Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:8186

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
07-12-2015
Datum publicatie
04-01-2016
Zaaknummer
292115
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kernvraag is of Rabobank de kredietrelatie met eiseres mocht opzeggen. In de onderhavige omstandigheden acht de voorzieningenrechter de opzegging van die kredietrelatie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Rabobank moet eiseres een termijn van 3 maanden gunnen voor het terugbetalen van de overstand op het rekeningcourantkrediet en voor het inlossen van de achterstand in de betaling van de aflossing van de leningen. Rabobank mag geen nadere uitvoering geven aan de opzegging van het rekeningcourantkrediet en de leningen, mits eiseres voldoet aan het terugbetalen van de overstand en het inlossen van de achterstand in de aflossing van de leningen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/9
RI 2016/51
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/292115 / KG ZA 15-548

Vonnis in kort geding van 7 december 2015

in de zaak van

[eiseres] ,

h.o.d.n. [bedrijf] ,

wonende te Laren, gemeente Lochem,

eiseres,

advocaat mr. J.M. Wagenaar te Enschede,

tegen

de coöperatie

COÖPERATIEVE RABOBANK RIJSSEN-ENTER U.A.,

gevestigd te Rijssen, gemeente Rijssen-Holten,

gedaagde,

advocaat mr. D.J. Kramer te Doesburg.

Partijen zullen hierna [eiseres] (dan wel [bedrijf] ) en Rabobank genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de akte weergave feiten van Rabobank

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van Rabobank.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] runt sinds 1 januari 2003 (in de vorm van een eenmanszaak) een manege onder de naam [bedrijf] . Als activiteiten zijn in het uittreksel van de Kamer van Koophandel vermeld: paardensport en maneges, in- en verkoop van paarden, trainen van paarden, mini-camping, het geven van paardrijlessen, stoeterij/fokkerij, in- en verkoop van ruitersportartikelen en zorgboerderij. [bedrijf] is een familiebedrijf en bestaat al meerdere generaties. [eiseres] runt het bedrijf in de praktijk samen met haar zussen [naam] en [naam] [eiseres] onder de naam “De meiden van [bedrijf] ”, ook wel MVH genoemd.

[eiseres] heeft het bedrijf uit het faillissement van haar vader overgenomen.

2.2.

Op 28 januari 2004 heeft Rabobank [eiseres] een financieringsvoorstel gedaan, dat diezelfde dag werd aanvaard. Rabobank verstrekte [eiseres] een geldlening van € 330.000,00 en een rekening courant krediet van € 85.0000,00. Als zekerheden werden gesteld:

- een eerste recht van hypotheek van € 600.000,-- op het landbouwbedrijf en 3,5 ha grond

aan de [adres] , [adres] , en

- een pandrecht op de dieren, voorraden en inventaris die deel uit maakten/gingen maken

van het bedrijf.

Op de verstrekte financiering waren de Algemene voorwaarden voor zakelijke leningen van de Rabobankorganisatie 2001 en de Algemene voorwaarden voor rekening-courant van de Rabobankorganisatie 2001 van toepassing. Op de relatie met de bank zijn/waren de Algemene Bankvoorwaarden van toepassing.

De hypotheekrechten zijn bij notariële akte van 28 januari 2004 gevestigd en het pandrecht bij onderhandse akte van 26 januari 2004.

2.3.

Begin november 2012 heeft een herfinanciering van de onderneming plaatsgevonden. In het financieringsvoorstel van Rabobank, dat [eiseres] heeft geaccepteerd, is onder meer het volgende opgenomen:

Met de debiteur is het volgende investerings- en financieringsplan besproken voor:

Investering in onroerende zaken EUR 261.000,--

Aankoop van roerende zaken EUR 50.000,--

Overige kosten EUR 26.000,--

Herfinanciering over- en achterstanden EUR 239.000,--

Aflossen Rabobank EUR 415.000,--

Herfinancieren/aflossen/beëindigen Rabobank:

Geldlening van EUR 330.000,-- op leningnummer 3174.909.724

Krediet van EUR 85.000,-- op rekeningnummer NL29 RABO 0347 3432 44

Totaal bedrag investering en benodigde financiering EUR 991.000,--

Nieuwe financiering Rabobank EUR 991.000,--

De nieuwe financiering bestaat uit:

Geldlening van EUR 130.500,--

Geldlening van EUR 820.500,--

Krediet van EUR 40.000,--

Ten aanzien van de eerste geldlening (ten bedrage van € 130.500,00) geldt dat er een rente van 3,85% (voor drie jaar vast) over dat bedrag dient te worden betaald en een lineaire aflossing van € 906,00 per maand. Deze lening mocht uitsluitend worden gebruikt voor de financiering van de bouw van een overdekte rijhal.

Ten aanzien van de tweede geldlening (ten bedrage van € 820.500,00) geldt dat er een rente van 3,85% (voor drie jaar vast) over dat bedrag dient te worden betaald en een lineaire aflossing van € 2.735,00 per maand. Deze lening mocht uitsluitend worden gebruikt voor de financiering van de bouw van een overdekte rijhal en het aflossen van de debetstand op het rekening-courant krediet van € 85.000,00 en het aflossen van de geldlening van

€ 330.000,00.

Ten aanzien van het krediet, dat is verstrekt voor onbepaalde tijd, geldt een debetrente van 6,3%. Het krediet mocht uitsluitend worden gebruikt voor de financiering van de bedrijfs- of beroepsuitoefening van [eiseres] .

De volgende zekerheden zijn ten behoeve van Rabobank gesteld:

- een eerste recht van hypotheek van € 500.000,-- op het recht van erfpacht van enkele

percelen landbouwgrond/weiland met houtwal, gelegen aan of nabij de [adres] , [adres] , [adres] en [adres] te Laren (kadastraal bekend gemeente Lochem, sectie Z, nummers 184, 192, 193, 194 en 195),

- een tweede recht van hypotheek op een vrijstaande semi-bungalow met berging,

bijbehorende grond, ondergrond, erfinrichting en verdere onroerende zaken aan de [adres] te Laren (kadastraal bekend gemeente Laren-Verwolde, sectie P, nummer 691),

- een derde recht van hypotheek op de bedrijfsopstallen ten behoeve van een manege met

paardenstallen, buiten rijbak, nieuw te bouwen rijhal en nieuw te bouwen paardenstalling, minicamping inclusief voorzieningen, de bijbehorende grond, ondergrond, erf, erfinrichting, weiland en verdere onroerende aanhorigheden (kadastraal bekend gemeente Lochem, sectie P, nummers 175 en 176, gemeente Lochem, sectie Z, nummers 188 en 223, gemeente Laren-Verwolde, sectie P, nummers 599, 698, 705, 706, 708).

Op de hypotheekverlening(en) zijn mede van toepassing de Algemene voorwaarden voor hypotheken van de Rabobank 2009.

- een eerste pandrecht op alle huidige en toekomstige rechten/vorderingen al dan niet voortvloeiende uit huidige en toekomstige rechtsverhoudingen uit hoofde van het bedrijf of beroep van [eiseres] , met alle aan deze rechten/vorderingen verbonden rechten en zekerheden en terzake van die vorderingen de rechten uit verzekeringsovereenkomsten.

Op deze verpanding(en) zijn mede van toepassing de Algemene voorwaarden voor verpanding van de Rabobank 2008.

- een borgtocht afgegeven door de Staat der Nederlanden (het Ministerie van Economische

Zaken, Landbouw en Innovatie) in het kader van het Kaderbesluit EZ subsidies tot zekerheid voor de verplichtingen van de debiteur uit hoofde van een geldlening groot

€ 130.500,00, en

- een borgtocht door R.J. [eiseres] .

Tot slot is bepaald dat op elke nieuwe financieringsfaciliteit de Algemene voorwaarden bedrijfsfinancieringen van de Rabobank 2010 van toepassing zijn en dat op de relatie met de bank de Algemene Bankvoorwaarden zijn van toepassing.

De hypotheekrechten zijn bij notariële akte van 14 december 2012 gevestigd en de pandrechten bij onderhandse akte van 20 december 2014.

2.4.

Op 27 maart 2013 heeft Rabobank [eiseres] een financieringsvoorstel gedaan dat [eiseres] op 8 april 2013 heeft geaccepteerd. Er werd een derde geldlening afgesloten ten bedrage van € 40.000,00 (waarover een rente van 4,35% per jaar moet worden betaald en waarop maandelijks lineair een bedrag van € 556,00 moet worden afgelost) en het rekening courant krediet werd tijdelijk, tot 1 augustus 2013 verhoogd naar € 65.000,00 (waarover een rente van € 6,3% per jaar moet worden betaald). De lening mocht uitsluitend worden gebruikt voor de financiering van de bouw van de rijhal en het krediet voor de financiering van de bedrijfs- of beroepsuitoefening van kredietnemer. De bestaande zekerheden bleven gehandhaafd en strekten ook tot zekerheid voor deze financieringen. Ook ten aanzien van deze financiering is bepaald dat de Algemene voorwaarden bedrijfsfinancieringen van de Rabobank 2010 en dat de Algemene Bankvoorwaarden van toepassing zijn.

2.5.

