Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:8223

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
22-12-2015
Datum publicatie
05-01-2016
Zaaknummer
4505695
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verzoek om ontslag op staande voet te vernietigen. Verzoek afgewezen. Ernstig verwijtbaar handelen werknemer. Geen transitievergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/35
AR-Updates.nl 2016-0008
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 4505695 \ HA VERZ 15-352 \ 474 \ 450

uitspraak van 22 december 2015

beschikking

in de zaak van

[verzoeker]

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

gemachtigde mr. D.F. Tirkes

en

de besloten vennootschap Euromaster Bandenservice BV

gevestigd te Deventer

verwerende partij

gemachtigde mr. H.C.W. Geffroy

Partijen worden hierna [verzoeker] en Euromaster genoemd.

1 De procedure

1.1.

Ter zitting van 25 november 2015 heeft de mondelinge behandeling plaats gevonden van het door [verzoeker] ingediende verzoekschrift ex artikel 7:681 BW, ingekomen ter griffie op 7 oktober 2015, alsmede van het verweerschrift van Euromaster tevens houdende zelfstandig tegenverzoek, ingekomen ter griffie op 16 november 2015.

Gelijktijdig is behandeld het door [verzoeker] ingediende verweerschrift (naar aanleiding van het tegenverzoek van Euromaster).

1.2.

Ter zitting zijn partijen verschenen, bijgestaan door hun gemachtigden. Zij hebben hun standpunten nader toegelicht. Met instemming van partijen heeft de kantonrechter in het bijzijn van beide partijen de door Euromaster in het geding gebrachte camerabeelden bekeken. [verzoeker] heeft ter zitting haar incidentele vordering ex artikel 223 Rv alsmede het primaire verzoek zoals geformuleerd onder E van het verzoekschrift.

1.3.

Verwezen wordt naar de aantekeningen die de griffier ter zitting heeft gemaakt.

1.4.

Ten slotte is beschikking bepaald op heden.

2 De verzoeken, de verweren en de beoordeling daarvan

2.1.

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet betwist staat het volgende vast:

  1. [verzoeker] (geboren op [dag en maand] 1978) is op1 oktober 1996 bij Euromaster in dienst getreden voor onbepaalde tijd. Hij was werkzaam in de vestiging [plaats] als allround monteur tegen een salaris van laatstelijk € 2.325,13 bruto per maand exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten.

  2. Euromaster exploiteert een groothandel in auto-onderdelen, accessoires en banden.

  3. Euromaster heeft [verzoeker] per 20 augustus 2015 op staande voet ontslagen. Bij brief van 19 augustus 2015 (productie 2 [verzoeker] ) heeft Euromaster [verzoeker] meegedeeld:

Direct na afloop van uw vakantie en wel op 15 augustus 2015, hebt u met uw regiomanager de heer [persoon A] en uw HR Manager mevrouw [persoon B] , een gesprek gevoerd.

Tijdens dit gesprek is u voorgehouden dat Euromaster in die week kennis heeft genomen van camerabeelden van de vestiging [plaats] , welke camerabeelden betrekking hebben op het tijdsbestek zaterdag 25 juli 2015 tussen circa 07:00 uur en 08:00 uur.

Eveneens is u voorgehouden dat de assistent servicecenter manager van de vestiging [plaats] , de heer [persoon C] , die ochtend een aanmerkelijk geldbedrag van circa € 13.000,- naar de vestiging heeft meegenomen, welk bedrag hij later op die dag wilde betalen aan een derde die voor hem verbouwwerkzaamheden aan zijn woning heeft uitgevoerd. De heer [persoon C] heeft ons ervan op de hoogte gesteld dat hij dit bedrag dezelfde ochtend, en wel op de vestiging te [plaats] , nog heeft nageteld, hij dit bedrag in enkele enveloppen heeft gestopt en nadien in een lade in de receptieruimte heeft gelegd. Diezelfde dag heeft de heer [persoon C] geconstateerd dat de enveloppen en dus ook het geldbedrag waren verdwenen. Wij hebben begrepen dat de heer [persoon C] van het voorval aangifte bij de politie heeft gedaan.

