Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:8249

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
09-12-2015
Datum publicatie
08-01-2016
Zaaknummer
288516
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Deelgeschil. Letselschade. Arbeidsongeval. ZZP'er. Afwijzing op grond van artikel 1019z Rv, want instructie over toedracht nodig. Geen voorschot, mede omdat causaal verband en schade onvoldoende zijn onderbouwd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 1019z
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/65
JA 2016/56 met annotatie van mr. M. Verheijden en mr. V. Oskam
AR-Updates.nl 2016-0019
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rekestnummer: C/05/288516 / HA RK 15-124

Beschikking van 9 december 2015

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te Tiel,

verzoeker,

advocaat mr. S. Demirtas te Arnhem,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ROYAL FASSIN B.V.,

gevestigd te 's-Heerenberg,

2. de naamloze vennootschap

DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verweersters,

advocaat mr. R.H.J. Wildenburg te Arnhem.

De partijen worden verder [verzoeker] , Royal Fassin en Delta Lloyd genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift

  • -

    het verweerschrift

  • -

    de mondelinge behandeling. Verschenen zijn enerzijds [verzoeker] , bijgestaan door mr. Demirtas voornoemd, en anderzijds [naam] , bestuurder van Royal Fassin, [naam] , business controller bij Royal Fassin en [naam] , letselschadespecialist van Delta Lloyd, bijgestaan door mr. D.H. Westrik, kantoorgenoot van mr. Wildenburg voornoemd.

2 De beoordeling

2.1.

[verzoeker] exploiteerde een eenmanszaak genaamd Raamfolie Expert. Royal Fassin fabriceert snoep. Delta Lloyd is de aansprakelijkheidsverzekeraar van Royal Fassin.

2.2.

In november 2014 heeft Royal Fassin aan Reflect Glasfilm opdracht gegeven ruiten van (productie)ruimten van Royal Fassin aan de [adres] te s’-Heerenberg te beplakken met antibreukfolie. Reflect Glasfilm heeft op haar beurt daartoe opdracht gegeven aan [verzoeker] en [naam] . De werkzaamheden zijn door [verzoeker] en [naam] verricht op 29 en 30 december 2014. Ten behoeve van de werkzaamheden was ter plaatse een hoogwerker beschikbaar.

2.3.

Op 30 december 2014, omstreeks het middaguur, is [verzoeker] , die hoog in de wand van de productieruimte ruiten moest beplakken, vanuit de hoogwerker overgestapt op de hoogste plank van een palletstelling die tegen deze wand was blijven staan, om vanaf deze plank werkzaamheden te verrichten. [verzoeker] is daarbij met plank en al gevallen op de onderliggende plank van de stelling, een afstand van ongeveer 180 centimeter. [verzoeker] heeft het werk die dag met [naam] voltooid.

2.4.

[naam] heeft blijkens zijn schriftelijke verklaring van 2 maart 2015 onder meer het volgende over de toedracht verklaard:

“De werkzaamheden werden uitgevoerd in samenspraak met de heer [naam] . Hij was de aanspreekpunt.

Ik en de heer [verzoeker] hebben aan de heer [naam] gevraagd of het veilig was op de stelling om de werkzaamheden te uitvoeren. Ik heb het twee keer gevraagd of het veilig was en de heer [verzoeker] heeft het ook een aantal keren gevraagd, de heer [naam] gaf aan dat het veilig was.

Uiteindelijk is de heer [verzoeker] met de hoogwerker omhoog gegaan om op de stelling te gaan staan. Hij zette twee stappen op de stelling, waarnaar ik zag dat hij door de plaat naar beneden viel. We waren allen hierdoor geschrokken en zag dat de heer [verzoeker] veel pijn had. (…) Na de val van de heer [verzoeker] is de de heer [naam] de stelling gaan controleren. hierbij heeft hij geconstateerd dat de platen die op de dag zijn schoongemaakt niet op de juiste manier zijn teruggeplaats door de medewerkers van Fassin.”

2.5.

[naam] (Royal Fassin) en [naam] (Fassin & Co) hebben over het ongeval schriftelijk het volgende verklaard:

“De heer [verzoeker] was folie aan het plakken in de productie van Royal Fassin. Om bij de ramen van kwaliteitsbeheer te kunnen komen is hij vanuit de hoogwerker op stelling gaan staan. Doordat er een steun niet goed zat is hij door de plaat gezakt en rechtstandig op de onderliggende plaat terechtgekomen. Het hoogte verschil is ongeveer 1,80 meter.

