Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:7367

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25-11-2015
Datum publicatie
26-11-2015
Zaaknummer
05/881882-14 en 05/880684-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Edenaar bestraft voor rooftocht en overvallen

De rechtbank heeft aan een 19-jarige man uit Ede een gevangenisstraf van 9 jaar opgelegd. De man is veroordeeld voor het plegen van 14 misdrijven en het betalen van schadevergoedingen aan een aantal slachtoffers.

Overvallen

De Edenaar heeft begin dit jaar een Texaco tankstation in zijn woonplaats overvallen en heeft daarbij twee werknemers - die hem probeerden te overmeesteren – meerdere keren met een mes neergestoken. Deze medewerkers liepen hierbij ernstig letsel op. Er is geen geld gestolen.

Een maand eerder heeft de man samen met een ander een bloemenzaak in Ede overvallen en de eigenaresse onder bedreiging van geweld gedwongen tot het geven van geld. Bij de overval hebben zij ook sigaretten weggenomen en de ketting van de hals van de eigenaresse getrokken.

De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij de feiten heeft gepleegd met een groot gebrek aan respect voor het leven van anderen en dat hij volledig voorbij gaat aan de impact die een overval op de slachtoffers heeft.

Rooftocht

Verder heeft de man samen met anderen in een paar maanden tijd een groot aantal woninginbraken gepleegd of geprobeerd te plegen. Ook heeft hij ingebroken in een auto en uit een schuurtje gestolen.

Daarbij viel in het bijzonder op dat de Edenaar op 31 maart 2015 met anderen op rooftocht is gegaan door op één dag vier (pogingen) woninginbraken en een diefstal te plegen in Ede en in omliggende plaatsen.

De daders gooiden daarbij telkens ruiten in met een steen. Net als bij de overvallen, lijkt de man zich in het geheel niet bewust te (willen) zijn van het leed dat hij anderen aandoet en de materiele maar ook psychische schade die hij in een paar minuten veroorzaakt.

Onrust

De inbraken hebben voor veel onrust gezorgd in de samenleving en met name in de Edense gemeenschap, die al veel langer geteisterd wordt door een grote hoeveelheid inbraken. Inbraken die telkens met een grote brutaliteit gepleegd worden door verschillende leden van een telkens wisselende groep jongens. De feiten zorgen voor veel overlast én vragen een grote politiecapaciteit.

Straf hoger dan eis

De strafeis van de officier van justitie was acht jaar gevangenisstraf. De rechtbank vindt - in tegenstelling tot de officier van justitie – ook de overval op de bloemenzaak bewezen. Om die reden is de opgelegde straf hoger dan geëist en veroordeelt de rechtbank de man tot 9 jaar gevangenisstraf. Daarbij heeft de rechtbank wel meer dan de officier van justitie rekening gehouden met de nog jonge leeftijd van verdachte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers : 05/881882-14 en 05/880684-15

Datum uitspraak : 25 november 2015

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te Ede, wonende te [geboortedatum]

thans gedetineerd te P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid te Arnhem

raadsman: J.G.M. Dassen, advocaat te Utrecht.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 2 september 2015 en van 11 november 2015.

1. De inhoud van de tenlastelegging1

05/881882-14

Aan verdachte wordt verweten:

  1. dat hij in de periode van 21 februari 2015 tot en met 22 februari 2015 in Ede heeft geprobeerd samen dan wel alleen in te breken door met een steen een raam in te gooien;

  2. dat hij op of omstreeks 10 maart 2015 in Ede samen dan wel alleen heeft ingebroken door met een steen een raam in te gooien en daarbij sieraden en/of geld heeft weggenomen;

  3. dat hij op of omstreeks 28 maart 2015 in Ede samen dan wel alleen heeft ingebroken door met een steen een ruit in te gooien en daarbij een of meerdere sieraden en/of een alarmpistool heeft weggenomen dan wel wordt hem de opzet- of schuldheling van deze sieraden verweten;

  4. dat hij op of omstreeks 31 maart 2015 in Otterlo heeft geprobeerd samen dan wel alleen in te breken door met een steen een ruit in te gooien;

  5. dat hij op of omstreeks 31 maart 2015 in Wolfheze heeft geprobeerd samen dan wel alleen in te breken door met een steen een of meerdere ruiten in te gooien;

  6. dat hij op of omstreeks 31 maart 2015 in Bennekom samen dan wel alleen heeft ingebroken door met een steen een ruit in te gooien en daarbij een portemonnee heeft weggenomen;

  7. dat hij op of omstreeks 31 maart 2015 in Ede heeft geprobeerd samen dan wel alleen in te breken door met een steen een ruit in te gooien;

  8. dat hij op of omstreeks 31 maart 2015 in Ede samen dan wel alleen een zaag en/of een boor/schroefmachine uit een schuurtje heeft gestolen;

  9. dat hij op of omstreeks 15 november 2014 in Ede samen dan wel alleen heeft ingebroken door met een steen een raam in te gooien en daarbij een of meer sleutels en/of een I-pad en/of een horloge en/of een pakje shag en/of geld heeft weggenomen;

  10. hij op of omstreeks 15 november 2014 in Ede samen dan wel alleen een bestelbus en/of een jas en/of een fotocamera en/of een navigatiesysteem en/of een horloge en/of een parkeerkaart heeft gestolen, dan wel wordt hem opzet- of schuldheling van het navigatiesysteem verweten;

  11. dat hij op of omstreeks 2 april 2015 in Barneveld samen dan wel alleen heeft ingebroken door met een steen een raam in te gooien en een of meer sleutels en/of een tablet heeft weggenomen;

  12. hij op of omstreeks 2 april 2015 in Barneveld samen dan wel alleen een auto heeft gestolen.

05/880684-15

Aan verdachte wordt verder verweten:

  1. dat hij op of omstreeks 4 januari 2015 in Ede heeft geprobeerd [slachtoffer 1] te doden door hem te steken en/of te slaan met een pistool of (hard) voorwerp, dan wel wordt hem verweten dat hij hierdoor zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer 1] heeft toegebracht dan wel dit heeft geprobeerd;

  2. dat hij op of omstreeks 4 januari 2015 in Ede heeft geprobeerd [slachtoffer 2] te doden door hem te steken, dan wel wordt hem verweten dat hij hierdoor zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer 2] heeft toegebracht dan wel dit heeft geprobeerd;

  3. dat hij op of omstreeks 4 januari 2015 in Ede heeft geprobeerd [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] af te persen door geweld en/of bedreiging met geweld van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ;

  4. dat hij op of omstreeks 4 januari 2015 in Ede een pakje kauwgom en/of snoep heeft gestolen met bedreiging van geweld en/of geweld;

  5. dat hij op of omstreeks 2 december 2014 in [naam 1] te Ede [slachtoffer 3] [naam 2] samen dan wel alleen heeft afgeperst door bedreiging van geweld en/of geweld;

  6. dat hij op of omstreeks 2 december 2014 in [naam 1] te Ede [slachtoffer 3] samen dan wel alleen sigaretten en een ketting heeft gestolen met bedreiging van geweld en/of geweld;

  7. dat hij op of omstreeks 7 november 2014 in Bennekom samen dan wel alleen heeft ingebroken door met een steen een raam in te gooien en daarbij een tas met geld heeft weggenomen;

  8. dat hij in de periode van 10 januari 2015 tot en met 11 januari 2015 in Ede samen dan wel alleen in een auto heeft ingebroken door het inslaan van een ruit en daarbij een lifehammer heeft meegenomen.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van parketnummer 05/881882-14:2

Met betrekking tot feit 1

Feiten

De woning aan de [adres 1] in Ede is op 21 februari 2015 omstreeks 12:30 uur door de eigenaar [slachtoffer 4] intact achtergelaten. In de nacht van 21 op 22 februari 2015 is omstreeks 00:15 uur het alarm in de bijkeuken afgegaan. Door een raam van de keukendeur van de woning waren een of meerdere stenen gegooid. Er zijn geen spullen weggenomen.3 Verdachte is samen met de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 22 februari 2015 omstreeks 00:50 uur op ongeveer 350 meter van de betreffende woning aangetroffen.4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de poging tot inbraak in de woning aan de [adres 1] te Ede.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, nu niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte aan de inbraak heeft deelgenomen. De verdediging is daarbij van mening dat niet kan worden geconcludeerd dat de glassplinter afkomstig is van de woning, noch dat deze bij verdachte is aangetroffen.

Beoordeling door de rechtbank

[slachtoffer 5] heeft verklaard dat zij op 21 februari 2015 in de ochtend de skibox, die ze de dag daarvoor op haar personenauto van het merk [naam 3] had gezet, heeft geopend en ingepakt. Vervolgens zijn zij en haar man op 21 februari 2015 tussen 13:00 en 13:30 uur vertrokken voor een skivakantie. De [naam 4] van haar man (rechtbank: [slachtoffer 4]) stond op de oprit van de woning.5

Uit het getapte telefoongesprek d.d. 21 februari 2015 om 11:36:39 tussen [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] : [telefoonnummer 1] ) en verdachte ( [medeverdachte 2] : [telefoonnummer 2] ) - waarbij de telefoon van [medeverdachte 1] een mast aanstraalt in Ede - blijkt het volgende:

“ [medeverdachte 2] : Ja?

[medeverdachte 1] : Hij is bezig met inpakken man.

[medeverdachte 2] Wie?

[medeverdachte 1] : Die [naam 4] (fon / ntv).

[medeverdachte 2] : Echt waar?

[medeverdachte 1] : Hij is voor de deur bezig met inpakken voor die box, ik zag hem net

[medeverdachte 2] : De [naam 3] (fon) of zo?

[medeverdachte 1] : ja man

[medeverdachte 2] : echt waar?

[medeverdachte 1] : Dat betekent hij gaat zo meteen!

[medeverdachte 2] : echt waar!

[medeverdachte 1] : Luister dan

[medeverdachte 2] : Ja

[medeverdachte 1] : Die ene andere toch, die ik tegen jou heb gezegd toch gister, met die box

[medeverdachte 2] : Ja (…)”.6

Vervolgens vindt op 21 februari 2015 om 17:49:44 tussen verdachte ( [medeverdachte 2] ) en [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) het volgende gesprek plaats:

“(…)

[medeverdachte 1] : het is weg he!

[medeverdachte 2] : He?

[medeverdachte 1] : hij is euh het/hij is weg he

[medeverdachte 2] : wat?

[medeverdachte 1] : Je weet wel, waarover we het in de ochtend hadden

[medeverdachte 2] : klaar/weg?

[medeverdachte 1] : echt waar?

[medeverdachte 2] : Kom nu naar mij toe

[medeverdachte 1] : Je moet auto regelen

[medeverdachte 2] : He?

[medeverdachte 1] : Je moet auto regelen!

(…)

[medeverdachte 1] : Met wie ben je?

[medeverdachte 2] : De chinees.

(…)

[medeverdachte 2] : Niet te veel praten. De Chinees is goed, ik vraag hem, geen probleem.

(…)

[medeverdachte 1] : Hoe laat wil je die ding gaan doen? Dan kan ik tegen hem met hem tijd afspreken toch?

[medeverdachte 2] :10?

[medeverdachte 1] : Nee mattie, 10 is nog vroeg jongen. 10 is nog veel te vroeg. 12 is perfect. Ey?

[medeverdachte 2] : Is cool

[medeverdachte 1] : 12 he?

[medeverdachte 2] : Is cool

[medeverdachte 1] : Ok, ey

[medeverdachte 2] : Ja is cool (…)”.7

Tot slot is er een gesprek tussen verdachte (A) en [medeverdachte 1] (I) op 21 februari 2015 om 19:14 uur:

“A: luister dan ik heb jou even nodig, hij heeft een huis, je weet toch, (om) naar binnen (te) gaan! (….)

I: waar dan?

A: in de buurt (…)

I: mooi ik ga snel mijn ding doen en dan kom ik er gelijk aan!

A: yo ik wacht op jou ik ben daar in de buurt om te kijken of vedor (fon)/ of hij rondjes maakt (…)”.8

Het tapgesprek over de [naam 3] sluit qua inhoud aan bij de verklaring van [slachtoffer 5] - over het inpakken van de skibox op de [naam 3] en de [naam 4] die nog op de oprit was blijven staan. In combinatie met de omstandigheid dat het alarm op 22 februari 2015 omstreeks 00:15 uur in de woning is afgegaan én de tijdstippen die in het tweede tapgesprek worden genoemd, acht de rechtbank bewezen dat deze gesprekken tussen [medeverdachte 1] en verdachte betrekking hebben op de woning aan de [adres 1] in Ede.

