Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:8357

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
11-02-2015
Datum publicatie
24-04-2017
Zaaknummer
C/05/251143 / HZ ZA 13-206
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
INS-Updates.nl 2017-0198
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/251143 / HZ ZA 13-206

Vonnis van 11 februari 2015

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

NEDERLANDSE ORGANISATIE VOOR TOEGEPAST NATUURWETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK TNO,

gevestigd te Delft,

eiseres,

advocaat mr. L.F. Kloppenburg te Delft,

tegen

1 [gedaagde sub 1] ,

2. [gedaagde sub 2]

beiden wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. J.H. van den Sigtenhorst te Zutphen.

Partijen zullen hierna TNO respectievelijk [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 23 januari 2014

  • -

    de conclusie van repliek van TNO

  • -

    de conclusie van dupliek van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

TNO is een bij wet opgerichte organisatie die ten doel heeft ertoe bij te dragen dat op toepassing gericht technisch- en natuurwetenschappelijk onderzoek en daarmee te

verbinden sociaal-wetenschappelijk en ander op toepassing gericht onderzoek op doelmatige

wijze dienstbaar wordt gemaakt aan het algemeen belang en de daarbinnen onderscheiden

deelbelangen.

2.2.

lngrepro Renewables B.V. (hierna Ingrepro Renewables) is een vennootschap met volgens het uittreksel uit het handelsregister als activiteiten de handel in elektriciteit en in gas via leidingen alsmede de handel in en productie van energie. Enig bestuurder van Ingrepro Renewables B.V. is Ingrepro B.V.

2.3.

Ingrepro BV. (hierna Ingrepro) houdt zich volgens het uittreksel uit het handelsregister bezig met de handelsbemiddeling in landbouwproducten, levende dieren en grondstoffen voor textiel en voedingsmiddelen alsmede de vervaardiging van zeep, wasmiddelen, poets- en reinigingsmiddelen en etherische oliën.

Ingrepro houdt 70% van de aandelen in lngrepro Renewables. De overige 30 % van de aandelen worden gehouden door Participatiemaatschappij Oost Nederland N.V.

2.4.

Volgens het uittreksel uit het handelsregister is [gedaagde sub 1] is enig aandeelhouder van Ingrepro en zijn [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] haar bestuurders.

2.5.

Bij brief van 11 juni 2010 aan Ingrepro Renewables, de heer ir. [gedaagde sub 1] , heeft het Agentschap NL van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, meegedeeld dat de subsidieaanvraag, bij Agentschap NL bekend onder projectnummer BIORF01014, wordt gehonoreerd. De kosten die voor subsidie in aanmerking komen zijn berekend op een bedrag van € 1.510.650,--. De subsidie bedraagt maximaal € 927.449,--. In de brief staat voorts:

“(…) Bij de bepaling van het subsidiebedrag heb ik het volgende in overweging genomen:

- (…)

Ingrepro Renewables BV en TNO Kwaliteit van Leven worden aangemerkt als gezamenlijke aanvragers van de subsidie. Ingrepro Renewables BV (penvoerder) zal de gezamenlijke aanvragers vertegenwoordigen inzake alle aangelegenheden betreffende deze subsidie. Subsidie wordt door Agentschap NL betaald aan de penvoerder op bankrekeningnummer (…).

Verplichtingen

Op deze subsidieverlening zijn de bepalingen van de Subsidieregeling energie en innovatie, EOS: lange termijn en het Kaderbesluit EZ-subsidies van toepassing.

(…)

Binnen twee maanden na dagtekening van deze beschikking dient u een samenwerkingsovereenkomst te hebben afgesloten en u dient deze te allen tijde aan Agentschap NL te kunnen overleggen. (...)”

2.6.

Uit het bij het Agentschap NL ingediende kostenoverzicht blijkt dat Ingrepro Renewables een subsidie van € 728.680,--- heeft aangevraagd en TNO een subsidie van € 364.770,--.

2.7.

Ingrepro Renewables en TNO hebben een “Samenwerkingsovereenkomst Subsidie project Term Bioraffinage van Algenbiomassa” (hierna: de overeenkomst) gesloten die in juni 2010 door TNO en in juli 2010 door [gedaagde sub 1] namens Ingrepro Renewables is getekend. Onder het kopje “Organisatie” staat onder meer:

“2.1. Ingrepro zal optreden als penvoerder van het Project voor alle Partijen, conform de subsidieregeling, hierna te noemen: “de penvoerder”.