We hebben de heer [verzoeker] direct goed nagekeken of hij niet gewond was. Er waren geen zichtbare verwondingen, wel klaagde hij over een stijve rug-nekspier. Hierna heeft hij gewoon de werkzaamheden afgemaakt, en heeft tussendoor 2 aspirines genomen. Nadat de plaat en steun waren teruggelegd heeft hij ook hier weer werkzaamheden uitgevoerd.

De werkzaamheden waren om 17:00 uur afgerond.”

2.6.

Op 20 april 2015 is [verzoeker] verwezen naar de polikliniek neurologie van het ziekenhuis Rivierenland te Tiel.

2.7.

Fysiotherapeut Parra heeft aan de huisarts van [verzoeker] onder meer het volgende over [verzoeker] gerapporteerd:

“Dhr. H. [verzoeker] wordt door ons behandeld vanwege de ulpvraag: St na val van steiger 30-12-14. Patient heeft sinds dien klachten van toenemende rug, schouder, nekpijn en hoofdpijn, Is op eigen initiatief naar ons toegekomen voor de screening van een klacht van veel pijn nek en thoracaal en scacula li na val van steiger tijdens werk. De patient kan hierdoor niet meer zijn werk doen bij raam folie bedrijf. Doet zwaar werk waardoor kl toenemen.

Na onderzoek is onze diagnose: Verdenking van hypertonie+++ nek en sch musc mn trap desc, met bep CWK ROM van 20 grd re en 10 grd li rotatie nekmusculatuur TrP +++ trap desc bdz en daar door nprs 7 zeurende pijn en bep werk functie na val van steiger

(…)

Patient is bij ons onder behandeling sinds: 11-1-2015 en heeft tot nu toe 18 behandelingen gehad.

Prognose aantal behandelingen:> onbekend gezien de aard en de ernst van de klachten.

Het resultaat tot nu toe: Patient is weer aan het werk maar niet volledig. Nog geen verbetering nu ook klachten van kracht verlies en koud gevoel in beider handen. Ik heb hem geadviseerd om contact op te nemen met zijn huisarts voor verder onderzoek wat betreft deze klachten.”

2.8.

[verzoeker] houdt Royal Fassin en Delta Lloyd aansprakelijk voor de schade als gevolg van zijn val. Royal Fassin en Delta Lloyd hebben aansprakelijkheid van de hand gewezen.

2.9.

Op 22 april 2015 heeft [verzoeker] bij de kantonrechter een tegen Delta Lloyd gericht verzoek om beslechting van een deelgeschil ingediend in verband met het ongeval. Dit verzoek heeft [verzoeker] tijdens de mondelinge behandeling op 25 juni 2015 ingetrokken.

2.10.

Het onderhavige verzoek strekt ertoe dat de rechtbank op de voet van artikel 1019w Rv:

1. zal bepalen dat Delta Lloyd en Royal Fassin hoofdelijk aansprakelijk zijn en gehouden zijn om de door [verzoeker] geleden en te lijden schade als gevolg van het hem overkomen ongeval op 30 december 2014 periodiek middels adequate bevoorschotting te vergoeden,

2. Delta Lloyd en Royal Fassin hoofdelijk zal veroordelen tot betaling aan [verzoeker] van een bedrag van € 15.000,00 althans een door de rechtbank in goede justitie te betalen (bedoeld zal zijn: bepalen, rb) bedrag, ten titel van voorschot op de (im)materiële schade, vermeerderd met rente,

met begroting van de kosten aan de zijde van [verzoeker] bij de behandeling van het onderhavige verzoek op een bedrag van € 8.258,37, en hoofdelijke veroordeling van Delta Lloyd en Royal Fassin tot betaling van dit bedrag alsmede van de proceskosten.

2.11.

[verzoeker] baseert aansprakelijkheid op artikel 6:173 (j° 6:181) BW (gebrekkige roerende zaak), 6:174 BW (gebrekkige opstal), 6:162 BW (onrechtmatige daad), dan wel 7:658 (lid 4) BW (aansprakelijkheid ‘werkgever’).

2.12.

Royal Fassin en Delta Lloyd voeren verweer.

2.13.

De rechtbank zal hierna voor zover van belang op de standpunten van partijen ingaan.

2.14.

