgemaakt of laten overmaken, althans buiten het bereik van de curator gehouden, en/of

- een of meerdere geldbedragen, te weten (een) bedrag(en) van 8.000 euro en/of 12.000 euro (samen 20.000 euro), althans enig geldbedrag, onttrokken of laten onttrekken aan de zogeheten G-rekening van de gefailleerde rechtspersoon, middels het accorderen en/of laten uitvoeren van (een) betaling(en) vanaf de G-rekening aan [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] , en/of

- de (bedrijfs)inventaris, waaronder kantoormeubilair en/of computerapparatuur en/of gereedschap onttrokken aan de boedel,

en/of niet voldaan aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en - daartoe uitgenodigd en aangemaand door de curator - tevoorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers als in dat artikel bedoeld,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbare feit, opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling leidt:

[gefailleerde 4] ,

welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank in Arnhem d.d. 4 oktober 2011 in staat van faillissement is verklaard,

in of omstreeks de periode van 1 juli 2011 tot en met 20 november 2013,

te Venray en/of Tiel en/of Dodewaard en/of Rijswijk en/of Rhenen en/of elders in Nederland,

tezamen en in verenging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en),

wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen, zonder geldige reden opzettelijk niet is verschenen en/of heeft geweigerd de vereiste inlichtingen te geven, en/of opzettelijk verkeerde inlichtingen heeft gegeven,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbare feit, opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

5.

[gefailleerde 5] , tot 21 juli 2011 genaamd [gefailleerde 5] ,

welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank in Arnhem d.d. 4 oktober 2011 in staat van faillissement is verklaard,

in of omstreeks de periode van 1 juli 2011 tot en met 20 november 2013,

te Venray en/of Tiel en/of Dodewaard en/of Rijswijk en/of Rhenen en/of elders in Nederland,

tezamen en in verenging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en),

ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van voornoemde rechtspersoon,

lasten heeft verdicht en/of baten niet heeft verantwoord en/of enig(e) goed(eren) aan de boedel had/heeft onttrokken,

immers heeft/hebben zij en/of haar mededaders,

- voorafgaand aan en na het faillissement, een of meerdere geldbedrag(en), te weten (een) bedrag(en) van 12.000 euro en/of 2.000 euro en/of 1.500 euro (samen 15.500 euro), althans enig geldbedrag, bestemd voor de gefailleerde, zonder geldige titel of rechtsgrond, niet op de eigen rekening van de gefailleerde laten betalen en/of laten overboeken naar andere bankrekeningen dan die van de gefailleerde en/of vanuit de bankrekening van de gefailleerde

naar andere (rechts)personen overgemaakt of laten overmaken, althans buiten het bereik van de curator gehouden, en/of

- een of meerdere geldbedragen, te weten (een) bedrag(en) van 6.000 euro en/of 4.000 en/of 5.000 euro (samen 15.000 euro), althans enig geldbedrag, onttrokken of laten onttrekken aan de zogeheten G-rekening van de gefailleerde rechtspersoon, middels het accorderen en/of laten uitvoeren van (een) betaling(en) vanaf de G-rekening aan [bedrijf 3] en/of [bedrijf 2] , en/of

- de (bedrijfs)inventaris, waaronder kantoormeubilair en/of computerapparatuur en/of gereedschap onttrokken aan de boedel,

en/of niet voldaan aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en - daartoe uitgenodigd en aangemaand door de curator - tevoorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers als in dat artikel bedoeld,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbare feit, opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling leidt:

[gefailleerde 5] , tot 21 juli 2011 genaamd [gefailleerde 5] ,

welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank in Arnhem d.d. 4 oktober 2011 in staat van faillissement is verklaard,

in of omstreeks de periode van 1 juli 2011 tot en met 20 november 2013

te Venray en/of Tiel en/of Dodewaard en/of Rijswijk en/of Rhenen en/of elders in Nederland,

tezamen en in verenging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en),

wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen, zonder geldige reden opzettelijk niet is verschenen en/of heeft geweigerd de vereiste inlichtingen te geven, en/of opzettelijk verkeerde inlichtingen heeft gegeven,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbare feit, opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

6.

[gefailleerde 6] ,

welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank in 's-Gravenhage d.d. 14 juni 2011 in staat van faillissement is verklaard,

in of omstreeks de periode van 2 april 2010 tot en met 20 november 2013,

te Venray en/of Rijswijk en/of Leiden en/of Echt en/of Rotterdam en/of elders in Nederland,

tezamen en in verenging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en),

ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van voornoemde rechtspersoon,

niet voldaan aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en - daartoe uitgenodigd en aangemaand door de curator - tevoorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers als in dat artikel bedoeld,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbare feit, opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

althans, indien het vorenstaande onder 6 niet tot een veroordeling leidt:

[gefailleerde 6] ,

welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank in 's-Gravenhage d.d. 14 juni 2011 in staat van faillissement is verklaard,

in of omstreeks de periode van 2 april 2010 tot en met 20 november 2013,

te Venray en/of Rijswijk en/of Leiden en/of Echt en/of Rotterdam en/of elders in Nederland,

tezamen en in verenging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en),

wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen, zonder geldige reden opzettelijk niet is verschenen en/of heeft geweigerd de vereiste inlichtingen te geven, en/of opzettelijk verkeerde inlichtingen heeft gegeven,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbare feit, opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

meer rechtsperso(o)n(en),

7.

[gefailleerde 7] ,

welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank in 's-Gravenhage d.d. 24 september 2013 in staat van faillissement is verklaard,

in of omstreeks de periode van 18 juli 2013 tot en met 20 november 2013,

te Venray en/of Hardinxveld Giessendam en/of Maasdijk en/of elders in Nederland,

tezamen en in verenging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en),

ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van voornoemde rechtspersoon,

lasten heeft verdicht en/of baten niet heeft verantwoord en/of enig(e) goed(eren) aan de boedel had/heeft onttrokken,

immers heeft/hebben zij en/of haar mededaders,

- voorafgaand aan en na het faillissement, een of meerdere geldbedrag(en), te weten (een) bedrag(en) van 6.563,04 euro en/of 40.000 euro en/of 37.000 euro, althans enig geldbedrag, bestemd voor de gefailleerde, zonder geldige titel of rechtsgrond, niet naar de eigen rekening van de gefailleerde laten betalen en/of laten overboeken naar andere bankrekeningen dan die van de gefailleerde en/of van de bankrekening van de gefailleerde naar andere (rechts)personen overgemaakt of laten overmaken, althans buiten het bereik van de curator

gehouden, en/of

- de (bedrijfs)inventaris, waaronder kantoormeubilair en/of computerapparatuur en/of een of meerdere voertuigen, te weten een BMW, type 320i, kenteken [kenteken] , onttrokken aan de boedel,

en/of niet voldaan aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en - daartoe uitgenodigd en aangemaand door de curator - tevoorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers als in dat artikel bedoeld,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbare feit, opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

althans, indien het vorenstaande onder 7 niet tot een veroordeling leidt:

[gefailleerde 7] ,

welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank in 's-Gravenhage d.d. 24 september 2013 in staat van faillissement is verklaard,

in of omstreeks de periode van 18 juli 2013 tot en met 20 november 2013,

te Venray en/of Hardinxveld Giessendam en/of Maasdijk en/of elders in Nederland,

tezamen en in verenging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en),

wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen, zonder geldige reden opzettelijk niet is verschenen en/of heeft geweigerd de vereiste inlichtingen te geven, en/of opzettelijk verkeerde inlichtingen heeft gegeven,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbare feit, opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

8.

hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 20 november 2013,

te Arnhem en/of Bergen en/of Dodewaard en/of Echt en/of Leiden en/of Lienden en/of Rijswijk en/of Roermond en/of Rotterdam en/of Tiel en/of Valkenswaard en/of Venray en/of elders in Nederland,

tezamen en in verenging met een of meer natuurlijke natuurlijke perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en),

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens), van een of meerdere geldbedragen, te weten:

- 20.000 euro en/of 10.000 euro en/of 9.600 euro en/of 15.000 euro en/of 10.000 euro en/of 5.000 euro en/of 15.000 euro en/of 5.000 euro en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en), (samen 89.000 euro), althans enig geldbedrag, afkomstig uit en/of onttrokken aan de boedel van (gefailleerde) rechtspersoon [gefailleerde 1] , en/of

- 9.000 euro en/of 6.500 euro en/of 1.000 euro en/of 2.600 euro en/of 5.000 euro en/of 1.000 euro en/of 1.000 euro en/of 1.000 euro en/of 1.000 euro en/of 1.000 euro en/of 8.000 euro en/of 12.000 euro en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en), (samen 49.100 euro), althans enig geldbedrag, afkomstig uit en/of onttrokken aan de boedel van (gefailleerde) rechtspersoon [gefailleerde 4] , en/of

- 12.000 euro en/of 2.000 euro en/of 1.500 euro en/of 6.000 euro en/of 4.000 en/of 5.000 euro en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en), (samen 30.500 euro) althans enig geldbedrag, afkomstig uit en/of onttrokken aan de boedel van (gefailleerde) rechtspersoon [gefailleerde 5] (tot 21 juli 2011 genaamd [gefailleerde 5] ), en/of

- een bedrag van in totaal 1.545.810 euro, althans van 955.390 en/of 69.615 euro, althans 246.810 euro en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en), althans enige geldbedrag, zijnde bedragen van stortingen en/of overboekingen en/of (contante) opnames die hebben plaatsgevonden op/van/via de rekening [rek.nr. 1] ten name van [bedrijf 4] en/of verkregen via valselijk opgemaakte facturen op naam van [bedrijf 4] , en/of

-60.000 euro en/of 60.000 euro en/of 30.300 euro en/of 40.000 euro en/of 38.250 euro en/of 49.000 euro en/of 37.000 euro en/of 44.500 euro en/of 15.500 euro en/of 15.000 en/of 24.000 euro en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en), (samen 413.550 euro), althans enige geldbedrag, zijnde bedragen van stortingen en/of overboekingen en/of (contante) opnames die hebben plaatsgevonden op/van/via de rekening [rek.nr. 2] ten name van [bedrijf 5] en/of verkregen via valselijk opgemaakte facturen op naam van [bedrijf 5] , en/of

- 4.400 euro en/of 38.800 euro en/of 50.000 euro en/of 13.500 euro en/of 14.000 euro en/of 12.000 euro en/of 39.500 euro en/of 43.200 euro en/of 16.200 en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en), (samen 231.600), althans enige geldbedrag, zijnde bedragen van stortingen en/of overboekingen en/of (contante) opnames die hebben plaatsgevonden op/van/via de rekening [rek.nr. 3] ten name van [bedrijf 6] en/of verkregen via valselijk opgemaakte facturen op naam van [bedrijf 6] ,

de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, dan wel verhuld en/of verborgen wie de rechthebbende is/was, en/of voornoemde geldbedragen, althans enig geldbedrag, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of over heeft gedragen en/of omgezet en/of gebruik heeft gemaakt,

terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens) wist(en), althans

redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

9.

hij,

in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 20 november 2013,

te Venray en/of Swolgen en/of Nieuw-Bergen en/of Roermond en/of Wanssum en/of Heijen en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland,

heeft leiding gegeven, althans heeft deelgenomen, aan een organisatie, bestaande uit onder meer verdachte en/of [bedrijf 4] (voorheen [bedrijf 4] ) en/of [medeverdachte] en/of [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of een of meer andere natuurlijke personen en/of rechtspersonen,

die tot oogmerk heeft/had het plegen van misdrijven, namelijk te weten:

- bedrieglijke bankbreuk, als bedoeld in artikel 341 Wetboek van Strafrecht, en/of

- valsheid in geschrifte, als bedoeld in artikel 225 Wetboek van Strafrecht, en/of

- het witwassen van geld en/of goederen, althans voorwerpen, als bedoeld in artikel 420bis Wetboek van Strafrecht en/of

- verduistering, als bedoeld in artikel 321 Wetboek van Strafrecht en/of

- van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, een beroep of gewoonte maken, als bedoeld in artikel 326a Wet boek van Strafrecht;

10.

hij,

in of omstreeks de periode van 1 september 2013 tot en met 20 november 2013,

te Venray en/of Ysselstein en/of Heijen en/of Biezenmortel en/of Wanssum en/of Veenendaal en/of Eindhoven en/of elders in Nederland,

tezamen en in verenging met een of meer natuurlijke natuurlijke perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en),

een of meerdere geschrift(en), te weten vier (lenings)overeenkomsten op naam van [bedrijf 7] en/of [bedrijf 8] (bijlagen D-146, D-147, D-148 en D-421),voor in werkelijkheid niet bestaande leningen,

dat/die bestemd waren om tot bewijs van enige feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 20 en 21 januari 2015 ter terechtzitting onderzocht. Het onderzoek ter terechtzitting is op 5 februari 2015 gesloten. Daarbij is verdachte op 20 en 21 januari 2015 verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. R.B.J.G. Baggen, advocaat te Arnhem.

De officier van justitie, mr. J.W. Bollen, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs 1

Ten aanzien van feit 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 9 april 2009 is [gefailleerde 1] (hierna: [gefailleerde 1] ) opgericht, statutair gevestigd in Tiel, met [bedrijf 4] , statutair gevestigd in Rhenen, als bestuurder.2 [betrokkene 4] is algemeen directeur van [bedrijf 4] .3 Aandeelhouders zijn, ieder voor 50%, [betrokkene 5] , gevestigd in Tiel, en [betrokkene 4] B.V.4

Op 6 april 2011 zijn de aandelen van [betrokkene 5] voor de koopsom van 1 euro overgedragen aan [bedrijf 9] , gevestigd in Goch (Duitsland) waarvan verdachte algemeen directeur en enig aandeelhouder is.5 Op diezelfde datum zijn de aandelen van [bedrijf 4] voor de koopsom van 18.000 euro overgedragen aan verdachte in privé en [bedrijf 9] , ieder voor 50%.6

Op 20 april 2011 is de statutaire naam van [bedrijf 4] gewijzigd in [bedrijf 4] Op 1 mei 2011 is verdachte enig bestuurder van [bedrijf 4] geworden.7 Op 1 augustus 2011 is [betrokkene 6] , woonachtig in Estland, enig bestuurder van [gefailleerde 1] (en heeft hiermee [bedrijf 4] als enig bestuurder vervangen) geworden.8

Op 25 oktober 2011 is [gefailleerde 1] bij vonnis van de rechtbank Arnhem in staat van faillissement verklaard. In het kader van het faillissement zijn er voor een bedrag van 48.806 euro aan preferente vorderingen ingediend en voor een bedrag van 159.184 aan concurrente vorderingen. De curator heeft in het faillissement geen baten van de vennootschap aangetroffen.9

In de periode van 20 april 2011 tot en met 27 december 2011 is er voor een totaalbedrag van 54.600 euro aan geldbedragen overgemaakt op rekeningnummer [rek.nr. 4] , een privérekening van verdachte:

- Op 20 april 2011 een bedrag van 15.000 euro van [bedrijf 10]10

- Op 16 juni 2011 een bedrag van 20.000 van [bedrijf 11]11

- Op 1 juli 2011 een bedrag van 10.000 euro van [bedrijf 11]12

- Op 27 december 2011 een bedrag van 9.600 euro van [bedrijf 10]13

In de periode van 8 juli 2011 tot en met 4 oktober 2011 is er voor een totaalbedrag van 35.000 euro aan geldbedragen overgemaakt op rekeningnummer [rek.nr. 1] , een ondernemersrekening van [bedrijf 4] , waarvan verdachte de alleen gerechtigde was14:

- Op 8 juli 2011 een bedrag van 10.000 euro van [bedrijf 11]15

- Op 30 augustus 2011 een bedrag van 5.000 euro van [bedrijf 11]16

- Op 13 september 2011 een bedrag van 15.000 van [bedrijf 10]17

- Op 4 oktober 2011 een bedrag van 5.000 euro van [bedrijf 10]18

[bedrijf 11] is een onderneming van [betrokkene 7] .19

In de periode van 8 juli 2011 tot en met 4 oktober 2011 hebben er meerdere contante opnames plaatsgevonden van voornoemde rekening van [bedrijf 4] , alsmede overboekingen van deze rekening naar de privérekening van verdachte:

- Op 8 juli 2011 twee overboekingen tot een totaalbedrag van 5.100 euro20

- Op 8 juli 2011 drie contante opnames bij een pinautomaat in Gennep tot een totaalbedrag van 5.000 euro21

- Op 30 augustus 2011 drie contante opnames tot een totaalbedrag van 4.500 euro22

- Op 13 september 2011 een overboeking van 7.500 euro23

- Op 13 september 2011 vier contante opnames bij een pinautomaat in Venray tot een totaalbedrag 7.500 euro24

