Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:989

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19-02-2015
Datum publicatie
19-02-2015
Zaaknummer
05/980525-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

ZION-onderzoek. Faillissementsfraude, witwassen, criminele organisatie en valsheid in geschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/980525-13

Data zittingen : 17 april 2014, 23 oktober 2014, 28 januari 2015 en 5 februari 2015

Datum uitspraak : 19 februari 2015

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] te land onbekend

adres : [adres]

plaats : [woonplaats] (Bondsrepubliek Duitsland)

raadsman : mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank gedeeltelijk toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij,

in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 20 november 2013,

te Arnhem en/of Bergen en/of Dodewaard en/of Echt en/of Leiden en/of Lienden en/of Rijswijk en/of Roermond en/of Rotterdam en/of Tiel en/of Valkenswaard en/of Venray en/of elders in Nederland,

tezamen en in verenging met een of meer natuurlijke natuurlijke perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en),

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens), van een of meerdere geldbedragen, te weten:

- 60.000 euro en/of 60.000 euro en/of 30.300 euro en/of 40.000 euro en/of 38.250 euro en/of 49.000 euro en/of 37.000 euro en/of 44.500 euro en/of 15.500 euro en/of 15.000 en/of 24.000 euro en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en), (samen 413.550 euro), althans enige geldbedrag, zijnde bedragen van stortingen en/of overboekingen en/of (contante) opnames die hebben plaatsgevonden op/van/via de rekening [nummer 1] ten name van [bedrijf 1] en/of verkregen via valselijk opgemaakte facturen op naam van [bedrijf 1], en/of

- 4.400 euro en/of 38.800 euro en/of 50.000 euro en/of 13.500 euro en/of 14.000 euro en/of 12.000 euro en/of 39.500 euro en/of 43.200 euro en/of 16.200 en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en), (samen 231.600), althans enige geldbedrag, zijnde bedragen van stortingen en/of overboekingen en/of (contante) opnames die hebben plaatsgevonden op/van/via de rekening [nummer 2] ten name van [bedrijf 2] en/of verkregen via valselijk opgemaakte facturen op naam van [bedrijf 2],

de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, dan wel verhuld en/of verborgen wie de rechthebbende is/was en/of voornoemde geldbedragen, althans enig geldbedrag, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of over heeft gedragen en/of omgezet en/of gebruik heeft gemaakt,

terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

2.

hij,

in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 20 november 2013,

te Venray en/of Swolgen en/of Nieuw-Bergen en/of Roermond en/of Wanssum en/of Heijen en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland,

heeft leiding gegeven, althans heeft deelgenomen, aan een organisatie, bestaande uit onder meer verdachte en/of of [medeverdachte 1] en/of [bedrijf 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer andere natuurlijke personen en/of rechtspersonen,

die tot oogmerk heeft/had het plegen van misdrijven, namelijk te weten:

- bedrieglijke bankbreuk, als bedoeld in artikel 341 Wetboek van Strafrecht, en/of

- valsheid in geschrifte, als bedoeld in artikel 225 Wetboek van Strafrecht, en/of

- het witwassen van geld en/of goederen, althans voorwerpen, als bedoeld in artikel 420bis Wetboek van Strafrecht en/of

- verduistering, als bedoeld in artikel 321 Wetboek van Strafrecht en/of

- van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, een beroep of gewoonte maken, als bedoeld in artikel 326a Wet boek van Strafrecht.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 28 januari 2015 ter terechtzitting onderzocht en op de zitting van 5 februari daaraanvolgend gesloten. Daarbij is verdachte op 28 januari 2015 verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam.

De officier van justitie, mr. J.W. Bollen, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs 1

Ten aanzien van feit 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van dit feit en heeft hiertoe het volgende aangevoerd:

  • -

    De belastende verklaringen in het dossier zijn onvoldoende betrouwbaar om een bewijsconstructie op te baseren.

  • -

    Van meerdere in de tenlastelegging genoemde bedragen staat niet vast dat deze ook daadwerkelijk zijn ontvangen door [bedrijf 1] en [bedrijf 2] Deze bedragen zijn voor een deel enkel gebaseerd op facturen en worden niet ondersteund door rekeningafschriften. Het is bovendien niet onaannemelijk dat meerdere facturen onbetaald zijn gebleven nu medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat niet alle facturen daadwerkelijk zijn gebruikt.

  • -

    Niet duidelijk is wat de herkomst is van de gelden die via [bedrijf 1] en [bedrijf 2] hebben gelopen. Hier is geen onderzoek naar verricht. Verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken nu niet kan worden bewezen dat deze geldbedragen van enig misdrijf afkomstig zijn.

  • -

    Het geld is bij de pleger van het gronddelict gebleven, hetgeen betekent dat het geld betreft dat van eigen misdrijf afkomstig is. Om het feit te kunnen kwalificeren als witwassen dienen er derhalve verhullingshandelingen te hebben plaatsgevonden. Dit blijkt echter nergens uit.

Beoordeling door de rechtbank

[bedrijf 1]

Verdachte [medeverdachte 1] was vanaf 3 augustus 2012 onmiddellijk bestuurder2 van [bedrijf 1] en vanaf 15 oktober 2013 middellijk bestuurder3.

Op rekening met nummer [nummer 1] van [bedrijf 1] is in de periode van maart 2013 tot en met eind 2013 in totaal – voor zover hier van belang - € 389.550,- (zijnde het totaal van de hieronder besproken betalingen) overgemaakt vanuit Duitsland (afkomstig van [bedrijf 4], [bedrijf 5] en van [bedrijf 6]).