In de Algemene voorwaarden bedrijfsfinancieringen van de Rabobank 2010 is onder meer het volgende verwoord:

Artikel 21

(…)

2 De bank kan met schriftelijke mededeling daarvan aan de debiteur en/of kredietnemer (een debetsaldo uit hoofde van) de financiering met onmiddellijke ingang opeisen in de volgende gevallen en/of vergelijkbare rechtsfeiten en/of omstandigheden naar buitenlands of internationaal recht:

a wanneer de debiteur en/of kredietnemer en/of de zekerheidgever en/of klantgroep naar het oordeel van de bank nalatig is in de (tijdige en/of behoorlijke) nakoming van of in strijd handelt met:

• een bepaling in de akte of een zekerheidsakte, daaronder begrepen de (algemene) voorwaarden die in die akte(n) van toepassing zijn verklaard;

• enige andere verplichting tegenover de bank;

• enige financiële verplichting tegenover een andere financier/derde;

(…)

j wanneer zich enige gebeurtenis, verandering of omstandigheid voordoet of voorzienbaar is, dat het zich zal kunnen voordoen, dat de debiteur en/of kredietnemer en/of de zekerheidgever tekort zal gaan schieten in de nakoming van enige verplichting van welke aard dan ook tegenover de bank;

k wanneer de debiteur en/of kredietnemer en/of zekerheidgever onjuiste informatie aan de bank heeft verstrekt of informatie achterwege heeft gelaten en dit van dien aard is, dat de bank de financiering niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben verstrekt of wil continueren;

(…)

m wanneer een (mede) tot zekerheid van de financiering verbonden goed wordt of dreigt te worden vervreemd (daaronder mede begrepen huurkoop), verhuurd, door welke oorzaak ook wordt of dreigt te worden beschadigd, geheel of ten dele tenietgaat of dreigt te gaan, wordt of dreigt te worden gekraakt, eindigt of dreigt te eindigen of als verloren moet worden beschouwd, zonder toestemming van de bank voor een ander doel wordt of dreigt te worden aangewend dan dat ten tijde van zekerheidsverlening of leeg komt te staan of staat, wordt of dreigt te worden onteigend, gevorderd of verbeurdverklaard of ten aanzien van dat goed een andere maatregel van bestuursdwang wordt of dreigt te worden opgelegd, of een retentierecht wordt of dreigt te worden uitgeoefend, alsmede - als het verbonden goed een vaar- of luchtvaartuig is - bij verandering van de classificatie, bij verandering van de nationaliteit, als er redenen zijn om aan te nemen, dat de teboekstelling van het vaar- of luchtvaartuig niet rechtsgeldig is geschied, de rechtsgeldigheid van de teboekstelling hiervan wordt betwist of blijkt van een gebrek daarin, bij abandonnement, alsmede - als het verbonden goed een appartementsrecht is - wanneer de vereniging van eigenaren voornemens is te besluiten tot wijziging van de akte van splitsing of van het reglement, tot sloop van het appartementsgebouw, tot opheffing van de splitsing, wanneer het lidmaatschapsrecht van de debiteur of kredietnemer of zekerheidgever

eindigt of dreigt te eindigen of wanneer aan de debiteur of kredietnemer of zekerheidgever het gebruik wordt of dreigt te worden ontnomen;

(…)

q wanneer naar het oordeel van de bank de bouw of verbouwing van de zaak ter financiering waarvan door de bank aan de debiteur en/of kredietnemer gelden zijn of worden verstrekt, wordt stopgezet, stagneert, of wanneer het bouwplan wordt gewijzigd, of de voor de bouw of verbouwing bestemde gelden voor andere doeleinden worden aangewend;

(…)

3 wanneer (een debetsaldo uit hoofde van) de financiering opeisbaar is of wordt opgeëist, is het door de debiteur en/of kredietnemer aan de bank verschuldigde uit hoofde van of samenhangende met de financiering terstond geheel verschuldigd aan de bank, zonder dat enige voorafgaande ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst is vereist.

2.6.

Begin 2014 heeft [eiseres] Rabobank verzocht om tijdelijke handhaving van het extra krediet van € 25.000,00. Rabobank heeft in reactie hierop aangegeven dat zij meer informatie wilde hebben, waaronder een actueel crediteurenoverzicht, de jaarcijfers van 2013 en een onderbouwde liquiditeits- en rentabiliteitsprognose. Ook wilde Rabobank een tweewekelijkse update van de gang van zaken en een voortgang inzake de uitwerking van de crediteurensanering.

2.7.

Bij brief van 8 september 2014 heeft Rabobank [eiseres] bericht dat zij niet de gevraagde informatie heeft overgelegd. Uit een analyse van de jaarcijfers van 2013 en de halfjaarcijfers van 2014 heeft Rabobank geconstateerd dat de winstgevendheid van de onderneming onvoldoende is om alle financiële verplichtingen te kunnen voldoen, de vermogenspositie onvoldoende is en een crediteurensanering vooralsnog de enige mogelijkheid leek om een faillissement af te wenden. Rabobank heeft [eiseres] verzocht om per direct de overstand op de rekening courant aan te zuiveren met een bedrag van

€ 33.592,26. Tot slot heeft Rabobank [eiseres] er op gewezen dat haar vordering op Agro Bouw verpand is aan Rabobank en dat Rabobank de actuele stand van zaken ten aanzien van die vordering wenste te vernemen.

2.8.

Bij e-mailbericht van 3 oktober 2014 heeft [eiseres] Rabobank de gevraagde informatie verstrekt. Tevens heeft [eiseres] daarbij aangegeven dat de financiering van de crediteurensanering nog niet voldoende was geregeld, dat dit mogelijk uit de vordering op Agro Bouw kon worden gefinancierd dan wel uit de opbrengst van de verkoop van paarden, maar dat vanwege een juridische procedure met de buren de debetstand van de rekening courant verder zou oplopen tot € 89.000,00. Ook heeft [eiseres] Rabobank in oktober 2014 tweemaal een update gegeven van de gang van zaken.

2.9.

Rabobank heeft [eiseres] bij brief van 29 december 2014 onder meer het volgende bericht:

Financiële situatie

De lasten ten behoeve van de financiering welke is verstrekt door de bank kunnen niet worden

nagekomen. Dit blijkt onder meer door de bestaande ongeoorloofde overschrijding op de

rekening courant geadministreerd onder nummer NL29 RABO 0347 3432 44. De actuele

debetstand bedraagt EUR 72.103,15 per heden, de bestaande kredietlimiet bedraagt EUR

40.000,00. Dit is een onacceptabele situatie voor de bank.

Er is inmiddels sprake van een jarenlange verlieslatende exploitatie. Uit de tussentijdse cijfers

blijkt dat er ook in 2014 sprake is van een tekort. Tot op heden zijn tekorten opgevangen door

het op laten lopen van de crediteurenstand. Dit is een onhoudbare situatie.

Er is gestart met het bereiken van een crediteurenakkoord. Ter (gedeeltelijke) financiering van

dit crediteurenakkoord is een BBZ lening aangevraagd. Per mail d.d. 22 december jl. heb je

aangegeven dat deze lening niet wordt verstrekt.

Hoe verder?

De bank maakt zich ernstige zorgen om de (financiële) situatie binnen jouw bedrijf. Ik heb je

per mail d.d. 29 december gevraagd of er een achterliggend rapport is van de gemeente waaruit

de afwijzing blijkt. Deze ontvang ik graag voorafgaande aan onze (te maken) afspraak.

Graag ga ik met je in gesprek om de nabije toekomst te bespreken. (…)

Voorwaarden bank

De bank stelt de volgende voorwaarden om de bestaande financiering, vooralsnog, in stand te

houden. Deze voorwaarden bespreken wij graag tijdens de nog in te plannen afspraak.

1. De opbrengst uit verkoop van de aan de bank verpande zaken, waaronder begrepen de

paarden, mogen niet anders worden aangewend, dan tot mindering op het uitstaande bancaire obligo.

(…)

3. De bank wil dat er een externe adviseur, welke de bank convenieert, wordt aangetrokken. Deze adviseur zal duidelijkheid moeten geven omtrent de thans resterende opties ten aanzien van de toekomst van jouw onderneming.

4. De ongeoorloofde overschrijding op de rekening courant dient voor uiterlijk 1 februari 2015 algeheel te zijn ingelost.

5. De bank wenst voor uiterlijk 1 februari 2015 een rentabiliteitsprognose te ontvangen inclusief onderbouwing door een nog aan te stellen adviseur (zie 1).

6. De bank wenst voor uiterlijk 1 februari 2015 het taxatierapport van het woonhuis te ontvangen.

Overige afspraken

7. De rekening courant wordt tot nader order niet vrijgegeven en elke uitgaande betaling zal worden beoordeeld door de bank alvorens deze wordt geflatteerd. Wanneer betalingen gereed staan ontvangt de bank een mail met daarin een beschrijving van de betalingen.

8. Wellicht ten overvloede, omleiding en/of onttrekking van omzet via een niet bij de bank aangehouden rekening of op welke andere manier dan ook is voor de bank volstrekt onacceptabel.

9. De debetrente op de rekening courant wordt met ingang van heden verhoogd van 6,3% naar 7,3%. De overige tarieven blijven gehandhaafd.

10. De bank wenst op de hoogte te houden geworden van de ontwikkelingen binnen het bedrijf conform bestaande afspraak verzoek ik je mij tweewekelijks per mail van een update te voorzien.