In verband met voornoemde gebeurtenis hebben wij op verzoek van de heer [persoon C] de camerabeelden van de vestiging [plaats] beoordeeld. Op die beelden is onder meer te zien dat u omstreeks voornoemde tijdsperiode de receptieruimte (zeer) snel naar binnen loopt, terwijl u enkele seconden later, op een in onze visie verdachte manier, de receptieruimte uit rent met enkele papierstukken onder uw arm.

Tijdens het gesprek dat op 15 augustus 2015 met u is gevoerd, hebben wij u ervan op de hoogte gesteld dat de camerabeelden ons aanleiding geven om nader onderzoek te doen. U bent voor de duur van het onderzoek geschorst tot het uitvoeren van uw werkzaamheden, met behoud van salaris.

Tijdens het op 15 augustus 2015 gevoerde gesprek zijn u de camerabeelden getoond. U bent in de gelegenheid gesteld een verklaring af te leggen. Deze verklaring is op schrift gesteld en nadien door u ondertekend. Een afschrift van uw verklaring is aan deze brief gehecht. U heeft onder meer verklaard dat u denkt dat u op het desbetreffende moment een werkorder in de receptieruimte heeft gepakt, maar dat u geen geld heeft gezien. Ook heeft u naar aanleiding van een opmerking van de heer [persoon C] verklaard dat u tegen de heer [persoon C] heeft gezegd dat u tijdens uw vakantie van zijn geld gaat genieten.

Naar aanleiding van uw verklaring hebben wij de heer [persoon C] om een reactie gevraagd. Deze heeft ons bevestigd dat uw verklaring niet aannemelijk is. De heer [persoon C] heeft ons aangetoond dat de werkorders altijd op dezelfde plek liggen in de receptie (bij de voordeur) en dat het onmogelijk is om deze in een zodanig kort tijdsbestek (enkele seconden) te pakken. In verband hiermee hebben wij de camerabeelden nogmaals geanalyseerd. Op de camerabeelden is onder meer te zien dat u in het zeer korte tijdsbestek de deur nog even een zetje geeft om deze iets open te houden, vermoedelijk om de ruimte meteen weer te verlaten. Het is bovendien zeer onaannemelijk dat u op een dergelijke wijze een werkorder hebt gepakt. U hebt ook niet vermeld om welke werkorder het ging en wat de reden van de haast was. Evenmin heeft u enige verklaring gegeven voor het feit dat u, op de ons inziens zeer verdachte wijze, uit de receptie bent gerend.

Tot slot beschikken wij over een verklaring van een collega, de heer [persoon D] , waaruit volgt dat de heer [persoon C] inderdaad op kantoor het geld heeft geteld. Daarom achten wij bewezen dat de heer [persoon C] op 25 juli 2015 op de vestiging over een groot geldbedrag beschikte.

Op basis van het door ons uitgevoerde onderzoek, zijn wij tot de conclusie gekomen dat:

De heer [persoon C] op de ochtend van 25 juli 2015, beschikte over een aanmerkelijk geldbedrag, welk geldbedrag hij in een lade in de receptieruimte heeft gelegd;

Het desbetreffende bedrag is verdwenen c.q. is ontvreemd;

U de receptieruimte bent binnengelopen, u aldaar een aantal seconden aanwezig was en nadien de receptieruimte bent uitgerend met enkele papieren onder uw arm; u geen deugdelijke verklaring hebt kunnen geven voor uw handelwijze;

Er sprake is van een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat u het aan de heer [persoon C] in eigendom toebehorende geldbedrag hebt ontvreemd c.q. u zich zodanig verdacht hebt gedragen dat van Euromaster in redelijkheid niet kan worden verlangd dat het dienstverband met u kan worden voortgezet, waarbij Euromaster eveneens in acht neemt het feit dat de heer [persoon C] een van uw leidinggevenden is en u dagelijks nauw met hem dient samen te werken.