- Op 4 oktober 2011 een overboeking van 10.00025

- Op 4 oktober 2011 vijf contante opnames bij een pinautomaat in Tegel tot een totaalbedrag van 10.000 euro26

De contante opnames werden gedaan door verdachte. Verdachte verdeelde het geld tussen hem en [betrokkene 8] .27

[gefailleerde 1] had een vordering op [bedrijf 10] . Voornoemde overboekingen van [bedrijf 11] en [bedrijf 10] naar de privérekening van verdachte en de rekening van [bedrijf 4] zien op de betaling van deze vordering. Verdachte heeft samen met [betrokkene 8] voor [gefailleerde 1] deze vordering geïnd. Dit geld is niet gebruikt om crediteuren van [gefailleerde 1] te betalen. Verdachte heeft [gefailleerde 1] overgenomen met het vooropgezette plan om het geld bij [betrokkene 7] te innen en vervolgens [gefailleerde 1] failliet te laten gaan. Ten tijde van de overname van [gefailleerde 1] van [betrokkene 4] door verdachte was [betrokkene 4] op de hoogte van dit plan. Verdachte had dit voor de overdracht met [betrokkene 4] besproken.28

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder 1 primair ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van dit feit op het standpunt gesteld dat verdachte niet kan worden verweten dat hij geen administratie heeft gevoerd, bewaard en tevoorschijn heeft gebracht en van dit onderdeel van de tenlastelegging dient te worden vrijgesproken. Verdachte heeft er alles aan gedaan om de administratie zorgvuldig te bewaren. Hem kan niet worden verweten dat anderen deze opdracht niet naar behoren hebben uitgevoerd. Dat hij niet heeft gereageerd op brieven van de curator heeft te maken met het feit dat hij formeel niet stond ingeschreven in Nederland, maar in Duitsland. Hij heeft zelf geen administratie gevoerd, omdat zijn enige belang lag in het incasseren van vorderingen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank baseert haar oordeel op de navolgende feiten en omstandigheden:

- De curator, mr. R.C. Faase, heeft verklaard dat hij ten tijde van de aangifte over geen enkel stuk boekhouding en/of administratie van [gefailleerde 1] beschikte.29

- [betrokkene 4] heeft verklaard dat de boekhouding op het kantoor aan de [adres 1] in Tiel is blijven staan. [betrokkene 9] heeft verdachte inzage gegeven in die boekhouding. Op de dag van de overdracht was alle boekhouding op dat adres aanwezig.30 De curator heeft deze kantoorruimte bezocht, maar heeft daar niets aangetroffen.31

- Verdachte heeft verklaard dat [betrokkene 4] de boekhouding wel aan hem heeft overgedragen, maar dat hij die verder niet heeft ingezien. Hem interesseerde alleen de openstaande debiteuren en de inning daarvan. De boekhouding bevond zich inderdaad op het adres [adres 1] in Tiel. Deze boekhouding is vanuit de [adres 1] naar Dodewaard gegaan.32

De rechtbank overweegt voorts als volgt.

Artikel 3:15i lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat eenieder die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent verplicht is van zijn vermogenstoestand en van alles betreffende zijn bedrijf of beroep, naar de eisen van dat bedrijf of beroep, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde zijn rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.

Op het moment dat verdachte eigenaar en bestuurder werd van [gefailleerde 1] werd hij verplicht een administratie te voeren in de zin van artikel 3:15i lid 1 BW. Verdachte heeft hier echter niet aan voldaan. Hij heeft immers verklaard dat hij de administratie niet meer heeft ingezien na de overdracht, aangezien hij slechts geïnteresseerd was in de inning van de openstaande debiteuren. Nu kan worden bewezen dat verdachte geen administratie heeft gevoerd, kan tevens worden bewezen dat hij de administratie niet heeft bewaard en te voorschijn gebracht. Door na te laten de vereiste aantekeningen te houden stelde verdachte zich immers impliciet in de onmogelijkheid de bescheiden waarin de aantekeningen hadden moeten zijn gesteld, te bewaren en te voorschijn te brengen. De rechtbank verwerpt het verweer.

Gelet op vorenstaande – in onderling verband in samenhang bezien – acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [gefailleerde 1] het onder 1 primair ten laste gelegde feit heeft gepleegd en dat verdachte hier samen met [betrokkene 4] en [betrokkene 8] feitelijk leiding aan heeft gegeven.

Ten aanzien van feit 2

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 16 december 2009 is [bedrijf 12] (hierna: [bedrijf 12] ) opgericht met als aandeelhouder/bestuurder [gefailleerde 1] Op 20 mei 2011 wordt het vestigingsadres van [bedrijf 12] gewijzigd in [adres 1] in Tiel (op dit adres is ook [gefailleerde 1] gevestigd, zie feit 1). Van 29 juli 2010 tot 8 juni 2011 had [betrokkene 10] de volledige volmacht van [bedrijf 12] .33 Per 8 juni 2011 is [gefailleerde 1] (zie voor de nadere relevante gegevens van [gefailleerde 1] feit 1) directeur van [gefailleerde 1] en alleen/zelfstandig bevoegd.34 Op 1 juli 2011 wordt de statutaire – en handelsnaam van [bedrijf 12] gewijzigd in [gefailleerde 2] Op diezelfde datum zijn volgens de Kamer van Koophandel de activiteiten van [gefailleerde 2] gestaakt.35

Op 10 april 2012 is [gefailleerde 2] bij vonnis van de rechtbank Arnhem in staat van faillissement verklaard. Na het faillissement zijn er voor een bedrag van 98.723 euro aan preferente vorderingen ingediend en voor een bedrag van 50.438 aan concurrente vorderingen.36

Verdachte woonde destijds in Venray.37

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder 2 primair ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van dit feit op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken:

  • -

    Het handelen van verdachte – het overnemen van een lege B.V. – was niet gericht op het onttrekken van vrachtauto’s aan de boedel. Verdachte was slechts een katvanger. Derhalve kan niet worden bewezen dat verdachte opzet had op de verkorting van de rechten van de schuldeisers.

  • -

    Verdachte kan niet worden verweten dat hij geen administratie heeft gevoerd, bewaard en tevoorschijn heeft gebracht. Ter onderbouwing van dit verweer heeft de verdediging verwezen naar hetgeen hierover ten aanzien van feit 1 primair naar voren is gebracht.

Beoordeling door de rechtbank

De vrachtwagens

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onttrekken van een vijftal vrachtwagens aan de boedel. Verdachte heeft immers verklaard dat de vrachtwagens al uit de boedel waren gehaald ten tijde van de overname op 8 juni 2011. De rechtbank heeft geen redenen om aan te nemen dat dit anders was. Het onttrekken van de vrachtwagens heeft derhalve plaatsgevonden buiten de ten laste gelegde periode.

De administratie

De rechtbank baseert haar oordeel op de navolgende feiten en omstandigheden:

- De curator, mr. S.J.B. Drijber, heeft verklaard dat de administratie van [gefailleerde 2] niet aan hem ter hand is gesteld.38

- Verdachte heeft verklaard [gefailleerde 2] te hebben overgenomen van [betrokkene 10] . [betrokkene 10] wilde van het bedrijf af. In [gefailleerde 2] is niets gebeurd. Het bedrijf lag ten tijde van de overname al stil. Het was de bedoeling dat het bedrijf zou doodbloeden. Verdachte heeft nooit contact gehad met een accountant. Hij heeft ook nooit de boekhouding gekregen. [betrokkene 8] en hij hadden de feitelijke leiding. Zij bepaalden wat er gebeurde in en over [gefailleerde 2]39

De rechtbank verwerpt het verweer onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank hieromtrent heeft overwogen onder het onder 1 ten laste gelegde feit. Ook hier heeft verdachte niet voldaan aan zijn plicht tot het voeren van een administratie – verdachte heeft zelfs nooit over enige administratie beschikt - en in het verlengde daarvan dus ook geen administratie bewaard en te voorschijn gebracht.

Gelet op vorenstaande – in onderling verband in samenhang bezien – acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [gefailleerde 2] het onder 2 primair ten laste gelegde feit heeft gepleegd en dat verdachte hier samen met [betrokkene 8] feitelijk leiding aan heeft gegeven.

Ten aanzien van feit 3, 4 en 5

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

[bedrijf 4]

is op 18 mei 1999 opgericht als [bedrijf 4] Op 21 juli 2011 is de naam gewijzigd in [bedrijf 4] . De statutaire zetel van [bedrijf 4] is Dodewaard. Sinds 1 juli 2011 is verdachte bestuurder van [bedrijf 4] en sinds 4 juli 2011 ook enig aandeelhouder. Op 1 augustus 2011 wordt [betrokkene 6] bestuurder van [bedrijf 4] . Op 21 oktober 2011 zijn de activiteiten van [bedrijf 4] gestaakt.40

Verdachte had vanaf 1 juli 2011 samen met [betrokkene 8] de leiding over [bedrijf 4] (later [bedrijf 4] ) en haar dochterondernemingen (rechtbank: [gefailleerde 3] , [gefailleerde 4] en [gefailleerde 5] , zie hierna). [betrokkene 11] was een nieuw bedrijf begonnen ( [bedrijf 13] ) en had geen tijd meer voor de zaak. Verdachte heeft toen de aandelen van [betrokkene 11] overgenomen. Verdachte heeft de B.V.’s gekocht om eruit te halen wat er in zat. Verdachte en [betrokkene 8] deden alles samen. Verdachte heeft altijd de inkomsten vanuit de bedrijven met [betrokkene 8] gedeeld.41

Verdachte woonde ten tijde van de overname van [bedrijf 4] en dier dochterondernemingen in Venray.42

[gefailleerde 3]

Op 12 juni 2006 is [gefailleerde 3] opgericht. Op 21 juli 2011 is de naam gewijzigd in [gefailleerde 3] . De statutaire zetel van [gefailleerde 5] is Dodewaard. Bestuurder en enig aandeelhouder van [gefailleerde 5] is [bedrijf 4] Op 21 oktober 2011 zijn de activiteiten van [gefailleerde 5] gestaakt.43

Op 6 maart 2012 is [gefailleerde 5] bij vonnis van de rechtbank Arnhem in staat van faillissement verklaard. Na het faillissement is er voor een bedrag van 922 euro aan preferente vorderingen ingediend en voor een bedrag van 119.833,80 euro aan concurrente vorderingen.44

[gefailleerde 4]

Op 3 december 2004 is [bedrijf 13] opgericht. Op 7 juli 2006 is de naam gewijzigd in [gefailleerde 4] . De statutaire zetel van [gefailleerde 4] is Dodewaard. Bestuurder van [gefailleerde 4] is [bedrijf 4]45

Op 4 oktober 2011 is [gefailleerde 4] bij vonnis van de rechtbank Arnhem in staat van faillissement verklaard.46 Na het faillissement is er voor een bedrag van 317.545,58 euro aan preferente vorderingen ingediend en voor een bedrag van € 88.983,05 aan concurrente vorderingen.47

Op 2 september 2011 is er een bedrag van 9.000 euro overgemaakt van de rekening van [gefailleerde 4] op rekeningnummer [rek.nr. 1] , een ondernemersrekening van [bedrijf 4]48 (zie voor nadere relevante gegevens van [bedrijf 4] en dit rekeningnummer feit 1).

Op diezelfde dag is van voornoemde rekening viermaal 2.000 euro contant opgenomen.49

In de periode van 5 juli 2011 tot en met 9 september 2011 is er voor een totaalbedrag van 10.100 euro aan geldbedragen overgemaakt van [gefailleerde 4] op rekeningnummer [rek.nr. 4] , een privérekening van verdachte:

- Op 5 juli 2011 een bedrag van 6.500 euro.50

- Op 5 september 2011 een bedrag van 1.000 euro.51

- Op 9 september 2011 een bedrag van 2.600 euro.52

Verdachte heeft met voornoemde geldbedragen geen crediteuren van [gefailleerde 4] betaald.53

Op 29 juni 2011 is een bedrag van 10.000 euro van [gefailleerde 4] overgemaakt naar [bedrijf 14] (rekeningnummer [rek.nr. 5] ).54 [bedrijf 14] is een B.V. van [betrokkene 12] . Deze 10.000 euro zag op de gedeeltelijke terugbetaling van een lening van 23.000 euro van [betrokkene 12] aan [gefailleerde 4] . Verdachte was het met deze betaling echter niet eens, waarop [betrokkene 12] het van hem terug moest betalen.55 Vervolgens is er een betalingsafspraak gemaakt, hetgeen heeft geresulteerd in de volgende overboekingen56:

- Op 3 oktober 2011 is een bedrag van 5.000 euro overgemaakt van de rekening van [bedrijf 14] naar rekeningnummer [rek.nr. 6] , een privérekening van verdachte, onder vermelding van ‘spoedopdracht’.57

- In de periode van 1 november 2011 tot en met 31 januari 2012 is er vijfmaal een bedrag van 1.000 euro overgemaakt van [bedrijf 14] op rekeningnummer [rek.nr. 1] van [bedrijf 4] , telkens onder vermelding van ‘retourstorting lening.58

Op 9 september 2011 is een bedrag van 12.000 euro overgemaakt van de G-rekening van [gefailleerde 4] (rekeningnummer [rek.nr. 7] ) op de G-rekening van [bedrijf 2] . Op 28 september 2011 is een bedrag van 8.000 euro van de G-rekening van [gefailleerde 4] overgemaakt naar de G-rekening van [bedrijf 1] .59 [bedrijf 2] noch [bedrijf 1] hebben werkzaamheden verricht in opdracht van [gefailleerde 4] . De betaling kon gedaan worden omdat de koper van de (vermeend) geleverde materialen waarop de betaling zag, te weten verdachte, gemachtigd was de desbetreffende G-rekening te gebruiken.60

[gefailleerde 5]

Op 18 mei 1999 is [bedrijf 15] . Op 7 juli 2006 is de naam gewijzigd in [gefailleerde 5] en op 21 juli 2011 is de naam gewijzigd in [gefailleerde 5] . De statutaire zetel van [gefailleerde 5] is Dodewaard. Bestuurder van [gefailleerde 5] is [bedrijf 4] .61

Op 4 oktober 2011 is [gefailleerde 5] bij vonnis van de rechtbank Arnhem in staat van faillissement verklaard.62 Na het faillissement zijn er voor een bedrag van 158.972 euro aan preferente vorderingen en voor een bedrag van 2.990.487 euro aan concurrente vorderingen ingediend.63

In de periode van 12 tot en met 15 juli 2011 is er voor een totaalbedrag van 15.500 euro aan geldbedragen overgemaakt van de rekening op naam van [gefailleerde 5] , dan wel [bedrijf 16] , op rekeningnummer [rek.nr. 1] , een ondernemersrekening van [bedrijf 4] (zie voor nadere relevante gegevens van [bedrijf 4] en dit rekeningnummer feit 1):

  • -

    Op 12 juli 2011 een bedrag van 1.500 euro.

  • -

    Op 14 juli 2011 een bedrag van 2.000 euro.

  • -

    Op 15 juli 2011 een bedrag van 12.000 euro.64

Op 15 juli 2011 hebben er vijf contante opnames van 2.000 euro plaatsgevonden van voornoemde rekening van [bedrijf 4] , alsmede een overboeking van 2.000 euro van deze rekening naar de privérekening van verdachte met rekeningnummer [rek.nr. 4] .65 Op 12 juli 2011 heeft er een overboeking plaatsgevonden van 1.500 euro van de rekening van [bedrijf 4] naar voornoemde privérekening van verdachte.66

Verdachte heeft met voornoemde geldbedragen geen crediteuren van [gefailleerde 5] betaald.67

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van de onder 3, 4 en 5, alle primair, ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van deze feiten op het standpunt gesteld dat verdachte (gedeeltelijk) dient te worden vrijgesproken:

  • -

    Uit het dossier blijkt onvoldoende dat de opzet van verdachte gericht was op het onttrekken van inventaris, nu [betrokkene 8] de inventaris zonder medeweten van verdachte heeft weggehaald. Weliswaar heeft verdachte bij [gefailleerde 5] een kroonluchter meegenomen, maar deze is in de tenlastelegging niet nader gespecificeerd.

