Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:7451

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
30-09-2015
Datum publicatie
30-11-2015
Zaaknummer
289522
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Opheffing conservatoir beslag dat was gelegd op Olympische paarden van eiser.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/289522 / KG ZA 15-458 / 592 / 1042

Vonnis in kort geding van 30 september 2015

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te Naarden-Vesting,

eiser,

advocaat mr. O. Hammerstein te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MODELS2B.COM INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MODELS2B.COM HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

3. [gedaagde],

wonende te Amsterdam,

gedaagden,

advocaat mr. I. Rosier te Amsterdam.

Partijen zullen hierna enerzijds [eiser] en anderzijds Models2B c.s. worden genoemd. Wanneer gedaagden afzonderlijk worden aangeduid, zullen zij Models2B International, Models2B Holding en [gedaagde] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 t/m 7

  • -

    de brief van [eiser] van 14 september 2015 met productie 8

  • -

    de brieven van Models2B c.s. van 14 september 2015 met producties 1 en 2, 3 t/m 11 en 12 t/m 19

  • -

    de brief van Models2B c.s. van 15 september 2015 met producties 20 t/m 22

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van [eiser]

  • -

    de pleitnota van Models2B c.s.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is een bekende kledingontwerper uit Londen. Hij drijft een onderneming onder de naam [naam] . Zijn onderneming is gevestigd aan [adres] te Londen.

2.2.

[gedaagde] is bestuurder van Models2B International en aandeelhouder van Models2B Holding. De partner van [gedaagde] , [partner] , is bestuurder van Models2BHolding. De ondernemingen zijn opgericht met als doel een internetplatform te creëren waar fotomodellen in contact kunnen komen met modellenbureaus. Beide vennootschappen zijn op 4 augustus 2015 opgericht en op 5 augustus 2015 ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

2.3.

[eiser] en [gedaagde] kennen elkaar al enige tijd. [gedaagde] is actief in de vastgoedbranche. Begin juli 2015 hebben zij via Whats App contact met elkaar gehad omdat [eiser] een woning in Nederland zocht. Tussen [eiser] en [gedaagde] is in juli 2015 veelvuldig contact geweest over een mogelijk geschikte woning voor [eiser] , over de (op te richten) onderneming van [gedaagde] en over een mogelijke investering van [eiser] in die onderneming.

2.4.

[gedaagde] heeft [eiser] in contact gebracht met de verkopers van een woning te Naarden-Vesting. Op 16 juli 2015 heeft [eiser] een koopovereenkomst met betrekking tot die woning gesloten.

2.5.

Op 19 juli 2015 heeft [gedaagde] aan [eiser] een “Deal Memo: Models2B.com” gezonden waarin hij weergeeft wat tussen partijen omtrent een mogelijke samenwerking is besproken.

2.6.

Daarna hebben [eiser] en [gedaagde] elkaar via What’s App berichten gestuurd. Die berichten luidden onder meer:

“19/07/15 15:59:16: [eiser] : Thrilled about the prospect of what we discussed. Below are quick notes and thoughts:

19/07/15 15:59:46: [eiser] : - London Mayfair based HQ. Business back office in NL

19/07/15 16:00:51: [eiser] : - Would invest 300K euro for 15% equity. With option of further 15% at same rate by end of 1st anniversary.

19/07/15 16:02:00: [eiser] : - creative director and full commitment to business. Not easy challenge to get it done. Normally would work for 200k euro. But would hope you meet me at 100k euro rather than 80k annual salary.

19/07/15 16:03:17: [eiser] : Want to bring value with London and my experience to the business and your dream. Could work well.

19/07/15 16:06:10: [eiser] ; Think about it and we talk later.

19/07/15 16:08:30:   : Done deal!!! So glad to have you aboard!!!

(…)

20/07/15 10:01:28: [eiser] : Good morning David. Excited about the business and potential of it.”

2.7.

Op 20 juli 2015 heeft [gedaagde] aan [eiser] een “Deal Memo: Models2B.com” gezonden. Daarin staat onder meer:

“I am thrilled that we came to a deal so quickly. Underneath I have summarised the deal parameters:

You will join Models2B.com immediately as a founding partner and will assume the position of Creative Director.

Creative Director

The company will establish her global headquarters in London, UK and have her back office in Amsterdam, The Netherlands. The preferred location for the London HQ is the existing office at 30 New Bond Street. If this location is not available we will establish office elsewhere in Mayfair.

