Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:7709

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
28-10-2015
Datum publicatie
11-12-2015
Zaaknummer
284774
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toerekenbare tekortkoming in de nakoming van verplichtingen uit hoofde van aannemingsovereenkomst (tot het aanleggen van een tuin). De tekortkoming rechtvaardigt de opschorting van de betalingsverplichting in de mate waarin eiseres dat heeft gedaan (artikel 6:262 lid 2 BW). Verzuim. Het niet overgaan tot herstelwerkzaamheden is in dit geval aan te merken als een tekortkoming die de ontbinding rechtvaardigt (artikel 6:265 lid 1 BW). De overeenkomst is rechtsgeldig buitengerechtelijk ontbonden. Ongedaanmakingsverbintenissen (artikel 6:271 BW). Dat gebruikte materialen na verwijdering niet/nauwelijks waarde meer hebben, komt voor risico van gedaagde (hovenier). Gedaagde moet het door eiseres betaalde volledig aan haar terugbetalen, ook al hebben de gebruikte materialen na verwijdering niet/nauwelijks waarde meer en ook al kan de verrichte arbeid niet ongedaan worden gemaakt. Zijn tegenvordering tot betaling van het onbetaald gebleven deel van zijn factuur is niet toewijsbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/2498
NJF 2016/57
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/284774 / HA ZA 15-342

Vonnis van 28 oktober 2015

in de zaak van

[eiseres]

wonende te Scherpenzeel,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. M. van Hunnik te Barneveld,

tegen

[gedaagde] ,

tevens handelend onder de naam [naam],

wonende te Barneveld,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. A. Hofman te Barneveld.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 12 augustus 2015

  • -

    het verkort proces-verbaal van comparitie van 8 september 2015

  • -

    de B16-formulieren van 23 september 2015 waarmee partijen laten weten dat zij niet tot overeenstemming zijn gekomen en dat zij vonnis vragen.

1.2.

Vervolgens is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

In juni 2013 sluiten partijen een overeenkomst van aanneming van werk. In het kader van die overeenkomst voert [gedaagde] in juli 2013 werkzaamheden uit in de tuin van [eiseres] aan het [adres] in Scherpenzeel. Tot de werkzaamheden behoort onder meer het leveren en leggen van 320 m² kunstgras.

2.2.

Bij factuur van 8 augustus 2013 brengt [gedaagde] aan [eiseres] een bedrag van € 28.112,70 inclusief btw in rekening. Daarvan betaalt [eiseres] een bedrag van € 22.568,20.

2.3.

In oktober 2013 klaagt [eiseres] herhaaldelijk – mondeling en per e-mail – bij [gedaagde] over de kwaliteit van het geleverde werk. Haar klachten hebben onder meer betrekking op kleurverschil in het kunstgras en ontbrekende opsluiting aan de zijkanten waardoor het zand onder het kunstgras wegstroomt. [eiseres] deelt aan [gedaagde] mee dat zij het restant factuurbedrag – € 5.544,50 – pas zal voldoen wanneer de gebreken aan de tuin zijn verholpen.

2.4.

[gedaagde] laat daarop aan [eiseres] weten dat hij de gebreken die hem aangaan wil en kan oplossen, waaronder het vervangen van het kunstgras voor zover dat een fabrieksfout bevat – het gaat om een rol van vier meter breed en bijna een derde deel van de grasmat –, maar dat hij de geldelijke inhouding van [eiseres] te fors vindt. Hij stelt voor dat [eiseres] een bedrag van € 1.000,00 achterhoudt totdat de vervangende rol kunstgras is geleverd.

2.5.

Bij brief van 21 mei 2014 deelt (de advocaat van) [eiseres] aan [gedaagde] mee dat sprake is van in ieder geval zeventien – in die brief nader omschreven – gebreken aan de tuin. Het grootste gebrek betreft de grasmat, die niet goed is bevestigd, kuilen en kleurverschillen vertoont en lang zompig blijft doordat het water niet goed weg kan. [eiseres] stelt [gedaagde] in gebreke en sommeert hem om binnen acht dagen te bevestigen dat alle zeventien in de brief genoemde probleempunten binnen vier weken worden uitgevoerd op zodanige wijze dat sprake is van een deugdelijke uitvoering van de overeenkomst.

2.6.

