Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:7721

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
18-11-2015
Datum publicatie
11-12-2015
Zaaknummer
284496
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Openbare Europese aanbestedingsprocedure voor openbaar vervoer op afroep in Gelderland. Vordering tot schadevergoeding (gederfde winst) op grond van onrechtmatige daad. Provincie zou onrechtmatig hebben gehandeld door in strijd met haar eigen beoordelingssystematiek aan onderdelen van de inschrijving van een derde partij het maximale aantal punten toe te kennen en de opdracht vervolgens aan die derde te gunnen. De formele verweren, o.a. tegen de tijdigheid van de vordering, falen. De aanbestedende dienst heeft een ruime beoordelingsvrijheid bij de beoordeling van de inschrijving en daarbij is enige mate van subjectiviteit onvermijdelijk. De rechter kan de beoordeling door de aanbestedende dienst slechts marginaal toetsen. Geen sprake van evident onjuiste beoordeling door de aanbestedende dienst. Vorderingen afgewezen.

Wetsverwijzingen
Aanbestedingswet 2012
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2016/266
JAAN 2016/17
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/284496 / HA ZA 15-328

Vonnis van 18 november 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MUNCKHOF TAXI B.V.,

gevestigd te Horst, gemeente Horst aan de Maas,

eiseres,

advocaat mr. M.G.G. van Nisselroij te Venlo,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

PROVINCIE GELDERLAND,

zetelend te Arnhem,

gedaagde,

advocaat mr. R.D. Harteman te Breda.

Partijen zullen hierna Munckhof en de Provincie genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 5 augustus 2015

- het verkort proces-verbaal van comparitie van 8 oktober 2015.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De Provincie heeft een openbare Europese aanbestedingsprocedure gehouden voor openbaar vervoer op afroep in Gelderland (Aanbesteding Regiotaxi Gelderland 2015-2016 Vervoer, Contractperiode juli 2015 t/m december 2016). Daarbij is Gelderland ingedeeld in vijf vervoerspercelen, waaronder het perceel Achterhoek.

2.2.

In het Bestek voor de aanbesteding is onder meer vermeld:

B.1.10 Voornemen tot gunning

Indien en nadat het voornemen tot gunning door Gedeputeerde Staten van Gelderland is

genomen, wordt aan alle inschrijvers schriftelijk bekend gemaakt aan welke inschrijver het

voornemen is om de opdracht te gunnen.

Tegelijk met het bekendmaken van het gunningsvoornemen aan degene(n) met wie de

overeenkomsten gesloten worden, zullen de afgewezen inschrijvers van deze beslissingen in kennis worden gesteld. Zij ontvangen daarvoor een email met een motivering voor de reden van de afwijzing, de verschillen ten opzichte van de uitgekozen inschrijving en de naam van de begunstigde.

(…)

B.1.11 Geschillenregeling en gunning

Een inschrijver die zich niet kan vinden in het voornemen tot gunnen, dient binnen 20 dagen na het voornemen tot gunning een dagvaarding ten behoeve van een voorlopige voorziening (kort geding) bij de civiele rechter te Arnhem uit te laten brengen, bij gebreke waarvan de inschrijver niet-ontvankelijk zal zijn in zijn vorderingen, behoudens de hierna vermelde uitzondering.

Na het verstrijken van de termijn van 20 dagen kan enkel nog een vordering tot schadevergoeding worden ingesteld. Dit dient te geschieden binnen twee maanden na definitieve gunning. Het ongebruikt laten verstrijken van deze termijn zal worden uitgelegd als het afzien van het recht om schadevergoeding te vorderen.

(…)

B.2.3. STAP 3: Beoordelen van de gunningscriteria

Alle inschrijvingen die voldoen aan de stappen 1 en 2 worden beoordeeld op de gunningscriteria.

beoordeling kwaliteit

Voor de beoordeling van de twee subgunningscriteria (implementatieplan en plan van aanpak uitvoering) wordt een deskundige beoordelingscommissie geformeerd, die bestaat uit een onafhankelijke voorzitter en minimaal vijf leden.(…)

(…)

beoordeling prijs

Op basis van de formule in paragraaf B.5.2 wordt het puntenaantal per inschrijver vastgesteld. (…)

(…)

B.2.4 STAP 4: Totaal beoordeling en gunning

Gunning vindt plaats aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving. (…)

Bij een gelijke totaalscore geeft de laagste prijs de doorslag, dus de inschrijving met de laagste prijs is dan de economisch meest voordelige inschrijving. (…)

(…)

B.5.1 Gunningscriteria

Nadat uit de inschrijving is gebleken dat er geen uitsluitingsgronden van toepassing zijn, de inschrijver voldoet aan de gestelde geschiktheidseisen en hetgeen is opgenomen in de aanbestedingsdocumenten zal de inschrijving verder beoordeeld worden. (…) Voor elke (sub)gunningscriterium worden punten toegekend. De som van de behaalde punten is de totaalscore van de inschrijving op het desbetreffende perceel.

