Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:8193

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
18-11-2015
Datum publicatie
04-01-2016
Zaaknummer
261427
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil over de schade die eisers zouden hebben geleden als gevolg van (sloop)werkzaamheden die de gemeente heeft verricht buiten de reikwijdte van haar besluit tot uitoefening van bestuursdwang. Rechtbank beoordeelt diverse schadeposten. Bewijsopdracht aan eisers ten aanzien van twee schadeposten. Zaak naar de rol voor akte ter nadere specificatie van diverse kosten-/schadeposten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/261427 / HA ZA 14-176

Vonnis van 18 november 2015

in de zaak van

1 [eiser]

en

2. [eiseres],

beiden wonende te Velp, gemeente Rheden,

eisers,

advocaat mr. R.J.H. Minkhorst te Nijmegen,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE GEMEENTE RHEDEN,

zetelend te De Steeg,

gedaagde,

advocaat mr. A.D. [naam] te Twello.

Partijen zullen ook hierna weer enerzijds [eiser] en [eiseres] en anderzijds de gemeente genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 11 februari 2015 en de daarin genoemde gedingstukken;

  • -

    de akte uitlating van [eiser] en [eiseres] ;

  • -

    de akte van uitlaten van de gemeente;

  • -

    de conclusie van repliek van [eiser] en [eiseres] met producties;

  • -

    de gelijktijdige conclusie van repliek van de gemeente met een productie;

  • -

    het schriftelijke antwoord naar aanleiding van de conclusie van repliek met producties van de gemeente;

  • -

    de nadere conclusie (bewijs) van [eiser] en [eiseres] .

1.2.

Ten slotte is opnieuw vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De rechtbank blijft bij wat in het tussenvonnis van 11 februari 2015 (verder kortweg: het tussenvonnis) is overwogen en beslist. Wel brengt de rechtbank in rechtsoverweging een correctie aan, aldus dat het genoemde bedrag van € 42.963,- een optelling is van de schadeposten ad € 23.263,- en € 19.700,- en geen verband houdt met de gestelde huurderving.

2.2.

Bij het tussenvonnis zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich nog uit te laten over hetgeen daar onder 4.7 en 4.8 is overwogen. Het gaat, kort gezegd, om de vraag welke kosten van herstel van (sloop)werkzaamheden die de gemeente heeft verricht buiten de reikwijdte van haar besluit tot uitoefening van bestuursdwang voor haar rekening moeten komen dan wel voor rekening van [eiser] en [eiseres] moeten blijven, en om het bewijs van hun stelling dat het onder 4.4 van dat vonnis bedoelde raam kapotgegaan is door toedoen van de gemeente.

2.3.

De gemeente is nog ingegaan op wat is overwogen in het tussenvonnis onder 4.3, maar de rechtbank zal daaraan voorbijgaan, nu daarin geen sprake is van een feitelijke of juridische misslag en de gemeente geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die kunnen leiden tot het oordeel dat het onaanvaardbaar is dat de rechtbank gebonden is aan de daar ondubbelzinnig en zonder voorbehoud genomen beslissing dat [eiser] en [eiseres] niet gehouden waren uit hoofde van het besluit tot uitoefening van bestuursdwang meer te doen dan daarin is vermeld onder het kopje “Feiten/totstandkoming”.

2.4.

[eiser] en [eiseres] zijn nog ingegaan op wat in het tussenvonnis is overwogen onder 4.9. Ook hieraan gaat de rechtbank voorbij, nu daarin geen sprake is van een feitelijke of juridische misslag en zij geen feiten of omstandigheden hebben aangevoerd die kunnen leiden tot het oordeel dat het onaanvaardbaar is dat de rechtbank gebonden is aan de daar ondubbelzinnig en zonder voorbehoud genomen beslissingen inhoudende dat de vordering tot vergoeding van schade ad € 23.263,- (ten gevolge van weersinvloeden verloren gegane eigendommen) en € 1.100,- per maand (huurderving) niet toewijsbaar is.

2.5.