Op naam van [bedrijf 1] zijn in de periode maart 2013 tot en met juli 2013 de volgende facturen opgemaakt en aan [bedrijf 1] zijn op rekening [nummer 1] de volgende betalingen ontvangen:

- Factuur d.d. 22 maart 2013 ad € 60.000,- aan [bedrijf 4]4 en betaling d.d. 27 maart 2013 van € 60.000,-.5

- Factuur d.d. 29 maart 2013 ad € 60.000,- aan [bedrijf 4]6 en betaling d.d. 4 april 2013 van € 60.000,-.7

- Factuur d.d. 29 maart 2013 ad € 30.300,- aan [bedrijf 6]8 en betaling d.d. 9 mei 2013 van € 30.300,-.9

- Factuur d.d. 15 april 2013 ad € 40.000,- aan [bedrijf 4]10 en betaling d.d. 19 april 2013 van € 40.000,-.11

- Factuur d.d. 29 april 2013 ad € 38.250,- aan [bedrijf 6]12 en betaling d.d. 5 juni 2013 van € 38.250,-.13

- Factuur d.d. 29 mei 2013 ad € 49.000,- aan [bedrijf 6]14 en betaling d.d. 3 juli 2013 van € 49.000,-.15

- Factuur d.d. 28 juni 2013 ad € 37.000,- aan [bedrijf 6]16

- Factuur d.d. 15 juli 2013 ad € 44.500,- aan [bedrijf 6]17

- Factuur d.d. 15 juli 2013 ad € 15.500,- aan [bedrijf 6]18

- Factuur d.d. 28 juni 2013 ad € 15.000,- aan [bedrijf 6]19

Verdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat de bedragen op de hiervoor genoemde facturen van 28 juni 2013 en 15 juli 2013 ook daadwerkelijk zijn betaald.20 De rechtbank heeft geen reden aan de juistheid en betrouwbaarheid van de verklaring van [medeverdachte 1] op dit punt te twijfelen. De overige facturen zijn immers ook betaald. Dat de betaling van deze laatste facturen niet wordt ondersteund door bankafschriften, kan worden verklaard uit het feit dat het onderzoeksteam enkel beschikte over de bankafschriften tot en met 30 juli 2013.21

Het verweer strekkende tot vrijspraak van de in de tenlastelegging genoemde bedragen waarvan de betaling ervan niet uit bankafschriften blijkt, wordt gelet op het vorenstaande verworpen.

Op de bankafschriften van [bedrijf 1] is te zien dat na bijschrijving van de hiervoor genoemde geldbedragen, het geld telkens dezelfde dag hetzij contant wordt opgenomen22, hetzij in delen van maximaal € 10.000,- wordt doorgestort naar rekeningen van verschillende vennootschappen ([bedrijf 7], [bedrijf 8], [bedrijf 9], [bedrijf 10], [bedrijf 11], [bedrijf 12]) en naar rekeningen van [medeverdachte 1] (bankrekeningen [nummer 3] en [nummer 4])23 en dan steeds vanaf die rekeningen contant wordt opgenomen.24

De rechtbank zal hieronder eerst de betalingen met betrekking tot [bedrijf 2] bespreken. Daarna zal de rechtbank, gelet op de samenhang tussen beide zaken, ingaan op de betrokkenheid van verdachte bij de betalingen via [bedrijf 1] en via [bedrijf 2] en de beoordeling van de vraag of hij zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van de gelden.

[bedrijf 2]

Verdachte [medeverdachte 1] was vanaf 20 april 2011 bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf 2]25

Op naam van [bedrijf 2] zijn de volgende facturen opgemaakt en op bankrekening [nummer 2] van [bedrijf 2] zijn van de [bedrijf 6] in Duitsland de volgende betalingen ontvangen:

- Factuur d.d. 1 september 2013 ad € 4.400,-26

- Factuur d.d. 12 september 2013 van € 28.800,-27

- Factuur d.d. 15 augustus 2013 ad € 50.000,-28 en betaling d.d. 3 oktober 2013 van

€ 50.000,-29

- Factuur d.d. 15 augustus 2013 ad € 13.50030 en betaling d.d. 2 oktober 2013 van

€ 13.500,-31

- Factuur d.d. 22 september 2013 ad € 14.000,-32

- Factuur d.d. 24 oktober 2013 ad € 12.000,-33

- Factuur d.d. 24 oktober 2013 ad € 39.500,-34

- Factuur d.d. 6 november 2013 ad € 43.200,-35

- Factuur d.d. 6 november 2013 ad € 16.200,-36

Verdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat de bedragen op de hiervoor genoemde facturen van 1, 12 en 22 september 2013, van 24 oktober 2013 en van 6 november 2013 ook daadwerkelijk zijn betaald.37 De rechtbank heeft geen reden aan de juistheid en betrouwbaarheid van de verklaring van [medeverdachte 1] op dit punt te twijfelen. De vroegste facturen zijn immers betaald, evenals de hiervoor besproken facturen van [bedrijf 1] Dat de betaling van deze laatste facturen niet wordt ondersteund door bankafschriften, kan worden verklaard door het feit dat het onderzoeksteam enkel beschikte over de bankafschriften tot en met 29 oktober 2013.38 Dat na 29 oktober 2013 op grond van valse facturen nog betalingen hebben plaatsgevonden wordt ook ondersteund door de volgende tapgesprekken39.

6 november 2013 om 14:38 uur (gespreknummer 236, lijn 008)

“[betrokkene 1] zegt dat er net is gestort en het saldo is nu, 28979 en volgens [betrokkene 1] stond het in de min. [betrokkene 2] zegt dat hij [betrokkene 1] zo belt waar hij het naar toe moet storten.”

6 november 2013 om 14:53 uur (gespreknummer 5614, lijn 001)

“[betrokkene 2] vraagt 0ff [betrokkene 1], 10 kan overmaken naar [bedrijf 13] en 10 naar [betrokkene 2] privé” “[betrokkene 2] zegt dat het bedrag wat overblijft moet [betrokkene 1] dadelijk aan [betrokkene 2] doorgeven.”

6 november 2013 om 14:59 uur (gespreknummer 5615, lijn 001)

“[betrokkene 2] zegt, 797975. [betrokkene 1] zegt dat er dan nog 8979 staat. [betrokkene 2] zegt dat [betrokkene 1] dat bedrag wat overblijft sms-t naar [betrokkene 2].”