(…)

Although the greater part of the services rendered by you will be delivered in the U.K. formally you shall be engaged for this position by the Dutch company for a annual salary of 100.000 Euros, to be paid in monthly instalments afterwards. (…)

Investor/Founder

150.000 shares of Models2B.com B.V. will be issued to you, or a holding company to be formed by you for this purpose for a purchase prices of 2 euro per share for a total amount of 300.000 euro. This share package corresponds with 15% of the current total outstanding shares (1.000.000 shares). (…)”

2.8.

[eiser] heeft op 20 juli 2015 om 22.53 uur bij e-mailbericht aan [gedaagde] meegedeeld:

“Thank you for the email attachment Deal Memo and for the offer.

Let’s speak tomorrow over a few points. All in all it covers points we have discussed over the past few days.”

2.9.

Op 21 juli 2015 heeft [gedaagde] aan Rush & Cumberland, fiscale adviseurs van [eiser] , gemaild dat hij en [eiser] overeenstemming hebben bereikt en heeft hij hen verzocht tijdstippen en telefoonnummers door te geven voor een “conference call”.

2.10.

Op 22 juli 2015 heeft [gedaagde] bij e-mailbericht aan [naam 1] , de personal assistant van [eiser] in London, verzocht onder meer de volgende afspraken in de agenda van [eiser] te zetten en zijn aanwezigheid te bevestigen:

  • -

    23 juli om 14.30 uur: Kick off meeting in de woning van [eiser] te Naarden-Vesting

  • -

    24 juli om 14.00 uur: meeting met bouwers website te Haarlem

  • -

    27 juli om 9.30 uur: bijeenkomst notariskantoor Amsterdam “to incorporate the company”

  • -

    27 juli: asbest inspectie in de woning in Naarden-Vesting

  • -

    28/29 juli: diner in Zwitserland bij familie Marechal.

Op 23 juli 2015 heeft [naam 1] bij e-mailbericht aan [gedaagde] de afspraken bevestigd.

2.11.

Op 24 juli 2015 om 06:50:09 heeft [eiser] via Whats App aan [gedaagde] het volgende bericht gestuurd:

“Godmorning David. All is good. Though feel pressured to enter into a business without the usual legal process aha agreements in place. Vanessa is able to follow up directly with the process with you“

2.12.

Op 26 juli 2015 heeft [naam 1] namens [eiser] een spread sheet met betrekking tot de kosten van het kantoor aan [adres] te Londen aan [gedaagde] gemaild.

2.13.

In de periode van 24 juli 2015 toten met 31 juli 2015 hebben [eiser] en [gedaagde] via Whats App veelvuldig contact met elkaar gehad.

2.14.

Op 3 augustus heeft [eiser] via Whats App het volgende bericht aan [gedaagde] gestuurd:

“03/08/15 09:46:48: [eiser] : Good morning David. Trust you had a good weekend. I recieved the message from Simon the lawyer that we did not get the agreement in place. At this point I have to inform you that I will not be taking this any further. Sorry that is the case. I wish best with the business and your concept.”

2.15.

[gedaagde] is op 3 augustus 2015 naar de woning van [eiser] in Naarden-Vesting gegaan. Op enig moment heeft [eiser] op die dag telefonisch [naam 1] opdracht gegeven om een bedrag van € 150.000,00 naar de bankrekening op naam van [gedaagde] /Models2B over te maken. Daarna heeft [eiser] via Whats App aan [gedaagde] medegedeeld:

“03/08/15 14:23:19: [eiser] : David. I am happy to loan you 150k euro as a friend to return to me in the near future. This is a personal loan as you asked me as a friend for it and with a view to return to me by beg of January 2016 of before when you can.”

[gedaagde] heeft daarop geantwoord:

“03/08/15 15:09:35:   : Appreciatie that very, very much. Can you make it to the gym at 17.30 already?”

Partijen hebben elkaar die avond nog getroffen in de sportschool.

2.16.

[eiser] heeft op 4 augustus 2015 een arts bezocht. Vastgesteld is onder meer dat [eiser] een trommelvliesperforatie van zijn linkeroor had en dat hij zeer emotioneel was.

2.17.