Partijen hebben ieder haar standpunten opnieuw uitvoerig weergeven, de gemeente ook aan de hand van een rapport van ing. J.H. Weernink RO, verbonden aan Bartels Ingenieurs voor Bouw & Infra (verder te noemen: de constructeur), van 12 juni 2015. Naar de rechtbank begrijpt is tussen partijen niet (langer) in geschil dat de gemeente maatregelen heeft genomen ter ongedaanmaking van de in het bestuursdwangbesluit onder het kopje “Feiten/totstandkoming” omschreven illegale bouwwerken.

2.6.

Aan de orde is dus de vraag of de gemeente ook - al dan niet om goede redenen - de door [eiser] en [eiseres] gestelde, in het tussenvonnis onder 4.6 opgesomde werkzaamheden heeft verricht, waarvan zij als productie 16 bij de dagvaarding foto’s in het geding hebben gebracht. De rechtbank zal deze opsomming hierna puntsgewijs onderzoeken.

2.7.

Het slopen van een halfsteens muur

2.7.1.

De gemeente voert aan dat deze werkzaamheden direct of indirect ontstaan zijn door haar rechtmatig uitgevoerde sloopwerkzaamheden als vermeld in het bestuursdwangbesluit onder het kopje “Feiten/totstandkoming”. Iedere verdere toelichting ontbreekt. De gemeente volstaat met een algemene verwijzing naar het rapport van de constructeur, zonder daarin aan te wijzen wat specifiek betrekking heeft op de sloop van de halfsteens muur.

2.7.2.

Dit leidt tot het oordeel dat het verweer op dit punt onvoldoende gemotiveerd is. Het moet er daarom voor worden gehouden dat de sloop van deze muur valt onder de werkzaamheden waarvoor de gemeente geen bevoegdheid kan ontlenen aan het bestuursdwangbesluit. Voor de schade die hierdoor is veroorzaakt is zij jegens [eiser] en [eiseres] aansprakelijk. Zij zullen in de gelegenheid worden gesteld deze schadepost nader te specificeren.

2.8.

Het slopen van de tussenzolder met houten vloer en stalen legger en dakbeschot

2.8.1.

Volgens de gemeente behoort het slopen van de tussenzolder tot een drietal door de constructeur in zijn rapport genoemde werkzaamheden die “helemaal niet zijn opgetreden”. Onduidelijk is vooralsnog of dit betekent dat de gemeente de tussenzolder niet heeft doen slopen, dan wel dat dit wel het geval is maar dat hieruit geen schade voor [eiser] en [eiseres] is voortgevloeid.

2.8.2.

Een en ander komt verderop (zie onder 2.23) ter sprake bij het onderzoek van de facturen van Bergevoet Doetinchem B.V.

2.9.

Het slopen van het trappenhuis

2.9.1.

De gemeente voert aan dat deze werkzaamheden direct of indirect ontstaan zijn door haar rechtmatig uitgevoerde sloopwerkzaamheden als vermeld in het bestuursdwangbesluit onder het kopje “Feiten/totstandkoming”. Iedere verdere toelichting ontbreekt. De gemeente volstaat met een algemene verwijzing naar het rapport van de constructeur, zonder daarin aan te wijzen wat specifiek betrekking heeft op de sloop van het trappenhuis.

2.9.2.

Dit leidt tot het oordeel dat het verweer op dit punt onvoldoende gemotiveerd is. Het moet er daarom voor worden gehouden dat de sloop van dit trappenhuis valt onder de werkzaamheden waarvoor de gemeente geen bevoegdheid kan ontlenen aan het bestuursdwangbesluit. Voor de schade die hierdoor is veroorzaakt is zij jegens [eiser] en [eiseres] aansprakelijk. Zij zullen in de gelegenheid worden gesteld deze schadepost nader te specificeren.

2.10.

Het slopen van de trap tussen de voormalige kantine en opslagruimte, toiletten e.d. in de onderbouw

2.10.1.

Volgens de gemeente behoort het slopen van de trap tot een drietal door de constructeur in zijn rapport genoemde werkzaamheden die “helemaal niet zijn opgetreden”. Dit betoog moet kennelijk aldus worden begrepen dat de gemeente de trap niet heeft doen slopen, althans dat hieruit geen schade voor [eiser] en [eiseres] is voortgevloeid.

2.10.2.

