Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:8037

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
23-12-2015
Datum publicatie
23-12-2015
Zaaknummer
05/740069-15
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2018:8279, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf van 6 maanden voor een taxichauffeur in verband met het plegen van ontucht met een vrouw met het Syndroom van Down door haar te kussen en te betasten tussen de benen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/740069-15

Datum uitspraak : 23 december 2015

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1]

raadsman: mr. E.J.M.J. Damen, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 29 juli 2015 en 9 december 2015.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte wordt verweten dat hij ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] door haar te kussen en in haar kruis te betasten. Terwijl hij zou hebben geweten dat zij lijdt aan het Syndroom van Down, een IQ heeft van 45 en functioneert op ongeveer vijfjarige leeftijd en zij niet of niet helemaal in staat geweest om haar wil te bepalen, dan wel kenbaar te maken of weerstand te bieden.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte heeft op 30 september 2014 [slachtoffer] met de Regiotaxi bij het tehuis voor (verstandelijk) gehandicapten aan de [adres 2] in Zevenaar opgehaald, naar de sportschool gebracht en haar vanuit de sportschool weer teruggebracht. Verdachte heeft op de heenweg stilgestaan en aan zijn werkgever gevraagd of hij de rit terug mocht rijden.2 [slachtoffer] heeft het Syndroom van Down en heeft het verstandelijk niveau van een vijfjarige. Haar IQ is berekend op 45.3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ontuchtig kussen van [slachtoffer] en het betasten in de schaamstreek, terwijl hij wist dat ze een gebrekkige ontwikkeling of stoornis had.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit.

Ten eerste heeft zij aangevoerd dat de verklaring van [slachtoffer] niet aan een bewezenverklaring kan bijdragen. Er is geen sprake van een ondubbelzinnige, specifieke en betrouwbare verklaring. Tijdens het studioverhoor zijn sturende vragen gesteld en [slachtoffer] lijkt

de bedoeling van het verhoor niet te begrijpen. Er is niet vast te stellen wat ze uit eigen ervaring heeft verklaard.

Verder bevindt zich in het dossier onvoldoende ondersteuning voor de verklaring van [slachtoffer] dat zij zou zijn gekust of betast. Er zijn zelfs contra-indicaties voor te vinden. Ten slotte is aangevoerd dat de verklaringen (van de getuigen) alle afkomstig zijn van [slachtoffer] als bron (unis testis) en daarom ook geen bewezenverklaring kan volgen.

Beoordeling door de rechtbank

Betrouwbaarheid verklaringen [slachtoffer]

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat tijdens het verhoor van [slachtoffer] sturende en veel gesloten vragen zijn gesteld, waarvoor [slachtoffer] ook gevoelig is.

De rechtbank is ook van oordeel dat uit het verhoor valt af te leiden dat [slachtoffer] niet altijd goed begrijpt wat de bedoeling is van het verhoor, wat ook past bij haar ontwikkelingsniveau dat gelijk staat aan dat van een vijf jarige en haar IQ van ongeveer 45.

Dat neemt niet weg dat haar verklaring in het studioverhoor wel voor het bewijs kan worden gebruikt. [slachtoffer] heeft namelijk vanaf het begin (tegenover haar ouders en begeleidster) telkens consistent verklaard over het kussen en het aanraken bij het kruis in de taxi. Verder vindt haar verklaring steun in de overige bewijsmiddelen zoals hieronder genoemd.

Gebeurtenis op 30 september 2014

Zoals al is overwogen heeft verdachte als taxichauffeur [slachtoffer] naar de sportschool en terug naar huis gebracht. [slachtoffer] heeft in het studioverhoor verklaard dat de meneer van de taxi haar in de taxi vaak op haar mond heeft gekust en dat dit niet mag. De taxi stond op dat moment achter de struiken. [slachtoffer] laat aan de verhoorders zien hoe zij in de taxi door verdachte is aangeraakt en doet haar hand tussen haar benen bij haar kruis. [slachtoffer] verklaart dat verdachte daarbij de “haren” bij haar kruis (rechtbank: schaamhaar) heeft aangeraakt. Ze heeft verdachte daarna nog twee keer gezien en bij de tweede keer is ze niet bij hem ingestapt.4

Deze verklaring vindt ten eerste steun in de verklaring van de vader van [slachtoffer] die heeft verklaard dat [slachtoffer] terugkwam van het sporten en helemaal overstuur was.5 Een van de begeleiders van [slachtoffer] , getuige [getuige 1] , heeft ook verklaard dat [slachtoffer] overstuur terug kwam. Ze bleef nukkig en begon wat te huilen. Toen [getuige 1] aan [slachtoffer] vroeg wat er was, zei [slachtoffer] “Nee, de taxi”. Ze begon vervolgens wat te vertellen over “iets met taxi, kussen en knuffelen” en was daarbij emotioneel. [slachtoffer] was helemaal aan het schudden in haar stoel, wat niet normaal was voor haar.6

