Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:7724

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
09-11-2015
Datum publicatie
11-12-2015
Zaaknummer
290081
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. IE-zaak. Art. 10, lid 1 sub 9 Aw. Auteursrechtinbreuk op foto’s. Eigen oorspronkelijk karakter en stempel van de maker. Art. 2.20 lid 1 sub a BVIE. Inbreuk op Benelux merkrecht (beeld- en woordmerk). Voorschot op schadevergoeding afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
IER 2016/5

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/290081 / KG ZA 15-475

Vonnis in kort geding van 10 november 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LIFEMAXX B.V.,

statutair gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. M. Bunders te Amsterdam,

tegen

1. de vennootschap onder firma

[bedrijf] ,

gevestigd en kantoorhoudende te Wijchen,

2. [vennoot 1],

wonende te Maren-Kessel, gemeente Oss,

3. [vennoot 2],

wonende te Wijchen,

gedaagden,

advocaat mr. R. Eringa te Oss.

Partijen zullen hierna Lifemaxx en [bedrijf] en haar vennoten worden genoemd. Gedaagden zullen hierna afzonderlijk worden aangeduid met [bedrijf] , [vennoot 1] en [vennoot 2] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van Lifemaxx

  • -

    de pleitnota van [bedrijf] en haar vennoten.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Lifemaxx drijft een onderneming die zich richt op de verkoop van sportartikelen en fitnessproducten, zoals gewichten en toestellen. Deze verkoop geschiedt via de website www.lifemaxx.com en via haar brochure. De producten van Lifemaxx zijn voorzien van het op 12 november 2012 in het merkenregister van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE) ingeschreven beeldmerk:

en/of van het op 1 januari 2010 in het merkenregister van het BBIE ingeschreven woordmerk “Lifemaxx”. Op haar website, in haar brochures en in haar overig promotiemateriaal maakt Lifemaxx gebruik van foto’s van haar producten.

2.2.

De vennootschap onder firma [bedrijf] is een onderneming die zich sinds oktober 2014 bezighoudt met het verkopen van vergelijkbare en gelijke sport-/fitnessartikelen aan fitnessbedrijven en particulieren. Vennoten van [bedrijf] zijn [vennoot 2] en [vennoot 1] .

2.3.

[vennoot 2] verkocht vóór oktober 2014 gedurende 7 à 8 jaar onder meer sportartikelen van Lifemaxx via de webshop van zijn besloten vennootschap PI Sports B.V. [vennoot 2] werkte toen ook samen met de heer [naam] van Muscle Market B.V. PI Sports en Muscle Market hadden samen een besloten vennootschap genaamd Power Impact B.V. Toen er een einde kwam aan deze samenwerking heeft [vennoot 2] samen met [vennoot 1] [bedrijf] opgericht.

2.4.

In februari 2015 heeft Lifemaxx geconstateerd dat [bedrijf] foto’s van fitnessproducten op haar website gebruikt, die volgens Lifemaxx kopieën zijn van foto’s die in opdracht van Lifemaxx zijn gemaakt en door Lifemaxx op haar website en in ander promotiemateriaal worden gebruikt. Op een aantal van die foto’s staat volgens Lifemaxx het merk ‘Lifemaxx’ en op in ieder geval één foto is het merk ‘Lifemaxx’ op een slordige wijze geprobeerd onzichtbaar te maken.

2.5.

Bij e-mailbericht van 16 februari 2015 heeft mevrouw. [naam 1] , namens Lifemaxx, [bedrijf] verzocht om deze foto’s van haar website te verwijderen. Aan dit verzoek is geen gehoor gegeven, waarna het verzoek nog eens is herhaald bij e-mailbericht van 18 februari 2015. Tussen partijen is op 23 februari 2015 telefonisch contact geweest. Volgens de heer [naam 2] heeft [vennoot 2] tijdens dat gesprek toegezegd dat de kopieën verwijderd zouden worden, terwijl volgens [vennoot 2] zou zijn afgesproken dat de foto’s mochten worden gebruikt voor het aanbieden van producten van Lifemaxx. [naam 1] heeft [bedrijf] op 23 februari 2015 een e-mailbericht gestuurd waarin een lijst is opgenomen met webpagina’s (van de website van [bedrijf] ) waarop foto’s van producten zijn geplaatst die volgens Lifemaxx van de website van [bedrijf] verwijderd moeten worden.