[eiser] en [eiseres] zullen daarom bewijs van hun stelling moeten leveren. Niet voldoende is dat zij op enig moment hebben geconstateerd dat de trap gesloopt c.q. verdwenen is; zij zullen moeten aantonen dat dit door of op last van de gemeente is gebeurd. Voor het geval zij in dat bewijs slagen zullen zij de kosten van herstel van de trap nader moeten specificeren.

2.10.3.

Dat de gemeente de toiletten gesloopt heeft is klaarblijkelijk niet betwist; daarom komt het bedrag van € 2.950,- voor herstel ervan als geoffreerd door Dak & Co te Oosterbeek bij wege van schadevergoeding in aanmerking voor toewijzing.

2.11.

Het kapot maken van het raam van de opslagruimte/voormalige kleedkamer

2.11.1.

De gemeente voert aan dat op de foto’s van 29 oktober 2009, de dag waarop de werkzaamheden ter uitvoering van het bestuursdwangbesluit werden afgerond, niet te zien is dat de ruit kapot was. Zij vraagt er verder aandacht voor dat de door [eiser] en [eiseres] overgelegde foto dateert van mei 2014, zodat daar niet uit valt af te leiden dat de ruit gebroken is tijdens de sloopwerkzaamheden, en dat de constructeur opmerkt dat de ruit zich onder een te slopen betonvloer bevond, zodat het risico dat de ruit zou breken niet vermeden kon worden.

2.11.2.

De rechtbank constateert dat op de foto’s die de gemeente als productie 30 in het geding gebracht heeft, die naar haar zeggen dateren van 29 oktober 2009, niet de kapotte ruit te zien is waarvan [eiser] en [eiseres] een foto hebben overgelegd als productie 16 nummer 20. Op deze foto is inderdaad als datum 11 mei 2014 vermeld. Zij wijzen echter ook op een foto van de gemeente, overgelegd bij productie 29, blad 5, linkerfoto, waarop, naar zij stellen, te zien is dat het raam kapot is. Volgens Schothorst en [eiseres] dateert deze foto van 27 oktober 2009, dus kort voordat de gemeente de sloopwerkzaamheden afrondde.

2.11.3.

De rechtbank constateert dat op de genoemde foto in productie 29 van de gemeente te zien is dat de ruit kapot is. De gemeente heeft niet betwist dat die foto dateert van kort voordat de sloopwerkzaamheden werden afgerond. Het moet er dan ook voor worden gehouden dat de ruit tijdens de sloopwerkzaamheden gesneuveld is en dat de gemeente, waar zij betoogt dat de ruit zich onder een te slopen betonvloer bevindt zodat het risico van breuk niet kon worden uitgesloten, de ruit had kunnen afschermen. De kosten van herstel van de ruit moeten dus door de gemeente worden vergoed; [eiser] en [eiseres] zullen die kosten moeten specificeren.

2.12.

Het dichttimmeren van een stuk gevel waar twee deuren zaten

2.12.1.

De gemeente voert aan dat deze werkzaamheden direct of indirect ontstaan zijn door haar rechtmatig uitgevoerde sloopwerkzaamheden als vermeld in het bestuursdwangbesluit onder het kopje “Feiten/totstandkoming”. Iedere verdere toelichting ontbreekt. De gemeente volstaat met een algemene verwijzing naar het rapport van de constructeur, zonder daarin aan te wijzen wat specifiek betrekking heeft op het dichttimmeren van dit stuk gevel.

2.12.2.

Dit leidt tot het oordeel dat het verweer op dit punt onvoldoende gemotiveerd is. Het moet er daarom voor worden gehouden dat het dichttimmeren van dit stuk gevel valt onder de werkzaamheden waarvoor de gemeente geen bevoegdheid kan ontlenen aan het bestuursdwangbesluit. Voor de schade die hierdoor is veroorzaakt is zij jegens [eiser] en [eiseres] aansprakelijk. Zij zullen in de gelegenheid worden gesteld deze schadepost nader te specificeren.

2.13.

Het kapot maken van de goten aan de oost- en westgevel

2.13.1.

De gemeente voert aan dat sprake is van werkzaamheden die direct of indirect ontstaan zijn door haar rechtmatig uitgevoerde sloopwerkzaamheden als vermeld in het bestuursdwangbesluit onder het kopje “Feiten/totstandkoming”. Iedere verdere toelichting ontbreekt. De gemeente volstaat met een algemene verwijzing naar het rapport van de constructeur, zonder daarin aan te wijzen wat specifiek betrekking heeft op de goten aan de oost- en westgevel.