7 november 2013 om 10:37 uur (gespreknummer 505, lijn 007)

“[betrokkene 1] vertelt [betrokkene 2] dat hij gisteren de facturen opnieuw heeft zitten maken, en dat de bedragen daarop hoger zijn, dan dat er op de rekening is gestort. [betrokkene 2] vraagt Serieus? [betrokkene 1] wil weten hoeveel er is gestort. [betrokkene 2] antwoordt 29. (door elkaar.) [betrokkene 2] zegt dat er straks nog geld binnen komt, en dat is gisteren gebeurd. [betrokkene 1] wil weten hoeveel, en of het op [bedrijf 2] (fon) is? [betrokkene 2] antwoordt dat [betrokkene 1] dit wel in de gaten moet houden. Volgens [betrokkene 1] en noemt een maand, “augustus 28, + 14 = 52 moet erop komen.” [betrokkene 2] antwoordt 29, heb ik (onverstaanbaar.) Volgens [betrokkene 1] moet er nu 52 op staan. [betrokkene 1] houd het wel in de gaten. [betrokkene 1] zegt “plus nog een extra factuurtje gemaakt voor april he. Van 4400.” [betrokkene 2] zegt Ja, ja maar die zijn op de bank nog betalen he. (fon) [betrokkene 1] nog iets op die bankafschriften zag ik iets + 4000 ofzo maar is het eindbedrag 29 duizend. [betrokkene 1] houd het in de gaten, en vraagt nogmaals of het op [bedrijf 2] (fon) is? [betrokkene 2] antwoordt “op [bedrijf 2] ja.”

De rechtbank neemt gelet op de inhoud van de gesprekken, bezien in verband met de overige bewijsmiddelen, aan dat de betalingen waarover de gesprekken gaan, op de rekening van [bedrijf 2] zijn gedaan. Dit gelet op de verklaring van [medeverdachte 1] dat de facturen zijn betaald en gelet op het tapgesprek van 7 november 2013 waarin expliciet wordt gesproken over [bedrijf 2] rekening van [bedrijf 2]. De bedragen die in de gesprekken zijn genoemd sluiten bovendien voor een belangrijk deel aan bij bedragen genoemd op de facturen van 1 september 2013 ad € 4.400,-, van 12 september 2013 ad € 28.800,- en van 22 september 2013 ad € 14.000,-.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigen bewezen dat in totaal

€ 231.600,- (te weten het totaal van de hiervoor genoemde facturen) overgemaakt door [bedrijf 6] in Duitsland op rekening van [bedrijf 2]

Het verweer strekkende tot vrijspraak van de in de tenlastelegging genoemde bedragen waarvan betaling niet uit bankafschriften blijkt, wordt gelet op het vorenstaande verworpen.

De op 2 en 3 oktober 2013 op rekening van [bedrijf 2] ontvangen bedragen (in totaal € 63.500,-) zijn dezelfde dag nog hetzij contant opgenomen hetzij in delen van maximaal

€ 10.000,- doorgestort naar rekeningen van verschillende vennootschappen ([bedrijf 10], [bedrijf 10], [bedrijf 11]) en naar rekening van [medeverdachte 1] (bankrekening [nummer 5]) en vanaf die rekening contant opgenomen.40

[bedrijf 1] en [bedrijf 2]

Verklaring [medeverdachte 1]

Verdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat de bedragen die vanuit Duitsland zijn overgemaakt op de rekeningen van [bedrijf 1] en van [bedrijf 2] betrekking hebben op witwassen voor ‘de Turken’.41 [medeverdachte 2] maakte valse facturen op naam van [bedrijf 2]42 en op naam van [bedrijf 1]43 De facturen zijn volgens [medeverdachte 1] 100% vals omdat er niets voor is geleverd.44 [medeverdachte 2] maakte deze facturen op in opdracht van [medeverdachte 1] of [verdachte].45 Een Turkse man uit Duitsland bepaalde wat er op de facturen moest komen te staan.46 De facturen zijn naar Duitsland gegaan.47 Het geld kwam vervolgens binnen op de bankrekening en [medeverdachte 1] of [medeverdachte 2] verdeelde dit geld over verschillende rekeningen. Vervolgens namen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] dit geld contant op.48 heeft verklaard dat hij van de overgemaakt bedragen 5% kreeg en dat hij dit geld moest delen met [betrokkene 4], [betrokkene 3] en [verdachte] en dat hij ook, onder meer, [medeverdachte 2] van dit geld betaalde. De resterende 95% van het overgemaakte en contant opgenomen geld ging terug naar de man die het geld overgeboekt had naar de rekening van [bedrijf 2] dan wel [bedrijf 1], een Turk uit Duitsland. Deze man kwam het geld altijd halen en [verdachte] gaf deze man dan zijn geld. [medeverdachte 1] heeft dit ook een keer gedaan.49

[medeverdachte 1] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat de Duitse contacten via [verdachte] liepen.50

Verklaring [medeverdachte 2]

heeft verklaard dat hij de facturen voor [bedrijf 1]51 en voor [bedrijf 2]52 heeft gemaakt. De [bedrijf 6] was een connectie van [verdachte] de werkzaamheden op de facturen gericht aan deze firma zijn niet uitgevoerd.53 Volgens [medeverdachte 2] is het vier keer gebeurd dat er geld werd gestort en doorgestort. Dat geld moest er dan afgehaald worden. Er kon maar € 10.000,- per keer worden opgenomen. Hij en [medeverdachte 1] moesten het geld dan verdelen over andere bedrijven van [medeverdachte 1]. Als het geld was gestort, belde [medeverdachte 1] om te vertellen naar welke rekening het geld moest worden doorgestort. [medeverdachte 2] keek dan of de rekening in de plus stond en dan stortte hij het door. [medeverdachte 2] vroeg eerst bij de bank of er voldoende geld in huis was, omdat ze niet altijd genoeg geld op kantoor hadden liggen. [medeverdachte 2] ging dat geld dan halen. Er ging ook weleens een Turk mee ter controle. [medeverdachte 1] haalde ook een deel van het geld op. [medeverdachte 2] moest soms hele dagen op de computer kijken of er geld gestort was. Het geld ging vervolgens naar [verdachte] of naar iemand anders van zijn groep, zoals [betrokkene 4]. Er kwam dan een grote Koerdische leider om het geld op te halen. [verdachte] gaf hem het geld.54 [medeverdachte 1] deelde het geld met [verdachte].55