Criterium Sub criterium Maximale score/weging

Prijs Zonetarief 750

Waarborg kwaliteit,

communicatie en Implementatie 50

klantgerichtheid Uitvoeringsfase 200

Totaal 1000

(…)

B.5.3 Waarborgen kwaliteit, communicatie en klantgerichtheid

Voor het onderdeel waarborgen kwaliteit, communicatie en klantgerichtheid zijn maximaal 250 punten te behalen. De score wordt bepaald aan de hand van de door de inschrijver ingediende plannen (Implementatieplan 50 punten en Plan van aanpak uitvoeringsfase 200 punten). (…)

B.5.4 Implementatiefase

De inschrijver dient een implementatieplan (…) in, ter beoordeling van de beoordelingscommissie (…).

De aanbestedende dienst meet de waarborgen en kwaliteit die inschrijvers kunnen bieden af aan de volgende zaken:

 Risicoanalyse en beheersmaatregelen: de door de inschrijver verwoorde risicoanalyse van de implementatiefase. Hieruit moet blijken dat de inschrijver de ook niet voor de hand liggende risico’s (voor zichzelf en de Opdrachtgever) onderkent en effectieve beheersmaatregelen treft.

 Communicatieproces en datacommunicatiesystemen: de mate waarin en de wijze waarop het communicatieproces en de datacommunicatiesystemen (met het Regiecentrum, eventuele onderaannemers en de Opdrachtgever) voorafgaande aan de start van het vervoer worden ingeregeld en geborgd.

 Juiste en tijdige implementatie: de mate waarin en wijze waarop relevante toegevoegde waarde ten aanzien van het goed en met name tijdig doorlopen van de noodzakelijke stappen in de implementatiefase wordt aangeboden door middel van concrete statements over de inzet c.q. activiteiten die de inschrijver uitvoert.

De score op het sub criterium implementatiefase wordt als volgt bepaald:

Uitleg Score

Er zijn geen of geen relevante voorstellen voor het extra waarborgen van 0 punten

de kwaliteit van de implementatieperiode ingediend.

Enkele punten zijn beantwoord en/of enkele relevante voorstellen zijn 10 punten

gedaan voor het extra waarborgen van de kwaliteit van de implementatie-

periode die meerwaarde hebben in de context van deze aanbesteding.

Het merendeel van de punten is beantwoord en biedt relevante en/of 25 punten

concrete voorstellen voor het extra waarborgen van de kwaliteit van de

implementatie-periode die meerwaarde hebben in de context van deze

aanbesteding.

Alle punten zijn beantwoord, maar bieden niet allemaal relevante en/of 40 punten

concrete voorstellen voor het extra waarborgen van de kwaliteit van de

implementatieperiode die meerwaarde hebben in de context van deze

aanbesteding.

Alle punten zijn volledig beantwoord en bieden allemaal relevante en 50 punten

concrete voorstellen voor het extra waarborgen van de kwaliteit van de

implementatieperiode die meerwaarde hebben in de context van deze

aanbesteding.

B.5.5 Uitvoeringsfase

De inschrijver dient een plan van aanpak voor de uitvoeringsfase (…) in, ter beoordeling van de beoordelingscommissie (…).De opdrachtgever waardeert een plan van aanpak hoger dat, naast waarborgen die ten aanzien van de kwaliteit en klantgerichtheid zoals opgenomen zijn in het programma van eisen, oplossingen aanbiedt die de kwaliteit, communicatie en klantgerichtheid verbeteren. De aanbestedende dienst meet de extra kwaliteit en klantgerichtheid die de inschrijver biedt af aan de mate waarin en de wijze waarop:

 Interne toetsing: er bij de Opdrachtnemer intern toetsing op kwaliteit en klantgerichtheid van de diensten die specifiek worden uitgevoerd door Regio taxi Gelderland plaatsvindt;

 Verbeterend vermogen:

° navolging wordt gegeven aan de resultaten van klachtenmelding en de klachten

van veel-klagers alsmede klanttevredenheidsonderzoeken;

° de inschrijver zorgt dat klachten over een rit en/of bejegening door de chauffeur

worden voorkomen en de wijze waarop de inschrijver na een gegronde klacht met

interne maatregelen herhaling in de toekomst tracht te voorkomen. In ieder geval

dient de inschrijver hierin loosritten te betrekken;

° de inschrijver zorgt voor een persoonlijke benadering in de klachtenafhandeling

zodat de reiziger zich erkend voelt;

 Lerend vermogen: wordt gewaarborgd dat klachten en ontevredenheid in de toekomst worden voorkomen c.q. de dienstverlening wordt afgestemd op de verwachtingen van de klant en vice versa;

 Continuïteit bij calamiteiten: de continuïteit van het vervoer en de dataregistratie is geborgd in geval van calamiteiten (stroomstoring, uitval centrale, storing in de data uitwisseling met het callcenter, storing in de data-uitwisseling met voertuigen e.d.).