2.2.

De Penvoerder is verantwoordelijk voor de controle op en begeleiding van de samenwerking tussen Partijen, met name de administratie en de prompte doorbetaling van de gelden. (…)”

Onder het kopje “Financiën” staat onder meer:

“(…) Elk der Partijen zal bijdragen in de kosten van haar aandeel in het Project conform hetgeen daaromtrent is bepaald in de Projectbeschrijving. De Subsidie zal door de Penvoerder tussen Partijen worden verdeeld zoals overeengekomen in het Ingediende kostenoverzicht als onderdeel van het Project. (…)”

2.8.

TNO heeft op 15 april 2011 en 11 oktober 2011 financiële rapportages aan Ingrepro Renewables gestuurd. Omdat Ingrepro Renewables de aan haar overgemaakte voorschotten op de subsidie niet (gedeeltelijk) aan haar heeft doorbetaald, heeft TNO op

2 juli 2012 een factuur gestuurd aan Ingrepro voor een bedrag van € 365.000,--, met als omschrijving:

“(…) “Bioraffinage van Algenbiomassa”

In overeenstemming met de samenwerkingsovereenkomst

getekend door [gedaagde sub 1] d.d. 20 juli 2010

Door TNO te ontvangen subsidie (excl. BTW) EUR 365.000,-”

2.9.

Op 4 juli 2012 heeft Agentschap NL aan een zekere Wong meegedeeld dat voor het project BIORF01014 de volgende voorschotbedragen zijn overgemaakt: juni 2010: € 182.676,--, september 2010: € 91.338,--, januari 2011: € 91.337,-- en april 2011: € 297.763,--.

2.10.

Op 6 juli 2012 is een gesprek gevoerd tussen [gedaagde sub 1] enerzijds en [medewerker TNO] (hierna: [medewerker TNO] ) van TNO anderzijds. [medewerker TNO] heeft daarvan een gespreksverslag gemaakt en aan [gedaagde sub 1] toegezonden. In dat gespreksverslag staat onder meer:

“(…) Gesprek: 6-7-12

Onderwerp: Openstaande post aan TNO door Ingrepro

(afdracht geld van Agentschap NL)

Gedurende de afgelopen 1,5 jaar heeft Ingrepro als penvoerder geld ontvangen voor het TERM

project van Agentschap NL. TNO is deelnemer in dit project en dat afgedragen moeten worden aan

TNO.

Deze afdracht is door Ingrepro nog niet gedaan. Dhr. [gedaagde sub 1] komt naar TNO om te praten over

een mogelijke oplossing.

(…)

RV [ [medewerker TNO] , rb] geeft aan bezorgd te zijn over de openstaande bedragen en

uit zijn zorg over het risico dat TNO loopt.

Verklaring/ uitleg vanuit lngrepro, [gedaagde sub 1] situatie:

De heer [medewerker Ingrepo] , medewerker Ingrepro, was verantwoordelijk voor de uitvoer van de financiën van

Ingrepro. Momenteel is de heer [medewerker Ingrepo] bezig om voor zichzelf te beginnen, maar daarnaast doet hij dingen achter de rug om van [gedaagde sub 1] en communiceert hij soms zaken, buiten [gedaagde sub 1] om. De heer [medewerker Ingrepo] zaait onrust over de financiële situatie van Ingrepro.

(…)

- [gedaagde sub 1] geeft aan dat lngrepro een gezonde groeiende innovatieve onderneming is.

Sinds kort hebben ze een nieuwe aandeelhouder erbij, waardoor ze financieel sterk zijn.

- [gedaagde sub 1] geeft aan dat Ingrepro voorschotten heeft ontvangen van Agentschap NL en

moet 320.000 euro afdragen aan TNO. Tot op heden zijn er inderdaad geen afdrachten

gedaan aan TNO.

- [gedaagde sub 1] heeft maandag 9 juli 2012 een afspraak om 16.00 uur met zijn Directie en

Aandeelhouders. (…) Hij zal een akkoord vragen van zijn Directie en Aandeelhouders om over te gaan tot snelle uitbetaling aan TNO.

