Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:7896

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
08-12-2015
Datum publicatie
17-12-2015
Zaaknummer
05/880683-14 en 05/780005-15
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2017:4416, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Inhoudsindicatie

Veroordeling door de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem van een 43-jarige man uit Maassluis wegens elf diefstallen waarbij bij drie diefstallen sprake was van geweld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien jaar, met aftrek van voorarrest. Daarnaast moet de man totaal € 75.611,23 schadevergoeding betalen aan de slachtoffers.

Actualiteit

Een 43-jarige man uit Maassluis is door de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien jaar, met aftrek van voorarrest. Daarnaast moet de man totaal € 75.611,23 schadevergoeding betalen aan de slachtoffers.

De man heeft zich schuldig gemaakt aan elf diefstallen waarvan een aantal met behulp van geweld, door het toedienen van scopolamine. De man heeft zijn slachtoffers bestolen van hun bankpas waardoor er grote geldbedragen van de bank- en/of spaarrekening werd opgenomen. Ook heeft de man in een aantal gevallen goederen gestolen. De meeste diefstallen heeft de man samen met een medepleger gepleegd.

De rechtbank acht, anders dan de officier van justitie, niet bewezen dat een oorzakelijk verband tussen de inname van de scopolamine en het overlijden van heen van de slachtoffers met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld.

Bij de strafoplegging heeft de rechtbank onder andere mee laten wegen dat de man een zeer berekenende dader was en volledig toerekeningsvatbaar was ten tijde van de diefstallen, dat hij eerder is veroordeeld en op een professionele en geraffineerde wijze te werk is gegaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers : 05/880683-14 en 05/780005-15

Datum uitspraak : 8 december 2015

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1]

thans gedetineerd te PI Haaglanden - Zoetermeer te Zoetermeer

Raadsman, mr. G.I. Roos en raadsvrouw, mr. T.S.S. Overes, advocaten te Almere.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 14 oktober 2014, 7 januari 2015, 17 februari 2015, 12 mei 2015, 16 juni 2015, 8 september 2015 en 24 november 2015.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Ten aanzien van parketnummer 05/880683-14:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 mei 2014 tot en met 23 mei 2014 te Apeldoorn en/of te Duiven en/of elders in Nederland, althans in Nederland en/of te Elten en/of te Emmerich en/of elders in Duitsland, in elk geval in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) -met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer bankpassen van [slachtoffer 1] en/of -uit/middels een of meer pinautomaten/geldautomaten van een of meer

bankrekeningen van en/of op naam van [slachtoffer 1] heeft weggenomen een aantal geldbedragen van totaal ongeveer 2759,40 euro, althans totaal een groot geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of verdachte en/of verdachtes mededader(s), die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel ((te weten onbevoegd gebruik heeft/hebben gemaakt van bankpas(sen) en/of pinpas(sen) en/of sleutels)) welke diefstal(len) werd(en) voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte ((en/of verdachtes mededader(s)) [slachtoffer 1] heeft/hebben gedrogeerd met scopolamine, althans [slachtoffer 1] deze stof heeft/hebben toegebracht en/of (al dan niet onbewust) hebben laten innemen, welke feit de dood ten gevolge heeft gehad;

2.

hij in of omstreeks de periode van 14 juni 2014 tot en met 16 juni 2014 te Huizen en/of elders in Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (uit een woning/pand [adres 2] ) heeft weggenomen twee, althans een aantal i-phones en/of een televisie (merk:Loewe) en/ofeen DVD-recorder en/of een i-pad en/of een i-mac en/of een

reservesleutel van bovenstaande woning, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte (en/of zijn mededader(s)) [slachtoffer 2] heeft/hebben gedrogeerd met scopolamine, althans [slachtoffer 2] deze stof heeft/hebben toegebracht en/of (al dan niet onbewust) heeft/hebben laten

innemen;

3.

hij in of omstreeks de periode van 26 juni 2013 tot en met 30 juni 2013, te Etten-Leur en/of elders in Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer bankpassen op naam van [slachtoffer 3] en/of in/uit/middels pinautomaten/geldautomaten van een of meer bankrekeningen van [slachtoffer 3] , althans elders, heeft weggenomen: een aantal geldbedragen totaal van ongeveer 6911,05 euro, althans een groot geldbedrag, en/of andere goederen, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn, verdachtes mededader(s), waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel ((te weten onbevoegd gebruik heeft gemaakt van bankpas(sen) en/of pinpas(sen) en/of sleutels van die [slachtoffer 3] ));

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 09 januari 2014 tot en met 16 januari 2014 te Almere en/of te Amsterdam en/of te Huizen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer bankpassen op naam van [slachtoffer 4] en/of uit/middels pinautomaten en/of geldautomaten, althans elders, van een of meer bankrekeningen op naam van [slachtoffer 4] heeft weggenomen een aantal geldbedragen, totaal ongeveer 34737,69 euro, althans een groot geldbedrag, in elk geval enig(e) geldbedrag(en) en/of goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [voorletters 4] [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn, verdachtes mededader(s), waarbij verdachte en/of verdachtes mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel ((te weten onbevoegd gebruik heeft/hebben gemaakt van pinpas(sen)/bankpas(sen) en/of sleutels van die [slachtoffer 4] ));

5.

hij op of omstreeks 12 juli 2013 te Amsterdam en/of elders in Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een betaalautomaat en/of pinautomaat van een bankrekening van [slachtoffer 5] heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 950,-- euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel ((te weten een bankpas/pinpas onbevoegd heeft/hebben gebruikt));

6.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 april 2011 tot en met 1 mei 2011 te Tegelen en/of Arcen en/of elders in Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

-een camera (merk Canon) en/of

-een of meer bankpassen op naam van [slachtoffer 6] en/of

-(uit/middels een of meer pinautomaten en/of geldautomaten en/of met behulp

van een computer)

-van een of meer bankrekeningen van en/of op naam staande van [slachtoffer 6]

heeft weggenomen een aantal geldbedragen, te weten een aantal geldbedragen van totaal ongeveer 52.000,-- euro en/of een aantal geldbedragen van ongeveer totaal 27.000,-- euro en/of een aantal geldbedragen van ongeveer totaal 14.627.48 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) en/of geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel(( te weten onbevoegd een of meer bankpassen en/of toegangscodes en/of pincodes en/of sleutels van die [slachtoffer 6] heeft/hebben gebruikt));

7.

hij op of omstreeks 17 april 2014 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aantal sleutels (van een woning/pand de [adres 3] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of diens mededader(s);

8.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 april 2014 tot en met 25 april 2014 te Utrecht en/of te Venray en/of te Lage Vuursche en/of te Amsterdam en/of te Schiphol, en/of elders in Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit/middels een pinautomaat/betaalautomaat van een of meer bankrekeningen van [slachtoffer 8] heeft weggenomen een aantal geldbedragen, totaal voor ongeveer 1858,42 euro,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel ((te weten onbevoegd gebruik heeft/hebben gemaakt van pinpas(sen)/bankpas(sen) en/of sleutels van die [slachtoffer 8] )).

Ten aanzien van parketnummer 05/780005-15:

1.

hij in of omstreeks de periode van 31 mei 2014 tot en met 1 juni 2014 te 's-Gravenhage, in elk geval in de gemeente 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een woning [adres 4] ) heeft weggenomen een ipad(apple) en/of een computer (mac book pro apple) en/of een schilderij (Herman Brood) en/of een muntenverzameling, althans een aantal munten en/of (gouden) manchetknopen

en/of een bankpas en/of een creditcard en/of een fiets (mountainbike) en/of 150 euro, in elk geval enig geldbedrag en/of een hoeveelheid andere goederen, in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 9] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) die [slachtoffer 9] heeft/hebben gedrogeerd en/of een hoeveelheid van een stof, zijnde scopolamine heeft/hebben toegediend;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 mei 2013 tot en met 31 mei 2013 te Amsterdam, in elk geval in de gemeente Amsterdam en/of in Amersfoort en/of elders in Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit/ middels een of meer pin- en/of betaalautomaten en/of op andere wijze (van een bankrekening van [slachtoffer 11] ) heeft weggenomen een aantal geldbedragen, totaal voor ongeveer 3525,48 euro, (waaronder o.a.

- een geldbedrag van 1000,-- euro via een zgn ING automaat te Amersfoort en/of

-een geldbedrag van 1525,46 euro via een ABN-AMRO automaat te schiphol en/of

-een geldbedrag van 750,02 euro via een automaat ABN-Amro te Schiphol en/of

-een geldbedrag van 250,-- via een automaat Stationsplein Amersfoort),

in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel (te weten door met een gestolen en/of wederrechtelijk verkregen/gebruikte bankpas en/of met bijbehorende wederrechtelijk verkregen pincode van die [slachtoffer 11] een of meerdere voormelde geldbedragen te pinnen en/of te betalen);

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 april 2013 tot en met 17 april 2013 te Amsterdam, in elk geval in de gemeente Amsterdam en/of elders in Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit/ middels een of meer pinautomaten en/of betaalautomaten van een bankrekening van [slachtoffer 12] heeft weggenomen een aantal geldbedragen (totaal voor ongeveer 2400,00 euro) (waaronder o.a.:

-een geldbedrag van 800,-- via ING Bank automaat te Amsterdam en/of

-een geldbedrag van 900,-- via ING Bank automaat te Amsterdam en/of

-een geldbedrag van 200,-- via ING Bank automaat te Amsterdam en/of

-een geldbedrag van 250,-- via een ABN/Amro Bank automaat te Amsterdam en/of

-een geldbedrag van 250,-- via een ABN/Amro Bank automaat te Amsterdam),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 12] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel ((te met een gestolen en/of wederrechtelijk verkregen/gebruikte bankpas(sen) en/of met bijbehorende wederrechtelijk verkregen pincode(s), voormelde bedragen heeft gepind en/of betaald);

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 april 2013 tot en met 19 april 2013 te Leusden en/of Putten en/of te Breda en/of te Amsterdam en/of elders in Nederland en/of te Brussel en/of te Antwerpen en/of elders in Belgie, althans in Belgie, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening middels/uit een of meer pinautomaten en/of betaalautomaten en/of op andere wijze van een aantal bankrekeningen (op naam van [slachtoffer 13] ) heeft weggenomen een aantal geldbedragen, totaal voor ongeveer 8222,-- euro, (waaronder o.a.:

- op of omstreeks 17 april 2013 een geldbedrag van 250,-- euro en/of 20,-- euro via een pin- en/of geldautomaat van de Rabobank en/of