De score op het sub criterium uitvoeringsfase wordt als volgt bepaald:

Uitleg Score

Er zijn geen of geen relevante voorstellen voor het extra waarborgen van 0 punten

de kwaliteit van de uitvoeringsfase.

Enkele punten zijn beantwoord en/of enkele relevante voorstellen zijn gedaan 25 punten

voor het extra waarborgen van de kwaliteit van de uitvoeringsfase die

meerwaarde hebben in de context van deze aanbesteding.

Het merendeel van de punten is beantwoord en biedt relevante voorstellen 75 punten

voor het extra waarborgen van de kwaliteit van de uitvoeringsfase die

meerwaarde hebben in de context van deze aanbesteding.

Alle punten zijn beantwoord, maar bieden niet allemaal relevante voorstellen 125 punten

voor het extra waarborgen van de kwaliteit van de uitvoeringsfase die

meerwaarde hebben in de context van deze aanbesteding.

Alle punten zijn volledig beantwoord en bieden allemaal relevante voorstellen 200 punten

voor het extra waarborgen van de kwaliteit van de uitvoeringsfase die

meerwaarde hebben in de context van deze aanbesteding.

(…)

2.3.

Onder meer Munckhof en Noot Touringcar Ede B.V. (Noot Touringcar) hebben ingeschreven voor gunning van perceel Achterhoek. Bij brief van 4 februari 2015 heeft de Provincie aan Munckhof medegedeeld dat zij voornemens is de opdracht met betrekking tot perceel Achterhoek te gunnen aan Noot Touringcar. Bij de brief was de navolgende scoretabel gevoegd met betrekking tot perceel Achterhoek.

Criterium

Subcriterium

Maximale score

Score

Winnaar

Score

Munckhof

Prijs

Zonetarief

750

668,55

750

Waarborgen kwaliteit, communicatie en klantgerichtheid

Implementatie

50

50

25

Uitvoeringsfase

200

200

125

Totaal

1000

918,55

900

2.4.

Voorts was bijgevoegd het proces-verbaal van beoordeling van de beoordelingscommissie, dat onder meer vermeldt:

Noot Touringcar Ede B.V.

Noot Touringcar Ede B.V. en de Combinatie Noot Touringcar Ede B.V. en TCR B.V. hebben op een

beperkt aantal onderdelen ongelijke plannen per perceel ingediend. Onderstaande bevindingen gelden voor alle percelen. Indien een bevinding toch betrekking heeft op een specifiek perceel dan is dit aangegeven.

Het beoordelingsteam heeft de Implementatie beoordeeld met een score van 50 punten. Alle punten zijn volledig beantwoord en bieden allemaal relevante en concrete voorstellen voor het extra waarborgen van de kwaliteit van de implementatieperiode die meerwaarde hebben in de context van deze aanbesteding. Dit oordeel is gebaseerd op de volgende constateringen.

Onderdeel ‘Risicoanalyse en beheersmaatregelen’

De volgende factoren worden als positief beoordeeld:

• Complete risicoanalyse voor zowel opdrachtgever als opdrachtnemer. Uitgebreide beschrijving van alle mogelijke en ook minder voor de hand liggende risico’s.

• In het algemeen zijn de beheersmaatregelen effectief.

• Inschrijver geeft er blijk van oog te hebben voor politieke ontwikkelingen en financiële risico’s.

• Duidelijke beschrijving van een effectieve projectorganisatie met vaste contactpersonen.

• Positief punt dat inschrijver een risicomanager in dienst heeft (NB: uit de inschrijving komt de rol van deze risicomanager in de implementatiefase minder tot uiting).

• 100% van de huidige chauffeurs krijgt een baanaanbod.

• Er zijn al voorzorgsmaatregelen getroffen zoals reserveringen, controles, vestigingen, vervanging.

De volgende factoren worden als minder positief of niet-positief beoordeeld, Hoewel deze factoren niet hebben geleid tot puntenaftrek wenst het beoordelingsteam deze toch te vermelden:

• Niet alle benoemde risico’s blijken ook daadwerkelijk risico’s te zijn omdat vooronderzoek dat al heeft aangetoond, bijvoorbeeld de beschrijving: “infrastructuur plancentrale is onvoldoende”.

Onderdeel ‘Communicatieproces en datacommunicatie-systemen’

De volgende factoren worden als positief beoordeeld:

• Complete en overzichtelijke beschrijving van communicatie naar alle betrokken personen en

organisaties. Inschrijver benoemt eerst 5 communicatiedoelstellingen, voordat het proces beschreven wordt. Communicatieproces met de drie partijen worden helder en duidelijk benoemd, er wordt maandelijks gerapporteerd. Aanbieder geeft het calamiteitenprotocol een duidelijke plek in de implementatie. Ritspreiding wordt al voorbereid in de implementatiefase. Er zijn voldoende overlegmomenten met opdrachtgever.