  • -

    Verdachte kan niet worden verweten dat hij geen administratie heeft gevoerd, bewaard en tevoorschijn heeft gebracht. Ter onderbouwing van dit verweer heeft de verdediging verwezen naar hetgeen hierover ten aanzien van feit 1 primair naar voren is gebracht.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde feit heeft de verdediging voorts nog aangevoerd dat het geldbedrag van 15.000 euro niet is onttrokken aan [gefailleerde 5] , maar aan de boedel van [gefailleerde 4]

Beoordeling door de rechtbank

De inventaris

De rechtbank baseert haar oordeel op de navolgende feiten en omstandigheden:

- Verdachte heeft verklaard dat hij de B.V.’s allemaal samen heeft gekocht met [betrokkene 8] .68 Verdachte had samen met [betrokkene 8] de leiding over [bedrijf 4] en haar dochterondernemingen.69

- Verdachte heeft voorts verklaard dat de B.V.’s allemaal in het oude gemeentehuis in Dodewaard zaten. [betrokkene 8] heeft alles wat daar stond opgeladen en naar hun loods in Duitsland gebracht. [betrokkene 8] heeft de keuken er ook uitgehaald.70 Verdachte heeft enkele kleinere kroonluchters eruit gehaald.71

- [betrokkene 2] , administratief medewerkster van verdachte, heeft verklaard dat in een bunker in Niederrhein/Weeze spullen stonden uit het oude gemeentehuis in Dodewaard. Deze spullen zijn naar verschillende mensen gegaan. [betrokkene 8] kreeg de keuken, nam alle stoelen mee en kreeg ook de grote spiegel.72

- [betrokkene 13] , werknemer van [gefailleerde 4] , heeft verklaard dat verdachte hem om hulp had gevraagd om het kantoorpand leeg te halen. Dat heeft hij niet gedaan. Toen hij de auto en telefoon inleverde zag hij dat de keuken er al voor 2/3e uit gesloopt was. Ook heeft hij gezien dat er door mensen spullen in auto’s werd geladen. Het hele pand werd gestript. Alles van waarde ging er uit. Er waren vaste computers, laptops, bureaus. Al met al meer dan tien werkruimtes.73

- [betrokkene 14] , werknemer van [gefailleerde 4] , heeft verklaard dat er wel meer mensen uit de kring van verdachte over de vloer kwamen. Die begonnen ook dingetjes mee te nemen. Zij namen geregeld gereedschap en dergelijke mee. Bij de overdracht van het bedrijf aan verdachte was alles er nog: administratie, kantoorinventaris, gereedschap, keuken, kasten.74

- [betrokkene 12] , boekhouder bij [gefailleerde 4] , heeft verklaard dat hij omstreeks 1 juli 2011 is gestopt met zijn werk. Daarna heeft hij zijn spullen, auto, telefoon en dergelijke ingeleverd. Toen hij wegging was de inventaris en de boekhouding op kantoor nog compleet. Computers en administratieve bescheiden waren er nog gewoon.75

Gelet op vorenstaande stelt de rechtbank vast dat na de overname van [bedrijf 4] en haar dochtermaatschappijen bedrijfsinventaris van voornoemde ondernemingen is onttrokken aan de boedel. De vraag die nu dient te worden beantwoord is of dit verdachte verweten kan worden.

De rechtbank stelt vast dat verdachte geen maatregelen heeft getroffen om te voorkomen dat de inventaris werd onttrokken aan de boedel, terwijl hij hiertoe wel bevoegd en gehouden was. Verdachte was de bestuurder van de betreffende rechtspersonen en heeft zelf verklaard dat hij samen met [betrokkene 8] de leiding had.

De rechtbank is voorts van oordeel dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de verboden gedraging zich zou voordoen en hiermee de gedraging opzettelijk heeft bevorderd. Verdachte verklaart weliswaar niet te hebben geweten dat [betrokkene 8] de inventaris heeft weggehaald, maar dit strookt niet met de hiervoor aangehaalde verklaringen en het feit dat verdachte zelf ook een aantal kroonluchters heeft meegenomen. Het past ook binnen de opzet van verdachte. Hij nam immers B.V.’s over met het oogmerk om deze B.V.’s leeg te trekken en vervolgens failliet te laten gaan.

De rechtbank verwerpt het verweer.

De administratie

De rechtbank baseert haar oordeel op de navolgende feiten en omstandigheden:

- De curator in [gefailleerde 5] , mr. S.J.B. Drijber, heeft verklaard dat de administratie van [gefailleerde 5] niet aan hem ter hand is gesteld.76

- De curator in [gefailleerde 4] en [gefailleerde 5] , mr. J.H. Steverink, heeft verklaard dat in het bedrijfspand aan de [adres 2] in Dodewaard administratie is aangetroffen, doch geenszins geordend. Er lag administratie van verschillende vennootschappen door elkaar heen.77

- Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij in het woonhuis (rechtbank: [adres 2] in Dodewaard) veel administratieve bescheiden heeft aangetroffen, maar enkel oud materiaal. In het voormalige gemeentehuis (rechtbank: [adres 3] Dodewaard) is weinig tot niets aangetroffen dat gebruikt zou kunnen worden voor de vaststelling van de vermogenspositie van de ondernemingen. Er was geen boekhouding, enkel mappen die te maken hadden met het personeel.78

- [betrokkene 11] , oud-bestuurder van [bedrijf 4] ( [bedrijf 4] ), heeft verklaard dat hij niet meer beschikte over administratie van de ondernemingen. Alles lag op het kantoor, het oude gemeentehuis. Hij had alles overgedragen aan verdachte.79

- Verdachte heeft verklaard dat de boekhouding naar de [adres 2] is gegaan en daar ook is gebleven. Er is geen boekhouding bijgehouden.80

De rechtbank verwerpt het verweer onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank hieromtrent heeft overwogen onder het onder 1 ten laste gelegde feit. Verdachte heeft zich op het moment dat hij de administratie ontving noch daarna beziggehouden met de administratie, anders dan het fysiek verplaatsen ervan, hoewel hij, op het moment dat hij bestuurder werd, verplicht was een administratie te voeren in de zin van artikel 3:15i lid 1 BW. Nu kan worden bewezen dat verdachte geen administratie heeft gevoerd, kan tevens worden bewezen dat hij de administratie niet heeft bewaard en te voorschijn gebracht. Door na te laten de vereiste aantekeningen te houden stelde hij zich immers impliciet in de onmogelijkheid de bescheiden waarin de aantekeningen hadden moeten zijn gesteld, te bewaren en te voorschijn te brengen.

Geldbedrag van 15.000 euro (feit 5)

De rechtbank baseert haar oordeel op de navolgende feiten en omstandigheden:

- Door de Belastingdienst is geconstateerd dat vanaf de G-rekening [rek.nr. 8] van [gefailleerde 5] op 29 augustus 2011 een bedrag van 6.000 euro en op 20 september 2011 een bedrag van 4.000 euro is gestort op de bankrekening van [bedrijf 3] en op 9 september 2011 een bedrag van 5.000 euro op de bankrekening van [bedrijf 2] .81

- Op 14 september 2011 is er een bedrag van 15.000 euro gestort op rekeningnummer [rek.nr. 1] , de ondernemersrekening van [bedrijf 4] (zie voor nadere relevante gegevens van [bedrijf 4] en dit rekeningnummer feit 1) afkomstig van [bedrijf 2] .82

- Verdachte heeft verklaard dat hij dat geld deels contant heeft opgenomen en de andere helft heeft gestort op zijn privérekening. Hij heeft 7.500 euro aan [betrokkene 8] gegeven.83

Gelet op vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 15.000 euro heeft onttrokken aan de boedel van [gefailleerde 5] . De op de bankrekeningen van [bedrijf 3] en [bedrijf 2] gestorte bedragen zijn afkomstig van de G-rekening van [gefailleerde 5] , de voormalige bedrijfsnaam van [gefailleerde 5] , en niet van [gefailleerde 4] , zoals gesteld door de verdediging. De rechtbank verwerpt het verweer.

Conclusie

Gelet op vorenstaande – in onderling verband in samenhang bezien – acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [gefailleerde 5] , [gefailleerde 4] en [gefailleerde 5] de onder 3, 4 en 5 primair ten laste gelegde feiten hebben gepleegd en dat verdachte hier samen met [betrokkene 8] feitelijk leiding aan heeft gegeven.

Ten aanzien van feit 6

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 1 november 2004 is [bedrijf 17] (hierna: [bedrijf 17] ) opgericht, statutair gevestigd in Rijswijk. Tot respectievelijk 2 april 2011 en 9 april 2011 was [betrokkene 15] bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf 17] . Daarna wordt verdachte bestuurder en enig aandeelhouder tot 11 februari 2011 respectievelijk 13 april 2011. Vanaf 11 februari 2011 is [bedrijf 18] de bestuurder.84 Enig aandeelhouder van [bedrijf 18] is [bedrijf 8]85, waarvan verdachte samen met [betrokkene 8] op dat moment bevoegd bestuurder is.86

Op 14 juni 2011 is [bedrijf 17] bij vonnis van de rechtbank ’s-Gravenhage in staat van faillissement verklaard.87

Verdachte woonde destijds in Venray.88

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder 6 primair ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van dit feit op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken:

  • -

    Het handelen van verdachte – het overnemen van aandelen van deze rechtspersoon – was niet gericht op het onttrekken van geld of goederen aan de boedel. Verdachte was slechts een katvanger. Derhalve kan niet worden bewezen dat verdachte opzet had op de verkorting van de rechten van de schuldeisers.

  • -

    Verdachte kan niet worden verweten dat hij geen administratie heeft gevoerd, bewaard en tevoorschijn heeft gebracht. Bij de overname is geen administratie aan hem overhandigd. Deze is bij de verkopende partij gebleven, die feitelijk binnen de rechtspersoon de volle verantwoordelijkheid droeg voor de administratie.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank baseert haar oordeel op de navolgende feiten en omstandigheden:

- De curator, mr. J. Bontenbal, heeft verklaard dat de administratie van de failliet niet aan hem is bezorgd.89

- Verdachte heeft verklaard dat het de bedoeling was dat er in [bedrijf 18] niets zou gebeuren en dat het bedrijf gewoon stil kwam te liggen. [bedrijf 18] had een probleem in België met de Belastingdienst. Er liep een onderzoek. Verdachte heeft toen de aandelen van [bedrijf 17] overgenomen. Als er een faillissement zou komen dan zou dit niet op naam van [betrokkene 15] staan.90

- Verdachte heeft voorts verklaard dat de administratie van [bedrijf 17] in verband met het oplossen van de problemen met de Belastingdienst bij [betrokkene 15] was blijven liggen.91 De boekhouding heeft hij ook nooit gezien of ingezien. Hij wist ook niet waar de boekhouding zich bevond.92

Om vast te kunnen stellen dat verdachte heeft gehandeld ter bedrieglijke verkorting van de schuldeisers hoeft niet te worden bewezen dat verdachte de bedoeling had de schuldeisers te benadelen. Voldoende is dat hij weet of begrijpt dat door zijn handelen deze rechten worden verkort, waarbij voldoende is ‘het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans op verkorting van de rechten van de schuldeisers’. Ook is niet vereist dat de crediteursrechten als gevolg van de gedraging daadwerkelijk zijn verkort, voldoende is dat de gedraging hiertoe heeft kunnen leiden.

Gelet op de door verdachte afgelegde verklaringen verwerpt de rechtbank het verweer. Onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank ten aanzien van de administratieplicht heeft overwogen onder feit 1 overweegt de rechtbank dat verdachte ook hier niet heeft voldaan aan zijn plicht tot het voeren van een administratie – verdachte heeft zelfs nooit over enige administratie beschikt - en in het verlengde daarvan dus ook geen administratie bewaard en tevoorschijn gebracht. Verdachte was op papier de feitelijk bestuurder en enig aandeelhouder en was hiermee verantwoordelijk voor onder andere de administratie. Hij heeft zich hier echter niet om bekommerd. Verdachte heeft hierbij weliswaar niet gehandeld uit eigen geldelijk gewin, maar heeft wel de aandelen van [bedrijf 17] op zijn naam laten zetten om ervoor te zorgen dat [betrokkene 15] zijn problemen met de Belastingdienst op kon lossen en bij een eventueel faillissement buiten beeld zou blijven. Naar het oordeel van de rechtbank kan het niet anders zijn dan dat verdachte hiermee bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de rechten van de schuldeisers zouden kunnen worden verkort.

Conclusie

Gelet op vorenstaande – in onderling verband in samenhang bezien – acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [bedrijf 17] het onder 6 primair ten laste gelegde feit heeft gepleegd en dat verdachte hier samen met [betrokkene 15] feitelijk leiding aan heeft gegeven.

Ten aanzien van feit 7

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

[gefailleerde 7] (hierna: [gefailleerde 7] ), een dochteronderneming van [bedrijf 19] (hierna: [bedrijf 19] ), is opgericht op 15 januari 2013 en is statutair gevestigd in Maasdijk. [betrokkene 16] , destijds woonachtig te Hardinxveld Giessendam, was vanaf 15 januari 2013 tot 18 juli 2013 enig aandeelhouder en (middellijk) bestuurder van [gefailleerde 7] en alleen en zelfstandig bevoegd.93

Op 18 juli 2013 zijn op papier de aandelen van [bedrijf 19] , en daarmee van [gefailleerde 7] , overgedragen aan [betrokkene 17] voor 5.000 euro.94 In werkelijkheid zijn de aandelen nooit feitelijk aan [betrokkene 17] overgedragen.95 Vanaf 25 juli 2013 werd verdachte, via [bedrijf 20] , (middellijk) bestuurder van [gefailleerde 7] .96

Half juli 2013 zijn in opdracht van [betrokkene 16] de volgende bedragen, die bestemd waren voor de B.V., overgemaakt naar de bankrekening van een bedrijf van de dochter van [betrokkene 16] , [bedrijf 21] :97

  • -

    7.283,33 euro afkomstig van [bedrijf 22]

  • -

    543.403,79 Noorse Kronen, zijnde € 68.971,31, afkomstig van [bedrijf 23]

  • -

    485 euro, afkomstig van [bedrijf 24]

  • -

    8.505 euro , afkomstig van [bedrijf 25] .

Deze bedragen zijn in de periode van 16 tot en met 25 juli 2013 bijgeschreven op de rekening van [bedrijf 21]98

In de nacht van 24 op 25 juli 2013 heeft [betrokkene 16] samen met anderen de inventaris die zich bevond in het kantoor van [gefailleerde 7] te Maasdijk, waaronder kantoormeubilair en een computer, weggehaald. Er zijn wat spullen naar de zwager van [betrokkene 16] gegaan en de computer heeft [betrokkene 16] aan verdachte gegeven.99

Bij vonnis van de rechtbank in ‘s-Gravenhage van 24 september 2013 is [gefailleerde 7] in staat van faillissement verklaard.100

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder 7 primair ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen in het dossier, met dien verstande dat niet kan worden bewezen dat de BMW is onttrokken aan de boedel, nu deze auto in het kader van een retentierecht en derhalve op rechtmatige wijze is overgedragen aan een ander.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van dit feit op het standpunt gesteld dat verdachte gedeeltelijk dient te worden vrijgesproken:

  • -

    Verdachte heeft te goeder trouw gehandeld. Zijn handelingen waren gericht op het helpen van een persoon die ziek was. Hij heeft zelf ook geen geldbedragen buiten het bereik van de curator gehouden. Deze geldbedragen zijn overgemaakt naar vrienden/familie van [betrokkene 16] .

  • -

    De BMW is door [betrokkene 18] met [betrokkene 16] als onderpand meegenomen.

  • -

    Hem kan niet worden verweten dat hij geen administratie heeft gevoerd, bewaard en tevoorschijn heeft gebracht. Verdachte heeft de administratie overhandigd aan de curator en hij heeft nooit opdracht gegeven om bepaalde bescheiden achter te houden.

Beoordeling door de rechtbank

Te goeder trouw?

De rechtbank baseert haar oordeel op de navolgende feiten en omstandigheden:

- Verdachte heeft verklaard dat hij samen met [betrokkene 16] , een adviseur en familie van [betrokkene 16] heeft gesproken over de overname van [gefailleerde 7] . Daar is besproken dat verdachte [gefailleerde 7] op zijn naam zou laten zetten en het failliet zou laten gaan. Ook is besproken dat verdachte het bankgebeuren zou regelen in die zin dat de paar debiteuren die er nog waren, voor [betrokkene 16] waren. [betrokkene 16] zou controle houden over de bankrekening. Verdachte wist ook dat [betrokkene 16] het kantoormeubilair heeft gehouden, maar heeft hier niet moeilijk over gedaan.101

- Uit een drietal telefoongesprekken (30 september, 2 oktober en 15 november 2013) tussen verdachte en [betrokkene 16] maakt de rechtbank op dat verdachte en [betrokkene 16] hebben afgesproken dat zij richting de curator het zouden doen voorkomen alsof zij elkaar niet kenden en het zouden doen voorkomen alsof [gefailleerde 7] aan [betrokkene 17] was verkocht, dat [betrokkene 17] de kantoorinventaris had meegenomen en ook de beschikking had over de bankafschriften.102

Uit vorenstaande volgt dat verdachte in samenspraak met [betrokkene 16] [gefailleerde 7] op zijn naam heeft laten zetten en dat hij het bedrijf failliet zou laten gaan. Verdachte wist dat verdachte controle hield over de bankrekening en die paar debiteuren die er nog waren voor zichzelf wilde houden. Verdachte wist ook dat [betrokkene 16] het kantoormeubilair voor zichzelf had gehouden. Verdachte heeft, bewust, niets gedaan om te voorkomen dat de in de tenlastelegging genoemde bedragen en het kantoormeubilair zouden worden onttrokken aan de boedel, hoewel hij daartoe, gelet op het voorgaande en hetgeen hiervoor onder de feiten is opgenomen, bevoegd en ook redelijkerwijs gehouden was. De rechtbank verwerpt het verweer.