11. Middels deze brief wijs ik je er nogmaals op dat de vordering op Agro Bouw verpand is

aan de bank. Eventuele vrij te komen gelden komen de bank toe en worden in mindering gebracht op de bestaande vordering welke de bank op jou heeft.

2.10.

Rabobank heeft [eiseres] in februari 2015 geadviseerd om een herstructurering door te voeren onder leiding van de heer [naam] , hetgeen vervolgens in gang is gezet.

2.11.

In maart 2015 heeft Rabobank (de afdeling bijzonder beheer) [eiseres] een nota voor het betalen van de maandelijkse aflossingen en rentebedragen van de geldleningen gestuurd, omdat het debetsaldo (rekening courant) steeds verder opliep. Tevens heeft Rabobank (mevrouw [naam] van diezelfde afdeling) [eiseres] bij e-mail van 18 maart 2015 bericht:

Laat het maar even in de achterstand lopen. Kortom, betaal de nota’s nu maar even niet, wachten we eerst even af waar [naam] mee komt. Dan nemen we het totaal (dus inclusief achterstand) mee, maar dan betaal je nu niet telkens die hoge overstandsrente.

2.12.

Bij e-mailbericht van 6 maart 2015 heeft Rabobank Broer erop gewezen dat enkele relevante zaken ook in het door hem op te stellen rapport moesten worden meegenomen, te weten een viertal gelegde beslagen en de afwijzing van de gemeente Lochem van het verzoek van [eiseres] om additionele financiering te verstrekken.

2.13.

Op 26 maart 2015 is Broer gestart met het schrijven van een Memorandum [bedrijf] , dat medio april 2015 gereed was. In dat Memorandum is onder meer het volgende opgenomen:

1.2

Aanbevelingen

Financieel:

Afstoten op korte termijn van minimaal 20 paarden, desnoods onder de marktprijs en voor 1 juli 2015

Afwikkelen van het crediteurenakkoord voor 1 juli 2015

Het vinden van een investeerder, die enerzijds wil investeren in de op te richten werkmaatschappij en daarnaast een stukje professionaliteit inbrengt in de bedrijfsvoering

Het dan tegelijkertijd scheiden van onroerend goed en werkzaamheden middels een op te richten werkmaatschappij

Bedrijfsvoering:

Grotere prioriteit geven aan continu inzicht in de financiële situatie

Verbeteren van de presentatie van het bedrijf. De eerste indruk bij aankomst, zowel buiten als binnen het bedrijf is slordig

Ondersteuning zoeken in commercieel management

(…)

2.2.

Huidige situatie

Op dit moment is de exploitatie op de huidige locatie werkbaar. Er moeten nog enige additionele investeringen worden gedaan, maar dit is voorlopig niet noodzakelijk voor de bedrijfsvoering. (…)

Hiermee is het te verwachten exploitatieresultaat in 2015 niet negatief.

De abonnementen voor de paardrijlessen is een stabiele basis voor de exploitatie.

Financieel is de situatie uiterst penibel.

De debiteurenstand is € 166.458 en geheel achterstallig.

Er is een schuld van de gemeente Lochem i.v.m. de opzegging van een Bbz krediet van € 138.792.

De hypothecaire leningen aan de Rabobank bedragen € 886.000 en is hoog ten opzichte van de waarde van het onroerend goed.

De rekening courant van de Rabobank heeft een overstand van € 37.000 en kan uit de lopende exploitatie niet worden ingelopen.

Uit de exploitatie kunnen de zusters [eiseres] gedrieën geen salaris ontvangen voor hun werkzaamheden.

2.3.

Prognose

De potentie van deze onderneming in de markt is goed.

Er zijn voldoende verbeterpunten aan te geven om een aanmerkelijk beter resultaat te kunnen bereiken. (…)

2.4.

Financieringsvoorstel

Duidelijk is dat op korte termijn een additionele financiering noodzakelijk is, op zijn minst voor de te hoge crediteurenstand en het inlopen van de overstand op de rekening courant.

Bancair is dit niet verantwoord in te vullen en een aanvraag voor een aanvullend Bbz krediet is in 2014 (terecht) afgewezen.

Verrassend genoeg is er voor deze onderneming wel een oplossing voor financiering denkbaar.

Als de activa en de activiteiten van de manege worden ondergebracht in een nieuw op te richten werkmaatschappij kan hiervoor een mede-investeerder worden gezocht.

In deze werkmaatschappij kan hiervoor een investeerder worden gevonden die reëel gesproken maximaal € 150.000 zal inbrengen voor 50% van de aandelen plus een achtergestelde lening van

€ 40.000.

Het oprichten van een werkmaatschappij is noodzakelijk om een investeerder bereid te kunnen vinden die bereid is hierin te investeren.

Dit kan alleen succesvol als alle partijen bereid zijn hieraan mee te werken.

 De crediteuren

Deze zijn al akkoord met 10% van de vorderingen.

 De preferente schuldeisers, de belastingdienst en Bbz

Ook deze zijn akkoord met het gebruikelijke dubbelde, dus 20%

 De Rabobank, verlaging van de leningen met maar € 50.000 en een duidelijk lagere aflossing gedurende 3 jaar

 De Rabobank moet bereid zijn haar pandrecht op de paarden alleen binnen de nieuwe werkmaatschappij te laten vallen. Hiervoor wordt een nieuwe Rekening Courant faciliteit gevraagd, ter aflossing van de bestaande RC in de huidige onderneming

 Hilde [eiseres] en haar zusters moeten bereid zijn aan deze oplossing mee te werken

 De 3 zussen zijn bereid gedurende 3 jaar voor een heel lage vergoeding de werkzaamheden te verrichten.

De investering van € 150.000 zal dan als volgt worden aangewend:

Crediteurenakkoord € 60.000

Aflossing Rabobank € 50.000 op één van de Hypothecaire leningen

Werkkapitaal € 40.000

2.14.

Bij brief van 22 mei 2015 heeft Rabobank [eiseres] bericht:

Recente ontwikkelingen

De bank verzond een brief d.d. 29 december 2014 met daarin een uiteenzetting van de situatie destijds. Aan de voorwaarden in de genoemde brief is gedeeltelijk voldaan. Inmiddels is de heer

Broer aangetrokken als adviseur en heeft de bank voorzien van een rapportage welke vervolgens is besproken.

Zoals reeds besproken is er tot op heden sprake van een ongeoorloofde overschrijding op de

rekening courant geadministreerd onder nummer NL29 RABO 0347 3432 44. De actuele debetstand bedraagt EUR 73.817,46 per heden, de bestaande kredietlimiet bedraagt EUR 40.000,00.

Gezien de recente ontwikkelingen gedoogd de bank -onder voorwaarden- een maximale overschrijding ad EUR 35.000,00 tot 1 augustus 2015 en blijft de bestaande door de bank verstrekte financiering gehandhaafd.

Voorwaarden bank

De bank stelt de volgende voorwaarden om de bestaande financiering, vooralsnog, in stand te houden.

1. De bank geeft tot 1 juli 2015 de tijd het crediteurenakkoord af te ronden. Om dit crediteurenakkoord te kunnen afronden wordt er gezocht naar een investeerder. Hierin worden jullie begeleid door [naam] . Daarnaast zijn jullie bezig met de verkoop van een aantal paarden.

De opbrengst uit verkoop van de aan de bank verpande zaken, waaronder begrepen de paarden, worden gestort op een nieuw te openen geblokkeerde rekening. Deze gelden mogen alleen worden gebruikt voor het afronden van het crediteurenakkoord.

Mocht het crediteurenakkoord geen doorgang vinden worden deze gelden in mindering gebracht op het uitstaande bancaire obligo. Graag ontvangen wij een crediteurenlijst uiterlijk 1 juli 2015.

In de bijlage sturen wij een overeenkomst voor een nieuw te openen rekening courant mee. Deze ontvangen wij juist ondertekend retour uiterlijk 2 juni 2015.

2. De bank wil dat [naam] betrokken blijft bij het bedrijf. Indien er een investeerder wordt gevonden zal worden bezien of [naam] betrokken dient te blijven.

3. U krijgt tot 1 juli 2015 de tijd om een investeerder te vinden voor het bedrijf, welke de bank convenieert.

4. Er dient een lijst van het aantal aanwezige paarden en van de paarden die worden verkocht met de daar bijhorende opbrengstwaarde per paard te worden aangeleverd, uiterlijk 2 juni 2015.

Overige afspraken

5. De tarieven blijven vooralsnog ongewijzigd.

Voor al het overige verwijs ik naar de eerder verzonden correspondentie. reeds gemaakte afspraken (genoemd in de door de bank verzonden brief d.d. 29-12-2014 onder de punten 7, 8, 10 en 11) blijven ongewijzigd en onverkort van kracht.

2.15.

Rabobank heeft [eiseres] bij e-mailbericht van 27 mei 2015 verzocht om haar te

berichten over de voortgang van de verkoop van de paarden. Met de opbrengst daarvan

dient het crediteurenakkoord te worden betaald, aldus Rabobank.

2.16.

Bij e-mailbericht van 12 juni 2015 heeft Rabobank [eiseres] gevraagd om wederom

een actuele stand van zaken te geven over de verkoop van de paarden. Omdat het

financieringsplafond bij Rabobank was bereikt, kon zij het crediteurenakkoord niet voldoen.