2.6.

Een door Lifemaxx ingeschakelde deurwaarder heeft op 16 juli 2015 een proces-verbaal opgemaakt, waarin is opgenomen dat de deurwaarder 24 webpagina’s van de website van de [bedrijf] heeft bekeken en van het product dat daarop (op een foto) verscheen, alsook van de vergrote weergave van het product, een schermpint heeft gemaakt.

2.7.

De advocaat van Lifemaxx heeft [bedrijf] bij brief van 31 juli 2015 gesommeerd tot het onmiddellijk staken en gestaakt houden van de auteursrechtinbreuken, merkenrechtinbreuken en/of ander onrechtmatig handelen door [bedrijf] en tot het afgeven van alle kopieën van foto’s van Lifemaxx, alsmede tot het doen van opgave van gegevens en vergoeding van schade en advocaatkosten en tot slot tot het schriftelijk bevestigen dat door [bedrijf] aan de sommatie van Lifemaxx gevolg zou worden gegeven. Bij deze brief is een lijst met links gevoegd, waarop kopieën van foto’s van Lifemaxx zijn weergegeven. Een aantal kopieën van die foto’s heeft [bedrijf] vervolgens van haar website verwijderd.

2.8.

De door Lifemaxx ingeschakelde deurwaarder heeft op 14 oktober 2015 opnieuw een proces-verbaal opgemaakt, waarin is opgenomen dat de deurwaarder acht webpagina’s van de website van de [bedrijf] heeft bekeken en van het product dat daarop (op een foto) verscheen een schermpint heeft gemaakt.

3 Het geschil

3.1.

Lifemaxx vordert dat de voorzieningenrechter

I. [bedrijf] en haar vennoten beveelt om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden iedere directe en indirecte inbreuk op de auteursrechten van Lifemaxx op alle foto’s en het openbaar maken en/of verveelvoudigen van deze werken, op welke wijze dan ook, te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden,

II. [bedrijf] en haar vennoten beveelt om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis het maken van inbreuk op de merkenrechten van Lifemaxx, waaronder maar niet uitsluitend het merk te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden,

III. [bedrijf] en haar vennoten beveelt om met onmiddelijke ingang na betekening van dit vonnis te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden ieder ieder onrechtmatig handelen jegens Lifemaxx,

IV. [bedrijf] en haar vennoten beveelt om binnen vijf (5) werkdagen na betekening van dit vonnis alle door of vanwege [bedrijf] en haar vennoten gehouden kopieën af te geven aan het kantooradres van de advocaat van Lifemaxx, waarvan het adres als volgt luidt: mr. Bunders, postbus 75401, 1070 AK Amsterdam,

V. [bedrijf] en haar vennoten beveelt om binnen vijf (5) werkdagen na betekening van dit vonnis, onder overlegging van alle onderliggende bewijsstukken (zoals een afschrift van alle overeenkomsten, facturen e.d.) aan de advocaat van Lifemaxx (mr. Bunders, postbus 75401, 1070 AK Amsterdam) ten behoeve van Lifemaxx te doen toekomen een door een registeraccountant, niet zijnde de huisaccountant, gecontroleerde en gewaarmerkte opgave van de volgende informatie:

a. de aantalllen kopieën, gerangschikt per kopie, die [bedrijf] en haar vennoten op de website danwel anderszins openbaar hebben gemaakt, althans verveelvuldigd,

b. de namen, adressen en overige contactgegevens van de partijen van wie [bedrijf] en haar vennoten de kopieën hebben verkregen, op welke wijze ook, zulks gerangschikt per vorenbedoelde partij,

