Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:8248

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
02-12-2015
Datum publicatie
08-01-2016
Zaaknummer
286645
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incidentele vordering tot overlegging van stukken (artikel 843a Rv). De rechtbank heeft behoefte aan nadere inlichtingen en zal de incidentele vordering daarom behandelen ter zitting, in combinatie met een comparitie van partijen. De hoofdzaak gaat eerst naar de rol voor antwoord. Het incidenteel vonnis bevat alvast enkele opmerkingen en vragen van de rechtbank met het oog op de mondelinge behandeling van het incident

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/286645 / HA ZA 15-406

Vonnis in incident van 2 december 2015

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HAPRO INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Kapelle,

2. vennootschap naar buitenlands recht

ZURICH INSURANCE PLC, NETHERLANDS BRANCH,

gevestigd te Dublin en kantoorhoudende te Den Haag,

eiseressen in de hoofdzaak,

verweersters in het incident,

advocaat mr. M. Oudenaarden te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DEKRA CERTIFICATION B.V.,

gevestigd te Arnhem,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. G.C. Endedijk te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Hapro c.s. (en afzonderlijk Hapro en Zurich) en Dekra genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 10 juli 2015 met producties

  • -

    de incidentele conclusie ex art. 843a Rv van 30 september 2015

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord van 11 november 2015 met producties

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 Schets van de zaak

Deze zaak draait, kort samengevat, om de vraag of Dekra aansprakelijk is voor de schade die Hapro (c.s.) heeft geleden ten gevolge van twee branden die zijn ontstaan in door Hapro geproduceerde en verkochte zonnebanken (type Luxura X10). Volgens Hapro c.s. zijn de branden ontstaan in de draadboom van een zonnebank (Noorwegen) en aan de achterzijde van een zonnebank (Hongarije) en zijn ze veroorzaakt door een draadbreuk in de draadboom van de zonnebanken. Door deze draadboom loopt de bedrading waarmee de UV-lampen van de zonnebank met elkaar zijn verbonden. De draadboom loopt door het scharnier heen dat de bodem en de hemel van de zonnebank met elkaar verbindt.

De aansprakelijkstelling van Dekra baseert Hapro c.s. op het toerekenbaar tekortschieten in de nakoming van de tussen Hapro en Dekra gesloten keuringsovereenkomst ter zake deze zonnebanken. Deze tekortkoming bestaat volgens Hapro c.s. uit het niet-onderwerpen van de (draadboom van de) zonnebank aan een buigtest (met 50.000 buigingen). De gestelde schade bestaat uit het vergoeden van schade aan de Hongaarse distributeur Sun Systems Kft, het vervangen van de draadboom bij een groot aantal zonnebanken, buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente. Zurich is de aansprakelijkheidsverzekeraar van Hapro.

3 De incidentele vordering en het verweer

3.1.

Dekra vordert dat de rechtbank bij incidenteel vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Hapro c.s. zal veroordelen tot het overleggen aan haar advocaat van de navolgende bescheiden:

I. De verkoopdocumentatie, bestaande uit

  1. de offerte

  2. de koop overeenkomst

  3. de traansportdocumentatie en

  4. e factuur;

die betrekking heeft op de twee door brand getroffen zonnebanken in Noorwegen en

Hongarije, alsmede de in productie 13 (bij de dagvaarding) genoemde zonnebanken, in het bijzonder de zonnebanken met de volgende serienummers:

• 09BH001005

• 10BH001039

• 05BH001004

II. de technische documentatie (TCD) als bedoeld in Bijlage IV van Richtlijn 2006/95/EG (de Laagspanningsrichtlijn), bestaande uit:

a. a) een algemene beschrijving van het elektrisch materiaal;

b) ontwerp- en fabricagetekeningen, alsmede schema’s van delen, onderdelen,

leidingen, enz.;

c) beschrijvingen en toelichtingen die nodig zijn voor het begrijpen van genoemde

tekeningen en schema’s en van de werking van het elektrisch materiaal;

d) een lijst van de normen die geheel of gedeeltelijk zijn toegepast en een

beschrijving van de oplossingen die zijn gekozen om uit veiligheidsoogpunt aan

deze richtlijn te voldoen ingeval de normen niet zijn toegepast;

e) de resultaten van de ontwerpberekeningen, onderzoeken, enz.;

f) de keuringsrapporten.