Ook heeft Rabobank [eiseres] gevraagd om een lijst met alle paarden (inclusief waardes) en

om de crediteurenlijst.

2.17.

Rabobank heeft [eiseres] bij e-mail van 18 juni 2015 bericht dat zij een extern

taxatiebureau zou inschakelen om de waarde van de paarden te bepalen.

2.18.

Bij brief van 13 juli 2015 heeft Rabobank [eiseres] als volgt bericht:

Op 3 juli jl. spraken wij u en uw adviseur [naam] over de huidige situatie bij [bedrijf] .

(…) Hierbij bevestig ik hetgeen besproken is.

Wij bespraken dat de benodigde paardenverkoop zeer moeizaam verloopt en er tot op heden nog niet één paard is verkocht. De bank heeft nogmaals aangegeven dat zij zich grote zorgen maakt hierover, omdat de gelden hieruit benodigd zijn voor het crediteurenakkoord.

Daarnaast kwam naar voren dat BBZ nog niet akkoord is voor het crediteurenakkoord. Dit heeft

ons zeer verrast, omdat wij eerder door jullie waren geïnformeerd dat alle crediteuren al akkoord waren.

BBZ is een belangrijke crediteur en zonder deze heeft een crediteurenakkoord geen toegevoegde waarde. Wij spraken af dat hier op korte termijn duidelijkheid over dient te zijn, omdat anders een oplossing voor de benodigde financiële herstructurering onmogelijk is.

Tijdens het gesprek gaf [naam] aan niet in staat te zijn geweest een investeerder te vinden voor het bedrijf en hij verwacht deze ook niet meer te vinden.

Wel ziet hij mogelijkheden om twee investeerders te vinden die ieder EUR 50.000,00 gaan investeren in een 35-tal paarden. Als voorwaarden zullen deze investeerders eisen dat de bank haar financieringen continueert en dat het crediteurenakkoord rond is.

Omdat deze paarden bij [bedrijf] gestald blijven, blijven wij erop wijzen dat verkoop van minimaal 40 paarden voorrang moet blijven hebben, mede omdat dit de kosten drukt. Wel kan met deze oplossing op korte termijn tijd gewonnen worden.

U gaf aan dat u de rechtszaak tegen de aannemer Agro Bouw gewonnen heeft en dat daar op korte termijn EUR 43.000,00 van binnen komt. Wij hebben u aangegeven dat deze vordering verpand is aan de bank en dat deze gelden op een door ons geblokkeerde rekening dienen binnen te komen.

De gelden van de investeerders dienen ook op deze geblokkeerde rekening binnen te komen. De

totaal binnengekomen gelden zullen gebruikt worden voor de afronding van het crediteurenakkoord en daarnaast zal de overstand op het rekening courant krediet en de achterstand in de leningen worden aangezuiverd.

Wij gaan akkoord met een rentecompensatie van uw lopende RC met deze geblokkeerde rekening.

De volgende afspraken hebben wij gemaakt:

- De vordering op Agro Bouw groot EUR 43.000,00 zal worden gestort op de geblokkeerde rekening N191 RABO 0303 9388 51. Alternatieve aanwending van deze gelden zullen onherroepelijk leiden tot opzegging van de financiering;

- Voor 15 augustus 2015 dienen wij een bevestiging te krijgen van BBZ dat zij akkoord zijn met het crediteurenakkoord;

- Voor 15 augustus 2015 zal [naam] de bank informeren inzake het vinden van mogelijke investeerders.

De bank heeft aangegeven dat na 15 augustus 2015 de definitieve strategie zal worden bepaald

afhankelijk van de uitkomsten van de bovenstaande afspraken. Een crediteurenakkoord en het vinden van investeerders blijven cruciaal voor het voortbestaan van [bedrijf] .

Mocht de uitkomst hiervan negatief zijn, dan kan dit leiden tot een opzegging van de financiering.

Voor al het overige blijven de reeds gemaakte en bestaande afspraken van kracht. Hiervoor

verwijs ik u onder meer naar de door de bank verzonden brief d.d. 22 mei 2015.

2.19.

Op 18 augustus 2015 heeft [eiseres] een bedrag van € 9.000,00 dat zij had ontvangen

na de verkoop van paarden op een rekening bij Rabobank gestort.

2.20.

[eiseres] / [bedrijf] heeft op 25 augustus 2015 een koopovereenkomst met Válans

Accountancy B.V. gesloten, inhoudende dat [eiseres] veertien paarden aan de vennootschap

verkoopt voor een bedrag van € 50.000,00. In die overeenkomst is opgenomen dat Válans

op 23 maart 2015 reeds een bedrag van € 26.000,00 aan [eiseres] heeft overgemaakt en dat de

paarden na de verkoop bij [bedrijf] gestald blijven, waarvoor een stallingsovereen-

komst zou worden afgesloten.

2.21.

Rabobank heeft bij brief van 27 augustus 2015 gericht aan [eiseres] alle

financieringen opgezegd en daar het volgende aan ten grondslag gelegd:

[bedrijf] bevindt zich, zoals u weet al geruime tijd in financiële problemen en staat reeds jaren onder toezicht van Bijzonder Beheer van Rabobank Rijssen-Enter.

Al geruime tijd komt u uw financiële verplichtingen jegens onze bank niet na.

- Uw lening 3473.928.151 vertoont per vandaag een achterstand van Eur. 10.940,00 aan aflossing;

- Uw lening 3473 .928.089 vertoont per vandaag een achterstand van Eur. 3.624,00 aan aflossing;

- Uw lening 3174.920.159 vertoont per vandaag een achterstand van Eur. 2.224,00 aan aflossing;

- Uw rekening-courant vertoont al geruime tijd een ongeoorloofde overstand per heden groot

Eur. 25.867,00.

Wij hebben op 22 mei 2015 een brief gestuurd en u daarin aangegeven dat er sprake is van een

ongeoorloofde overstand en u de tijd te geven tot 1-8-2015 om deze aan te zuiveren. U hebt hieraan nog niet voldaan.

Daarnaast worden maandelijks nota’s aan u verzonden inzake de aflossingen op uw leningen.

Deze nota’s worden door u niet betaald. Hierdoor zijn bovengenoemde achterstanden ontstaan.

De bank heeft ernstige twijfels bij het continuiteitsperspectief van uw onderneming. Reeds lange tijd zijn wij met u in gesprek over de levensvatbaarheid van het bedrijf. Doordat al jaren forse verliezen zijn geleden, is er sinds geruime tijd sprake van een negatieve cashflow. De financiële verplichtingen aan onze bank kunnen hierdoor al geruime tijd niet meer worden nagekomen.

Diverse oorzaken liggen aan bovengenoemde problematiek ten grondslag waaronder, problemen met leveranciers, uitloop en vertraging van bouwwerkzaamheden, forse juridische kosten en onvoldoende omzet. Daarbij zijn uw kwaliteiten op de vakgerichte bekwaamheid goed te noemen. De bank heeft echter gerede twijfels bij het door u gevoerde financiële management en de wijze waarop u de organisatie bestuurd. Dit heeft u zelf ook onderkend. Daarom is door u begin dit jaar een extern adviseur aangetrokken. Deze adviseur heeft op basis van eigen onderzoek dezelfde conclusies getrokken.

De bevindingen van uw adviseur zijn verwoord in een rapportage d.d. 26-3-2015. Tevens staan hierin een aantal aanbevelingen opgenomen om tot een verbetering van bovengenoemde situatie te komen, waaronder i) het vinden van een investeerder, ii) de verkoop van minimaal 20 paarden voor 1-7-2015 en iii) het afwikkelen van het aanwezige crediteurenakkoord (in de omvang van Eur. 57.000,-) voor 1-7-2015. De bank heeft u op basis van deze aanbevelingen in een schrijven d.d. 22-5-2015, de tijd gegeven om voor 1-7-2015 tot een crediteurenakkoord te komen, waarvoor de verkoopopbrengsten van de paarden/inbreng van investeerders gebruikt zouden worden.

Tevens zou hieruit de overstand en achterstand moeten worden voldaan. Doelstelling was om te

komen tot een gezonde balansverhouding en crediteurenpositie, op basis waarvan de bancaire

financiering zou kunnen worden gestructureerd. Onderstaand volgt per aanbeveling een korte opsomming van onze constateringen in de voortgang.

i) Investeerder; de afgelopen maanden heeft uw adviseur met een drietal investeerders gesprekken gevoerd, teneinde de mogelijkheden van een kapitaalsinjectie te onderzoeken. Helaas heeft dit tot niets geleid. Als alternatief is gepoogd om een tweetal investeerders te vinden die ieder Eur. 50.000,- zouden investeren, met als onderzetting een 35-tal paarden. Tot nu toe is er volgens uw adviseur maar 1 investeerder bereid gevonden om deel te nemen aan deze opzet. De bank constateert daarom dat hierin onvoldoende voortgang is behaald.

ii) Verkoop paarden; uw onderneming beschikt over meer paarden dan noodzakelijk is voor een

normale exploitatie van de manage. De bank is reeds geruime tijd met u in gesprek over de verkoop van een 40-tal paarden. De gelden hieruit zouden gebruikt worden om te kunnen voldoen aan een crediteurenakkoord. Tevens zou hiermee de overstand op de rekening courant worden ingelopen. De verkoop van paarden is ook als één van de aanbevelingen in bovengenoemde rapportage opgenomen.