2.13.2.

Dit leidt tot het oordeel dat het verweer op dit punt onvoldoende gemotiveerd is. Het moet er daarom voor worden gehouden dat het kapotmaken van deze goten valt onder de werkzaamheden waarvoor de gemeente geen bevoegdheid kan ontlenen aan het bestuursdwangbesluit. Voor de schade die hierdoor is veroorzaakt is zij jegens [eiser] en [eiseres] aansprakelijk. Zij zullen in de gelegenheid worden gesteld deze schadepost nader te specificeren.

2.14.

Het verwijderen van de dekzeilen

2.14.1.

De gemeente voert aan dat deze werkzaamheden direct of indirect ontstaan zijn door haar rechtmatig uitgevoerde sloopwerkzaamheden als vermeld in het bestuursdwangbesluit onder het kopje “Feiten/totstandkoming”. Iedere verdere toelichting ontbreekt. De gemeente volstaat met een algemene verwijzing naar het rapport van de constructeur, zonder daarin aan te wijzen wat specifiek betrekking heeft op de sloop de verwijdering van dekzeilen.

2.14.2.

Dit leidt tot het oordeel dat het verweer op dit punt onvoldoende gemotiveerd is. Het moet er daarom voor worden gehouden dat de verwijdering van de dekzeilen valt onder de werkzaamheden waarvoor de gemeente geen bevoegdheid kan ontlenen aan het bestuursdwangbesluit, en wel in het bijzonder waar, naar [eiser] en [eiseres] stellen, klaarblijkelijk een verband bestaat met de verderop nog te bespreken sloop van het dakbeschot. De regenschade moet echter, zoals hiervoor is overwogen, voor hun rekening blijven.

2.15.

Het slopen van twee van de drie portalen onder de bestaande dak- en draagconstructie

2.15.1.

De gemeente voert aan dat deze werkzaamheden direct of indirect ontstaan zijn door haar rechtmatig uitgevoerde sloopwerkzaamheden als vermeld in het bestuursdwangbesluit onder het kopje “Feiten/totstandkoming”. Iedere verdere toelichting ontbreekt. De gemeente volstaat met een algemene verwijzing naar het rapport van de constructeur, zonder daarin aan te wijzen wat specifiek betrekking heeft op de sloop van deze twee portalen.

2.15.2.

Dit leidt tot het oordeel dat het verweer op dit punt onvoldoende gemotiveerd is. Het moet er daarom voor worden gehouden dat de sloop van deze twee portalen valt onder de werkzaamheden waarvoor de gemeente geen bevoegdheid kan ontlenen aan het bestuursdwangbesluit. Voor de schade die hierdoor is veroorzaakt is zij jegens [eiser] en [eiseres] aansprakelijk. Zij zullen in de gelegenheid worden gesteld deze schadepost nader te specificeren.

2.16.

Het verwijderen van acht trekstangen

2.16.1.

De gemeente voert aan dat deze werkzaamheden direct of indirect ontstaan zijn door haar rechtmatig uitgevoerde sloopwerkzaamheden als vermeld in het bestuursdwangbesluit onder het kopje “Feiten/totstandkoming”. Iedere verdere toelichting ontbreekt. De gemeente volstaat met een algemene verwijzing naar het rapport van de constructeur, zonder daarin aan te wijzen wat specifiek betrekking heeft op de verwijdering van deze acht trekstangen.

2.16.2.

Dit leidt tot het oordeel dat het verweer op dit punt onvoldoende gemotiveerd is. Het moet er daarom voor worden gehouden dat de verwijdering van deze acht trekstangen valt onder de werkzaamheden waarvoor de gemeente geen bevoegdheid kan ontlenen aan het bestuursdwangbesluit. Voor de schade die hierdoor is veroorzaakt is zij jegens [eiser] en [eiseres] aansprakelijk. Zij zullen in de gelegenheid worden gesteld deze schadepost nader te specificeren.

2.17.

Het plaatsen van vier trekstangen

2.17.1.