• Extra communicatieschema naar interne en externe belanghebbenden laat zien dat inschrijver de

communicatie breder trekt dan alleen met opdrachtgever en het regiecentrum.

• Communicatiesystemen callcenter en provincie zijn al bekend en gelijk aan die van inschrijver.

Dubbele lijnen voor zowel telefonie als ook datacommunicatie met callcenter en Opdrachtgever.

Vervroegde wekelijkse proefboekingen tussen februari en half april en half april een generale repetitie.

Reeds bestaande koppelingen met systemen. Dataverlies bij storing is uitgesloten doordat data in BCT wordt opgeslagen totdat deze alsnog verzonden kan worden.

• Er wordt gebruik gemaakt van een implementatiewebsite waarop opdrachtgever de voortgang van de implementatie kan volgen.

De volgende factoren worden als minder positief of niet-positief beoordeeld:

• Geen.

Onderdeel ‘Juiste en tijdige implementatie’

De volgende factoren worden als positief beoordeeld:

• Er zijn voldoende waarborgen voor een juiste en tijdige implementatie.

• Er is een gedetailleerde en ordelijke planning van alle processen.

• Meeste processen zijn eind mei al afgerond, dus ruim voor startdatum.

• Er zijn drie kritische tijdspaden benoemd. Voor alle drie de paden worden concrete statements

genoemd. Er wordt een divers projectteam samengesteld. Voor dit team komt een kick-off

bijeenkomst.

• Vier weken voor de start ontvangt de opdrachtgever een smoelenboek met de gegevens van de

chauffeurs en een taxiboek voor de gegevens van de voertuigen.

• Het projectteam blijft nog twee maanden na startdatum functioneren voor oplossen kinderziektes.

• Bij de werving van personeel is er aandacht voor kunnen verstaan van dialect.

• Tijdige beschikbaarheid van materieel is voldoende geborgd.

• Met de eigen opleidingsfaciliteit wordt een tijdige opleiding van de medewerkers geborgd.

• Er is een interne kwaliteitscontroleur die controleert op het voldoen aan de bestekseisen en wat

aangeboden is in de inschrijving.

De volgende factoren worden als minder positief of niet-positief beoordeeld:

• Geen.

Het beoordelingsteam heeft de Uitvoeringsfase beoordeeld met een score van 200 punten. Alle punten zijn volledig beantwoord en bieden allemaal relevante voorstellen voor het extra waarborgen van de kwaliteit van de uitvoeringsfase die meerwaarde hebben in de context van deze aanbesteding. Dit oordeel is gebaseerd op de volgende constateringen.

Onderdeel ‘Interne toetsing’

De volgende factoren worden als positief beoordeeld:

• Uitgebreide beschrijving van interne toetsing van kwaliteit, communicatie en klantgerichtheid met

prestatie-indicatoren via PDCA-systematiek. Drie kwaliteitsmanagementsystemen aanwezig: ISO

9001:2008, ISO 14001 en TX. Jaarlijks vinden er interne en externe audits plaats.

• Contractbeheersysteem voor RTG inclusief kwaliteitseisen en service-levels waarvoor een

contractbeheerder wordt benoemd.

• Groot aantal maatregelen/initiatieven ten behoeve van klantgerichtheid zoals: 10-minuten marges

aanhouden, hanteren van aparte planning voor evenementen, aanbieden van ‘De goed op weg app’

voor reizigers, dagelijks uitvoeren van eigen klanttevredenheidsonderzoek onder 10 reizigers (waarbij ruimte is voor eigen input van de reiziger).

• Inschrijver communiceert de spelregels en de prestaties via chauffeursportal. Er vindt een

mysteryguest onderzoek plaats voor controle op chauffeurs (gedrag). Deze resultaten worden met

chauffeurs besproken.

De volgende factoren worden als minder positief of niet-positief beoordeeld. Hoewel deze factoren niet hebben geleid tot puntenaftrek wenst het beoordelingsteam deze toch te vermelden:

• Inschrijver maakt onvoldoende concreet welke opvolging (Act) gegeven wordt aan constateringen in de PDCA-cyclus.

Onderdeel ‘Verbeterend vermogen’

De volgende factoren worden als positief beoordeeld:

• Inschrijver heeft een systematische aanpak in het signaleren van problemen en veelklagers, alsmede een interne structuur om verbeteringen aan te brengen. Er is een intern team dat zich met klachten en analyse van klachten en klanttevredenheidsonderzoeken bezighoudt.

• Inschrijver heeft een actieve houding in het voorkomen van klachten door opleiding van chauffeurs. Inschrijver ziet chauffeurs als de ambassadeurs van de onderneming en zorgt voor arbeidsomstandigheden die daaraan bijdragen.

• Klachtenmeldingen: vanuit het centrale klachtenregistratiesysteem wordt maandelijks een rapportage opgesteld. Naar aanleiding hiervan worden acties uitgezet volgens Plan-Do-Check-Act. Elke klager wordt twee keer gebeld; binnen acht uur na indienen van de klacht alsook na een week ten behoeve van het controleren of de klacht naar tevredenheid is afgehandeld. De afhandeling van de klacht vindt binnen 2 werkdagen plaats. Elke brief wordt gecontroleerd voordat deze wordt verzonden.

