Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:7308

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
20-11-2015
Datum publicatie
26-11-2015
Zaaknummer
05/720311-14, 05/273695-14 en 05/840938-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor diefstal met geweld en mishandeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen waarvan 197 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden. Vrijspraak voor het hebben van een hennepkwekerij, diefstal van energie en bezit van drugs

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers : 05/720311-14, 05/273695-14 en 05/840938-15 (ttz gevoegd)

Datum uitspraak : 20 november 2015

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] , [woonplaats] .

Raadsman: mr. P.J. Roelse, advocaat te Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 23 maart 2015, 18 mei 2015, 31 augustus 2015 en (voor het eerst ten aanzien van parketnummer 05/840938-15 op) 6 november 2015.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 05/720311-14

hij op of omstreeks 07 december 2014 te Apeldoorn, in ieder geval in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen

op of aan de openbare weg,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

geldbedrag van 700 euro, althans enig geldbedrag en/of een jas, in elk geval

enig goed geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] , gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s)

van dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen,

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] , op of aan de openbare

weg, heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag van 700 euro, althans

enig geldbedrag en/of een jas, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s),

hebbende en/of zijnde hij, verdachte, tezamen en in vereniging met zijn

-verdachtes-mededader(s), althans alleen,

-bij die [slachtoffer 1] in de auto gestapt en/of

-(vervolgens) de sleutel uit het contact gehaald en/of de deuren van de auto vergrendeld en/of

-die [slachtoffer 1] de woorden toegevoegd: "Je moet 250 euro betalen omdat je

contact hebt gehad met mijn meisje. Daar moet je voor boeten" en/of "Als je

het geld niet geeft regelt de jongen op de achterbank het wel" (waarbij een

gebalde vuist werd getoond), althans woorden/gebaren van gelijke dreigende

aard of strekking en/of

-meermalen, althans eenmaal met kracht tegen het gezicht/hoofd en/of het

lichaam van die [slachtoffer 1] gestompt/geslagen;

en/of

hij op of omstreeks 07 december 2014 te Apeldoorn, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft mishandeld [slachtoffer 1] , te weten door die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, met kracht tegen het

gezicht/hoofd en/of het lichaam te stompen/slaan, waardoor voornoemde [slachtoffer 1] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft

ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Parketnummer 05/273695-14

1.

hij in of omstreeks de periode van 01 oktober 2013 tot en met 12 december 2013

in de gemeente Apeldoorn

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een woning/pand aan de

[adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 231 hennepplanten

en/of ongeveer vijf zakken (gedroogde) henneptoppen, althans een groot aantal

hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan

30 gram van een materiaal bevattende hennep,

zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet,

terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid

van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel

aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid

meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid

van een middel (te weten 231 hennepplanten en/of vijf zakken (gedroogde)

henneptoppen, althans meer dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan);

Artikel 11 lid 5 Opiumwet

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 3 ahf/ond C Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 11 lid 2 Opiumwet

2.

hij in of omstreeks de periode van 01 oktober 2013 tot en met 12 december 2013

in de gemeente Apeldoorn

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een woning/pand aan de

[adres 2] ) heeft weggenomen stroom/elektriciteit, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander NV, in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte

en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking (door één

of meer ijkzegel(s) en/of het deksel van de elektriciteitsmeter te verbreken

en/of verwijderen en/of (vervolgens) een elektriciteitsaansluiting aan de

boven- en/of buitenzijde, in elk geval buiten de meter om, te maken);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 12 december 2013 in de gemeente Apeldoorn