c. de aantallen van de door of in opdracht van [bedrijf] en haar vennoten via de website of anderszins aangeboden producten, die door [bedrijf] en haar vennoten zijn aangeprezen met de kopieën,

d. de afnemers van [bedrijf] en haar vennoten, voor zover zij deze producten bij [bedrijf] en haar vennoten hebben betrokken die werden aangeboden met gebruikmaking van de kopieën, zulks gerangschikt per afnemer, onder overlegging van een afschrift van de daarop betrekking hebbende facturen en onder mededeling van adres(sen), e-mailadres(sen), telefoon- en telefaxnummer(s),

e. de met de verkoop van de producten, die zijn aangeprezen met de kopieën, behaalde omzet en winst,

VI. bepaalt dat [bedrijf] en haar vennoten, ieder hoofdelijk, voor iedere dag dat [bedrijf] en haar vennoten in strijd handelen met het onder I. tot en met V. bepaalde aan Lifemaxx een dwangsom verbeuren van € 1.500,00 met een maximum van

€ 200.000,00,

VII. [bedrijf] en haar vennoten ieder hoofdelijk veroordeelt, des dat één betalend de anderen zullen zijn gekweten, tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding van € 55.125,00 aan Lifemaxx,

VIII. [bedrijf] en haar vennoten ieder hoofdelijk veroordeelt in de kosten van dit geding, bestaande uit de volledige, feitelijke door Lifemaxx gemaakte kosten en verschotten, dan wel een ander door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag ter vergoeding van de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die Lifemaxx heeft gemaakt, en

IX. [bedrijf] en haar vennoten veroordeelt in de nakosten, conform het liquidatietarief begroot op € 131,00 dan wel in het geval van betekening op € 199,00.

3.2.

Lifemaxx legt kort gezegd aan haar vorderingen ten grondslag dat [bedrijf] en haar vennoten met het gebruik van de in opdracht van Lifemaxx vervaardigde foto’s van de producten van Lifemaxx op de website van [bedrijf] inbreuk maakt op het auteursrecht van Lifemaxx op die foto’s. Daarnaast maken [bedrijf] en haar vennoten inbreuk op het merkrecht van Lifemaxx door zonder toestemming van Lifemaxx gebruik te maken van een teken dat gelijk is aan het merk ‘Lifemaxx’ voor dezelfde producten als die waarvoor het merk van Lifemaxx is ingeschreven. Lifemaxx lijdt hierdoor schade en vordert die, alsook dat er een einde wordt gemaakt aan dit onrechtmatig handelen en dat [bedrijf] opgave doet van informatie over het gebruik van de foto’s van Lifemaxx.

3.3.

[bedrijf] en haar vennoten voeren verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Met de aard van het onder I. tot en met VI. gevorderde en het daaraan ten grondslag gelegde acht de voorzieningenrechter het spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen gegeven. Lifemaxx beoogt immers met haar vorderingen de beëindiging van een in haar visie voortdurende onrechtmatige toestand.

4.2.

De bevoegdheid van de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland om kennis te nemen van de vorderingen van Lifemaxx is niet in geschil. Voor zover de bevoegdheid ten aanzien van de op de Beneluxmerken gebaseerde vordering(en) ambtshalve dient te worden vastgesteld aan de hand van het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (BVIE) volgt de bevoegdheid van de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland uit het feit dat de gestelde merkinbreuk plaatsvindt op een website die mede toegankelijk is in het arrondissement van deze rechtbank.

4.3.

Het meest verstrekkende verweer dat [bedrijf] en haar vennoten hebben gevoerd, is dat aan de in opdracht van Lifemaxx gemaakte foto’s (zoals deze in de dagvaarding zijn beschreven en waarvan zich afbeeldingen bevinden bij de producties) geen auteursrechtelijke bescherming toekomt.

4.4.