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij vanaf augustus 2012 voor [medeverdachte 1] werkt56 en dat hij eerst alleen van [medeverdachte 1] opdrachten kreeg en dat vanaf mei/juni 2013 [verdachte] erbij kwam.57 Voor zijn werkzaamheden kreeg hij betaald, € 2.000,- per maand van [medeverdachte 1] en [verdachte].58 Bij [bedrijf 2] was het [verdachte] die alles bepaalde.59

Verklaring van [verdachte]

heeft verklaard dat hij [medeverdachte 1] vanaf eind 2010 kent en dat hij vanaf februari/maart 2013 op het zelfde adres als [medeverdachte 1] kantoor hield, te weten in Nieuw-Bergen.60 verklaart verder61 dat hij in de zomer van 2013 op kantoor zat met [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [medeverdachte 1] en dat toen gesproken is over het gebruik van een rekening en dat [betrokkene 3] toen iemand heeft gebeld waarna [betrokkene 5], de man van [bedrijf 6]62 op kantoor is gekomen. [medeverdachte 1] zou toen 6% hebben bedongen, 1% voor de Koerdische vereniging die heeft bemiddeld en 5% voor [medeverdachte 1]. Turkse mensen hebben het geld vervolgens op de rekening van [medeverdachte 1] gestort en [medeverdachte 1] of [medeverdachte 2] hebben het vervolgens opgenomen. Het geld werd dan op tafel gelegd. [betrokkene 5] nam 94% mee. Aan [verdachte] is door [medeverdachte 1] geld aangeboden. De dingen die zijn gefactureerd hebben nooit plaatsgevonden en de facturen zijn dus vals. [betrokkene 5] heeft met [medeverdachte 2] steeds besproken wat er op de facturen moest staan.63 [medeverdachte 2] maakte de facturen.64 Er werd altijd tussen de € 20.000 en € 30.000,- overgeboekt door [betrokkene 5].65

De hiervoor aangehaalde verklaringen van [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] sluiten op elkaar aan en de daarin beschreven feitelijke gang van zaken komt in belangrijke mate en op een groot aantal essentiële punten overeen. Onduidelijk blijft, en dat blijkt ook uit de overige inhoud van het dossier niet, waar het geld precies vandaan kwam, waar het naartoe ging en waarom voor deze constructie/gang van zaken is gekozen.

De verdediging stelt dat deze onduidelijkheid maakt dat niet, althans met onvoldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat het geld dat op de rekeningen van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] werd bijgeschreven van misdrijf afkomstig is. Verdachte moet daarom, zo is bepleit, worden vrijgesproken.

De rechtbank volgt de verdediging hierin niet.

Hoewel in de onderhavige zaak geen misdrijf aanwijsbaar is waaruit het bij verdachte aangetroffen geldbedrag afkomstig is, rechtvaardigen de hiervoor genoemde feitelijke en in alle opzichten (vergeleken met het normale verloop van transacties in het handelsverkeer) zeer ongebruikelijke gang van zaken, het sterke vermoeden dat de bijgeschreven en vervolgens contant gemaakte geldbedragen van enig misdrijf afkomstig zijn. Hierbij acht de rechtbank van belang dat het geld afkomstig was van buitenlandse bedrijven en dat het ging om frequente stortingen . Ook is van belang de omstandigheid dat het geld direct na ontvangst op de rekening contant is gemaakt en grotendeels weer contant is meegeven aan dezelfde uit Duitsland afkomstige man.

Gelet op de gang van zaken, waarbij valse facturen kennelijk ten grondslag zijn gelegd aan de betalingen door een bedrijf, werd minst genomen belastingfraude gepleegd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat het geld (mede) van misdrijf afkomstig is. De handelingen die vervolgens met het geld plaatsvonden, te weten het doorstorten naar andere rekeningen en/of het contant maken en verdelen onder betrokkenen, zijn handelingen waardoor de ware aard en herkomst van het geld wordt verhuld. Laatstgenoemde handelingen zijn ook handelingen die meer behelzen dan en niet gelijk kunnen worden gesteld aan het enkel voorhanden hebben van gelden uit eigen misdrijf, zodat anders dan de verdediging meent, dit handelen kan worden gekwalificeerd als witwassen..

Ten aanzien van het verweer van de verdediging dat de belastende verklaringen in het dossier onvoldoende betrouwbaar zijn om een bewijsconstructie op te baseren overweegt de rechtbank nog dat verdachte geen reden heeft om aan de hiervoor aangehaalde verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] te twijfelen. De verklaringen zijn concreet en gedetailleerd en sluiten zowel op elkaar, alsmede op de overige bewijsmiddelen in het dossier, aan, waarbij de rechtbank onder andere acht slaat op de inhoud van een aantal tapgesprekken gevoerd tussen [medeverdachte 1] en [verdachte]66:

28 augustus 2013 om 14:15 uur (lijn 001)

“[betrokkene 2] zweert dat hij niets achter de rug van [betrokkene 7] doet, het is alleen voor hen beide.”

4 september 2013 om 18:34 uur (lijn 001):

“[betrokkene 2]: maar wij hebben elkaar en dat is ons geluk. [betrokkene 7]: Ahh, daar komt niemand tussen. Niet eens mijn vader komt daar tussen dat zweer ik. [betrokkene 2]: Neen, bij mij ook niemand. Dat zweer ik ook. [betrokkene 7]: (…) ik ben familie van jou en dat moet je weten.”

30 september 2013 om 19:33 uur (lijn 001):

“[betrokkene 7]: wij zijn de generalen, 1 en 2 en de soldaten.”

2 oktober 2013 om 19:37 uur (lijn 001):

“[betrokkene 7] zegt dat ze morgen samen geld op gaan halen, 10000 euro. [betrokkene 7] heeft iets georganiseerd, goede zaken gedaan. [betrokkene 2] zegt dat hij [betrokkene 7] kust waar hij maar wil.”