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

aanwezig heeft gehad ongeveer 1,45 (0,23 en/of 0,24 en/of 0,23 en/of 0,26

en/of 0,27 en/of 0,22) gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende cocaïne en/of ongeveer 3 (0,92 en/of 2,08) gram, in elk geval een

hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde cocaïne en/of

amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende

lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die

wet;

art 2 ahf/ond C Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 3 Opiumwet

Parketnummer 05/840938-15

hij op of omstreeks 29 augustus 2015 te Epe, zijn ex-partner genaamd

[slachtoffer 2] heeft mishandeld door haar (met kracht) in/op/tegen haar

hoofd/gezicht te slaan en/of te stompen;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van de feiten 1, 2 en 3 ten laste gelegd onder parketnummer 05/273695-14 nu het bewijs hiervoor ontbreekt. Ten aanzien van parketnummer 05/720311-14 acht de officier van justitie diefstal met geweld en mishandeling bewezen. Tevens acht hij het onder parketnummer 05/840938-15 tenlastegelegde bewezen.

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen uitvoerig opgesomd en toegelicht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van parketnummer 05/720311-14 betoogd dat bij de verklaringen van aangever en de verklaring van verdachte de nodige vraagtekens kunnen worden gezet en dat een onafhankelijk en objectieve onderbouwing van de aangifte ontbreekt. Hij heeft vrijspraak bepleit voor de ten laste gelegde afpersing en diefstal met geweld omdat het daarvoor benodigde oogmerk ontbreekt. Wel kan volgens de raadsman de mishandeling worden bewezen. Eveneens kan de onder parketnummer 05/840938-15 ten laste gelegde mishandeling worden bewezen, aldus de raadsman. Met betrekking tot parketnummer 05/273695-14 heeft de raadsman vrijspraak van alle feiten bepleit. Volgens hem zijn de ten laste gelegde feiten niet aan verdachte te linken.

Beoordeling door de rechtbank

Parketnummer 05/720311-141

Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op 7 december 2014 om 3.35 uur een appje had gestuurd naar [medeverdachte 1] van wie hij kort daarvoor via FaceBook haar nieuwe telefoonnummer ( [nummer 1] ) had gekregen. Hij kreeg om 5.21 uur een reactie wie hij was. Hij antwoordde toen “ [slachtoffer 1] , facebook, eergisteren”. Zij vroeg hem toen of hij haar kon ophalen bij het Sportfondsenbad in Apeldoorn. Tijdens het Whats-appen stuurde zij ook een sms-bericht met het nummer [nummer 2] . Dat nummer was hem niet bekend. Hij heeft geprobeerd haar te bellen. Zij reageerde via sms dat hij niet moest bellen en dat ze bij het Sportfondsenbad was. Aangever die dacht dat [medeverdachte 1] mogelijk in moeilijkheden zat, is naar Apeldoorn gereden en vroeg een vriend van hem in de [adres 3] te wachten terwijl hij verder reed naar het Sportfondsenbad. Hij kreeg toen een sms met “ [naam 2] bereket terug”. Hij zag twee mannen aan komen lopen en hoorde dat een van de mannen zei dat hij voor [medeverdachte 1] kwam. Aangever werd aangesproken door een Turkse man (verdachte) die hem vroeg of ze even konden praten. Verdachte stapte naast hem in, de andere man, Nederlandse, stapte rechts achterin. Verdachte was agressief en zei dat aangever moest boeten omdat hij contact met zijn meisje had gehad. Hij wilde € 250,- hebben. Aangever zei dat hij dat niet had. Verdachte zei dat de jongen op de achterbank het dan wel zou regelen. In zijn achteruitkijkspiegel zag aangever dat de man achterin de auto zijn vuist gebald had ter hoogte van zijn gezicht. Toen aangever nogmaals zei dat hij het geld niet had, gaf verdachte hem een vuistslag in zijn gezicht. Verdachte draaide zijn autosleutel om en haalde die uit het contact. Aangever zag dat de deuren waren vergrendeld. Dat had hij niet gedaan. Iedere keer als aangever zei dat hij die € 250,- niet had, kreeg hij een vuistslag van verdachte. Na een tijdje begon de Nederlandse jongen zich ermee te bemoeien. Hij begon ook met zijn vuist te slaan. Aangever zei toen dat hij geld in zijn jaszak had. De Nederlandse jongen pakte aangevers jas die op de hoedenplank lag. Aangever moest het geld uit zijn jas halen maar heeft dat niet gedaan. Op een gegeven moment zijn de jongens uit de auto gestapt. Aangever zag verdachte weglopen met zijn jas, die tussen hem en verdachte in had gelegen. In de jas zat onder meer een geldbedrag van ongeveer € 700,-. Zijn jas heeft een bontkraag en komt van ZARA.2

Anders dan de raadsman ziet de rechtbank geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangever nu zijn verklaringen worden ondersteund door andere in het dossier aanwezige bewijsmiddelen.