Zoals overwogen is verdachte samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] kort na de inbraak op 350 meter afstand van de woning aangetroffen. Op het moment dat zij de verbalisanten zagen, begonnen zij sneller te lopen en probeerden ze uit elkaar te gaan. [medeverdachte 1] ‘hijgde als een paard’ en zijn broek en schoenen waren vuil door de modder en er zaten groene afdrukken op zijn broek. [medeverdachte 2] had zijn jas half open, had een rood aangelopen gezicht en nek en zweetdruppels op zijn voorhoofd terwijl het buiten 4,5 graad was.9 Zowel [medeverdachte 2] als [medeverdachte 1] verklaarden dat ze op weg waren naar het [plaats] (afstand 2,2 km) om te gaan stappen, wat de rechtbank gelet op de voorgaande omstandigheden niet aannemelijk acht.

Na de aanhouding zijn [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en verdachte op 22 februari 2015 gefouilleerd. Daarbij is na de fouillering van verdachte voor de balie waar verdachte is gefouilleerd een glassplinter aangetroffen. Nu de vloer tussentijds (en daarmee ook voorafgaand aan de fouillering van verdachte) is gecontroleerd op glassplinters,10 acht de rechtbank bewezen dat de glassplinter zoals deze na de fouillering van verdachte is aangetroffen van verdachte afkomstig is geweest. Uit onderzoek volgt dat dit glasdeeltje dezelfde samenstelling heeft als het glas uit de vernielde ruit van de woning aan de [adres 1] in Ede. Verder acht het NFI het 100 tot 10.000 keer waarschijnlijker dat het glasdeeltje afkomstig is van de vernielde ruit dan van een willekeurige andere ruit of glazen voorwerp.11

Gelet op al het voorgaande in samenhang bezien en in aanmerking genomen dat verdachte geen (aannemelijke) verklaring heeft gegeven voor de telefoongesprekken, zijn aanwezigheid in de buurt van de woning in de betreffende nacht en de aanwezigheid van de glassplinter, acht de rechtbank bewezen dat verdachte samen met de anderen heeft geprobeerd om in de woning aan de [adres 1] in Ede in te breken.

Met betrekking tot feit 2:

Feiten

Op 10 maart 2015 heeft er in de woning aan de [adres 2] te Ede tussen 09:00 uur en 11:40 uur een inbraak plaatsgevonden. De woning was geheel in tact afgesloten. Het raam van de achterdeur van de woning is met een steen ingegooid, waarna vervolgens de dader(s) door de opening naar binnen is/zijn gegaan. Er zijn sieraden en geld uit de woning van [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] weggenomen. Kort na de inbraak is in de woning een deels opgebrande sigaar gevonden.12

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de inbraak op 10 maart 2015 in Ede.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Aangever [slachtoffer 6] heeft verklaard dat tijdens de inbraak alle slaapkamers zijn doorzocht. Verder heeft hij verklaard dat hij en zijn dochter [slachtoffer 7] niet in de woning roken.13In de ouderlijke slaapkamer van de woning is desondanks – zoals overwogen - een deels opgebrande sigaar aangetroffen. Op de sigaar is speeksel aangetroffen, waaruit een DNA-profiel is opgemaakt dat matcht met het DNA-profiel van verdachte. De matchkans is kleiner dan één op één miljard.14 Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het hier gaat om een spoor van de dader. Verdachte heeft voor deze DNA-match geen verklaring gegeven. De rechtbank houdt het er daarom voor dat deze DNA-match ontstaan is, doordat verdachte in de woning van het slachtoffer een sigaar heeft gerookt.

Verder is tijdens de inbraak geprobeerd een kluis in één van de slaapkamers te openen. De kluis is kapotgegaan, maar het is niet gelukt om de deur van de kluis open te krijgen.15

Dit past bij het tapgesprek op de dag van de inbraak en rond het tijdstip van het feit.

Op 10 maart 2015 om 12:16:03 heeft het volgende gesprek tussen verdachte (telefoonnummer: [telefoonnummer 2] ) en een onbekende man plaatsgevonden:

‘A: Ah kijken hoe moet ik het zeggen man de hoe heet dat de deur die wou niet open.

(…)

A: Ik ben nu bij mij nefo (fon) snap je……. ennuh ff kijken hoe wij die shit gaan doen want gewoon je weet toch ik heb wel wat snap je. Maar wat jij tegen mij hebt gezegd dat was dat lag er niet. Ik heb wel gewoon wat anders weet je gewoon van die bitch zelf je weet toch. Gewoon ik ga niet voor je liegen broer ik heb ff kijken 2,2 bar heb ik nu cash plus wat ching (fon) money. Alleen die ik weet 100% dat in die ding die is gevuld snap je maar de probleem is hoe, hoe snap je die ding. Ik ik ben net geweest snapie. (…)’.16

Nu in de woning op een sigaar een spoor van verdachte is aangetroffen in samenhang met het tapgesprek en de omstandigheid dat is geprobeerd de (inhoud van de) kluis weg te nemen en het feit dat verdachte deze wijze van inbreken dan wel bij een poging hiertoe vaker heeft gebruikt (zie onder meer 05/881882-14, feit 1), acht de rechtbank bewezen dat verdachte de persoon is geweest die de inbraak heeft gepleegd.

Met betrekking tot feit 3:

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte in het geheel van dit feit dient te worden vrijgesproken.

Met betrekking tot de feiten 4 tot en met 8:

Op 31 maart 2015 vinden er vier (pogingen) woninginbraken en een inbraak in een schuurtje plaats. Deze zijn bij verdachte tenlastegelegd onder de feiten 4 t/m 8.

4 : Otterlo (gemeente Ede), [adres 3] (woning [slachtoffer 8] ), tussen 12.15 en 15:15, waarbij het niet is gelukt om de woning binnen te komen;17

5 : Wolfheze (gemeente Renkum), [adres 4] (woning [slachtoffer 11] ), rond 15:00 uur, waarbij geen goederen zijn weggenomen;18

6 : Bennekom (gemeente Ede), [adres 5] (woning [slachtoffer 10] ), tussen 14:30 en 16:45, waarbij een zwarte portemonnee met drie briefjes van vijftig gulden zijn weggenomen;19

7 + 8 : Ede, [adres 6] (woning [slachtoffer 9] ), rond 15:50 uur, waarbij uit de woning geen goederen zijn weggenomen. Uit het schuurtje achter de woning aan de [adres 6] zijn een handcirkelzaag en boor/schroefmachine weggenomen.20

De rechtbank acht bewezen dat verdachte deze inbraken samen met [voornaam] [medeverdachte 1] heeft gepleegd. Om tot deze conclusie te komen doet de rechtbank op basis van het dossier allereerst een aantal constateringen.

- De rechtbank heeft zojuist bewezenverklaard dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan twee andere (poging) woninginbraken (feit 1 en 2) in Ede, gepleegd in de weken voorafgaand aan 31 maart 2015. Daarbij is dezelfde modus operandi gebruikt als bij de inbraken onder feit 4 (achterzijde woning), feit 5 (achterzijde van de woning en van de tuindeur), feit 6 (achterzijde van de woning) en feit 7 (achterzijde woning). Het gaat telkens om het ingooien/inslaan van een ruit van de woning met een steen die ter plekke wordt gevonden/gepakt.21

- [voornaam] [medeverdachte 1] was ten tijde van de inbraken 16 jaar oud, heeft een getinte huidskleur en had zwarte korte haren.22

- Verdachte was ten tijde van de inbraken 19 jaar oud, heeft een lichtgetinte huidskleur en had zwarte korte haren.23 Zijn lengte is 1.78m.24

- De rechtbank stelt vast, met op grond van de bewijsmiddelen genoemd onder feit 1, dat medeverdachte [voornaam] [medeverdachte 1] en verdachte elkaar kennen, met elkaar omgingen en telefonisch contact hadden. Daarnaast kennen [medeverdachte 1] en verdachte ook [naam 5] .25

- [medeverdachte 1] ( [telefoonnummer 1] ), verdachte ( [telefoonnummer 2] ) en [naam 5] ( [telefoonnummer 3] ) maken gebruik van de voornoemde telefoonnummers.26

- De rechtbank stelt vast dat verdachte in de weken voor 31 maart 2015 beschikte over een Barcelona trainingspak waarvan het jack zwart van kleur is en verticale roze/rode biezen op de zijkanten van de mouwen heeft en de trainingsbroek roze/rode biezen op de broekspijpen heeft. Tot slot constateert de rechtbank dat verdachte dit trainingspak ook buitenshuis droeg.27

Vervolgens overweegt de rechtbank dat op 31 maart 2015 de telefoon van [voornaam] [medeverdachte 1] ( [telefoonnummer 4] , IMEI [nummer 1] ))28 aanstraalt op de volgende masten.

  • -

    Otterlo/Hoenderlo tussen 12.45 en 14.08 uur;

  • -

    Wolfheze om 15.08 uur;

  • -

    Ede, Verlengde Arnhemseweg, om 15:15 uur;

  • -

    15:45-16:14 uur, masten in Ede, in het gebied dat aangestraald wordt vanuit de [adres 6] ;

  • -

    Bennekom, om 16.35 en 16:36 uur.

Uit de mastgegevens volgt dat (de telefoon van) [medeverdachte 1] rond de tijdstippen van de inbraken telkens in de buurt was van de inbraaklocaties. [medeverdachte 1] woont zelf in Ede. Er is nergens uit gebleken dat [medeverdachte 1] de plaatsen Otterlo, Wolfheze en Bennekom regelmatig aandoet of voor de hand liggende redenen heeft daar naar toe te gaan. Hij heeft ook geen verklaring afgelegd over waarom hij op 31 maart 2015 op voornoemde tijden in/nabij deze plaatsen was.

De telefoon van verdachte (IMEI [nummer 2] ) heeft op 31 maart 2015 tussen 12:32:35 uur en 15:05:18 uur en tussen 15:08:15 en 17:37:25 uur geen mast aangestraald.29 Deze tijdstippen houden verband met (pogingen tot) inbraken in Otterlo (feit 4), Bennekom (feit 6) en Ede (feit 7 en 8), wat vraagt om een verklaring van verdachte. Verdachte heeft echter geen verklaring hiervoor gegeven.

Gegevens feit 4: Otterlo

Op 31 maart 2015 om 12:32 is er telefonisch contact tussen [medeverdachte 1] en verdachte. De telefoon van verdachte straalt dan een mast in Ede aan. Uit dit gesprek volgt dat verdachte door [medeverdachte 1] en nog een derde persoon rond dat tijdstip wordt opgehaald.30

Twintig minuten later wordt in Otterlo een [merk] gezien waarvan de bestuurder een man is.31 Deze [merk] wordt onder meer gebruikt door [naam 5] .32 De telefoon van [naam 5] straalt die dag tussen 12:49 en 13:16 uur meerdere keren aan op een mast in Otterlo.33

De telefoon van [medeverdachte 1] straalt zoals overwogen die dag masten aan in Otterlo/Hoenderlo tussen 12.45 en 14.08 uur. Ook was er die dag meermalen telefonisch contact tussen [medeverdachte 1] en [naam 5] .34 Uit die gesprekken is af te leiden dat zij in elkaars buurt zijn.35

In Otterlo wordt door twee getuigen rond 12:53 uur gezien dat er twee jongens bij de auto vandaan lopen. Het gaat om:

  • -

    Een getinte jongen van 1.75-1.80 lang, 18-19 jaar oud. Petje rood/zwart met voorop logo van Stier (Chicago Bulls. Zwart trainingspak met op beide zijden van de jas en broek een fluorescerende bies, oranje of roze van kleur. Sportschoenen.

  • -

    Een getinte jongen, 1.65-1.75 lang, zwart haar, stevig postuur en sportschoenen.

Als de jongens weglopen, rijdt de [merk] achter ze aan.36

De rechtbank stelt vast op grond van het voorgaande dat [medeverdachte 1] , [naam 5] en verdachte de drie mannen zijn die met de [merk] op 31 maart 2015 – rondom het tijdstip van de inbraak (feit 4) - in Otterlo worden gezien. Op grond van het signalement en het gegeven dat verdachte beschikt over een Barcelona-trainingspak en dit ook buitenshuis draagt stelt de rechtbank eveneens vast dat verdachte de persoon is met het trainingspak met de fluorescerende oranje/roze bies op jas en broek.

Gegevens feit 5: Wolfheze

De telefoon van verdachte straalt om 15:05 uur een mast aan in Wolfheze. De telefoon van [medeverdachte 1] straalt rond dat tijdstip eveneens een mast aan in Wolfheze wat impliceert dat [medeverdachte 1] - na het aandoen van Otterlo - gelijktijdig met verdachte in Wolfheze is geweest.37

Ook de telefoon van [naam 5] straalt - rondom het tijdstip van de volgende inbraak in Wolfheze - een mast aanz in de omgeving van Wolfheze.38

Slechts 8 minuten na de inbraak belt [medeverdachte 1] met verdachte. Verdachte vraagt “waar zijn jullie?”. [medeverdachte 1] hijgt zwaar en antwoord: “stukje verderop man, hij was een beetje heet, loop rechtdoor”. Verdachte vraagt: “Waarheen?”. [medeverdachte 1] antwoordt dan: “Ja, loop gewoon rechtdoor”.39

De rechtbank constateert op grond van al het voorgaande in onderling verband bezien dat de drie mannen ten tijde van de inbraak in Wolfheze in of nabij Wolfheze zijn én in elkaars nabijheid. Gezien de inhoud van het tapgesprek stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 1] en [naam 5] bij elkaar zijn en gehaast op weg zijn naar verdachte omdat ‘iets heet was’.