III. de algemene werkinstructie (de installatiehandleiding) en de rapporten (de werkbriefjes)

die betrekking hebben op de installatie en het onderhoud van de door brand getroffen

zonnebanken in Noorwegen en Hongarije.

IV. de door Hapro met haar Noorse en Hongaarse distributeurs/afnemers — waaronder in

ieder geval Sun System wordt verstaan — gesloten (raam-)overeenkomsten, alsmede de

door Hapro (in de periode 2007 tot en met heden) gehanteerde algemene voorwaarden.

V. de bescheiden waarin de inventarisatie/analyse van de risico’s en/of de juridische

positie van Hapro is neergelegd, zoals een (extern) juridisch advies hierover.

3.2.

Dekra stelt, ter onderbouwing van haar vordering dat zij deze informatie nodig heeft om de stellingen van Hapro c.s. gemotiveerd te kunnen weerleggen. Zij wijst er daarbij op dat Hapro c.s. zich voor wat betreft het causaal verband beroept op de omkeringsregel waarmee het causaal verband tussen de (gestelde) normschending en de schade is gegeven behoudens door Dekra te leveren tegenbewijs. Meer specifiek voert Dekra het volgende aan:

I. De verkoopdocumentatie is van belang omdat uit de steekproef die Hapro heeft uitgevoerd blijkt dat reeds voor het testrapport van Dekra (van 12 maart 2007) zonnebanken op de markt zijn gebracht. Dekra wil aantonen dat het testrapport niet bepalend is geweest voor de marktintroductie van onderhavige zonnebanken. Dat Dekra geen partij was bij de desbetreffende koopovereenkomsten maakt niet dat zij geen belang heeft bij dit deel van haar vordering.

II. Dekra gaat er op grond van het voorgaande (zonnebanken op de markt gebracht voor 12 maart 2007) van uit dat Hapro de zonnebank zelf heeft moeten testen. Uit het TCD (Technisch Constructie Dossier) kan blijken welke technische afwegingen ten grondslag hebben gelegen aan de keuze voor de soort draden (aarde draad/draad met flexibele ader) alsook de verschillen tussen de zonnebanken van het type 46 en type 52.

III. Dekra stelt dat de meest waarschijnlijke oorzaak van de beschadiging van de draadboom de wijze van assempblage (montage) van de zonnebank is. Het is daarom van belang vast te stellen of de betreffende zonnebanken bij de installatie zijn gedemonteerd. Voorts is van belang vast te kunnen stellen hoeveel buigingen de zonnebanken hebben ondergaan. Dit kan worden afgeleid uit de ouderdom van de zonnebank in combinatie met de gebruiksintensiteit. Daarom worden werkinstructies, installatie- en onderhoudsrapporten opgevraagd.

IV. Contractsinformatie is relevant omdat van belang is of Hapro gehouden was de schade van de kopers van de beschadigde zonnebanken te vergoeden. Als Hapro daartoe niet gehouden was, heeft zij gehandeld in strijd met de op haar rustende schadebeperkingsplicht.

V. Deze informatie is van belang om te kunnen beoordelen of Hapro c.s. de kosten van de FCA op Dekra kan verhalen. Als Hapro c.s. op grond van commerciële redenen heeft beslist de FCA uit te voeren, kan zij de kosten daarvan niet op Dekra verhalen.

3.3.

Hapro c.s. voeren gemotiveerd en kort samengevat het volgende verweer:

I. Het gaat niet om de vraag wanneer de zonebanken zijn geïntroduceerd maar wanneer ze aan klanten zijn geleverd. Terzake het moment van levering zijn producties 28-34 overgelegd.