Zo zijn op de telefoon van aangever berichten aangetroffen afkomstig van telefoonnummer
[nummer 2] met als teksten:

“Kan je me oohalen bm sportfondse bad, ben hier met lui wil wrggi”, “weggg”, “eyy niet bellen die reis is Bij mij”, “ [naam 3] ”, “kan je komen spirtfondsebad”.3

“Nee baby heb geen id”, “Kom aub bij bad baby geen ud kart word ook gezocht beter niEt over straat lopen”, “ [naam 2] bereket terug”.4

Medeverdachte [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) heeft over de berichten die via haar telefoon zijn verstuurd en dan wel ontvangen, verklaard dat ze zag ze dat er via WhatsApp tegen meerdere mensen was gepraat en dat zij dat niet had gedaan. Ze zag dat er naar meerdere mensen een bericht was gestuurd dat ze haar moesten ophalen bij het Sportfondsenbad.5

De aangifte wordt verder ondersteund door verdachtes verklaring ter terechtzitting dat hij en de Poolse jongen die bij hem woonde naar het Sportfondsenbad zijn gegaan en dat hij (verdachte) in de auto is gestapt. Volgens verdachte heeft hij aangever in de auto twee keer geslagen met de vlakke hand.6

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft in dit verband verklaard dat hij met verdachte mee is gelopen in de richting van het zwembad.7 Hij had toen een grijze spijkerbroek, bruine sportschoenen, een blauwe trui met capuchon en een zwarte of grijze jas aan.8

Op camerabeelden van het [adres 6] te Apeldoorn van 7 december 2013, naar de rechtbank begrijpt 2014, is om 5.40 uur te zien dat twee personen in beeld komen. Ze komen van de kant waar zich het adres [adres 7] te Apeldoorn bevindt, alwaar verdachte woont. De ene man (man 1) heeft een normaal tot gezet postuur, een blanke tot licht getinte huidskleur, kort zeer donker haar en een donkerkleurige baard. Hij draagt een zeer donkerkleurige jas met een capuchon die is voorzien van een lichtbruine bontkraag, een donkerkleurige broek met een lichte afdruk op de rechterzijde van de broek ter hoogte van het onderbeen en donkerkleurige gympen met een lichtkleurige zool. De andere man (man 2) heeft een normaal postuur en een lichte huidskleur. Hij draagt een grijze of mediumbruine jas tot op heuphoogte, een blauwe trui met capuchon, een lichtkleurige broek gelijkend op een spijkerbroek met aan de onderkant een lichtkleurige band alsof hij zijn broekspijpen heeft omgeslagen en mediumkleurige gympen met een lichte zool. Zijn kleding komt overeen met de kleding die medeverdachte [medeverdachte 2] heeft benoemd.

Op camerabeelden van de [adres 5] van 7 december 2014 is om 5.58 uur te zien dat twee personen aan komen lopen. De ene persoon kan worden omschreven zoals man 1 op de camerabeelden van het [adres 6] . De andere persoon heeft een normaal postuur en een lichte huidskleur. Hij draagt een zeer donkerkleurige jas met een capuchon voorzien van een lichtbruine bontkraag. Onder de jas draagt hij een medium kledingstuk dat tot zijn middel dicht zit. Onder deze vest of jas draagt hij een kledingstuk dat licht van kleur is, een lichtkleurige broek en mediumkleurige schoenen met een lichtkleurige zool. Onder aan de broek zit een lichtkleurige band alsof hij zijn broekspijpen heeft omgeslagen.