Gegevens feit 7 en 8: Ede

De inbraak in kwestie vindt plaats om 15:50 uur.40 De ruit aan de achterzijde van de woning is stuk. Achter de tuin loopt een brandgang.41 Rond het tijdstip van de inbraak ziet een getuige twee jongens in die brandgang ter hoogte van de woning staan. Een jongen van 17-18 met petje en een trainingspak met een rode streep op de mouw. De tweede persoon had een getinte huidskleur en was in het zwart gekleed.42 Een andere getuige ziet tussen 15:30 en 16:30 een aantal malen dezelfde twee jongens in de buurt lopen van de woning waar is ingebroken. Onder andere in het paadje naast die woning. Eén van die jongens droeg een donkere pet en een trainingspak met een opvallende oranje streep van boven naar beneden over de armen en de zijkant van zijn benen. De jongen was getint van kleur. De tweede persoon droeg ook een donker trainingspak.43

De telefoon van [medeverdachte 1] straalt die dag rond 15:45 uur een mast aan die op een paar honderd meter afstand staat van de woning.44 De telefoon van [naam 5] straalt tussen 15:44 en 16:14 uur achtmaal de mast Nieuwe Maanderbuurtweg te Ede aan.45 Dit is hemelsbreed een paar honderd meter van de betreffende woning verwijderd.

Uit tapgesprekken blijkt dat [medeverdachte 1] en [naam 5] contact hebben met elkaar op 31 maart 2015 rond 15:45 en 16:14 uur. [medeverdachte 1] zegt om 16:14 uur: “we hebben er eentje gepakt”. Op de vraag van [naam 5] waar [medeverdachte 1] is, antwoordt deze: “hier achter bij jou”. [naam 5] vraagt nog: “waar de auto staat?” en [medeverdachte 1] antwoord: “ja man. Dan gaan we zo meteen die straat”.46

Uit al het voorgaande in onderlinge samenhang bezien, concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 1] en verdachte de mannen zijn die achter de woning aan de [adres 6] te Ede zijn gezien. [medeverdachte 1] blijkt op basis van de telefoongegevens vlakbij in de buurt van de woning te zijn ten tijde van de inbraak. [medeverdachte 1] spreekt bovendien over ‘we hebben er eentje gepakt’ waaruit volgt dat hij niet alleen is. [medeverdachte 1] en verdachte voldoen aan het signalement, dat weliswaar algemeen is maar wel specifiek op het trainingspak dat aan verdachte is te koppelen. Ook [naam 5] blijkt volgens de mastgegevens en het tapgesprek in de buurt bij [medeverdachte 1] en verdachte.

Gegevens feit 6: Bennekom

De inbraak in Bennekom is gepleegd voor 16:45 uur. [medeverdachte 1] is rond 16:35 uur in Bennekom in de nabijheid van de woning waar de inbraak wordt gepleegd.47 Rond 16:30 uur worden in de straat waar de inbraak wordt gepleegd door een getuige twee Marokkaanse jongens gezien van rond de 17-18 jaar, met kort zwart haar. Eén van de jongens droeg een trainingsjas met roze strepen op de mouw en had zwart haar.48

De rechtbank weegt het voorgaande opnieuw in onderlinge samenhang. De bewegingen van [medeverdachte 1] lopen in korte tijd drie keer gelijk op met de tijdstippen en de locaties van de inbraak. Daarnaast passen de algemene delen van het signalement op [medeverdachte 1] en op verdachte terwijl meer specifiek wederom wordt gesproken van een jongen die een broek en/of jack met roze streep droeg. De rechtbank concludeert dan ook dat de mannen die door de getuigen op de [adres 5] in Bennekom worden gezien, [medeverdachte 1] en verdachte geweest zijn.

Tot slot

Op 31 maart 2015 belt verdachte om 20:01 uur met [medeverdachte 1] . In het gesprek wordt onder meer het volgende gezegd:

[voornaam] : [naam 6] is een beetje heet geworden

Verdachte : vooral na vandaag

[voornaam] : [naam 6] kookte vandaag, je hebt gezien he?

Verdachte : Woesjn ook mattie, je hebt gezien he? Solo, eenmans, jij ook solo,

eenmans.

Verdachte : we hebben elkaar niet eens nodig meer, vriend

[voornaam] : tuurlijk hebben we elkaar nodig. Voor de motivatie denk ik.

Verdachte : we maken elkaar heet, echt!.49

Het voorgaande in onderlinge samenhang bezien brengt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte, [medeverdachte 1] en [naam 5] op 31 maart 2015 tezamen meebewegen met de tijdstippen en de locaties van de inbraken. Verdachte en [medeverdachte 1] worden een aantal malen vlak bij de betreffende woningen gezien op/nabij het tijdstip van de inbraak. Dit alles in een tijdsbestek van enkele uren op locaties buiten hun woonplaats, in relatief kleine dorpen, zonder aanwijsbare of voor de hand liggende reden. Verdachte heeft geen enkele verklaring hiervoor gegeven.

Dit op zich zelf roept vragen op maar is onvoldoende om tot een bewezenverklaring van de (pogingen) inbraak te komen. Wanneer de voorgaande vaststellingen worden bezien in het licht van de beschikbare tapgesprekken is dit echter anders.

Zoals gesteld belt [medeverdachte 1] slechts 8 minuten na de inbraak in Wolfheze (feit 5) met verdachte.

Verdachte vraagt “waar zijn jullie?”. [medeverdachte 1] hijgt zwaar en antwoordt: “stukje verderop man, hij was een beetje heet, loop rechtdoor”. Verdachte vraagt: “Waarheen?”. [medeverdachte 1] antwoordt dan: “Ja, loop gewoon rechtdoor”.

[medeverdachte 1] en [naam 5] hebben twintig minuten na de inbraak in Ede contact (feit 7 en 8).50 [medeverdachte 1] zegt tegen [naam 5] “we hebben er eentje gepakt”.

Gezien het hijgen van [medeverdachte 1] en de woorden ‘hij was een beetje heet’ (feit 5 betreft een poging) legt de rechtbank dit zo uit dat [medeverdachte 1] en een andere wegrennen van iets waar het te gevaarlijk werd.

De woorden “we hebben er eentje gepakt” kunnen – zonder nadere verklaring van verdachte – worden uitgelegd als dat er zojuist iets is gelukt.

Doorslaggevend voor de rechtbank is het gesprek tussen [medeverdachte 1] en verdachte die avond waarin [medeverdachte 1] aangeeft dat hij “heet” is geworden, zij elkaar solo hebben gezien en elkaar niet meer nodig hebben. De rechtbank legt dit – in het licht van al het vorige bewijs – zo uit dat verdachte en [medeverdachte 1] die dag dingen hebben gedaan waarbij het gevaarlijk werd of zoals - het gezegde luidt - het hen te heet werd onder de voeten. Blijkbaar zijn acties (ook) solo uitgevoerd maar wel gezien door de ander.

Uit al het voorgaande en bij gebrek aan een andere verklaring van verdachten omtrent hun bewegingen op 31 maart 2015, is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] , [naam 5] en verdachte die dag gedrieën op pad zijn gegaan om inbraken te plegen. Op grond van de bewijsmiddelen is onvoldoende vast te stellen welk aandeel [naam 5] heeft gehad en of dit aandeel voldoende is om hem ook als medepleger te kunnen kwalificeren.

Dat is anders als het gaat om [medeverdachte 1] en verdachte. Hoewel van de feiten vier tot en met acht niet is te bepalen welke handeling door ieder van hen is verricht, acht de rechtbank bij al deze feiten het medeplegen bewezen. Het bewijs hiervoor vindt de rechtbank in:

- het tezamen op pad gaan,

het tezamen plegen van in ieder geval één inbraak, namelijk feit 7 en 8, wat volgt uit het feit dat getuigen twee personen bij de inbraak zagen, waarvan een jongen het bewuste trainingspak droeg, en het latere tapgesprek tussen [medeverdachte 1] en [naam 5] waarin [medeverdachte 1] zegt: ‘we hebben er eentje gepakt”.

  • -

    het continu in elkaars nabijheid verkeren,

  • -

    de telefonische contacten op tijdstippen rondom de inbraken en later die dag waarbij gesproken wordt ‘of zij elkaar nog nodig hebben’.

Uit het voorgaande spreekt een gezamenlijk plan dat gezamenlijk ten uitvoer is gebracht en waarbij het willekeur lijkt te zijn geweest wie van beiden bij welke woning zijn slag zou slaan. De maakt dat de rechtbank hen voor de inbraken als gelijkwaardige partners beschouwt en daarmee als medeplegers.

Met betrekking tot de feiten 9 tot en met 12:

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte van de feiten 9, 10 primair en subsidiair, 11 en 12 dient te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van parketnummer 05/880684-15:51

[naam 7] (feiten 1, 2, 3 en 4)

Met betrekking tot feit 4:

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken, nu niet kan worden bewezen dat de goederen daadwerkelijk zijn weggenomen.

Met betrekking tot de feiten 1 tot en met 3:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot afpersing van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , een poging tot doodslag van [slachtoffer 1] en een poging tot doodslag van [slachtoffer 2] door ze beiden meermalen met een mes te steken.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak van deze feiten bepleit. Er kan niet worden bewezen dat het verdachte is geweest die de feiten heeft gepleegd.

Daartoe is aangevoerd dat er – gelet op toelichting 1 over ‘additionele pieken’ in de NFI-rapporten van 14 januari 2015 en 24 april 2015- in meerdere sporen mogelijk ook DNA van een ander persoon aanwezig is. Verder heeft verdachte een alternatieve verklaring voor de aanwezigheid van zijn DNA gegeven die hierbij past, zijnde dat hij met zijn kennissen/vrienden regelmatig kleding uitwisselde, de bivakmuts zes tot negen maanden geleden heeft gedragen en er veel oude kleding in de schuur stond waar ze regelmatig bij elkaar kwamen en dit mogelijk uit wraak door anderen bij de feiten is gebruikt. DNA-materiaal gaat moeilijk weer van kleding af en de dubbele kleding kan de overdracht van celmateriaal van een andere drager hebben bemoeilijkt.

Beoordeling door de rechtbank

[slachtoffer 1] was op 4 januari 2015 samen met [slachtoffer 2] (rechtbank: [slachtoffer 2] ) aan het werk bij het tankstation [adres 7] te Ede. Er sprong iemand op de balie. De man had een pistool vast. De man stond met één voet op de kassalade, wees met zijn pistool naar de kassalade en zei “Snel, geld, of moet ik soms schieten?”. De man richtte het wapen wat naar beneden langs hem en schoot. De man deed het knopje ter hoogte van de handgreep meermalen naar achteren. De man sprong van de balie en begon hard te slaan op vooral zijn hoofd. Daarbij had hij wat in zijn hand. Vervolgens kwam [slachtoffer 2] erbij, waarna een worsteling plaatsvond. Er is uiteindelijk niets weggenomen.

De man droeg een donkerblauw nylon jack tot op de heup met een capuchon die hij over zijn hoofd met een koordje dicht had getrokken. De man was ongeveer 1,75m-1,80m, lang en tamelijk breed.52 Verder was hij “niet bruin zoals een Marokkaan of Antilliaan, maar wel bruin, maar dan bleek/wit weggetrokken”.53 Dit past ook bij het signalement dat naar aanleiding van de camerabeelden is beschreven, zijnde een man van 1.80m-1.85m, vermoedelijk blank met normaal/gespierd postuur. Daarbij droeg de man volgens de beelden onder meer een blauwkleurige gewatteerde jas met een capuchon en muts over het hoofd en een handschoen aan zijn linkerhand. Zijn gezicht was niet zichtbaar.54 De rechtbank heeft ter terechtzitting waargenomen dat verdachte een vrijwel blanke huidskleur heeft.55 Uit een kopie van het paspoort van verdachte blijkt dat hij 1.78 meter lang is.56

Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat een man naar de balie van de kassa toe liep. Hij had wat in zijn hand. De man laadde een wapen – een zilver pistool - door. De man schreeuwde “Ik wil geld, geef me geld, uit die la!”. [slachtoffer 1] riep: “Wat moet je met je klappertjespistool?”. De man schreeuwde: “Moet ik schieten? Moet ik schieten ofzo!”. Toen [slachtoffer 1] en de overvaller aan het vechten waren, is [slachtoffer 2] te hulp gekomen.57

De aangiftes vinden steun in de camerabeelden waarop is te zien dat de man om 18:20 uur in het tankstation van de [naam 7] is, een wapen in zijn linkerhand heeft en met zijn rechterhand de slede naar achteren trekt. Vervolgens springt de man op de toonbank. Verder wordt met het wapen gezwaaid en tweemaal een beweging gemaakt alsof het wordt doorgeladen. Er wordt ook een patroon met het wapen afgeschoten. Enkele seconden later springt de persoon over de toonbank. Daarna is niet alles meer zichtbaar, maar om 18:20:48 is te zien dat de persoon met zijn linkerhand waarin hij het wapen heeft uithaalt naar medewerker 1. Vervolgens hebben medewerker 1 en de persoon elkaar vast en zijn aan het vechten achter de toonbank. Medewerker 2 komt erbij en ze hebben samen de persoon vast.58 Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [slachtoffer 1] medewerker 1 betreft en [slachtoffer 2] medewerker 2.

