Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:8355

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
11-02-2015
Datum publicatie
01-03-2017
Zaaknummer
C/05/228606 HA ZA 12-260 en 236163 HA ZA 12-793
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ondernemingsrecht. Ontbindingsschade. Bevel deskundigenbericht over winstderving door ontbinding. Vervolg op ECLI:NL:2014:8229 en ECLI:NL: 2014:8230

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

Vonnis in gevoegde zaken van 11 februari 2015

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/05/228606 / HA ZA 12-260 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FINANCIAL SERVICES NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Echt, gemeente Echt-Susteren,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ACCON AVM GROEP B.V.,

gevestigd te Arnhem,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaten mrs. R.G.J. de Haan en A.A.M. Punte te Amsterdam,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/05/236163 / HA ZA 12-793 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FINANCIAL SERVICES NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Echt, gemeente Echt-Susteren,

eiseres,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ACCON AVM GROEP B.V.,

gevestigd te Arnhem,

gedaagde,

advocaten mrs. R.G.J. de Haan en A.A.M. Punte te Amsterdam.

Partijen zullen hierna FSN en Accon worden genoemd.

1 De procedures

1.1.

Het verloop van de procedures blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 1 oktober 2014

  • -

    het niet geweigerde gedeelte van de akte van FSN van 29 oktober 2014

  • -

    de akte van Accon van 29 oktober 2014.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling in de zaak 12-793

2.1.

In haar tussenvonnis van 1 oktober 2014 heeft de rechtbank onderzoek door een deskundige naar eventueel gederfde winst als gevolg van het niet nakomen van de afnameverplichting door Accon aangewezen geacht. Zij heeft partijen gelegenheid geboden zich uit te laten over de door de rechtbank voorgestelde vraagstelling aan de te benoemen deskundige, en ook over het vakgebied en de persoon van deze deskundige. In haar akte heeft FSN zich voornamelijk gekeerd tegen de benoeming van een deskundige als zodanig. Naar aanleiding daarvan overweegt de rechtbank het volgende.

2.2.

De regeling die partijen ter zake van de margekorting hebben getroffen is dynamisch in die zin dat het kortingspercentage binnen de daarvoor bepaalde marge afhankelijk is van de prijs waartegen Accon het werk kan afzetten. In het vonnis van 12 februari 2014 is beslist dat de door Accon in de zaak 12-260 in reconventie gevorderde korting over het tot de ontbinding reeds uitgevoerde werk niet toewijsbaar is. Daarom is in de vraagstelling opgenomen dat de deskundige tot uitgangspunt moet nemen dat FSN tot 29 februari 2012 haar werkzaamheden tegen € 45,00 per uur bij Accon in rekening mocht brengen. Thans is echter aan de orde of de schadevergoedingsvordering van FSN ter zake van het niet nakomen van de afnameverplichting door Accon toewijsbaar is en zo ja tot welk bedrag. In dat verband is het hypothetische verloop van prijzen waartegen Accon het werk zou hebben kunnen afzetten gedurende het restant van de looptijd van het contract relevant. Dit leidt tot een geschilpunt waarop nog niet is beslist en zonder deskundigenbericht ook niet kan worden beslist. Deskundigenonderzoek blijft daarom ook op dit punt aangewezen.

2.3.

Tijdens dat onderzoek voorafgaand aan of naar aanleiding van het concept-rapport kan FSN haar visie op het hypothetische verloop geven. Zij heeft dit reeds bij akte gedaan (punten 6 t/m 11 van de akte van 29 oktober 2014). Het deskundigenbericht is echter juist aan de orde omdat de rechtbank het geschil over eventuele winstderving niet zonder deskundigenbericht kan beslechten. Dit vonnis is dan ook niet de plaats om het standpunt van FSN te bespreken. Niet valt in te zien hoe FSN door deze gang van zaken in haar processuele rechten kan worden beperkt.

2.4.

Een deskundigenbericht blijft derhalve nodig. Wat de na ontbinding nog af te nemen uren betreft geldt het volgende. Uit punt 5.4. van de dagvaarding volgt dat FSN zelf stelt dat zij nog recht heeft op vergoeding van winstderving ter zake van 32.946 uren. Immers, van de 33.321 nog af te nemen uren zijn 375 uren reeds tegen € 45,00 per uur gevorderd in de zaak 12-260, in verband waarmee de vordering ter zake van gederfde winst in de zaak 12-793 van € 1.174.776,00 wordt verminderd tot € 1.157.901,00, aldus FSN. Er bestaat dan ook geen aanleiding op dit uitgangspunt voor de vraagstelling terug te komen.

2.5.

Ter zake van de vraagstelling zelf is het volgende van belang. De kritiek van FSN op de door de rechtbank voorgestelde vragen (punten 15 t/m 21 van haar akte) komt voort uit haar visie op het hypothetische verloop, waarover de deskundige zich juist moet buigen. Die kritiek is daarom in dit verband niet relevant. Accon kan zich in de vraagstelling vinden. De door de rechtbank voorgestelde vragen zullen aan de deskundige ter beantwoording worden voorgelegd.

2.6.