Op camerabeelden van de [adres 8] van 7 december 2014 is te zien dat beide op de beelden van de [adres 5] voorkomende mannen in de richting lopen van een café of naar een van de woningen boven het café. Ter hoogte en aan deze zijde van de straat bevindt zich ook de woning van verdachte.9

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat er een jas op de leunstoel lag toen de politie kwam en dat die jas er later niet meer was. Het was een bruine jas waarvan de capuchon een bontkraag had.10

Deze jas, waarin aan de binnenzijde “ZARA MEN” stond, is aangetroffen in de kast naast de cel van medeverdachte [medeverdachte 1] .11 [medeverdachte 1] heeft verklaard dat de jas over de stoel in de woonkamer hing en dat ze dacht dat de jas van verdachte of van de Pool was.12

Dat er geld van aangever is meegenomen vindt ondersteuning in de verklaring van getuige [getuige 1] . Hij heeft verklaard dat in de jas van aangever geld zat. Hij weet niet precies hoeveel geld aangever bij zich had, maar denkt dat het wel veel is geweest omdat aangever de zaak van zijn broer die avond had gesloten. [getuige 1] heeft verder verklaard dat hij in zijn auto aan de [adres 3] op aangever heeft gewacht. Op het moment dat aangever hem voorbij reed, is hij achter hem aangereden. Toen ze stopten zag hij dat aangever helemaal onder het bloed zat.13

Uit een geneeskundige verklaring komt naar voren dat bij aangever een fors hematoom op de neusrug is gezien en meerdere krabwonden in het gezicht.14 Volgens informatie van de KNO-arts was sprake van een neusfractuur.15

Verdachte heeft ter terechtzitting erkend dat hij in de auto is gestapt bij aangever en dat hij aangever (zij het met de vlakke hand) meerdere keren in het gezicht heeft geslagen16.

De rechtbank acht gelet op voormelde bewijsmiddelen de ten laste gelegde diefstal met geweld en bedreiging met geweld en de mishandeling, alles in vereniging, bewezen. Uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] samen naar het Sportfondsenbad zijn gegaan en bij verdachte in de auto zijn gestapt. Ze hebben de sleutel uit het contact gehaald en de deuren vergrendeld. Onder bedreiging van geweld is gepoogd geld van aangever afhandig te maken. Toen dat niet het gewenste effect had, is aangever in zijn gezicht geslagen, waarbij hij een neusfractuur opliep. Verdachte en [medeverdachte 2] zijn vervolgens uit de auto gestapt en hebben daarbij de jas van aangever die hij bij ZARA had gekocht, meegenomen. Uit het vorenstaande blijkt dat tussen verdachte en zijn mededader sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij niets heeft gestolen van aangever.

Uit de camerabeelden kan naar het oordeel van de rechtbank echter worden afgeleid dat [medeverdachte 2] op de terugweg van het Sportfondsenbad naar de woning van verdachte een jas droeg die sterke gelijkenis toont met de jas van aangever. Deze jas is aangetroffen in de kast naast de cel van [medeverdachte 1] . In de jas zat een label van “ZARA MEN”. [medeverdachte 1] verklaarde dat de jas over de stoel in de woonkamer hing. Nu verdachte ter terechtzitting niet heeft kunnen verklaren hoe de jas in zijn woning is gekomen, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat verdachte en [medeverdachte 2] de jas uit de auto van aangever hebben meegenomen. Nu de rechtbank geen aanleiding heeft te twijfelen aan de verklaringen van aangever, acht zij ook diefstal van het in de jaszak zittende geldbedrag bewezen. De rechtbank acht echter niet bewezen dat het om een bedrag van ongeveer € 700,- ging, omdat aangever ook heeft verklaard dat hij die avond een bedrag van € 250,- uit de kassa had meegenomen en een bedrag van € 550,- van zichzelf bij zich had. Diefstal van enig geldbedrag acht de rechtbank wel bewezen.

