Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:985

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-02-2015
Datum publicatie
17-02-2015
Zaaknummer
05/740233-14 en 05-740058-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland veroordeelt zes mannen voor onder meer grootschalige hennepteelt tot een gevangenisstraf variërend van 4 maanden tot 18 maanden, afhankelijk van de rol die zij innamen. Bij twee mannen is ook witwassen bewezenverklaard en één man is daarnaast nog veroordeeld voor het in bezit hebben van twee wapens en munitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummers : 05/740233-14 en 05-740058-15

Datum zitting : 3 februari 2015

Datum uitspraak : 17 februari 2015

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats]

adres : [adres 1]

plaats : [woonplaats]

thans gedetineerd in [verblijfplaats].

raadsman : mr. O.N.J. Maatje, advocaat te Zaltbommel.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

05/740233-14

1.

hij, op een of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode van de maand april 2013 tot en met 20 oktober 2014 te Dodewaard, gemeente Neder-Betuwe, en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (in een pand aan de [verblijfplaats] heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk (telkens) aanwezig heeft gehad, een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde (telkens) hennep, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, terwijl dit feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel.

2.

hij op of omstreeks 21 oktober 2014 te Dodewaard, gemeente Neder-Betuwe, en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk (in een pand aan de [verblijfplaats] heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een groot aantal (in totaal ongeveer 23.000, namelijk 280 moederplanten en/of 17.388 hennepstekken in stellages en/of 5376 hennepstekken in dozen) hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, terwijl dit feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel.

05-740058-15

hij op of omstreeks 14 maart 2013 te Weurt, gemeente Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk (in een pand aan de Houtweg) heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een groot aantal (in totaal ongeveer 315) hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, terwijl dit feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 3 februari 2015 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. O.N.J. Maatje, advocaat te Zaltbommel.

De officier van justitie, mr. M. van Nes, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3 De beslissing inzake het bewijs

Ten aanzien van het onder parketnummer 05/740233-14 onder feit 1 en 2 tenlastegelegde 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 21 oktober 2014 is in Dodewaard, gemeente Neder-Betuwe, in een pand aan de
[adres 2] een hennepstekkenkwekerij aangetroffen. Op de begane grond stonden 280 moederplanten. Op de eerste verdieping stonden 17.388 hennepstekken in stellages. In een voertuig dat in het pand geparkeerd was, stonden 5.376 hennepstekken in dozen.2 Van de moederplanten waren 224 stuks 20 weken oud en 56 moederplanten waren twee weken oud.3 In het pand waren op dat moment aanwezig: verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3], [medeverdachte 4], en [medeverdachte 5].4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 tenlastegelegde feit in de periode van 21 april 2014 tot en met 20 oktober 2014 gelet op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen. Ten aanzien van feit 2 heeft de officier van justitie vrijspraak geëist.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat slechts bewezen kan worden dat verdachte éénmaal aanwezig is geweest bij de hennepstekkenkwekerij aan de [adres 2] te Dodewaard. Verdachte zou die dag stekjes sorteren en zou daarvoor € 75, -- krijgen. Voor de overige handelingen alsmede voor de overige periode bevindt zich onvoldoende bewijs in het dossier. Daarbij heeft de raadsman in het bijzonder betoogd dat primair voor het onder feit 1 tenlastegelegde geldt dat de historische verkeersgegevens niet als bewijs kunnen worden gebezigd, nu er zich geen machtiging in het dossier bevindt en er derhalve sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat zelfs indien de historische verkeersgegevens gebezigd kunnen worden voor het bewijs, deze gegevens niets zeggen over de betrokkenheid van verdachte bij de hennepstekkenkwekerij. Verdachte verbleef immers vaker in Dodewaard omdat hij regelmatig op de voetbalvereniging aanwezig was in de buurt van de [adres 2] en ook daar in de buurt klussen deed. Ter zake feit 2 heeft de raadsman zich ten aanzien van het aanwezig hebben van hennepplanten dan wel delen daarvan gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Door de verdediging is betoogd dat door het ontbreken van een machtiging ten aanzien van het verstrekken van historische verkeersgegevens sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een dergelijk vormverzuim, nu de officier van justitie op terechtzitting van 3 februari 2015 heeft toegelicht dat hij deze machtiging toentertijd heeft afgegeven.