- Dinsdag 10 juli, belt [gedaagde sub 1] in de ochtend voor 12 uur met [medewerker TNO] om de

uitkomst van het gesprek te bespreken. (…)

Opties / Scenario’s voor de betalingsregeling, die uit de afspraak op 9 juli kunnen komen vanuit

Ingrepro:

- Dinsdag direct betalen aan TNO.

- [gedaagde sub 1] stelt dinsdag een betalingsregeling voor. RV heeft aangegeven dat onze financiële administratie hier niet mee akkoord gaat, de druk vanuit finance is te hoog.

Volgende week moet er een betaling gedaan worden of een regeling komen met daarbij de garanties en de achterliggende gedachten gecommuniceerd, zodat TNO deze kan verifieren er zeker van kan zijn dat er betaald zal worden. Indien dit niet het geval is, dan is Finance genoodzaakt een incassoprocedure in werking te stellen. RV heeft [gedaagde sub 1] daarvan op de hoogte gebracht en hij is zich bewust van de ernst van de situatie.

Boodschap vanuit TNO aan Ingrepro:

- (…)

- De achterstand in afdracht is niet acceptabel en kan niet voortduren. Indien er volgende week

9-13 juli geen betaling of regeling wordt getroffen, wordt de incassoregeling van TNO in

werking gesteld en dan kunnen we die ook niet meer terugdraaien.

Einde gesprek.”

2.11.

Op 11 juli 2012 heeft [gedaagde sub 1] namens Ingrepro Renewables aan TNO/ [medewerker TNO] geschreven:

“(…) Zoals gisteren aangegeven zou ik je vandaag een schrijven sturen over de financiële afwikkeling. Mijn excuus dat het een dag later is geworden.

Voor wat betreft de financiële afhandeling van het project en over de vraag over onze financiële positie kunnen wij meedelen dat wij op het ogenblik in een groei fase zitten en dat we een afgelopen week een eerste investeerder hebben aangetrokken en dat wij volgens planning voorzien dat rond eind november de investeringsronde volledig hebben afgerond. Wij kunnen op 15 november 50% van de openstaande gelden overboeken en op 15 december het restant.

Inzake de het bedrag dat openstaat zullen wij ons baseren op de declaratie die ik van je ontvangen heb en op de subsidiabele bedragen/percentages zoals vermeld in de beschikking van Agentschap NL. Hieruit vloeit voort dat het openstaande bedrag (50% van euro 223.728) euro 111.864,- is.

Onze administratie heeft aangeven dat jullie een factuur gestuurd hebben aan Ingrepro BV twv euro 365.000,- . Zoals overeengekomen in de samenwerkingsovereenkomst worden er geen facturen gestuurd ter verrekening van de subsidiegelden. De factuur is tevens foutief geadresseerd (te name van Ingrepro BV). Ik stuur daarom een kopie van deze faktuur retour en ontvangen wij graag een creditfactuur. (…)”

2.12.

Per e-mail van 6 september 2012 heeft [medewerker TNO] aan onder meer [gedaagde sub 1] geschreven:

“(…) Vandaag hebben [gedaagde sub 1] , Rob Salden en Rein Jansen overlegd over de financiele situatie rondom het TERM bioraffinage project van Ingrepro waarin TNO participeert. Doel van de

bijeenkomst was om meer helderheid te krijgen over de financiele situatie bij Ingrepro en afspraken

te maken over de openstaande gelden die door Agentschap aan Ingrepro als penvoerder zijn

overgemaakt en die bedoelt zijn voor de TNO bijdrage. Tot op heden heeft die afdracht niet

plaatsgevonden.

De volgende afspraken zijn in het gesprek gemaakt:

1. TNO krijgt voor volgende week vrijdag inzage in de financiele boeken met betrekking tot

Liquiditeit en balanspositie

(…)

Waar is het TNO deel van de subsidie gebleven en hoeveel restant kan per direct worden

overgemaakt

(…)

2. Voor maandag 10 september 12 uur geeft [gedaagde sub 1] terugkoppeling van het overleg met zn

aandeelhouders dat voor 7 september gepland is. De terugkoppeling zal in ieder geval een

betalingsvoorstel daarvoor op hoofdlijnen bevatten dat aanzienlijk beter onderbouwd is dan het

vorige voorstel. Ook de termijnen zullen sneller zijn dan het vorige voorstel

3. Eventuele bedragen die de komende week door debiteuren aan lngrepro worden overgemaakt

worden doorgestort naar TNO. [gedaagde sub 1] heeft aangegeven dat er naar zijn verwachting rond de 27000 euro aan betalingen gedaan zal worden.