- op of omstreeks 17 april 2013 een geldbedrag van 2000,-- euro en/of 2500,-- via internetbankieren en/of

- op of omstreeks 17 april 2013 een geldbedrag van 480,-- euro via een pin- en/of geldautomaat van de Rabobank in Amsterdam en/of

-op een of meer tijdstippen op of omstreeks 18 april 2013 een geldbedrag van 20,-- euro en/of een geldbedrag van 1230,-- euro via een pin- en/of betaalautomaat van Rabobank te Amsterdam en/of een geldbedrag van 8,40 euro via een betaalautomaat NS Hoofddorp en/of een geldbedrag van 1076,07 euro en/of een geldbedrag van 1001,24 euro via een pin- en/of geldautomaat ABN AMRO bank Schiphol en/of

-op of omstreeks 18 april 2013 een geldbedrag van 2500,-- euro via internetbankieren en/of -op een of meer tijstippen op of omstreeks 18 april 2013 een geldbedrag van 1519,15 euro via een pin- en/of betaalautomaat ABN AMro bank NV Luchthaven Schiphol en/of een geldbedrag van 1389,95 euro via een pin- en/of betaalautomaat A-mac Breda en/of

-op of omstreeks 19 april 2013 een geldbedrag van 250,-- euro via een pin- en/of geldautomaat (Belfius) Antwerpen en/of

-op of omstreeks 18 april 2013 een geldbedrag van 800,-- euro via internetbankieren en/of

-op een of meer tijdstipen op of omstreeks 19 april 2013 een geldbedrag van 800,-- en/of 120,-- euro en/of 500,-- euro en/of 500,-- euro via internetbankieren en/of

-op een of meer tijdstippen op of omstreeks 19 april 2013 een geldbedrag van 34,50 euro via een pin- en/of geldautomaat (Tommy Hilfinger) te Brussel en/of een geldbedrag van 46,-- euro via een pin- en/of betaalautomaat (Megastar Group) Brussel en/of een geldbedrag 51,50 via een pin- en/of betaalautomaat Euroway Belgium Brussel en/of een geldbedrag van 100,-- euro via een pin- en/of betaalautomaat (Belfius Ancien/Brussel) en/of een geldbedrag van 140,-- euro via een pin- en/of betaalautomaat people's Brussel en/of een geldbedrag van 175,40 euro via een pin- en/of betaalautomaat 2 BE Brussel en/of - een geldbedrag van 400,-- euro via een pin- en of geld/betaalautomaat Belfius Ancien)

in elk geval enig goed/geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 13] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel (te weten met een aantal gestolen en/of wederrechtelijk verkregen/gebruikte bankpassen en/of creditcards en/of wederrechtelijk verkregen pincodes voormelde bedragen heeft gepind en/of betaald);

5.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 februari 2014 tot en met 26 februari te Harmelen, gemeente Woerden en/of elders in Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit/middels een of meer pinautomaten en/of betaalautomaten en/of op andere wijze van een of meer bankrekeningen (op naam van [slachtoffer 14]

) heeft weggenomen

-een aantal gelbedragen, te weten een aantal geldbedragen totaal voor ongeveer 3690,--euro (betaald met behulp van een visacard) en/of

-een aantal geldbedragen totaal voor ongeveer 1689,95 euro (van rekeningnummer [rekeningnummer 2] ),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 14] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel ((te weten met een gestolen/wederrechtelijk verkregen Visacard en/of bankpas (ABN Amrobank) en/of met bijbehorende wederrechtelijk verkregen pincodes voormelde bedragen heeft gepind en/of betaald)).

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle tenlastegelegde feiten.

In de zaken 1 en 2 met parketnummer 05/880683-14 (slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ) en 1 met parketnummer 05/780005-15 (slachtoffer [slachtoffer 9] ) gaat het om de vraag of de drie slachtoffers al dan niet vrijwillig scopolamine hebben ingenomen, hetgeen in de tenlastelegging is verwoord in de component geweld in relatie tot de diefstal.

De officier van justitie merkt in dat verband op dat hij er, mede op basis van aangevers en getuigen, van is overtuigd dat zowel [slachtoffer 2] , [slachtoffer 9] en ook [slachtoffer 1] niet vrijwillig de scopolamine hebben ingenomen. De officier van justitie is dan ook van mening dat kan worden bewezen dat verdachte de slachtoffers [slachtoffer 2] , [slachtoffer 9] en [slachtoffer 1] , bewust een drogeermiddel heeft toegediend teneinde de diefstal te vergemakkelijken of ontdekking te voorkomen. Omdat de wet het in bewusteloze of onmachtige staat brengen gelijk stelt aan geweld kan het handelen van verdachte worden gekwalificeerd als diefstal met geweld door middel van een valse sleutel.

Ten aanzien van de dood van het slachtoffer [slachtoffer 1] merkt de officier van justitie het volgende op.

Ondanks het feit dat niet met volledige zekerheid de doodsoorzaak van het overlijden van [slachtoffer 1] kan worden vastgesteld, acht de officier van justitie, onder verwijzing naar de HIV jurisprudentie, bewezen dat het overlijden van [slachtoffer 1] het gevolg is van het toedienen van de scopolamine. Dit is een onmisbare schakel in een keten van enkele andere gebeurtenissen, zoals het feit dat het slachtoffer op de buik heeft gelegen en onvoldoende adem heeft kunnen halen. Verdachte heeft dan ook de diefstal door middel van een valse sleutel met geweld met de dood tot gevolg gepleegd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich ten aanzien van de feiten 3, 4, 5 en 8 op de tenlastelegging met het parketnummer 05/880683-14 en de feiten 3, 4 en 5 met het parketnummer 05/780005-15 aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de feiten 6 en 7 met het parketnummer 05/880683-14 en feit 2 met parketnummer 05/780005-15 verzoekt de verdediging om verdachte integraal vrij te spreken. Wat betreft feit 1 met parketnummer 05/880683-14 merkt de verdediging op dat verdachte enkel kan worden veroordeeld voor een diefstal in vereniging, door middel van een valse sleutel. Voor de overige strafverzwarende bestanddelen verzoekt de verdediging om verdachte vrij te spreken. Verdachte ontkent dat er sprake is geweest van geweld in de vorm van drogeren omdat de inname van scopolamine door alle slachtoffers vrijwillig is geweest. Daarnaast heeft de inname van scopolamine plaatsgevonden nadat de diefstal was voltooid. Ten slotte is geen sprake van een causaal verband met betrekking tot het handelen van verdachte en het overlijden van [slachtoffer 1] . Volgens de verdediging geeft het dossier geen uitsluitsel over de vraag welke medische factoren een rol hebben gespeeld bij het overlijden van [slachtoffer 1] en kan ook niet met zekerheid worden gezegd dat het overlijden van [slachtoffer 1] in redelijkheid aan verdachte kan worden toegerekend. Ten aanzien van feit 2 met parketnummer 05/880683-14 wordt betwist dat er sprake is geweest van geweld vanwege de omstandigheid dat volgens verdachte [slachtoffer 2] de scopolamine vrijwillig heeft ingenomen. Daarnaast ontbreekt het bewijs dat sprake is van een mededader en dient verdachte hiervan te worden vrijgesproken. Ook zou de iMac niet door verdachte zijn weggenomen.

Vrijspraak ten aanzien van parketnummer 05/880683-14 feiten 6 en 7:

Feit 6:

De beoordeling door de rechtbank

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Het dossier bevat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat de diefstal van een hoeveelheid geld door verdachte zou zijn gepleegd. Door het slachtoffer is een vaag signalement van de dader afgegeven en het slachtoffer herkent verdachte niet eenduidig tijdens de fotoconfrontatie. Overige (technische) bewijsmiddelen ontbreken en uitsluitend op overeenkomst in de wijze van plegen van het delict en andere delicten wil de rechtbank het bewijs niet baseren. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het tenlastegelegde.

Feit 7:

De beoordeling door de rechtbank

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Het dossier bevat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat door verdachte de drie sleutels zouden zijn weggenomen. Daarbij houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat het slachtoffer zijn aangifte heeft ingetrokken en dat de verdediging geen mogelijkheid heeft gehad om het slachtoffer [slachtoffer 7] te ondervragen, gelet op de beperkte stabiliteit en draagkracht van het slachtoffer.

Dat betekent dat de rechtbank extra voorzichtig moet omgaan met het waarderen van het bewijs en deze aangifte.

De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het tenlastegelegde, nu verder steunbewijs ontbreekt.

Beoordeling van de feiten:

Verdachte heeft de volgende feiten bekend.

Feit 3 met parketnummer 05/880683-14:

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [voorletters 1] [slachtoffer 3] , 3. Juli 2013, p. 4365 e.v.;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 juni 2015.

Feit 4 met parketnummer 05/880683-14:

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] , d.d. 16 januari 2014, p. 4997;

- een schriftelijk bescheid, te weten een bankrekeningoverzicht van de SNS-bank op naam van [slachtoffer 4] , d.d. 14 januari 2014, p. 5006 en 5007;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 juni 2015.

Feit 5 met parketnummer 05/880683-14:

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] , d.d. 14 juli 2013, p. 4402 e.v.;

- een schriftelijk bescheid, te weten een bankrekeningoverzicht van de ING-bank op naam van [slachtoffer 5] , d.d. 13 juli 2013, p. 4407;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 juni 2015.

Feit 8 met parketnummer 05/880683-14:

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 8] , d.d. 20 mei 2014, p. 4855 e.v.;

- het proces-verbaal van verhoor benadeelde, d.d. 28 juli 2014, p. 4872 e.v.;

- een schriftelijk bescheid, te weten een bankrekeningoverzicht van de Rabobank op naam van [slachtoffer 8] , d.d. 25 april 2014, p. 4870 en 4871;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 juni 2015.

Feit 3 met parketnummer 05/780005-15:

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 12] , d.d. 17 april 2013. p. 5450 e.v.;

- een schriftelijk bescheid, te weten een bankrekeningoverzicht van de ING-bank op naam van [slachtoffer 12] , d.d. 25 april 2013, p. 5453 en 5454;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 juni 2015.

Feit 4 met parketnummer 05/780005-15:

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 13] , d.d. 25 april 2013, p. 5707 e.v.;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 juni 2015.