Wil een foto auteursrechtelijk beschermd zijn in de zin van artikel 10, lid 1 sub 9 van de Auteurswet (Aw) dan moet zij als “werk” in de zin van die wet zijn aan te merken. Zij moet dan een voortbrengsel zijn dat de zintuiglijk waarneembare belichaming vormt van een geestelijke schepping die een eigen oorspronkelijk karakter bezit en het persoonlijk stempel van de maker draagt. Niet het technische kunnen van de fotograaf is beslissend, maar de creativiteit die zich in het resultaat van het hanteren van de techniek uit. Een foto kan het eigen persoonlijk karakter ontlenen aan onder meer de keuzes met betrekking tot het te fotograferen object, de keuze van de toegepaste technieken, de belichting daaronder begrepen en de wijze waarop die technieken worden toegepast.

4.5.

Lifemaxx heeft aangevoerd dat bij het maken van de foto’s van de fitnessproducten subjectieve keuzes zijn gemaakt door de fotografen met betrekking tot de eenvormige wijze van belichting (vanuit de linker- en rechterzijde belicht) en de geringe schaduwvorming die daardoor ontstaat, de hoek waaronder gefotografeerd is (tussen 20 en 70 graden), de positionering van de producten tegen een witte achtergrond (waardoor de producten een zelfde kleurstelling hebben die afsteekt tegen die achtergrond) en het scherp en volledig in kleur in beeld brengen van de producten (en dus niet fotograferen met scherpte diepte). Ter onderbouwing hiervan heeft Lifemaxx twee verklaringen van door haar ingeschakelde fotografen van respectievelijk 21 en 23 oktober 2015 overgelegd.

4.6.

Vastgesteld kan worden dat als gevolg van deze door Lifemaxx, althans van de door haar ingeschakelde fotografen, gemaakte keuzes bij het maken van de foto’s een duidelijke en herkenbare lijn ontstaat. De onder 4.5. genoemde subjectieve keuzes hebben erin geresulteerd dat voldoende aannemelijk is geworden dat de foto’s een eigen oorspronkelijk karakter hebben en een persoonlijk stempel van de maker dragen. Dat dit anders zou zijn is onvoldoende gemotiveerd uiteengezet. De foto’s van Lifemaxx omvatten dan ook meer dan een uitsluitend technische weergave van gefotografeerde objecten en zijn daarom aan te merken als auteursrechtelijk beschermde werken in de zin van artikel 10 Aw.

4.7.

De vraag is vervolgens of [bedrijf] gebruik heeft gemaakt van foto’s van Lifemaxx.

Lifemaxx heeft als productie 3 foto’s van de fitnessapparatuur die zij (onder meer op haar website) te koop aanbiedt overgelegd. Niet gemotiveerd betwist is dat die foto’s in opdracht van Lifemaxx zijn vervaardigd. Als productie 6 heeft Lifemaxx een op 16 juli 2015 opgemaakt proces-verbaal overgelegd, waarin is opgenomen dat de door haar ingeschakelde deurwaarder 24 webpagina’s van de website van de [bedrijf] heeft bekeken en van de foto van het product die daarop steeds verscheen, alsook van de vergrote weergave van de foto van het product, een schermprint heeft gemaakt, met daarbij gevoegd die schermprints. Indien de door Lifemaxx als productie 6 en ook de als productie 7 en 8 overgelegde schermprints van de website van Lifemaxx worden vergeleken met de schermprints van de website van [bedrijf] (zie diezelfde producties 7 en 8) kan worden vastgesteld dat de op de foto’s getoonde voorwerpen (fitnessproducten) steeds op eenzelfde manier zijn afgebeeld. [vennoot 2] heeft in dat verband verklaard dat zijn vennootschap PI Sports in het verleden fitnessproducten van Lifemaxx verkocht en dat PI Sports daartoe altijd de foto’s van Lifemaxx gebruikte. Dit is grond voor de veronderstelling dat de in opdracht van Lifemaxx vervaardigde foto’s die eerder gedurende de samenwerking tussen Lifemaxx en PI Sports door PI Sports werden gebruikt, ook nadien door [bedrijf] zijn/werden gebruikt. Of de foto’s waar het hier om gaat ook allemaal afkomstig zijn van Lifemaxx dient nader te worden onderzocht. Voldoende aannemelijk is dat een (groot) aantal van de op de schermprints afgebeelde foto’s in opdracht van Lifemaxx zijn vervaardigd en dus door [bedrijf] zijn gebruikt.

