Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:7710

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
10-12-2015
Datum publicatie
11-12-2015
Zaaknummer
05/740338-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige schoonzusje, die ter zake van feit 1 de leeftijd van 12 jaren nog niet had bereikt en ter zake van feit 2 de leeftijd van 16 jaren nog niet had bereikt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/740338-15

Datum uitspraak : 10 december 2015

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] te Enschede, wonende te [adres]

raadsman: mr. O.J. Ingwersen, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 november 2015.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2013

te Enschede,

met [slachtoffer] , geboortedatum [geboortedatum 2] ,

een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd mede bestaande uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , door één of meer van zijn

vingers in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] te

brengen,

terwijl die [slachtoffer] toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2013

te Enschede,

met [slachtoffer] , geboortedatum [geboortedatum 2] ,

buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het

betasten van de vagina van die [slachtoffer] ,

terwijl die [slachtoffer] toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt;

2.

hij op of omstreeks 12 februari 2015, onderweg van Twello naar Angeren, in

ieder geval in Nederland,

met [slachtoffer] , geboortedatum [geboortedatum 2] ,

buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, mede bestaande

uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , door één of

meer van zijn vingers in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die

[slachtoffer] te brengen,

terwijl die [slachtoffer] toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van

zestien jaren had bereikt;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 12 februari 2015, onderweg van Twello naar Angeren, in

ieder geval in Nederland,

met [slachtoffer] , geboortedatum [geboortedatum 2] ,

buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, door de

vagina van die [slachtoffer] te betasten,

terwijl die [slachtoffer] toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Ten aanzien van feit 1 en feit 2

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte heeft seksuele handelingen gepleegd met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2]2), die onder meer bestonden uit het met één of meer vingers tussen haar schaamlippen op en neer bewegen.3 Deze handelingen hebben op verschillende momenten plaatsgevonden. De eerste keer was tijdens een logeerpartijtje in de woning van verdachte toen hij nog in Enschede woonde.4 Dit was de eerste keer dat [slachtoffer] bij verdachte thuis kwam, nadat het contact tussen verdachte en zijn vrouw enerzijds en [slachtoffer] en haar ouders anderzijds weer was hersteld (begin 2013).5

De tweede keer was in de auto onderweg van Twello naar Angeren. Dit was op 12 februari 2015 (de verjaardag van oma).6

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan beide primair tenlastegelegde feiten. Zij heeft daartoe aangevoerd dat zij uitgaat van de juistheid van de verklaring van aangeefster. Deze heeft eenduidig en gedetailleerd verklaard over de handelingen die verdachte heeft gepleegd en dat dit pijn deed.

Daarnaast heeft de officier van justitie aangevoerd dat er zowel in de lezing van aangeefster als in de lezing van verdachte sprake is van seksueel binnendringen. Immers, volgens vaste jurisprudentie valt onder ‘het seksueel binnendringen van het lichaam’ ieder binnendringen met een seksuele strekking, dus ook het met een seksuele intentie met de vingers betasten van de binnenkant van de schaamlippen .

Het standpunt van de verdediging

Door de raadsman is ten aanzien van beide feiten vrijspraak van het primair tenlastegelegde bepleit. Daartoe is aangevoerd dat de verklaring van aangeefster voor zover die betrekking heeft op het door verdachte brengen van de vingers in de vagina geen steun vindt in overige bewijsmiddelen. Verdachte heeft duidelijk verklaard dat er geen sprake is geweest van binnendringen.

Beoordeling door de rechtbank

Aangeefster heeft over de eerste keer het volgende verklaard:

“V: Hij gaat met zijn hand op jouw blote huid, op jouw been, wat raakte hij nog meer

aan?

A: Hij ging nog naar dat plekje.

V: Hoe noem je dat plekje?

A: Poes.

V: Maar die poes, heeft een aantal onderdelen. Je hebt schaamlippen, je kunt naar

binnen bij die schaamlippen en het heeft een heuveltje. Wat raakt hij aan?

A: Hij ging naar binnen toe.