19 oktober 2013 om om 15:57 uur (lijn 001):

“[betrokkene 7] wil ook mee naar de afspraken. Hij wil niet dat [betrokkene 2] dat allemaal alleen doet en hem later laat meedelen. (…) Hij doet het net om het geld. (…) [betrokkene 7] moet incasso doen. De verdeling tussen hun is toch juist goed. Volgende week neemt hij [betrokkene 7] mee naar al zijn afspraken. En stelt hem voor als zijn compagnon. [betrokkene 7] zegt dat hij vierkant achter [betrokkene 2] blijft staan. Tussen hen komt niets, ze hebben samen al zo veel doorgemaakt. (…) [betrokkene 2] zegt nogmaals dat wat hij doet ook voor [betrokkene 7] is en dat hij dat zweert. Maar als hij altijd alleen naar afspraken gaat, zegt [betrokkene 7], en hem nooit meeneemt en alleen in de winst laat delen wil [betrokkene 7] niet.”

De rechtbank heeft ook geen aanknopingspunten gevonden op grond waarvan verondersteld zou kunnen worden dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] redenen hebben om anders over de rol van [verdachte] te verklaren dan deze daadwerkelijk was. De rechtbank verwerpt het verweer. Voor zover dit verweer van de verdediging eveneens ziet op het onder 2 ten laste gelegde feit is dat hiermee eveneens verworpen.

De rechtbank is tevens van oordeel, gelet op de bewezenverklaarde periode en de hoeveelheid witgewassen geldbedragen, dat verdachte en zijn mededaders van witwassen een gewoonte hebben gemaakt.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat een bedrag van € 24.000,- dat op 14 juni 2013 is overgemaakt door [betrokkene 8] op rekening [nummer 1] van [bedrijf 1] (D-470) is witgewassen. Hoewel dit geld deels contant is opgenomen en deels direct is doorgeboekt, blijkt uit het dossier verder niets met betrekking tot (de betrokkenen bij) deze boeking. De rechtbank kan het bedrag in ieder geval niet plaatsen in de hierboven door [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [verdachte] beschreven constructie.

Ten aanzien van feit 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen in het dossier, met dien verstande dat hij niet bewezen acht dat verdachte leiding heeft gegeven aan de criminele organisatie.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van dit feit en heeft hiertoe aangevoerd dat er is geen sprake van een criminele organisatie in de zin van artikel 140 Wetboek van Strafrecht. Er is geen sprake van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur.

Met betrekking tot het bewijs

De rechtbank verwijst naar het hiervoor bewezenverklaarde witwassen en de daarbij gebruikte valse geschriften. Gelet hierop staat vast dat gedurende langere tijd bij herhaling door eenzelfde groep betrokkenen, met een min of meer vaste rolverdeling, geld werd witgewassen met behulp van valse facturen. Voorts acht de rechtbank het volgende van belang.

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij vanaf augustus 2012 voor [medeverdachte 1] werkte67 en dat hij eerst alleen van [medeverdachte 1] opdrachten kreeg en dat vanaf mei/juni 2013 [verdachte] erbij kwam.68 Voor zijn werkzaamheden kreeg hij betaald, € 2.000,- per maand van [medeverdachte 1] en [verdachte].69 Bij [bedrijf 2] was het [verdachte] die alles bepaalde.70

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat [medeverdachte 2] met hem werkte en in loondienst was als een manusje van alles.71

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat [medeverdachte 4] de boekhouding deed voor bedrijven en ook de boekhouding deed voor het bedrijf van [verdachte], [bedrijf 14].72 [medeverdachte 4] heeft volgens [medeverdachte 1] balansen valselijk opgemaakt. [medeverdachte 4] keek naar de cijfers en paste ze waar nodig aan omdat de B.V.’s kredietwaardig moesten zijn omdat de B.V.’s moesten worden verkocht. [medeverdachte 1] noemt dit het oppoetsen van balansen. Ook deponeerde [medeverdachte 4] voor [medeverdachte 1] balansen bij de kamer van Koophandel. 73

[medeverdachte 4] heeft verklaard in 2013 voor vier vennootschappen, waaronder voor [bedrijf 1] balansen te hebben opgepoetst op verzoek van [medeverdachte 1].74 [medeverdachte 1] heeft hem weleens gevraagd of hij balansen of winst- en verliesrekeningen cijfermatig wilde aanpassen om een financieel gunstiger beeld te maken.75 Hij heeft vervolgens een balans opgemaakt en in het voordeel van de vennootschap afgerond. Omdat de administratie niet volledig was, heeft hij het resultaat deels door schatting vastgesteld.76

Op de computer van [medeverdachte 4] zijn jaarcijfers 2010, 2011 en 2012 van [bedrijf 2] aangetroffen waarin de vennootschap kapitaalkrachtiger wordt voorgesteld dan in werkelijkheid het geval was.77 [medeverdachte 4] wist dat er geen activiteiten binnen de onderneming van [bedrijf 2] plaatsvonden. De cijfers in de balans doen het voorkomen dat er wel activiteiten plaatsvinden binnen de onderneming van de vennootschap. [medeverdachte 4] heeft aan [medeverdachte 1] doorgegeven hoe de cijfers eruit moeten zien. [medeverdachte 1] had verteld dat hij een kapitaalkrachtige B.V. wilde. De balansen zijn volgens [medeverdachte 4] vals. [medeverdachte 4] heeft voor [bedrijf 2] fictieve cijfers gebruikt.78

[medeverdachte 4] verklaart ook balansen op een stick van [medeverdachte 2] in Bergen te hebben aangepast.79

[medeverdachte 4] verklaart voorts valse loonstroken te hebben opgemaakt voor [medeverdachte 2] zodat [medeverdachte 2] een huurwoning kon krijgen. 80 Ook [medeverdachte 1] verklaart dat [medeverdachte 4] voor [medeverdachte 2] een keer valse loonstroken heeft opgemaakt.81 [medeverdachte 4] verklaart dat hij ook een valse balans en een valse winst- en verliesrekening van [bedrijf 14] opgemaakt op verzoek van [verdachte] om aan een makelaar over te leggen zodat [verdachte] een woning kon krijgen.82 [medeverdachte 1] en [verdachte] werkten volgens [medeverdachte 4] samen.83