De bank heeft in diverse communicatiestukken (w.o. een email van 12-6-2015 en brief d.d. 13-7-2015) haar zorg geuit over het tempo van de voortgang inzake de verkoop van deze paarden. Tevens is hierin benadrukt dat dit prioriteit dient te hebben. U bent immers al een jaar bezig met de verkoop, echtere zonder enig significant resultaat.

De bank constateert per heden dat twee paarden zijn verkocht. De totale opbrengst hiervan bedraagt Eur. 9.000,- en is na aandringen van onze zijde gestort op uw rekening bij onze bank. Neemt niet weg dat dit verkoopaantal ver onder de doelstelling ligt. Daarnaast is de verkoopopbrengst volstrekt ontoereikend om de eerder genoemde betalingsachterstand te kunnen voldoen, laat staan om een crediteurenakkoord mee te financieren. De bank constateert daarom dat ook hier onvoldoende voortgang is behaald.

iii) Crediteurenakkoord; u gaf in eerdere gesprekken aan een crediteurenakkoord te hebben bereikt met alle crediteuren. Ook in de rapportage van uw adviseur is aangegeven dat alle crediteuren akkoord zijn, waaronder de belastingdienst en de verstrekker van de BBZ financiering.

In ons gesprek van 3-7-2015 gaf u aan dat de verstrekker van de BBZ financiering als één van de belangrijke crediteuren nooit akkoord is gegaan met het akkoord. In een later telefonisch onderhoud en een opvolgende persoonlijk onderhoud met vertegenwoordigers vanuit de bank, gaf uw adviseur aan dat er naast de BBZ ook nog geen akkoord was met de fiscus en de andere crediteuren. De bank constateert hieruit dat er nooit een crediteurenakkoord heeft bestaan. De bank is hierdoor zeer verrast. Ook uw adviseur heeft in het persoonlijke onderhoud aangegeven niet op de hoogte te zijn van het feit dat er nog geen crediteurenakkoord was bereikt.

Wij hebben u daarop nog een keer uitstel verleend tot 15-8-2015, waarbij wij wederom moeten

constateren dat er nog steeds geen crediteurenakkoord is.

U heeft de bank nooit uit eigen beweging geïnformeerd over de daadwerkelijke status van het

crediteurenakkoord. In een tweetal gesprekken d.d. 8-4-2015 en 5-6-2015 met vertegenwoordigers van de bank is het crediteurenakkoord ter sprake gekomen en heeft u hierover niet aangegeven dat er geen akkoord was. Uitgangspunt in alle gesprekken met u en/of uw adviseur was dat dit crediteurenakkoord reeds afgerond aanwezig was. Met deze handelswijze heeft u het vertrouwen van de bank ernstig geschaad.

Betaalstromen; op 12-8-2015 heeft de bank met u contact opgenomen over het feit dat er al geruime tijd een deel van de bedrijfsomzet (o.a. lesgeld en kampgeld) via uw privé rekening loopt en dat dat voor de bank onacceptabel is. Daarnaast zijn de opbrengsten van de 2 paarden pas na aandringen van ons op de geblokkeerde zakelijke rekening gestort. De reden dat u daarvoor aanvoert (een geblokkeerde pas) is onjuist.

Het stelselmatig met nakomen van gemaakte afspraken (w.o. te late aanlevering van voorraden

crediteurenlijsten, zie de mail d.d. 12-6-2015, verkoop paarden, niet betalen aflosnota’s) en het niet correct informeren van de bank inzake de status van het crediteurenakkoord, heeft het vertrouwen van de bank in u ernstig geschaad. Daarnaast heeft de bank onvoldoende vertrouwen in het continuïteitsperspectief van uw onderneming. Tevens heeft de bank onvoldoende vertrouwen in het op korte termijn inlopen van de overstand, de achterstand en het terugdringen van de crediteurendruk. Uw bedrijfsresultaten zijn onvoldoende toereikend om dit te kunnen bewerkstelligen.

Op grond van het bovenstaande zeg ik dan ook de verstrekte financiering op met een opzegtermijn van 4 maanden en sommeer ik u om uiterlijk op 31 december 2015 aan onze bank te voldoen al hetgeen zij op dat moment van u te vorderen zal hebben.

Een specificatie van de te betalen bedragen vindt u in de bijlage bij deze brief. Het totaal door u

te betalen bedrag bedraagt per vandaag Eur. 964.400,23.

Mocht u aan deze sommatie geen of geen tijdig gevolg geven, dan zal zo nodig tot uitwinning van de zekerheden worden overgegaan. Dit zal name betekenen dat overgegaan wordt tot een gedwongen verkoop van de roerende en onroerende zaken aan de [adres] te Laren (Gld).

Wij overleggen echter graag met u over de mogelijkheden om gedwongen uitwinning van zekerheden te voorkomen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een herfinanciering door een andere bank, of aan afspraken over onderhandse verkoop van de gestelde zekerheden. Wij nemen binnenkort contact met u op voor het maken van een afspraak. Lukt het niet om afspraken te maken, of worden deze afspraken niet nagekomen, dan zal alsnog tot uitwinning van de zekerheden worden overgegaan.

Daarbij gelden in ieder geval de volgende voorwaarden: (…).

Volgens de bijlage bij die brief bedraagt de schuld van [eiseres] aan Rabobank € 964.400,23.

2.22.

Bij brief van 3 september 2015 heeft Rabobank [eiseres] onder meer bericht:

In navolging van de opzegging d.d. 27 augustus 2015 en de daarover gevoerde bespreking op

1 september jl., spraken wij u en uw adviseur [naam] . (…)

Tijdens deze bespreking, gaf u aan dat er meerdere paarden zijn verkocht te weten:

14 paarden voor een bedrag van Eur. 50.000,-

2 paarden voor een bedrag van Eur. 9.000,- (de gelden staan bij de Rabo gestald)

9 paarden voor een bedrag van Eur. 14.400,- (mondelinge overeenkomst)

In totaal Eur. 73.400,-

Inzake de transactie van de bovengenoemde 14 paarden met een transactiewaarde van Eur. 50.000,- heeft u ons mondeling mede gedeeld dat hiervan een bedrag groot Eur. 26.000,- is verrekend met een openstaande crediteurvordering.

U gaf aan dat de verkoopopbrengsten uit 2 van de bovengenoemde transacties zijn gestort of worden gestort op een derden gelden rekening van uw advocaat. De bank wijst u erop dat de paarden aan de bank zijn verpand. Deze zekerheid is onderdeel van de aan u verstrekte financiering, getuige de door u geaccepteerde offerte d.d. 28 januari 2004. Bijgesloten is de betreffende pandakte en de bijbehorende algemene voorwaarden voor verpanding van de Rabobank organisatie 1998.

De bank wijst in het bijzonder op artikel 4 van algemene voorwaarden voor verpanding van de

Rabobank organisatie 1998.

Einde van het pandrecht:

Artikel 4

Indien tussen de bank en de debiteur geen rechtsverhouding bestaat waaruit schulden jegens de

bonk zijn en/of kunnen ontstaan, eindigt het pandrecht. Afstanddoening van het pandrecht door

de bank kan slechts blijken uit een schriftelijke verklaring van de bank jegens de pandgever,

inhoudende dat het pandrecht is geëindigd.

Er is sinds acceptatie van de betreffende offerte en de bijbehorende pandakte en daarmee de acceptatie van de algemene voorwaarden van de Rabobank organisatie 1998, geen sprake van een schuldvrije positie jegens de bank. Derhalve heeft zich een continue rechtsverhouding uit hoofde van schuldpositie jegens de bank voorgedaan. Eveneens is er geen sprake van afstandsdoening van het pandrecht. De bank stelt zich derhalve op het standpunt dat dit pandrecht intact is.

De bank heeft u meerdere malen ingelicht van de verpanding van de paarden aan de bank, blijkens uit het volgende:

In de brieven d.d. 29 december 2014 en 22 mei 2015 bent u er nogmaals op gewezen dat de paarden aan de bank zijn verpand.

De bank constateert op basis van uw mondelinge toelichtingen in het gesprek dat er paarden zijn verkocht.

De bank constateert tevens dat hierbij wordt afgeweken van de voorwaarden tot verkoop zoals onder andere is gesteld in de opzeggingsbrief d.d. 27 augustus 2015.

De bank kan op basis van de door u aangeleverde informatie niet beoordelen of de verkoopopbrengsten uit de bovengenoemde transacties in verhouding staan tot de waarde van het onderpand.

De bank concludeert dat de inkomende gelden uit deze verkoop van de paarden bij een derde partij zijn of worden gestald. De bank constateert dat een aanzienlijk deel van deze gelden niet zijn of zullen worden ontvangen ten gunste van uw rekening bij onze bank.

De bank constateert dat er een crediteurenafspraak is gemaakt waarbij een aanzienlijk deel van de te ontvangen gelden uit hoofde van verkoop van paarden, is verrekend met een uitstaande crediteurenvordering. De bank heeft en zal hiervoor geen toestemming geven.

Deze gang van zaken is voor de bank niet acceptabel.

