Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:7314

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25-11-2015
Datum publicatie
07-04-2016
Zaaknummer
C/05/291063 / HA ZA 15-582
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incidentele vorderingen tot voeging (artikel 217 Rv). Toewijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/291063 / HA ZA 15-582

Vonnis in incident van 25 november 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CREDITLINE B.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. V.M. Besters te Amsterdam,

tegen

de naamloze vennootschap

ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. A.J. Schoonen te Apeldoorn,

en

de stichting

STICHTING ACHMEA RECHTSBIJSTAND,

gevestigd te Tilburg,

eiseres in het incident,

advocaat mr. A.C. van Schaick te Tilburg.

Partijen zullen hierna Creditline, Achmea Schadeverzekeringen en Stichting Achmea Rechtsbijstand genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,

- de incidentele conclusie tot voeging van Stichting Achmea Rechtsbijstand,

- de incidentele conclusie van antwoord van Creditline,

- de incidentele conclusie van antwoord van Achmea Schadeverzekeringen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De beoordeling in het incident

2.1.

Creditline heeft aan haar vordering in de hoofdzaak ten grondslag gelegd – kort samengevat – dat zij met Achmea Schadeverzekeringen een overeenkomst, betreffende een rechtsbijstandsverzekering, heeft gesloten. In de nakoming van die overeenkomst is Achmea Schadeverzekeringen volgens Creditline tekortgeschoten. Dat tekortschieten heeft volgens Creditline, een incassobureau, bestaan uit het niet naar behoren beoordelen van een door haar aangebrachte zaak. Creditline heeft vervolgens voor eigen rekening een gerechtelijke procedure gevoerd tegen een van haar klanten. De daarmee gepaard gaande kosten vordert Creditline thans bij wege van schadevergoeding van Achmea Schadeverzekeringen.

2.2.

Stichting Achmea Rechtsbijstand vordert dat het haar wordt toegestaan zich in de hoofdzaak aan de zijde van Achmea Schadeverzekeringen te mogen voegen. Daaraan legt Stichting Achmea Rechtsbijstand ten grondslag dat Achmea Schadeverzekeringen de uitvoering van de rechtsbijstandsverzekering (krachtens de Wft) aan haar heeft opgedragen en Achmea Schadeverzekeringen op geen enkele wijze bij de uitvoering betrokken is geweest of überhaupt had mogen zijn, gelet op de bepalingen daaromtrent uit het Wft. Stichting Achmea Rechtsbijstand is dan ook naar eigen zeggen de partij voor wier rekening een eventuele schadevergoedingsplicht komt uit hoofde van een gebrekkige nakoming van een verbintenis uit een overeenkomst van rechtsbijstandsverzekering. In zoverre zal Stichting Achmea Rechtsbijstand door Achmea Schadeverzekeringen aangesproken kunnen worden, zo het tot een veroordeling van Achmea Schadeverzekeringen zou komen. Daarom wenst Stichting Achmea Rechtsbijstand zich te voegen aan de zijde van Achmea Schadeverzekeringen.

Omdat Creditline van het voorgaande op de hoogte was dienen de proceskosten van het incident voor rekening te komen van Creditline, aldus Stichting Achmea Rechtsbijstand.

2.3.

Achmea Schadeverzekeringen heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

2.4.

Creditline heeft aangevoerd dat zij een contractuele relatie heeft met Achmea Schadeverzekeringen. Om die reden is Achmea Schadeverzekeringen gedagvaard, en niet de feitelijk uitvoerder van de overeenkomst (met wie zij geen overeenkomst heeft gesloten) Stichting Achmea Rechtsbijstand.

Creditline heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, maar voor wat betreft de gevorderde proceskostenveroordeling, vanwege het voorgaande, verweer gevoerd.

2.5.

De rechtbank overweegt als volgt. Eenieder die belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, kan vorderen zich daarin te mogen voegen. Voor het aannemen van een zodanig belang is voldoende dat de partij die voeging vordert, nadelige gevolgen kan ondervinden van een uitkomst van de procedure die ongunstig is voor de partij aan wier zijde zij zich voegt (HR 12 juni 2015, NJ 2015, 295 en HR 11 september 2015, NJ 2015, 369). Tussen partijen staat vast, althans niet weersproken is, dat Stichting Achmea Rechtsbijstand de hiervoor bedoelde nadelige gevolgen kan ondervinden van de uitkomst van de procedure tussen Creditline en Achmea Schadeverzekeringen. Het verzoek zich te mogen voegen aan de zijde van Achmea Schadeverzekeringen is dan ook toewijsbaar.

2.6.

De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

3 De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1.

staat Stichting Achmea Rechtsbijstand toe zich in de hoofdzaak aan de zijde van Achmea Schadeverzekeringen te voegen,

3.2.

houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,

in de hoofdzaak

3.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 6 januari 2016 voor het nemen van de conclusie van antwoord door Achmea Schadeverzekeringen en Stichting Achmea Rechtsbijstand.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. Engberts en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2015.

Cc: AB