Volgens [medeverdachte 2] heeft [medeverdachte 4] de jaarcijfers voor drie bedrijven opgepoetst en verzorgde hij de administratie van [verdachte]. Onder meer de cijfers van [bedrijf 2] zijn opgepoetst met fictieve cijfers omdat de kredietwaardigheid omhoog moest. [medeverdachte 4] is een paar keer in Bergen geweest.84 [medeverdachte 4] heeft voor hem een aantal salarisstroken opgemaakt met daarop een ander salaris, dan feitelijk het geval was. Dat was voor de aanvraag van een huurwoning.85

Beoordeling

Om te kunnen vaststellen of verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie dient de rechtbank te bezien of sprake is geweest van een gestructureerd samenwerkingsverband, waarin de deelnemers in een zekere duurzame onderlinge samenwerking participeerden. Vervolgens dient de rechtbank vast te stellen of verdachte tot dit samenwerkingsverband behoorde, daar een aandeel in heeft gehad dan wel de criminele organisatie heeft ondersteund met gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Niet vereist is dat een deelnemer, indien het oogmerk - zoals in casu tenlastegelegd - het plegen van misdrijven van verschillende soort is, betrokken is geweest bij de verwezenlijking van elk soort van de beoogde misdrijven.

De organisatie waaraan wordt deelgenomen dient het plegen van misdrijven tot oogmerk te hebben, dat wil zeggen dat de feitelijke werkzaamheden van de organisatie op het plegen van misdrijven gericht dienen te zijn.

Het oogmerk is niet gekoppeld aan een bepaalde gedraging, maar moet aanwezig zijn bij de organisatie waaraan wordt deelgenomen. Het gaat daarbij naar het oordeel van de rechtbank niet om het oogmerk bij de afzonderlijke leden van de organisatie maar om het oogmerk van het samenwerkingsverband als geheel.

Het voor strafbaarheid op grond van artikel 140 Sr vereiste opzet bij de deelnemers moet naar het oordeel van de rechtbank gericht zijn geweest op het criminele oogmerk van de organisatie. Daarvoor is voldoende dat de deelnemer in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Gelet op de geformuleerde uitgangspunten en hetgeen hiervoor als bewijsmiddel is aangehaald, betekent het voorgaande tezamen genomen en in onderling verband bezien dat naar het oordeel van de rechtbank sprake is van een gestructureerd samenwerkingsverband, waarin de deelnemers in een zekere duurzame onderlinge samenwerking participeren. [medeverdachte 1] stond aan het roer van de organisatie en wordt hierin nauw bijgestaan door [verdachte]. [medeverdachte 2] verrichtte meer uitvoerende werkzaamheden in dienst en in opdracht van [medeverdachte 1] en [verdachte]. [medeverdachte 2] werkte ruim een jaar voor de organisatie en kreeg daarvoor maandelijks betaald. Voorts is in het bewezenverklaarde samenwerkingsverband gebruik gemaakt van meerdere rechtspersonen en kan, naar het oordeel van de rechtbank, ook verdachte [medeverdachte 4] tot genoemd samenwerkingsverband worden gerekend. [medeverdachte 4] heeft naar het oordeel van de rechtbank een aandeel gehad in dan wel gedragingen ondersteund die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het criminele oogmerk van de criminele organisatie. [medeverdachte 4] heeft immers op verzoek van [medeverdachte 1] en [verdachte] valsheid in geschrift gepleegd. De valse stukken ten behoeve van het verkrijgen van een (huur)woning droegen ook bij aan het kunnen witwassen (door het doen van huurbetalingen) van het door de leden van de criminele organisatie zwart verdiend geld.

Tevens is de rechtbank van oordeel dat de organisatie waaraan wordt deelgenomen het plegen van misdrijven tot oogmerk had, immers de feitelijke werkzaamheden van de organisatie waren gericht op in ieder geval valsheid in geschrift en witwassen. Dat gebeurde volgens een vast patroon, zoals ook is beschreven door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Voor een onderbouwing van deze bewezenverklaring verwijst de rechtbank naar hetgeen hierboven ten aanzien van de valsheid in geschrift en het witwassen is opgemerkt.

De rechtbank acht bewezen dat sprake is geweest van een organisatie in de zin van een samenwerkingsverband tussen natuurlijke personen en rechtspersonen, waaraan [medeverdachte 1] leiding heeft gegeven.

Niet bewezen acht de rechtbank dat de organisatie in de ten laste gelegde periode het oogmerk tot het plegen van bedrieglijke bankbreuk had. De bedrieglijke bankbreuken waarover in het dossier wordt geschreven, vallen buiten de aan verdachte ten laste gelegde periode.

Evenmin acht de rechtbank het oogmerk van het plegen van verduistering in dienstbetrekking en het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, een beroep of gewoonte maken, bewezen. De rechtbank acht onvoldoende bewijs in het dossier voorhanden op grond waarvan vast kan worden gesteld dat het oogmerk van de organisatie mede gericht was op het plegen van deze delicten. Het dossier gaat op deze elementen in de tenlastelegging ook slechts zijdelings in. De rechtbank zal verdachte daarom van deze onderdelen vrijspreken.