Bij brief van 27 mei 2014 reageert [gedaagde] puntsgewijs op de door [eiseres] opgesomde gebreken. Hij herhaalt dat hij de gebreken die op zijn weg liggen wil verhelpen en laat weten dat hij een nieuwe rol kunstgras heeft klaarliggen, maar dat hij deze nog niet heeft verwisseld omdat hij het door [eiseres] ingehouden factuurbedrag veel te hoog vindt. [gedaagde] wil graag duidelijkheid over de betaling van het openstaande bedrag van € 6.112,70.

2.7.

[eiseres] schakelt een deskundige in – FS Groen hoveniersbedrijf (hierna: FS Groen) – ter beoordeling van de deugdelijkheid van de door [gedaagde] verrichte werkzaamheden en van de te nemen maatregelen om tot een acceptabel afwerkingsniveau te komen. Op 4 december 2014 brengt FS Groen rapport uit. Volgens dat rapport is het uitgevoerde werk benedenmaats en zijn de uitvoering en afwerking van het werk in termen van vakkundigheid en bruikbaarheid gebrekkig tot zeer gebrekkig. In het rapport staat vermeld welke werkzaamheden moeten worden verricht om tot een deugdelijke tuin met een acceptabel afwerkingsniveau te komen, voorzien van een kostenbegroting per onderdeel, die in totaal uitkomt op € 40.335,05.

2.8.

Bij brief van 23 december 2014 aan [gedaagde] ontbindt [eiseres] de overeenkomst. Zij wijst erop dat als gevolg van de ontbinding ongedaanmakingsverplichtingen ontstaan en dat [gedaagde] dus de tuin moet terugbrengen in de staat waarin deze zich bevond bij aanvang van zijn werkzaamheden en ook het volledige bedrag moet terugbetalen dat [eiseres] aan hem heeft betaald. [gedaagde] gaat daartoe niet over.

2.9.

[gedaagde] schakelt eveneens een deskundige in, te weten de heer Schootbrugge van Ontwerpbureau Korsian. Volgens diens rapport van 30 maart 2015 is de tuin netjes aangelegd en voldoet hij aan de eisen van deugdelijk vakmanschap. De heer Schootbrugge schrijft dat de tuin op een paar punten verbetering verdient, maar dat het niet noodzakelijk is om alles af te breken en weer opnieuw aan te leggen. Met een aantal aanpassingen is de tuin volgens hem functioneel en kwalitatief meer dan voldoende. Hij begroot de totaalkosten van herstelwerkzaamheden op € 2.012,20 inclusief btw.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eiseres] vordert:

primair

I. een verklaring voor recht dat de overeenkomst betreffende de aanleg van de tuin van [eiseres] is ontbonden, met veroordeling van [gedaagde] tot medewerking aan teruglevering aan hem van al datgene wat door hem uit hoofde van de overeenkomst ten aanzien van deze tuin is aangebracht;

II. veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van de koop-/aanneemsom die door [eiseres] is voldaan van € 22.568,20, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 december 2014;

subsidiair

III. de ontbinding van die overeenkomst, met veroordeling van [gedaagde] tot medewerking aan teruglevering aan hem van al datgene wat door hem uit hoofde van de overeenkomst ten aanzien van deze tuin is aangebracht;

IV. veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van de koop-/aanneemsom die door [eiseres] is voldaan van € 22.568,20, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 december 2014;

meer subsidiair

V. veroordeling van [gedaagde] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis over te gaan tot het nakomen van de overeenkomst, kort gezegd inhoudende het uitvoeren van een twintigtal werkzaamheden binnen een bepaalde periode, op straffe van een dwangsom;

VI. onder de bepaling dat [eiseres] bevoegd is de voldoening van het restant van de koop-/aanneemsom op te schorten tot het moment dat alle werkzaamheden aan de tuin door [gedaagde] zijn uitgevoerd;

en in alle gevallen

VII. veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente;

VIII. veroordeling van [gedaagde] in de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

3.2.

[eiseres] legt daaraan ten grondslag dat [gedaagde] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de koop-/aannemingsovereenkomst. De hoeveelheid en de ernst van de tekortkomingen rechtvaardigen volgens [eiseres] de ontbinding van de overeenkomst. Voor het geval de rechtbank zou oordelen dat de overeenkomst niet buiten rechte is ontbonden, vordert [eiseres] subsidiair dat de rechtbank de overeenkomst ontbindt. De ontbinding heeft volgens [eiseres] tot gevolg dat [gedaagde] de tuin moet terugbrengen in de oorspronkelijke staat en al hetgeen hij in de tuin heeft aangebracht moet terugnemen en dat hij aan [eiseres] het door haar betaalde bedrag van € 22.568,20 moet terugbetalen. Meer subsidiair vordert [eiseres] veroordeling van [gedaagde] om de tuin af te maken en alle problemen te verhelpen zoals omschreven in de rapportage van FS Groen.