Op zestig meter afstand van de [naam 7] is op 4 januari 2015 ter hoogte van [adres 8] tot en met [nummer 3] omstreeks 21:45 uur een blauw/grijze jas van het merk Slazenger (SIN: AAIA6029) op een container aangetroffen. Deze jas met rode vlekken ter hoogte van de rits was kort daarvoor door de verbalisanten in de rechtse kliko aangetroffen en op de linkse container gelegd, die de dag ervoor nog was geleegd. Deze jas leek wat betreft uiterlijk op de jas van de man die op de beelden is te zien. Op de rechtse container werden enkele minuten daarna een zwarte linker handschoen (SIN: AAIA6031) – waarbij de man zoals overwogen volgens de beelden alleen aan de linkerhand een handschoen droeg - en een zwarte bivakmuts aangetroffen.

Aan de binnenzijde van de bivakmuts ter hoogte van de mond (SIN: AAIA6030NL) is een speekselspoor aangetroffen waarvan het DNA matcht met dat van verdachte – ook wel aangemerkt als onbekende man A. Het gaat om een volledig profiel waarvan de matchkans door het NFI wordt omschreven als kleiner dan 1 op 1 miljard.59 Ook op de kraag en de manchet van de jas, in het bloedspoor op de jas en op de manchet van de handschoen is DNA aangetroffen dat matcht met het DNA van onbekende man A – zijnde verdachte – (met een matchkans van kleiner dan 1 op 1 miljard). Op de jas, waarop DNA is aangetroffen dat matcht met het DNA van verdachte met een matchkans van kleiner dan 1 op 1 miljard, is eveneens bloed aangetroffen waarvan het DNA matcht met dat van aangever [slachtoffer 1] , ook met een matchkans van kleiner dan 1 op 1 miljard. Dit sporenbeeld past ook bij de worsteling bij de overval waarin [slachtoffer 1] door de overvaller is geslagen en is gestoken. Verder zijn het DNA van verdachte en [slachtoffer 1] – de onbekende man B – als mengprofiel op de peuk uit de jas en in het bloed op de handschoen (matchkans niet berekend) aangetroffen.

Tot slot is er op 4 januari 2015 omstreeks 21:30 uur een droge bodywarmer met vlekken ter hoogte van de borst, in een kliko ter hoogte van de [adres 8] te Ede – zoals overwogen op de korte afstand van de [naam 7] - aangetroffen. Deze kliko was opgevallen, omdat het al enige tijd enkele graden vroor en deze kliko als enige tot zover niet was vastgevroren. Op de kraag van de (droge) bodywarmer is opnieuw met een matchkans kleiner dan één op één miljard DNA aangetroffen waarvan het profiel matcht met dat van verdachte en het DNA van aangever [slachtoffer 1] – onbekende man B – .60 Verdachte heeft de kledingstukken – met uitzondering van de handschoen – ook herkend als kledingstukken die hij heeft gedragen.61

De rechtbank stelt vast dat de kleding niet lang voor het aantreffen in de containers is gegooid. De kleding is enkele uren na de overval aangetroffen in een container die de dag daarvoor was geleegd en niet lang ervoor moet zijn geopend. Dit laatste volgt uit het feit dat de container in tegenstelling tot andere kliko’s niet was vastgevroren en de bodywarmer droog was.

Op grond van dit voorgaande in samenhang met de korte afstand tussen de plaats van aantreffen van de kleding en de [naam 7] , de omstandigheid dat de kleding overeenkomt met het signalement van de man en de omstandigheid dat op de kledingstukken sporen van aangever [slachtoffer 1] zijn aangetroffen, acht de rechtbank bewezen dat de aangetroffen kleding van de overvaller afkomstig is.

Zoals overwogen is op meerdere kledingstukken en daarbij op de plaatsen waar de kleding contact maakt met het lichaam het DNA aangetroffen dat volledig matcht met het DNA van verdachte. Verder zijn enkele sporen waarvan het daarin aangetroffen DNA matcht met dat van aangever [slachtoffer 1] aangetroffen. Daarbij gaat het steeds om volledige profielen dan wel mengprofielen van verdachte met [slachtoffer 1] .

Dat in enkele DNA-profielen additionele pieken zichtbaar zijn die (kunnen) duiden op de aanwezigheid van minimaal één andere persoon62 doet aan al dit voorgaande niet af, nu het gaat om zeer kleine hoeveelheden celmateriaal die daardoor ook niet concreet tot een derde persoon kunnen worden herleid. Bovendien zou in deze gevallen ook sprake kunnen zijn een zogenaamde stotterpiek of artefact. Verder zijn er van verdachte aanzienlijke hoeveelheden celmateriaal op veel verschillende kledingstukken op de contactpunten met het lichaam aangetroffen, wat ook past bij een overvaller die de kleding gedurende langere tijd tijdens een worsteling met de aangevers heeft gedragen. Daar komt nog bij dat deze kanttekening (toelichting 1) door het NFI niet bij de bivakmuts wordt gemaakt en hier ook sprake is van een match van een volledig profiel met de hoogste mate van zekerheid. Gelet op al het voorgaande en nu de alternatieve verklaring van verdachte op geen enkele wijze aannemelijk is gemaakt of steun vindt in de bewijsmiddelen, verwerpt de rechtbank de verweren van de verdediging met betrekking tot het DNA.

Gelet op de resultaten van het vergelijkende DNA onderzoek stelt de rechtbank vast dat op de na de overval gevonden kleding sporen van zowel verdachte als slachtoffer [slachtoffer 1] zijn aangetroffen, zowel van ieder afzonderlijk als in mengprofiel. Vanwege deze resultaten, in samenhang met het bij verdachte passende signalement, acht de rechtbank bewezen dat het verdachte is geweest die zich schuldig heeft gemaakt aan de poging tot afpersing (feit 3).

De pogingen tot doodslag

Op de camerabeelden is te zien dat verdachte een steekwapen in zijn rechterhand heeft. Op de beelden is verder te zien dat verdachte met het mes uithaalt richting de romp van [slachtoffer 1] en ook stekende bewegingen maakt naar de rug van [slachtoffer 1] . Kort daarna maakt verdachte – nadat hij weer los komt – bewegingen met zijn rechterhand richting de romp van [slachtoffer 2] . Kort daarna haalt verdachte uit met het mes richting [slachtoffer 2] .63

In de ambulance ontdekte [slachtoffer 1] dat hij zelf tweemaal was gestoken in zijn rug. Zijn long was beschadigd. Hij heeft een flinke klaplong gehad en zijn middenrif is beschadigd geraakt.64 Uit de geneeskundige verklaring van [slachtoffer 1] volgt dat hij twee steekwonden op de linkerzijde van zijn rug, een spanningsklaplong en letsel aan het middenrif heeft opgelopen.65

[slachtoffer 2] is onder meer twee maal in zijn buik, aan de linkerzijde van zijn lichaam net boven zijn heup gestoken. Dit heeft een gat in zijn maag veroorzaakt. Verder heeft [slachtoffer 2] een steekwond in zijn linker bovenbeen.66 Dit vindt steun in de geneeskundige verklaring waaruit onder meer volgt dat aangever [slachtoffer 2] op 4 januari 2015 is geopereerd, waarbij een inwendige steekverwonding aan de maag moest worden gehecht.67

De vervolgvraag is hoe het steken van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] dienen te worden gekwalificeerd. De rechtbank stelt vast dat verdachte beide aangevers met kracht moet hebben gestoken. De kracht volgt zowel uit wat er is te zien op de beelden (het uithalen en het maken van stekende bewegingen) als uit het feit dat verdachte door de kleding heen heeft gestoken en beide aangevers dieper in het lichaam heeft geraakt.

Door in een worsteling met kracht in beide gevallen richting de romp en ter hoogte van vitale organen dan wel slagaders te steken, heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat door zijn handelen de aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zouden komen te overlijden. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan beide pogingen tot doodslag (feit 1 primair en feit 2 primair).

[naam 1] (feiten 5 en 6)

Feiten

Op 2 december 2014, omstreeks 18:00 uur, is de [naam 1] [slachtoffer 3] in Ede door twee personen overvallen. Aangeefster [naam 2] (mede-eigenaar) was op dat moment in de [naam 1] aan het werk. Een van de overvallers richtte een grijskleurig pistool op haar en zei: “Dit is een overval”, “Geld of ik schiet” en “Kassa open, geld geld”. Beide overvallers kwamen bij aangeefster achter de toonbank staan. Het pistool werd op de borst van aangeefster gericht en zij werd gedwongen geld uit de kassa te halen en dit in een daartoe opgehouden tas te doen. Terwijl de ene overvaller het pistool nog steeds op haar richtte, stopte de andere overvaller ook sigaretten in de tas. De overvaller met het pistool rukte de gouden ketting van de hals van aangeefster.68

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat onvoldoende wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan beide feiten.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak van de feiten bepleit. Er kan niet worden bewezen dat het verdachte is geweest die dit feit heeft gepleegd. Daartoe is aangevoerd dat de – op de mogelijke vluchtroute van de daders – gevonden kledingstukken weliswaar celmateriaal van verdachte is aangetroffen, maar ook van andere personen. Verder heeft verdachte een alternatieve verklaring voor de aanwezigheid van zijn DNA gegeven die hierbij past, zijnde dat hij met zijn kennissen/vrienden regelmatig kleding uitwisselde en er veel oude kleding in de schuur stond waar ze regelmatig bij elkaar kwamen en dit mogelijk uit wraak door anderen bij de feiten is gebruikt. DNA-materiaal gaat moeilijk weer van kleding af en de dubbele kleding kan de overdracht van celmateriaal van een andere drager hebben bemoeilijkt.

Beoordeling door de rechtbank

Aangeefster heeft verklaard dat beide daders een blanke huidskleur hadden, ongeveer 1.80 tot 1.85 meter lang waren, zwarte kleding met een dubbele capuchon en gezichtsbedekkende kleding droegen. Dader 1 had een doek of shawl voor het gezicht en beide overvallers droegen donkere wollen handschoenen.69 Verder hadden een of beide daders een rugzak op.70 Ter terechtzitting heeft de rechtbank waargenomen dat verdachte gezien zijn Marokkaanse afkomst een heel blanke huidskleur heeft. Verdachte is 1.78 meter lang.71

Getuige [getuige 1] verklaart dat zij op 17:59 uur twee personen (van ongeveer 1.80 meter lang) voor de [naam 1] [slachtoffer 3] zag. Het was die avond droog en koud buiten. Het had niet geregend. De ene persoon droeg een donkere muts, sjaal, jas en broek en had iets voor zijn mond. De andere persoon droeg een donkere jas met capuchon met daaronder een baseballpetje, vermoedelijk een bivakmuts en had een rugzak bij zich.72

Getuige [getuige 2] zag op 2 december 2014 rond 17.55 uur twee jongens de bloemist binnenlopen, een van de jongens sigaretten – die ook bij de overval zijn weggenomen – in zijn rugzak doen en na het verlaten van de bloemist linksaf de [straat] inlopen. Zij zag dat ze een muurtje over gingen en een steegje inliepen. Een van de jongens droeg een donkere jas, een baseballpet, een capuchon en een sjaal (opgetrokken tot net onder de ogen) en had een rugzak bij zich.73 Ook getuige [getuige 3] heeft verklaard twee personen (van ongeveer 1.80 meter en extreem dik ingepakt) bij de [naam 1] op de [straat] in Ede te hebben zien weglopen.74

Getuige [getuige 4] , wonende aan de [adres 9] te Ede, heeft gezien dat op 2 december 2014 om 18:01:22 twee personen (van ongeveer 1.85 meter lang) met donkere jassen, waarvan één met een rugzak, uit de richting van het Kortelaantje weer terug kwamen lopen vanuit de Kerkweg, zijn woning passeerden en rechtsaf langs zijn woning en oprit liepen in de richting van de parkeerplaats achter zijn woning.75

Getuige [getuige 5] zag op 2 december 2014, omstreeks 17.55 uur, komende vanuit de Kerkweg in de richting van de Nijverheidlaan in tegenovergestelde richting twee jongens lopen. Omstreeks 18.00 uur zag zij deze jongens opnieuw en zag zij dat zij het pad gelegen achter de woning aan de [adres 9] inliepen. De personen waren zeer donker gekleed en het gezicht was opvallend bedekt. Een van de jongens droeg een zwarte sjaal over zijn neus en mond.76

Achter de woningen aan de Nijverheidlaan met oneven huisnummers is een brandgang (achterpad) gelegen. Ten zuiden van de brandgang ligt een speeltuin, genaamd “De Zanderij’.77 In de brandgang ter hoogte van perceel [getuige 5] , zijn onder meer twee zwarte stoffen handschoenen (SIN: AAHX8458NL en AAHX8459NL), een zwart vest met capuchon (maat L, SIN: AAHX8455NL), een zwart baseballpetje en een grijze sjaal - waarbij door getuigen ook over een baseballpet en sjaal is verklaard - gevonden. In de speeltuin, ongeveer ter hoogte van de [adres 10] , zijn verder nog onder meer een grijze trui met col (SIN: AAHZ8460NL), een blauw vest met capuchon (maat XL, SIN: AAHX8456)), een zwarte broek (SIN: AAHX8461NL), een donkerblauwe jas merk Pall Mall (AAHX8464) en een zwarte bodywarmer (SIN: AAHX8463NL) gevonden.78

De afstand tussen de [naam 1] en het pad achter de [adres 9] is ongeveer 200 meter. De kledingstukken zijn op 2 december 2014 rond 19:00 uur – dus vlak na de overval – aangetroffen.79 De kledingstukken passen bij de signalementen die de verschillende getuigen hebben gegeven van twee jongens die vlak na de overval liepen vanaf de bloemenwinkel richting de Nijverheidlaan. Verbalisant, die de kleding omstreeks 19:45 uur veiligstelde en verpakte, zag en voelde dat de kleding schoon, droog en onbevroren was. Uit het proces-verbaal leidt de rechtbank af dat het die dag gevroren had.80 De rechtbank is daarom van oordeel dat de kleding zich bij het aantreffen nog niet lang in de brandgang en speeltuin bevond.