V: Hoe voelde dat?

A: Dat deed gewoon pijn.

V: Waar ging hij mee naar binnen?

A: Het zijn vinger. (…)

V: Beweegt hij hem heen en weer, stopt hij hem er helemaal in, of houdt hij hem stil?

A: Hij doet hem op en neer.”7

Over de tweede keer heeft aangeefster verklaard:

“V: Wat doet [verdachte] ?

A: Eerst niks en toen ging hij eigenlijk wel gelijk naar de poes toe.

(…)

V: Wat raakt hij precies aan?

A: Net als de vorige keer. Hetzelfde.

V: De vorige keer ging hij met zijn vinger naar binnen, wat deed hij nu?

A: Hetzelfde.

V: Wat voel jij als hij dit doet?

A: Pijn”8

De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van aangeefster. Zij heeft een zeer gedetailleerde verklaring afgelegd. Die verklaring vindt in grote mate steun in overige bewijsmiddelen, waaronder de verklaring van verdachte. Enkel voor wat betreft het brengen van de vingers van verdachte in de vagina van aangeefster wijkt de verklaring van verdachte af. Echter, de rechtbank is van oordeel dat de verklaring van aangeefster op dat punt authentiek is. De rechtbank ziet geen reden, en door de verdediging is ook geen reden aangevoerd, waarom aangeefster enkel op dit punt een onjuiste verklaring zou hebben afgelegd.

De rechtbank verwerpt dan ook het verweer van de verdediging en gaat uit van de verklaring van aangeefster.

Los daarvan, is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat er ook in de lezing van verdachte sprake is van seksueel binnendringen.

Zowel verdachte als aangeefster verklaren dat verdachte zijn vingers tussen de schaamlippen van aangeefster heeft gebracht en dat hij op en neer gaande bewegingen heeft gemaakt.

Uit de jurisprudentie blijkt dat elke vorm van binnendringen in het lichaam met een seksuele strekking onder ‘het seksueel binnendringen van het lichaam’ als bedoeld in artikel 242 en verder van het Wetboek van Strafrecht. Ook het met de tong of vinger aanraken van de kittelaar en tussen de schaamlippen wrijven levert seksueel binnendringen op. Ogenschijnlijk minder ernstige vormen van binnendringen van het lichaam met een seksuele strekking kunnen eveneens als ingrijpende aantasting van de lichamelijke integriteit worden ervaren en kunnen even kwetsend zijn als gedwongen geslachtsgemeenschap.

Op grond van de verklaring van aangeefster en die van verdachte, zoals hiervoor is weergegeven, is het hof van oordeel dat er bij het misbruik van aangeefster sprake is geweest van het seksueel binnendringen van haar lichaam.

De rechtbank acht daarom beide primair tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Ten tijde van het eerste feit was aangeefster nog geen 12 jaar oud, ten tijde van het tweede feit was zij 12 jaar oud.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1. primair

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2013

te Enschede,

met [slachtoffer] , geboortedatum [geboortedatum 2] ,

een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd mede bestaande uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , door één of meer van zijn

vingers in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] te

brengen,

terwijl die [slachtoffer] toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt;

2. primair

hij op of omstreeks 12 februari 2015, onderweg van Twello naar Angeren, in

ieder geval in Nederland,

met [slachtoffer] , geboortedatum [geboortedatum 2] ,

buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, mede bestaande

uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , door één of

meer van zijn vingers in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die

[slachtoffer] te brengen,

terwijl die [slachtoffer] toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van

zestien jaren had bereikt;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 primair:

Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Ten aanzien van feit 2 primair:

Met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 primair en onder 2 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en het volgen van een behandeling bij Kairos, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, maar een forse, geheel voorwaardelijke gevangenisstraf. Daartoe is aangevoerd dat de gevolgen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf desastreus zouden zijn voor verdachte. De raadsman heeft verzocht rekening te houden met alle omstandigheden (verdachte heeft een blanco strafblad, is zijn toenmalige baan verloren, heeft meegewerkt bij de politie, heeft oprecht spijt betuigd en heeft zich vrijwillig aangemeld voor een behandeling bij Kairos).