Parketnummer 05/273695-14

De rechtbank acht de feiten 1, 2 en 3 niet bewezen. Niet is gebleken dat verdachte woonachtig was op het adres [adres 2] te Apeldoorn. Het enkele feit dat hij aanwezig was in die woning ten tijde van het aantreffen van de hennepkwekerij is onvoldoende om zijn betrokkenheid te kunnen aannemen bij het inrichten dan wel exploiteren van de hennepkwekerij. Evenmin is gebleken van enige betrokkenheid bij de diefstal van elektriciteit. Ook voor het aanwezig hebben van drugs is geen bewijs voorhanden, te minder nu het bankpasje dat is aangetroffen op het blauwe deksel met wit poeder niet van verdachte is en de aanwezigheid van de drugs in de koelkast en in de fouillering van [slachtoffer 2] evenmin wijzen op het voorhanden hebben van drugs door verdachte. De omstandigheid dat de ex-partner van verdachte, huurster van de betreffende woning, uiteindelijk belastend over verdachte heeft verklaard, acht de rechtbank onvoldoende gezien haar eerdere verklaringen en het ontbreken van verder voor verdachte belastend bewijs. Verdachte dient daarom van alle feiten te worden vrijgesproken.

Parketnummer 05/840938-1517

Op 29 augustus 2015 kreeg de politie de melding dat een vrouw zou zijn geslagen door haar ex-vriend. Verbalisanten zijn naar de [adres 9] te Epe gegaan. Op het terrein werden ze door een vrouw geroepen die zei dat zij had gebeld. Verbalisanten zagen dat de vrouw ( [slachtoffer 2] ), een doek met ijs tegen haar gezicht hield en dat ze huilde. Ze vertelde dat ze met de vlakke hand in het gezicht was geslagen door haar ex-vriend, [verdachte] (verdachte).18

Op foto’s is te zien dat de rechterwang en het rechteroor van [slachtoffer 2] rood is.19

Getuige [getuige 2] [getuige 2] heeft verklaard dat verdachte plotseling opstond en [slachtoffer 2] ( [slachtoffer 2] ) in haar gezicht sloeg. Hij zat tegenover [slachtoffer 2] en zag dat de klap op haar rechterwang hard aan kwam.20

Volgens getuige [getuige 3] heeft verdachte [slachtoffer 2] met een open hand op haar oor geslagen.21

Ter terechtzitting van 6 november 2015 heeft verdachte verklaard dat hij en [slachtoffer 2] een relatie hebben gehad. Op 29 augustus 2015 hadden ze geen relatie meer.22

Gelet op voormelde bewijsmiddelen acht de rechtbank mishandeling bewezen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder de parketnummer 05/720311-14 en 05/840938-15 ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

Parketnummer 05/720311-14

hij op of omstreeks 07 december 2014 te Apeldoorn, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen op of aan de openbare weg, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van 700 euro, althans enig geldbedrag en/of een jas, in elk geval enig goed geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen,

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] , op of aan de openbare

weg, heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag van 700 euro, althans

enig geldbedrag en/of een jas, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s),

hebbende en/of zijnde hij, verdachte, tezamen en in vereniging met zijn

- verdachtes mededader(s), althans alleen,

- bij die [slachtoffer 1] in de auto gestapt en/of

- ( vervolgens) de sleutel uit het contact gehaald en/of de deuren van de auto vergrendeld en/of

- die [slachtoffer 1] de woorden toegevoegd: "Je moet 250 euro betalen omdat je contact hebt gehad met mijn meisje. Daar moet je voor boeten" en/of "Als je het geld niet geeft regelt de jongen op de achterbank het wel" (waarbij een gebalde vuist werd getoond), althans woorden/gebaren van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- meermalen, althans eenmaal met kracht tegen het gezicht/hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] gestompt/geslagen;

en/of

hij op of omstreeks 07 december 2014 te Apeldoorn, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft mishandeld [slachtoffer 1] , te weten door die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, met kracht tegen het gezicht/hoofd en/of het lichaam te stompen/slaan, waardoor voornoemde [slachtoffer 1] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