• Veelklagers: persoonlijk bezoek van de coördinator. Reiziger wordt vervolgens voor en na de rit

gebeld. Als het vervolgens goed gaat trekt de klachtcoördinator zich terug. Door veelklagers enige tijd te ‘volgen’ houdt de inschrijver een vinger aan de pols wat betreft de reizigerstevredenheid.

• Klanttevredenheidsonderzoek: acties worden uitgezet naar aanleiding van de conclusies uit

klanttevredenheidsonderzoek, maar ook naar aanleiding van zogenaamde blinde vlekken volgens Plan Do-Check-Act. Resultaten worden teruggekoppeld naar opdrachtgever en reizigerspanels.

• Bejegening: diverse opleidingen worden gevolgd. Iedere chauffeur tekent een gedragscode. Prestaties worden in kaart gebracht op chauffeursniveau. Door middel van mysteryguest onderzoeken worden chauffeursprestaties in kaart gebracht en besproken. Op basis hiervan worden verbetertrajecten ingezet en daarna opnieuw gemeten.

• Loosmeldingen van alle mogelijke kanten bezien. Geen Witte vlekken!

• Reizigers die 10 minuten of later buiten de marge worden opgehaald worden de dag erna gebeld.

Reizigers die meer dan 30 minuten hebben moeten wachten krijgen een andere compensatie.

• Verbeterplan is SMART gemaakt en daardoor effect goed te monitoren. Het effect van de

verbeterplannen wordt nog twee maanden daarna gemeten.

• Signalering op de pas bij twee klachten per kwartaal is een goede interne maatregel.

De volgende factoren worden als minder positief of niet-positief beoordeeld. Hoewel deze factoren niet hebben geleid tot puntenaftrek wenst het beoordelingsteam deze toch te vermelden:

• Inschrijver maakt onvoldoende concreet wat zij verstaat onder een veelklager.

Onderdeel ‘Lerend vermogen’

De volgende factoren worden als positief beoordeeld:

• Inschrijver maakt een goede mix met een proactieve planning, klanttevredenheidsonderzoek en

klachtenafhandeling.

• Analyse van data leidt tot verbeterplannen.

• Dienstverlening wordt afgestemd op de verwachting van de klant, zo is er bijvoorbeeld een protocol voor feestdagen en een starterspakket.

• Dagelijks vindt er een meting plaats van tevredenheid aan de hand waarvan verbeteringen worden doorgevoerd.

De volgende factoren worden als minder positief of niet-positief beoordeeld. Hoewel deze factoren niet hebben geleid tot puntenaftrek wenst het beoordelingsteam deze toch te vermelden:

• Inbedding van het lerend vermogen in de Organisatie komt naar oordeel van het beoordelingsteam minder concreet terug in de uitwerking.

Onderdeel ‘Continuïteit bij calamiteiten’

De volgende factoren worden als positief beoordeeld:

• Inschrijver heeft een duidelijk calamiteitenplan, benoemt een groot aantal potentiële calamiteiten en de rollen die alle betrokkenen hierbij hebben. Eigen ICT systeembeheerders in dienst.

Noodstroomvoorziening aanwezig. Dubbele internetverbindingen. Systemen draaien op meerdere

servers met full time mirroring.

• Naast de gevraagde onderdelen wordt ook aandacht besteed aan omgang met calamiteiten op de weg.

• Voldoende chauffeurs en voertuigen beschikbaar in geval van uitval. Binnen 20 minuten aanwezig met vervangend voertuig.

• Actieve inzet plancentrale bij problemen tijdens de rit.

De volgende factoren worden als minder positief of niet-positief beoordeeld:

• Geen.

2.5.

Munckhof heeft na de mededeling van het voornemen tot gunning geen kort geding aanhangig gemaakt.

2.6.

Een andere inschrijver op een ander perceel heeft dat wel gedaan. Het betreft Nationale Mobiliteitscentrale B.V. (NMC), die het niet eens was met het voornemen tot gunning van het perceel Stedendriehoek aan Connexxion Taxi Services B.V. (Connexxion). In dat kort geding heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank bij vonnis in kort geding van 10 april 2015 (ECLI:NL:RBGEL:2015:2586) de Provincie geboden het gunningsvoornemen van 4 februari 2015 terzake van het perceel Stedendriehoek in te trekken.

2.7.

Na kennisneming van dit vonnis heeft Munckhof de Provincie bij schrijven van 17 april 2015 gesommeerd om het voornemen tot gunning in te trekken en de opdracht te gunnen aan Munckhof. De Provincie heeft hieraan geen gehoor gegeven en heeft Munckhof bericht dat de opdracht op 24 maart 2015 definitief was gegund aan Noot Touringcar.