De rechtbank betrekt bij haar oordeel de navolgende feiten en omstandigheden:

- [medeverdachte 4] heeft verklaard dat [medeverdachte 2], [verdachte] (zijnde verdachte), [medeverdachte 5], [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en hijzelf, betrokken waren bij de kwekerij5. Op 21 oktober 2014 waren [medeverdachte 4] en zijn medeverdachten om 06.00 uur begonnen in de loods.6 [medeverdachte 4] heeft verklaard dat een stek binnen 12 dagen gereed is en er per week 7.000 stekken uitgingen.7

- [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij 5 à 6 maanden terug voor de eerste keer in de loods aan de [adres 2] te Dodewaard is geweest. De eerste keer in de loods was [medeverdachte 1] met [verdachte] (zijnde verdachte) en [medeverdachte 3]. De tweede keer, twee à drie weken later, was hij er met [verdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5]. Op de dag van de aanhouding zat [medeverdachte 1] bij [verdachte] in de auto en ze hebben stekjes uitgezocht voordat de politie kwam8. Verder heeft [medeverdachte 1] verklaard dat [medeverdachte 4] vaak mee ging met [medeverdachte 2] en hij in de loods werkte met [medeverdachte 5], [verdachte] en [medeverdachte 3]9.

- [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij ongeveer twee keer in de week in de hennepstekkenkwekerij kwam en hij per keer € 100,- contant kreeg. Ook heeft [medeverdachte 3] verklaard dat hij de ene keer met 2 andere personen en de andere keer met 3 personen in de loods was. Hij had geen sleutel van de loods, die werd opengedaan. Op de dag van zijn aanhouding kwam hij als passagier van de grijze bus mee die in de loods stond10.

- Uit de analyse van het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 december 2014 met betrekking tot het aanstralen van de zendmasten ter hoogte van de Nobelweg te Dodewaard bleek dat het telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [verdachte] in de periode van 27-11-2013 tot en met 18-10-2014 op ongeveer 106 verschillende dagen de mast aan de Zandvoort 1 te Dodewaard heeft aangestraald11.

- Verdachte heeft verklaard dat hij vaker in Dodewaard is geweest voorafgaande aan de periode van 21 oktober 2014 en dat het kan kloppen dat zijn telefoon met eindnummers 942 een mast heeft aangestraald in Dodewaard. Verder heeft verdachte verklaard dat hij op 21 oktober 2015 aanwezig was in de loods om stekjes uit te zoeken12.

Het vorenstaande leidt de rechtbank tot het oordeel dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten gericht op het telen, bewerken en verwerken van hennep in de periode van 21 april 2014 tot en met 21 oktober 2014. Op de dag van de inval, op 21 oktober 2014 waren verdachte en zijn medeverdachten aan het werk in de kwekerij. De verklaring van verdachte dat hij daar vaak in de buurt was wegens zijn betrokkenheid bij de plaatselijke voetbalclub dan wel het verrichten van klussen acht de rechtbank niet aannemelijk, ook gelet op de tijdstippen waarop de mast aan de Zandvoort 1 te Dodewaard werd aangestraald.

Met betrekking tot de grote hoeveelheid overweegt de rechtbank als volgt. [medeverdachte 4] heeft verklaard dat een stek binnen 12 dagen gereed is en dat er per week 7.000 stekken uit gingen.

Op de dag van de inval bevonden zich in de hennepkwekerij 280 moederplanten en 22.764 hennepstekken. Dit maakt naar het oordeel van de rechtbank dat de feiten betrekking hebben op een grote hoeveelheid hennep.

Gelet op vorenstaande in onderling verband en samenhang bezien acht de rechtbank het onder feit 1 en 2 tenlastegelegde bewezen.

Ten aanzien van het onder parketnummer 05-740058-15 tenlastegelegde 13

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 14 maart 2013 werd in een loods in Weurt, gemeente Nijmegen, een hennepkwekerij van in totaal ongeveer 315 planten aangetroffen.14 Verdachte was samen met [medeverdachte 1] en

[medeverdachte 3] op de genoemde datum in de loods aanwezig.15

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder parketnummer 05-740058-15 tenlastegelegde feit gelet op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gepleit voor vrijspraak van het aan verdachte onder 3 tenlastegelegde feit. Verdachte wilde enkel gaan schoonmaken en wist niet daar er een hennepkwekerij aanwezig was.