Feit 5 met parketnummer 05/780005-15:

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 14] , d.d. 12 maart 2014, p. 5839 e.v.;

- een schriftelijk bescheid, te weten een bankrekeningoverzicht van International Card Services BV op naam van [slachtoffer 14] , p. 5849;

- een schriftelijk bescheid, te weten een bankrekeningoverzicht van de ABN-AMRO-bank op naam van [slachtoffer 14] , p. 5852 en 5853;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 juni 2015.

Feit 2 met parketnummer 05/880683-14:

Verdachte heeft ter terechtzitting van 16 juni 2015 verklaard dat hij [slachtoffer 2] via een datingssite heeft leren kennen en dat hij zich in dat contact [naam 1] noemde. Verdachte heeft op 16 juni 2014 met [slachtoffer 2] , bij [slachtoffer 2] thuis afgesproken. Verdachte zou voor [slachtoffer 2] koken en bij hem blijven slapen. Na het eten zijn verdachte en [slachtoffer 2] naar boven gegaan. Verdachte stelde voor om scopolamine te gebruiken en zij hebben allebei wat genomen. Verdachte en [slachtoffer 2] zijn naar bed gegaan en [slachtoffer 2] is in slaap gevallen. Vervolgens is verdachte uit bed gegaan. Op voorhand was de bedoeling van verdachte om geld van de rekening van [slachtoffer 2] te halen. Verdachte kende [slachtoffer 2] nog niet zo lang en had dus nog niets voorbereid. Uiteindelijk is het uitgelopen op diefstal van spullen, omdat verdachte het idee had dat er iets niet klopte. Verdachte heeft alles waar zijn foto op kon staan meegenomen, twee iPhones, een iPad en een iMac. Op de tweede verdieping lag alles wat verdachte nodig had. De televisie heeft verdachte als laatste meegenomen. Verdachte heeft alle spullen in zijn eentje meegenomen.2

Tijdens de zoeking in de woning van verdachte aan de [naam 1] is een iMac aangetroffen. Uit onderzoek is naar voren gekomen dat de aangetroffen iMac dezelfde bleek te zijn als de weggenomen iMac van aangever [slachtoffer 2] .3

In het kader van een zoeking ter inbeslagname in de woning van verdachte, perceel [naam 1] alsmede in perceel [adres 5] , werden meerdere goederen in beslag genomen, waaronder diverse mobiele telefoon en computers. Deze digitale goederen zijn onderzocht. Onder andere werd gezocht naar diverse zoekwoorden, zoals scopolamine. Op zowel een laptop, merk Asus als een computer, merk HP, type Compaq LT is meerdere malen op verschillende momenten de zoekterm scopolamine aangetroffen.4

De woning gelegen aan de [adres 5] is het adres waarop verdachte in de gemeentelijke basis administratie staat ingeschreven, De woning gelegen aan de [naam 1] , is de woning waar verdachte werd aangehouden.5 Uit het getuige verhoor van [getuige] , verdachte vriendin komt naar voren dat zij woont aan de [adres 5] .6

De rechtbank trekt daaruit de conclusie dat verdachte zich met betrekking tot het gebruik van scopolamine terdege heeft voorbereid met behulp van computers/telefoon bij hemzelf thuis als bij zijn vriendin.

Aangever [slachtoffer 2] heeft bij de politie verklaard dat hij een man, [naam 1] uit Weesp, via www.homo.nl heeft leren kennen. Op 14 juni 2014 hebben [naam 1] en [slachtoffer 2] voor het eerst met elkaar afgesproken. Op 16 juni 2014 kwam [naam 1] bij [slachtoffer 2] thuis, [adres 6] . [naam 1] zou voor [slachtoffer 2] koken en daarna blijven slapen. Terwijl [naam 1] aan het koken was mocht [slachtoffer 2] niet in de keuken komen. [naam 1] voerde [slachtoffer 2] twee aardbeien. De aardbeien smaakten heel bitter en vies. Dezelfde bittere smaak proefde [slachtoffer 2] later bij het vlees dat [naam 1] klaar had gemaakt. Na het eten bood [naam 1] aan om [slachtoffer 2] te masseren. [slachtoffer 2] en [naam 1] zijn naar de slaapkamer gegaan en [slachtoffer 2] is tijdens het masseren in slaap gevallen. De volgende dag werd [slachtoffer 2] wakker en wist niet meer wat er tot 13.00 uur was gebeurd. Samen met zijn schoonzusje is [slachtoffer 2] zijn woning doorgelopen en zag dat de volgende goederen wegwaren: iPhone 4, iPhone 5s, televisie Loewe, digitale recorder en een iPad. Uiteindelijk constateerde [slachtoffer 2] ook dat zijn iMac en een reservesleutel weg waren.7 [slachtoffer 2] wilde aangifte doen, maar werd door de politie weggestuurd. [slachtoffer 2] is toen naar het ziekenhuis gegaan omdat hij zich niet goed voelde en wilde bewijzen dat hij was gedrogeerd.8

[slachtoffer 2] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij geen drugs gebruikt. Hij heeft op zijn veertiende een herseninfarct gehad en om die reden gebruikt hij geen drugs. De artsen hebben hem in die tijd verteld dat hij dat nooit moest doen omdat het grote gevolgen kon hebben. Hij is al bang voor een pilletje. Ook heeft [slachtoffer 2] geen Poppers gebruikt en hij heeft tegen verdachte ook nooit gezegd dat hij het interessant zou vinden. [slachtoffer 2] heeft het ook niet zelf ingenomen.9

De deskundige [naam 2] , forensisch toxicoloog, heeft verklaard dat scopolamine een bittere smaak heeft.10 Bij onderzoek van het door het ziekenhuis afgenomen lichaamsmateriaal van [slachtoffer 2] zijn scopolamine en mogelijk omzettingsproducten van scopolamine aangetoond.11

Gelet op al het vorenstaande in onderlinge samenhang bezien acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde goederen, te weten; twee iPhones, een televisie (merk: Loewe), een DVD-recorder, een iPad, een iMac en een reservesleutel van de woning van [slachtoffer 2] heeft meegenomen. Ondanks dat de verdediging vrijspraak heeft bepleit ten aanzien van de iMac, acht de rechtbank op basis van de verklaring van verdachte zelf dat hij de iMac heeft meegenomen, bewezen.

De overtuiging van de rechtbank wordt op dit punt gesterkt doordat verdachte heeft verklaard dat hij alle goederen waar zijn foto op zou kunnen staan, heeft meegenomen. Ook is de iMac van [slachtoffer 2] in de woning van verdachte aangetroffen.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of [slachtoffer 2] de scopolamine zelf en vrijwillig heeft ingenomen, zoals door de verdediging is bepleit. [slachtoffer 2] heeft hierover verklaard dat hij in slaap was gevallen en niet meer wist wat er was gebeurd tot het moment dat hij weer wakker werd. Mede gelet op de medische achtergrond van [slachtoffer 2] , zou hij nooit drugs gebruiken en heeft hij ook nooit zijn interesse hierover geuit. Daar komt nog bij dat de artsen [slachtoffer 2] hebben gewaarschuwd voor het gebruik van drugs vanwege de grote gevolgen. Voorts is [slachtoffer 2] de dag erna uit eigen beweging naar het ziekenhuis gegaan om te laten onderzoeken of en met welke stof hij gedrogeerd was. Door het NFI is aangetoond dat in het lichaamsmateriaal van [slachtoffer 2] sprake was van de aanwezigheid van scopolamine. De rechtbank acht dan ook met voldoende overtuiging bewezen dat [slachtoffer 2] niet vrijwillig scopolamine heeft gebruikt, maar die heeft toegediend gekregen zoals hij zelf verklaarde.

Naar het oordeel van de rechtbank kan een dergelijke handeling, het onvrijwillig toedienen van scopolamine, naar haar uiterlijke verschijningsvorm en in onderling verband en samenhang bezien met de beschreven omstandigheden, worden aangemerkt als zijnde zo zeer gericht op het in staat van bewusteloosheid of onmacht brengen van [slachtoffer 2] , dat het niet anders kan dan dat de verdachte het opzet, in ieder geval in voorwaardelijke zin, heeft gehad om [slachtoffer 2] met behulp van scopolamine te drogeren. Hij heeft dat gedaan voorafgaand aan de diefstal door scopolamine aan het eten toe te voegen en met de bedoeling om de diefstal gemakkelijk te maken. Verdachte was op de hoogte van de werking van scopolamine, op de digitale goederen welke onder verdachte in beslag zijn genomen is de zoekterm scopolamine aangetroffen. Hieruit concludeert de rechtbank dat verdachte zich op de werking van scopolamine heeft georiënteerd (zie eerder). Aldus heeft verdachte zich, in combinatie met het stelen van goederen, schuldig gemaakt aan diefstal met geweld.

Ten aanzien van het bestanddeel medeplegen, zal verdachte worden vrijgesproken. Er is geen bewijsmiddel beschikbaar dat verdachte de diefstal samen met een ander dan wel anderen heeft gepleegd.