3.3.

[gedaagde] voert verweer.

3.4.

De rechtbank zal hierna nader ingaan op de stellingen van partijen, voor zover voor de beoordeling van belang.

in reconventie

3.5.

[gedaagde] vordert – samengevat – veroordeling van [eiseres] tot betaling aan hem van (de rechtbank begrijpt:) het restant van de aanneemsom ad € 6.207,23, vermeerderd met de wettelijke rente over € 5.544,50 vanaf 22 juli 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten.

3.6.

[gedaagde] legt daaraan ten grondslag dat [eiseres] ondanks aanmaning c.q. ingebrekestelling tot op heden de factuur van 8 augustus 2013 tot een bedrag van € 5.544,50 onbetaald heeft gelaten. De vordering strekt tot nakoming, bestaande uit betaling. Het gevorderde bedrag bestaat verder uit wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.

3.7.

[eiseres] voert verweer.

3.8.

De rechtbank zal hierna nader ingaan op de stellingen van partijen, voor zover van belang voor de beoordeling.

4 De beoordeling in conventie en in reconventie

4.1.

De vorderingen in conventie en in reconventie hangen zodanig met elkaar samen dat de rechtbank ze hierna gezamenlijk zal bespreken.

4.2.

Als onweersproken staat vast dat het door [gedaagde] in de tuin van [eiseres] gelegde kunstgras voor ongeveer een derde deel niet deugdelijk is als gevolg van een fabricagefout waardoor sprake is van een kleurverschil, dat het hierbij gaat om een strook van vier meter breed en zestien à zeventien meter lang en dat dit deel van het kunstgras moet worden vervangen. Daarnaast is er nog een aantal andere opleverpunten, in ieder geval ten aanzien van de bestrating, waar – zo is ook geconstateerd door de heer Schootbrugge – sprake is van beschadigingen en kleurverschillen aan tegels. [eiseres] heeft een bedrag van € 5.544,50 ingehouden op de factuur. Daarmee heeft zij haar betalingsverplichting tot dat bedrag opgeschort. [gedaagde] op zijn beurt wil niet overgaan tot herstelwerkzaamheden, omdat hij het door [eiseres] ingehouden bedrag te hoog vindt.

4.3.

Artikel 6:262 lid 1 BW bepaalt dat, als één van de partijen haar verbintenis niet nakomt, de wederpartij bevoegd is de nakoming van haar daartegenover staande verplichtingen op te schorten. Volgens lid 2 van deze bepaling is opschorting in geval van gedeeltelijke of niet behoorlijke nakoming slechts toegelaten voor zover de tekortkoming haar rechtvaardigt.

4.4.

Gelet op de gebrekkige kunstgrasmat is hier sprake van een niet behoorlijke nakoming aan de zijde van [gedaagde] . De vraag is dan of de tekortkoming van [gedaagde] de opschorting door [eiseres] rechtvaardigt. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. Zoals gezegd moet een derde deel, en dus een aanzienlijk deel, van de totale kunstgrasmat worden vervangen. [gedaagde] heeft ter zitting onweersproken aangevoerd dat een nieuwe rol kunstgras € 34,95 per vierkante meter kost. Uitgaande van een stuk kunstgras van 4 × 17 = 68 m² kost de vervanging daarvan aan materiaal dus € 2.376,60. De kosten van het leggen komen daar dan nog bij. Afgezet tegen de totale kosten van vervanging van het gebrekkige kunstgras is het door [eiseres] ingehouden bedrag van € 5.544,50 naar het oordeel van de rechtbank niet te hoog. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de opschorting is bedoeld als prikkel om [gedaagde] tot het verrichten van herstelwerkzaamheden te bewegen. Daar komt dan nog bij dat doordat een aanzienlijk deel van de kunstgrasmat niet goed is, het aanzien van de gehele tuin - die voor een belangrijk deel bestaat uit kunstgras - is aangetast, terwijl er ook nog andere punten zijn waarvan vaststaat dat ze niet goed zijn, zoals de niet volledige opsluiting van de ondergrond waardoor er zand kan wegspoelen en er kuilen in de kunstgrasmat zijn ontstaan. Gezien het voorgaande was [eiseres] – anders dan [gedaagde] betoogt – bevoegd tot opschorting in de mate waarin zij dat heeft gedaan.

4.5.