De BMW

Ook de rechtbank is van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte de BMW heeft onttrokken aan de boedel van de B.V.. De rechtbank overweegt daartoe dat, nu niet alle leasetermijnen zijn voldaan, de eigendom van de BMW is blijven rusten bij de leasemaatschappij en de BMW daarmee niet tot de boedel van de B.V. is gaan behoren. Verdachte zal dan ook van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

De administratie

De rechtbank baseert haar oordeel op de navolgende feiten en omstandigheden:

- Verdachte heeft verklaard de administratie te hebben bewaard in zijn loods in Venray zonder die te bekijken.103

- De curator, mr. P.C. Rijken, heeft verklaard dat deze administratie door een medewerker van verdachte op 2 oktober 2013 is ingeleverd bij de curator. In de administratie ontbrak, naast de bankafschriften, onder meer een bank– en kasboek waardoor het voor de curator onmogelijk is om vast te stellen welke financiële transacties er hebben plaatsgevonden, wat de omvang daarvan is en in hoeverre er onregelmatigheden spelen.104

De rechtbank verwerpt het verweer onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank hieromtrent heeft overwogen onder het onder 1 ten laste gelegde feit. Verdachte heeft, op het moment dat hij de administratie ontving noch daarna, de administratie ingekeken, hoewel hij, op het moment dat hij bestuurder werd, verplicht was een administratie te voeren in de zin van artikel 3:15i lid 1 BW. Nu kan worden bewezen dat verdachte geen administratie heeft gevoerd, kan tevens worden bewezen dat hij de administratie niet heeft bewaard en te voorschijn gebracht. Door na te laten de vereiste aantekeningen te houden stelde hij zich immers impliciet in de onmogelijkheid de bescheiden waarin de aantekeningen hadden moeten zijn gesteld, te bewaren en te voorschijn te brengen.

Conclusie

Gelet op vorenstaande – in onderling verband in samenhang bezien – acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [gefailleerde 7] het onder 7 primair ten laste gelegde feit heeft gepleegd en dat verdachte hier samen met [betrokkene 16] feitelijk leiding aan heeft gegeven.

Ten aanzien van feit 8

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder 8 ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van dit feit het volgende aangevoerd:

  • -

    Met betrekking tot het witwassen van 89.000 euro ( [betrokkene 4] ), 49.100 euro ( [gefailleerde 4] ), 30.500 euro ( [gefailleerde 5] ): verdachte heeft bekend deze geldbedragen tezamen met [betrokkene 8] te hebben onttrokken aan de boedel. Verdachte en [betrokkene 8] hebben dit geld echter onderling verdeeld, hetgeen betekent dat verdachte slechts verantwoordelijk kan worden gesteld voor het voorhanden hebben en vervolgens omzetten van de helft van de ten laste gelegde bedragen. Dit betekent dat verdachte dient te worden vrijgesproken voor het witwassen van de ten laste gelegde geldbedragen en slecht kan worden veroordeeld voor het witwassen van ‘enig geldbedrag’.

  • -

    Met betrekking tot het witwassen van 1.545.810 euro, althans 246.810 euro (via valselijk opgemaakte facturen op naam van [bedrijf 4] ): verdachte kan niet worden aangemerkt als medepleger van het witwassen van dit geldbedrag. Verdachte heeft slechts faciliterende werkzaamheden verricht. Dit betekent dat verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken.

  • -

    Ten aanzien van het vermeende witwassen door contante opnames ten name van [bedrijf 5] en [bedrijf 6] : niet duidelijk is wat de herkomst is van de gelden die via [bedrijf 5] en [bedrijf 6] hebben gelopen. Hier is geen onderzoek naar verricht. Verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken nu niet kan worden bewezen dat deze geldbedragen van enig misdrijf afkomstig zijn.

De feiten en de beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigen bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het witwassen van de hierna te bespreken bedragen afkomstig van of met gebruikmaking van de (bankrekening) van de navolgende vennootschappen. De in de tenlastelegging genoemde vennootschappen zullen hieronder achtereenvolgens worden besproken. Hierbij zullen ook de gevoerde verweren aan de orde komen.

[gefailleerde 1]

Zoals hiervoor bij de bespreking van feit 1 reeds is overwogen, zijn verschillende bedragen onttrokken aan de boedel van de gefailleerde rechtspersoon [gefailleerde 1]105 Het gaat om de volgende betalingen (samen € 89.600,-):

- In de periode van 20 april 2011 tot en met 27 december 2011 is in totaal € 54.600,- (€ 15.000 + € 20.000 + € 10.000 + € 9.600) overgemaakt naar rekening [rek.nr. 4] van verdachte.106

- In de periode van 8 juli 2011 tot en met 4 oktober 2011 is in totaal €35.000 (€ 10.000 + € 5000 + €15000 + € 5000) overgemaakt naar rekening [rek.nr. 1] van [bedrijf 4]107

De overgemaakte gelden zijn hetzij direct contant opgenomen, hetzij overgeboekt naar een andere rekening van verdachte en vanaf die rekening contant opgenomen, hetzij overgemaakt naar een bankrekening van [betrokkene 19] bij de [bank 1] , ter betaling van de hypotheeklasten.108

Verdachte heeft verklaard dat hij zelf altijd het geld van de rekening haalde en dat hij het geld, nadat hij het contant had opgenomen, verdeelde tussen [betrokkene 8] en hemzelf.109 Verdachte heeft ook verklaard de geldbedragen zo snel mogelijk contant te willen maken teneinde te voorkomen dat beslag op het geld zou kunnen worden gelegd.110 Verdachte heeft zijn deel van het geld uitgegeven.111

De verdediging heeft betoogd dat verdachte slechts het aan hem toegekomen deel van het geld heeft witgewassen en niet ook het deel van het geld dat aan [betrokkene 8] is gegeven. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe het volgende. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de gelden die zijn onttrokken aan de boedel, opbrengsten zijn uit door een door verdachte zelf gepleegd misdrijf (bedrieglijke bankbreuk). Op het moment dat deze gelden op de hierboven genoemde rekeningen van verdachte en [bedrijf 4] stonden, had verdachte de bedragen weliswaar voorhanden, maar was nog geen sprake van witwassen van deze bedragen. Nu verdachte de bedragen vervolgens heeft doorgestort (naar een privérekening en naar derden) en/of contant heeft gemaakt en dit contante geld vervolgens heeft verdeeld, is sprake van het witwassen van de onttrokken bedragen. Dit witwassen vindt, anders dan de verdediging meent, niet pas plaats bij het uitgeven door verdachte van verdachtes eigen aandeel (het gebruik maken van zijn geld), maar ook al bij het (teneinde het geld buiten het bereik van een eventuele beslaglegger te brengen) van de rekening van [bedrijf 4] doorstorten naar een privérekening en bij het contant maken van de gelden en vervolgens delen met [betrokkene 8] . Verdachte heeft immers door aldus te handelen het uit eigen misdrijf verkregen geld overgedragen en omgezet. Deze handelingen zijn naar het oordeel van de rechtbank ook (kennelijk) gericht op het uit het zicht halen van het geld en daarmee gericht op het verbergen of verhullen van de (criminele) herkomst van het geld.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen en in vereniging met [betrokkene 8] en [bedrijf 4] de in dit onderdeel van de tenlastelegging genoemde bedragen (samen ongeveer € 89.000,-), heeft witgewassen.

[gefailleerde 4]

Zoals hiervoor bij de bespreking van feit 4 reeds is overwogen, zijn verschillende bedragen onttrokken aan de boedel van de gefailleerde rechtspersoon [gefailleerde 4]112 Het gaat om de volgende betalingen (samen €49.100,-):

- Op 2 september 2011 is €9.000,- overgemaakt naar rekening [rek.nr. 1] van [bedrijf 4]113

- In de periode van 5 juli 2011 en 9 september 2011 is in totaal € 10.100,- (€ 6.500,- + € 1000,- +€ 2600,-) overgemaakt naar rekening [rek.nr. 4] van verdachte.114

- In de periode van 3-10-2011 tot en met 29-2-2012 is in totaal € 10.000,- overgemaakt, waarvan € 5000,- op rekening [rek.nr. 6] van verdachte en vijf maal € 1000,- op rekening [rek.nr. 1] van [bedrijf 4]115

  • -

    Op 9 september 2011 is € 12.000,- overgemaakt naar [bedrijf 2] .

  • -

    Op 28 september 2011 is € 8.000,- overgemaakt naar rekening van [bedrijf 1] .

Van het op rekening van [bedrijf 4] overgemaakte bedrag van € 9.000,- is dezelfde dag € 8.000,- contant opgenomen.116

De op rekening [rek.nr. 4] van verdachte overgemaakte geldbedragen (in totaal € 10.100,-) zijn contant opgenomen hetzij aangewend voor diverse betalingen ( [betrokkene 20] , [betrokkene 21] en de bankrekening van [betrokkene 19] bij de [bank 1] , ter betaling van de hypotheeklasten).117

De bedragen van in totaal € 10.000,- die zijn overgemaakt naar rekeningen van verdachte en [bedrijf 4] zijn direct contant opgenomen, hetzij na overschrijving naar een andere (privé)rekening van verdachte contant opgenomen, hetzij aangewend voor diverse betalingen.118

Van het naar [bedrijf 2] overgemaakte bedrag (€ 12.000,-) en het naar [bedrijf 1] overgemaakte bedrag (€ 8000,-) is onduidelijk wat daar mee is gebeurd. Weliswaar is in september 2011 een bedrag van € 15.000,- overgemaakt naar de rekening van [bedrijf 4] , maar de rechtbank zal dit bedrag hier buiten beschouwing laten. Dit bedrag bespreekt de rechtbank hieronder bij [gefailleerde 5] De rechtbank gaat er ook vanuit dat dit bedrag verband houdt met de betalingen vanuit [gefailleerde 5] naar [bedrijf 2] en niet met onderhavige betaling naar [bedrijf 2] . Het witwasdossier gaat voorts niet op in op het naar [bedrijf 1] overgemaakte bedrag. De rechtbank zal verdachte van het witwassen van voornoemde twee bedragen dan ook vrijspreken.

Verdachte heeft verklaard dat hij de beschikking had over de rekening van [bedrijf 4]119 Verdachte heeft verklaard dat hij bovengenoemde betalingen en contante opnames heeft gedaan en dat hij het geld, nadat hij het contant had opgenomen, heeft verdeelde tussen [betrokkene 8] en hemzelf.120 Verdachte heeft voorts verklaard de geldbedragen zo snel mogelijk contant te willen maken teneinde te voorkomen dat beslag op het geld zou kunnen worden gelegd.121 Verdachte heeft zijn deel van het geld uitgegeven.122

De verdediging heeft, evenals bij de gelden van [gefailleerde 1] , betoogd dat verdachte slechts het aan hem toegekomen deel van het geld heeft witgewassen en niet ook het deel van het geld dat aan [betrokkene 8] is gegeven. De rechtbank verwerpt dit verweer op de hiervoor bij [gefailleerde 1] besproken gronden.

De rechtbank acht gelet op het vorenstaande dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen en in vereniging met [betrokkene 8] en [bedrijf 4] de in dit onderdeel van de tenlastelegging genoemde bedragen, met uitzondering van de bedragen van [bedrijf 2] (€ 12.000) en van [bedrijf 1] (€ 8.000), en met dien verstande dat van de in de tenlastelegging genoemde € 9.000 slechts een bedrag van € 8.000,- bewijsbaar is. Dat betekent dat in totaal € 28.100,- is witgewassen.

[gefailleerde 5]

Zoals hiervoor bij de bespreking van feit 5 reeds is overwogen, zijn verschillende bedragen onttrokken aan de boedel van de gefailleerde rechtspersoon [gefailleerde 5] (tot 21 juli 2011 genaamd [gefailleerde 5] ).123 Het gaat om de volgende betalingen (samen € 30.500,-):

- In de periode van 12 juli 2011 tot en met 15 juli 2011 is in totaal € 15.500,- (€ 12.000,-, € 2.000,- en € 1500,-) overgemaakt op rekening [rek.nr. 1] van [bedrijf 4] .124

- In de periode van 29 augustus 2011 tot en met 20 september 2011 is in totaal € 15.000,-, € 6.000,-, € 4.000,- en € 5.000,-) overgemaakt naar [bedrijf 2]125

Het geld dat was overgemaakt op rekening van [bedrijf 4] is hetzij direct contant opgenomen (€ 10.000,-), hetzij overgeboekt naar een andere rekening van verdachte en vanaf die rekening deels contant opgenomen (€ 1000,-) en deels aangewend voor betalingen.126

Door [bedrijf 2] is op 14 september 2011 € 15.000,- overgemaakt naar rekening van [bedrijf 4]127 Van dit geld is vervolgens € 7.500 contant opgenomen en € 7.500,- doorgestort naar een rekening van verdachte, van welke rekening het geld dezelfde dag contant is opgenomen.128

Verdachte heeft voorts verklaard dat hij ook hier zelf het geld van de rekening haalde en dat hij het geld, nadat hij het contant had opgenomen, verdeelde tussen [betrokkene 8] en hemzelf.129 Verdachte heeft voorts verklaard de geldbedragen zo snel mogelijk contant te willen maken teneinde te voorkomen dat beslag op het geld zou kunnen worden gelegd.130 Verdachte heeft zijn deel van het geld uitgegeven.131

De verdediging heeft, evenals bij de gelden van [gefailleerde 1] en van [gefailleerde 4] , betoogd dat verdachte slechts het aan hem toegekomen deel van het geld heeft witgewassen en niet ook het deel van het geld dat aan [betrokkene 8] is gegeven. De rechtbank verwerpt dit verweer op de hiervoor bij [gefailleerde 1] besproken gronden.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen en in vereniging met [betrokkene 8] en [bedrijf 4] de in dit onderdeel van de tenlastelegging genoemde bedragen heeft witgewassen.

[bedrijf 4]

Verdachte was van 1 mei 2011 tot 1 januari 2012 directeur van [bedrijf 4]132

[bedrijf 26] was sinds 2011 van verdachte133 en verdachte was voor deze onderneming contactpersoon bij de fiscus.134

Uit gegevens van [bank 2] blijkt dat verdachte vanaf 16 juni 2011 als enige en algeheel bevoegd was op de bankrekening [rek.nr. 1] van [bedrijf 4]135

Ook [bedrijf 26] maakt gebruik van bankrekening [rek.nr. 1] .136

[bedrijf 27] is op 5 september 2011 opgericht en [betrokkene 22] is directeur en aandeelhouder. Door [betrokkene 23] worden voor [bedrijf 27] werkzaamheden verricht.137

Op facturen van [bedrijf 4] aan [bedrijf 27] over de periode van 28 september 2011 tot en met 3 november 2011 en op facturen van [bedrijf 26] aan [bedrijf 27] over de periode 19 oktober 2011 tot en met 23 december 2011 is in totaal € 1.545.810,- aan [bedrijf 27] in rekening gebracht inclusief € 246.810,- aan BTW.138 De facturen zien op de levering van in totaal 46 objecten (veelal voertuigen)139.

