Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:7590

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
21-10-2015
Datum publicatie
07-12-2015
Zaaknummer
276153
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank benoemt een deskundige om een door een ziekenhuis verrichte behandeling aan de pols van eiser te beoordelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2015-0498
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/276153 / HA ZA 15-10 / 557 / 1158

Vonnis van 21 oktober 2015

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te Arnhem,

eiser,

advocaat mr. J.W.J. Hopmans te Groesbeek,

tegen

de stichting

STICHTING RIJNSTATE ZIEKENHUIS,

gevestigd te Arnhem,

gedaagde,

advocaat mr. E.J.C. de Jong te Utrecht.

Partijen zullen hierna [eiser] en het ziekenhuis genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 29 juli 2015

  • -

    de akten van partijen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

In haar tussenvonnis van 29 juli 2015 heeft de rechtbank onderzoek door een deskundige naar de gegrondheid van de verwijten die [eiser] het ziekenhuis maakt aangewezen geacht. Zij heeft partijen gelegenheid geboden zich uit te laten over de door de rechtbank voorgestelde vraagstelling aan de te benoemen deskundige, over de persoon en zo nodig over de discipline van de deskundige. In dat verband overweegt de rechtbank het volgende.

2.2.

[eiser] heeft bij akte laten weten dat hij de door de rechtbank voorgestelde vragen onderschrijft en dat hij zich ter zake van de persoon en de discipline van de deskundige refereert aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank zal de aanvullende vragen die Rijnstate heeft voorgesteld overnemen. Deze zijn voldoende ter zake dienend.

Een van de door het ziekenhuis voorgestelde deskundigen, orthopedisch chirurg J.W. Colaris, heeft zich bereid en in staat verklaard om als deskundige op te treden en staat in deze zaak ook vrij. Hij begroot de kosten van het deskundigenbericht op een bedrag van € 3.500,00. Nu aan [eiser] ingevolge de Wet op de rechtsbijstand een toevoeging is verleend, zal aan hem geen voorschot worden opgelegd. De partijen moeten er rekening mee houden dat de rechtbank uiteindelijk over de kosten van de procedure, waaronder begrepen de kosten van het deskundigenbericht, zal beslissen.

2.3.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

1. Hoe beoordeelt u de behandeling van de linker pols van [eiser] in het Rijnstate ziekenhuis, met in het bijzonder:

  • -

    de keuze voor het conservatieve beleid;

  • -

    de keuze voor, en de duur van het gipsen;

  • -

    het moment van de operatie;

  • -

    de keuze voor het niet toepassen van schroeven.

Is er anders gehandeld dan een redelijk handelend en vakbekwaam (orthopedisch)

chirurg onder vergelijkbare omstandigheden zou doen? Zo ja, in welke zin en hoe

zou er in uw optiek gehandeld hebben moeten worden?

2. Indien er anders zou zijn gehandeld op de wijze zoals door u beschreven, zou dat er dan toe hebben geleid dat de toestand van [eiser] , in het bijzonder zijn pijnklachten, anders en beter zou zijn geweest? Zo ja, hoe groot acht u die kans?

3. Wat is in uw visie de oorzaak van de huidige pijnklachten van [eiser] ? Indien er meerdere oorzaken zijn, wilt u dan aangeven welke die oorzaken zijn en in welke mate deze verantwoordelijk zijn voor de pijnklachten van [eiser] ?

4. Wilt u, voor zover u tot de conclusie zou komen dat er bij de behandeling van [eiser] op enig moment onzorgvuldig is gehandeld, aangeven wat de huidige beperkingen van [eiser] zijn? Wilt u vervolgens aangeven in hoeverre die beperkingen hun oorzaak vinden in het door u geconstateerde onzorgvuldig handelen van het ziekenhuis? Wilt u daarbij een vergelijking maken met de situatie dat er niet onzorgvuldig zou zijn gehandeld? U wordt verzocht om daarbij de AMA-Guidelines te hanteren.

5. Heeft u verder nog opmerkingen die voor de beoordeling van de kwestie van belang kunnen zijn?

3.2.

benoemt tot deskundige om dit onderzoek te verrichten:

J.W. Colaris

per adres Erasmus MC

Afdeling Orthopaedie, kamer HS 105

Postbus 2040,

3000 CA Rotterdam

telefoonnummer 010 704 07 04

email adres j.colaris@erasmusmc.nl

3.3.

bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,

3.4.

bepaalt dat [eiser] binnen twee weken na datum van dit vonnis (kopieën van) de overige processtukken aan de rechtbank Gelderland, Team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Arnhem, civiele roladministratie, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem zal doen toekomen,

3.5.

bepaalt dat de deskundige binnen twee weken na heden met de partijen een afspraak moet hebben gemaakt voor een datum en tijdstip waarop het onderzoek zal plaatsvinden en die datum aan de rechtbank moet hebben doorgegeven, tenzij een dergelijke afspraak vanwege de aard van het onderzoek naar het oordeel van de deskundige niet nodig is,

3.6.

bepaalt dat indien een partij of de deskundige de aldus afgesproken datum voor het onderzoek wil wijzigen, die partij of de deskundige daartoe een schriftelijk gemotiveerd verzoek moet doen aan de griffie van de rechtbank, met afschrift aan de andere betrokkenen,

3.7.

bepaalt dat de deskundige zich met vragen over het onderzoek kan wenden tot de rechter mr. S.C.P. Giesen,

3.8.

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht moet doen blijken of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding in dat bericht van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,

3.9.

bepaalt dat de deskundige een schriftelijk en ondertekend conceptrapport zal inleveren ter griffie van deze rechtbank voor 23 december 2015, waarna schriftelijk nadere instructies van de rechtbank zullen volgen over de indiening van het definitieve rapport en de declaratie van de deskundige,

3.10.

verwijst de zaak naar de rolzitting van vier weken na de datum waarop het definitieve rapport ter griffie is ingeleverd voor het nemen van een conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [eiser] of voor bepaling datum vonnis,

3.11.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.P. Giesen en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2015.