3 Het geschil

3.1.

Munckhof vordert, samengevat:

(i) te verklaren voor recht dat de Provincie door de opdracht te gunnen aan Noot Touringcar jegens Munckhof onrechtmatig heeft gehandeld en aansprakelijk is voor de daardoor door Munckhof geleden schade;

(ii) de Provincie te veroordelen tot vergoeding van die schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke (handels)rente vanaf de schadedatum;

(iii) de Provincie te veroordelen in de kosten van het geding, met rente en nakosten.

3.2.

Munckhof legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de Provincie onrechtmatig heeft gehandeld door in strijd met haar eigen beoordelingssystematiek aan de inschrijving van Noot Touringcar voor het implementatieplan en het plan van uitvoeringsfase het maximale aantal punten toe te kennen en de opdracht vervolgens te gunnen aan Noot Touringcar. Munckhof stelt dat een zorgvuldige en juiste toepassing van de beoordelingssystematiek ertoe had geleid dat niet Noot Touringcar, maar Munckhof de winnaar was geweest van het perceel Achterhoek. Munckhof had immers op de prijs de maximale score van 750 gehaald en zou ook in totaal hoger hebben gescoord dan Noot Touringcar, indien Noot Touringcar niet maximaal zou hebben gescoord op de waarborgen kwaliteit, communicatie en klantgerichtheid. Munckhof stelt dat Noot Touringcar die maximale score volgens de beoordelingssystematiek van het bestek niet had mogen krijgen.

Munckhof stelt dat de Provincie in strijd met het bepaalde in het Bestek heeft gehandeld en daarmee de fundamentele beginselen van het aanbestedingsrecht heeft geschonden.

Munckhof stelt dat zij door de niet-gunning aan haar schade heeft geleden, onder meer bestaande uit gederfde winst.

3.3.

De Provincie voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De Provincie stelt zich in de eerste plaats op het standpunt dat Munckhof haar rechten om tegen de gunningsbeslissing op te komen heeft verwerkt, omdat Munckhof de Alcatel-termijn van het eerste lid van artikel B.1.11 van het Bestek ongebruikt heeft laten verstrijken. Volgens de Provincie moet dit leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van Munckhof in haar vorderingen.

4.2.

Dit betoog wordt verworpen. Hoewel Munckhof het niet eens is met de gunningsbeslissing, vordert zij in deze bodemzaak geen intrekking van (het voornemen tot) de gunning, maar schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad. Dit is geen vordering die zicht leent voor beslissing en een onmiddellijke voorziening bij voorraad in kort geding en die, in verband met de wenselijkheid om spoedig duidelijkheid te krijgen en over te kunnen gaan tot het sluiten van een overeenkomst, op grond van § 2.3.8.8 van de Aanbestedingswet 2012 juncto het eerste lid van artikel B.1.11 van het Bestek binnen de korte termijn van 20 dagen na de bekendmaking van het voornemen tot gunning aanhangig moet worden gemaakt.

4.3.

Voorts heeft de Provincie in haar conclusie van antwoord gesteld dat Munckhof tevens de termijn van het tweede lid van artikel B.1.11 voor het instellen van een vordering tot schadevergoeding heeft laten verstrijken. Die termijn was binnen twee maanden na definitieve gunning en de opdracht is op 24 maart 2015 gegund, zodat de termijn op 10 juni 2015, de dag der dagvaarding, reeds lang en breed was verstreken.

4.4.

Ook dit betoog is onjuist. De dag van dagvaarding was immers niet de dag waartegen de zaak werd aangebracht, zijnde inderdaad 10 juni 2015, maar de dag waarop de dagvaarding werd uitgebracht en dat was 21 mei 2015. Tussen 24 maart 2015 en 21 mei 2015 zijn geen twee maanden verstreken.

4.5.

Ten slotte heeft de Provincie nog het standpunt ingenomen dat het voor iedere behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver duidelijk moet zijn geweest dat de in artikel B.1.11 opgenomen termijn van twee maanden voor het instellen van een schadevergoedingsactie slechts betrekking heeft op de situatie waarin een inschrijver reeds een kort geding aanhangig heeft gemaakt, in het ongelijk is gesteld en door middel van het aanhangig maken van een bodemprocedure alsnog beoogt zijn schade vergoed te krijgen. Volgens de Provincie is Munckhof niet ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding omdat geen kort geding heeft plaatsgevonden.

4.6.