De gemeente voert aan dat deze werkzaamheden direct of indirect ontstaan zijn door haar rechtmatig uitgevoerde sloopwerkzaamheden als vermeld in het bestuursdwangbesluit onder het kopje “Feiten/totstandkoming”. Iedere verdere toelichting ontbreekt. De gemeente volstaat met een algemene verwijzing naar het rapport van de constructeur, zonder daarin aan te wijzen wat specifiek betrekking heeft op de plaatsing van deze vier trekstangen.

2.17.2.

Dit leidt tot het oordeel dat het verweer op dit punt onvoldoende gemotiveerd is. Het moet er daarom voor worden gehouden dat de plaatsing van deze vier trekstangen valt onder de werkzaamheden waarvoor de gemeente geen bevoegdheid kan ontlenen aan het bestuursdwangbesluit. Indien met deze trekstangen bedoeld zijn de vier stuks windverband die de gemeente heeft doen aanbrengen in verband met de sloop van het dakbeschot staat dit zonder meer vast (zie hierna onder 2.19). Voor de schade die hierdoor is veroorzaakt is zij jegens [eiser] en [eiseres] aansprakelijk. Zij zullen in de gelegenheid worden gesteld deze schadepost nader te specificeren.

2.18.

Het slopen van vier stalen leggers van de zoldervloer aan de zuidzijde

2.18.1.

Volgens de gemeente behoort het slopen van de vier stalen liggers tot een drietal door de constructeur in zijn rapport genoemde werkzaamheden die “helemaal niet zijn opgetreden”. Dit betoog moet kennelijk aldus worden begrepen dat de gemeente de vier stalen liggers niet heeft doen slopen, althans dat hieruit geen schade voor [eiser] en [eiseres] is voortgevloeid.

2.18.2.

[eiser] en [eiseres] zullen daarom bewijs van hun stelling moeten leveren. Niet voldoende is dat zij op enig moment hebben geconstateerd dat de vier stalen liggers gesloopt c.q. verdwenen zijn; zij zullen moeten aantonen dat dit door of op last van de gemeente is gebeurd. Verder zullen zij de desbetreffende schadepost moeten specificeren.

2.19.

Partijen hebben verder gedebatteerd over de noodzaak van sloop van het dakbeschot. Vast staat dat dit niet is opgenomen in het bestuursdwangbesluit onder het kopje “Feiten/totstandkoming”. Daar is immers, wat het dak betreft, alleen vermeld dat het bestaande golfplaten dak is vervangen door een pannendak, wat behoort tot hetgeen ongedaan moet worden gemaakt. Volgens de gemeente was het nodig het dakbeschot te slopen om het pannendak te kunnen slopen. De gemeente volstaat met een verwijzing naar het rapport van de constructeur, zonder daarin aan te wijzen wat specifiek betrekking heeft op de noodzaak van sloop van het dakbeschot. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom het dakbeschot gesloopt moest worden om het pannendak te kunnen slopen. [eiser] en [eiseres] vragen er aandacht voor dat de constructeur in zijn advies van 28 september 2009 vermeldt dat het dakbeschot niet verwijderd mag worden. Een en ander leidt tot het oordeel dat het verweer van de gemeente op dit punt onvoldoende gemotiveerd is. Het moet er daarom voor worden gehouden dat de sloop van het dakbeschot valt onder de werkzaamheden waarvoor de gemeente geen bevoegdheid kan ontlenen aan het bestuursdwangbesluit. Op het punt van het verwijderen van dekzeilen is de gemeente niet meer ingegaan. Voor de schade die hierdoor is veroorzaakt is zij dan ook jegens [eiser] en [eiseres] aansprakelijk. Zij zullen in de gelegenheid worden gesteld deze schadepost nader te specificeren, waarbij de schade aan eigendommen ten gevolge van weersinvloeden buiten beschouwing moet blijven.

2.20.

Partijen verschillen ten slotte van mening over de kosten van advies en ambtelijke werkzaamheden die de gemeente in het kader van de bestuursdwang wil verhalen op [eiser] en [eiseres] . Ook deze kosten zal de rechtbank per post onderzoeken.

2.21.

De kosten van de constructeur

2.21.1.