Deze facturen zijn door [bedrijf 27] gebruikt ter onderbouwing van de aangiften omzetbelasting over het 3e en 4e kwartaal 2011.140

Tussen 10 oktober 2011 en 17 januari 2012 is door [bedrijf 27] Den Bosch in totaal € 1.025.005,- overgemaakt op genoemde bankrekening [rek.nr. 1] van [bedrijf 4]141

Tussen 29 juni 2011 en 18 januari 2012 is van rekening van [bedrijf 4] in totaal € 1.051.150,- overgemaakt naar rekeningen in België, Duitsland en Spanje.142

[bedrijf 4] heeft over het 4e kwartaal 2011 geen aangifte omzetbelasting gedaan.143 [bedrijf 26] heeft over de maanden november en december 2011 geen aangifte omzetbelasting gedaan.144

Verdachte heeft verklaard dat hij de bankpas van de rekening van [bedrijf 4] in oktober 2011 aan [betrokkene 23] of [betrokkene 22] heeft gegeven.145 Door [betrokkene 23] werden volgens verdachte in het buitenland zonder BTW vrachtauto’s gekocht op naam van [bedrijf 4] . [bedrijf 4] maakte voor ongeveer dezelfde prijs inclusief BTW een factuur voor [bedrijf 27] [bedrijf 4] draagt vervolgens de BTW niet af.146 Verdachte wist dat de rekening van [bedrijf 4] door [betrokkene 23] en [betrokkene 22] werd gebruikt voor fraude met de omzetbelasting. Verdachte kreeg daarom € 500,- per auto.147 De facturen van [bedrijf 4] en [bedrijf 26] aan [bedrijf 27] werden met verdachtes medeweten door [bedrijf 27] opgemaakt. Het geld dat verdachte ontving deelde hij met [betrokkene 8] .148 [bedrijf 4] is volgens verdachte van verdachte en [betrokkene 8] , waarbij ‘ [bedrijf 4] ’ staat voor [verdachte] en [betrokkene 8] .149 Verdachte heeft geen BTW aangifte gedaan en had ook geen BTW nummer.150

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met [betrokkene 23] , [betrokkene 22] en [bedrijf 27] een deel van het bedrag van € 246.810,- aan niet door [bedrijf 4] afgedragen BTW en/of ten onrechte door [bedrijf 27] in vooraftrek gebrachte BTW heeft witgewassen. Verdachte heeft immers een deel van dit bedrag, te weten naar schatting € 23.000,- (46 objecten x € 500,-) als beloning voor zijn rol in het geheel deels contant en deels per bank gekregen. Verdachte heeft verklaard dat hij het geld vervolgens heeft uitgegeven.151

Het geld is naar het oordeel van de rechtbank witgewassen aangezien door middel van valse facturen en overboekingen is voorgewend dat in het buitenland door [bedrijf 4] gekochte objecten aan [bedrijf 27] werden verkocht. Doordat [bedrijf 4] geen BTW zou afdragen, kon [bedrijf 27] de objecten tegen de inkoopprijs (oorspronkelijk met 0% BTW belast en nu gefactureerd inclusief BTW) ‘kopen’ van [bedrijf 4] Na vooraftrek van de BTW door [bedrijf 27] , verkreeg [bedrijf 27] de objecten per saldo ruim onder de inkoopprijs, met een zeer ruime winstmarge tot gevolg.

De verdediging heeft betoogd dat verdachtes betrokkenheid te gering is om tot bewezenverklaring van medeplegen te kunnen komen. De rechtbank volgt de verdediging hierin niet. Verdachte heeft zijn vennootschap [bedrijf 4] en de bankrekening van [bedrijf 4] gebruikt en doelbewust laten gebruiken voor BTW fraude. Verdachtes vennootschap en de bankrekening vervulden een essentiële rol in de fraudeconstructie. Om de constructie financieel succesvol te laten zijn, moest, zo wist verdachte, [bedrijf 4] bovendien geen BTW aangifte doen terwijl anderzijds [bedrijf 27] de BTW wel in vooraftrek zou brengen. Ook hierin heeft verdachte een bijdrage geleverd. Hij heeft immers geen BTW aangifte gedaan. Verdachte heeft vervolgens, zoals ook was afgesproken, goed gedeeld in de opbrengst. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat verdachtes bijdrage van dien aard is, dat kan en moet worden geoordeeld dat hij het witwassen heeft medegepleegd.

[bedrijf 5] en [bedrijf 6]

De rechtbank zal hieronder eerst de betalingen op en vanaf de rekeningen van [bedrijf 5] en [bedrijf 6] bespreken. Daarna zal de rechtbank, gelet op de samenhang tussen beide zaken, ingaan op de betrokkenen bij die betalingen en de beoordeling van de vraag of zij zich schuldig hebben gemaakt aan het witwassen van de gelden.

Betalingen [bedrijf 5]

Verdachte [verdachte] was vanaf 3 augustus 2012 bestuurder152 van vanaf 15 oktober 2013 middelijk bestuurder153 van [bedrijf 5]

Op rekening [rek.nr. 2] van [bedrijf 5] is in de periode van maart 2013 tot en met eind 2013 in totaal –voor zover hier van belang- € 389.550,- (zijnde het totaal van de hieronder besproken betalingen) overgemaakt vanuit Duitsland (afkomstig van [bedrijf 28] , [bedrijf 29] en van [bedrijf 30] ).

Op naam van [bedrijf 5] zijn in de periode maart 2013 tot en met juli 2013 de volgende facturen opgemaakt en aan [bedrijf 5] zijn op rekening [rek.nr. 2] de volgende betalingen ontvangen:

- Factuur d.d. 22 maart 2013 ad € 60.000,- aan [bedrijf 28]154 en betaling d.d. 27 maart 2013 van € 60.000,-.155

- Factuur d.d. 29 maart 2013 ad € 60.000,- aan [bedrijf 28]156 en betaling d.d. 4 april 2013 van € 60.000,-.157

- Factuur d.d. 29 maart 2013 ad € 30.300,- aan [bedrijf 30]158 en betaling d.d. 9 mei 2013 van € 30.300,-.159

- Factuur d.d. 15 april 2013 ad € 40.000,- aan [bedrijf 28]160 en betaling d.d. 19 april 2013 van € 40.000,-.161

- Factuur d.d. 29 april 2013 ad € 38.250,- aan [bedrijf 30]162 en betaling d.d. 5 juni 2013 van € 38.250,-.163

- Factuur d.d. 29 mei 2013 ad € 49.000,- aan [bedrijf 30]164 en betaling d.d. 3 juli 2013 van € 49.000,-.165

- Factuur d.d. 28 juni 2013 ad € 37.000,- aan [bedrijf 30]166

- Factuur d.d. 15 juli 2013 ad € 44.500,- aan [bedrijf 30]167

- Factuur d.d. 15 juli 2013 ad € 15.500,- aan [bedrijf 30]168

- Factuur d.d. 28 juni 2013 ad € 15.000,- aan [bedrijf 30]169

Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat de bedragen op de hiervoor genoemde facturen van 28 juni 2013 en 15 juli 2013 ook daadwerkelijk zijn betaald.170 De rechtbank heeft geen reden aan de juistheid en betrouwbaarheid van de verklaring van [verdachte] op dit punt te twijfelen. De overige facturen zijn immers ook betaald. Dat de betaling van deze laatste facturen niet wordt ondersteund door bankafschriften, kan goed worden verklaard door het feit dat het onderzoeksteam enkel beschikte over de bankafschriften tot en met 30 juli 2013.171

Het verweer strekkende tot vrijspraak van de in de tenlastelegging genoemde bedragen waarvan de betaling ervan niet uit bankafschriften blijkt, wordt gelet op het vorenstaande verworpen.

Op de bankafschriften van [bedrijf 5] is te zien dat na bijschrijving van de hiervoor genoemde geldbedragen, het geld telkens dezelfde dag hetzij contant wordt opgenomen172, hetzij in delen van maximaal € 10.000,- wordt doorgestort naar rekeningen van verschillende vennootschappen ( [bedrijf 31] , [bedrijf 32] , [bedrijf 34] , [bedrijf 35] , [bedrijf 36] [bedrijf 37] en naar rekeningen van [verdachte] (bankrekeningen [rek.nr. 4] en [rek.nr. 6] )173 en vanaf die rekeningen contant wordt opgenomen.174

Betalingen [bedrijf 6]

Verdachte [verdachte] was vanaf 20 april 2011 bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf 6]175

Op naam van [bedrijf 6] zijn de volgende facturen opgemaakt en op bankrekening [rek.nr. 3] van [bedrijf 6] zijn van de [bedrijf 30] in Duitsland de volgende betalingen ontvangen:

- Factuur d.d. 1 september 2013 ad € 4.400,-176

- Factuur d.d. 12 september 2013 van € 28.800,-177

- Factuur d.d. 15 augustus 2013 ad € 50.000,-178 en betaling d.d. 3 oktober 2013 van € 50.000,-179

- Factuur d.d. 15 augustus 2013 ad € 13.500180 en betaling d.d. 2 oktober 2013 van € 13.500,-181

- Factuur d.d. 22 september 2013 ad € 14.000,-182

- Factuur d.d. 24 oktober 2013 ad € 12.000,-183

- Factuur d.d. 24 oktober 2013 ad € 39.500,-184

- Factuur d.d. 6 november 2013 ad € 43.200,-185

- Factuur d.d. 6 november 2013 ad € 16.200,-186

Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat de bedragen op de hiervoor genoemde facturen van 1, 12 en 22 september 2013, van 24 oktober 2013 en van 6 november 2013 ook daadwerkelijk zijn betaald.187 De rechtbank heeft geen reden aan de juistheid en betrouwbaarheid van de verklaring van [verdachte] op dit punt te twijfelen. De vroegste facturen zijn immers betaald, evenals de hiervoor besproken facturen van [bedrijf 5] Dat de betaling van deze laatste facturen niet wordt ondersteund door bankafschriften, kan worden verklaard door het feit dat het onderzoeksteam enkel beschikte over de bankafschriften tot en met 29 oktober 2013.188 Dat na 29 oktober 2013 op grond van valse facturen nog betalingen hebben plaatsgevonden wordt ook ondersteund door de volgende tapgesprekken189.

6 november 2013 om 14:38 uur (gespreknummer 236, lijn 008)

“ [betrokkene 1] zegt dat er net is gestort en het saldo is nu, 28979 en volgens [betrokkene 1] stond het in de min. [betrokkene 25] zegt dat hij [betrokkene 1] zo belt waar hij het naar toe moet storten.”

6 november 2013 om 14:53 uur (gespreknummer 5614, lijn 001)

“ [betrokkene 25] vraagt 0ff [betrokkene 1] , 10 kan overmaken naar [bedrijf 33] en 10 naar [betrokkene 25] privé” “ [betrokkene 25] zegt dat het bedrag wat overblijft moet [betrokkene 1] dadelijk aan [betrokkene 25] doorgeven.”

6 november 2013 om 14:59 uur (gespreknummer 5615, lijn 001)

“ [betrokkene 25] zegt, 797975. [betrokkene 1] zegt dat er dan nog 8979 staat. [betrokkene 25] zegt dat [betrokkene 1] dat bedrag wat overblijft sms-t naar [betrokkene 25] .”

7 november 2013 om 10:37 uur (gespreknummer 505, lijn 007)

“ [betrokkene 1] vertelt [betrokkene 25] dat hij gisteren de facturen opnieuw heeft zitten maken, en dat de bedragen daarop hoger zijn, dan dat er op de rekening is gestort. [betrokkene 25] vraagt Serieus? [betrokkene 1] wil weten hoeveel er is gestort. [betrokkene 25] antwoordt 29. (door elkaar.) [betrokkene 25] zegt dat er straks nog geld binnen komt, en dat is gisteren gebeurd. [betrokkene 1] wil weten hoeveel, en of het op [betrokkene 26] (fon) is? [betrokkene 25] antwoordt dat [betrokkene 1] dit wel in de gaten moet houden. Volgens [betrokkene 1] en noemt een maand, “augustus 28, + 14 = 52 moet erop komen.” [betrokkene 25] antwoordt 29, heb ik (onverstaanbaar.) Volgens [betrokkene 1] moet er nu 52 op staan. [betrokkene 1] houd het wel in de gaten. [betrokkene 1] zegt “plus nog een extra factuurtje gemaakt voor april he. Van 4400.” [betrokkene 25] zegt Ja, ja maar die zijn op de bank nog betalen he. (fon) [betrokkene 1] nog iets op die bankafschriften zag ik iets + 4000 ofzo maar is het eindbedrag 29 duizend. [betrokkene 1] houd het in de gaten, en vraagt nogmaals of het op [betrokkene 26] (fon) is? [betrokkene 25] antwoordt “op [betrokkene 26] ja.”

De rechtbank neemt gelet op de inhoud van de gesprekken, bezien in verband met de overige bewijsmiddelen, aan dat de betalingen waarover de gesprekken gaan, op de rekening van [bedrijf 6] zijn gedaan. Dit gelet op de verklaring van [verdachte] dat de facturen zijn betaald en gelet op het tapgesprek van 7 november 2013 waarin expliciet wordt gesproken over de bankrekening van [bedrijf 6] . De bedragen die in de gesprekken zijn genoemd sluiten bovendien voor een belangrijk deel aan bij bedragen genoemd op de facturen van 1 september 2013 ad € 4.400,-, van 12 september 2013 ad € 28.800,- en van 22 september 2013 ad € 14.000,-.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigen bewezen dat in totaal

€ 231.600,- (te weten het totaal van de hiervoor genoemde facturen) overgemaakt door [bedrijf 30] in Duitsland op rekening van [bedrijf 6]

De op 2 en 3 oktober 2013 op rekening van [bedrijf 6] ontvangen bedragen (in totaal

€ 63.500,-) zijn dezelfde dag nog hetzij contant opgenomen hetzij in delen van maximaal

€ 10.000,- doorgestort naar rekeningen van verschillende vennootschappen ( [bedrijf 37] , [bedrijf 35] , [bedrijf 36] ) en naar rekening van [verdachte] (bankrekening [rek.nr. 9] ) en vanaf die rekening contant opgenomen.190

Betrokkenen bij betalingen [bedrijf 5] en [bedrijf 6]

Verklaring [verdachte]

Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat de bedragen die vanuit Duitsland zijn overgemaakt op de rekeningen van [bedrijf 5] en van [bedrijf 6] betrekking hebben op witwassen voor ‘de Turken’.191 [betrokkene 1] maakte valse facturen op naam van [bedrijf 6]192 en op naam van [bedrijf 5]193 De facturen zijn volgens [verdachte] 100% vals omdat er niets voor is geleverd.194 [betrokkene 1] maakte deze facturen op in opdracht van [verdachte] of [medeverdachte] .195 Een Turkse man uit Duitsland bepaalde wat er op de facturen moest komen te staan.196 De facturen zijn naar Duitsland gegaan.197 Het geld kwam vervolgens binnen op de bankrekening en [verdachte] of [betrokkene 1] verdeelde dit geld over verschillende rekeningen. Vervolgens namen [verdachte] en [betrokkene 1] dit geld contant op.198 heeft verklaard dat hij van de overgemaakt bedragen 5% kreeg en dat hij dit geld moest delen met [betrokkene 27] , [betrokkene 28] en [medeverdachte] en dat hij ook, onder meer, [betrokkene 1] van dit geld betaalde. De resterende 95% van het overgemaakte en contant opgenomen geld ging terug naar de man die het geld overgeboekt had, een Turk uit Duitsland. Deze man kwam het geld altijd halen en [medeverdachte] gaf deze man dan zijn geld. [verdachte] heeft dit ook een keer gedaan.199

[verdachte] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat de Duitse contacten via [medeverdachte] liepen.200

Verklaring [betrokkene 1]

heeft verklaard dat hij de facturen voor [bedrijf 5]201 en voor [bedrijf 6]202 heeft gemaakt. De [bedrijf 30] was een connectie van [medeverdachte] de werkzaamheden op de facturen gericht aan deze firma zijn niet uitgevoerd.203 Volgens [betrokkene 1] is het vier keer gebeurd dat er geld werd gestort en doorgestort. Dat geld moest er dan afgehaald worden. Er kon maar € 10.000,- per keer worden opgenomen. Hij en [verdachte] moesten het geld dan verdelen over andere bedrijven van [verdachte] . Als het geld was gestort, belde [verdachte] om te vertellen naar welke rekening het geld moest worden doorgestort. [betrokkene 1] keek dan of de rekening in de plus stond en dan stortte hij het door. [betrokkene 1] vroeg eerst bij de bank of er voldoende geld in huis was, omdat ze niet altijd genoeg geld op kantoor hadden liggen. [betrokkene 1] ging dat geld dan halen. Er ging ook weleens een Turk mee ter controle. [verdachte] haalt ook een deel van het geld op. [betrokkene 1] moest soms hele dagen op de computer kijken of er geld gestort was. Het geld ging vervolgens naar [medeverdachte] of naar iemand anders van zijn groep, zoals [betrokkene 27] . Er kwam dan een grote Koerdische leider om het geld op te halen. [medeverdachte] gaf hem het geld.204 [verdachte] deelde het geld met [medeverdachte] .205

[betrokkene 1] heeft verklaard dat hij vanaf augustus 2012 voor [verdachte] werkt206 en dat hij eerst alleen van [verdachte] opdrachten kreeg en dat vanaf mei/juni 2013 [medeverdachte] erbij kwam.207 Voor zijn werkzaamheden kreeg hij betaald, € 2.000,- per maand van [verdachte] en [medeverdachte] .208 Bij [bedrijf 6] was het [medeverdachte] die alles bepaalde.209

Verklaring van [medeverdachte]

heeft verklaard dat hij [verdachte] vanaf eind 2010 kent en dat hij vanaf februari/maart 2013 op het zelfde adres als [verdachte] kantoor hield, te weten in Nieuw-Bergen.210 verklaart verder211 dat hij in de zomer van 2013 op kantoor zat met [betrokkene 28] , [betrokkene 27] en [verdachte] en dat toen gesproken is over het gebruik van een rekening en dat [betrokkene 28] toen iemand heeft gebeld waarna [betrokkene 29] , de man van [bedrijf 30]212 op kantoor is gekomen. [verdachte] zou toen 6% hebben bedongen, 1% voor de Koerdische vereniging die heeft bemiddeld en 5% voor [verdachte] . Turkse mensen hebben het geld vervolgens op de rekening van [verdachte] gestort en [verdachte] of [betrokkene 1] hebben het vervolgens opgenomen. Het geld werd dan op tafel gelegd. [betrokkene 29] nam 94% mee. Aan [medeverdachte] is door [verdachte] geld aangeboden. De dingen die zijn gefactureerd hebben nooit plaatsgevonden en de facturen zijn dus vals. [betrokkene 29] heeft met [betrokkene 1] steeds besproken wat er op de facturen moest staan.213 [betrokkene 1] maakte de facturen.214 Er werd altijd tussen de € 20.000 en € 30.000,- overgeboekt door [betrokkene 29] .215

De hiervoor aangehaalde verklaringen van [medeverdachte] , [verdachte] en [betrokkene 1] sluiten op elkaar aan en de daarin beschreven feitelijke gang van zaken komt in belangrijke mate en op een groot aantal essentiële punten overeen. Onduidelijk blijft, en dat blijkt ook uit de overige inhoud van het dossier niet, waar het geld precies vandaan kwam, waar het naartoe ging en waarom voor deze constructie/gang van zaken is gekozen.