Naar het oordeel van de rechtbank behoorde verdachte tot de organisatie en is hij betrokken geweest bij de gedragingen die strekken tot, of rechtstreeks verband houden met, de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Uit hetgeen hiervoor is aangehaald vloeit bovendien voort dat verdachte wetenschap had van het criminele oogmerk van de organisatie. De rechtbank is op grond van de bovengenoemde bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde ‘leiding geven aan de criminele organisatie’. Hoewel uit het dossier naar voren komt dat verdachte een grote rol heeft gespeeld binnen de organisatie en hierbij zeer nauw samenwerkte met [medeverdachte 1], biedt het dossier onvoldoende aanknopingspunten om hem als leider aan te merken.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij,

in de periode van 1 januari 2012 tot en met 20 november 2013,

in Nederland,

tezamen en in verenging met meer natuurlijke natuurlijke personen en een meer rechtspersonen,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben verdachte en verdachtes mededaders telkens, van een of meerdere geldbedragen, te weten:

- 60.000 euro en 60.000 euro en 30.300 euro en 40.000 euro en 38.250 euro en 49.000 euro en 37.000 euro en 44.500 euro en/of 15.500 euro en 15.000 (samen 389.550 euro), zijnde bedragen van stortingen en/of overboekingen en/of (contante) opnames die hebben plaatsgevonden op/van/via de rekening [nummer 1] ten name van [bedrijf 1] en/of verkregen via valselijk opgemaakte facturen op naam van [bedrijf 1], en

- 4.400 euro en 38.800 euro en 50.000 euro en 13.500 euro en 14.000 euro en 12.000 euro en 39.500 euro en 43.200 euro en 16.200 (samen 231.600), zijnde bedragen van stortingen en/of overboekingen en/of (contante) opnames die hebben plaatsgevonden op/van/via de rekening [nummer 2] ten name van [bedrijf 2] en/of verkregen via valselijk opgemaakte facturen op naam van [bedrijf 2],

de werkelijke aard en/of herkomst verborgen en/of verhuld, en voornoemde geldbedragen, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of over heeft gedragen en/of omgezet en/of gebruik heeft gemaakt,

terwijl verdachte en verdachtes mededaders telkens wisten, althans redelijkerwijs moesten vermoeden, dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

2.

hij,

in de periode van 1 januari 2012 tot en met 20 november 2013,

te Venray en/of Swolgen en/of Nieuw-Bergen en/of Roermond en/of Wanssum en/of Heijen en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland,

heeft deelgenomen, aan een organisatie, bestaande uit onder meer verdachte en [medeverdachte 1] en [bedrijf 3] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] die tot oogmerk heeft/had het plegen van misdrijven, namelijk te weten:

- valsheid in geschrifte, als bedoeld in artikel 225 Wetboek van Strafrecht, en/of

- het witwassen van geld en/of goederen, als bedoeld in artikel 420bis Wetboek van Strafrecht

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Medeplegen van gewoontewitwassen.

Ten aanzien van feit 2:

Deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis in Nederland doorgebracht (van 23 juli 2014 tot 6 september 2014).

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht de straf te matigen en aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan het voorarrest en eventueel een aanvullende werkstraf. Verdachte is first offender en zijn rol in het geheel was – ten opzichte van andere betrokkenen - slechts gering. Voorts heeft de verdediging aangevoerd dat de tijd die door verdachte in overleveringsdetentie is doorgebracht wel dient te worden afgetrokken van de eventueel op te leggen gevangenisstraf.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd …

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie dat zich bezighield met het plegen van faillissementsfraude, witwassen en valsheid in geschrifte. De leider van de organisatie kan worden bestempeld als beroepsfraudeur, voor wie het faillissement een doelbewust instrument was om op onrechtmatige wijze vermogen aan de boedel te onttrekken of zich te verrijken ten koste van anderen. B.V.’s werden in het zicht van een faillissement overgenomen en leeggetrokken, zodat de schuldeisers met lege handen achterbleven. De op deze wijze verkregen gelden werden vervolgens op grote schaal witgewassen. Door dit handelen is een behoorlijke afwikkeling van de faillissementen van de vennootschappen gefrustreerd en zijn zowel de boedel als de Nederlandse staat aanzienlijk benadeeld. Op grond van het dossier kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat verdachte eveneens leider was van de organisatie, maar wel dat hij zeer nauw met de leider van de organisatie samengewerkt, met name op het gebied van het witwassen en hierin een onmisbare rol heeft gespeeld.

Bij de bepaling van de hoogte van de straf heeft de rechtbank naast vorenstaande in het voordeel van verdachte rekening gehouden met het feit dat hij niet eerder is veroordeeld voor dergelijke feiten.

Alles afwegende zal de rechtbank verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Deze straf is lager dan de straf die door de officier van justitie is geëist gelet op soortgelijke zaken en de opgelegde straffen aan de medeverdachten in onderhavige zaak. Een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest, alsmede een werkstraf – zoals verzocht door de verdediging – doet naar het oordeel van de rechtbank geen recht aan de ernst van de feiten en de rol die verdachte hierin heeft gespeeld.

Ten aanzien van de aftrek van de overleveringsdetentie overweegt de rechtbank als volgt.

Artikel 27 lid 1 Wetboek van Strafrecht bepaalt:

“Bij het opleggen van tijdelijke gevangenisstraf, hechtenis of taakstraf beveelt de rechter, dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de uitspraak in verzekering, in voorlopige hechtenis, (…) of in detentie in het buitenland ingevolge een Nederlands verzoek om uitlevering of om overlevering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf geheel in mindering zal worden gebracht.”

De rechtbank volgt de officier van justitie derhalve niet en zal de tijd die door verdachte in overleveringsdetentie is doorgebracht in mindering brengen op de op te leggen gevangenisstraf.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 47, 57, 140, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering, voorlopige hechtenis en overleveringsdetentie doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door:

mr. D.R. Sonneveldt (voorzitter), mr. W.L.F. Prisse en mr. G.M.L. Tomassen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.B. Wichman, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 februari 2015.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de Belastingdienst/FIOD, kantoor Zwolle, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 51315, gesloten op 10 maart 2014, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Uittreksel uit de Kamer van Koophandel D-104 (p.11168) en D-588