Gelet op het voorgaande, waaronder de verschillende getuigenverklaringen, de camerabeelden, de schone, droge en onbevroren kledingstukken in de nabijheid van en kort na de overval, in samenhang met de verklaringen van aangeefster, is de rechtbank van oordeel dat de gevonden kledingstukken van de overvallers van de [naam 1] afkomstig zijn.

Vervolgens ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of verdachte een van de daders is geweest. Op de door de overvallers gebruikte kledingstukken zijn sporen aangetroffen. Aan de binnenzijde van de kraag van de Pall Mall jas (AAHX8464NL, spoor:AAHC3423) en aan de binnenzijde van de kraag van het blauwe vest maat XL (AAIP5142 van het vest AAHX8456NL is een DNA-profiel afgeleid dat (uitsluitend) een match geeft met het DNA-profiel van verdachte. Het gaat in beide gevallen om volledig profielen waarvan de matchkans door het NFI is omschreven als kleiner dan 1 op 1 miljard. Dit is de hoogste mate van zekerheid die door het NFI wordt gegeven. Verder is aan de binnenzijde van de manchet van het vest (spoor AAIP5143 van vest AAHX8456NL), de binnenzijde van de kraag van de trui (AAIP5144, trui AAHX8460NL) en de binnenzijde van de kraag van de bodywarmer (AAIP5147 van bodywarmer AAHX8463NL) – welke kledingstukken zoals overwogen in de speeltuin zijn aangetroffen - een DNA-mengprofiel van minimaal twee personen aangetroffen. Deze mengprofielen bevatten een afgeleid hoofdprofiel, dat matcht met het DNA-profiel van verdachte. Dit betekent dat verdachte als prominente celdonor kan worden aangemerkt. De matchkans is hier ook kleiner dan 1 op 1 miljard.

Het DNA-profiel van verdachte komt ook overeen – zonder berekende matchkans – met de DNA-profielen die zijn opgemaakt uit bemonsteringen op andere (delen van) kledingstukken die eveneens bij de overval zijn gebruikt. Op zowel een zwarte stoffen handschoen (AAHX8459NL met spoor AAHC3419) als aan de binnenzijde van de manchet van de Pall Mall jas (AAHC3424 bij AAHX8464NL) is namelijk een DNA mengprofiel met minimaal drie persoon waaronder ook het profiel van verdachte aangetroffen. Verder is aan de binnenzijde van het manchet van het zwarte vest maat L (AAIP5141, vest AAHX8455NL), de binnenzijde van de manchet van de trui (AAIP5145, trui AAHX8460NL) en de broek (AAIP5146 bij AAHX8461NL) een DNA mengprofiel van minimaal twee personen aangetroffen, waaronder in ieder geval het profiel van verdachte.81

Aldus is op bemonsterde delen van de jas en het blauwe vest uitsluitend een DNA-profiel opgemaakt dat uitsluitend matcht met het DNA-profiel van verdachte en is verdachte bij (andere) bemonsterde delen van het blauwe vest, de trui en de bodywarmer de prominente celdonor. De rechtbank concludeert daarom dat verdachte drager is geweest van deze kledingstukken. Verder weegt de rechtbank mee dat het DNA-profiel van verdachte ook matcht met – zonder berekende matchkans – uit andere kledingstukken opgemaakte DNA-profielen (zoals de handschoen, het zwarte vest en de broek) die zijn aangetroffen.

Kortom: Op veel verschillende kledingstukken, op korte afstand en kort na de overval, is DNA van verdachte aangetroffen, wat om een precieze verklaring vraagt. De alternatieve verklaring van verdachte is echter zeer algemeen en mede daardoor niet toetsbaar geworden. Verdachte heeft zijn verklaring op geen enkele wijze ingekleurd of aannemelijk gemaakt. De rechtbank verwerpt gelet daarop de verweren van de verdediging met betrekking tot de wijze waarop het DNA van verdachte op de aangetroffen kleding terecht zou zijn gekomen.

Gelet op de van de overval afkomstige kledingstukken en de daarbij behorende resultaten van het vergelijkende DNA-onderzoek trekt de rechtbank de conclusie dat verdachte de kleding die bij de overval is gebruikt heeft gedragen. Nu verdachte er geen aannemelijke verklaring voor heeft gegeven dat zijn kleding kort na de overval op die plekken is aangetroffen, houdt de rechtbank het ervoor dat verdachte die kleren daar heeft achtergelaten nadat hij de overval had gepleegd. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een onbekende mededader de overval van de [naam 1] heeft gepleegd.

De rechtbank acht aldus bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feiten 5 en 6 tenlastegelegde feiten.

Met betrekking tot feit 7:

Feiten

Op 7 november 2014 heeft er in de bungalow aan de [adres 11] te Bennekom, gemeente Ede, tussen 00:30 uur en 07:30 uur een inbraak plaatsgevonden. De bungalow was afgesloten. Het dubbelglazen raam van de tuin/keukendeur van de bungalow is met een steen ingegooid. Omstreeks 07:30 uur bleek uit de woning een bruin leren aktetas met geld van aangever [slachtoffer 12] te zijn weggenomen. De aktetas met enveloppen ernaast is op 7 november 2014 omstreeks 07:55 uur in een bos vlakbij de bungalow teruggevonden. Uit de aktetas is een geldbedrag van € 2.940 euro weggenomen.82

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de inbraak.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, aangezien de rol van verdachte als medepleger niet kan worden bewezen. De verdediging heeft als eventueel alternatief scenario aangevoerd dat mogelijk verdachte in de omgeving van de bungalow heeft gewacht, de inbrekers met de aktetas zijn teruggekomen en verdachte zich bij het kijken in de aktetas aan het papier heeft gesneden waardoor hij een bloedspoor heeft achtergelaten.

Beoordeling door de rechtbank

Zoals overwogen is kort na de inbraak – in de vroege ochtend in het bos – de aktetas aangetroffen. In de aktetas zat een papier met bloed erop. Daar was voor de inbraak nog geen sprake van. Dit bloedspoor bevat DNA dat met matcht met het DNA-profiel van verdachte. De matchkans is kleiner dan één op één miljard.83 Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het hier gaat om een spoor van de dader.

Voor zover de verdediging een alternatief scenario heeft aangevoerd is de rechtbank van oordeel dat dit op geen enkele wijze aannemelijk is gemaakt of steun vindt in de bewijsmiddelen. Verdachte heeft voor de aanwezigheid van zijn DNA op het papier in de gestolen aktetas immers ook zelf geen enkele verklaring gegeven. Het verweer wordt door de rechtbank verworpen.

Nu uit de bungalow een aktetas met geld is gestolen, deze aktetas kort na de inbraak en vlakbij de bungalow is teruggevonden met daarin DNA van verdachte en verdachte hiervoor geen verklaring heeft gegeven in samenhang met de omstandigheid dat verdachte deze wijze van inbreken dan wel bij een poging hiertoe vaker heeft gebruikt (zie onder meer 05/881882-14 feiten 1, 2, 4, 5, 6, 7), acht de rechtbank bewezen dat verdachte de inbraak heeft gepleegd.

Met betrekking tot feit 8:

Feiten

Op 10 januari 2015 is de auto (merk [naam 8] , kenteken: [kenteken] ) van [slachtoffer 13] in Ede onbeschadigd en afgesloten achtergelaten. Op 11 januari 2015 bleek de ruit van de auto te zijn ingeslagen. Er is een oranje lifehammer uit de auto meegenomen. Aan de binnenzijde van de auto is een bloedspoor achtergelaten.84

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de inbraak in de auto.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Zowel in de auto van aangever als in de auto van de buren waarin ook is ingebroken is een bloedspoor aangetroffen.85 De twee bloedsporen bevatten matchende DNA-profielen.86 Het DNA-profiel van het spoor in de [naam 11] komt daarom ook overeen met het DNA van verdachte. De matchkans is kleiner dan één op één miljard.87

Gelet op het voorgaande en in het bijzonder de omstandigheid dat het gaat om DNA aan de binnenzijde van de auto is de rechtbank van oordeel dat het bloedspoor afkomstig is van de dader. Verdachte heeft voor de aanwezigheid van zijn DNA in de woning geen verklaring gegeven.

Op grond van het voorgaande in samenhang met de omstandigheid dat verdachte deze wijze van inbreken dan wel bij een poging hiertoe vaker heeft gebruikt (zie onder meer 05/881882-14 feiten 1, 2, 4, 5, 6, 7 en 05/880684-15 feit 7), acht de rechtbank bewezen dat verdachte de inbraak heeft gepleegd.

3 Bewezenverklaring

Ten aanzien van parketnummer 05/881882-14:

De rechtbank acht bewezen dat hij:

1.

hij in of omstreeks de periode van 21 februari 2015 tot en met 22 februari 2015 te Ede ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (perceel gelegen aan de [adres 1] ) weg te nemen geld en/of enig(e) goed(eren) van verdachtes gading, althans enig(e) goed(eren) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot de plaats des misdrijfs te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen (door middel van een raam van een (keuken)deur van genoemde woning met een steen in te gooien/te forceren), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid (zaak: 2/BVH-nr. 2015090769);

2.

hij op of omstreeks 10 maart 2015 te Ede tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (perceel gelegen aan het [adres 2] ) heeft weggenomen één of meerdere siera(a)d(en) en/of (contant) geld, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (te weten door middel van het met een steen ingooien/forceren van een raam van een deur van genoemde woning) (zaak:3 /BVH-nr.2015119548);

4.

hij op of omstreeks 31 maart 2015 te Otterlo, gemeente Ede, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (perceel gelegen aan de [adres 3] ) weg te nemen geld en/of enig(e) goed(eren) van verdachtes gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot de plaats des misdrijfs te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen (te weten door middel van het met een steen ingooien/forceren van een ruit (aan de achterzijde) van genoemde woning), terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid (zaak: 5/BVH-nr. 2015157495);

5.

hij op of omstreeks 31 maart 2015 te Wolfheze, gemeente Renkum, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (perceel gelegen aan de [adres 4] ) weg te nemen geld en/of enig(e) goed(eren) van verdachtes gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11] in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot de plaats des misdrijfs te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met, een of meer van zijn mededader(s), althans alleen (te weten door middel van het met een steen ingooien/forceren van (een) ruit(en)

(aan de achterzijde en/of van de tuindeur) van genoemde woning), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid (zaak: 6/BVH-nr. 2015157535);

6.

hij op of omstreeks 31 maart 2015 te Bennekom, gemeente Ede, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (perceel gelegen aan het [adres 5] ) heeft weggenomen een (oude/zwarte) portemonnee (met daarin drie briefjes van 50,- gulden), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (te weten door middel van het met een steen ingooien/forceren van een ruit (aan de

achterzijde) van genoemde woning); (zaak: 7/BHV-nr. 2015157497);

7.

hij op of omstreeks 31 maart 2015 te Ede ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (perceel gelegen aan de [adres 6] ) weg te nemen geld en/of enig(e) goed(eren) van verdachtes gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot de plaats des misdrijfs te verschaffen en/of die/flat weg te nemen geld en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen (te weten door middel van het met een steen ingooien/forceren van een ruit (aan de achterzijde) van genoemde woning), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

(zaak: 8/BHV-nr. 201557884);

8.

hij op of omstreeks 31 maart 2015 te Ede tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een schuurt(je) (behorende bij/gelegen achter een woning aan de [adres 6] ) heeft weggenomen een (handcirkel)zaag en/of een boor/schroefmachine, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) (zaak: 8/BVH—nr. 2015157884).