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 28 oktober 2015; en

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 10 november 2015.

Verdachte heeft seksuele handelingen verricht bij zijn erg jonge schoonzusje. Hij heeft meerdere malen zijn vingers in haar vagina gebracht. De eerste keer was zij nog geen 12 jaar oud en dat wist verdachte. Aangeefster logeerde destijds bij verdachte en haar zus. Verdachte heeft daarbij het in hem gestelde vertrouwen dat hij goed voor haar zou zorgen ernstig geschaad.

Dat het meisje nog geen 12 jaar oud was heeft verdachte er echter niet van weerhouden de handelingen te plegen. Hij heeft zich laten leiden door zijn eigen gevoelens van lust en/of macht en heeft zich geen rekenschap gegeven van de mogelijke gevolgen voor zijn schoonzusje. De rechtbank neemt dat verdachte kwalijk. Voorts neemt de rechtbank het verdachte kwalijk dat hij na de eerste keer, geen maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat hij weer in de verleiding zou komen om zijn schoonzusje te betasten.

De rechtbank heeft er bij het bepalen van de strafmaat in het bijzonder rekening mee gehouden dat er sprake was van een ernstige inbreuk op de integriteit van aangeefster, immers was sprake van het binnendringen bij aangeefster met de vingers. Verder heeft de rechtbank rekening gehouden met het grote leeftijdsverschil tussen verdachte en aangeefster van bijna 14 jaar. Verdachte heeft aangeefster in een loyaliteitsconflict gebracht en met een zeer groot geheim opgezadeld.

De rechtbank houdt voorts rekening mee dat verdachte nog niet eerder door een strafrechter is veroordeeld en dat hij zich open heeft opgesteld tegenover de politie en zijn omgeving. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal grote gevolgen hebben voor zijn baan. Blijkens het reclasseringsrapport functioneert hij stabiel met de nodige structuur en is zijn netwerk op de hoogte en nauw bij hem betrokken. Hij heeft op vrijwillige basis hulp gezocht bij Kairos en tijdens een behandeling aldaar kan worden onderzocht of er sprake is van pedofilie.

Gelet op de ernst van de feiten en de overige omstandigheden zoals hierboven genoemd, acht de rechtbank de oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van hierna te vermelden duur, passend en geboden. De voorwaardelijke straf dient ertoe verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw een dergelijk feit te begaan. Gelet op de inhoud van het reclasseringsrapport ziet de rechtbank aanleiding aan de voorwaardelijke straf de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden te verbinden. De rechtbank acht het van groot belang dat verdachte zich laat behandelen bij Kairos.

De door de verdediging bepleite straf, te weten een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, doet naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende recht aan de ernst van de bewezen verklaarde feiten. Omdat de rechtbank van oordeel is dat de nadruk op de behandeling moet komen te liggen, volgt de rechtbank de officier van justitie niet (geheel) in de strafeis. Het gevaar ligt op de loer dat de motivatie van verdachte voor het volgen van een behandeling afneemt tijdens een langdurige detentie zoals door de officier van justitie voorgesteld.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 244 en 245 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 10 (tien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

o de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

o de bijzondere voorwaarde(n) dat de veroordeelde:

- zich uiterlijk op binnen 3 dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij de Reclassering Nederland en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van forensisch psychiatrische polikliniek Kairos te Arnhem op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven;

- Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht).

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Noordraven (voorzitter), mr. W.A. Holland en mr. J.M.J.M. Doon, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.C.C. van den Bosch, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 december 2015.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost Nederland, dienst regionale recherche, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2015106526, gesloten op 15 juni 2015, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 16.

3 Verklaring van verdachte ter terechtzitting en proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 20, 22 en 23.

4 Verklaring van verdachte ter terechtzitting en proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 18.

5 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 63 en proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 18.

6 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 16 en 22 en proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 75, zesde alinea, eerste tot en met tiende volzin.

7 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 20.

8 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 22.