4. [gedaagde sub 1] stuurt een verslag van zijn bespreking en daarin gemaakte afspraken met

Agentschap van de bespreking die hij aanstaande donderdag heeft door aan [medewerker TNO] .

Carel, kun jij per direct bevestigen dat we dit zo afgesproken hebben?(…)”

[gedaagde sub 1] is deze afspraken niet nagekomen.

2.13.

Op 27 november 2012 heeft TNO een factuur gedateerd 22 november 2012 (hierna: de factuur) ad € 355.129,46 aan Ingrepro Renewables gestuurd. Bij de omschrijving staat onder meer:

“(…) Op grond van bovengenoemde samenwerkingsovereenkomst had Ingrepro Renewables BV een deel van de ontvangen voorschotten reeds moeten overmaken aan TNO (…)”

Bij de factuur is een overzicht gevoegd van het al ingediende kostenoverzicht ad € 355.129,46.

2.14.

Bij de hiervoor bedoelde brief van 27 november 2012 heeft TNO Ingrepro Renewables gesommeerd binnen vijf werkdagen na dagtekening van de brief het bedrag van € 355.129,46 te betalen. Ingrepro Renewables heeft niet aan deze sommatie voldaan.

2.15.

lngrepro Renewables is op 19 februari 2013 in staat van faillissement verklaard en Ingrepro op 5 februari 2013. In beide faillissementen is mr. M.L.J. Meijer aangesteld als curator en is mr. J.S.W. Lucassen benoemd tot rechter-commissaris.

2.16.

In beide faillissementen zijn [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] als (indirect) bestuurders bij brief van 12 juni 2013 door de curator aansprakelijk gesteld voor het faillissementstekort op grond van onbehoorlijk bestuur vanwege onder meer schending van de boekhoudplicht en de deponeringsplicht.

2.17.

Bij exploten van 18 februari 2013, 27 februari 2013, 1 maart 2013 en 19 maart 2013 heeft TNO conservatoir (derden)beslag ten laste van Ingrepro Renewables, Ingrepro, [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] laten leggen op de aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] toebehorende woning, op de aandelen in Ingrepro Renewables, op een auto van het merk Landrover en op bankrekeningen bij F. van Lanschot Bankiers N.V., Triodos bank N.V. en de Coöperatieve Rabobank Graafschap-Noord U.A.

3 De vordering

3.1.

TNO vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

i. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk zal veroordelen aan TNO te betalen binnen veertien dagen na het te dezen te wijzen vonnis een bedrag van € 355.129,46 (zijnde de factuur);

ii. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zal veroordelen aan TNO te betalen binnen veertien dagen na het te dezen te wijzen vonnis de wettelijke handelsrente ex 6: 119a 3W over het onder i. genoemde bedrag, berekend vanaf de vervaldag van de Factuur tot de dag der algehele voldoeding;

iii. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zal veroordelen aan TNO te betalen binnen veertien dagen na het te dezen te wijzen vonnis de buitengerechtelijke kosten ten belope van € 4.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over de ter zake van deze kosten toegewezen bedragen vanaf de l4 dag na de datum van het te dezen te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoeding;

iv. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zal veroordelen aan TNO te betalen binnen veertien dagen na het te dezen te wijzen vonnis de kosten van het geding, daaronder begrepen een tegemoetkoming van TNO in de kosten van juridische bijstand en de kosten van de door TNO ten laste van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] gelegde conservatoire beslagen, te vermeerderen met de wettelijke rente over de terzake van deze kosten toegewezen bedragen vanaf de 14e dag na de datum van het te dezen te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

v. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zal veroordelen aan TNO te betalen binnen veertien dagen na het te dezen te wijzen vonnis de nakosten waarbij deze voor wat betreft het salaris voor de advocaat (het nasalaris) forfaitair kunnen worden berekend op € 131,-- zonder betekening in conventie of reconventie, € 205,-- zonder betekening in conventie en reconventie tezamen, en verhoogd met € 68,-- in geval van betekening, te vermeerderen met de wettelijke rente over de terzake van deze kosten toegewezen bedragen vanaf de 14e dag na de datum van het te dezen te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

vi. het verweer van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zal afwijzen.