(…)

Kort en goed: zeker vanaf nu is het zonder de bank daarin te kennen verkopen van paarden, waarbij de opbrengst niet wordt voldaan op de door u bij onze bank aangehouden rekening, uit den boze!

Derhalve eisen wij dat:

- Bovengenoemde crediteuren afspraak ongedaan wordt gemaakt.

- Dat de verkoop van paarden alsnog verloopt via de NTAB, conform genoemde voorwaarden in de opzeggingsbrief d.d. 27 augustus 2015.

- Dat bovengenoemde transacties tevens worden afgehandeld via de NTAB.

- Dat inkomende geldstromen uit verkooptransacties via uw zakelijke rekeningen bij onze bank verlopen.

- Op basis van de beoordeling van NTAB van bovengenoemde transacties waarbij verkoopopbrengst wordt getoetst aan onderpandswaarde en transactievoorwaarden, zal de bank vrijgave van het pandrecht op de betreffende paarden overwegen.

De bank stelt u nu reeds aansprakelijk voor de geleden en toekomstige schade.

De NTAB zal op korte termijn contact met u opnemen.

2.23.

In oktober 2015 heeft Broer de volgende aanvulling van het Memorandum opgesteld:

5 Status 20 oktober 2015

5.1.

Memorandum

(…)

De Rabobank heeft mijn rekening voldaan, niet voorgeschoten voor [bedrijf] maar betaald. De Rabobank heeft ruimte gegeven om deze route verder uit te werken, echter wel met een korte eindtermijn. Hun argumentatie voor die korte tijd om tot herstructurering te komen is de historie met deze onderneming die in hun beleving hiervoor al veel tijd heeft gehad. Mijn argument is als de Rabobank mij inschakelt om een herstructurering te bereiken geef mij daar dan ook de tijd voor die nodig is, temeer al omdat de exploitatie op orde is en de situatie niet verslechterd.

5.2.

Financiering

In de aanbevelingen, punt 2.1 en in het financieringsvoorstel punt 2.4, heb ik gezegd dat er middelen moeten komen van € 150,000, zijnde niet beschikbaar gesteld door de Rabobank. In eerste instantie heb ik ervoor gekozen iemand te zoeken die in een op te richten werkmaatschappij wilde investeren. Ik heb daarvoor e.e.a. uitgewerkt en met 3 partijen serieuze gesprekken gevoerd.

In mei werd duidelijk dat dit moeilijk te verwezenlijk was en heb ik ervoor gekozen om versneld paarden te verkopen. Dit heb ik besproken met de Rabobank. Dit was een begaanbare route omdat van de 100 aanwezige paarden er bedrijfsmatig maar 60 nodig zijn. De 40 te verkopen paarden moeten in dat geval duidelijk meer kunnen opleveren dan de executiewaarde. Op dit moment zijn verkocht 14 paarden voor een bedrag van € 50.000, 9 één en twee jarige paarden voor een bedrag van €14.400, 2 paarden voor een bedrag van €9.000 en één paard voor een bedrag van €5.500. Totaal dus € 78.900.

Op dit moment zijn nu nog 13 paarden verkoopbaar die niet nodig zijn voor de manege.

Agrobouw is veroordeeld tot het betalen van €43.000 plus €6.000 kosten.

Daarvan is bij de deurwaarder nu € 40.000 binnengekomen, deze heeft zijn kosten afgetrokken en staat nu dus nog een bedrag van €33.800. Voor het resterende bedrag bij Agrobouw, €9.000, wordt nog actief actie ondernomen.

Van de benodigde € 150.000 is nu dus binnen een bedrag van € 112.700, er worden nog 13 paarden aangeboden en van Agrobouw wordt nog een bedrag verwacht van € 9.000

Dit is dus substantieel en er kan nu al worden voldaan aan de voorwaarde om binnen de limiet van de rekening courant te blijven en het benodigde bedrag voor het crediteurenakkoord te reserveren.

5.3.

Crediteurenakkoord

Bij de start van mijn opdracht was ik in de veronderstelling dat het crediteurenakkoord geregeld was.

Dit staat ook in mijn memorandum. Ik ging hiervan uit na collegiaal overleg met degene die de begeleiding van dat akkoord doet en de constatering dat die lijst crediteuren op hold stond en er geen acties ondernomen werden door één van die crediteuren. Dus louter de financiering daarvan werd mijn taak. Op het moment dat mij bekend werd dat de crediteuren weliswaar waren benaderd, maar dat er bij lange na niet gesproken kon worden over een akkoord heb ik dit direct samen met Hilde besproken bij de Rabobank. In besprekingen met Hilde bleek mij dat zij niet op de hoogte was van hoe de procedure van een crediteurenakkoord werkt. De begeleiding voor dit crediteurenakkoord heb ik gelaten bij dat bureau ook al omdat er een no cure no pay overeenkomst was. De bank beweert dat de onderneemster op de hoogte was van het feit dat er geen crediteurenakkoord en dat betwijfel ik. Het wachten was in haar beleving op een financiering van dat akkoord.

De huidige status is dat in aantal een ruime meerderheid van de crediteuren akkoord is en in bedrag ongeveer 70%. De procedure om te komen tot een gerechtelijk dwangakkoord is ingezet en er wordt een zitting verwacht omstreeks halt december.

Dat deze procedure zolang duurt, heeft een aantal oorzaken.

• Voordat een procedure tot een dwangakkoord ingezet kan worden moeten een aantal stappen doorlopen worden.

• De gemeente Lochem was essentieel om mee te krijgen in dit akkoord en dat heeft veel tijd gekost.

• In de vakantietijd is er weinig progressie geboekt.

• Betaling van adviseurs en de advocaat was een probleem.

Uiteindelijk zijn we nu wel in de eindfase, is de uitkomst voorspelbaar, zijn de middelen beschikbaar

en is het probleem gereduceerd tot door de Rabobank opgeworpen tijdsprobleem.

5.4.

Ondernemersinkomen

In mijn onderzoek heb ik geconstateerd dat er bijzonder weinig ondernemersinkomen was. Ik heb geen onregelmatigheden in de boekhouding of niet geboekte kasstromen geconstateerd. Op dezelfde locatie is een door de moeder gedreven zorgboerderij die volledig kan voorzien in het levensonderhoud van de gezinsleden.

Na besprekingen met Hilde heeft zij mij overtuigd dat ik in de exploitatie van [bedrijf] uit kan blijven

gaan van dit ondernemersinkomen.

5.5.

Levensvatbaarheid van de onderneming

Mijn positieve beoordeling van de levensvatbaarheid van dit bedrijf, verwoord in het memorandum staat nog steeds overeind. Er is een ruim positieve Cash Flow, de plannen voor de toekomst zijn goed.

Hierbij zei nog vermeld;

De gemeente Lochem heeft het crediteurenakkoord in eerste instantie afgewezen. De reden was een negatief rapport uit voorjaar 2014 van hun adviesbureau BTB, die met name twijfel had over de levensvatbaarheid van dit bedrijf. De gemeente wilde niet akkoord gaan met het crediteurenakkoord op basis van mijn

memorandum maar heeft wel op mijn advies een aanvullend advies gevraagd aan BTB. Ik heb gesprekken gevoerd met BTB over mijn visie, ook waarom mijn insteek een andere is. Aansluitend heeft BTB de gemeente positief geadviseerd.

2.24.

Bij e-mailbericht van 16 oktober 2015 heeft BSMO/Oxyz Huizen [eiseres] inzake het

crediteurenakkoord bericht dat er een meerderheid aan instemmingen is, hetgeen voldoende

is voor een aanvraag voor een dwangakkoord, welke aanvraag een week later zou worden

opgemaakt en eind oktober 2015 zou worden verwerkt door een advocaat. De verwachting

is dat de zitting twee maanden nadien zal plaatsvinden en dat de uitspraak ter zitting zal

worden gedaan.

2.25.

Rabobank heeft een vorderingenoverzicht gedateerd 20 november 2015 overgelegd

waaruit blijkt dat de restant hoofdsom van de oorspronkelijke lening van € 40.000,00

€ 31.104,00 bedraagt en dat er sprake is van een achterstallig bedrag aan aflossingen van

€ 2.224,00. De restant hoofdsom van de oorspronkelijke lening van € 130.500,00 bedraagt

€ 102.414,00 en het achterstallig bedrag aan aflossingen hierop € 3.624,00. De restant

hoofdsom van de oorspronkelijke lening van € 820.500,00 bedraagt 735.715,00 en het

achterstallig bedrag aan aflossingen daarop € 10.940,00. Het debetsaldo van de rekening

courant met een limiet van € 40.000,00 bedraagt € 66.601,38. Op een andere rekening

courant staat een positief bedrag van € 8.979,61. De totale vordering van Rabobank op

[eiseres] bedraagt per voornoemde datum € 943.642,77.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert dat de voorzieningenrechter

1. primair

voor recht verklaart dat de opzegging van het rekening courant onrechtmatig is, althans in strijd met de redelijkheid en billijkheid,

subsidiair

[eiseres] een termijn van twaalf maanden, althans een redelijke termijn, verleent voor de terugbetaling van het rekening courant krediet,

2. primair

voor recht verklaart dat de opzegging van de twee leningen onrechtmatig is, althans in strijd met de redelijkheid en billijkheid,

subsidiair

[eiseres] een termijn van twaalf maanden, althans een redelijke termijn, verleent voor de terugbetaling van de twee leningen,

3. Rabobank verbiedt nader uitvoering te geven aan de opzegging van het rekening courant krediet, waaronder het uitwinnen van zekerheden,

4. Rabobank verbiedt nader uitvoering te geven aan de opzegging van de twee leningen, waaronder het uitwinnen van zekerheden,

5. Rabobank veroordeelt om volledige medewerking te verlenen aan de herstructurering, waaronder de verkoop van de paarden en aanwending van de koopprijs conform de herstructurering, binnen een termijn tot 31 januari 2016, althans een redelijke termijn,

6. Rabobank verbiedt zich te beroepen op het pandrecht op de paarden (voor zover dit pandrecht rechtsgeldig zou bestaan) en daarmee de herstructurering te frustreren,

7. Rabobank veroordeelt in de kosten van deze procedure, waaronder de (daadwerkelijke/redelijke) kosten van rechtsbijstand van [eiseres] .