Ten aanzien van parketnummer 05/880684-15:

De rechtbank acht bewezen dat hij:

1.

hij op of omstreeks 04 januari 2015 te Ede ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [voorletters] [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, die [slachtoffer 1] meerdere malen, althans eenmaal met een mes, althans met een scherp/puntig voorwerp, in diens rug, althans lichaam heeft

gestoken en/of (tevens) meerdere malen, althans eenmaal, met een pistool,althans met een (op een vuurwapen gelijkend) (hard) voorwerp (in zijn,verdachtes, hand) op/tegen het hoofd van genoemde [slachtoffer 1] heeft(in)geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 04 januari 2015 te Ede ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2] opzettelijk van het leven te beroven, die [slachtoffer 2] meerdere malen, althans eenmaal met een mes, althans met een scherp/puntig voorwerp, in/tegen diens buik en/of (boven)been, althans het lichaam heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op of omstreeks 04 januari 2015 te Ede ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van

(een hoeveelheid) geld (uit de la), in elk geval van enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan de [naam 7] (tankstation, vestiging gelegen aan het [adres 7] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), zakelijk weergegeven, dat verdachte, terwijl hij een muts en/of een capuchon geheel over zijn hoofd/gezicht droeg, althans het gezicht geheel, danwel gedeeltelijk had bedekt:

-gewapend met een pistool, althans met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of met een mes, althans een scherp/puntig voorwerp, de [naam 7] (tankstation) is binnen gegaan en/of (vervolgens)

-aldaar op de balie is gesprongen en/of (daarbij)

-(meermalen) dreigend de woorden heeft toegevoegd “Ik wil geld, geef mij geld uit die la” en/of “Snel geld” en/of “Moet ik schieten, moet ik schieten ofzo” althans woorden van gelijke aard en/of strekking,

en/of een schot heeft gelost en/of (vervolgens)

-met het vuurwapen, althans met dat op een vuurwapen gelijkend (hard) voorwerp, (in zijn, verdachtes, hand) meerdere malen heeft (in)geslagen op/tegen het hoofd van [slachtoffer 1] en/of (vervolgens)

-meerdere malen, althans eenmaal, met een mes, althans met een scherp/puntig voorwerp, in/tegen de buik en/of rug en/of (boven)heen, althans het lichaam van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij op of omstreeks 02 december 2014 te Ede tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam 2] heeft gedwongen tot de afgifte van (een hoeveelheid) geld (uit de kassalade), in elk geval van enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [naam 1] [slachtoffer 3] en/of [naam 2] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader(s):

- gewapend met een pistool, althans met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, de [naam 13] [slachtoffer 3] zijn/is binnen gegaan

en/of

- dreigend dat pistool, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op voornoemde [naam 2] heeft/hebben gericht, althans heeft/hebben getoond en/of daarbij (meermalen) dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: “Dit is een overval” en/of “Geld of ik schiet” en/of “Kassa open, geld geld”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

6.

hij op of omstreeks 02 december 2014 te Ede tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid sigaretten en/of een (gouden) (hals) ketting, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [naam 1] [slachtoffer 3] en/of [naam 2] , in elk geval, aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of met bedreiging met geweld tegen [naam 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn/haar mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of verdachtes mededader(s):

- gewapend met een pistool, althans met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, de [naam 13] [slachtoffer 3] zijn/is binnen gegaan

en/of

- dreigend dat pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [naam 14] heeft/hebben gericht, althans heeft/hebben getoond en/of daarbij (meermalen) dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: “Dit is een overval” en/of “Geld of ik schiet” en/of “Kassa open, geld geld”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

7.

hij op of omstreeks 07 november 2014 te Bennekom, gemeente Ede, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning/bungalow (gelegen aan de [adres 15] ) heeft weggenomen een (bruine)(akte)tas en/of (circa) 2940,- euro, althans (een grote hoeveelheid) (contant) geld, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 12] , in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (te weten door middel van het met een steen ingooien/forceren van een (dubbelglazen) raam van een tuin/keukendeur van genoemde woning/bungalow);

8.

hij in of omstreeks de periode van 10 januari 2015 tot en met 11 januari 2015 te Ede tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een auto (kenteken [kenteken] ) heeft weggenomen een (oranje) lifehammer, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 13] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (te weten door middel van het verbreken/forceren van een ruit van genoemde auto).

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

05/881882-14

Ten aanzien van feit 1:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldigen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en inklimming.

Ten aanzien van feit 2:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Ten aanzien van de feiten 4, 5 en 7, telkens:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldigen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en inklimming.

Ten aanzien van feit 6:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldigen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en inklimming.

Ten aanzien van feit 8:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

05/880684-15

Ten aanzien van de feiten 1 en 2 primair, telkens:

poging tot doodslag.

Ten aanzien van feit 3:

poging tot afpersing.

Ten aanzien van feit 5:

medeplegen van afpersing.

Ten aanzien van feit 6:

diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

Ten aanzien van de feiten 7 en 8, telkens:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte voor de feiten 1, 2, 4 tot en met 8 onder parketnummer 05/881882-14 en de feiten 1, 2, 3, 7 en 8 onder parketnummer 05/880684-15

zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaar met aftrek van de tijd die hij al heeft vastgezeten. De officier van justitie heeft daarbij rekening gehouden met de hoeveelheid en ernst van de feiten, het strafblad en de proceshouding van verdachte. Met betrekking tot het beslag heeft de officier van justitie de verbeurdverklaring gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

Met uitzondering van de feiten 2 (05/881882-14) en 8 (05/880684-15) heeft de verdediging vrijspraak bepleit. Er is verder geen strafmaatverweer gevoerd, noch een standpunt ingenomen met betrekking tot het beslag.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 13 oktober 2015;

- een voorlichtingsrapportage van Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering gedateerd 8 april 2015;

- voorlichtingsrapportages van Reclassering Nederland, gedateerd 21 mei 2015 en 4 november 2015;

- een psychologische rapportage van [naam 9] , GZ-psycholoog, gedateerd 18 september 2015.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging doodslag op [slachtoffer 1] en poging doodslag op [slachtoffer 2] , tijdens een gewapende overval op het [naam 7] tankstation waar beiden werkzaam waren. Nadat verdachte met een pistool en mes binnen kwam – terwijl zijn gezicht was bedekt –, heeft hij dreigende woorden geuit, een schot gelost en met het wapen hard tegen het hoofd van [slachtoffer 1] geslagen. Vervolgens heeft hij in een worsteling meermalen zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] met het mes gestoken om weg te kunnen komen, waarbij [slachtoffer 1] letsel heeft opgelopen aan zijn long en middenrif en [slachtoffer 2] aan zijn maag en zijn been. Daarvoor hebben zij allebei een operatie moeten ondergaan. Het is niet aan verdachte te danken dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] de overval hebben overleefd.

De feiten hebben zowel fysiek als psychisch veel impact op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gehad. Zo heeft [slachtoffer 2] in verband met het letsel aan zijn maag nog steeds moeite om te eten volgens een normaal patroon, heeft hij nog veel last van de wonden en is de kracht in zijn been sterk verminderd wat hem hindert in het dagelijks leven. [slachtoffer 2] heeft tot in ieder geval juni 2015 niet kunnen werken. Verder heeft ook [slachtoffer 1] een half jaar niet kunnen werken en is hij nog steeds niet helemaal hersteld. Zij hebben beiden ook blijvende littekens aan het incident op 4 januari 2015 overgehouden.

Daarnaast heeft de verdachte samen met een mededader de eigenaresse van de [naam 1] in Ede met onder meer een wapen ernstig bedreigd, terwijl zij gezichtsbedekkende kleding droegen. Daarbij hebben zij geld afhandig gemaakt, sigaretten meegenomen en de ketting van de hals van aangeefster gerukt.

Beide feiten zijn zeer ernstig te noemen en voor wat betreft de [naam 7] -overval gepleegd met een ongekend groot gebrek aan respect voor het leven van anderen.

Verder heeft verdachte zich gedeeltelijk samen met zijn mededader schuldig gemaakt aan zeven (pogingen tot) inbraak in woningen, één diefstal met braak uit een auto en een diefstal uit een schuurtje op een moment dat het niet lukte om in de woning in te breken. Daarmee heeft verdachte zich in totaal schuldig gemaakt aan veertien feiten binnen enkele maanden. In het bijzonder valt op dat verdachte op 31 maart 2015 samen met zijn ‘maatjes’ op rooftocht is gegaan door op één dag vier woninginbraken dan wel pogingen hiertoe en een diefstal te plegen.

Verdachte en zijn mededaders gooiden daarbij telkens ruiten in met een steen. Net als bij de overvallen, lijkt verdachte zich in het geheel niet bewust te (willen) zijn van het leed dat hij anderen aandoet en de schade die hij in een paar minuten veroorzaakt.

De feiten zorgen voor veel onrust in de samenleving en met name in de Edense gemeenschap, die al veel langer geteisterd wordt door een grote hoeveelheid inbraken. Inbraken die telkens met een grote brutaliteit gepleegd worden door verschillende leden van een groep jongens. De feiten zorgen voor veel overlast én vragen een grote politiecapaciteit.

De rechtbank rekent verdachte de feiten zeer zwaar aan.

Door de houding van verdachte (ontkennend dan wel een weigering om mee te werken) hebben de reclassering en de psycholoog geen advies over de straf kunnen uitbrengen. De reclassering adviseert toepassing van het volwassenenstrafrecht. De psycholoog sluit zich hierbij aan in de zin dat de indruk bestaat dat verdachte volgens het volwassenstrafrecht beoordeeld dient te worden. In geval van veroordeling is de psycholoog van mening dat verdachte zijn vaardigheden op antisociale wijze inzet en berekenend is, waarbij ook sprake is van een grote kans dat verdachte opnieuw in de fout zal gaan. De rechtbank weegt mee dat verdachte eenmaal eerder voor vermogensfeiten is veroordeeld en rekent het verdachte zwaar aan dat hij geen verantwoordelijkheid voor zijn daden heeft genomen en geen berouw voor zijn daden heeft getoond. In het voordeel van verdachte heeft de rechtbank slechts zijn jeugdige leeftijd laten meewegen.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is. Nu de rechtbank in tegenstelling tot de officier van justitie ook de overval op de [naam 1] bewezen acht, zal zij komen tot een langere gevangenisstraf dan is geëist. Voor de beide overvallen acht de rechtbank een gevangenisstraf van 7 jaren passend. Voor de overige feiten is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 2 jaren op zijn plaats is. Dit alles met aftrek van de tijd die verdachte al heeft vast gezeten.

Voor het beslag:

Met betrekking tot parketnummer 05/881882-14:

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de na te melden voorwerpen aan de rechthebbende.

Met betrekking tot parketnummer 05/880684-15:

De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met behulp waarvan het onder parketnummer 05/880684-15 (feiten 1, 2, 3, 5 en 6) bewezenverklaarde is begaan.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De volgende benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding en vorderen de bedragen:

Met betrekking tot parketnummer 05/881882-14:

  1. [slachtoffer 6] (feit 2), € 2.191,-.

  2. [slachtoffer 8] (feit 4), € 1.274,16.

Met betrekking tot parketnummer 05/880684-15:

3. [slachtoffer 1] (feiten 1 primair en 3), € 6.853,69 vermeerderd met de wettelijke rente;

4. [slachtoffer 2] (feiten 2 primair en 3), € 11.406,45 vermeerderd met de wettelijke rente;

5. [slachtoffer 3] (feiten 5 en 6), € 6.000,- vermeerderd met de wettelijke rente.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [naam 10] gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De benadeelde partij [slachtoffer 3] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering, nu de officier van justitie vrijspraak voor deze feiten heeft gevorderd. De officier van justitie heeft geen standpunt ingenomen over de vordering van [slachtoffer 8] .

Het standpunt van de verdediging

Met uitzondering van de feiten 2 (05/881882-14) en 8 (05/880684-15) heeft de verdediging vrijspraak bepleit. De benadeelde partijen met vorderingen die betrekking hebben op de feiten waarvoor vrijspraak is bepleit ( [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 8] ) dienen niet-ontvankelijk in hun vorderingen te worden verklaard. Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [naam 10] (feit 2 bij parketnummer 05/881882-14) heeft de verdediging geen verweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

[slachtoffer 8] (05/881882-14 feit 4):

Ter terechtzitting is gebleken dat de verzekering alle gevorderde kosten van de benadeelde partij [slachtoffer 8] heeft vergoed. Gelet daarop zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

[slachtoffer 6] (feit 2, 05/881882-14), [slachtoffer 1] (feiten 1 primair en 3, 05/880684-15), [slachtoffer 2] (feiten 2 primair en 3, 05/880684-15) en [slachtoffer 3] (feiten 5 en 6, 05/880684-15):

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de bewijsmiddelen en wat verder ter terechtzitting met betrekking tot de vorderingen is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partijen als gevolg van de bewezenverklaarde voornoemde feiten tot de gevorderde bedragen ( [slachtoffer 1] : € 6.853,69, [slachtoffer 2] : € 11.406,45, [slachtoffer 3] : € 6.000,- en [slachtoffer 6] : € 2.191,-) schade hebben geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

De vorderingen zijn door de verdediging inhoudelijk niet betwist. Nu de schadeposten naar het oordeel van de rechtbank verder voldoende zijn onderbouwd en redelijk voorkomen, is zij van oordeel dat deze schadeposten geen onevenredige belasting vormen voor het strafproces en de vorderingen in hun geheel kunnen worden toegewezen.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij(en).