II. Dekra heeft geen rechtmatig belang bij dit deel van de vordering. Hapro c.s. wijst er daarbij op dat Dekra het zogeheten ‘Test Result Form’ (TRF) heeft opgesteld en dat dit een integraal onderdeel vormt van het TCD en alle relevante technische informatie bevat. Hapro voegt aan het TCD zelf de constructiekeningen en de resultaten van de EMC-metingen toe. Deze zijn voor de beoordeling van het onderhavige geschil niet relevant.

III. Volgens Hapro c.s. is het voor de beoordeling van het geschil niet van belang om vast te stellen of de zonnebanken bij de installatie zijn gedemonteerd en zo ja, of dit volgens enige werkinstructie is geschied. Evenmin is van belang om vast te stellen hoeveel buigingen de zonnebanken hebben ondergaan. Indien Dekra Hapro erop zou hebben gewezen dat de bedrading van de draadboom niet geschikt was voor de beoogde toepassing dan zou Hapro de zonnebanken niet in ongewijzigde vorm op de markt hebben gebracht. Dekra heeft dus geen rechtmatig belang bij het verkrijgen van deze verzochte informatie.

IV. Het gaat hier hooguit om informatie betreffende de Hongaarse distributeur van Hapro omdat de Noorse distributeur Hapro nog niet aansprakelijk heeft gesteld en het uitvoeren van een FCA niet voortvloeit uit de contractuele relatie met haar afnemers. Ook ten aanzien van de Hongaarse ditributeur (Sun System) mist het verzoek relevantie nu Hapro rechtstreeks aansprakelijk was jegens Luxura c.s. Overigens heeft Hapro reeds een afschrift van de tussen Hapro en Sun Sytem gesloten raamovereenkomst aan Dekra verstrekt, volledigheidshalve wordt een afschrift overgelegd (productie 37). Hapro (c.s). betwijfelt of deze voorwaarden rechtsgeldig van toepassing zijn op de overeenkomst met Sun System.

V. De beslissing om een FCA uit te voeren is genomen in overleg met Zurich. Een schriftelijke risicoanalyse heeft niet ten grondslag gelegen aan deze beslissing. Gezien de noodzaak tot snel ingrijpen heeft het contact met name telefonisch plaatsgevonden. Deze beslissing is nadien getoets. Deze risico-analyse wordt overgelegd als productie 38.

4 Beoordeling in het incident

4.1.

De rechtbank heeft behoefte aan nadere inlichtingen en zal de incidentele vordering daarom behandelen ter zitting, te combineren met een comparitie na antwoord. De datum voor deze zitting zal daarom worden bepaald nadat Dekra een conclusie van antwoord heeft genomen. Ter comparitie zal het verdere procesverloop, in verband met de nog te nemen beslissing op deze incidentele vordering, met partijen worden besproken.

4.2.

Met het oog op de mondelinge behandeling (van de incidentele vordering), geeft de rechtbank thans reeds enkele opmerkingen/vragen:

Ad I: Hapro (c.s.) heeft ter zake deze vordering informatie overgelegd. De rechtbank wil van Dekra weten welke nadere informatie zij (eventueel) wenst te ontvangen en welke belang zij daarbij heeft. Vooralsnog lijkt in deze zaak niet zozeer relevant de datum van de productie van de zonnebanken maar de datum waarop dit product in de markt is gezet (afgezet tegen de datum van het keuringsrapport van Dekra).

Ad II: Is het juist dat Dekra de TRF heeft opgesteld en zo ja, welke technische informatie ontbreekt daarin (in relatie tot de aansprakelijkstelling en schadeposten van Hapro c.s.) en waarom is deze relevant?

Ad V:De rechtbank verstaat vooralsnog dat terzake deze ‘post’ buiten productie 38 van Hapro c.s. geen nadere informatie beschikbaar is.

4.3.

Iedere verdere beslissing wordt dus aangehouden.

5 Beslissing

De rechtbank

5.1.

bepaalt dat de incidentele vordering zal worden behandeld ter zitting, in combinatie met een comparitie van partijen;

5.2.

verwijst de zaak naar de rolzitting van 13 januari 2016 voor conclusie van antwoord (Dekra), waarna een datum voor de comparitie van partijen zal worden bepaald;

5.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. Engberts en in het openbaar uitgesproken op

2 december 2015.