Feit 1 met parketnummer 05/780005-15:

Verdachte heeft ter terechtzitting van 16 juni 2015 verklaard dat hij [slachtoffer 9] in Den Haag is tegengekomen. [slachtoffer 9] stelde voor om naar zijn huis te gaan. Voordat ze naar het huis van [slachtoffer 9] zijn gegaan hebben ze eerst wat gegeten. Verdachte weet niet meer precies hoe de avond is verlopen en gaat daarom er vanuit dat er scopolamine is gebruikt. Verdachte gaat er niet vanuit dat hij [slachtoffer 9] scopolamine tegen zijn wil heeft gegeven. Hij gaat er vanuit dat het met wederzijdse toestemming is gegaan. Verdachte heeft [slachtoffer 9] bestolen. Verdachte was in het bezit van een computer en munten. Verdachte ontkent dat hij een schilderij, credit card, bankpas, iPad, manchetknopen en een fiets heeft meegenomen, in ieder geval niet dat verdachte weet. Er is geen tweede persoon in het spel geweest.12

Aangever [slachtoffer 9] heeft bij de politie verklaard dat hij op 31 mei 2014 te Den Haag met een man in gesprek raakte die zich voorstelde als, [naam 1] . [naam 1] vertelde dat hij werkte bij de ING. Op enig moment zijn [naam 1] en [slachtoffer 9] naar de woning van [slachtoffer 9] gegaan. Eerst hebben ze nog in een Chinees restaurant iets gegeten. In de woning van [slachtoffer 9] heeft [slachtoffer 9] een fles whisky, twee glazen en een blikje cola mee naar boven genomen. [naam 1] wilde roken. Op het moment dat [slachtoffer 9] en [naam 1] op het balkon stonden stelde [naam 1] voor om binnen de whisky te pakken. [slachtoffer 9] heeft zijn whisky opgedronken en vanaf dat moment weet hij niet meer goed wat er is gebeurd. [slachtoffer 9] had voor zijn gevoel een extreem onrustige nacht gehad, waarbij hij steeds het gevoel had dat hij mensen uit zijn woning moest wegsturen. Achteraf denkt [slachtoffer 9] dat hij onder invloed van een bepaalde drugs was en aan het hallucineren was. [slachtoffer 9] zag dat de volgende goederen waren weggenomen: Macbook Pro laptop, iPad, twee 24kt gouden manchetten knopen, 150,- euro contant, bankpas, creditcard, een schilderij, een racefiets en een map met zijn muntenverzameling. Volgens [slachtoffer 9] leek het erop dat [naam 1] hem heeft gedrogeerd door iets in zijn whisky te doen. [slachtoffer 9] heeft nooit eerder drugs gebruikt waardoor hij dit soort ervaringen kreeg en hij hoopt dit nooit meer mee te maken. [slachtoffer 9] is zondagmorgen naar het ziekenhuis gegaan en daar is hij onderzocht. Hieruit bleek dat er sporen van meerdere opiaten in zijn urine zaten wat erop wijst dat [slachtoffer 9] daadwerkelijk is gedrogeerd.13

Gelet op al het vorenstaande in onderlinge samenhang bezien acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde goederen heeft weggenomen, te weten Macbook Pro laptop, iPad, 2 24kt gouden manchetten knopen, 150 euro contant, bankpas, creditcard en map met muntenverzameling. Anders dan door de verdediging is bepleit, acht de rechtbank wel degelijk bewezen dat verdachte de iPad, de gouden manchetten knopen, 150 euro contant en de bankpas en creditcard heeft meegenomen, gelet op de aard van de goederen. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van diefstal van de mountainbike en het schilderij van Herman Brood.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of [slachtoffer 9] de scopolamine zelf heeft ingenomen, zoals verdachte heeft verklaard. [slachtoffer 9] weet nog dat hij in zijn woning whisky heeft gedronken en daarna weet hij niet goed meer wat er is gebeurd. Uit onderzoek in het ziekenhuis komt naar voren dat meerdere opiaten in zijn urine zaten. Nu [slachtoffer 9] hierover heeft verklaard dat hij zich niets meer kan herinneren en nooit eerder drugs heeft gebruikt waardoor hij dit soort ervaringen heeft gekregen, acht de rechtbank ook niet aannemelijk dat [slachtoffer 9] de scopolamine zelf heeft ingenomen. De rechtbank betrekt hierbij ook het bewijs in de zaken van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] met betrekking tot de onvrijwillige inname van de scopolamine. Daarnaast heeft verdachte van [slachtoffer 9] diverse goederen meegenomen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan een dergelijke handeling, het onvrijwillig toedienen van scopolamine, naar haar uiterlijke verschijningsvorm en in onderling verband en samenhang bezien met de beschreven omstandigheden, worden aangemerkt als zijnde zo zeer gericht op het in staat van bewusteloosheid of onmacht brengen van [slachtoffer 9] , dat het niet anders kan dan dat de verdachte het opzet, in ieder geval in voorwaardelijke zin, heeft gehad om [slachtoffer 9] middels scopolamine te drogeren, om zo de diefstal gemakkelijk te maken of het mogelijk te maken zelf te ontkomen. Aldus heeft verdachte zich, in combinatie met de weggenomen goederen, schuldig gemaakt aan diefstal met geweld.

Ten aanzien van het bestanddeel medeplegen, zal verdachte worden vrijgesproken. Nu niet kan worden vastgesteld dat verdachte de diefstal samen met een ander dan wel anderen heeft gepleegd. Niet alleen wordt dit door verdachte ontkent, ook zijn hiervoor geen aanwijzingen in het dossier aangetroffen.

Feit 1 met parketnummer 05/880683-14:

Verdachte heeft ter terechtzitting van 16 juni 2015 verklaard dat hij [slachtoffer 1] heeft leren kennen via een contactadvertentie op www.homo.nl. Verdachte was op voorhand al van plan om [slachtoffer 1] te bestelen. Verdachte heeft zich voorgedaan als bankier met de naam ‘ [naam 1] ’. Verdachte gebruikte een andere naam om opsporing te voorkomen. De tweede keer dat verdachte en [slachtoffer 1] elkaar hebben ontmoet, hebben zij scopolamine gebruikt. Verdachte en [slachtoffer 1] hebben in Apeldoorn afgesproken en bij verschillende tentjes wat gedronken. Bij [slachtoffer 1] thuis hebben verdachte en [slachtoffer 1] nog een glas wijn gedronken en hebben daarna een ‘likkie’ gebruikt. Verdachte en [slachtoffer 1] hadden al over het gebruik van middelen gesproken en verdachte had voorgesteld om een plantaardig middel te gebruiken wat een spacy gevoel zou geven. Volgens verdachte stond het stelen van de pinpas daar los van. Verdachte was al in het bezit van de pincode van [slachtoffer 1] , hij had de pincode afgekeken op het station Apeldoorn, met behulp van een camera. Verdachte heeft de diefstal secuur voorbereid samen met een ander.

Verdachte had gehoord dat [slachtoffer 1] zijn portemonnee tussen de potten en de pannen neerlegde. Daarna heeft verdachte de bankpas verwisseld. Verdachte was al in het bezit van een valse pas. Tussen half tien en kwart voor tien heeft verdachte de pinpas aan ‘de ander’ gegeven. Hij heeft de pinpas van het balkon gegooid. Verdachte zou die andere persoon weer zien en dan zou het geld fifty-fifty verdeeld worden, minus de kosten die waren gemaakt. Nadat verdachte de pinpas van het balkon had gegooid, hebben verdachte en [slachtoffer 1] een glaasje wijn gedronken.14

Verdachte heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij [slachtoffer 1] wilde beroven van zijn geld. Verdachte heeft twee keer met [slachtoffer 1] afgesproken. Na dee eerste keer wist verdachte bij welke bank [slachtoffer 1] zat en de tweede keer had hij een kopie van de bankpas.

Verdachte is met de auto, samen met iemand anders, naar Apeldoorn gereden. Verdachte was om 17.00 uur in Apeldoorn terwijl hij om 18.00 uur met [slachtoffer 1] had afgesproken. Verdachte heeft op het station de NS-kaartjes automaat bekeken. Die had verdachte nodig om daar een camera op te hangen om de pincode af te kijken. De andere persoon plakte de camera op de NS-automaat.. Rond 19:20 uur is de pincode ontfutseld. Het wisselen van de pinpas is direct in de woning gebeurd. Er werd toen al gepind. Op het moment dat verdachte wegging bij [slachtoffer 1] , lag [slachtoffer 1] , in de herinnering van verdachte, met zijn gezicht richting de muur.15

De broer van [slachtoffer 1] , [voorletters 2] [slachtoffer 1] , heeft bij de rechter-commissaris verklaard hij ervan uit ging dat zijn broer geen alcohol dronk, omdat [slachtoffer 1] medicijnen gebruikte. [slachtoffer 1] dronk bijna nooit alcohol en als hij dat al deed dan was dat in zeer beperkte mate. [slachtoffer 1] was angstig voor de bijwerkingen daarvan. Ook voordat [slachtoffer 1] medicijnen gebruikte was hij al zeer matig met alcohol. Drugs gebruikte [slachtoffer 1] helemaal niet. Of [slachtoffer 1] andere middelen gebruikte die in de homoscene wel voorkomen, kan [voorletters 2] [slachtoffer 1] zich sowieso niet voorstellen. Zeker niet in combinatie met zijn medicijngebruik.16

In het proces-verbaal van bevindingen staat het volgende beschreven:

‘(…)In het kader van het onderzoek RIVIER, waarin onderzoek wordt gedaan naar de

omstandigheden rond het overlijden van [slachtoffer 1] , geboren te Apeldoorn, 14

juli 1960, gewoond hebbende te [adres 7] , bleek dat met

het bankpasje van het slachtoffer vermoedelijk na zijn overlijden nog geldopnames

vanaf zijn bankrekening hadden plaats gevonden. (…) Na een daartoe verleende vordering verstrekking historische gegevens afgegeven door de officier van justitie te Arnhem mr. A. van Veen gericht aan de ING bank werden op 10 juni 2014 nog de volgende aanvullende gegevens verkregen. Opgevraagd waren de rekeninggegevens van het slachtoffer [slachtoffer 1] , van de bankrekening [rekeningnummer 1] over de periode van 1 mei 2014 tot 27 mei 2014. Uit de gegevens van de ING bank blijkt dat na het vermoedelijk tijdstip van

overlijden van het slachtoffer de volgende geldbedragen zijn opgenomen.

-Op 22 mei 2014 te 19:21 uur werd er via een betaalautomaat (nummer l0l)op NS

Station Apeldoorn, 9,40 euro met betreffende bankpas betaald.

-Op 22 mei 2014 te 22:35 uur werd er bij een geldautomaat van de ING bank 7311 AW

(Hoofdstraat 159) te Apeldoorn een geldbedrag opgenomen van 1000 euro.

-Op 22 mei 2014 te 22.45 uur werd er bij een geldautomaat van de ABN Amro bank,

gevestigd aan de Hofstraat 161 te Apeldoorn, een geldbedrag opgenomen van 250 euro.

-Op 23 mei 2014 te 00:04 uur werd er bij een geldautomaat van de ING bank 7311 LA

(Brinklaan 1) te Apeldoorn een geldbedrag opgenomen van 1000 euro.

-Op 23 mei 2014 te 00:35 uur werd er bij een geldautomaat van de ABN Amro bank,

gevestigd aan de Rijksweg 48A te Duiven, een geldbedrag opgenomen van 250 euro.

- Op 23 mei 2014 te 00:51 uur werd er bij een geldautomaat van de SSK Bank

(Stadtsparkasse) gevestigd te 46446 Emmerich, Eltener Markt 12, een geldbedrag

opgenomen van 250 euro.’ 17

Diefstal met geweld

Gelet op al het vorenstaande in onderlinge samenhang bezien acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, samen met een ander, de tenlastegelegde geldbedragen van de bankrekening van [slachtoffer 1] heeft gepind dan wel opgenomen.