3.2.

Rabobank voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang vloeit voldoende uit de stellingen van [eiseres] voort.

4.2.

Kernvraag in dit kort geding is of Rabobank de kredietrelatie met [eiseres] mocht opzeggen. [eiseres] heeft zich kort gezegd op het standpunt gesteld dat de opzegging niet, althans onvoldoende, is onderbouwd en buiten proportioneel, onrechtmatig en in strijd met de redelijkheid en billijkheid is. Volgens [eiseres] heeft Rabobank op meerdere punten niet aan de op haar rustende zorgplicht voldaan. Rabobank beroept zich op artikel 21 lid 2 aanhef en onder a, j, k, m en q alsook lid 3 van de Algemene voorwaarden bedrijfsfinancieringen van Rabobank 2010 en betoogt dat [bedrijf] al jarenlang een verlieslijdend bedrijf is, dat er achterstanden in het betalen van de maandelijkse aflossingen en renten op de drie leningen zijn, dat sprake is van een voortdurende overschrijding van het rekening courant krediet, dat er twijfels zijn over het toekomstperspectief van [bedrijf] , dat er onduidelijkheid over de betaalstromen is en dat de opbrengst van de verkoop van paarden en het bedrag dat [eiseres] van Agro Bouw heeft ontvangen niet is afgestort bij Rabobank.

4.3.

Indien een kredietverlener gebruik maakt van een overeengekomen bevoegdheid tot beëindiging van de kredietovereenkomst, dan moet de rechtsgeldigheid daarvan worden beoordeeld aan de hand van de overeenkomst en de maatstaf van art. 6:248 lid 2 BW. Dat brengt mee dat de beëindiging door de kredietverlener op grond van een dergelijke bevoegdheid niet rechtsgeldig is indien gebruikmaking van die bevoegdheid, gelet op de omstandigheden van het geval, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (HR 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2929). Daarbij komt betekenis toe aan i. de duur van de relatie met de cliënt ten tijde van de opzegging, ii. het gedrag en de betrouwbaarheid van de cliënt, iii. of en in welke mate de cliënt toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van zijn verplichtingen en van de waarde van zekerheden, iv. de wijze van besluitvorming van de bank voorafgaande aan de opzegging en de wijze waarop overleg is gevoerd met de cliënt, v. of en in welke mate de bank de cliënt van tevoren heeft gewaarschuwd, en vi. of de bank door eigen gedragingen verwachtingen heeft gewekt.

4.4.

Het gaat in deze zaak om een complexe financiering, bestaande uit drie leningen (van een totaalbedrag van € 991.000,00) waarop maandelijks vaste bedragen (lineair) afgelost dienen te worden en uit een rekening courant krediet (van € 40.000,00) als werkkapitaal. Nu niets is bepaald omtrent de looptijd van de leningen anders dan dat daarop lineair met vaste bedragen moet worden afgelost, moet ervan worden uitgegaan dat de leningen, indien niet nader anders wordt overeengekomen, voortduren totdat ze volledig zijn afgelost en zij in beginsel niet opzegbaar zijn zonder een deugdelijke reden. Evenmin zijn zij direct opeisbaar. Rabobank beroept zich voor haar opzegging van de kredietrelatie op artikel 21 van haar Algemene voorwaarden bedrijfsfinancieringen van Rabobank 2010 (die van toepassing zijn verklaard in de financieringsvoorstellen van 2012 en 2013 zoals vermeld op pagina 11 respectievelijk pagina 8 hiervan). Rabobank heeft toegelicht dat zij de leningen en het rekening courant krediet niet onmiddellijk heeft opgeëist, waartoe zij op grond van artikel 21, derde lid van diezelfde voorwaarden wel bevoegd is/was, maar dat zij de financieringsrelatie heeft opgezegd tegen 31 december 2015 en [eiseres] dus (nog) een termijn van vier maanden heeft gegund. De vraag is of de gronden waarop Rabobank haar opzegging stoelt, overeenkomen met de gevallen zoals vermeld in voornoemde algemene voorwaarden op grond waarvan een financiering onmiddellijk opeisbaar is en of dat die beëindiging van de relatie rechtvaardigt.

4.5.

Ten aanzien van de achterstanden op de leningen wordt het volgende overwogen. In een e-mailbericht van 18 maart 2015 heeft Rabobank op een vraag van [eiseres] over nota’s die zij inzake de leningen had ontvangen van Rabobank haar medegedeeld: “Laat het maar even in de achterstand lopen. Kortom, betaal de nota’s nu maar even niet, wachten we eerst even af waar [naam] mee komt. Dan nemen we het totaal (dus inclusief achterstand) mee, maar dan betaal je nu niet telkens die hoge overstandsrente.” [eiseres] wilde de aflossingen en rente op de leningen betalen, maar Rabobank heeft dus aangeraden om dit tijdelijk niet te doen, omdat de overstand op het rekening courant krediet steeds verder opliep. Vervolgens heeft Rabobank [eiseres] bij brief van 22 mei 2015 vanwege de overschrijding van het kredietlimiet voorwaarden gesteld om de bestaande financiering in stand te laten. In deze brief wordt niet gesproken over de achterstand op de geldleningen. Onder deze omstandigheden had Rabobank de drie geldleningen die een langere looptijd hadden/hebben niet mogen opzeggen zonder [eiseres] minst genomen te sommeren dat de (tijdelijke) achterstand in het betalen van de aflossingen ingelost had moeten worden.

4.6.

Dat de limiet van het rekening courant krediet was overschreden, is mede te wijten aan de omstandigheid dat Rabobank de te betalen bedragen voor de rente (in totaal ruim

€ 4.000,00) automatisch afboekte van dat rekening courant krediet. Daarnaast geldt dat niet weersproken is dat er altijd sprake is geweest van een overstand op het rekening courant krediet, hetgeen in 2011/2012 reden is geweest voor een herstructurering.

In de brief van 22 mei 2015 is overigens niet gerept over het opzeggen van de gehele kredietrelatie indien niet aan de gestelde voorwaarden zou worden voldaan. De voorzieningenrechter acht het dan ook niet redelijk om de gehele financieringsrelatie te beëindigen zonder [eiseres] eerst in duidelijke taal te sommeren om een einde te maken aan de voortdurende overstand en zonder [eiseres] daarvoor een redelijke termijn te gunnen. Aanvankelijk heeft Rabobank [eiseres] in de brief van 22 mei 2015 tot 1 juli 2015 de tijd gegeven om het crediteurenakkoord af te ronden (waarbij om dat te bereiken ook een investeerder moest worden gezocht). Deze termijn is vervolgens verlengd tot 1 augustus 2015, maar was, mede gelet op de omstandigheid dat deze midden in de zomervakantie viel, te kort om tot afronding van het crediteurenakkoord te komen, alsook om aan de andere condities (zoals het zoeken van een investeerder die Rabobank convenieerde) te voldoen, nog daargelaten dat het Rabobank niet aangaat wie deze investeerder zou worden. Broer was in die periode druk doende om het crediteurenakkoord rond te krijgen en met het zoeken naar een externe investeerder (hetgeen niet eenvoudig was) en had niet de verwachting dat dit binnen een dergelijke korte termijn afgerond zou kunnen worden, hetgeen ook blijkt uit de aanvulling van het Memorandum. Dit volgt ook uit de brief van Rabobank aan [eiseres] van 13 juli 2015 waarin de op 3 juli 2015 gemaakte afspraken zijn bevestigd. Het was Rabobank op 3 juli 2015 dus reeds duidelijk dat het vinden van een externe investeerder op korte termijn erg lastig werd. Rabobank heeft in diezelfde brief de met [eiseres] gemaakte afspraken op een rij gezet, te weten het storten van het van Agro Bouw te ontvangen bedrag van € 43.000,00, het vóór 15 augustus 2015 ontvangen van een bevestiging dat BBZ zou instemmen met het crediteurenakkoord en het vóór 15 augustus 2015 informeren van Rabobank door Broer over het vinden van mogelijke investeerders. Rabobank heeft tevens aangegeven dat zij na 15 augustus 2015 de definitieve strategie zou bepalen afhankelijk van de uitkomsten van de afspraken en dat, mocht de uitkomst met betrekking tot het vinden van investeerders en het bereiken van een crediteurenakkoord negatief zijn, dat zou kunnen leiden tot een opzegging van de financiering.

4.7.