Beoordeling door de rechtbank

Toen de politie bij de loods aan kwam, was de toegangsdeur gesloten.16 De ruimte waar de agenten binnen kwamen, liep door tot de achterzijde van de loods. Er stonden meerdere kartonnen dozen opgestapeld. De bovenste doos was deels geopend. De agenten zagen dat deze doos gevuld was met hennepstekken in steenwolblokjes.
De linker ruimte van de loods was opgedeeld in meerdere ruimten. Het voorste deel van de ruimte stond vol met materialen, te weten een grote hoeveelheid gebruikte en ongebruikte plantenbakken, stekbakken, koolstoffilters, slakkenhuizen, assimilatielampen, elektriciteitsmateriaal en schakelmateriaal. Ook stond er een droogtent in de ruimte waar een zwaar vervuilde koolstoffilter in hing. Op de bodem waren gedroogde plantenresten zichtbaar. In de loods was een ruimte gecreëerd door middel van gipsplaten. De vloer van deze ruimte was voorzien van zwart folie. In die ruimte stonden blauwe watertonnen waarin tuinslangen en pompen lagen en op de tafel lagen knipschaartjes.17 Tegen de achterwand van de ruimte stonden drie wandkasten, waarvan twee kasten afgedicht waren met purschuim. De rechterkast stond nog een stukje open. De verbalisant zag een fel licht in de kast. Hierachter troffen de verbalisanten een in werking zijnde kweekruimte met hennepstekken aan. Na opening van de linker kast werd eveneens een in werking zijnde kweekruimte met hennepstekken aangetroffen. Op de vliering werd een inwerking zijnde kweekruimte aangetroffen met 314 moeder planten.18

De rechtbank acht, gelet op vorenstaande, niet aannemelijk dat verdachte en de medeverdachten enkel in de loods aanwezig waren om op te ruimen en verdachte niet op de hoogte was van de aanwezigheid van de hennepkwekerij. De kwekerij was in werking en de attributen daarvoor waren duidelijk zichtbaar. De rechtbank heeft de overtuiging dat verdachte op de hoogte was van de aanwezigheid van de hennepkwekerij. De rechtbank acht derhalve bewezen dat verdachte en zijn medeverdachten op 14 maart 2013 de genoemde hoeveelheid hennep voorhanden hebben gehad.

Ten aanzien van de vraag of dit feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid, overweegt de rechtbank als volgt. In de loods zijn in totaal ongeveer 315 hennepplanten aangetroffen. In artikel 1 lid 2 Opiumwetbesluit (Besluit van 9 december 2002, stb. 624, laatstelijk gewijzigd bij Besluit van 29 oktober 2012, stb. 550, i.w.tr. op 8 januari 2013) wordt bepaald dat als grote hoeveelheid onder meer moet worden beschouwd 200 hennepplanten. Gelet hierop oordeelt de rechtbank dat het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid hennep.

Gelet op vorenstaande in onderling verband en samenhang bezien acht de rechtbank het onder parketnummer 05/740058-15 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Conclusie
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het bij parketnummer 05/740233-14 onder 1 en 2 tenlastegelegde, alsmede het onder parketnummer 05/740058-15 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

05/740233-14

1.

hij, in de periode van 21 april 2014 tot en met 20 oktober 2014 te Dodewaard, gemeente Neder-Betuwe, tezamen en in vereniging met anderen, telkens opzettelijk (in een pand aan de [verblijfplaats] heeft geteeld en bereid en bewerkt en verwerkt, een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, zijnde (telkens) hennep, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, terwijl dit feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

2.

hij op 21 oktober 2014 te Dodewaard, gemeente Neder-Betuwe, tezamen en in vereniging met anderen, (in een pand aan de [verblijfplaats] heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, een groot aantal (in totaal ongeveer 23.000, namelijk 280 moederplanten en 17.388 hennepstekken in stellages en 5376 hennepstekken in dozen) hennepplanten en/of delen daarvan, van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, terwijl dit feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

05/740058-15

hij op 14 maart 2013 te Weurt, gemeente Nijmegen tezamen en in vereniging met anderen, (in een pand aan de Houtweg) opzettelijk aanwezig heeft gehad, een groot aantal (in totaal ongeveer 315) hennepplanten en/of delen daarvan, zijnde hennep, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, terwijl dit feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 van parketnummer 05/740233-14:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2 van parketnummer 05/740233-14 :

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met in het in artikel 3 B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel.

Ten aanzien van parketnummer 05/740058-15, :

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel.