Vervolgens ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of [slachtoffer 1] de scopolamine al dan niet vrijwillig heeft ingenomen.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte aan [slachtoffer 1] scopolamine heeft toegediend, zonder dat deze het wist of daarmee instemde.

Daarbij heeft de rechtbank voor het bewijs betekenis toegekend aan het patroon van handelen van verdachte zoals dat ook blijkt uit de zaken waarin [slachtoffer 2] en [slachtoffer 9] het slachtoffer werden.

Ook zij hebben verklaard dat zij de scopolamine niet zelf hebben ingenomen.

De rechtbank wordt in die overtuiging verder gesteund door de verklaring van de broer, [voorletters 2] [slachtoffer 1] , omdat hij heeft verklaard dat [slachtoffer 1] geen drugs gebruikte onder andere vanwege zijn medicijngebruik. Op grond van het voorstaande, en de medische achtergrond van [slachtoffer 1] , acht de rechtbank dan ook bewezen dat verdachte ervoor gezorgd heeft dat [slachtoffer 1] de scopolamine heeft ingenomen. Om die reden acht de rechtbank bewezen dat er sprake is van diefstal met geweld.

Naar het oordeel van de rechtbank kan een dergelijke handeling, het onvrijwillig toedienen van scopolamine, naar haar uiterlijke verschijningsvorm en in onderling verband en samenhang bezien met de beschreven omstandigheden, worden aangemerkt als zijnde zo zeer gericht op het in staat van bewusteloosheid of onmacht brengen van [slachtoffer 1] , dat het niet anders kan dan dat de verdachte het opzet, in ieder geval in voorwaardelijke zin, heeft gehad om [slachtoffer 1] met behulp van scopolamine te drogeren, om zo de diefstal gemakkelijk te maken of het mogelijk te maken zelf te ontkomen. Aldus heeft verdachte zich, in combinatie met het ontvreemden van de pinpas van [slachtoffer 1] , schuldig gemaakt aan diefstal met geweld. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte de scopolamine al voor de diefstal van de pinpas heeft toegediend. Wel staat vast dat het toedienen van de scopolamine tot doel had het slachtoffer te drogeren om op die manier na de diefstal te kunnen ontkomen.

Het overlijden van [slachtoffer 1]

In tegenstelling tot het standpunt van de officier van justitie acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat [slachtoffer 1] als gevolg van de inname van scopolamine is overleden. De rechtbank is hiertoe gekomen vanwege de omstandigheid dat er te veel vragen onbeantwoord zijn gebleven over de doodsoorzaak van [slachtoffer 1] .

De rechtbank merkt op dat het meest aannemelijke scenario dat heeft geleid tot het overlijden van [slachtoffer 1] en dat ook door de patholoog is geopperd, het volgende is. [slachtoffer 1] is door het gebruik van scopolamine buiten bewustzijn geraakt en is daardoor niet meer in staat geweest om, toen hij op zijn buik lag en zijn ademhaling werd belemmerd, zijn lichaamshouding te veranderen en zijn mond en neus vrij te maken. Voor dit scenario zijn echter onvoldoende bewijsmiddelen aanwezig.

Zo is niet vastgesteld in welke houding [slachtoffer 1] precies is aangetroffen. Op dat punt is niet meer voorhanden dan de verklaring van verdachte dat [slachtoffer 1] met zijn gezicht richting de muur lag op het moment dat verdachte de woning verliet.

Daarnaast is er geen objectiveerbare informatie beschikbaar over de vraag onder welke omstandigheden [slachtoffer 1] na zijn overlijden is aangetroffen.

Het lichaam van [slachtoffer 1] is ongeveer anderhalve dag na het overlijden van [slachtoffer 1] aangetroffen. Het tijdstip van overlijden kon niet worden vastgesteld. Dit heeft het onderzoek en de gevolgen voor de toxicologische onderzoeken bemoeilijkt.

Voorts kan niet met voldoende zekerheid worden uitgesloten dat [slachtoffer 1] niet als gevolg van de scopolamine is overleden, ondanks de hoeveelheid die in zijn lichaam is aangetroffen. Daarvoor zijn de verklaringen van de deskundigen ter zitting onvoldoende eenduidig en hard te maken.

Ook kan de rechtbank met onvoldoende zekerheid uitsluiten dat er met [slachtoffer 1] nog iets is gebeurd (bijvoorbeeld inname van alcohol o.i.d.) nadat verdachte diens woning had verlaten.

Zo kan ook niet langs indirecte lijnen worden vastgesteld dat er met zekerheid sprake is geweest van positionele asfixie, zoals door de patholoog als (waarschijnlijke) mogelijkheid wordt geopperd.

Alles overziende is de rechtbank van oordeel dat het oorzakelijk verband tussen de inname van de scopolamine en het overlijden van [slachtoffer 1] niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld. Gelet op het voorgaande zal verdachte op dit punt worden vrijgesproken.

Patroon van handelen met betrekking tot de diefstallen.

Zowel uit de hiervoor besproken zaken van [slachtoffer 2] , [slachtoffer 9] en [slachtoffer 1] , als de door verdachte bekende feiten, stelt de rechtbank de volgende overeenkomsten vast.

Verdachte was op zoek naar slachtoffers om ze te bestelen. Over het algemeen leerde verdachte zijn slachtoffers kennen via een datingsite, bijvoorbeeld www.homo.nl of www.binkdate.nl, dan wel in een horecagelegenheid waar de slachtoffers door verdachte werden aangesproken. Verdachte gebruikte dan een valse naam, zoals [naam 1] [naam 3] , [naam 4] , [naam 1] of [naam 5] . Vervolgens sprak hij met zijn slachtoffers af, met als doel om hun pincode te weten te komen en daarna hun bankpas te verwisselen met een valse bankpas. Zo is verdachte bij zijn slachtoffers thuis geweest, dan wel gaan winkelen of naar de sauna geweest. Tijdens de afspraak probeerde verdachte door middel van diverse technieken achter de pincode van zijn slachtoffers te komen. Verdachte deed dit onder andere door een geplaatste minicamera op de NS-kaartjesautomaat op station Bussum of op station Apeldoorn, dan wel door de pincode van zijn slachtoffers tijdens het pinnen af te kijken. Vervolgens werd de echte pinpas verruild met een valse pinpas. Voordat de slachtoffers hier achter kwamen waren er al geldbedragen van de bankrekeningen van het slachtoffers opgenomen. Zo werden de geldbedragen of betalingen vaak in Amsterdam en Schiphol opgenomen/gedaan.

Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een vast patroon van handelen

De rechtbank laat die vaststelling meewerken tot het bewijs van hetgeen hierna bewezen wordt verklaard

Ten aanzien van feit 2 met parketnummer 05/780005-15:

Aangever [slachtoffer 11] heeft tegenover de politie verklaard dat hij op 28 mei 2013 naar een kroeg in Amsterdam is gegaan. Bij de bar werd [slachtoffer 11] aangesproken door een man, die [naam 6] zou heten. De volgende dag hebben [slachtoffer 11] en [naam 6] bij [slachtoffer 11] thuis afgesproken. Op 30 mei 2013 zouden [slachtoffer 11] en [naam 6] naar de sauna, de [naam 7] , gaan. [slachtoffer 11] heeft [naam 6] in Bussum opgehaald. Voordat [slachtoffer 11] en [naam 6] naar de [naam 7] gingen zijn zij eerst naar het treinstation van Bussum gegaan. [naam 6] wilde een treinkaartje kopen voor zijn neefje. [naam 6] kwam vervolgens terug om te zeggen dat hij zijn chipknip niet bij zich had. [naam 6] stelde voor dat [slachtoffer 11] het geld voor hem zou pinnen en dan cash terug zou geven. [slachtoffer 11] heeft het treinkaartje gepind met zijn ING pinpas. Op het moment dat [slachtoffer 11] pinde had hij het gevoel dat [naam 6] schuin achter hem stond. In de [naam 7] hebben [slachtoffer 11] en [naam 6] hun spullen in een gezamenlijke kluis gedaan. Vervolgens zijn [slachtoffer 11] en [naam 6] op het terras gaan zitten. [naam 6] zou binnen de wijntjes halen en bleef ongeveer tien minuten weg. Om 21.30 uur zijn [naam 6] en [slachtoffer 11] bij de [naam 7] weggegaan en heeft [slachtoffer 11] [naam 6] bij de Overtoom in Amsterdam afgezet. Op 31 mei 2013 kreeg [slachtoffer 11] argwaan en probeerde een bedrag te pinnen, maar hij had geen saldo meer. Tijdens een telefonisch gesprek met een medewerkster van de ING werd [slachtoffer 11] verteld dat er in twee dagen grote bedragen waren afgeschreven.18

  • -

    30 mei 2013 te 17:30 uur bij ING automaat Amersfoort 1000,- euro gepind;

  • -

    30 mei 2013 te 18:36 uur bij ABN-AMRO Schiphol 1525,46,- euro gepind;

  • -

    30 mei 2013 te 18:45 uur bij ABN-AMRO Schiphol 750,02 euro gepind;

  • -

    30 mei 2013 te 17:28 uur 250,- euro automaat Stationsplein Amersfoort.19

[slachtoffer 11] snapt niet hoe de bedragen konden zijn gepind, omdat hij die dag in de [naam 7] in Harderwijk was. [slachtoffer 11] vermoedt dat [naam 6] zijn pinpas heeft gepakt en daar misbruik van heeft gemaakt.20

Tijdens het verhoor bij de politie heeft [slachtoffer 11] [naam 6] op de aan hem getoonde foto van verdachte herkend. [slachtoffer 11] heeft daarbij opgemerkt dat hij de man ook herkende bij de uitzending van RTL Noord Holland.21

Ondanks dat verdachte het tenlastegelegde feit ontkent, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van verschillende overeenkomsten met de hiervoor besproken feiten. Zo is de dader met [slachtoffer 11] naar de sauna gegaan en heeft hij daarvoor [slachtoffer 11] op station Bussum een treinkaartje laten pinnen. De dader heeft de pincode van [slachtoffer 11] weten te achterhalen en heeft, terwijl zij in de [naam 7] waren, de pinpas van [slachtoffer 11] ontvreemd. Tijdens het verblijf in de [naam 7] zijn er diverse bedragen van de bankrekening van [slachtoffer 11] gepind onder andere op Schiphol. De rechtbank oordeelt dat dit handelen dusdanig specifiek is en overeenkomt met de diefstallen zoals bedoeld in de hiervoor beschreven feiten, dat kan worden gesproken van dezelfde modus operandi.