3.2.

TNO baseert deze vorderingen in het licht van de vaststaande feiten op het volgende.

Ingrepro Renewables is toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van haar verbintenis uit de overeenkomst met TNO door de factuur niet aan TNO te voldoen. Daarnaast heeft zij onrechtmatig jegens TNO gehandeld door het subsidiegeld niet aan de rechthebbende TNO te betalen, maar te gebruiken voor eigen doeleinden. Ingrepro Renewables dient de schade te vergoeden die TNO door deze wanprestatie en onrechtmatige daad lijdt. TNO heeft subsidiair een vordering tot nakoming van de overeenkomst. Ingrepro Renewables verkeert echter in staat van faillissement waardoor zij niet (meer) in staat is de vorderingen aan TNO te voldoen. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn de enige bestuurders van Ingrepro, terwijl Ingrepro enig bestuurder is van Ingrepro Renewables. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] bepalen derhalve alle beslissingen en het beleid van deze vennootschappen. Ingrepro had het als bestuurder in haar macht dat Ingrepro Renewables de subsidiegelden aan TNO doorbetaalt. Zij heeft ten onrechte geen zorg ervoor gedragen dat een gedeelte van de subsidie aan TNO werd doorbetaald. Door haar zorgplicht ernstig te veronachtzamen treft haar een persoonlijk ernstig verwijt. Ingrepro kan tevens betalingsonwil of frustratie verweten worden omdat Ingepro ten onrechte willens en wetens heeft geweigerd subsidiegelden aan TNO door te betalen.

De aansprakelijkheid van een rechtspersoon als bestuurder van een andere rechtspersoon rust tevens hoofdelijk op ieder die ten tijde van het ontstaan van de aansprakelijkheid van de rechtspersoon daarvan bestuurder is. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn derhalve als bestuurders hoofdelijk aansprakelijk.

Door [gedaagde sub 1] is (mede) namens het bestuur van Ingrepro Renewables en Ingrepro tijdens het aangaan van de overeenkomst en onder meer tijdens gesprekken op 6 juli en 6 september 2012 en in de brief van 11 juli 2012 de schijn (op)gewekt dat Ingrepro Renewables de overeenkomst (alsnog) zou nakomen en kredietwaardig zou zijn, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat Ingrepro Renewables de overeenkomst niet zou nakomen en/of geen verhaal zou bieden, nu de financiële situatie al in 2010 aanzienlijk was verslechterd. Dit is zodanig onzorgvuldig dat ook in dit verband persoonlijk een ernstig verwijt gemaakt kan worden.

TNO heeft door deze handelwijze schade geleden. Bij een juiste voorstelling van zaken had zij niet in het project (door)gewerkt en geen of minder uren (kosten) gemaakt. Als tijdens de gesprekken het juiste verhaal was verteld, was TNO direct tot invordering overgegaan. Door de uitlatingen van [gedaagde sub 1] heeft zij hiervan afgezien en werd zij vervolgens geconfronteerd met de faillissementen van Ingrepro Renewables en Ingrepro. Die schade kan in ieder geval gesteld worden op het bedrag van de factuur en de buitengerechtelijke kosten.

4 Het verweer

4.1.

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben voor antwoord geconcludeerd dat de rechtbank TNO in haar vorderingen niet-ontvankelijk zal verklaren, dan wel haar deze zal ontzeggen, met veroordeling van TNO in de kosten van het geding.

4.2.

Op het verweer van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

5 De beoordeling

5.1.

Volgens vaste jurisprudentie is een bestuurder van een vennootschap aansprakelijk jegens derden (schuldeisers) van die vennootschap in de situatie waarin deze vennootschap jegens haar schuldeisers is tekortgeschoten in de nakoming van haar wettelijke of contractuele verplichtingen, respectievelijk onrechtmatig heeft gehandeld jegens die derden en hem of haar ter zake van die tekortkoming of onrechtmatige daad van de vennootschap persoonlijk een voldoende ernstig verwijt treft.

5.2.