De verdediging meent dat deze onduidelijkheid maakt dat niet, althans met onvoldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat het geld dat op de rekeningen van [bedrijf 5] en [bedrijf 6] werd bijgeschreven van misdrijf afkomstig is. Verdachte zou daarom, zo is bepleit, moeten worden vrijgesproken.

De rechtbank volgt de verdediging hierin niet.

Hoewel in de onderhavige zaak geen misdrijf aanwijsbaar is waaruit het bij verdachte aangetroffen geldbedrag afkomstig is, rechtvaardigen de hiervoor genoemde feitelijke en in alle opzichten (vergeleken met het normale verloop van transacties in het handelsverkeer) zeer ongebruikelijke gang van zaken, het sterke vermoeden dat de bijgeschreven en vervolgens contant gemaakte geldbedrag van enig misdrijf afkomstig zijn. Hierbij acht de rechtbank van belang dat het geld afkomstig was van buitenlandse bedrijven en dat het ging om frequente stortingen. Ook van belang is de omstandigheid dat het geld contant is gemaakt en grotendeels weer contant is meegegeven aan dezelfde, uit Duitsland afkomstige persoon.

Gelet op de gang van zaken, waarbij valse facturen kennelijk ten grondslag zijn gelegd aan de betalingen door een bedrijf, werd minst genomen belastingfraude gepleegd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat het geld (mede) van misdrijf afkomstig is. De handelingen die vervolgens met het geld plaatsvinden, te weten het doorstorten naar andere rekeningen en/of het contant maken en verdelen onder de betrokkenen, zijn handelingen waardoor de ware aard en herkomst van het geld wordt verhuld. Laatstgenoemde handelingen zijn ook handelingen die meer behelzen dan, en die niet gelijk gesteld kunnen worden aan het voorhanden hebben van de uit eigen misdrijf verkregen gelden.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat een bedrag van € 24.000,- dat op 14 juni 2013 is overgemaakt door [betrokkene 30] op rekening [rek.nr. 2] van [bedrijf 5] (D-470) is witgewassen. Hoewel dit geld deels contant is opgenomen en deels direct is doorgeboekt, blijkt uit het dossier verder niets met betrekking tot (de betrokkenen bij) deze boeking. De rechtbank kan het bedrag in ieder geval niet plaatsen in de hierboven door [verdachte] , [betrokkene 1] en [medeverdachte] beschreven constructie.

De rechtbank acht gelet op het vorenstaande dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen en in vereniging met [medeverdachte] , [betrokkene 1] en [betrokkene 29] de in dit onderdeel van de tenlastelegging genoemde bedragen heeft witgewassen.

Algemene overweging ten aanzien van feit 8

De rechtbank is tevens van oordeel, gelet op de bewezenverklaarde periode en de hoeveelheid witgewassen geldbedragen, dat verdachte en zijn mededaders van witwassen een gewoonte hebben gemaakt.

Ten aanzien van feit 9

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder 9 ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair ten aanzien van dit feit op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Er was geen sprake van een gestructureerd duurzaam samenwerkingsverband, maar slechts van een los verband van samenwerkende personen. Er waren geen gemeenschappelijke regels noch een gemeenschappelijke doelstelling.

Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat de rol van verdachte niet kan worden aangemerkt als die van leidinggevende. Uit het dossier kan worden afgeleid dat medeverdachte [medeverdachte] in de hiërarchie boven verdachte stond.

Feiten en beoordeling door de rechtbank

Georganiseerd samenwerkingsverband en oogmerk

Zoals bij de feiten 1 tot en met 8 bewezen is verklaard, heeft verdachte feitelijk leiding gegeven aan bedrieglijke bankbreuk en gewoontewitwassen waarbij op grote schaal valsheid in geschrift werd, medegepleegd. Op grond van de hiervoor ten behoeve van de bewezenverklaring van die feiten opgenomen redengevende feiten en omstandigheden, kan worden vastgesteld dat verdachte gedurende geruime tijd deel heeft uitgemaakt van een georganiseerd samenwerkingsverband met achtereenvolgens [betrokkene 8] (tot en met 2012) en [medeverdachte] en [betrokkene 1] (in 2013), welk samenwerkingsverband het plegen van misdrijven tot oogmerk had. De feitelijke werkzaamheden van de organisatie waren immers gericht op valsheid in geschrift en witwassen. De rechtbank is op grond van de bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de criminele organisatie.

Voor een onderbouwing van deze bewezenverklaring verwijst de rechtbank naar hetgeen hierboven ten aanzien van de bedrieglijke bankbreuken, de valsheid in geschrift en het witwassen is opgemerkt.

Het verweer van de verdediging dat een dergelijk samenwerkingsverband niet bestond, wordt naar het oordeel van de rechtbank door de bewijsmiddelen weerlegd. Uit de bewijsmiddelen blijkt immers dat bij herhaling en volgens een min of meer vast patroon bedrieglijke bankbreuk werd gepleegd, waarbij telkens in ieder geval [verdachte] en [betrokkene 8] betrokken waren. Voorts werden bij herhaling en gedurende langere tijd vennootschappen en rekeningen daarvan gebruikt voor het witwassen van gelden. Ook hier is sprake van een patroon waarbij [verdachte] en [betrokkene 8] (zie hiervoor hetgeen onder feit 8 is besproken met betrekking tot [gefailleerde 1] , [gefailleerde 4] , [gefailleerde 5] en [bedrijf 4] ) en later ook [betrokkene 1] en [medeverdachte] (zie hiervoor hetgeen onder feit 8 is besproken met betrekking tot [bedrijf 6] en [bedrijf 5] ) betrokken zijn.

Tevens is de rechtbank van oordeel dat de organisatie waaraan wordt deelgenomen het plegen van misdrijven tot oogmerk had, immers de feitelijke werkzaamheden van de organisatie waren gericht op valsheid in geschrift en witwassen. Dat gebeurde volgens een vast patroon.

Betrokkenheid [betrokkene 3]

De betrokkenheid van [betrokkene 3] is niet eerder bij een van de hiervoor besproken feiten aan de orde gekomen. [verdachte] heeft verklaard dat [betrokkene 3] de boekhouding doet voor bedrijven en ook de boekhouding deed voor het bedrijf van [medeverdachte] , [bedrijf 38] .216 heeft volgens [verdachte] valse balansen opgemaakt. [betrokkene 3] keek naar de cijfers en paste ze waar nodig aan omdat de B.V.’s kredietwaardig moesten zijn omdat de B.V.’s moesten worden verkocht. [verdachte] noemt dit het oppoetsen van balansen. Ook deponeerde [betrokkene 3] voor [verdachte] balansen bij de kamer van Koophandel. 217

[betrokkene 3] heeft verklaard in 2013 voor vier vennootschappen, waaronder voor [bedrijf 5] balansen te hebben opgepoetst op verzoek van [verdachte] .218 [verdachte] heeft hem weleens gevraagd of hij balansen of winst- en verliesrekeningen cijfermatig wilde aanpassen om een financieel gunstiger beeld te maken.219 Hij heeft vervolgens een balans opgemaakt en in het voordeel van de vennootschap afgerond. Omdat de administratie niet volledig was, heeft hij het resultaat deels door schatting vastgesteld.220

Op de computer van [betrokkene 3] zijn jaarcijfers 2010, 2011 en 2012 van [bedrijf 6] aangetroffen in welke jaarcijfers de vennootschap kapitaalkrachtiger wordt voorgedaan, dan in werkelijkheid het geval was.221 [betrokkene 3] wist dat er geen activiteiten binnen [bedrijf 6] plaatsvonden. De cijfers in de balans doen voorkomen dat wel activiteiten plaatsvinden binnen de vennootschap. [betrokkene 3] heeft aan [verdachte] doorgegeven hoe de cijfers eruit moeten zien. [verdachte] had verteld dat hij een kapitaalkrachtige B.V. wilde. De balansen zijn volgens [betrokkene 3] vals. [betrokkene 3] heeft voor [bedrijf 6] fictieve cijfers gebruikt222 [betrokkene 3] verklaart voorts valse loonstroken te hebben gemaakt voor [betrokkene 1] zodat [betrokkene 1] een huurwoning kon krijgen. 223 Ook [verdachte] verklaart dat [betrokkene 3] voor [betrokkene 1] een keer valse loonstroken heeft opgemaakt.224 [betrokkene 3] verklaart dat hij ook een valse balans en een valse winst- en verliesrekening van [bedrijf 38] gemaakt op verzoek van [medeverdachte] om aan een makelaar over te leggen zodat [medeverdachte] een woning kon krijgen.225 [verdachte] en [medeverdachte] werkten volgens [betrokkene 3] samen.226

Ook volgens [betrokkene 1] heeft [betrokkene 3] de jaarcijfers voor bedrijven opgepoetst en verzorgde hij de administratie van [medeverdachte] . Onder meer de cijfers van [betrokkene 32] zijn opgepoetst met fictieve cijfers omdat de kredietwaardigheid omhoog moest. [betrokkene 3] is een paar keer in Bergen geweest.227 [betrokkene 3] heeft voor hem een aantal salarisstroken gemaakt met daarop een ander salaris, dan feitelijk het geval was. Dat was voor de aanvraag van een huurwoning.228

Gelet op het vorenstaande kan ook verdachte [betrokkene 3] tot genoemd samenwerkingsverband worden gerekend. [betrokkene 3] heeft naar het oordeel van de rechtbank een aandeel gehad in dan wel gedragingen ondersteund die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het criminele oogmerk van de organisatie. Verdachte heeft immers op verzoek van [verdachte] en [medeverdachte] valsheid in geschrift gepleegd. De valse stukken ten behoeve van het verkrijgen van een (huur)woning droegen ook bij aan het kunnen witwassen (door het doen van huurbetalingen) van het door de leden van de criminele organisatie zwart verdiend geld.

Partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen dat de organisatie het oogmerk van het plegen van verduistering in dienstbetrekking en het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, een beroep of gewoonte maken, bewezen. Het dossier gaat op deze elementen in de tenlastelegging slechts zijdelings in. De rechtbank zal verdachte daarom van deze onderdelen vrijspreken.

Ten aanzien van feit 10

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

  • -

    de door verdachte ter terechtzitting van 20 januari 2015 afgelegde verklaring;

  • -

    proces-verbaal van verhoor van verdachte, V01-05, p. 7087;

  • -

    leningsovereenkomsten 2010, 2011, 2012 en 2009, D-146 (p. 11312), D-147 (p. 11314), D-148 (p. 11316) en D-421 (p. 13139);

  • -

    proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 1] , V06-04, p. 7238-7239;

  • -

    proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 31] , V011-01, p. 7424-7426.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair, 6 primair, 7 primair, 8, 9 en 10 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

[gefailleerde 1] ,

welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank in Arnhem d.d. 25 oktober 2011 in staat van faillissement is verklaard,

in de periode van 6 april 2011 tot en met 20 november 2013,

te Venray en/of Tiel en/of Dodewaard en/of Rhenen en/of elders in Nederland,

ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van voornoemde rechtspersoon,

goederen aan de boedel heeft onttrokken,

immers heeft zij voorafgaand aan en na het faillissement, meerdere geldbedragen, te weten een bedrag van 20.000 euro en 10.000 euro en 9.600 euro en 15.000 euro en 10.000 euro en 5.000 euro en 15.000 euro en 5.000 euro (samen 89.600 euro), bestemd voor de gefailleerde, zonder geldige titel of rechtsgrond, niet op de eigen rekening van de gefailleerde laten betalen en/of laten overboeken naar andere bankrekeningen dan die van de gefailleerde en/of

vanuit de bankrekening van de gefailleerde naar andere (rechts)personen overgemaakt of laten overmaken,

en/of niet voldaan aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en - daartoe uitgenodigd en aangemaand door de curator - tevoorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers als in dat artikel bedoeld,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met meer natuurlijke personen en een rechtspersoon feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedragingen;

2.

[gefailleerde 2] ,

welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank in Arnhem d.d. 10 april 2012 in staat van faillissement is verklaard,

in de periode van 8 juni 2011 tot en met 20 november 2013,

te Venray en/of Tiel en/of elders in Nederland,

ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van voornoemde rechtspersoon,

niet voldaan aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en - daartoe uitgenodigd en aangemaand door de curator - tevoorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers als in dat artikel bedoeld,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een natuurlijke persoon en rechtspersoon feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging;

3.

[gefailleerde 3] , tot 21 juli 2011 genaamd [gefailleerde 3] ,

welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank in Arnhem d.d. 6 maart 2012 in staat van faillissement is verklaard,

in de periode van 1 juli 2011 tot en met 20 november 2013,

te Venray en/of Dodewaard en/of elders in Nederland,

ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van voornoemde rechtspersoon,

goederen aan de boedel had/heeft onttrokken,

immers heeft zij

- de (bedrijfs)inventaris, waaronder kantoormeubilair en computerapparatuur en gereedschap onttrokken aan de boedel

en niet voldaan aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en - daartoe uitgenodigd en aangemaand door de curator - tevoorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers als in dat artikel bedoeld,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een natuurlijke persoon en rechtspersoon feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging;

4.

[gefailleerde 4] ,

welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank in Arnhem d.d. 4 oktober 2011 in staat van faillissement is verklaard,

in de periode van 1 juli 2011 tot en met 20 november 2013,

te Venray en/of Dodewaard en/of elders in Nederland,

ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van voornoemde rechtspersoon,

goederen aan de boedel had/heeft onttrokken,

immers heeft zij

- voorafgaand aan en na het faillissement, meerdere geldbedrage), te weten een bedrag van 9.000 euro en 6.500 euro en 1.000 euro en 2.600 euro en 5.000 euro en 1.000 euro en 1.000 euro en 1.000 euro en 1.000 euro en 1.000 euro (samen 29.100 euro), bestemd voor de gefailleerde, zonder geldige titel of rechtsgrond, niet op de eigen rekening van de gefailleerde laten betalen en/of laten

overboeken naar andere bankrekeningen dan die van de gefailleerde en/of vanuit de bankrekening van de gefailleerde naar andere (rechts)personen overgemaakt of laten overmaken, en

- een of meerdere geldbedragen, te weten (een) bedrag(en) van 8.000 euro en/of 12.000 euro (samen 20.000 euro), onttrokken of laten onttrekken aan de zogeheten G-rekening van de gefailleerde rechtspersoon, middels het accorderen en/of laten uitvoeren van betalingen vanaf de G-rekening aan [bedrijf 1] en [bedrijf 2] , en

- de (bedrijfs)inventaris, waaronder kantoormeubilair en computerapparatuur en gereedschap onttrokken aan de boedel,

en niet voldaan aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en - daartoe uitgenodigd en aangemaand door de curator - tevoorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers als in dat artikel bedoeld,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een natuurlijke persoon en rechtspersoon feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging;

5.