Daarnaast heeft [slachtoffer 11] aan de hand van een foto verdachte als de dader herkend. Hij heeft daarbij verklaard dat hij verdachte eerst heeft herkend op een getoonde foto in een uitzending van RTV Noord Holland en dat de hem door de politie getoonde foto dezelfde foto betrof.

De verdediging heeft hieromtrent aangevoerd dat deze herkenning, nu het een enkelvoudige fotoconfrontatie betreft, niet als betrouwbaar kan worden aangemerkt.

De rechtbank verwerpt dit verweer. [slachtoffer 11] heeft verdachte allereerst herkend op de foto die is getoond in genoemde televisie-uitzending. De rechtbank acht deze herkenning, die spontaan en niet in het kader van enig onderzoek is gedaan, betrouwbaar. Dat [slachtoffer 11] later heeft bevestigd dat de hem bij de politie getoonde foto dezelfde was als getoond op de televisie doet daaraan niet af, mede in het licht van de overige bewijsmiddelen.

Uit de bankgegevens van [slachtoffer 11] komt naar voren dat er twee maal is gepind rond 17:30 uur in Amersfoort en rond 18:45 uur op Schiphol. Volgens [slachtoffer 11] verbleven verdachte en hij op dat moment in de [naam 7] en zijn rond 21:30 uur weggegaan. Vanwege deze omstandigheden gaat de rechtbank er vanuit dat verdachte de pinpas uit de gezamenlijke kluis heeft gehaald en aan een mededader heeft overgedragen. Verdachte was tenslotte, volgens [slachtoffer 11] , ongeveer tien minuten weg. Daar komt bij dat verdachte rond de genoemde tijdstippen niet zelf in Amersfoort of op Schiphol heeft kunnen zijn dan wel de geldbedragen heeft kunnen pinnen.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde diefstal in vereniging.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

Ten aanzien van parketnummer 05/880683-14:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 mei 2014 tot en met 23 mei 2014 te Apeldoorn en/of te Duiven en/of elders in Nederland, althans in Nederland en/of te Elten en/of te Emmerich en/of elders in Duitsland, in elk geval in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) -met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer bankpassen van [slachtoffer 1] en/of -uit/middels een of meer pinautomaten/geldautomaten van een of meer

bankrekeningen van en/of op naam van [slachtoffer 1] heeft weggenomen een aantal geldbedragen van totaal ongeveer 2759,40 euro, althans totaal een groot geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of waarbij (invoeging rechtbank) verdachte en/of verdachtes mededader(s), die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel ((te weten onbevoegd gebruik heeft/hebben gemaakt van bankpas(sen) en/of pinpas(sen) en/of sleutels)) welke diefstal(len) werd(en) voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte ((en/of verdachtes mededader(s)) [slachtoffer 1] heeft/hebben gedrogeerd met scopolamine, althans [slachtoffer 1] deze stof heeft/hebben toegebracht en/of (al dan niet onbewust) hebben laten innemen, welke feit de dood ten gevolge heeft gehad;

2.

hij in of omstreeks de periode van 14 juni 2014 tot en met 16 juni 2014 te Huizen en/of elders in Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (uit een woning/pand [adres 2] ) heeft weggenomen twee, althans een aantal i-phones en/of een televisie (merk:Loewe) en/of een DVD-recorder en/of een i-pad en/of een i-mac en/of een

reservesleutel van bovenstaande woning, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte (en/of zijn mededader(s)) [slachtoffer 2] heeft/hebben gedrogeerd met scopolamine, althans [slachtoffer 2] deze stof heeft/hebben toegebracht en/of (al dan niet onbewust) heeft/hebben laten

innemen;

3.

hij in of omstreeks de periode van 26 juni 2013 tot en met 30 juni 2013, te Etten-Leur en/of elders in Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer bankpassen op naam van [slachtoffer 3] en/of in/uit/middels pinautomaten/geldautomaten van een of meer bankrekeningen van [slachtoffer 3] , althans elders, heeft weggenomen: een aantal geldbedragen totaal van ongeveer 6911,05 euro, althans een groot geldbedrag, en/of andere goederen, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn, verdachtes mededader(s), waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel ((te weten onbevoegd gebruik heeft gemaakt van bankpas(sen) en/of pinpas(sen) en/of sleutels van die [slachtoffer 3]));

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 09 januari 2014 tot en met 16 januari 2014 te Almere en/of te Amsterdam en/of te Huizen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer bankpassen op naam van [slachtoffer 4] en/of uit/middels pinautomaten en/of geldautomaten, althans elders, van een of meer bankrekeningen op naam van [slachtoffer 4] heeft weggenomen een aantal geldbedragen, totaal ongeveer 34737,69 euro, althans een groot geldbedrag, in elk geval enig(e) geldbedrag(en) en/of goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [voorletters 4] [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn, verdachtes mededader(s), waarbij verdachte en/of verdachtes mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel ((te weten onbevoegd gebruik heeft/hebben gemaakt van pinpas(sen)/bankpas(sen) en/of sleutels van die [slachtoffer 4] ));

5.

hij op of omstreeks 12 juli 2013 te Amsterdam en/of elders in Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een betaalautomaat en/of pinautomaat van een bankrekening van [slachtoffer 5] heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 950,-- euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel ((te weten een bankpas/pinpas onbevoegd heeft/hebben gebruikt));

8.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 april 2014 tot en met 25 april 2014 te Utrecht en/of te Venray en/of te Lage Vuursche en/of te Amsterdam en/of te Schiphol, en/of elders in Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit/middels een pinautomaat/betaalautomaat van een of meer bankrekeningen van [slachtoffer 8] heeft weggenomen een aantal geldbedragen, totaal voor ongeveer 1858,42 euro,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel ((te weten onbevoegd gebruik heeft/hebben gemaakt van pinpas(sen)/bankpas(sen) en/of sleutels van die [slachtoffer 8] )).

Ten aanzien van parketnummer 05/780005-15:

1.

hij in of omstreeks de periode van 31 mei 2014 tot en met 1 juni 2014 te 's-Gravenhage, in elk geval in de gemeente 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een woning [adres 4] ) heeft weggenomen een ipad(apple) en/of een computer (mac book pro apple) en/of een schilderij (Herman Brood) en/of een muntenverzameling, althans een aantal munten en/of (gouden) manchetknopen

en/of een bankpas en/of een creditcard en/of een fiets (mountainbike) en/of 150 euro, in elk geval enig geldbedrag en/of een hoeveelheid andere goederen, in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 9] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) die [slachtoffer 9] heeft/hebben gedrogeerd en/of een hoeveelheid van een stof, zijnde scopolamine heeft/hebben toegediend;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 mei 2013 tot en met 31 mei 2013 te Amsterdam, in elk geval in de gemeente Amsterdam en/of in Amersfoort en/of elders in Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit/ middels een of meer pin- en/of betaalautomaten en/of op andere wijze (van een bankrekening van [slachtoffer 11] ) heeft weggenomen een aantal geldbedragen, totaal voor ongeveer 3525,48 euro, (waaronder o.a.

- een geldbedrag van 1000,-- euro via een zgn ING automaat te Amersfoort en/of

-een geldbedrag van 1525,46 euro via een ABN-AMRO automaat te schiphol en/of

-een geldbedrag van 750,02 euro via een automaat ABN-Amro te Schiphol en/of

-een geldbedrag van 250,-- via een automaat Stationsplein Amersfoort),

in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel (te weten door met een gestolen en/of wederrechtelijk verkregen/gebruikte bankpas en/of met bijbehorende wederrechtelijk verkregen pincode van die [slachtoffer 11] een of meerdere voormelde geldbedragen te pinnen en/of te betalen);

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 april 2013 tot en met 19 april 2013 te Amsterdam, in elk geval in de gemeente Amsterdam en/of elders in Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit/ middels een of meer pinautomaten en/of betaalautomaten van een bankrekening van [slachtoffer 12] heeft weggenomen een aantal geldbedragen (totaal voor ongeveer 2400,00 euro) (waaronder o.a.:

-een geldbedrag van 800,-- via ING Bank automaat te Amsterdam en/of

-een geldbedrag van 900,-- via ING Bank automaat te Amsterdam en/of

-een geldbedrag van 200,-- via ING Bank automaat te Amsterdam en/of

-een geldbedrag van 250,-- via een ABN/Amro Bank automaat te Amsterdam en/of

-een geldbedrag van 250,-- via een ABN/Amro Bank automaat te Amsterdam),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 12] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel ((te met een gestolen en/of wederrechtelijk verkregen/gebruikte bankpas(sen) en/of met bijbehorende wederrechtelijk verkregen pincode(s), voormelde bedragen heeft gepind en/of betaald);

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 april 2013 tot en met 19 april 2013 te Leusden en/of Putten en/of te Breda en/of te Amsterdam en/of elders in Nederland en/of te Brussel en/of te Antwerpen en/of elders in België, althans in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening middels/uit een of meer pinautomaten en/of betaalautomaten en/of op andere wijze van een aantal bankrekeningen (op naam van [slachtoffer 13] ) heeft weggenomen een aantal geldbedragen, totaal voor ongeveer 8222,-- euro, (waaronder o.a.:

- op of omstreeks 17 april 2013 een geldbedrag van 250,-- euro en/of 20,-- euro via een pin- en/of geldautomaat van de Rabobank en/of

- op of omstreeks 17 april 2013 een geldbedrag van 2000,-- euro en/of 2500,-- euro via internetbankieren en/of

- op of omstreeks 17 april 2013 een geldbedrag van 480,-- euro via een pin- en/of geldautomaat van de Rabobank in Amsterdam en/of

-op een of meer tijdstippen op of omstreeks 18 april 2013 een geldbedrag van 20,-- euro en/of een geldbedrag van 1230,-- euro via een pin- en/of betaalautomaat van Rabobank te Amsterdam en/of een geldbedrag van 8,40 euro via een betaalautomaat NS Hoofddorp en/of een geldbedrag van 1076,07 euro en/of een geldbedrag van 1001,24 euro via een pin- en/of geldautomaat ABN AMRO bank Schiphol en/of

-op of omstreeks 18 april 2013 een geldbedrag van 2500,-- euro via internetbankieren en/of