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben in de conclusie van antwoord niet weersproken dat Ingrepro Renewables haar verplichtingen uit de overeenkomst met TNO niet is nagekomen. Zij hebben wel betwist dat hen van het niet nakomen een zodanig ernstig verwijt gemaakt kan worden dat zij aansprakelijk zijn voor de schade die TNO ten gevolge van dit niet nakomen heeft geleden. [gedaagde sub 2] heeft voorts aangevoerd dat zij wel bij de Kamer van Koophandel staat ingeschreven als (indirect) bestuurder van Ingrepro Renewables, maar dat zij feitelijk met de activiteiten van deze vennootschap geen bemoeienis heeft gehad.

5.3.

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben uiteengezet dat [gedaagde sub 1] als (indirect) bestuurder binnenkomende debiteurenbetalingen heeft verwerkt op de wijze als te doen gebruikelijk. Daardoor is het door Ingrepro Renewables ontvangen subsidiegeld verwaterd in de liquiditeiten die Ingrepro Renewables ter beschikking stonden voor het voldoen van haar verplichtingen aan al haar crediteuren, onder wie TNO. De vergelijking dringt zich, aldus [gedaagde sub 1] , op dat op het moment dat Ingrepro Renewables betaling ontving van door haar gefactureerde externe kosten met betrekking tot enig ander project, op Ingrepro Renewables c.q. [gedaagde sub 1] de verplichting rustte om deze specifieke ontvangen betalingen terstond aan te wenden voor het doel waarvoor deze waren gefactureerd, maar zo werkt dat in het maatschappelijk verkeer niet. Ingrepro Renewables heeft binnengekomen betalingen aangewend voor algemene middelen en daarmee haar liquiditeitspositie bewaakt. Dat dit geleid heeft tot een deconfiture mag voor onder meer TNO spijtig zijn, maar dat leidt niet tot een persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurders van Ingrepro Renewables.

5.4.

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben ter zitting en in hun conclusie van dupliek ook gesteld dat tussen Ingrepro Renewables enerzijds en TNO anderzijds, in de persoon van

A. de Boo, een afspraak is gemaakt over de onderhavige subsidiegelden. Kern van deze afspraken was dat door Ingrepro ontvangen subsidiegelden zouden worden verdisconteerd in andere c.q. volgende projecten die zouden plaatsvinden in de samenwerking tussen Ingrepro Renewables en TNO. In het kader van die afspraken werd uitdrukkelijk overeengekomen dat doorbetaling van door Ingrepro Renewables ontvangen subsidiegelden op dat moment niet aan de orde was en zou komen, hangende deze andere/nieuwe afspraken, aldus [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] .

5.5.

TNO heeft in haar repliek betwist dat een afspraak, zoals door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] gesteld, is gemaakt en ter onderbouwing daarvan een verklaring van drs. ing. Art de Boo, Business line manager Biobased Economy (hierna: De Boo), van 28 augustus 2014 in het geding gebracht. Daarin heeft hij verklaard dat hij nooit met [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] , Ingrepro Renewables en/of Ingrepro namens TNO of anderszins enige afspraak heeft gemaakt over (door)betaling van gelden heeft gemaakt. De Boo heeft daaraan toegevoegd dat hij niet alleen [bedoeld zal zijn: zelfstandig] bevoegd is namens TNO een dergelijke afspraak te maken en dat hij ook nooit met [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] , Ingrepro Renewables en/of Ingrepro mondeling of per e-mail heeft gesproken en/of gecommuniceerd over (door) betaling van gelden.

5.6.

De rechtbank overweegt dat in het subsidiebesluit, dat op 11 juni 2010 aan Ingrepro Renewables in de persoon van [gedaagde sub 1] is gezonden (hierna: het subsidiebesluit), Ingrepro Renewables en TNO worden aangemerkt als gezamenlijke aanvragers van de daarbij verleende subsidie. In dit besluit wordt verwezen naar het Kaderbesluit EZ-subsidies (hierna: het Kaderbesluit). TNO heeft in haar conclusie van repliek gewezen op artikel 45 lid 2 van dit Kaderbesluit dat (onder meer) luidt: “Indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, verstrekt Onze Minister de voorschotten via de penvoerder aan de subsidieontvanger. Deze betaling geldt als betaling aan de subsidie-ontvanger.”