De verklaring van [slachtoffer] wordt verder in belangrijke mate ondersteund door de rittenstaat en door de GPS-gegevens van de taxi, die de werkgever van verdachte heeft verstrekt. Daarin is vermeld dat de rit om 18:44 uur aan de [adres 2] in Zevenaar – zoals overwogen is daar het tehuis van [slachtoffer] – is gestart en de taxi tussen 18:54 en 18:57 uur heeft stilgestaan op een parkeerplaats bij de sportvelden. Dit is een afwijking van de route, waarvoor verdachte geen opdracht heeft gekregen. De rit heeft in totaal zestien minuten geduurd, terwijl de duur van dezelfde rit op een andere datum slechts zeven minuten in beslag heeft genomen.7 [slachtoffer] zat tijdens deze rit alleen met verdachte in de taxi.8 In een aanvullend proces-verbaal is vermeld dat de hiervoor genoemde parkeerplaats onder meer was omringd met struiken.9 Dit past ook bij de verklaring van [slachtoffer] dat de taxi achter de struiken stond, wat om een duidelijke verklaring van verdachte vraagt. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij bijna altijd via de navigatie rijdt.10 Voor de afwijking van de route en het stilstaan op de parkeerplaats heeft verdachte geen enkele verklaring gegeven.

Verder weegt de rechtbank mee dat de getuige [getuige 2] – de werkgever van verdachte – heeft verklaard dat verdachte op 30 september 2014 om de terugrit had gevraagd, terwijl dat niet gebruikelijk was en verdachte daar ook nooit eerder om had verzocht.11 Verdachte heeft ook zelf bevestigd dat hij [slachtoffer] niet standaard ook weer naar huis brengt en hij normaal nooit specifiek om een terugrit vraagt.12 Verder heeft de werkgever verklaard dat verdachte de rit op 14 oktober 2014 ook heeft gedaan, maar dat de klant niet mee ging.13 Dit past bij de verklaring van de vader van [slachtoffer] die heeft verklaard dat zij op 14 oktober 2014 niet in de taxi stapte toen ze de chauffeur zag.14

Nu [slachtoffer] zoals overwogen vanaf het begin consistent heeft verklaard over het kussen en het betasten bij het kruis door verdachte en haar verklaring wordt ondersteund door:

  • -

    de waarnemingen van onder meer haar vader en getuige [getuige 1] dat zij overstuur was en zich anders gedroeg dan normaal;

  • -

    verdachte bij de betreffende rit van de route is afgeweken en op een parkeerplaats met struiken - waarover [slachtoffer] heeft verklaard - heeft stilgestaan en de rit twee keer zo lang heeft geduurd;

  • -

    verdachte hiervoor geen verklaring heeft gegeven;

  • -

    verdachte in tegenstelling tot andere keren om de terugrit met [slachtoffer] heeft gevraagd;

  • -

    [slachtoffer] op 14 oktober 2014 niet bij verdachte in de taxi wilde stappen;

is de rechtbank van oordeel dat van een situatie met alleen [slachtoffer] als bron geen sprake is. De verklaring van [slachtoffer] wordt immers ook ondersteund door objectieve GPS-gegevens en door onder meer waarnemingen van getuigen over de emotionele toestand waarin [slachtoffer] zich bevond toen zij thuis kwam. De rechtbank zal daarom ook dit verweer van de verdediging verwerpen.

Op grond van al het voorgaande in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank bewezen

dat verdachte [slachtoffer] in de taxi heeft gekust en in de schaamstreek heeft betast.

Wetenschap kwetsbaarheid [slachtoffer]

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij [slachtoffer] bij een tehuis voor gehandicapte kinderen heeft opgehaald. Er was hem verteld dat er verstandelijk gehandicapten in het betreffende pand aan de [adres 2] in Zevenaar woonden.15

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat [slachtoffer] een ‘echte Downer’ is. Zij is niet weerbaar en kan niet goed aangeven dat ze iets niet wil, daarvoor heeft ze een te laag niveau. De vader van [slachtoffer] bevestigt dat aan de gezichtsuitdrukking van [slachtoffer] is te zien dat zij het Syndroom van Down heeft.16