-op een of meer tijdstippen op of omstreeks 18 april 2013 een geldbedrag van 1519,15 euro via een pin- en/of betaalautomaat ABN AMro bank NV Luchthaven Schiphol en/of een geldbedrag van 1389,95 euro via een pin- en/of betaalautomaat A-mac Breda en/of

-op of omstreeks 19 april 2013 een geldbedrag van 250,-- euro via een pin- en/of geldautomaat (Belfius) Antwerpen en/of

-op of omstreeks 18 april 2013 een geldbedrag van 800,-- euro via internetbankieren en/of

-op een of meer tijdstippen op of omstreeks 19 april 2013 een geldbedrag van 800,-- en/of 120,-- euro en/of 500,-- euro en/of 500,-- euro via internetbankieren en/of

-op een of meer tijdstippen op of omstreeks 19 april 2013 een geldbedrag van 34,50 euro via een pin- en/of geldautomaat (Tommy Hilfinger) te Brussel en/of een geldbedrag van 46,-- euro via een pin- en/of betaalautomaat (Megastar Group) Brussel en/of een geldbedrag 51,50 via een pin- en/of betaalautomaat Euroway Belgium Brussel en/of een geldbedrag van 100,-- euro via een pin- en/of betaalautomaat (Belfius Ancien/Brussel) en/of een geldbedrag van 140,-- euro via een pin- en/of betaalautomaat people's Brussel en/of een geldbedrag van 175,40 euro via een pin- en/of betaalautomaat 2 BE Brussel en/of - een geldbedrag van

400,-- euro via een pin- en of geld/betaalautomaat Belfius Ancien)

in elk geval enig goed/geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 13] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel (te weten met een aantal gestolen en/of wederrechtelijk verkregen/gebruikte bankpassen en/of creditcards en/of wederrechtelijk verkregen pincodes voormelde bedragen heeft gepind en/of betaald);

5.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 februari 2014 tot en met 26 februari te Harmelen, gemeente Woerden en/of elders in Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit/middels een of meer pinautomaten en/of betaalautomaten en/of op andere wijze van een of meer bankrekeningen (op naam van [slachtoffer 14]

) heeft weggenomen

-een aantal gelbedragen, te weten een aantal geldbedragen totaal voor ongeveer 3690,--euro (betaald met behulp van een visacard) en/of

-een aantal geldbedragen totaal voor ongeveer 1689,95 euro (van rekeningnummer [rekeningnummer 2] ),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 14] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel ((te weten met een gestolen/wederrechtelijk verkregen Visacard en/of bankpas (ABN Amrobank) en/of met bijbehorende wederrechtelijk verkregen pincodes voormelde bedragen heeft gepind en/of betaald)).

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1 met parketnummer 05/880683-14:

‘Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd

En

Diefstal, gevolgd door geweld, met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren’

Ten aanzien van feit 2 met parketnummer 05/880683-14 en feit 1 met parketnummer 05/780005-15:

‘Diefstal, gevolgd door geweld, met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad zichzelf aan het misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren’

Ten aanzien van de feiten 3, 4 en 8 met parketnummer 05/880683-14 en 3, 4 en 5 met parketnummer 05/780005-15:

‘Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd’

Ten aanzien van feit 5 met parketnummer 05/880683-14:

‘Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel’

Ten aanzien van feit 2 met parketnummer 05/780005-15:

‘Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel’

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 jaar met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht bij het bepalen van de hoogte van de strafduur rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Ondanks dat verdachte een crimineel is, heeft hij een moeilijk verleden gehad en is hij bereid om aan zijn problemen te werken.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 23 oktober 2015;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 10 oktober 2014;

- een psychologisch onderzoek van [naam 8] , psycholoog, gedateerd 29 augustus 2014.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft op een zeer listige wijze elf diefstallen gepleegd, waarvan een aantal met behulp van geweld. Verdachte heeft onder valse voorwendselen met zijn slachtoffers afgesproken en hun bestolen van hun bankpas met als gevolg dat er grote geldbedragen van de bank- en/of spaarrekening werd opgenomen dan wel heeft verdachte een hoeveelheid goederen ontvreemd. Verdachte heeft zelfs drie van zijn slachtoffers gedrogeerd. Verdachte is zeer professioneel en geraffineerd te werk gegaan en heeft de meeste diefstallen samen met een medepleger gepleegd.

Verdachte heeft zijn slachtoffers grotendeels leren kennen via datingsites en op een slinkse wijze het vertrouwen van zijn slachtoffers heeft weten ten winnen. Soms was dat door meerdere keren af te spreken. Verdachte heeft niet alleen misbruik gemaakt van de kwetsbaarheid van zijn slachtoffers maar ook hun vertrouwen op een ernstige manier beschadigd. Het listige en doortrapte handelen van verdachte is dan ook een grove schending van de privacy en het gevoel van veiligheid van de slachtoffers. Deze feiten zijn ernstig en veroorzaken grote onrust in zowel de samenleving als bij de slachtoffers. Daarnaast heeft verdachte door het drogeren van drie van zijn slachtoffer hun gezondheid in gevaar gebracht. De rechtbank is dan ook van oordeel dat hiertegen streng moet worden opgetreden.

Uit de justitiële documentatie van verdachte komt naar voren dat verdachte eerder met politie en justitie in aanmerking is gekomen. Desondanks hebben deze (langdurige) veroordelingen er niet toe geleid om verdachte te weerhouden van het plegen van dergelijke ernstige feiten. De rechtbank neemt dit verdachte dan ook zeer kwalijk.

Over verdachte is een psychologische rapportage opgemaakt, gedateerd 29 augustus 2014, door psycholoog [naam 8] . Deze rapporteert dat verdachte lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens door de aanwezigheid van een antisociale en narcistische persoonlijkheidsstoornis. Ook ten tijde van het tenlastegelegde was volgens de psycholoog van deze stoornissen sprake. ‘Verdachte heeft de ten laste gelegde feiten gepleegd op een berekende wijze, om er zelf financieel beter van de worden. Hij heeft van te voren de voor- en nadelen afgewogen. Hij is rationeel en weloverwogen te werk gegaan in de oplichting en diefstal van zijn slachtoffers. Het plegen van de ten laste gelegde feiten hebben plaatsgevonden vanuit voornamelijk opportunistische en egocentrische motieven die verband houden met de persoonlijkheidspathologie. Er is bij verdachte geen echte empathie jegens de slachtoffers. Daarnaast speelt een gebrekkig normbesef. Het contact is functioneel geweest en diende slechts één doel en dat was om te kunnen voorzien in een eigen inkomen. In enige mate is de persoonlijkheidspathologie van invloed geweest op de gedragskeuze die verdachte heeft gemaakt. Geadviseerd wordt echter om verdachte ten aanzien van het plegen van de ten laste gelegde feiten als volledig toerekeningsvatbaar te beschouwen, vanwege de berekenende en opportunistische motieven waardoor het plegen van de feiten werd ingegeven. Er is hierdoor genoeg ruimte geweest voor verdachte om zijn gedragskeuze anders te kiezen in de afweging die hij heeft gemaakt.’ De rechtbank neemt de conclusie uit de psychologische rapportage over. De verdachte wordt daarom volledig toerekeningsvatbaar geacht.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat gezien de ernst van de feiten, de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is. De rechtbank zal, omdat zij minder feiten bewezen acht dan de officier van justitie, en in het bijzonder verdachte vrijspreekt van het oorzakelijk verband tussen de diefstal met geweld en de dood van [slachtoffer 1] , overgaan tot het opleggen van een straf die aanmerkelijk lager is dan door de officier van justitie is geëist.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft betoogd dat de vorderingen van de benadeelde partijen grotendeels toewijsbaar zijn. Dit geldt voor de vorderingen van [slachtoffer 8] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] , [slachtoffer 14] , [slachtoffer 13] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 5] . Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 12] merkt de officier van justitie op dat hij een bedrag van € 2.911,78 toewijsbaar acht minus € 200,- aan immateriële schade vanwege de gelijkheid met de andere vorderingen benadeelde partijen. Ook bepleit de officier van justitie gehele toewijzing van de vorderingen van de familie [slachtoffer 1] . Ook de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9] is volgens de officier van justitie toewijsbaar. Dit geldt eveneens voor de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] , met uitzondering van de waardedaling van het huis van [slachtoffer 2] , dit is volgens de officier van justitie een te grote belasting voor het strafproces.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de vorderingen inzake de nabestaanden in de zaak [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard, gelet op de bepleite partiële vrijspraak.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] is de verdediging primair van mening dat de benadeelde partij niet in zijn vordering kan worden ontvangen en subsidiair dat de vordering (gedeeltelijk) moet worden afgewezen.

Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] , is de verdediging van mening dat de ernstige psychische schade niet is onderbouwd en verzoekt de immateriële schade af te wijzen. Dit geldt eveneens voor de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 12] , [slachtoffer 13] en [slachtoffer 14] .

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9] dient naar mening van de verdediging primair niet te worden ontvangen in zijn vordering en subsidiair (gedeeltelijk) te worden afgewezen.

Gelet op de bepleite vrijspraak in de zaak [slachtoffer 11] verzoekt de verdediging de rechtbank de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 11] niet-ontvankelijk te verklaren dan wel (gedeeltelijk) af te wijzen.

D beslissing van de rechtbank

In het strafproces hebben zich gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding de benadeelde partijen, ten aanzien van feit 1 met parketnummer 05/880683-14:

  • -

    [voorletter] [slachtoffer 1] ,

  • -

    [voorletters 3] [slachtoffer 1] ,

  • -

    [voorletters 2] [slachtoffer 1] .

De rechtbank zal deze vorderingen niet-ontvankelijk verklaring, nu niet is komen vast te staan dat [slachtoffer 1] door het handelen van verdachte is overleden. Er is dus geen sprake van schade die rechtstreeks is toegebracht door verdachte.

De rechtbank zal eveneens de vorderingen van de benadeelde partijen, die zich ter verkrijging van schadevergoeding in het strafproces hebben gevoegd:

  • -

    [slachtoffer 7] , feit 7 met parketnummer 05/880683-14,

  • -

    [slachtoffer 6] , feit 6 met parketnummer 05/880683-14,

niet-ontvankelijk verklaren, nu de feiten niet bewezen zijn verklaard en dus geen sprake is van schade die rechtstreeks is toegebracht door verdachte.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 2 met parketnummer 05/880683-14) heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 71.240,92 aan materiële schade en € 5.000,- aan immateriële schade als voorschot, te vermeerderen met de wettelijke rente. Tevens is verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen materiële schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Echter, de kosten ten aanzien van de waardevermindering van het huis van de benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard, nu de behandeling van dit gedeelte van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Het overige gedeelte van de vordering dat ziet op de materiele schade zal worden toegewezen.