Op 5 augustus 2015 heeft [eiser] bij de politie te Naarden aangifte gedaan van zware mishandeling gepleegd op 3 augustus 2015 tussen 13.00 uur en 14.30 uur door [gedaagde] . In het proces-verbaal van aangifte is onder meer opgenomen dat [gedaagde] [eiser] die dag op zijn hoofd en in zijn buik heeft geslagen. Ook raakte [gedaagde] het oor van [eiser] , waarna hij niets meer hoorde aan de linkerkant. [gedaagde] eiste dat [eiser] hem zou betalen. Het proces-verbaal vermeldt hierover onder meer:

“Ik voelde me gedwongen om contact op te nemen met Jens om het geld over te maken. Ik heb een foto gemaakt en via de Whatsapp gestuurd naar Jens met het verzoek om geld over te maken op deze rekening, 150.000,00 euro. Ik zei David dat ik dit geld als een lening zou overmaken en niet alsof het een bevestiging was van een zakelijke overeenkomst.

(..) Kort hierna ging David weg en heb ik hem via de Whatsapp nogmaals weten dat het een lening betrof. (..)

David stelde voor dat ik hem later in de sportschool zou ontmoeten. Dit is sportschool Health City in Amstelveen. (..) Ik ben later naar de sportschool gegaan omdat ik in schok was en me geïntimideerd voelde door hem. Daar in de sportschool was hij een hele andere man, hij was aardig.”

2.18.

Bij verzoekschrift van 6 augustus 2015 heeft [eiser] de rechtbank Amsterdam verlof gevraagd tot het leggen van conservatoir derdenbeslag onder de ABN AMRO bank op de bankrekeningen van Models2B International, Models2BHolding en [gedaagde] . Het verlof is diezelfde dag verleend. Het beslag heeft gedeeltelijk doel getroffen.

2.19.

Op 19 augustus 2015 heeft [eiser] Models2B c.s. gedagvaard om te verschijnen op de terechtzitting van de rechtbank Amsterdam van 2 september 2015. In deze procedure vordert [eiser] betaling van € 150.000,00 van Models2B c.s. op grond van onverschuldigde betaling.

2.20.

[gedaagde] heeft zelf een “aangifte en klacht” opgesteld tegen [eiser] , gedateerd 26 augustus 2015, en stelt daarin dat [eiser] een valse aangifte zou hebben gedaan. [gedaagde] heeft geen officiële aangifte laten opnemen door de politie.

2.21.

Bij verzoekschrift van 2 september 2015 heeft Models2B c.s. verlof gevraagd aan de rechtbank Gelderland voor het leggen van conservatoir beslag op drie paarden van [eiser] , die gestald waren in Lunteren. Het verlof is op 3 september 2015 verleend. Op 12 september 2015 is beslag gelegd op de paarden “Ekwador” en “Dancing Delight” en zijn deze in bewaring genomen en elders gestald.

2.22.

[eiser] heeft afgezien van de levering van de woning te Naarden-Vesting en heeft de verkopers een afkoopsom betaald.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert – samengevat – de opheffing van het op de paarden “Ekwador” en “Dancing Delight” gelegde conservatoire beslag, met veroordeling van Models2B c.s. in de kosten van de procedure.

3.2.

Models2B c.s. voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Ingevolge artikel 705 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan de voorzieningenrechter die het verlof tot het beslag heeft gegeven, rechtdoende in kort geding, het beslag op vordering van elke belanghebbende opheffen. Ingevolge lid 2 van dat artikel dient het beslag te worden opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag blijkt. Dit brengt mee dat het in de eerste plaats op de weg ligt van degene die de opheffing vordert om met inachtneming van de beperkingen van de voorzieningenprocedure aannemelijk te maken dat de door de beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk of onnodig is (HR 14 juni 1996, NJ 1997/481). Er zal evenwel beslist moeten worden aan de hand van wat door beide partijen naar voren is gebracht en summierlijk met bewijsmateriaal is onderbouwd. Die beoordeling kan niet geschieden los van de in een zodanig geval vereiste afweging van de wederzijdse belangen, waarbij dient te worden beoordeeld of het belang van de beslaglegger bij handhaving van het beslag op grond van de door deze naar voren gebrachte omstandigheden zwaarder dient te wegen dan het belang van de beslagene bij opheffing van het beslag. De Hoge Raad heeft hieraan toegevoegd dat een conservatoir beslag naar zijn aard ertoe strekt om te waarborgen dat, zo een vooralsnog niet vaststaande vordering in de bodemprocedure wordt toegewezen, verhaal mogelijk zal zijn, terwijl de beslaglegger bij afwijzing van de vordering zal kunnen worden aangesproken voor de door het beslag ontstane schade.

4.2.