Op grond van bovengenoemde feiten en omstandigheden, elk op zich en/of in een of meerdere opzichten in onderlinge samenhang met elkaar, komen wij tot de conclusie dat er sprake is van een dringende reden, op grond waarvan wij u met ingang van 20 augustus 2015 op staande voet ontslaan.

In verband met het aan u gegeven ontslag op staande voet, zal het dienstverband met ingang van 20 augustus 2015 eindigen. Als gevolg van het ontslag op staande voet bent u jegens Euromaster schadeplichtig. Euromaster maakt aanspraak op de zogenaamde gefixeerde schadevergoeding, welk schadebedrag gelijk is aan het bruto loon over de periode van de opzegtermijn. Dit schadebedrag zullen wij verrekenen met de u toekomende eindafrekening. (…)

Bij brief van 28 augustus 2015 heeft [verzoeker] tegen het ontslag geprotesteerd en Euromaster laten weten dat hij zich beschikbaar hield om zijn werkzaamheden te verrichten.

[verzoeker] is met ingang van 7 september 2015 elders in dienst getreden op basis van een contract voor de duur van een jaar.

2.2.

[verzoeker] verzoekt primair (onder D van het verzoekschrift) het hem op 20 augustus 2015 gegeven ontslag op staande voet te vernietigen. Hij betwist dat hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan diefstal van het bedrag van € 13.000,- dat in de ontslagbrief is vermeld. [verzoeker] betwist enkel – in de kern – de feitelijke juistheid van de in de ontslagbrief genoemde dringende reden.

2.3.

Euromaster voert gemotiveerd verweer. Euromaster handhaaft het aan [verzoeker] gegeven ontslag op staande voet en baseert haar tegenverzoek op de door haar aangevoerde feiten.

2.4.

Het (primaire) verzoek strekkende tot vernietiging van het gegeven ontslag op staande voet wordt afgewezen. Euromaster heeft voldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die de conclusie rechtvaardigen dat [verzoeker] zich het bedrag in kwestie (genoemd in de ontslagbrief) wederrechtelijk heeft toegeëigend. Die gedraging van [verzoeker] heeft tot gevolg dat van Euromaster niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] te laten voortduren en levert een dringende reden op. Euromaster heeft, naar het oordeel van de kantonrechter, [verzoeker] op goede gronden op staande voet ontslagen. Daartoe wordt het volgende overwogen.

2.5.

Ten aanzien van de feiten en omstandigheden op 25 juli 2015 rond het door [persoon C] in de receptieruimte opgeborgen bedrag aan contanten moet worden uitgegaan van de door Euromaster gegeven lezing, die door [verzoeker] niet, althans onvoldoende is betwist. De door [verzoeker] in de irrealis geformuleerde stellingen (randnummer 10 en 11 van zijn verzoekschrift) zijn immers niet aan te merken als een gemotiveerde betwisting van de door Euromaster aangevoerde feiten en omstandigheden in deze. Derhalve wordt ervan uitgegaan dat [persoon C] in de vroege ochtend van zaterdag 25 juli 2015 (op of omstreeks 07.05 uur) in de vestiging van Euromaster in [plaats] een bedrag van € 13.000,- in contanten heeft nageteld, verdeeld over meerdere enveloppen en opgeborgen in een lade in de receptieruimte. Vervolgens heeft [persoon C] op of omstreeks 07.45 uur geconstateerd dat het geld uit de lade was verdwenen. Dezelfde dag heeft [persoon C] bij de politie aangifte gedaan van diefstal.

2.6.

In de vestiging van Euromaster in [plaats] worden tijdens sluitingstijd camera-opnamen gemaakt die enige tijd bewaard blijven. Nadat er enkele weken na 25 juli 2015 bij de vestiging van Euromaster in [plaats] was ingebroken, waarna [persoon C] de camerabeelden heeft bekeken, kwam hij tot de ontdekking dat de camera circa 30 minuten in tijd achter liep.