De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten, zijn daar conform de landelijke oriëntatiepunten niet bij inbegrepen.

De gevorderde wettelijke rente bij de vorderingen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is toewijsbaar vanaf 4 januari 2015.

De gevorderde wettelijke rente bij de vordering van [slachtoffer 3] is toewijsbaar vanaf 2 december 2014.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24, 24c, 27, 33, 33a, 36f, 45, 47, 57, 287, 310, 311, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van de feiten 3 primair en subsidiair, 9, 10 primair en subsidiair, 11 en 12 onder parketnummer 05/881882-14 en van feit 4 onder parketnummer 05/880684-15;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen wat verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) jaren;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Voor het beslag:

Met betrekking tot parketnummer 05/881882-14:

 gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan de rechthebbende, te weten:

o 1 horloge van het merk Rolex (nr. 1 beslaglijst d.d. 13 oktober 2015);

o 1 navigatiesysteem (nr. 2 beslaglijst d.d. 13 oktober 2015);

o 1 zilverkleurig oorsieraad (nr. 3 beslaglijst d.d. 13 oktober 2015);

o 1 goudkleurig oorsieraad (nr. 4 beslaglijst d.d. 13 oktober 2015).

Met betrekking tot parketnummer 05/880684-15:

verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten;

o 1 grijze handschoen (nr. 1 beslaglijst d.d. 29 juli 2015);

o 1 trainingspak (nr. 2 beslaglijst d.d. 29 juli 2015);

o 1 blauwe jas (nr. 3 beslaglijst d.d. 29 juli 2015);

o 1 grijze sjaal (nr. 4 beslaglijst d.d. 29 juli 2015);

o 1 zwarte broek, merk Hummel (nr. 5 beslaglijst d.d. 29 juli 2015);

o 1 blauw vest (nr. 6 beslaglijst d.d. 29 juli 2015);

o 1 grijze trui (nr. 7 beslaglijst d.d. 29 juli 2015);

o 1 zwarte pet (nr. 8 beslaglijst d.d. 29 juli 2015);

o 1 zwart vest (nr. 9 beslaglijst d.d. 29 juli 2015);

o 1 zwarte handschoen met oranje logo (nr. 10 beslaglijst d.d. 29 juli 2015);

o 1 zwarte handschoen met rood label (nr. 11 beslaglijst d.d. 29 juli 2015);

o 1 zwarte broek, merk Panther (nr. 12 beslaglijst d.d. 29 juli 2015);

o 1 grijze stoffen handschoen (nr. 13 beslaglijst d.d. 29 juli 2015).

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] (feit 4, 05/881882-14):

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 8] niet-ontvankelijk in haar vordering.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] (feit 2, 05/881882-14):

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2 onder parketnummer 05/881882-14 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 6], van een bedrag van € 2.191,- (tweeduizendhonderdeenennegentig euro) met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 6], een bedrag te betalen van € 2.191,- (tweeduizendhonderdeenennegentig euro) met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 31 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] (feiten 1 primair en 3, 05/880684-15):

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van feiten 1 primair en 3 onder parketnummer 05/880684-15 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 6.853,69 (zesduizendachthonderddrieënvijftig euro en negenenzestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1], een bedrag te betalen van € 6.853,69 (zesduizendachthonderddrieënvijftig euro en negenenzestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 69 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] (feiten 2 primair en 3, 05/880684-15):

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van feiten 2 primair en 3 onder parketnummer 05/880684-15 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], van een bedrag van € 11.406,45 (elfduizendvierhonderdzes euro en vijfenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2], een bedrag te betalen van € 11.406,45 (elfduizendvierhonderdzes euro en vijfenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 92 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] (feiten 5 en 6, 05/880684-15):

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van feiten 5 en 6 onder parketnummer 05/880684-15 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 3], van een bedrag van € 6.000,- (zesduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 december 2014 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 3], een bedrag te betalen van € 6.000,-(zesduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 december 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 65 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.J. Post (voorzitter), mr. K. Gilhuis en mr. M.F. Gielissen, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. D.T.P.J. Damen en T. de Munnik, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 november 2015.

BIJLAGE Ι

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

05/881882-14

1.

hij in of omstreeks de periode van 21 februari 2015 tot en met 22 februari

2015 te Ede ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (perceel gelegen

aan de [adres 1] ) weg te nemen geld en/of enig(e) goed(eren) van verdachtes

gading, althans enig(e) goed(eren) geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot de plaats des misdrijfs te

verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goed(eren) onder zijn/hun

bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen (door middel van een

raam van een (keuken)deur van genoemde woning met een steen in te gooien/te

forceren), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

(zaak: 2/BVH-nr. 2015090769);

2.

hij op of omstreeks 10 maart 2015 te Ede tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een woning (perceel gelegen aan het [adres 2] ) heeft weggenomen

één of meerdere siera(a)d(en) en/of (contant) geld, in elk geval enig(e)

goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of

[slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel

van braak, verbreking en/of inklimming (te weten door middel van het met een

steen ingooien/forceren van een raam van een deur van genoemde woning)

(zaak:3 /BVH-nr. 2015119548);

3.

hij op of omstreeks 28 maart 2015 te Ede tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een woning (perceel gelegen aan de [adres 12] ) heeft weggenomen

één of meerdere siera(a)d(en)(onder andere één of meerdere oorknopje(s) en/of

kettinkje(s) en/of armband(en) en/of horloge(s) en/of ring(en)) en/of een

alarmpistool, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer 14] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van braak, verbreking en/of inklimming (te weten door middel van

het met een steen ingooien/forceren van een ruit van genoemde woning)

(zaak: 4/BVH-nr. 2015152065);

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van 28 maart 2015 tot en met 7 april 2015 te

Ede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, één of meerdere siera(a)d(en)(onder andere één of meerdere

oorknopje(s)/oorbel(len) en/of horloge(s) heeft verworven, voorhanden heeft

gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde

van het verwerven of het voorhanden krijgen van genoemde siera(a)d(en)

wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door

misdrijf verkregen goed(eren) betrof

(zaak: 4/BVH-nr. 2015152065);

4.

hij op of omstreeks 31 maart 2015 te Otterlo, gemeente Ede, ter uitvoering van

het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een woning (perceel gelegen aan de [adres 3] ) weg te

nemen geld en/of enig(e) goed(eren) van verdachtes gading, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot de

plaats des misdrijfs te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld

en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak,

verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans

alleen (te weten door middel van het met een steen ingooien/forceren van een

ruit (aan de achterzijde) van genoemde woning), terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid

(zaak: 5/BVH-nr. 2015157495);

5.

hij op of omstreeks 31 maart. 2015 te Wolfheze, gemeente Renkum, ter uitvoering

van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een woning (perceel gelegen aan de [adres 4] ) weg te

nemen geld en/of enig(e) goed(eren) van verdachtes gading, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 11] in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot de plaats

des misdrijfs te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of

goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking

en/of inklimming, met, een of meer van zijn mededader(s), althans alleen (te

weten door middel van het met een steen ingooien/forceren van (een) ruit(en)

(aan de achterzijde en/of van de tuindeur) van genoemde woning), terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

(zaak: 6/BVH-nr. 2015157535);

6.

hij op of omstreeks 31 maart 2015 te Bennekom, gemeente Ede, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met liet oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (perceel gelegen aan het

[adres 5] ) heeft weggenomen een (oude/zwarte) portemonnee (met daarin drie

briefjes van 50,- gulden), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 10] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg Le nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (te

weten door middel van het met een steen ingooien/forceren van een ruit (aan de

achterzijde) van genoemde woning)

(zaak: 7/BHV-nr. 2015157497);

7.

hij op of omstreeks 31 maart 2015 te Ede ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een

woning (perceel gelegen aan de [adres 6] ) weg te nemen geld en/of

enig(e) goed(eren) van verdachtes gading, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot de plaats des misdrijfs

te verschaffen en/of die/flat weg te nemen geld en/of goed(eren) onder zijn/hun

bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een

of meer van zijn mededader(s), althans alleen (te weten door middel van het

met een steen ingooien/forceren van een ruit (aan de achterzijde) van genoemde

woning), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

(zaak: 8/BHV-nr. 201557884);

8.

hij op of omstreeks 31 maart 2015 te Ede tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een schuurt(je) (behorende bij/gelegen achter een woning aan de

[adres 6] ) heeft weggenomen een (handcirkel)zaag en/of een

hoor/schroefmachine, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

(zaak: 8/BVH—nr. 2015157884);

9.

hij op of omstreeks 15 november 2014 te Ede tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een woning (perceel gelegen aan de [adres 13] ) heeft

weggenomen (een) (huis- en/of auto)sleutel(s) en/of een I-pad en/of een

(gouden) horloge en/of een pakje shag en/of geld (70,- euro), in elk geval

enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 15]

en/of [slachtoffer 16] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de

toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te

nemen goed(eren) en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming (te weten door middel van het

inslaan/forceren van een (keuken)raam van genoemde woning)

(zaak: 9/BVH—nr. 2014166680);

10.

hij op of omstreeks 15 november 2014 te Ede tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een (bestel)bus (Iveco) en/of (met daarin) een

(winter)jas en/of een fotocamera en/of een Navigatiesysteem (Tom Tom) en/of

een horloge en/of een (bezoekers)parkeerkaart (Ede/sector 5), in elk geval

enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 16] en/of

[slachtoffer 15] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s)

(zaak: 9/BVH-nr. 2011166680);

althans, indien het vorenstaande onder 10 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van 15 november 2014 tot en met 7 april 2015 te

Ede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, een navigatiesysteem (Tom Tom) heeft verworven, voorhanden

heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten

tijde van liet verwerven of het voorhanden krijgen van genoemde

navigatiesysteem wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden

dat liet een door misdrijf verkregen goed betrof;

(zaak: 9/BVH—nr. 2014166680)

11.

hij op of omstreeks 02 april 2015 te Barneveld tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een woning (perceel gelegen aan de [adres 14]

[adres 14] ) heeft weggenomen (een) (auto)sleutels) en/of een tablet

(merk Samsung), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele

toebehorende aan [adres 14] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van braak, verbreking en/of inklimming (te weten door middel van

het met een steen ingooien van een (keuken)raam van genoemde woning)

(zaak: 10/BHV-nr. 2015160765);

12.

hij op of omstreeks 02 april 2015 te Barneveld tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een auto (merk [naam 11] ), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [adres 14] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

(zaak: 10/BVH—nr. 2015160765).

05/880684-015

Aan verdachte is ten laste gelegd:

1.

hij op of omstreeks 04 januari 2015 te Ede ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om [voorletters] [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven

te beroven, die [slachtoffer 1] meerdere malen, althans eenmaal met een mes,

althans met een scherp/puntig voorwerp, in diens rug, althans lichaam heeft

gestoken en/of (tevens) meerdere malen, althans eenmaal, met een pistool,

althans met een (op een vuurwapen gelijkend) (hard) voorwerp (in zijn,

verdachtes, hand) op/tegen het hoofd van genoemde [slachtoffer 1] heeft

(in)geslagen, terwijl de uitvoering van flat voorgenomen misdrijf niet is

voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 04 januari 2015 te Ede aan [slachtoffer 1] opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel, te weten een beschadigde (klap)long en/of een

beschadigd middenrif en/of één of meerdere steekwonden in de rug en/of één of

meerdere hoofdverwondingen, heeft toegebracht door genoemde [slachtoffer 1] meerdere

malen, althans eenmaal met een mes, althans met een scherp/puntig voorwerp in

diens rug te steken en/of meerdere malen, althans eenmaal met een pistool,

althans met een (op een vuurwapen gelijkend) (hard) voorwerp (in zijn,

verdachtes, hand) op/tegen het hoofd van genoemde [slachtoffer 1] (in) te slaan;

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 04 januari 2015 te Ede ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar

lichamelijk letsel toe te brengen, door opzettelijk meerdere malen, althans

eenmaal, met een mes, althans met een scherp/puntig voorwerp in de rug,

althans in/tegen liet lichaam van die [slachtoffer 1] te steken en/of meerdere

malen, althans eenmaal, met een pistool, althans met een (op een vuurwapen

gelijkend) hard) voorwerp op/tegen het hoofd van genoemde [slachtoffer 1] (in)

te slaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 04 januari 2015 te Ede ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2] opzettelijk

van het leven te beroven, die [slachtoffer 2] meerdere malen, althans

eenmaal met een mes, althans met een scherp/puntig voorwerp, in/tegen diens

buik en/of (boven)been, althans het lichaam heeft gestoken, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het. vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 04 januari 2015 te Ede aan [slachtoffer 2]

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een gat in de maag en/of twee

steekwonden in de buik en/of een steekwond in het (boven)been, heeft

toegebracht door genoemde [slachtoffer 2] meerdere malen, althans eenmaal met

een mes, althans met een scherp/puntig voorwerp in/tegen diens buik en/of

(boven)been, althans lichaam te steken;

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 04 januari 2015 te Ede ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 2] opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, door opzettelijk meerdere malen,

althans eenmaal, met een mes, althans met een scherp/puntig voorwerp, in/tegen

diens buik en/of (boven)heen, althans het lichaam te steken, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op of omstreeks 04 januari 2015 te Ede ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld J.F.M.