De gemeente is van mening dat de kosten van 28 uren die de constructeur heeft besteed aan de beoordeling van de constructieve veiligheid bij sloop op [eiser] en [eiseres] kunnen worden verhaald.

2.21.2.

Uit de stukken blijkt niet hoeveel van de door de constructeur bestede uren betrekking hebben op de werkzaamheden waarvoor de gemeente bevoegdheid kan ontlenen aan het bestuursdwangbesluit respectievelijk de werkzaamheden waarvoor dat besluit haar geen bevoegdheid geeft. De rechtbank zal het dwangbevel buiten effect stellen voor het deel van de kosten van de constructeur dat betrekking heeft op de laatstbedoelde werkzaamheden; de gemeente zal die kosten moeten specificeren.

2.22.

De factuur van Bouw Advies Techniek B.V.

Partijen zijn het er kennelijk over eens dat het hier gaat om advies ter zake van het aanbrengen van vier stuks windverband, die de gemeente noodzakelijk achtte in verband met de sloop van het dakbeschot. Nu hiervoor is geoordeeld dat de gemeente die noodzaak onvoldoende gemotiveerd heeft en het besluit tot sloop van het dakbeschot voor haar risico moet blijven, geldt dit ook voor de vier stuks windverband en de kosten van het daartoe ingewonnen advies. Die kosten kunnen dan ook niet op [eiser] en [eiseres] worden verhaald. De rechtbank zal ook in zoverre het dwangbevel buiten effect stellen.

2.23.

Twee facturen van Bergevoet Doetinchem B.V.

2.23.1.

Deze facturen betreffen, naar daarin is vermeld, het afbreken van de houten tussenzolder, staalconstructie en dak. De rechtbank leidt hier nu uit af dat de gemeente een en ander heeft doen slopen. De gemeente verwijst naar bijlage BI-3 bij het rapport van de constructeur, waarop in rood de vloerdelen zijn aangegeven die door Bergevoet Doetinchem B.V. gesloopt zijn en in wit de tussenliggende vloerdelen die door [eiser] en [eiseres] gesloopt zijn. Zij stelt dat de constructeur van mening is dat het slopen van de restanten van de verdiepingsvloer een direct gevolg is van de werkzaamheden genoemd onder het kopje “Feiten/totstandkoming” in het bestuursdwangbesluit en verwijst hiervoor naar de punten B1, B3, B4 en B5 van het rapport van de constructeur.

2.23.2.

De rechtbank stelt vast deze onderdelen van dat rapport niet over de houten tussenzolder, staalconstructie en dak gaan, maar onderdeel B2 wel. Er mag redelijkerwijs van uitgegaan worden dat de gemeente bedoelt hiernaar te verwijzen.

2.23.3.

De constructeur vermeldt dat er voor aanvang van de sloop geen volwaardige zoldervloer aanwezig was maar dat slechts op beperkte delen een beplating aanwezig was. Hij vervolgt dat voor meer dan 50% van het oppervlak een open balklaag aanwezig was waarop hout was opgeslagen en dat er ten dele helemaal geen constructie aanwezig was. Bij een foto van de situatie voor sloop is vermeld dat voor een groot deel geen balklaag aanwezig was.

2.23.4.

Hiermee blijven de facturen van Bergevoet Doetinchem in de lucht hangen: onduidelijk is om welke werkzaamheden het hier gaat, zodat niet vast staat dat het gaat om werkzaamheden waarvoor de gemeente bevoegdheid tot uitvoering kan ontlenen aan het bestuursdwangbesluit. De bedragen van deze facturen kunnen dan ook niet op [eiser] en [eiseres] worden verhaald.

2.23.5.

De hieruit voor [eiser] en [eiseres] voortgevloeide schade moet worden begroot op de kosten van herstel van de vóór de sloop aanwezige, gedeeltelijk van platen voorziene balklaag en de staalconstructie (alsook die van het dak; zie daarvoor onder 2.19). Zij zullen deze kosten nader moeten specificeren.

2.24.

De kosten van de ambtelijke uren

2.24.1.

Het bij dwangbevel in te vorderen bedrag bevat € 10.000,- voor de door de gemeente gemaakte kosten van de ambtelijke uren. Volgens de gemeente is sprake van een langlopend en gecompliceerd dossier en zijn verschillende procedures gevoerd. Zij stelt dat in feite slechts een beperkt deel van de werkelijke kosten op [eiser] en [eiseres] wordt verhaald.