Ook dit betoog faalt. Anders dan de Provincie meent valt in redelijkheid in de duidelijke tekst van artikel B.1.11 van het Bestek niet te lezen dat een vordering tot schadevergoeding uitsluitend kan worden ingesteld door een inschrijver die eerst een kort geding tegen het gunningsvoornemen heeft aangespannen en dat kort geding heeft verloren. Artikel B. 1.11 moet in redelijkheid aldus worden gelezen, en kan in redelijkheid feitelijk ook nauwelijks anders worden geïnterpreteerd op grond van de systematiek van de aanbestedingsprocedure, dat (i) tegen het gunningsvoornemen uitsluitend in kort geding kan worden opgekomen, en wel binnen 20 dagen, en (ii) dat daarna nog een vordering tot schadevergoeding kan worden ingesteld, zowel door de inschrijvers die een kort geding hebben aangespannen als door de inschrijvers die dat niet hebben gedaan en zelfs, in voorkomend geval, ook nog door gegadigden die niet hebben ingeschreven, bijvoorbeeld vanwege een ernstige procedurefout, waarbij onder meer gedacht kan worden aan verzuim van publicatie. Deze vordering tot schadevergoeding moet dan volgens het Bestek door de inschrijvers worden ingesteld binnen twee maanden na de definitieve gunning, zij het dat het, naar het oordeel van de rechtbank, van de aard en het tijdstip van ontdekking van de procedurefout zal afhangen of de overschrijding van die termijn zal moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid. Voor de niet-inschrijvers, die zich niet hebben geconformeerd aan het Bestek, geldt het daarin opgenomen vervalbeding in beginsel helemaal niet.

4.7.

Inhoudelijk bestrijdt de Provincie dat zij bij de gunning aan Noot Touringcar onrechtmatig heeft gehandeld en, subsidiair, dat Munckhof daardoor schade heeft geleden.

4.8.

Voor de onderbouwing van haar stelling dat de Provincie onrechtmatig heeft gehandeld leunt Munckhof zwaar op het vonnis en de overwegingen van de voorzieningenrechter in het kort geding tussen NMC en Connexxion inzake het gunningsvoornemen met betrekking tot een ander perceel. Te dien aanzien stelt de rechtbank voorop dat een vonnis in kort geding op geen enkele wijze behoort te prejudiciëren op de beslissing van de bodemrechter (artikel 257 Rv), terwijl het hier bovendien ging om een zaak tussen andere partijen met betrekking tot een ander perceel, die weliswaar hetzelfde Bestek als uitgangspunt had, maar niet dezelfde inschrijvingen en ook niet dezelfde scores. Zo volgt uit het vonnis van de kortgedingrechter dat NMC niet alleen op het plan van aanpak, maar ook op de prijs lager had gescoord dan winnaar Connexxion (in de onderhavige zaak scoorde Munckhof op de prijs juist hoger dan de winnaar), terwijl de Provincie ter comparitie heeft aangevoerd dat NMC in die andere zaak ook haar eigen scores aanvocht (hetgeen in deze zaak door Munckhof niet wordt gedaan). Verder leest de rechtbank in het vonnis van de kortgedingrechter niet dat deze heeft geoordeeld dat de Provincie onrechtmatig heeft gehandeld, maar slechts dat niet valt uit te sluiten dat de beoordelingscommissie de in het Bestek bekend gemaakte beoordelingssystematiek niet juist, althans niet consequent, heeft toegepast en daarmee in strijd met de grondbeginselen van het aanbestedingsrecht heeft gehandeld, op grond waarvan in beginsel een herbeoordeling diende plaats te vinden.

4.9.

Dit laatste, een herbeoordeling ter herziening van het gunningsvoornemen, hetgeen overigens in die zaak heeft geleid tot een bekrachtiging daarvan, is in de onderhavige zaak niet aan de orde. De gunning aan Noot Touringcar van het perceel Achterhoek is immers definitief geworden en de overeenkomst is gesloten nadat Munckhof de Alcatel-termijn had laten verlopen. Een voorziening bij voorraad, inhoudende dat, indien de aanbestedende dienst nog wenst te gunnen, een herbeoordeling dient plaats te vinden, waarbij mogelijk dezelfde inschrijver als winnaar uit de bus zal komen, gaat veel minder ver dan de in deze zaak door Munckhof gevorderde verklaring voor recht dat de aanbestedende dienst jegens de als tweede geëindigde inschrijver onrechtmatig heeft gehandeld en aansprakelijk is voor diens schade, omdat de in het Bestek beschreven beoordelingssystematiek niet correct is toegepast en bij wel correcte toepassing daarvan die als tweede geëindigde inschrijver zou hebben gewonnen.

4.10.

De lat voor het aannemen van onrechtmatig handelen en aansprakelijkheid jegens de lager scorende inschrijver ligt hoog. Het gaat in dit geschil niet om harde en objectief en eenduidig vast te stellen parameters, zoals een vaste eenheidsprijs, maar om de waardering van kwaliteitsaspecten en daarvoor ingediende implementatieplannen en plannen van aanpak. Te dien aanzien moet voorop worden gesteld dat in het algemeen heeft te gelden dat het aan de aanbestedende dienst is een bij de inschrijving ingediend plan te beoordelen en te waarderen. Daarbij heeft de aanbestedende dienst een ruime beoordelingsvrijheid, waarbij enige mate van subjectiviteit bij de beoordeling onvermijdelijk is. De rechter kan de beoordeling door de aanbestedende dienst – de puntenscoring met motivering – slechts marginaal toetsen. Alleen bij evidente onjuistheden is plaats voor een rechterlijk oordeel dat die beoordeling en waardering onrechtmatig zijn geweest.