Rabobank heeft vervolgens bij brief van 27 augustus 2015 de financieringsrelatie opgezegd tegen 31 december 2015. Daar heeft zij het volgende aan ten grondslag gelegd.

Allereerst heeft Rabobank [eiseres] medegedeeld dat zij ernstige twijfels heeft bij het continuïteitsperspectief van de onderneming zoals bedoeld in artikel 21 lid 2 aanhef en onder j van de Algemene voorwaarden bedrijfsfinancieringen van de Rabobank 2010. De voorzieningenrechter acht deze twijfels niet voldoende voor opzegging van de gehele relatie. Rabobank is al jarenlang de huisbankier van [bedrijf] ( [eiseres] , althans haar vader). Er is geen sprake van een duidelijke verandering. In 2012, toen een herfinanciering van de onderneming plaatsvond, ging het al niet zo goed met het bedrijf. Uit de jaarrekening van 2012 blijkt dat de netto omzet van [bedrijf] gestaag daalde (van € 231.955,00 in 2010 tot € 181.707,00 in 2012) en dat het eigen vermogen ook afnam (van € -191.850,00 op 31 december 2011 en naar € -262.913,00 op 31 december 2012). Broer heeft overigens in de aanvulling van zijn Memorandum ook vermeld dat de exploitatie van [bedrijf] op orde is en dat de situatie niet is verslechterd. Op grond van artikel 21, tweede lid aanhef en onder j van de Algemene voorwaarden bedrijfsfinancieringen van de Rabobank 2010 dient er zich een gebeurtenis of verandering voor te doen. Daarvan is voorshands geoordeeld geen sprake, zodat deze grond geen reden kan zijn om tot beëindiging van de relatie over te gaan.

4.8.

Rabobank heeft voorts aangevoerd dat een deel van de bedrijfsomzet (onder andere het les- en kampgeld) via de privérekening van [eiseres] loopt en dat dergelijke alternatieve betaalstromen voor Rabobank niet acceptabel zijn. Overwogen wordt dat niet valt in te zien welke problemen Rabobank hiermee heeft. [bedrijf] is een eenmanszaak van [eiseres] en het betrof de privérekening van [eiseres] bij dezelfde bank. Ook deze grond – voor zover deze overigens al zou vallen onder artikel 21 lid 2 aanhef en onder a van de Algemene voorwaarden bedrijfsfinancieringen van de Rabobank 2010 – kan dan ook geen reden zijn om tot opzegging van de financiering over te gaan.

4.9.

Als derde reden heeft Rabobank gesteld dat [eiseres] heeft nagelaten de opbrengst van reeds verkochte paarden te storten op de zakelijke rekening van [eiseres] . Volgens Rabobank heeft [eiseres] de opbrengsten omgeleid en heeft zij hiermee gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 21 lid 2 aanhef en onder a en m van de Algemene voorwaarden bedrijfsfinancieringen van de Rabobank 2010. De vraag die hier aan vooraf gaat is of er een bezitloos pandrecht is gevestigd op de paarden van [eiseres] . Op 26 januari 2004 is bij onderhandse akte een pandrecht (als zekerheid voor de overeengekomen financiering door Rabobank) gevestigd op de dieren, voorraden en inventaris die deel uit maakten/gingen maken van het bedrijf [bedrijf] . In 2012 heeft een herfinanciering van het bedrijf plaatsgevonden, waarbij de toenmalige lening en het rekening courant krediet werden afgelost. Er zijn toen vervolgens nieuwe zekerheden gevestigd, waaronder hypotheken, een pandrecht en er zijn borgtochten afgesloten (pagina’s 6, 7 en 8 van het financieringsvoorstel van november 2012). Hierbij is niet opgenomen dat er een pandrecht zou worden gevestigd op de aanwezige of toekomstige paarden en/of voorraden en/of inventaris en evenmin dat de bestaande zekerheden zouden worden gehandhaafd. Het is dan ook maar zeer de vraag of er thans nog een bezitloos pandrecht rust op de paarden.

4.10.

Rabobank beroept zich in dat verband op artikel 4 van haar Algemene voorwaarden voor verpanding van de Rabobank organisatie 1998 dat luidt: Indien tussen de bank en de debiteur geen rechtsverhouding bestaat waaruit schulden jegens de bank zijn en/of kunnen ontstaan, eindigt het pandrecht. Afstanddoening van het pandrecht door de bank kan slechts blijken uit een schriftelijke verklaring van de bank jegens de pandgever, inhoudende dat het pandrecht is geëindigd. Nog daargelaten dat deze algemene voorwaarden niet uitdrukkelijk zijn overeengekomen in het financieringsvoorstel van 2004 (ze worden niet expliciet genoemd in het voorstel, behoudens op de bijlage bij de brief die is gestuurd naar [eiseres] tezamen met het financieringsvoorstel, waarin wordt verwezen naar meerdere algemene voorwaarden, waaronder de Algemene voorwaarden voor verpanding van de Rabobank organisatie 1998), geldt dat in het financieringsvoorstel van 2012 in het geheel niet meer gesproken is over het pandrecht op de paarden. Nu het hier gaat om het belangrijkste bedrijfsmiddel van [eiseres] is het onder de onderhavige omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat Rabobank een beroep doet op artikel 4 van voornoemde algemene voorwaarden.

4.11.

Wat er verder ook zij van het pandrecht dat al dan niet zou rusten op de paarden geldt dat Rabobank als grond voor de opzegging van de financieringsrelatie (ook) heeft aangevoerd dat de opbrengst van de verkoop van de paarden niet, althans niet direct is gestort bij Rabobank. [eiseres] heeft te dien aanzien verklaard dat een deel van de paarden nog geleverd moet worden (negen paarden voor € 14.400,00 en één paard voor € 5.500,00) en dus nog betaald moet worden, dat een bedrag van € 9.000,00 (voor de verkoop van twee paarden) op haar geblokkeerde rekening bij Rabobank staat en dat er van het bedrag van

€ 50.000,00 (waarvoor veertien paarden zijn verkocht) nog een bedrag van € 24.000,00 moet worden betaald. Het reeds ontvangen bedrag van € 26.000,00 heeft [eiseres] niet aangewend om het bankkrediet mee af te lossen en/of niet over de bankrekening van Rabobank laten lopen. [eiseres] heeft dat bedrag rechtstreeks aan haar buren betaald in verband met de voldoening aan een gerechtelijk vonnis. Aannemelijk is dat [eiseres] daarmee een bij voorraad opeisbare vordering heeft voldaan. Deze betaling had via de Rabobank moeten lopen en in overleg met haar moeten plaatsvinden. Voorshands geoordeeld rechtvaardigt dit verzuim echter niet de beëindiging van de gehele bankrelatie.

4.12.

Tot slot heeft Rabobank nog aan de opzegging ten grondslag gelegd dat de betaling van de vordering op Agro Bouw niet via de bankrekening van [eiseres] bij Rabobank is gelopen. Ook deze reden vormt geen grond voor opzegging van de financieringsrelatie, nu [eiseres] ter zitting onweersproken heeft toegelicht dat het bedrag dat zij van Agro Bouw te vorderen heeft nog op de derdengeldrekening van de advocaat van [eiseres] (die haar in die procedure bijstond) staat.

4.13.

Het voorgaande in onderling verband en samenhang bezien maakt dat in de onderhavige omstandigheden de opzegging door Rabobank van de (krediet)relatie met [eiseres] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

4.14.

[eiseres] vordert onder 1. primair en onder 2. primair een verklaring voor recht. Ook de vordering onder 6. strekt tot het vaststellen van de rechtsverhouding tussen partijen, hetgeen in kort geding niet mogelijk is. Deze vorderingen zullen dan ook worden afgewezen. De vorderingen onder 1. subsidiair en onder 2. subsidiair (het verlenen van een termijn voor terugbetaling) zijn toewijsbaar. Rabobank mag van [eiseres] eisen dat [eiseres] binnen een redelijke termijn de achterstanden op de leningen (rente en aflossing) en de overstand op het rekening courant krediet inlost en [eiseres] heeft ter zitting aangegeven dat zij daartoe in staat is. De voorzieningenrechter zal [eiseres] dan ook een termijn van drie maanden gunnen om dit te bewerkstelligen. Ook de vorderingen onder 3. en 4. (verbod om nader uitvoering te geven aan de opzegging van de leningen en het rekening courant krediet) liggen voor toewijzing gereed, indien [eiseres] voldoet aan hetgeen onder 1. subsidiair en het onder 2. subsidiair wordt gevorderd en wordt toegewezen. Het gevorderde onder 5. (medewerking verlenen aan de herstructurering) zal worden afgewezen, nu deze vordering onvoldoende concreet is. Thans is immers (nog) niet duidelijk hoe de herstructurering eruit zal gaan zien.

4.15.

Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

gebiedt Rabobank [eiseres] een termijn van drie maanden te gunnen voor het terugbetalen van de overstand op het rekening courant krediet en voor het inlossen van de achterstand in de betaling van de aflossingen van de leningen,

5.2.

verbiedt Rabobank nader uitvoering te geven aan de opzegging van het rekening courant krediet en de leningen, waaronder het uitwinnen van zekerheden, mits [eiseres] voldoet aan het bepaalde onder 5.1.,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. B.J.M. Vermulst op 7 december 2015.