[gefailleerde 5] , tot 21 juli 2011 genaamd [gefailleerde 5] ,

welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank in Arnhem d.d. 4 oktober 2011 in staat van faillissement is verklaard,

in de periode van 1 juli 2011 tot en met 20 november 2013,

te Venray en/of Dodewaard en/of elders in Nederland,

ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van voornoemde rechtspersoon,

goederen aan de boedel had/heeft onttrokken,

immers heeft zij

- voorafgaand aan en na het faillissement, een of meerdere geldbedrag(en), te weten (een) bedrag(en) van 12.000 euro en/of 2.000 euro en/of 1.500 euro (samen 15.500 euro), althans enig geldbedrag, bestemd voor de gefailleerde, zonder geldige titel of rechtsgrond, niet op de eigen rekening van de gefailleerde laten betalen en/of laten overboeken naar andere bankrekeningen dan die van de gefailleerde en/of vanuit de bankrekening van de gefailleerde

naar andere (rechts)personen overgemaakt of laten overmaken, en

- meerdere geldbedragen, te weten een bedrag van 6.000 euro en 4.000 en 5.000 euro (samen 15.000 euro), onttrokken of laten onttrekken aan de zogeheten G-rekening van de gefailleerde rechtspersoon, middels het accorderen en/of laten uitvoeren van betalingen vanaf de G-rekening aan [bedrijf 3] en [bedrijf 2] , en

- de (bedrijfs)inventaris, waaronder kantoormeubilair en computerapparatuur en gereedschap onttrokken aan de boedel,

en niet voldaan aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en - daartoe uitgenodigd en aangemaand door de curator - tevoorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers als in dat artikel bedoeld,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een natuurlijke persoon en rechtspersoon feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging;

6.

[gefailleerde 6] ,

welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank in 's-Gravenhage d.d. 14 juni 2011 in staat van faillissement is verklaard,

in de periode van 2 april 2010 tot en met 20 november 2013,

te Venray en/of Rijswijk en/of elders in Nederland,

ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van voornoemde rechtspersoon,

niet voldaan aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en - daartoe uitgenodigd en aangemaand door de curator - tevoorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers als in dat artikel bedoeld,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een natuurlijke persoon en rechtspersoon feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging;

7.

[gefailleerde 7] ,

welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank in 's-Gravenhage d.d. 24 september 2013 in staat van faillissement is verklaard,

in de periode van 18 juli 2013 tot en met 20 november 2013,

te Venray en/of Hardinxveld Giessendam en/of Maasdijk

ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van voornoemde rechtspersoon, goederen aan de boedel had/heeft onttrokken,

immers heeft zij,

- voorafgaand aan en na het faillissement, meerdere geldbedragen, te weten een bedrag van 6.563,04 euro en 40.000 euro en 37.000 euro, bestemd voor de gefailleerde, zonder geldige titel of rechtsgrond, laten overboeken naar andere bankrekeningen dan die van de gefailleerde en

- de (bedrijfs)inventaris, waaronder kantoormeubilair en computerapparatuur onttrokken aan de boedel,

en niet voldaan aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en - daartoe uitgenodigd en aangemaand door de curator - tevoorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers als in dat artikel bedoeld,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een natuurlijke persoon feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedragingen;

8.

hij, in de periode van 1 januari 2010 tot en met 20 november 2013,

in Nederland,

tezamen en in verenging met meer natuurlijke natuurlijke personen en een rechtspersoon,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben verdachte en verdachtes mededaders telkens, van een of meerdere geldbedragen, te weten:

- 20.000 euro en 10.000 euro en 9.600 euro en 15.000 euro en 10.000 euro en 5.000 euro en 15.000 euro en 5.000 euro (samen 89.000 euro), afkomstig uit en/of onttrokken aan de boedel van (gefailleerde) rechtspersoon [gefailleerde 1] , en

- 8.000 euro en 6.500 euro en 1.000 euro en 2.600 euro en 5.000 euro en1.000 euro en 1.000 euro en 1.000 euro en 1.000 euro en 1.000 euro (samen 28.100 euro), afkomstig uit en/of onttrokken aan de boedel van (gefailleerde) rechtspersoon [gefailleerde 4] , en

- 12.000 euro en 2.000 euro en 1.500 euro en 6.000 euro en 4.000 en 5.000 euro (samen 30.500 euro) afkomstig uit en/of onttrokken aan de boedel van (gefailleerde) rechtspersoon [gefailleerde 5] (tot 21 juli 2011 genaamd [gefailleerde 5] ), en geldbedragen, zijnde bedragen van stortingen en/of overboekingen en/of (contante) opnames die hebben plaatsgevonden op/van/via de rekening [rek.nr. 1] ten name van [bedrijf 4] en/of verkregen via valselijk opgemaakte facturen op naam van [bedrijf 4] , en

-60.000 euro en 60.000 euro en 30.300 euro en 40.000 euro en 38.250 euro en 49.000 euro en 37.000 euro en 44.500 euro en 15.500 euro en 15.000 (samen 389.550 euro), zijnde bedragen van stortingen en/of overboekingen en/of (contante) opnames die hebben plaatsgevonden op/van/via de rekening [rek.nr. 2] ten name van [bedrijf 5] en/of verkregen via valselijk opgemaakte facturen op naam van [bedrijf 5] , en

- 4.400 euro en 38.800 euro en 50.000 euro en 13.500 euro en 14.000 euro en 12.000 euro en 39.500 euro en 43.200 euro en 16.200 (samen 231.600), zijnde bedragen van stortingen en/of overboekingen en/of (contante) opnames die hebben plaatsgevonden op/van/via de rekening [rek.nr. 3] ten name van [bedrijf 6] en/of verkregen via valselijk opgemaakte facturen op naam van [bedrijf 6] ,

de werkelijke aard en/of herkomst verborgen en/of verhuld, en of voornoemde geldbedragen, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of over heeft gedragen en/of omgezet en/of gebruik heeft gemaakt,

terwijl verdachte en verdachtes mededaders telkens wisten, althans redelijkerwijs moesten vermoeden, dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf;

9.

hij,

in de periode van 1 januari 2010 tot en met 20 november 2013,

te Venray en/of Heijen en/of elders in Nederland,

heeft leiding gegeven, aan een organisatie, bestaande uit onder meer verdachte en [bedrijf 4] (voorheen [bedrijf 4] ) en [medeverdachte] en [betrokkene 1] en [betrokkene 3] ,

die tot oogmerk heeft/had het plegen van misdrijven, namelijk te weten:

- bedrieglijke bankbreuk, als bedoeld in artikel 341 Wetboek van Strafrecht, en/of

- valsheid in geschrifte, als bedoeld in artikel 225 Wetboek van Strafrecht, en/of

- het witwassen van geld en/of goederen, als bedoeld in artikel 420bis Wetboek van Strafrecht;

10.

hij,

in de periode van 1 september 2013 tot en met 20 november 2013,

te Venray en Heijen en Biezenmortel en Veenendaal en Eindhoven,

tezamen en in verenging met meer natuurlijke personen

meerdere geschrift(en), te weten vier (lenings)overeenkomsten op naam van [bedrijf 7] of [bedrijf 8] (bijlagen D-146, D-147, D-148 en D-421),voor in werkelijkheid niet bestaande leningen,

die bestemd waren om tot bewijs van enige feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, met het oogmerk om het als echt en onvervalst door anderen te doen gebruiken.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 tot en met 7 primair, telkens:

Medeplegen van bedrieglijke bankbreuk, gepleegd door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging.

Ten aanzien van feit 8:

Medeplegen van gewoontewitwassen.

Ten aanzien van feit 9:

Als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Ten aanzien van feit 10:

Medeplegen van valsheid in geschrifte, meermalen gepleegd.

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 tot en met 7 primair, 8, 9 en 10 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot:

  • -

    een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

  • -

    ontzetting van de uitoefening van het beroep van het zijn van statutair bestuurder van rechtspersonen voor de duur van 5 jaar, ingaande nadat verdachte zijn straffen heeft uitgezeten.

  • -

    openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak met vermelding van de personalia van verdachte.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de onder verdachte in beslag genomen goederen verbeurd worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht ten voordele van verdachte rekening te houden met het volgende:

  • -

    verdachte heeft in deze zaak slechts een ondergeschikte rol ingenomen.

  • -

    verdachte heeft zijn volledige medewerking verleend aan het onderzoek.

  • -

    verdachte heeft in totaal een bedrag van € 92.311,50 verdiend aan de ten laste gelegde feiten.

  • -

    verdachte verblijft sinds 20 november 2013 in voorlopige hechtenis. Dit was voor hem een moeilijke periode. De faciliteiten in een huis van bewaring zijn niet afgestemd op het postuur van verdachte.

  • -

    artikel 63 wetboek van strafrecht is van toepassing.

  • -

    verdachte zal na de executie van de onderhavige strafzaak waarschijnlijk weer in hechtenis worden genomen voor de executie van een Nederlandse strafzaak en een openstaande strafzaak in België.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 2 december 2014; en

 een Reclasseringsadvies (beknopt), d.d. 12 februari 2014.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft een gewoonte gemaakt van faillissementsfraude. Hij kan worden bestempeld als beroepsfraudeur, voor wie het faillissement een doelbewust instrument is op onrechtmatige wijze vermogen aan de boedel te onttrekken of zich te verrijken ten koste van anderen. Dit doet verdachte door B.V.’s die in het zicht van een faillissement zijn, over te nemen, de B.V.’s ‘leeg te trekken’ en vervolgens niets meer van zich te laten horen, waardoor schuldeisers met lege handen achterblijven. Verdachte deed dit samen met anderen in een georganiseerd crimineel verband. Daarnaast heeft verdachte de op deze onrechtmatige wijze verkregen gelden op grote schaal witgewassen. Door het handelen van verdachte is een behoorlijke afwikkeling van de faillissementen van de vennootschappen gefrustreerd en zijn zowel de boedel als de Nederlandse staat aanzienlijk benadeeld. Mede gelet op het strafblad van verdachte waarop de nodige veroordelingen voor soortgelijke feiten staan, is een gevangenisstraf een passende en ook geboden reactie.

Bij de bepaling van de hoogte van de straf heeft de rechtbank naast vorenstaande in het voordeel van verdachte rekening gehouden met zijn constructieve proceshouding. Verdachte wilde schoon schip maken en heeft zijn volledige medewerking verleend aan het onderzoek. Verdachte heeft ook oprechte spijt getoond. Daarnaast houdt de rechtbank er rekening mee dat de detentie verdachte – gezien zijn postuur – zeer zwaar valt.

Alles afwegende zal de rechtbank verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Deze straf is lager dan de straf die door de officier van justitie is geëist, omdat de rechtbank in hogere mate rekening heeft gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft deze misdrijven begaan in de uitoefening van het beroep van statutair directeur. Om de maatschappij verder te beschermen zal de rechtbank verdachte ontzetten van de uitoefening van dit beroep voor de duur van 5 jaar, ingaande nadat veroordeelde zijn straffen heeft uitgezeten.

De rechtbank zal tevens als bijkomende straf de openbaarmaking van dit vonnis gelasten. Hierbij weegt, gelet op aard en de ernst van de bewezen strafbare feiten en de gewoonte van verdachte dergelijke misdrijven te plegen, zoals in de strafmotivering weergegeven, mee dat de maatschappij tegen verdachte moet worden beschermd. De openbaarmaking zal dienen te geschieden door middel van publicatie van dit niet geanonimiseerde vonnis op www.rechtspraak.nl. Aangezien hiermee geen of verwaarloosbare kosten gemoeid zijn, zal de rechtbank de kosten van openbaarmaking op nihil schatten en kan dientengevolge artikel 36 lid 3 juncto artikel 24c Sr buiten beschouwing blijven.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 28, 33, 33a, 36, 47, 51, 57, 63, 140, 225, 341, 349, 420bis en 420 ter van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

ontzetting van de uitoefening van het beroep van statutair bestuurder van rechtspersonen voor de duur van 5 jaar, ingaande nadat veroordeelde zijn straffen heeft uitgezeten.

Gelast de openbaarmaking van dit vonnis na het onherroepelijk worden daarvan, met vermelding van de personalia van verdachte, door publicatie ervan op www.rechtspraak.nl, waartoe het Openbaar Ministerie dit vonnis dient aan te bieden aan de redactie van voornoemde website.

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

Printer, scooter, beauty bodyslimmingsuit met airpressure en bijbehorende cabine, 22-delige gereedschapsset, ijzerkist met gereedschap, 2 powertools in koffer, blauwe kist met accuboot, 2 grijze koffers met gereedschap, blauwe koffer met accuboormachine, 2 zwarte met grijze koffers met gereedschap, messenset in een rol, grijze koffer met gereedschap, 4 bruine bestekkoffers, gele bestekkoffer, bruine attachékoffer met bestek, 2 messenblokken Classic Royal, 2 hutkoffers Kraftmeister, Trolley met gereedschap Kraftmetals, Trolley met gereedschap Kraftman, Quad Raptor 700 R (Yamaha), 6 mobiele generators (model OHV-8500), 7 professional line tool kits, pannenset, mobiele generator (model OHV-8500, zonder doos), bosmaaier, 6 professional line tool kits, 2 21-delige powertools in doos, 2 pannensets (ZZ 12 steel), 5 zitbanken, 3 dozen met 2 stoelen, 1 stoel, twindrillset, vrachtauto (Daf met kenteken BP-SV-58), 4 Craftwork gereedschapskisten, documenten.

Aldus gewezen door:

mr. G.M.L. Tomassen (voorzitter), mr. W.L.F. Prisse en mr. D.R. Sonneveldt, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.B. Wichman, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 februari 2015.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de Belastingdienst/FIOD, kantoor Zwolle, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 51315, gesloten op 10 maart 2014, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Uittreksel Kamer van Koophandel, D-035, p. 10173-10175.

3 Uittreksel Kamer van Koophandel, D-034, p. 10168-10169.

4 Proces-verbaal zaal 1, p. 39.

5 Akte overdracht van aandelen D-253, p. 12120-12123; rapport inactief bedrijf, D-447, p. 13208-13209.

6 Akte overdracht van aandelen D-557, p. 13448-13451.

7 Uittreksel Kamer van Koophandel, D-034, p. 10168-10169.

8 Uittreksel Kamer van Koophandel, D-035, p. 10173-10175.

9 Aangifte curator, D-441, p. 13181-13186.

10 Rekeningafschrift, D-269, p. 12202.

11 Rekeningafschrift, D-099, p. 11144.

12 Rekeningafschrift, D-100, p. 11145.

13 Rekeningafschrift, D-101, p. 11146.

14 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, V-01-08, p. 7108.

15 Rekeningafschrift, D-270, p. 12204.

16 Rekeningafschrift, D-271, p. 12205.

17 Rekeningafschrift, D-272, p. 12208.

18 Rekeningafschrift, D-273, p. 12218.

19 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, V-01-08., p. 7107.

20 Rekeningafschrift, D-270, p. 12204.

21 Rekeningafschrift, D-270, p. 12204.

22 Rekeningafschrift, D-426, p. 13145.

23 Rekeningafschrift, D-272, p. 12208.

24 Rekeningafschrift, D-272, p. 12208.

25 Rekeningafschrift, D-273, p. 12218.

26 Rekeningafschrift, D-273, p. 12218.

27 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, V-01-08, p. 7107-7109.

28 De door verdachte ter terechtzitting van 20 januari 2015 afgelegde verklaring.

29 Aangifte curator, D-441, p. 13184.

30 Proces-verbaal van verhoor Van [betrokkene 4] , V-04-01, p. 7182.

31 Aangifte curator, D-441, p. 13184.

32 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, V-01-08, p. 7104-7105.

33 Uittreksel Kamer van Koophandel, D-062, p. 10256-10259.

34 Uittreksel Kamer van Koophandel, D-064, p. 10264.

35 Uittreksel Kamer van Koophandel, D-062, p. 10256.

36 Aangifte curator, D-440, p. 13173 en p. 13179.

37 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, V-01-05, p. 7088.

38 Aangifte curator, D-440, p. 13179.

39 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, V-01-09, p. 7112.

40 Uittreksel Kamer van Koophandel, D-024, p. 10120.

41 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, V-01-11, p. 7123-7125.

42 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, V-01-05, p. 7088.

43 Uittreksel Kamer van Koophandel, D-023, p. 10113-10115.

44 Vonnis rechtbank Arnhem, D-012, p. 10056; aangifte curator, D-440, p. 13179.

45 Uittreksel Kamer van Koophandel, D-021, p. 10099.

46 Vonnis rechtbank Arnhem, D-002, p. 10016.

47 Overzicht boedel- en preferente en concurrente crediteuren D-6

48 Rekeningafschrift, D-031, p. 10155.

49 Rekeningafschrift, D-272, p. 12209-12210.

50 Rekeningafschrift, D-032, p. 10157.

51 Rekeningafschrift, D-032, p. 10159.

52 Rekeningafschrift, D-032, p. 10158.

53 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, V-01-11, p. 7132-7133.