Parketnummer 05/840938-15

hij op of omstreeks 29 augustus 2015 te Epe, zijn ex-partner genaamd [slachtoffer 2] heeft mishandeld door haar (met kracht) in/op/tegen haar hoofd/gezicht te slaan en/of te stompen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 05/720311-14

De voortgezette handeling van:

  • -

    diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken en

  • -

    medeplegen van mishandeling;

Parketnummer 05/840938-15

Mishandeling.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Naar de persoon van verdachte is onderzoek gedaan. Dit heeft geresulteerd in een Pro Justitia Rapport van 30 augustus 2015, opgemaakt door [naam 4] , klinisch psycholoog. Met de conclusie van dit rapport, dat verdachte als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar kan worden aangemerkt, kan de rechtbank zich verenigen. Zij neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de parketnummers 05/720311-14 en 05/840938-15 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 365 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 197 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Als bijzondere voorwaarden heeft de officier van justitie gevorderd dat een meldplicht en een ambulante behandelverplichting bij GGNet worden opgelegd zoals door de reclassering is geadviseerd. De officier van justitie acht daarnaast een maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op zijn plaats. Hij vordert voor de duur van drie jaren een straat- en contactverbod zoals geformuleerd als voorwaarde bij schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis inzake parketnummer 05/840938-15. De officier van justitie heeft de dadelijke uitvoerbaarheid van deze maatregel gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat hij de eis van de officier van justitie te hoog vindt. Hij ziet niet in dat een proeftijd van drie jaren zou moeten worden opgelegd. De raadsman heeft een gevangenisstraf bepleit die gelijk is aan het voorarrest. Hij acht de maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht niet nodig, te minder nu het steeds [slachtoffer 2] is die contact zoekt met verdachte.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister van 30 augustus 2015;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland van 31 augustus 2015;

- een monodisciplinair rapport van [naam 4] , klinisch psycholoog van 30 augustus 2015.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan diefstal met geweld en bedreiging van geweld en aan mishandeling.

Verdachte is met zijn mededader naar het Sportfondsenbad in Apeldoorn gegaan. Ze zijn in de auto gestapt bij het slachtoffer dat dacht een afspraak met een meisje te hebben. Daar hebben zij hem bedreigd en geslagen en vervolgens zijn jas met daarin een bedrag geld meegenomen. Naar de ervaring leert zijn delicten als de onderhavige veelal de oorzaak van langdurige en ingrijpende angstgevoelens bij het directe slachtoffer. Zij dragen bovendien bij aan in de samenleving levende gevoelens van onveiligheid. Hoe groot de impact op het slachtoffer is geweest blijkt uit zijn schriftelijke slachtofferverklaring. Zo slaapt hij slecht, wantrouwt hij iedereen en durft hij niet meer alleen buiten te lopen of te fietsen. Als gevolg van het incident is hij ruim zes weken niet naar zijn opleiding geweest, waardoor hij de opleiding niet heeft gehaald.

Verdachte heeft zich verder schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn ex-partner.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting ook in aanmerking genomen voormeld rapport van psycholoog [naam 4] . Daaruit komt naar voren dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling in de geestvermogens in de zin van een gemengd antisociale en narcistische persoonlijkheidsstoornis met borderline trekken. Op grond van deze stoornissen is er bij hem sprake van een verhoogde mate van impulsiviteit, een gebrekkig vermogen om zich te verplaatsen in andere mensen, een verhoogde mate van krenkbaarheid, prikkelbaarheid en (agressieve) opgewondenheid. Verder is sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van een matige, recidiverende depressieve stoornis, die meer descriptief omschreven kan worden als een geagiteerde depressie. Tot slot is sprake van misbruik van cannabis, differentiaal-diagnostisch mogelijk van afhankelijkheid van cannabis.