Tevens is aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is ook aan verdachte toe te rekenen en zal in haar geheel worden toegewezen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. De rechtbank zal de gehele vordering toewijzen, met daarbij de wettelijke rente vanaf 23 mei 2014.

De benadeelde partij [slachtoffer 3] (feit 3 met parketnummer 05/88083-14) heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van

€ 6.411,05 aan materiële schade en € 350,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Tevens is verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen materiële schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Tevens is aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is ook aan verdachte toe te rekenen en zal in haar geheel worden toegewezen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. De rechtbank zal de gehele vordering toewijzen, met daarbij de wettelijke rente vanaf 30 juni 2013.

De benadeelde partij [slachtoffer 4] (feit 4 met parketnummer 05/880683-14) heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding . Gevorderd wordt een bedrag van € 33.818,99 aan materiële schade en € 150,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Tevens is verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen materiële schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Tevens is aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is ook aan verdachte toe te rekenen en zal in haar geheel worden toegewezen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. De rechtbank zal de gehele vordering toewijzen, met daarbij de wettelijke rente vanaf 16 januari 2014.

De benadeelde partij [slachtoffer 5] (feit 5 met parketnummer 05/880683-14) heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van

€ 964,90 aan materiële schade en € 350,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Tevens is verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen materiële schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Tevens is aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is ook aan verdachte toe te rekenen en zal in haar geheel worden toegewezen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. De rechtbank zal de gehele vordering toewijzen, met daarbij de wettelijke rente vanaf 12 juli 2013.

De benadeelde partij [slachtoffer 8] (feit 8 met parketnummer 05/880683-14) heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van

€ 1.858,42 aan materiële schade te vermeerderen met de wettelijke rente. Tevens is verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen materiële schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De rechtbank zal de gehele vordering toewijzen, met daarbij de wettelijke rente vanaf 25 april 2014.

De benadeelde partij [slachtoffer 9] (feit 1 met parketnummer 05/780005-15) heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding . Gevorderd wordt een bedrag van

€ 1.982,35 aan materiële schade en € 3.400,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Tevens is verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen materiële schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Tevens is aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is ook aan verdachte toe te rekenen en zal in haar geheel worden toegewezen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. De rechtbank zal de gehele vordering toewijzen, met daarbij de wettelijke rente vanaf 1 juni 2014.

De benadeelde partij [slachtoffer 11] (feit 2 met parketnummer 05/780005-15) heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 5.625,48 aan materiële schade en € 350,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Tevens is verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen materiële schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Tevens is aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is ook aan verdachte toe te rekenen en zal in haar geheel worden toegewezen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. De rechtbank zal de gehele vordering toewijzen, met daarbij de wettelijke rente vanaf 31 mei 2013.

De benadeelde partij [slachtoffer 12] (feit 3 met parketnummer 05/780005-15) heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van

€ 2.593,78 aan materiële schade en € 550,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Tevens is verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen materiële schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Tevens is aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is ook aan verdachte toe te rekenen en zal in haar geheel worden toegewezen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. De rechtbank zal de gehele vordering toewijzen, met daarbij de wettelijke rente vanaf 17 april 2013.

De benadeelde partij [slachtoffer 13] (feit 4 met parketnummer 05/780005-15) heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van

€ 8.272,41 aan materiële schade en € 350,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Tevens is verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen materiële schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Tevens is aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is ook aan verdachte toe te rekenen en zal in haar geheel worden toegewezen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. De rechtbank zal de gehele vordering toewijzen, met daarbij de wettelijke rente vanaf 19 april 2013.

De benadeelde partij [slachtoffer 14] (feit 5 met parketnummer 05/780005-15) heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 6.974,93 aan materiële schade en € 350,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Tevens is verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen materiële schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Tevens is aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is ook aan verdachte toe te rekenen en zal in haar geheel worden toegewezen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. De rechtbank zal de gehele vordering toewijzen, met daarbij de wettelijke rente vanaf 26 februari 2014.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partijen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 57, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 Spreekt verdachte vrij van de onder parketnummer 05/880683-14 tenlastegelegde feiten 6 en 7.

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) jaren;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen.

 verklaart de benadeelde partij V. [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in haar vordering;

 verklaart de benadeelde partij [voorletters 3] [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in haar vordering;

 verklaart de benadeelde partij [voorletters 2] [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in haar vordering;

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2 met parketnummer 05/880683-14 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], van een bedrag van € 1.240,92 (duizend tweehonderdveertig euro en tweeënnegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 juni 2014 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2], een bedrag te betalen van € 1.240,92 (duizend tweehonderdveertig euro en tweeënnegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 juni 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 6 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 3 met parketnummer 05/880683-14 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 3], van een bedrag van € 6.761,05 (zesduizend zevenhonderdeenenzestig euro en vijf eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2013 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 3], een bedrag te betalen van € € 6.761,05 (zesduizend zevenhonderdeenenzestig euro en vijf eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 33 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 4 met parketnummer 05/880683-14 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 4], van een bedrag van € 33.968,99 (drieëndertigduizend negenhonderdenachtenzestig euro en negenennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 4], een bedrag te betalen € 33.968,99 (drieëndertigduizend negenhonderdenachtenzestig euro en negenennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 164 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 5 met parketnummer 05/880683-14 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 5], van een bedrag van € 1.314,90 (duizend driehonderdenveertien euro en negentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2013 tot aan de dag der algehele voldoening] en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 5], een bedrag te betalen van € 1.314,90 (duizend driehonderdenveertien euro en negentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 6 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 6] niet-ontvankelijk in haar vordering;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 7] niet-ontvankelijk in haar vordering;

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 8 met parketnummer 05/880683-14 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 8], van een bedrag van € 1.858,42 (duizend achthonderdachtenvijftig euro en tweeënveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 april 2014 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 8], een bedrag te betalen van € 1.858,42 (duizend achthonderdachtenvijftig euro en tweeënveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 april 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 9 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 met parketnummer 05/780005-15 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 9], van een bedrag van € 5.382,35 (vijfduizend driehonderdtweeëntachtig euro en vijfendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2014 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 9], een bedrag te betalen € 5.382,35 (vijfduizend driehonderdtweeëntachtig euro en vijfendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 26 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2 met parketnummer 05/780005-15 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 11], van een bedrag van € 5.975,48 (vijfduizend negenhonderdenvijfenzeventig euro en achtenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 11], een bedrag te betalen van € 5.975,48 (vijfduizend negenhonderdenvijfenzeventig euro en achtenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 29 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 3 met parketnummer 05/780005-15 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 12], van een bedrag van € 3.143,78 (drieduizend honderddrieënveertig euro en achtenzeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 april 2013 tot aan de dag der algehele voldoening] en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 12], een bedrag te betalen van € 3.143,78 (drieduizend honderddrieënveertig euro en achtenzeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 april 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 15 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 4 met parketnummer 05/780005-15 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 13], van een bedrag van € 8.622,41 (achtduizend zeshonderdtweeëntwintig euro en eenenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 april 2013 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 13], een bedrag te betalen van € 8.622,41 (achtduizend zeshonderdtweeëntwintig euro en eenenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 april 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 42 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 5 met parketnummer 05/780005-15 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 14], van een bedrag van € 7.324,93 (zevenduizend driehonderdvierentwintig euro en drieënnegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 februari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 14], een bedrag te betalen van € € 7.324,93 (zevenduizend driehonderdvierentwintig euro en drieënnegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 februari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 35 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

Dit vonnis is gewezen door mr. L. [voorletters 4] . Goossens (voorzitter), mr. C. van Linschoten en

mr. G.J.M. van Wijk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Verhagen en A.J. Henderson, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 december 2015.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost Nederland, Regionale Recherche, TGO Rivier, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0620 2014070514, gesloten op 6 oktober 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 juni 2015.

3 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 8 oktober 2014, p. 160.

4 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 19 november 2014, p. 663 tot en met 665.

5 Het proces-verbaal van aanhouding, d.d. 4 juli 2014, p. 3430 en 3431 alsmede eens schriftelijk bescheid, te weten de ID staat van verdachte [verdachte] , d.d. 4 juli 2014, p. 3434.

6 Het proces-verbaal van verhoor getuige, [getuige] , d.d. 3 oktober 2014, p. 3552.

7 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , d.d. 19 juni 2014, p. 4467, tweede en vijfde alinea, p. 4468, eerste, tweede, derde en vijfde alinea en p. 4469, eerste twee regels.

8 Het proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 2] , d.d. 24 juni 2014, p. 4490, eerste deel van de tweede alinea.

9 Het proces-verbaal van verhoor bij het Kabinet rechter-commissaris, d.d. 4 juni 2014.

10 Proces-verbaal van de zitting van 16 juni 2015, blz. 7.

11 Rapport NFI, toxicologisch onderzoek in lichaamsmateriaal van [slachtoffer 2] , zaak nr. 2014.06.25.143, d.d. 1 september 2014, p. 6354 tot en met 6360.

12 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 juni 2015

13 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 9] , d.d. 3 juni 2014, p. 5230, tweede en derde alinea, p. 5231, tweede, derde, vierde, vijfde, achtste en tiende alinea en p. 5232, tweede en vierde alinea.

14 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 juni2015.

15 Het proces-verbaal van verhoor verdachte bij de rechter-commissaris, d.d. 21 april 2015.

16 Het proces-verbaal van getuigenverhoor [voorletters 2] [slachtoffer 1] , d.d. 16 april 2015.

17 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 10 juni 2014, p. 3976.

18 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 11] , d.d. 31 mei 2013, p. 5370, vierde en zesde alinea en p. 5371, eerste, derde, vierde, zesde tot en met de negende alinea.

19 Het proces-verbaal aanvullend, d.d. 1 juni 2013, p. 5374, derde alinea alsmede eens schriftelijk bescheid, te weten een afschrift van de bankrekening van [slachtoffer 11] , van de ING, d.d. 7 juni 2013, p. 5398 en 5399.

20 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 11] , d.d. 31 mei 2013, p. 5372, derde alinea.

21 Het proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 11] , d.d. 2 september 2013, p. 5417, zesde alinea.