Bovendien heeft [vennoot 1] ter zitting verklaard dat de foto’s van Lifemaxx na 31 juli 2015 van de website van [bedrijf] zijn verwijderd. Hiermee is voldoende aannemelijk geworden dat [bedrijf] tot en met juli 2015 gebruik heeft gemaakt van foto’s van Lifemaxx. De stelling van [bedrijf] en haar vennoten dat dat nadien niet meer is gebeurd, kan overigens niet worden gevolgd, nu dit niet strookt met hetgeen door de door Lifemaxx ingeschakelde deurwaarder is opgenomen in het proces-verbaal van constatering van 14 oktober 2015. In dat proces-verbaal heeft de deurwaarder immers een aantal webpagina’s van [bedrijf] weergegeven, waarop foto’s worden getoond waarvan aannemelijk is dat die afkomstig zijn van Lifemaxx.

4.8.

[bedrijf] en haar vennoten hebben voorts betoogd dat zij toestemming hadden om de foto’s van Lifemaxx op de website van [bedrijf] te plaatsen, omdat [bedrijf] , en daarvoor PI Sports, de producten van Lifemaxx via de website van [bedrijf] verkocht. Ten aanzien daarvan overweegt de voorzieningenrechter dat wat er ook zij van de vraag of door Lifemaxx toestemming aan [bedrijf] zou zijn verleend om de foto’s te gebruiken voor de verkoop van Lifemaxx producten, ter zitting is komen vast te staan ( [vennoot 1] heeft dat desgevraagd verklaard) dat [bedrijf] de producten van Lifemaxx vanaf begin 2015 niet meer heeft verkocht. Bovendien heeft [vennoot 2] tijdens een telefonisch overleg in februari 2015 met de heer Doolhof te kennen gegeven dat [bedrijf] de fitnessproducten rechtstreeks uit China zou gaan betrekken. Dit laat geen andere conclusie toe dan dat [bedrijf] foto’s van fitnessproducten van Lifemaxx heeft gebruikt om andere dan de producten van Lifemaxx te verkopen – hetgeen ook overigens volgt uit de omstandigheid dat op enkele foto’s het merk “Lifemaxx” onzichtbaar is geprobeerd te maken – waarvoor zij geen toestemming van Lifemaxx had. Dat de in het verleden gegeven toestemming van Lifemaxx om haar foto’s te gebruiken voor de verkoop van fitnessartikelen door [bedrijf] op haar website nog steeds zou gelden, ook indien niet langer de producten van Lifemaxx door [bedrijf] op haar website werden verkocht, is niet aannemelijk.

4.9.

Dit betekent dat [bedrijf] en haar vennoten door zonder toestemming foto’s van Lifemaxx te gebruiken inbreuk hebben gemaakt op haar auteursrecht en dat deze inbreuk ook na 31 juli 2015 heeft voortgeduurd, nu de deurwaarder heeft geconstateerd dat er op 14 oktober 2015 nog steeds foto’s van Lifemaxx op de website van [bedrijf] werden gebruikt.

4.10.

De vordering onder I. (bevel tot staking van het maken van inbreuk op de auteursrechten op foto’s van Lifemaxx) ligt dan ook voor toewijzing gereed. Lifemaxx heeft ook belang bij toewijzing van die vordering, nu niet geheel uitgesloten kan worden dat [bedrijf] opnieuw foto’s van Lifemaxx op haar website zal plaatsen.

4.11.

Onder II. vordert Lifemaxx een bevel tot staking van het maken van inbreuk op haar merkenrechten. Op 1 januari 2010 heeft Lifemaxx het woordmerk “Lifemaxx” in het merkenregister van het BBIE ingeschreven en op 12 november 2012 het beeldmerk:

.

