Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:7373

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
26-11-2015
Datum publicatie
07-12-2015
Zaaknummer
AWB - 15 _ 2357
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Kostendelersnorm Participatiewet, broer en zus. Uit de Memorie van Toelichting blijkt dat de wetgever uitdrukkelijk situaties, zoals die waarin eiseres en haar broer verkeren, heeft meegewogen. Het is niet aan de rechter om een oordeel te geven over de uitkomst van die weging. De rechtbank is verder niet gebleken dat artikel 22a van de PW in strijd is met een geschreven of ongeschreven hogere rechtsnorm. De conclusie kan derhalve niet anders zijn dan dat verweerder terecht de kostendelersnorm van toepassing heeft geacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWWB 2016/15
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: 15/2357

uitspraak van de meervoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. C.M.A. Mertens),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [woonplaats] te [woonplaats] , verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 9 maart 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder het recht op bijstand van eiseres ingevolge de Participatiewet (PW) met ingang van 1 juli 2015 herzien naar € 686,31 per maand.

Bij besluit van 30 maart 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 november 2015. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door F. Metzemaekers en mr. N.A. van Wingerden.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Eiseres ontvangt bijstand naar de norm voor een alleenstaande. Zij staat samen met haar broer ingeschreven op het adres [adres] te [woonplaats] . Haar broer heeft een partiële dwarslaesie.

2. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de kostendelersnorm ingevolge de PW met ingang van 1 juli 2015 voor eiseres gaat gelden. Deze norm is op eiseres van toepassing aangezien zij het hoofdverblijf heeft in dezelfde woning als haar broer.

3. Eiseres heeft aangevoerd dat de berekening van het nieuwe bedrag aan bijstand niet voldoende is toegelicht door verweerder en dat zij door de kostendelersnorm in financiële problemen geraakt.

4. De rechtbank stelt vast dat op grond van het overgangsrecht per 1 juli 2015 op eiseres de zogenaamde kostendelersnorm van toepassing is zoals deze is neergelegd in artikel 22a, eerste lid van de PW.

5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het recht op bijstand van eiseres aan de hand van artikel 22a, eerste lid, van de PW juist heeft berekend en dit in het bestreden besluit voldoende heeft toegelicht. De uitzonderingssituaties genoemd in artikel 22a, derde en vierde lid, van de PW zijn niet op eiseres van toepassing.

6. Eiseres heeft aangegeven dat zij en haar broer al vele jaren op het bestaansminimum leven en dat de toepassing van de kostendelersnorm tot een forse daling van eiseres haar inkomen leidt. Deze daling kunnen eiseres en haar broer niet opvangen door te gaan werken nu zij beiden arbeidsongeschikt zijn. Verweerder heeft aangegeven dat hij verplicht is de kostendelersnorm op eiseres toe te passen en dat de wet geen mogelijkheid biedt voor eiseres een uitzondering te maken. Hij heeft er daarbij op gewezen dat in de Memorie van Toelichting bij de wet expliciet is aangegeven dat de kostendelersnorm ook van toepassing is op personen die samenwonen met een broer of zus, waarbij een van beiden behoefte heeft aan zorg (Kamerstukken II, 2013/2014, nr. 3, p. 6).

7. De rechtbank heeft – met verweerder – begrip voor de moeilijke situatie waarin eiseres en haar broer door toepassing van de kostendelersnorm komen. Artikel 11 van de Wet algemene bepalingen schrijft echter voor dat de rechter volgens de wet recht moet spreken: de rechter mag in geen geval de innerlijke waarde of de billijkheid van de wet beoordelen. Uit de Memorie van Toelichting blijkt dat de wetgever uitdrukkelijk situaties, zoals die waarin eiseres en haar broer verkeren, heeft meegewogen. Het is niet aan de rechter om een oordeel te geven over de uitkomst van die weging. De rechtbank is verder niet gebleken dat artikel 22a van de PW in strijd is met een geschreven of ongeschreven hogere rechtsnorm. De conclusie kan derhalve niet anders zijn dan dat verweerder terecht de kostendelersnorm van toepassing heeft geacht.

8. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, voorzitter, mr. S.W. van Osch - Leysma en mr. C.W.C.A. Bruggeman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.W.M. Litjens, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.