In dit verband heeft [eiser] gesteld dat de vordering die Models2B c.s. op hem pretendeert te hebben ondeugdelijk is omdat tussen partijen in het geheel geen overeenkomst tot stand is gekomen. Partijen hebben wel gesproken over een mogelijke investering van [eiser] in de onderneming van [gedaagde] , maar [eiser] heeft afgezien van het doen van die investering op advies van zijn advocaat in Londen. Het bedrag van € 150.000,00 dat [eiser] op 3 augustus 2015 aan Models2B c.s. heeft overgeboekt, is overgeboekt onder (bedreiging van) geweld door [gedaagde] en betrof bovendien een lening, aldus [eiser] .

4.3.

In het verzoekschrift strekkende tot verkrijging van verlof tot het leggen van beslag op de paarden van [eiser] en in de onderhavige procedure heeft Models2B c.s. aangevoerd dat [gedaagde] en [eiser] op 19 juli 2015 zijn overeengekomen dat [eiser] uiterlijk op 1 augustus 2015 een bedrag van € 300.000,00 in de onderneming van [gedaagde] zou investeren. Dit blijkt volgens Models2B c.s. uit de Whats Appberichten tussen [eiser] en [gedaagde] van 19 juli 2015. [eiser] heeft voorts de “Deal Memo” van [gedaagde] op 20 juli 2015 door middel van een e-mailbericht aan hem bevestigd. Ook is afgesproken hoeveel aandelen [eiser] zou verkrijgen tegen welke prijs, hoe hoog zijn salaris als creatief directeur zou zijn en in welk pand de onderneming zou worden gevestigd. Partijen waren het volgens Models2B c.s. derhalve eens over de essentialia van de samenwerkingsovereenkomst. Er was voorts reeds een afspraak bij de notaris belegd op 27 juli 2015 om de vennootschap in de structuur samen op te richten en de aandelen aan [eiser] te leveren, aldus Models2B c.s. Volgens Models2B c.s. was [eiser] bekend met de prognoses van de onderneming en heeft hij zich ook direct bemoeid met de onderneming door instructies te geven aan de webbouwers. Models2B c.s. zal in de nog aanhangig te maken bodemprocedure mogelijk nakoming van de overeenkomst vorderen. Zij stelt voorts schade te lijden nu [eiser] de overeenkomst niet is nagekomen. Die schade heeft zij begroot op € 1.030.000,00, bestaande uit € 300.000,00 voor de aandelen, € 60.000,00 aan kosten voor een headhunter voor de functie van een andere creatief directeur, € 240.000,00 aan kosten voor het huren van andere kantoorruimte, € 400.000,00 voor gederfde omzet en € 30.000,00 voor advocaatkosten.

4.4.

De voorzieningenechter overweegt het volgende.

Onvoldoende aannemelijk is geworden dat tussen [eiser] en [gedaagde] op 19 juli 2015 dan wel 20 juli 2015 daadwerkelijk een overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan [eiser] een bedrag van € 300.000,00 zou investeren in de onderneming van [gedaagde] tegen verkrijging van 15% van de aandelen, dat hij zijn kantoor in Londen ter beschikking zou stellen aan die onderneming en dat hij creatief directeur zou worden tegen een bepaald jaarsalaris. Uit geen van de overgelegde stukken volgt immers ondubbelzinnig dat [eiser] op enig moment heeft toegezegd dat hij de investering daadwerkelijk zou doen en dat partijen het eens waren over de andere voorwaarden waaronder de overeenkomst tot stand zou komen. Het enkele gegeven dat [gedaagde] op 19 juli 2015 aan [eiser] via Whats App heeft bericht dat sprake is van een “done deal”, dat partijen meermalen hebben gesproken over de wijze waarop zij mogelijk zouden gaan samenwerken en dat [eiser] [gedaagde] op een aantal punten advies heeft gegeven (onder meer wat betreft het bouwen van de website) is daarvoor onvoldoende. De punten die partijen hebben besproken zijn weliswaar schriftelijk door [gedaagde] uiteengezet in zijn Deal Memo’s van 19 juli 2015 en 20 juli 2015, maar op geen enkel moment zijn die afspraken (schriftelijk) bevestigd of vastgelegd en ondertekend door partijen. Uit het e-mailbericht van [eiser] van 20 juli 2015 volgt niet dat partijen het eens waren over de door [gedaagde] opgestelde Deal Memo. Uit dat e-mailbericht kan slechts worden opgemaakt dat partijen daarover gesproken hebben en dat [eiser] daarover nog nader wilde spreken met [gedaagde] . Daar komt bij dat [eiser] op 24 juli 2015 om 06:50:09 (zie 2.11) aan [gedaagde] heeft bericht dat hij zich onder druk gezet voelde om een investering te doen zonder het gebruikelijke juridische proces te hebben doorlopen. Daarna is tussen [eiser] en [gedaagde] nog veelvuldig Whats App contact geweest, maar niet gesteld of gebleken is dat uit die contacten blijkt dat tussen partijen overeenstemming is bereikt. Het lijkt voorts erop dat de geplande afspraak bij de notaris op 27 juli 2015 in ieder geval niet heeft plaatsgevonden. Voorts is niet gebleken dat de notaris reeds concept akten had opgesteld met betrekking tot de oprichting van de vennootschappen en de levering van de aandelen aan [eiser] , zoals Models2B c.s. aanvoert en [eiser] betwist. Evenmin is gebleken dat de overige afspraken die partijen hebben gemaakt voor 23 juli 2015, 24 juli 2015, 27 juli 2015 en 28/29 juli 2015 daadwerkelijk hebben plaatsgevonden.