Voor zover voor de vestiging van aansprakelijkheid niet reeds instructie nodig is, geldt dat zonder meer wel voor het beantwoorden van de, in het verzoek sub 1 besloten liggende, vraag of de vergoedingsplicht van Royal Fassin en Delta Lloyd op de voet van artikel 6:101 BW vanwege eigen schuld verminderd moet worden, zoals Royal Fassin en Delta Lloyd stellen en [verzoeker] betwist. Royal Fassin en Delta Lloyd verwijten [verzoeker] in dit verband dat hij eigener beweging, zonder overleg met Reflect Glasfilm of Royal Fassin over de noodzaak daarvan, vanuit de hoogwerker op de stelling is gestapt. [verzoeker] heeft dat betwist en opgeworpen dat Jansen vooraf desgevraagd heeft verklaard dat het veilig was om de stelling te betreden, zoals [naam] heeft verklaard. De in deze procedure overgelegde bewijsstukken bieden in dit verband geen uitsluitsel, met name niet omdat Jansen niet rept van vooroverleg over het betreden van de stelling. Bovendien is in dit verband relevant of [verzoeker] hem bekende veiligheidsregels voor het werken met een hoogwerker heeft overtreden, zoals Royal Fassin en Delta Lloyd stellen en [verzoeker] betwist. Bij deze stand van zaken kan niet tot een beslissing op het verzoek sub 1 worden gekomen zonder bewijsopdracht en het horen van getuigen. De met een dergelijke instructie gepaard gaande tijd en moeite staan naar het oordeel van de rechtbank niet in verhouding tot de kans dat een vaststellingsovereenkomst tot stand zal komen. Het verzoek sub 1 stuit daarom af op artikel 1019z Rv.

2.15.

Nu aansprakelijkheid c.q. volledige vergoedingsplicht niet vast staan, ligt het niet in de rede dat een voorschot op schadevergoeding wordt opgelegd aan Royal Fassin en Delta Lloyd. Daar komt bij dat [verzoeker] onvoldoende aanknopingspunten heeft verschaft voor het beoordelen van de omvang van de schade. Dat zijn huidige klachten en beperkingen (volledig) het gevolg zijn van het ongeval kan enkel op basis van de verwijzing en de informatie van de fysiotherapeut niet worden vastgesteld. Het aanhalen van omzetcijfers van voor het ongeval is bovendien niet toereikend om een inschatting van de omvang van de schade te kunnen maken. Verder is het volgens [verzoeker] nog onzeker of hij uiteindelijk blijvende beperkingen aan het ongeval zal overhouden (eerste punt B.2 van het verzoekschrift). Er bestaat daarom thans geen aanleiding aan Royal Fassin en Delta Lloyd de betaling van een voorschot op te leggen. Het verzoek sub 2 is daarom evenmin toewijsbaar.

2.16.

Ter zake van de kosten van deze procedure, die anders dan Royal Fassin en Delta Lloyd hebben bepleit naar het oordeel van de rechtbank niet volstrekt onnodig of onterecht aanhangig is gemaakt, geldt het volgende. [verzoeker] heeft in dit verband verzocht zijn advocaatkosten te begroten op € 8.258,37 (25,25 uur tegen € 255,00 per uur exclusief 6% kantoorkosten en 21% btw). Royal Fassin en Delta Lloyd hebben daartegen gemotiveerd verweer gevoerd. In dit verband is het volgende van belang.

2.17.

Het gehanteerde uurtarief acht de rechtbank op zichzelf in een zaak als de onderhavige niet onredelijk hoog. Ter zake van de bestede uren geldt evenwel het volgende.

Uit de overgelegde specificatie, productie 9 bij het verzoekschrift, lijkt te volgen dat het hier om werkzaamheden gaat, verricht vanaf 2 januari 2015 tot en met de indiening van het verzoekschrift op 21 april 2015, te weten het moment van indiening van het later ingetrokken verzoekschrift bij de kantonrechter. Een specificatie van de werkzaamheden met betrekking tot het onderhavige verzoekschrift ontbreekt. Het komt dan aan op een eigen inschatting van de werkzaamheden door de rechtbank. Tegen de achtergrond van het gehanteerde uurtarief acht de rechtbank in deze zaak de besteding van 16 uren ten hoogste redelijk. De begroting sluit dan op een bedrag van € 5.518,01 (16 maal € 255,00 plus 6% kantoorkosten plus 21% btw plus € 285,00 aan griffierecht). Nu aansprakelijkheid niet vast staat, zullen Royal Fassin en Delta Lloyd niet in deze kosten worden veroordeeld.

2.18.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding, reeds niet nu artikel 289 Rv dat daarvoor de grondslag zou moeten zijn, in artikel 1019aa lid 3 Rv buiten toepassing is verklaard.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

begroot de kosten van [verzoeker] bij de behandeling van dit verzoek op € 5.518,01,

3.2.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2015.