De rechtbank zal een bedrijfseconoom tot deskundige te benoemen. FSN kan zich daarin op zichzelf vinden. Benoeming van een registeraccountant, zoals Accon wenst, ligt niet in de rede. Aan de orde is de beoordeling van een hypothetisch situatie. Concrete exploitatiecijfers waarop een boekhoudkundige begroting van eventueel gederfde winst kan worden gebaseerd zijn derhalve niet beschikbaar. Het gaat nu in wezen om de exploitatiecijfers die FSN zou hebben gegenereerd bij uitdiening van de SLA, derhalve om onderzoek naar de grondslag van hypothetische cijfers. De rechtbank acht een bedrijfseconoom beter dan een accountant in staat in dat verband een gefundeerde redelijke verwachting te schetsen. De rechtbank heeft bedrijfseconoom drs. M.J. van der Eijk in staat en bereid gevonden als deskundige op te treden. Hij staat in deze zaak vrij. Overeenkomstig de opgave van de deskundige zal het voorschot op zijn loon en kosten worden bepaald op € 16.117,20. FSN zal op de grond van de hoofdregel van artikel 195 Rv met het voorschot worden belast.

2.7.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 De beslissing

De rechtbank

in de zaak 12-260

3.1.

houdt iedere beslissing aan,

in de zaak 12-793

3.2.

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

1. Wilt u aangeven of FSN, de ontbinding van de SLA bij brief van 29 februari 2012 weggedacht, redelijkerwijs winst zou hebben gemaakt bij de verdere uitvoering van de SLA, dat wil zeggen bij het verrichten van 32.946 uur aan werkzaamheden gedurende het restant van de looptijd van de SLA? Hierbij dient u er vanuit te gaan dat FSN in ieder geval tot 29 februari 2012 haar werkzaamheden tegen € 45,00 per uur bij Accon in rekening mocht brengen en dat Accon de facturen van FSN zou hebben voldaan.

- wilt u bij de beantwoording van deze vraag gemotiveerd aangeven tegen welk uurtarief, of welke uurtarieven, FSN haar werkzaamheden redelijkerwijs bij Accon in rekening zou hebben kunnen brengen, gegeven de methodiek die de partijen daarover blijkens artikel 2 van de SLA zijn overeengekomen?

- wilt u bij de beantwoording van deze vraag voorts gemotiveerd aangeven wat voor FSN de redelijkerwijs te verwachten kostprijs van deze werkzaamheden zou zijn geweest?

2. Zo ja, op welk bedrag becijfert u de onder 1 bedoelde redelijkerwijs te verwachten winst?

3. Heeft u verder nog opmerkingen op uw vakgebied die u voor een goed begrip van de zaak van belang acht?

3.3.

benoemt tot deskundige om dit onderzoek te verrichten:

Drs. M.J. van der Eijk

Per adres Van Dalen & Van der Eijk B.V.

Algolweg 9-4

3821 BG Amersfoort

telefoonnummer 033 4554 168

faxnummer 033 4554 973

e-mail marco@vdvde.nl

3.4.

bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,

3.5.

bepaalt dat FSN binnen twee weken na datum van dit vonnis (kopieën van) de overige processtukken aan de rechtbank Gelderland, Team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Arnhem, civiele roladministratie, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem zal doen toekomen,

3.6.

bepaalt dat FSN binnen twee weken na datum van dit vonnis als voorschot op de kosten inclusief omzetbelasting van de deskundige € 16.117,20 ter griffie van deze rechtbank dient te deponeren door voldoening van de nota die het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal toesturen,

3.7.

bepaalt dat de griffier onmiddellijk na betaling van dit voorschot de deskundige hiervan in kennis zal stellen en dat de deskundige pas dan met het onderzoek behoeft te beginnen,

3.8.

bepaalt dat de deskundige binnen twee weken nadat hij bericht heeft gekregen dat het voorschot is gedeponeerd met de partijen een afspraak moet hebben gemaakt voor een datum en tijdstip waarop het onderzoek zal plaatsvinden en die datum aan de rechtbank moet hebben doorgegeven, tenzij een dergelijke afspraak vanwege de aard van het onderzoek naar het oordeel van de deskundige niet nodig is,

3.9.

bepaalt dat indien een partij of de deskundige de aldus afgesproken datum voor het onderzoek wil wijzigen, die partij of de deskundige daartoe een schriftelijk gemotiveerd verzoek moet doen aan de griffie van de rechtbank, met afschrift aan de andere betrokkenen,

3.10.

bepaalt dat de deskundige zich met vragen over het onderzoek kan wenden tot de rechter mr. J.D.A. den Tonkelaar,

3.11.

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht moet doen blijken of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding in dat bericht van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,

3.12.

bepaalt dat de deskundige een schriftelijk en ondertekend conceptrapport zal inleveren ter griffie van deze rechtbank voor 9 september 2015, waarna schriftelijk nadere instructies van de rechtbank zullen volgen over de indiening van het definitieve rapport en de declaratie van de deskundige,

3.13.

verwijst de zaak naar de rolzitting van vier weken na de datum waarop het definitieve rapport ter griffie is ingeleverd voor het nemen van een conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van FSN of voor bepaling datum vonnis,

3.14.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar, mr. S.C.P. Giesen en mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2015.

mb