4.5.

Vaststaat daarentegen wel dat [eiser] op 3 augustus 2015 aan [gedaagde] heeft bericht dat hij afzag van het doen van een investering in de onderneming van [gedaagde] .

[gedaagde] heeft ter zitting erkend dat hij na het ontvangen van dit bericht naar de woning van [eiser] in Naarden-Vesting is gegaan. In het kader van dit kort geding is niet duidelijk geworden wat zich die dag precies in die woning heeft afgespeeld omdat de verklaringen van [eiser] en [gedaagde] daarover uiteenlopen. Vaststaat wel dat [eiser] op

4 augustus 2015 aangifte van zware mishandeling heeft gedaan tegen [gedaagde] en dat die aangifte is onderbouwd met een medische verklaring waaruit blijkt dat het trommelvlies van [eiser] was geperforeerd. Volgens [gedaagde] is de zaak door het openbaar ministerie geseponeerd, maar [eiser] heeft dat betwist, zodat dat niet is komen vast te staan.

4.6.

[gedaagde] heeft ter zitting verklaard dat hij [eiser] op 3 augustus 2015 heeft uitgelegd dat hij in de problemen zou komen indien [eiser] zich uit de onderneming zou terugtrekken en dat [eiser] hem toen met het overmaken van € 150.000,00 wilde helpen omdat hij, [gedaagde] , hem had geholpen met de woning. Volgens [gedaagde] heeft [eiser] toen niet gezegd dat het een lening betrof. Dat heeft hij pas daarna via sms aan hem meegedeeld, aldus [gedaagde] . [gedaagde] heeft voorts verklaard dat hij, toen [eiser] het bedrag van € 150.000,00 had laten overboeken, [eiser] niet heeft medegedeeld dat hij nog nakoming zou vorderen van de door hem gestelde overeenkomst en nog aanspraak zou maken op € 300.000,00 en schadevergoeding.

Indien het verhaal van [gedaagde] over hetgeen zich op 3 augustus 2015 heeft afgespeeld in de woning zou worden gevolgd, is het naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter waarschijnlijk dat partijen, althans [eiser] , ervan uitgingen dat de beoogde samenwerking was afgeblazen. Het ligt immers niet voor de hand dat [eiser] een bedrag van € 150.000,00 al dan niet als lening aan [gedaagde] zou verstrekken, indien hij zou weten dat [gedaagde] hem desondanks zou aanspreken tot betaling van € 300.000,00 en schadevergoeding, terwijl in de optiek van [eiser] was afgezien van verdere samenwerking. De omstandigheid dat [eiser] op 3 augustus 2015 wel een aanzienlijk bedrag heeft verstrekt aan [gedaagde] vormt in dat licht bezien een aanwijzing voor de juistheid van de stelling van [eiser] dat partijen geen overeenkomst zijn aangegaan, zodat er vooralsnog geen sprake van nakoming en/of schadevergoeding kan zijn.

4.7.

Op grond van het voorgaande heeft [eiser] naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter daarom voldoende aannemelijk gemaakt dat de vordering van Models2B c.s. uit hoofde waarvan verlof is verkregen voor het leggen van beslag summierlijk ondeugdelijk is. Het beslag zal dan ook worden opgeheven.

4.8.

Models2B c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding € 94,19

- griffierecht 285,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.195,19.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

heft op het op 12 september 2015 ten laste van [eiser] op de paarden “Ekwador” en “Dancing Delight” gelegde conservatoir beslag,

5.2.

veroordeelt Models2B c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.195,19,

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2015.

Coll: LV