4.11.

In dit geval heeft de Provincie conform het Bestek die beoordeling en waardering uitbesteed aan een deskundige beoordelingscommissie, bestaande uit een onafhankelijke voorzitter en (minimaal) vijf leden. Weliswaar heeft de Provincie zich in het Bestek gebonden aan een gestaffelde puntentelling, waarbij het maximum aantal punten (de hoogste staffel) alleen wordt toegekend ingeval alle punten volledig zijn beantwoord en allemaal relevante voorstellen bieden voor het extra waarborgen van de kwaliteit die meerwaarde hebben in de context van deze aanbesteding, waaraan bij het implementatieplan nog is toegevoegd dat die voorstellen niet alleen relevant, maar ook concreet moeten zijn, maar dit betekent nog niet dat de beoordelingscommissie en aansluitend daarop de Provincie in redelijkheid, na zorgvuldige afweging, niet zou mogen besluiten om dat maximum aantal punten toe te kennen aan een plan dat alle punten (bullets) volledig beantwoordt en op al die punten relevante (en waar nodig ook concrete) voorstellen biedt voor de extra waarborging van de kwaliteit, indien zij daarnaast ook minder of niet positieve factoren signaleert. Dat heeft de beoordelingscommissie in dit geval bij de beoordeling van Noot Touringcar gedaan en benoemd. Zij heeft telkens uitdrukkelijk overwogen dat die factoren in haar beoordeling niet hebben geleid tot puntenaftrek en de rechtbank oordeelt dat de beoordelingscommissie in redelijkheid daartoe heeft kunnen besluiten.

4.12.

Te dien aanzien zal de rechtbank eerst de beoordeling van het sub criterium uitvoeringsfase bespreken. Indien immers Noot Touringcar op dit onderdeel van de hoogste score naar de daaronder liggende score had moeten zakken, dan scheelt dat 75 punten en zakt zij daarmee onder de totaalscore van Munckhof, die in totaal slechts 18,55 punten minder kreeg. Bij het sub criterium implementatiefase scheelt het slechts 10 punten, indien Noot Touringcar naar de op één na hoogste waardering zakt. Daarmee komt Munckhof niet boven de eindscore van Noot Touringcar.

4.13.

De rechtbank constateert dat het beoordelingsteam bij de uitvoeringsfase de beoordeling van enkele factoren als minder positief of niet-positief uitsluitend hierop baseert dat Noot Touringcar sommige voorstellen of begrippen onvoldoende concreet heeft gemaakt of uitgewerkt. Hieromtrent overweegt de rechtbank dat niet gezegd kan worden dat het beoordelingsteam en de Provincie in redelijkheid niet hadden mogen beslissen om voor dit onvoldoende concretiseren geen puntenaftrek toe te passen en Noot Touringcar, ondanks deze bemerkingen, toch in de hoogste categorie te laten scoren. Op dit punt is geen sprake van een evident onjuiste beoordeling. Overigens was, anders dan ten aanzien van de implementatiefase, volgens het Bestek en de daarin gegeven staffel het concretiseren van de voorstellen voor de uitvoeringsfase geen voorwaarde voor het scoren in de hoogste categorie.

4.14.

Hoewel, als overwogen, Munckhof hiermee geen belang meer heeft bij een nadere beschouwing van de minder of niet positieve aspecten rond de volledigheid en de relevantie van de voorstellen voor de implementatiefase, zal de rechtbank dit voor de volledigheid toch nog behandelen. Het gaat hierbij uitsluitend om het feit dat Noot Touringcar bij het eerste onderdeel een complete risicoanalyse heeft gegeven en daarbij ook risico’s heeft benoemd die door het beoordelingsteam (en de Provincie) niet als daadwerkelijke risico’s werden gezien omdat die reeds in het vooronderzoek zouden zijn aangetoond. De rechtbank oordeelt dat ook hier niet gezegd kan worden dat het beoordelingsteam en de Provincie in redelijkheid niet hadden mogen beslissen om voor dit benoemen van een of meer reeds onderkende risico’s geen puntenaftrek toe te passen en Noot Touringcar, ondanks deze kanttekening, toch in de hoogste categorie te laten scoren. Ook hier kan niet gezegd worden dat sprake was van een evident onjuiste beoordeling.

4.15.

De slotsom is dat de vorderingen van Munckhof ongegrond zijn en moeten worden afgewezen. De rechtbank zal Munckhof als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten.

De kosten aan de zijde van de Provincie worden begroot op:

- explootkosten € 0,00

- griffierecht 613,00

- getuigenkosten 0,00

- deskundigen 0,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 1.517,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Munckhof in de proceskosten, aan de zijde van de Provincie tot op heden begroot op € 1.517,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2015.