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van

(een hoeveelheid) geld (uit de la), in elk geval van enig(e) goed(eren),

geheel of ten dele toebehorende aan de [naam 7] (tankstation, vestiging gelegen

aan het [adres 7] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en),

zakelijk weergegeven, dat verdachte, terwijl hij een muts en/of een capuchon

geheel over zijn hoofd/gezicht droeg, althans het gezicht geheel, danwel

gedeeltelijk had bedekt:

-gewapend met een pistool, althans met een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp en/of met een mes, althans een scherp/puntig voorwerp, de

[naam 12] (tankstation) is binnen gegaan en/of (vervolgens)

-aldaar op de balie is gesprongen en/of (daarbij)

-(meermalen) dreigend de woorden heeft toegevoegd “Ik wil geld, geef mij geld

uit die la” en/of “Snel geld” en/of “Moet ik schieten, moet ik schieten ofzo”

althans woorden van gelijke aard en/of strekking,

en/of een schot heeft gelost en/of (vervolgens)

-met het vuurwapen, althans met dat op een vuurwapen gelijkend (hard)

voorwerp, (in zijn, verdachtes, hand) meerdere malen heeft (in)geslagen

op/tegen het hoofd van [slachtoffer 1] en/of (vervolgens)

-meerdere malen, althans eenmaal, met een mes, althans met een scherp/puntig

voorwerp, in/tegen de buik en/of rug en/of (boven)heen, althans het lichaam

van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , heeft gestoken, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op of omstreeks 04 januari 2015 te Ede met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een pakje kauwgom en/of (ander) snoep, in elk

geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan de [naam 7]

(tankstation, vestiging gelegen aan het [adres 7] ), in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (medewerker(s) tankstation), gepleegd met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of

om hij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te

waken, hetzij liet bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte,

-gewapend met een pistool, althans met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of met

een mes, althans een scherp/puntig voorwerp, de [naam 7] (tankstation) is binnen

gegaan en/of (vervolgens)

-aldaar op de balie is gesprongen en/of (daarbij)

-(meermalen) dreigend de woorden heeft toegevoegd “Ik wil geld, geef mij geld

uit die la” en/of “Snel geld” en/of “Moet ik schieten, moet ik schieten ofzo”

althans woorden van gelijke aard en/of strekking,

en/of een schot heeft gelost en/of (vervolgens)

-met het vuurwapen, althans met dat op een vuurwapen gelijkend (hard)

voorwerp, (in zijn, verdachtes, hand) meerdere malen heeft (in)geslagen

op/tegen het hoofd van [slachtoffer 1] en/of (vervolgens)

-meerdere malen, althans eenmaal, met een mes, althans met een scherp/puntig

voorwerp, in/tegen de buik en/of rug en/of (boven)heen, althans het lichaam

van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , heeft gestoken;

5.

hij op of omstreeks 02 december 2014 te Ede tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld W.J.M.

Bekkers heeft gedwongen tot de afgifte van (een hoeveelheid) geld (uit de

kassalade), in elk geval van enig(e) goed(eren), geheel of ten dele

toebehorende aan [naam 1] [slachtoffer 3] en/of [naam 2] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes

mededader(s):

- gewapend met een pistool, althans met een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, de [naam 13] [slachtoffer 3] zijn/is binnen gegaan

en/of

- dreigend dat pistool, althans dat op een vuurwapen gelijkend vuurwapen, op

voornoemde [naam 2] heeft/hebben gericht, althans heeft/hebben getoond

en/of daarbij (meermalen) dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: “Dit is

een overval” en/of “Geld of ik schiet” en/of “Kassa open, geld geld”, althans

woorden van gelijke aard en/of strekking;

6.

hij op of omstreeks 02 december 2014 te Ede tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid sigaretten en/of een (gouden)

(hals) ketting, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele

toebehorende aan [naam 1] [slachtoffer 3] en/of [naam 2] , in elk

geval, aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [naam 2] , gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn/haar mededaders hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of verdachtes mededader(s):

- gewapend met een pistool, althans met een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, de [naam 13] [slachtoffer 3] zijn/is binnen gegaan

en/of

- dreigend dat pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die

[naam 14] heeft/hebben gericht, althans heeft/hebben getoond en/of daarbij

(meermalen) dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: “Dit is een overval”

en/of “Geld of ik schiet” en/of “Kassa open, geld geld”, althans woorden van

gelijke aard en/of strekking;

7.

hij op of omstreeks 07 november 2014 te Bennekom, gemeente Ede, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning/bungalow (gelegen aan de

[adres 15] ) heeft weggenomen een (bruine)(akte)tas en/of (circa) 2940,-

euro, althans (een grote hoeveelheid) (contant) geld, in elk geval enig(e)

goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 12] , in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) en/of geld onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming (te weten door middel van het met een steen ingooien/forceren van

een (dubbelglazen) raam van een tuin/keukendeur van genoemde woning/bungalow);

8.

hij in of omstreeks de periode van 10 januari 2015 tot en met 11 januari 2015

te Ede tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een auto (kenteken

[kenteken] ) heeft weggenomen een (oranje) lifehammer, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 13] , in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (te

weten door middel van het verbreken/forceren van een ruit van genoemde auto).

1 De volledige tenlasteleggingen zijn in bijlage І opgenomen.

2 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 20150512.1327, gesloten op 11 juni 2015, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

3 Het proces-verbaal van aangifte namens [slachtoffer 4] d.d. 22 februari 2015, p. 329, het proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer 5] d.d. 27 mei 2015, p. 339 en het proces-verbaal van bevindingen, p. 344.

4 Het proces-verbaal van bevindingen van 22 februari 2015, p. 341-342.

5 Het proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer 5] , p. 338-339.

6 Een schriftelijk bescheid van de telefoontap d.d. 21 februari 2015 om 11:36:39 uur, p. 356.

7 Een schriftelijk bescheid van de telefoontap d.d. 21 februari 2015 om 17:49:44 uur, p. 359.

8 Een schriftelijk bescheid van de telefoontap d.d. 21 februari 2015 om 17:49:44 uur, p. 361.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 341-342.

10 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 349.

11 Het vergelijkend glasonderzoek van 4 juni 2015, p. 364A, pagina 3 en 6 van 7.

12 Proces-verbaal van aangifte [naam 10] , p. 373-374 en proces-verbaal sporenonderzoek, p. 380-381.

13 Proces-verbaal van aangifte [naam 10] , p. 374-375.

14 Proces-verbaal sporenonderzoek p. 380-381, en het NFI-rapport, p. 382 t/m 385.

15 Proces-verbaal van bevindingen, p. 402.

16 Proces-verbaal van bevindingen, p. 390-391.

17 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 8] , p. 520.

18 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 11] , p. 594-595 en het proces-verbaal van bevindingen, p. 613.

19 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 10] , p. 646.

20 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 9] , p. 734-735 en het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 6] , p. 796-797.

21 Het proces-verbaal aangifte [slachtoffer 8] , p. 520, het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 11] , p. 594-595, het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 10] , p. 646 en het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 9] , p. 734-735.

22 Schriftelijk bescheid, inhoudende Resultaat Verificatie m.b.t. I. [medeverdachte 1] , p. 144.

23 Schriftelijk bescheid, inhoudende Resultaat Verificatie m.b.t. [verdachte] , p. 56.

24 ID-staat, p. 56.

25 Het proces-verbaal verhoor [naam 5] , p. 275.

26 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 549 en het analyserapport, p. 607.

27 Proces-verbaal van bevindingen, p. 481, proces-verbaal van bevindingen, p. 461 en het proces-verbaal van bevindingen, p. 538 en 544.

28 Het proces-verbaal identiteit, p. 31 en het analyserapport telefoonmasten, p. 523 t/m 528.

29 Analyserapport, p. 599 en p. 602-603.

30 Tap, p. 554 + proces-verbaal van bevindingen, p. 549.

31 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 7] , p. 582 en het proces-verbaal van bevindingen, p. 547.

32 Het proces-verbaal verhoor [naam 5] , p. 276.

33 Analyserapport, p. 607.

34 Het proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p. 746, 759 en 761.

35 Tap, p. 761.

36 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 7] , p. 582 en het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 8] , p. 584.

37 Analyserapport telefoonmasten, p. 599 t/m 601.

38 Analyserapport telefoon, p. 601.

39 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 681.

40 Het proces-verbaal verhoor getuige getuige [getuige 6] , p. 796.

41 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 9] , p. 734.

42 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 9] , p. 794.

43 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 6] , 796.

44 Analyserapport, p. 740.

45 Analyserapport, p. 791

46 Tap, p 759 en tap p. 761.

47 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 680 en analyserapport , p. 707.

48 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 10] , p. 722.

49 Tap p. 764.

50 Tap, p 759 en tap p. 761.

51 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost Nederland, district Gelderland Midden, Overvallen Team, opgemaakte proces-verbaal, zaaknummer PL0600-2015236759, gesloten op 6 juli 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

52 Het proces-verbaal van aangifte, p. 67-68.

53 Het proces-verbaal verhoor aangever, p. 71.

54 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 125 t/m 128.

55 De eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting d.d. 11 november 2015.

56 ID-staat, p. 56 (van het proces-verbaal met dossiernummer 20150512.1327).

57 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , p. 60-61.

58 Het proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p. 124 t/m 128.

59 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 104, het proces-verbaal sporenonderzoek p. 148, 151, het NFI-rapport, p. 153-154 en het NFI-rapport, p. 177.

60 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 63, het NFI-rapport, p. 153, het NFI-rapport, p. 155-156, het NFI-rapport, p. 161-162 en het NFI-rapport, p. 183 en het NFI-rapport, p. 177, het proces-verbaal van bevindingen, p. 92 en het proces-verbaal van bevindingen, p. 109.

61 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 11 november 2015.

62 Zie NFI- rapport, p. 156; voetnoot 1 bij de toelichting op de tabel van resultaten, interpretatie en conclusie vergelijkend DNA-onderzoek

63 Het proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p. 127- 128.

64 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 67-68.

65 Een geneeskundige verklaring van [slachtoffer 1] , p. 72.

66 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , p. 61-62.

67 De geneeskundige verklaring met betrekking tot [slachtoffer 2] , p. 63.

68 Het proces-verbaal van aangifte, p. 201-202, p. 210.

69 Het proces-verbaal van aangifte, p. 203.

70 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 254.

71 De eigen waarneming van de rechtbank d.d. 11 november 2015 en de ID-staat p. 10.

72 Proces-verbaal van getuige [getuige 1] , p. 257.

73 Proces-verbaal van getuige [getuige 2] , p. 228.

74 Proces-verbaal van getuige [getuige 3] , p. 217-218.

75 Proces-verbaal van getuige [getuige 4] , p. 231-232.

76 Proces-verbaal van getuige [getuige 5] , p. 219-220.

77 Proces-verbaal van bevindingen, p. 245.

78 Proces-verbaal van bevindingen, p. 245, en proces-verbaal sporenonderzoek, p. 280 t/m 283.

79 Proces-verbaal van bevindingen, p. 271.

80 Proces-verbaal van bevindingen, p. 353.

81 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 348 t/m 352, rapport DNA-onderzoek naar aanleiding van een overval gepleegd in Ede op 2 december 2014, p. 354 t/m 357, rapport DNA-onderzoek aan een referentiemonster van een veroordeelde, p. 360 t/m 364 en het aanvullend proces-verbaal, p. 2-3, p. 18-19.

82 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 12] , p. 371 t/m 374 en het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 11] , p. 375.

83 Kennisgeving van inbeslagneming, p. 380, proces-verbaal sporenonderzoek p. 382-383 en het NFI-rapport, p. 384 t/m 386.

84 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 13] , p. 398 en het proces-verbaal sporenonderzoek, p. 400-401.

85 Proces-verbaal sporenonderzoek p. 400-401 en het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 13] , 398.

86 Rapport resultaten DNA-onderzoek, p. 171.

87 NFI-rapport, p. 403 t/m 406.