Ter toelichting daarop heeft TNO nog aangevoerd dat een penvoerder is aangesteld omdat de subsidieverstrekker wil voorkomen dat zij telkens met meer partijen moet communiceren. De penvoerder fungeert slechts als doorgeefluik van de door hem ontvangen subsidiegelden. Voor zover die gelden voor andere subsidieontvangers dan de penvoerder zijn bestemd, zijn zij niet voor de penvoerder bestemd. Daarom is in de overeenkomst bepaald dat de penvoerder de gelden prompt moet doorbetalen. TNO is subsidieontvanger en daarom dient de penvoerder de ontvangen bedragen meteen door te betalen, aldus TNO.

5.7.

Vast staat dat Ingrepro Renewables uitvoering heeft gegeven aan het subsidiebesluit door de overeenkomst met TNO te sluiten. Gelet op de (onder 2.6. aangehaalde passages uit de) tekst van de overeenkomst staat vast dat partijen hebben afgesproken dat Ingrepro Renewables als penvoerder “conform de subsidieregeling” is opgetreden. In de overeenkomst is ook vastgelegd dat Ingrepro Renewables als penvoerder verantwoordelijk is voor “de prompte doorbetaling van de gelden” en dat de subsidie door de penvoerder zal worden verdeeld zoals overeengekomen in een ingediend kostenoverzicht. Vast staat dat door Agentschap NL voorschotten op grond van het subsidiebesluit aan Ingrepro Renewables zijn uitgekeerd. Uit een en ander volgt dat de uitgekeerde voorschotten niet kunnen aangemerkt als “binnengekomen debiteurenbetalingen”, zoals [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben betoogd die mochten worden aangewend voor het voldoen van (andere) verplichtingen van Ingrepro Renewables. Nu niet betwist is dat de bedragen die bij de factuur in rekening zijn gebracht, gelet op het bij de aanvraag om subsidie ingediende kostenoverzicht, behoren tot de kosten waarvoor aan TNO subsidie is verleend, hadden de ontvangen voorschotten tot het bedrag van de factuur dus op grond van de overeenkomst prompt doorbetaald dienen te worden aan TNO. In zoverre faalt het verweer van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] .

5.8.

TNO heeft het verweer van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] (erop neerkomend) dat er een van de overeenkomst afwijkende afspraak is gemaakt, zoals deze hiervoor onder 5.4. is verwoord, met de schriftelijke verklaring van De Boo voldoende gemotiveerd betwist. Daarom is er aanleiding [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te belasten met het bewijs van de door hen gestelde afspraak. Dat bewijs zal hen hierna worden opgedragen. De rechtbank wijst erop dat bij de beoordeling van dit verweer ook acht geslagen zal worden op de stellingen van TNO over de schijn die [gedaagde sub 1] heeft gewekt in gesprekken die in juli en in september 2012 hebben plaatsgevonden, en in zijn brief aan TNO van 11 juli 2012. Ook de vraag of De Boo bevoegd was TNO te vertegenwoordigen is voor die beoordeling van belang.

5.9.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

6 De beslissing

De rechtbank

6.1.

draagt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] op te bewijzen dat tussen Ingrepro Renewables enerzijds en TNO anderzijds, in de persoon van A. de Boo, is afgesproken dat de door Ingrepro Renewables ontvangen voorschotten op subsidiegelden zouden worden verdisconteerd in andere c.q. volgende projecten die zouden plaatsvinden in samenwerking tussen Ingrepro Renewables en TNO, in verband waarmee is overeengekomen dat doorbetaling van door Ingrepro Renewables ontvangen voorschotten op dat moment niet aan de orde was, hangende deze andere/nieuwe afspraken,

6.2.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 25 februari 2015 voor uitlating door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] of zij bewijs willen leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,

6.3.

bepaalt dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] , indien zij geen bewijs door getuigen willen leveren maar wel bewijsstukken willen overleggen, die stukken direct in het geding moeten brengen,

6.4.

bepaalt dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] , indien zij getuigen willen laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op dinsdagen, woensdagen, donderdagen en vrijdagen in de maanden april tot en met juni 2015 direct moeten opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

6.5.

bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. M.J. van Lee in het gerechtsgebouw te Zutphen aan De Martinetsingel 2,

6.6.

bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

6.7.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. van Lee en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2015.

ap/le