2.24.2.

Volgens vaste rechtspraak kunnen - voor zover voor dit punt van belang - de volgende kosten op de overtreder worden verhaald:

- kosten van juridische bijstand (ABRvS 11 januari 2012, AB 2012, 86);

- de kosten gemaakt bij de voorbereiding van de uitvoering van bestuursdwang;

- invorderingskosten, dat wil zeggen de kosten gemoeid met aanmaning en betekening van het dwangbevel.

2.24.3.

De rechtbank overweegt dat hieruit volgt dat in beginsel de kosten van de door de (toenmalige) gemeenteambtenaren [naam] , [naam] en [naam] aan deze zaak bestede uren door de gemeente kunnen worden verhaald op [eiser] en [eiseres] . De gemeente vraagt in dat verband op goede gronden aandacht voor de complexiteit van het dossier. Daarbij mag er evenwel niet aan voorbijgegaan worden dat deze complexiteit tot op zekere hoogte door haarzelf veroorzaakt is door tot tweemaal toe een bouwvergunning te verlenen en vervolgens weer te weigeren, en door op zeker moment een bestuursdwangbesluit te nemen en dit weer in te trekken. Daartegenover staat als onbetwist vast dat [eiser] en [eiseres] gebouwd hebben zonder of in afwijking van verleende vergunningen en dat zij tegen de door de gemeente daartegen genomen maatregelen tot in hoogste instantie hebben geprocedeerd.

2.24.4.

Onder deze omstandigheden komt de inspanning die de gemeente stelt ter zake van dit dossier te hebben moeten verrichten de rechtbank op zichzelf niet buitensporig voor. Wel moet, gegeven het voorgaande, een deel van de daarmee gemoeide kosten voor haar rekening blijven. Het verweer dat het werkelijke aantal bestede uren (veel) hoger is geweest dan het te verhalen bedrag van € 10.000,- suggereert is verder niet concreet gemotiveerd. De rechtbank zal daarom deze door de gemeente bij het dwangbevel opgelegde ambtelijke kosten naar rato toerekenen aan de werkzaamheden waarvoor zij bevoegdheid kan ontlenen aan het bestuursdwangbesluit en de werkzaamheden waarvoor dat besluit haar geen bevoegdheid geeft, en het dwangbevel buiten effect stellen voor het deel van de ambtelijke kosten dat betrekking heeft op de laatstbedoelde werkzaamheden. De gemeente zal een en ander moeten specificeren.

2.25.

Wat de overigens gevorderde vergoeding van schade betreft maakt de rechtbank uit het verweer van de gemeente op dat de vordering van [eiser] en [eiseres] in ieder geval tot het bedrag van € 10.327,- (paragraaf 55 van het antwoord naar aanleiding van conclusie van repliek) niet betwist wordt.

2.26.

Voor zover [eiser] en [eiseres] het standpunt innemen dat de gemeente gehouden is in het kader van de bestuursdwang de oude situatie te herstellen, aldus dat zij het bouwwerk moet terugbrengen in de staat waarin het zich bevond voordat de bouw zonder of in afwijking van de vergunning is gestart, is dat standpunt onjuist. De gevolgen van het illegaal bouwen zijn voor rekening en risico van de bouwer; de gemeente kan volstaan met het wegnemen van het illegaal gebouwde. Het is vervolgens aan de bouwer/eigenaar de nodige maatregelen te nemen om het bouwwerk in de oude staat terug te brengen.

2.27.

Wel moet de schade die het gevolg is van de uitvoering van werkzaamheden waarvoor de gemeente geen bevoegdheid kan ontlenen aan het bestuursdwangbesluit door haar worden vergoed. Zoals hiervoor is overwogen zullen [eiser] en [eiseres] deze schade nog nader moeten specificeren, aangezien in de door hen overgelegde offerte van Bouwonderneming Jager B.V. weliswaar de geoffreerde werkzaamheden gespecificeerd zijn maar het bedrag waarvoor deze kunnen worden uitgevoerd niet, en niet op voorhand duidelijk is of deze offerte beperkt is tot de door de gemeente uitgevoerde, hierboven opgesomde werkzaamheden waarvoor de gemeente geen bevoegdheid kan ontlenen aan het bestuursdwangbesluit.