Lifemaxx kan zich op grond van artikel 2.20 lid 1 sub a BVIE verzetten tegen het gebruik van een teken dat gelijk is aan haar merk en in het economisch verkeer wordt gebruikt voor identieke waren als waarvoor haar merk is ingeschreven. Zoals hiervoor reeds is overwogen heeft [bedrijf] foto’s van Lifemaxx gebruikt voor de verkoop van fitnessproducten op haar website. Als productie 8 heeft Lifemaxx een aantal schermprints overgelegd van de website van [bedrijf] waarop foto’s zijn weergegeven van fitnessproducten met daarop het woordmerk “Lifemaxx”. Voor het gebruik van die foto’s met dat woordmerk ontbrak de toestemming van Lifemaxx. Gesteld noch gebleken is dat het beeldmerk

ook op de door [bedrijf] gebruikte foto’s is weergegeven of dat [bedrijf] dat beeldmerk anderszins heeft gebruikt. Nu in ieder geval vast staat dat het woordmerk “Lifemaxx” van Lifemaxx herhaaldelijk is gebruikt om producten van [bedrijf] op haar website te verkopen, ligt het onder II. gevorderde in zoverre voor toewijzing gereed.

4.12.

Ten aanzien van de vordering onder III. wordt overwogen dat – naast hetgeen reeds onder I. en II. wordt toegewezen – onvoldoende gespecificeerd is wat het onrechtmatig handelen verder dan wel anderzins zou behelzen. Dit betrekkelijk onbepaalde verbod zal dan ook worden afgewezen.

4.13.

Onder IV. vordert Lifemaxx afgifte van kopieën van de door [bedrijf] gebruikte foto’s van Lifemaxx. Lifemaxx wil met deze vordering kennelijk bewerkstelligen dat [bedrijf] niet langer over kopieën van de foto’s kan beschikken om deze op haar website te gebruiken. Allereerst is gesteld noch gebleken dat [bedrijf] beschikt over kopieën op papier of anderszins in een vorm die zich voor afgifte leent. Voor zover de vordering ziet op digitale kopieën geldt dat deze niet langer bestaan indien zij (zorgvuldig) worden gewist/gedeletet. Het afgeven ervan leidt niet tot dat resultaat. Gelet op het voorgaande bestaat er dan ook geen grond voor toewijzing van deze vordering.

4.14.

De vordering onder V. (opgave doen van informatie over het gebruik van de foto’s van Lifemaxx) is niet weersproken en zal dus worden toegewezen.

4.15.

De voorzieningenrechter ziet aanleiding een dwangsom op te leggen voor het geval [bedrijf] en haar vennoten zich niet houden aan de hiervoor genoemde toegewezen bevelen. Deze dwangsom zal uit oogpunt van proportionaliteit worden gematigd en gemaximeerd als na te melden.

4.16.

Lifemaxx heeft tot slot een voorschot op schadevergoeding gevorderd. Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van Lifemaxx op [bedrijf] en haar vennoten voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening. Daarbij dient tevens in aanmerking te worden genomen dat het in kort gedingzaken betreffende een onrechtmatige daad wegens inbreuk op een merkenrecht en/of auteursrecht in de eerste plaats gaat om het toeroepen van een halt aan de onrechtmatige situatie, waartoe een verbod in de regel toereikend zal zijn.

4.17.

Vast staat dat [bedrijf] foto’s van Lifemaxx heeft gebruikt en daarmee inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van Lifemaxx dat daarop rust. Welke omvang die inbreuk heeft, kan in het bestek van dit kort geding niet met een voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld. Allereerst kan thans niet worden geverifieerd of alle door [bedrijf] gebruikte foto’s van Lifemaxx afkomstig zijn, zodat onduidelijk is om hoeveel inbreukmakende foto’s het precies gaat. Daarnaast geldt dat onduidelijk is hoe lang iedere foto van Lifemaxx is gebruikt op de website van [bedrijf] . Bij die stand van zaken voert het te ver om thans het gevorderde bedrag van ruim € 55.000,00 reeds toe te wijzen, nog daargelaten dat niet blijkt dat Lifemaxx een spoedeisend belang bij deze geldvordering heeft. Indien Lifemaxx beschikt over de onder V. gevorderde informatie zal in een nog aanhangig te maken bodemprocedure de (exacte) hoogte van schadevergoeding nader kunnen worden bepaald.