54 Rekeningafschrift, D-234, p. 12074.

55 Proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 12] , G-10-01, p. 9 van 11.

56 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, V-01-11, p. 7130.

57 Rekeningafschrift, D-240, p. 12084.

58 Rekeningafschrift, D-241, p. 12085.

59 Mail [betrokkene 33] Belastingdienst m.b.t. mutaties G-rekening, D-534, p. 13368.

60 Brieven Belastingdienst aan [betrokkene 36] , D-535 en D-538, p. 13369-13370 en 13375-13376.

61 Uittreksel Kamer van Koophandel, D-022, p. 10105-10106.

62 Vonnis rechtbank Arnhem, D-003, p. 10018.

63 Overzicht boedel- en preferente en concurrente crediteuren D-7

64 Rekeningafschrift, D-031, p. 10153.

65 Rekeningafschrift, D-031, p. 10152-10153.

66 Rekeningafschrift, D-031, p. 10153.

67 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, V-01-11, p. 7132-7133.

68 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, V-01-05, p. 7086.

69 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, V-01-11, p. 7124.

70 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, V-01-05, p. 7084-7088.

71 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, V-01-11, p. 7129.

72 Proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 34] , V-07-07, p. 7326.

73 Proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 13] , G-011, p. 4 van 6.

74 Proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 14] , G-012, p. 5 en 6 van 8.

75 Proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 12] , G-10-01, p. 5 van 11.

76 Aangifte curator, D-440, p. 13179.

77 Aangifte curator, D-439, p. 13169.

78 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] , G-015.

79 Proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 11] , G-024, p. 4 van 7.

80 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, V-01-11, p. 7127, 7129.

81 Proces-verbaal OPV zaak 5, p. 232; mail [betrokkene 33] Belastingdienst m.b.t. mutaties G-rekening, D-534, p. 13368.

82 Rekeningafschrift, D-272, p. 12208.

83 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, V-01-11, p. 7133.

84 Uittreksel Kamer van Koophandel, D-066, p. 10267-10271.

85 Uittreksel Kamer van Koophandel, D-068, p. 10279.

86 Uittreksel Kamer van Koophandel, D-069, p. 10283.

87 Vonnis rechtbank ’s-Gravenhage, D-065, p. 10265.

88 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, V-01-05, p. 7088.

89 Aangifte curator, D-442, p. 13189.

90 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, V-01-05, p. 7087 en V01-10, p. 7116.

91 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, V-01-10, p. 7116.

92 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, V-01-10, p. 7118.

93 Een uittreksel Kamer van Koophandel, p. 11287, 11292, 11294, 11296.

94 De overeenkomst tot koop en verkoop van aandelen, p. 13001 t/m 13008.

95 De uitgewerkte telefoongesprekken, p. 269, 270, 271, 280.

96 Een uittreksel Kamer van Koophandel, p. 11292, 11296, 11297;

97 Een e-mail bericht van verdachte, p. 13152; Een uitdraai van de SNS-bank met het rekeningnummer van [bedrijf 21] , p. 5313.

98 De bankgegevens van [bedrijf 21] , p. 5074, 5075.

99 Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 18] , p. 2, 3.

100 Vonnis, p. 12530, 12531.

101 Proces-verbaal van verhoor van verdachte,V-01-14, p. 7159-7160.

102 De uitwerking van telefoongesprekken, p. 269, 270, 271, 282.

103 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 7160.

104 De aangifte van de curator, p. 13194, 13195.

105 De rechtbank verwijst voor het bewijs hiervan naar de onder feit 1 reeds opgenomen bewijsmiddelen.

106 D37 t/m D40 bankrekeningafschriften van rekening [rek.nr. 4] t.n.v. verdachte [verdachte] (p.1081 t/m p.10185)

107 D-270 t/m D-273 bankrekeningafschriften van rekening [rek.nr. 1] t.n.v. [bedrijf 4] (p.12204 t/m p.12219)

108 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 20 januari 2015 en diverse bankafschriften D37 t/m D-40 bankrekeningafschriften van rekening [rek.nr. 4] t.n.v. verdachte [verdachte] (p.1081 t/m p.10185), D-563 overzicht transacties d.d. 20 april 2011 op rekening [rek.nr. 6] van [verdachte] (p.13462), D-565 overzicht transacties d.d. 9 en 10 juli 2011 op rekening [rek.nr. 4] van [verdachte] (p.13464), D-284 overzicht overschrijvingen van rekening [rek.nr. 6] t.n.v. [verdachte] naar bankrekening 001067011 bij de [bank 1] t.n.v. van [betrokkene 19] , D-270 t/m D-273 bankrekeningafschriften van rekening [rek.nr. 1] t.n.v. [bedrijf 4] (p.12204 t/m p.12219), D-436 overzicht contante opnames van rekening [rek.nr. 1] t.n.v. [bedrijf 4] (p.13163) en D-245 overzicht contante opnames van rekening [rek.nr. 4] van [verdachte] (p.12099-12100).

109 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-01-08 p.8, 9 en 10 (p.7107, p.7108 en p.7109)

110 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 20 januari 2015.

111 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 20 januari 2015.

112 De rechtbank verwijst voor het bewijs hiervan naar de onder feit 4 reeds opgenomen bewijsmiddelen.

113 D-31 bankrekeningafschrift van rekening [rek.nr. 1] t.n.v. [bedrijf 4] (p.10151-10155)

114 D-32 bankrekeningafschrift van rekening [rek.nr. 4] van [verdachte] (p.10156-10159)

115 D-240 bankrekeningafschrift van rekening [rek.nr. 6] van [verdachte] eo [betrokkene 35] (p.12084) en D-241 bankafschrift van rekening [rek.nr. 1] t.n.v. [bedrijf 4] (p.12085-12088)

116 D-436 overzicht contante opnames van rekening [rek.nr. 1] van [bedrijf 4] (p.13163)

117 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 20 januari 2015 en bankafschriften D-245 overzicht contante opnames van rekening [rek.nr. 4] van [verdachte] (p.12099-12100)

118 Bankafschriften D-566 overzicht transacties d.d. 3 oktober 2011 op rekening [rek.nr. 6] van [verdachte] (p.13465), D-567 overzicht overboekingen op rekening [rek.nr. 1] van [bedrijf 4] van [bedrijf 14] (p.13466) en D-245 overzicht contante opnames van rekening [rek.nr. 4] van [verdachte] (p.12099-12100)

119 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-01-11 p.10 (p.7131)

120 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-01-11 p.11-12 (p.7132-7133) en verklaring verdachte ter terechtzitting van 20 januari 2015.

121 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 20 januari 2015.

122 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 20 januari 2015.

123 De rechtbank verwijst voor het bewijs hiervan naar de onder feit 5 reeds opgenomen bewijsmiddelen.

124 D-31 bankrekeningafschrift van rekening [rek.nr. 1] t.n.v. [bedrijf 4] (p.10151-10155)

125 D-534 mutaties G-rekening [gefailleerde 5] (p.13368)

126 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 20 januari 2015; bankafschriften D-31 bankrekeningafschrift van rekening [rek.nr. 1] t.n.v. [bedrijf 4] (p.10151-10155) en D-568 overzicht transacties 12 t/m 16 juli 2011 op rekening [rek.nr. 4] van [verdachte] (p.13467)

127 D-272 bankrekeningafschrift van rekening [rek.nr. 1] t.n.v. [bedrijf 4] (p.12206 t/m p.12217)

128 D-272 bankrekeningafschrift van rekening [rek.nr. 1] t.n.v. [bedrijf 4] (p.12206 t/m p.12217)en D-245 overzicht contante opnames van rekening [rek.nr. 4] van [verdachte] (p.12099-12100)

129 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-01-11 p.11-12 (p.7132-7133) en verklaring verdachte ter terechtzitting van 20 januari 2015.

130 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 20 januari 2015.

131 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 20 januari 2015.

132 D-25 uittreksel KvK [bedrijf 4] dd 24-5-2013 (p.10128-10133)

133 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] V-01-17 p.9 (p.7176)

134 D-533 p.5 rapport boekenonderzoek [bedrijf 27] (p.13364)

135 D-449 procuratieschema formulier (p.13216-13223)

136 D-533 p.5 rapport boekenonderzoek [bedrijf 27] (p.13364)

137 D-533 p.2 rapport boekenonderzoek [bedrijf 27] (p.13361)

138 D-509 t/m D-532 facturen van [bedrijf 4] en [bedrijf 26] aan [bedrijf 27] (p.13335-p.13358) en proces-verbaal zaak 8 witwassen p.29 (p.323)

139 D-509 t/m D-532 facturen van [bedrijf 4] en [bedrijf 26] aan [bedrijf 27] (p.13335-p.13358) en proces-verbaal zaak 8 witwassen p.30 (p.324)

140 D-533 p.3 rapport boekenonderzoek [bedrijf 27] (p.13362)

141 D-48 opstelling van ontvangsten op bankrekening [rek.nr. 1] van [bedrijf 4] van [bedrijf 27] (p.10195-10196)

142 D-48 opstelling van ontvangsten op bankrekening [rek.nr. 1] van [bedrijf 4] van [bedrijf 27] (p.10195-10196)

143 D-533 p.5 rapport boekenonderzoek [bedrijf 27] (p.13364)

144 D-533 p.5 rapport boekenonderzoek [bedrijf 27] (p.13364)

145 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-01-11 p.17 (p.7138)

146 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-01-11 p.16-17 (p.7137-7138)

147 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-01-17 p.2 (p.7169)

148 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-01-17 p.9 (p.7176)

149 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-01-08 p.4 (p.7103)

150 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-01-11 p.17 (p.7138)

151 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 20 januari 2015.

152 Uittreksel uit de Kamer van Koophandel D-104 (p.11168) en D-588

153 Uittreksel uit de Kamer van Koophandel D-369

154 D-482 factuur van [bedrijf 5] aan [bedrijf 28] (p.13283)

155 D-464 transacties rekening [bedrijf 5] d.d. 27 maart 2013 (p.13246)

156 D-481 factuur van [bedrijf 5] aan [bedrijf 28] (p.13282)

157 D-570 overzicht transactiesJara Holding 4 april 2013 (p.13469)

158 D-483 factuur van [bedrijf 5] aan [bedrijf 30] (p.13284)

159 D-468 transacties rekening [bedrijf 5] d.d. 9 en 10 mei 2013 (p.13250)

160 D-484 factuur van [bedrijf 5] aan [bedrijf 28] (p.13285)

161 D-467 transacties rekening [bedrijf 5] d.d. 19 april 2013 (p.13249)

162 D-485 factuur van [bedrijf 5] aan [bedrijf 30] (p.13286)

163 D-469 transacties rekening [bedrijf 5] d.d. 5 juni 2013 (p.13251)

164 D-486 factuur van [bedrijf 5] aan [bedrijf 30] (p.13287)

165 D-471 transacties rekening [bedrijf 5] d.d. 3 juli 2013 (p.13253)

166 D-487 factuur van [bedrijf 5] aan [bedrijf 30] (p.13288)

167 D-488 factuur van [bedrijf 5] aan [bedrijf 30] (p.13289)

168 D-489 factuur van [bedrijf 5] aan [bedrijf 30] (p.13290)

169 D-490 factuur van [bedrijf 5] aan [bedrijf 30] (p.13291)

170 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-01-17 p.4-5 (p.7171-7172)

171 Proces-verbaal zaak 08 (witwassen) p.31 (p.325).

172 D-464 transacties rekening [bedrijf 5] d.d. 27 maart 2013 (p.13246), D-570 overzicht transacties [bedrijf 5] 4 april 2013 (p.13469), D-468 transacties rekening [bedrijf 5] d.d. 9 en 10 mei 2013 (p.13250), D-467 transacties rekening [bedrijf 5] d.d. 19 april 2013 (p.13249), D-470 transacties rekening [bedrijf 5] d.d. 14 juni 2013 (p.13252)

173 D-464 transacties rekening [bedrijf 5] d.d. 27 maart 2013 (p.13246), D-570 overzicht transacties [bedrijf 5] 4 april 2013 (p.13469), D-468 transacties rekening [bedrijf 5] d.d. 9 en 10 mei 2013 (p.13250), D-467 transacties rekening [bedrijf 5] d.d. 19 april 2013 (p.13249), D-469 transacties rekening [bedrijf 5] d.d. 5 juni 2013 (p.13251), D-471 transacties rekening [bedrijf 5] d.d. 3 juli 2013 (p.13253)

174 D-560 overzicht contante opnamen rekening [rek.nr. 4] tnv [verdachte] (p.13454-13458), D-571 overzicht transactiesd.d. 5 juni 2013 op rekening 7488838 van [bedrijf 32] (p.13471), D-572 overzicht transacties d.d. 3 juli 2013 op rekening 7488838 van [bedrijf 32] (p.13472)

175 D-142 Uittreksel Kamer van Koophandel [bedrijf 6] (p.11298)

176 D-491 factuur van [bedrijf 6] aan [bedrijf 30] in Duitsland (p.13292)

177 D-492 factuur van [bedrijf 6] aan [bedrijf 30] in Duitsland (p.13293)

178 D-494 factuur van [bedrijf 6] aan [bedrijf 30] in Duitsland (p.13297)

179 D-501 Transactieoverzicht rekening [rek.nr. 3] t.n.v. [bedrijf 6] (p.13304)

180 D-495 factuur van [bedrijf 6] aan [bedrijf 30] in Duitsland (p.13298)

181 D-501 Transactieoverzicht rekening [rek.nr. 3] t.n.v. [bedrijf 6] (p.13304)

182 D-496 factuur van [bedrijf 6] aan [bedrijf 30] in Duitsland (p.13299)

183 D-497 factuur van [bedrijf 6] aan [bedrijf 30] in Duitsland (p.13300)

184 D-498 factuur van [bedrijf 6] aan [bedrijf 30] in Duitsland (p.13301)

185 D-499 factuur van [bedrijf 6] aan [bedrijf 30] in Duitsland (p.13302)

186 D-500 factuur van [bedrijf 6] aan [bedrijf 30] in Duitsland (p.13303)

187 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-01-17 p.5 (p.7172)

188 Proces-verbaal zaak 08 (witwassen) p.35 (p.329)

189 Proces-verbaal zaak 08 (witwassen) p.39 (p.333)

190 D-561 overzicht contante opname rekening 654757313 van [verdachte] (p.13459-13460)

191 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-01-12 p.7 (p.7146), proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-01-04 p.6 (p.7080)

192 proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-01-04 p.6 (p.7080)

193 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-01-12 p.7 (p.7146)

194 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-01-17 p.2-5 (p.7169-7172)

195 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-01-12 p.7 (p.7146)

196 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-01-12 p.7 (p.7146)

197 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-01-04 p.6 (p.7080)

198 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-01-04 p.2 (p.7076) en p.6 (p.7080)

199 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-01-12 p.6 (p.7145)

200 Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] bij de rechter-commissaris p.4 en p.5.

201 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 1] V-06-05 p.3 (p.7246)

202 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 1] V-06-04 p.2 (p.7236)

203 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 1] V-06-04 p.2 (p.7236)

204 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 1] V-06-04 p.2 (p.7236)

205 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 1] V-06-05 p.4 (p.7247)

206 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 1] V-06-05 p.4 (p.7247)

207 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 1] V-06-05 p.3 (p.7248)

208 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 1] V-06-04 p.5 (p.7239), Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 1] V-06-03 p.4 (p.7232)

209 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 1] V-06-06 p.5 (p.7254)

210 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] V-05-05 p.2

211 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] V-05-05 p.4

212 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] V-05-05 p.6

213 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] V-05-05 p.4

214 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] V-05-05 p.5

215 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] V-05-05 p.6

216 Proces-verbaal van verhoor [verdachte] V-01-03 p.3 (p. 7069)

217 Proces-verbaal van verhoor [verdachte] V-01-03 p.3(p. 7074)

218 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 3] V-08-03 p.2-3(p.7365-7366)

219 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 3] V-08-04 p.2 (p.7372)

220 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 3] V-08-04 p.6 (p.7376)

221 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 3] V-08-05 p.2 (p.7380)

222 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 3] V-08-05 p.2 (p.7380)

223 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 3] V-08-05 p.5 (p.7383)

224 proces-verbaal van verhoor [verdachte] V-01-04 p.5 (p.7079)

225 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 3] V-08-05 p.5 (p.7383)

226 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 3] V-08-02 p.2 (p.7360)

227 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 1] V-06-03 p.3 (p.7231)

228 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 1] V-06-04 p.7 (p.7241)