2.28.

Al het voorgaande leidt tot de hierna te vermelden beslissing.

2.29.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 Beslissing

De rechtbank

3.1.

stelt [eiser] en [eiseres] in de gelegenheid,

3.1.1.

te bewijzen:

- dat de trap tussen de voormalige kantine en opslagruimte, toiletten e.d. in de onderbouw, bedoeld onder 2.10, door of op last van de gemeente is gesloopt;

- dat de vier stalen leggers van de zoldervloer aan de zuidzijde, bedoeld onder 2.18, door of op last van de gemeente zijn gesloopt;

3.1.2.

bij akte op de rol van 13 januari 2016 te specificeren:

- de kosten van herstel van de halfsteens muur, bedoeld onder 2.7;

- de kosten van herstel van de vóór de sloop aanwezige, gedeeltelijk van platen voorziene balklaag en de staalconstructie, bedoeld onder 2.23;

- de kosten van herstel van het trappenhuis, bedoeld onder 2.9;

- de kosten van herstel van de ruit, bedoeld onder 2.11;

- de kosten van het aanbrengen van de twee deuren in de gevel, bedoeld onder 2.12;

- de schade aan het gebouw (dus niet die aan de ten tijde van de uitvoering van de bestuursdwang in het gebouw aanwezige roerende zaken) die het gevolg is van het verwijderen van de dekzeilen, bedoeld onder 2.14;

- de kosten van herstel van de twee portalen onder de bestaande dak- en draagconstructie, bedoeld onder 2.15;

- de schade die het gevolg is van het verwijderen van acht trekstangen, bedoeld onder 2.16;

- de kosten van het verwijderen van vier trekstangen, bedoeld onder 2.17;

- de kosten van herstel van het dakbeschot, bedoeld onder 2.19;

waarna de gemeente gelegenheid zal krijgen daarop te reageren.

3.2.

draagt de gemeente op bij akte op de rol van 13 januari 2016 te specificeren:

- de onder 2.21.2 bedoelde kosten van de door de constructeur bestede uren voor zover deze betrekking hebben op de werkzaamheden waarvoor zij geen bevoegdheid kon ontlenen aan het bestuursdwangbesluit;

- de onder 2.24.4 bedoelde kosten van de ambtelijke werkzaamheden voor zover deze betrekking hebben op de werkzaamheden waarvoor zij geen bevoegdheid kon ontlenen aan het bestuursdwangbesluit;

3.3.

bepaalt dat, voor zover [eiser] en [eiseres] het hiervoor onder 3.1.1 bedoelde bewijs willen leveren door getuigen, de verhoren zullen plaatsvinden op de terechtzitting van mr. R.J.J. van Acht in het Paleis van Justitie aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd;

3.4.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 2 december 2015 voor het opgeven door [eiser] en [eiseres] van de namen van de getuigen en van hun respectieve verhinderdagen, alsmede van de verhinderdagen van partijen en hun advocaten op de woensdagen in de maanden januari tot en met april 2016, waarna dag en uur van de verhoren zullen worden bepaald;

3.5.

bepaalt dat, voor het geval [eiser] en [eiseres] op die roldatum meedelen geen getuigenbewijs te willen leveren of geen namen van getuigen of verhinderdata opgeven, zij op de rol van 13 januari 2016 desgewenst hun onder 3.1.2 bedoelde akte vergezeld kunnen doen gaan van een conclusie na niet gehouden getuigenverhoor;

3.6.

bepaalt voorts dat partijen bij de getuigenverhoren aanwezig zullen zijn en, indien daartoe naar het oordeel van de rechter aanleiding bestaat, tijdens en/of na de getuigenverhoren voor de rechter zullen verschijnen om aan deze inlichtingen over de zaak te geven en deze te laten onderzoeken of de partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden;

3.7.

bepaalt dat de partijen alle schriftelijke (bewijs)stukken die zij nog in het geding willen brengen uiterlijk twee weken voor het getuigenverhoor in fotokopie aan de andere partij en aan de rechtbank toegezonden moeten hebben;

3.8.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2015.