4.18.

Het voorgaande leidt er dus toe dat de vorderingen onder I., II., V. en VI. worden toegewezen, zoals hierna volgt, en dat de vorderingen onder III., IV. en VII. worden afgewezen.

4.19.

Lifemaxx heeft op grond van artikel 1019h Rv aanspraak gemaakt op vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte proceskosten. Nu hiertegen geen (inhoudelijk) verweer is gevoerd, zal de voorzieningenrechter deze vordering toewijzen. De kosten aan de zijde van Lifemaxx worden derhalve begroot op:

- dagvaarding € 88,84

- griffierecht 1.909,00

- salaris advocaat 13.196,67

Totaal € 15.194,51

4.20.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

beveelt [bedrijf] en haar vennoten om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden iedere directe en indirecte inbreuk op de auteursrechten van Lifemaxx op haar foto’s zoals die in productie

3 van Lifemaxx zijn weergegeven en het openbaar maken en/of verveelvoudigen van die foto’s, op welke wijze dan ook, te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden,

5.2.

beveelt [bedrijf] en haar vennoten om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis het maken van inbreuk op het merkenrecht van Lifemaxx, te weten het merk “Lifemaxx”, te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden,

5.3.

beveelt [bedrijf] en haar vennoten om binnen tien werkdagen na betekening van dit vonnis, onder overlegging van alle onderliggende bewijsstukken (zoals een afschrift van alle overeenkomsten, facturen e.d.) aan de advocaat van Lifemaxx (mr. Bunders, postbus 75401, 1070 AK Amsterdam) ten behoeve van Lifemaxx te doen toekomen een door een registeraccountant, niet zijnde de huisaccountant van [bedrijf] , gecontroleerde en gewaarmerkte opgave van de volgende informatie:

a. de aantalllen kopieën, gerangschikt per kopie, die [bedrijf] en haar vennoten op de website danwel anderszins openbaar hebben gemaakt, althans verveelvuldigd,

b. de namen, adressen en overige contactgegevens van de partijen van wie [bedrijf] en haar vennoten de kopieën hebben verkregen, op welke wijze ook, zulks gerangschikt per vorenbedoelde partij,

c. de aantallen van de door of in opdracht van [bedrijf] en haar vennoten via de website of anderszins aangeboden producten, die door [bedrijf] en haar vennoten zijn aangeprezen met de kopieën,

d. de afnemers van [bedrijf] en haar vennoten, voor zover zij deze producten bij [bedrijf] en haar vennoten hebben betrokken die werden aangeboden met gebruikmaking van de kopieën, zulks gerangschikt per afnemer, onder overlegging van een afschrift van de daarop betrekking hebbende facturen en onder mededeling van adres(sen), e-mailadres(sen), telefoon- en telefaxnummer(s),

e. de met de verkoop van de producten, die zijn aangeprezen met de kopieën, behaalde omzet en winst,

5.4.

veroordeelt [bedrijf] en haar vennoten hoofdelijk om aan Lifemaxx een dwangsom te betalen van € 1.000,00 voor iedere dag dat zij niet aan de in 5.1. en/of 5.2. en/of 5.3. uitgesproken hoofdveroordeling(en) voldoen, tot een maximum van € 150.000,00 is bereikt,

5.5.

veroordeelt [bedrijf] in de proceskosten, aan de zijde van Lifemaxx tot op heden begroot op € 15.194,51,

5.6.

veroordeelt [bedrijf] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [bedrijf] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.7.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. B.J.M. Vermulst op 10 november 2015.