Bij onderzoek is toen gebleken dat er ook opnamen waren gemaakt in de vroege ochtend van 25 juli 2015 (die ter zitting door Euromaster zijn getoond). Op de beelden is te zien dat [verzoeker] korte tijd nadat [persoon C] het geld in de lade had opgeborgen, gehaast de receptieruimte betreedt en na enkele seconden de ruimte gehaast weer verlaat met papieren in zijn hand. Vast staat ook dat niemand anders in de receptieruimte is geweest tussen het moment waarop het geld door [persoon C] daar is opgeborgen en het moment waarop hij ontdekte dat het geld was verdwenen.

2.7.

Euromaster heeft direct na zijn vakantie (15 augustus 2015)een gesprek gehad met [verzoeker] en hem in de gelegenheid gesteld te reageren op de camerabeelden. [verzoeker] heeft blijkens zijn verklaring (gevoegd bij de ontslagbrief), gesteld op de bewuste ochtend in de receptieruimte een werkorder te hebben gepakt. Euromaster heeft dat gemotiveerd weersproken. Naar het oordeel van de kantonrechter is de conclusie van Euromaster, op grond van de camerabeelden, dat [verzoeker] op 25 juli 2015 het door [persoon C] in de receptieruimte opgeborgen bedrag van € 13.000,- in contanten heeft weggenomen, alleszins gerechtvaardigd. Vast staat dat op 25 juli 2015 in de korte tijd tussen het opbergen van het geld en de vermissing daarvan, behalve [verzoeker] niemand anders in de receptieruimte is geweest en dat [verzoeker] geen plausibele verklaring heeft gegeven voor zijn aanwezigheid daar en zijn gehaaste gedrag. Voor vernietiging van het ontslag op staande voet, zoals door [verzoeker] is verzocht, is dan ook geen grond.

2.8.

Gelet op het voorgaande zullen de primaire verzoeken van [verzoeker] worden afgewezen.

2.9.

Het subsidiaire verzoek wordt eveneens afgewezen. De aan [verzoeker] verweten gedraging is zodanig ernstig verwijtbaar dat hem geen transitievergoeding zal worden toegekend. Gelet op de ernst van het gemaakte verwijt kan niet worden geoordeeld dat het niet-toekennen van een dergelijke vergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, zoals door [verzoeker] is betoogd.

2.10.

Aan beoordeling van het meer subsidiaire verzoek wordt niet toegekomen nu [verzoeker] niet (alsnog) de opzegging van de arbeidsovereenkomst gemotiveerd heeft betwist.

[verzoeker] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

2.11.

Ten aanzien van het zelfstandig tegenverzoek wordt als volgt overwogen.

Nu vast staat dat [verzoeker] per 7 september 2015 elders in dienst is getreden moet er in rechte vanuit worden gegaan dat, ook in de visie van [verzoeker] , de arbeidsovereenkomst in elk geval per deze datum is geëindigd. Euromaster heeft dan ook geen belang meer bij haar tegenverzoek strekkende tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst, zodat dit verzoek zal worden afgewezen. Datzelfde geldt voor de verzoeken geformuleerd onder 10 en 11 van het tegenverzoek.

2.12.

Onder randnummer 12 verzoekt Euromaster veroordeling van [verzoeker] tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding wegens het ontslag op staande voet. Ingevolge artikel 6:677 lid 2 en 3 BW is [verzoeker] , nu het ontslag op staande voet niet is vernietigd, schadeplichtig.

Het verzoek zal dan ook worden toegewezen.

2.13.

[verzoeker] zal als de in het ongelijk gestelde partij in zake het zelfstandig tegenverzoek worden veroordeeld in de proceskosten.

3 De beslissing

De kantonrechter,

3.1.

wijst de verzoeken van [verzoeker] af;

3.2.

veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten tot aan deze uitspraak aan de zijde van Euromaster begroot op € 500,- salaris gemachtigde;

ten aanzien van het zelfstandig tegenverzoek

3.3.

veroordeelt [verzoeker] tot betaling aan Euromaster van de gefixeerde schadevergoeding wegens ontslag op staande voet ten bedrage van € 10.044,56;

3.4.

veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten tot aan deze uitspraak aan de zijde van Euromaster begroot op € 250,- salaris gemachtigde;

3.5.

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

3.6.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. W.H. van Empel en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2015.