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder feit 1 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

Door en namens de verdachte is betoogd dat de door de officier van justitie geëiste straf dient te worden gematigd.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 25 december 2015; en

 een voorlichtingsrapportage van Reclassering leger des Heils, d.d. 15 januari 2015, betreffende verdachte;

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte is gedurende een periode van zes maanden betrokken geweest bij grootschalige hennepteelt. Op de dag van de aanhouding waren er 280 moederplanten en 22.764 hennepstekken aanwezig. Gelet op de wijze waarop het geheel georganiseerd werd en de omvang van de hennepstekkenkwekerij, kan gesproken worden van een professionele opzet.

Daarnaast heeft verdachte in een andere hennepkwekerij een hoeveelheid van 315 hennepplanten en delen daarvan voorhanden gehad.

Hennep is schadelijk voor de volksgezondheid.

Het is een feit van algemene bekendheid dat bij hennepteelt van enige omvang grote winsten worden behaald. Winsten die via witwassen in het legale circuit worden gebracht en daarmee grote schade berokkenen aan het maatschappelijk economische verkeer.

Verdachte is gegaan voor het financiële gewin. Dit neemt de rechtbank verdachte kwalijk.

Hoewel de rechtbank een feit meer bewezenverklaard dan door de officier van justitie is betoogd ziet de rechtbank aanleiding om een lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist. De rechtbank heeft hierbij in aanmerking genomen dat zij verdachte een beduidend kleinere rol toebedeelt dan door de officier van justitie is gekenschetst. De rol van verdachte bestond uit het verrichten van werkzaamheden in de hennepstekkenkwekerij. De bewijsmiddelen bieden onvoldoende steun voor het aannemen van een coördinerende of leidinggevende rol van verdachte in de kwekerij. Voorts houdt de rechtbank bij bepaling van de strafmaat rekening met straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd met betrekking tot het verrichten van werkzaamheden in een grootschalige hennep(stekken)kwekerij.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden is.

7 Beslag

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven geld, te weten € 346,40 toebehoort aan de verdachte en aan verdachte zal moeten worden teruggegeven, nu niet is komen vast te staan dat verdachte de door hem gepleegde feiten met behulp van het inbeslaggenomen geld heeft gepleegd en evenmin dat het inbeslaggenomen geldbedrag afkomstig is uit enig misdrijf.

De inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten twee balletjespistolen, vier potjes met balletjes en een boksbeugel dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 36d, 47, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3, 11 en 13 van de Opiumwet.

9 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan die van de opgelegde straf.

Beveelt de teruggave van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten

€ 346,40, aan de veroordeelde.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: twee balletjespistolen, vier potjes met balletjes en een boksbeugel.

Aldus gewezen door:

mr. H.P.M. Kester-Bik (voorzitter), mr. J. Barrau en mr. C.H.M. Pastoors, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. G. Croes, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 februari 2015.

1 Het bewijs met betrekking tot zaaksdossier 1 is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, proces-verbaalnummer 2014103226, onderzoek 07 Hedo, gesloten op 29 december 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Een proces-verbaal van bevindingen, p. 1023.

3 Een proces-verbaal aantreffen hennepstekkerij, p. 1050.

4 Een proces-verbaal aantreffen hennepstekkerij, p. 1052-1053.

5 Een proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 4] p. 1178.

6 Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4], p. 1175.

7 Een proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 4], p. 1180.

8 Een proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 1], p. 1136 t/m 1138.

9 Een proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 1], p 1134 en 1135.

10 Een proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 3] p. 1159 en 1160.

11 Een proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het aanstralen van de zendmasten ter hoogte van de Nobelweg te Dodewaard (methodiekendossier).

12 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 3 februari 2015 en proces-verbaal verhoor verdachte p. 1100.

13 Het bewijs met betrekking tot zaaksdossier 3 is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de regiopolitie Gelderland-Midden, Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, proces-verbaalnummer 2012116183, onderzoek 07 Hedo, gesloten op 30 december 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

14 Een proces-verbaal van bevindingen, p. 4013-4015.

15 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 3 februari 2015 en proces-verbaal aanhouding p. 4016.

16 Een proces-verbaal van bevindingen, p. 4013, 5e alinea.

17 Een proces-verbaal van bevindingen, p. 4014, 3e t/m 5e alinea.

18 Een proces-verbaal van bevindingen, p. 4014, laatste alinea en p. 4015, proces-verbaal bevindingen p. 4022.