Gelet op dit voorgaande in samenhang met de omstandigheid dat [slachtoffer] zoals overwogen op vijfjarige leeftijd functioneert en een IQ van 45 heeft, acht de rechtbank bewezen [slachtoffer] een gebrekkige ontwikkeling of stoornis heeft en verdachte daarvan op de hoogte is geweest.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte:

hij op of omstreeks 30 september 2014 te Zevenaar, in ieder geval in Nederland, met [voorletters] [slachtoffer] , één of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het (ontuchtig) kussen van die [slachtoffer] op haar mond en/of het (ontuchtig) betasten van die [slachtoffer] aan haar schaamstreek, althans aan of tussen haar benen, terwijl verdachte wist dat die [slachtoffer] lijdt aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens (die [slachtoffer] lijdt aan het syndroom van Down, heeft een IQ van ca. 45 en ontwikkelingsleeftijd van ca. 5 jaar) dat zij niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Met iemand van wie hij weet dat zij aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens lijdt dat zij niet of onvolkomen in staat is haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, ontuchtige handelingen plegen.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden. Daartoe is aangevoerd dat het gaat om een feit van categorie 2 van de Richtlijn voor strafvordering seksueel misbruik minderjarigen waarvoor een gevangenisstraf tussen drie en twaalf maanden als uitgangspunt geldt. Verder heeft de officier van justitie in het voordeel van verdachte meegewogen dat hij een blanco strafblad heeft en in het nadeel meegewogen dat het gaat om een zeer kwetsbaar slachtoffer en het gaat om betasten onder de kleding.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft in geval van een bewezenverklaring verzocht om een voorwaardelijke straf dan wel een onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen. Daartoe heeft zij aangevoerd dat het gaat om een feit van meer dan een jaar geleden en de strafzaak veel impact heeft gehad op verdachte. Verder heeft hij een blanco strafblad en heeft hij zijn leven op de rit met onder meer een vaste baan die hij in geval van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal verliezen. Verder is geen sprake van problematiek waarvoor hulpverlening nodig is.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 4 november 2015;

- de retourzending van Reclassering Nederland, gedateerd 6 mei 2015.

Verdachte heeft als taxichauffeur van de Regiotaxi – voor personen met een lichamelijke of geestelijke beperking – beroepsmatig [slachtoffer] bij het tehuis opgehaald, haar naar een plek gebracht waar zij alleen zouden zijn en haar vervolgens gekust en onder haar kleding in de schaamstreek betast. [slachtoffer] is een zeer kwetsbare vrouw. Zij functioneert op vijfjarige leeftijd, heeft een IQ van 45 en lijdt aan het Syndroom van Down. Verdachte heeft misbruik gemaakt van het feit dat [slachtoffer] niet weerbaar is en haar daarbij ook naar een locatie gebracht waar zij niet om hulp kon vragen. Daarnaast heeft verdachte het vertrouwen dat in hem als chauffeur was gesteld geschaad. De rechtbank rekent verdachte het feit zwaar aan.

Door de houding van verdachte – geen openheid over de feiten en geen medewerking aan de rapportage – heeft de rechtbank geen inzicht in de persoon van verdachte en een eventueel herhalingsgevaar kunnen krijgen. Daardoor is een straf op maat, bijvoorbeeld in combinatie met een behandeling, niet mogelijk. Daarom vindt de rechtbank een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf de enige passende en geboden straf.

De rechtbank zal gelet op al het voorgaande en in het bijzonder de ernst van het feit –

ondanks dat verdachte niet eerder voor strafbare feiten is veroordeeld en zijn baan mogelijk kan verliezen – aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden zoals geëist opleggen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27 en 247 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.J. Post (voorzitter), mr. H.P.M. Kester-Bik en mr. J.J.H. van Laethem, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.T.P.J. Damen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 december 2015.

BIJLAGE Ι:

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 30 september 2014 te Zevenaar, in ieder geval in Nederland, met [voorletters] [slachtoffer] , één of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het (ontuchtig) kussen van die [slachtoffer] op haar mond en/of het (ontuchtig) betasten van die [slachtoffer] aan haar schaamstreek, althans aan of tussen haar benen,

terwijl verdachte wist dat die [slachtoffer] lijdt aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens (die [slachtoffer] lijdt aan het syndroom van Down, heeft een IQ van ca. 45 en ontwikkelingsleeftijd van ca. 5 jaar) dat zij niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2014196949 (waaronder ook PL0700-2014106884) gesloten op 12 januari 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 29 juli 2015, het proces-verbaal verhoor verdachte, p. 24 en het proces-verbaal verhoor verdachte, p. 29.

3 Het proces-verbaal van aangifte, p. 40 en het verslag psychologisch onderzoek, p. 90.

4 Het verbatim studioverhoor d.d. 21 oktober 2014, p. 1, 17-18, 21, 23 t/m 25, 27, 30-31 en 33.

5 Het proces-verbaal van aangifte, p. 41.

6 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] , p. 48.

7 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 70.

8 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] , p. 65-66 en het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] , p. 48.

9 Het aanvullend proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 september 2015, blad 1.

10 Het proces-verbaal verhoor verdachte, p. 25.

11 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] , p. 64-65.

12 Het proces-verbaal verhoor verdachte, p. 30 en 33.

13 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] , p. 65-66.

14 Het proces-verbaal van aangifte, p. 42.

15 Het proces-verbaal verhoor verdachte, p. 29.

16 Het proces-verbaal van aangifte, p. 40 en het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] , p. 46-47.