3 Uittreksel uit de Kamer van Koophandel D-369

4 D-482 factuur van [bedrijf 1] aan [bedrijf 4] (p.13283)

5 D-464 transacties rekening [bedrijf 1] d.d. 27 maart 2013 (p.13246)

6 D-481 factuur van [bedrijf 1] aan [bedrijf 4] (p.13282)

7 D-570 overzicht transactiesJara Holding 4 april 2013 (p.13469)

8 D-483 factuur van [bedrijf 1] aan [bedrijf 6] (p.13284)

9 D-468 transacties rekening [bedrijf 1] d.d. 9 en 10 mei 2013 (p.13250)

10 D-484 factuur van [bedrijf 1] aan [bedrijf 4] (p.13285)

11 D-467 transacties rekening [bedrijf 1] d.d. 19 april 2013 (p.13249)

12 D-485 factuur van [bedrijf 1] aan [bedrijf 6] (p.13286)

13 D-469 transacties rekening [bedrijf 1] d.d. 5 juni 2013 (p.13251)

14 D-486 factuur van [bedrijf 1] aan [bedrijf 6] (p.13287)

15 D-471 transacties rekening [bedrijf 1] d.d. 3 juli 2013 (p.13253)

16 D-487 factuur van [bedrijf 1] aan [bedrijf 6] (p.13288)

17 D-488 factuur van [bedrijf 1] aan [bedrijf 6] (p.13289)

18 D-489 factuur van [bedrijf 1] aan [bedrijf 6] (p.13290)

19 D-490 factuur van [bedrijf 1] aan [bedrijf 6] (p.13291)

20 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] V-01-17 p.4-5 (p.7171-7172)

21 Proces-verbaal zaak 08 (witwassen) p.31 (p.325).

22 D-464 transacties rekening [bedrijf 1] d.d. 27 maart 2013 (p.13246), D-570 overzicht transacties [bedrijf 1] 4 april 2013 (p.13469), D-468 transacties rekening [bedrijf 1] d.d. 9 en 10 mei 2013 (p.13250), D-467 transacties rekening [bedrijf 1] d.d. 19 april 2013 (p.13249), D-470 transacties rekening [bedrijf 1] d.d. 14 juni 2013 (p.13252)

23 D-464 transacties rekening [bedrijf 1] d.d. 27 maart 2013 (p.13246), D-570 overzicht transacties [bedrijf 1] 4 april 2013 (p.13469), D-468 transacties rekening [bedrijf 1] d.d. 9 en 10 mei 2013 (p.13250), D-467 transacties rekening [bedrijf 1] d.d. 19 april 2013 (p.13249), D-469 transacties rekening [bedrijf 1] d.d. 5 juni 2013 (p.13251), D-471 transacties rekening [bedrijf 1] d.d. 3 juli 2013 (p.13253)

24 D-560 overzicht contante opnamen rekening [nummer 3] tnv [medeverdachte 1] (p.13454-13458), D-571 overzicht transactiesd.d. 5 juni 2013 op rekening 7488838 van [bedrijf 8] (p.13471), D-572 overzicht transacties d.d. 3 juli 2013 op rekening 7488838 van [bedrijf 8] (p.13472)

25 D-142 Uittreksel Kamer van Koophandel [bedrijf 2] (p.11298)

26 D-491 factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 6] in Duitsland (p.13292)

27 D-492 factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 6] in Duitsland (p.13293)

28 D-494 factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 6] in Duitsland (p.13297)

29 D-501 Transactieoverzicht rekening [nummer 2] t.n.v. [bedrijf 2] (p.13304)

30 D-495 factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 6] in Duitsland (p.13298)

31 D-501 Transactieoverzicht rekening [nummer 2] t.n.v. [bedrijf 2] (p.13304)

32 D-496 factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 6] in Duitsland (p.13299)

33 D-497 factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 6] in Duitsland (p.13300)

34 D-498 factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 6] in Duitsland (p.13301)

35 D-499 factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 6] in Duitsland (p.13302)

36 D-500 factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 6] in Duitsland (p.13303)

37 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] V-01-17 p.5 (p.7172)

38 Proces-verbaal zaak 08 (witwassen) p.35 (p.329)

39 Proces-verbaal zaak 08 (witwassen) p.39 (p.333)

40 D-561 overzicht contante opname rekening 654757313 van [medeverdachte 1] (p.13459-13460)

41 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] V-01-12 p.7 (p.7146), proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] V-01-04 p.6 (p.7080)

42 proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] V-01-04 p.6 (p.7080)

43 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] V-01-12 p.7 (p.7146)

44 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] V-01-17 p.2-5 (p.7169-7172)

45 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] V-01-12 p.7 (p.7146)

46 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] V-01-12 p.7 (p.7146)

47 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] V-01-04 p.6 (p.7080)

48 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] V-01-04 p.2 (p.7076) en p.6 (p.7080)

49 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] V-01-12 p.6 (p.7145)

50 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris p.4 en p.5.

51 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] V-06-05 p.3 (p.7246)

52 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] V-06-04 p.2 (p.7236)

53 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] V-06-04 p.2 (p.7236)

54 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] V-06-04 p.2 (p.7236)

55 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] V-06-05 p.4 (p.7247)

56 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] V-06-05 p.4 (p.7247)

57 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] V-06-05 p.3 (p.7248)

58 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] V-06-04 p.5 (p.7239), Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] V-06-03 p.4 (p.7232)

59 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] V-06-06 p.5 (p.7254)

60 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-05-05 p.2

61 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-05-05 p.4

62 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-05-05 p.6

63 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-05-05 p.4

64 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-05-05 p.5

65 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V-05-05 p.6

66 Proces-verbaal zaak 09 (criminele organisatie) p. 460-467.

67 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] V-06-05 p.4 (p.7247)

68 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] V-06-05 p.3 (p.7248)

69 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] V-06-04 p.5 (p.7239), Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] V-06-03 p.4 (p.7232)

70 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] V-06-06 p.5 (p.7254)

71 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] V-01-02 p.2 (p. 7069)

72 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] V-01-03 p.3 (p. 7074)

73 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] V-01-03 p.3 (p. 7074)

74 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] V-08-03 p.2-3 (p.7365-7366)

75 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] V-08-04 p.2 (p.7372)

76 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] V-08-04 p.6 (p.7376)

77 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] V-08-05 p.2 (p.7380)

78 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] V-08-05 p.2 (p.7380)

79 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] V-08-05 p.2 (p.7380)

80 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] V-08-05 p.5 (p.7383)

81 proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] V-01-04 p.5 (p.7079)

82 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] V-08-05 p.5 (p.7383)

83 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] V-08-02 p.2 (p.7360)

84 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] V-06-03 p.3 (p.7231)

85 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] V-06-04 p.7 (p.7241)