[gedaagde] is ondanks aanmaning en ingebrekestelling niet tot herstel overgegaan. Hij is daardoor – anders dan hijzelf meent – in verzuim geraakt (artikel 6:82 lid 1 BW). Het niet overgaan tot herstelwerkzaamheden is in dit geval aan te merken als een tekortkoming die de ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt (artikel 6:265 lid 1 BW). Gezien het voorgaande heeft [eiseres] de overeenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk ontbonden. De gevorderde verklaring voor recht met die strekking (primaire vordering onder I, eerste deel) is dan ook toewijsbaar.

4.6.

Als gevolg van de ontbinding ontstaan ongedaanmakingsverbintenissen (artikel 6:271 BW). Dit brengt mee dat op [gedaagde] in beginsel de verbintenis rust om alles wat door hem in het kader van de overeenkomst in en aan de tuin van [eiseres] is aangebracht te verwijderen en terug te nemen. Dat, zoals [gedaagde] aanvoert, de door hem gebruikte materialen na uit de tuin van [eiseres] te zijn verwijderd niet of nauwelijks waarde meer hebben, doet daaraan niet af. Dit komt voor zijn risico. Daarnaast rust op [gedaagde] in beginsel de verbintenis om aan [eiseres] terug te betalen wat zij uit hoofde van de overeenkomst aan hem heeft betaald. [gedaagde] voert in dit verband aan dat de arbeid al is verricht en dus niet ongedaan kan worden gemaakt. Dat is op zichzelf juist, maar voor zover [gedaagde] hiermee bedoelt aan te voeren dat hij niet het volledige door [eiseres] betaalde bedrag hoeft terug te betalen, gaat zijn verweer niet op. De door [gedaagde] verrichte arbeid heeft in de gegeven omstandigheden immers voor [eiseres] uiteindelijk niets opgeleverd; haar tuin zal na de ontruiming immers opnieuw moeten worden aangelegd. Het voorgaande leidt tot toewijzing van de primaire vordering onder I, tweede deel, en de primaire vordering onder II. De door [eiseres] gevorderde wettelijke rente over het terug te ontvangen factuurbedrag zal als onweersproken eveneens worden toegewezen.

4.7.

Aan de subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen in conventie komt de rechtbank gezien het voorgaande niet toe.

4.8.

Uit de beoordeling in conventie vloeit voort dat de vordering in reconventie niet toewijsbaar is. [eiseres] heeft op goede gronden haar betalingsverplichting opgeschort en vervolgens de overeenkomst ontbonden wegens wanprestatie, zodat [gedaagde] geen aanspraak meer kan maken op het onbetaald gebleven deel van zijn factuur.

4.9.

Hetgeen partijen meer of anders hebben aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel en blijft daarom verder buiten bespreking.

4.10.

[gedaagde] zal als de in conventie en in reconventie in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

De kosten aan de zijde van [eiseres] in conventie worden begroot op:

- dagvaarding € 100,69

- griffierecht 78,00

- salaris advocaat 1.158,00 (2,0 punten × tarief € 579,00)

Totaal € 1.336,69

4.11.

Aangezien aan [eiseres] een toevoeging is verleend, moeten de in debet gestelde explootkosten – te weten € 94,19 (75% van (€ 77,84 exploot + € 16,35 btw) – worden voldaan aan de griffier van deze rechtbank.

4.12.

De gevorderde nakosten zijn toewijsbaar als vermeld in het dictum.

4.13.

De kosten aan de zijde van [eiseres] in reconventie worden begroot op € 579,00 wegens salaris advocaat (2,0 punten × factor 0,5 × tarief € 579,00). De rechtbank hanteert bij de berekening van het salaris een factor 0,5 omdat de vordering in reconventie voortvloeit uit het verweer in conventie.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

verklaart voor recht dat de overeenkomst betreffende de aanleg van de tuin van [eiseres] , gelegen aan het [adres] te Scherpenzeel, is ontbonden,

5.2.

veroordeelt van [gedaagde] tot medewerking aan teruglevering aan hem van al datgene wat door hem uit hoofde van de overeenkomst ten aanzien van deze tuin is aangebracht,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van de koop-/aanneemsom die door [eiseres] is voldaan van € 22.568,20, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 december 2014 tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 1.336,69, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, waarvan € 94,19 aan explootkosten moet worden betaald aan de griffier van deze rechtbank, waarvoor een nota wordt toegestuurd,

5.5.

veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.6.

verklaart dit vonnis in conventie uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.7.

wijst de vorderingen af,

5.8.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 579,00,

5.9.

verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.M. Vaessen en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2015.

Coll.: JC