Het recidiverisico wordt matig tot hoog ingeschat. Verdachte is geneigd zijn problemen te externaliseren, waardoor het verwerven van inzicht in het risico op gewelddadig gedrag beperkt is. Gebruik van verslavende middelen (in casu alcohol) is eveneens een risicofactor van betekenis in de kans op recidive. Geadviseerd wordt de bestaande behandeling bij GGNet en het verplicht reclasseringscontact voortzetten als bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke straf.

De reclassering heeft geadviseerd een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een ambulante behandelverplichting bij GGNet of soortgelijke ambulante forensische zorg. Volgens de reclassering is er een contra-indicatie voor een werkstraf, omdat verdachte moeilijk kan omgaan met stress waardoor hij agressief kan worden.

Uit het verhandelde ter terechtzitting komt naar voren dat verdachte tweewekelijks een gesprek heeft met een hulpverlener van GGNet en dat hij met kleine stapjes vooruit gaat.

De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen de justitiële documentatie van verdachte, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld ter zake van geweldsmisdrijven.

Alles afwegend acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf passend en geboden. De rechtbank zal daarom een gevangenisstraf opleggen van 365 dagen waarvan 197 dagen voorwaardelijk. In de omstandigheid dat verdachte in het verleden meerdere keren is veroordeeld ter zake van geweldsdelicten ziet de rechtbank aanleiding de proeftijd te stellen op drie jaren. De rechtbank zal aan de voorwaardelijk opgelegde straf de voorwaarden verbinden zoals geadviseerd door de reclassering. Voor het toepassen van een maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht ziet de rechtbank geen aanleiding.

8. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

Parketnummer 05/720311-14

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het ten laste gelegde feit. Gevorderd wordt een bedrag van
€ 2.609,- te vermeerderen met de wettelijke rente.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot toewijzing van de vordering.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair de niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij bepleit gelet op de door hem bepleite vrijspraak voor het primaire en subsidiaire deel van de tenlastelegging. Subsidiair heeft hij verzocht om matiging van de vordering.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van
€ 1.514,- schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:

  • -

    Immateriële schade € 700,-

  • -

    Schoonmaakkosten auto € 85,-

  • -

    Eigen risico € 345,-

  • -

    Rechtshulp voorafgaand aan de zitting € 384,-.

De vordering is in zoverre vermeerderd met de wettelijke rente voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank zal daarnaast een vergoeding voor ter terechtzitting verleende rechtsbijstand toekennen tot een bedrag van € 384,-.

Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij zal niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering nu de vordering in zoverre onvoldoende is onderbouwd.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

Parketnummer 05/273695-14

De benadeelde partij Liander N.V. heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 2 ten laste gelegde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 2.350,75.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij bepleit.

Beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu verdachte is vrijgesproken van het onder feit 2 tenlastegelegde. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

9 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10,14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f, 47, 56, 57, 300 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van de feiten 1, 2 en 3 van parketnummer 05/273695-14;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

  • -

    veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 365 (driehonderdvijfenzestig) dagen;

  • -

    bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 197 (honderdzevenennegentig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

 stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich binnen 5 dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij de Reclassering Nederland op het adres Houtwal 16d te Zutphen en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

- zich onder behandeling zal stellen van GGNet of een soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, teneinde zich te laten behandelen voor zijn geagiteerde depressie en persoonlijkheidsstoornis, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

  • -

    geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van parketnummer 05/720311-14 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van een bedrag van
    € 1.514,-, te weten € 700,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 december 2014, € 345,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 augustus 2015 en € 469,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 november 2015, tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden € 384,-;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] , een bedrag te betalen van € 1.514,-, te weten € 700,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 december 2014, € 345,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 augustus 2015 en € 469,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 november 2015, tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 25 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    verklaart de benadeelde partij Liander N.V. niet-ontvankelijk in haar vordering;

heft op de (geschorste) bevelen tot voorlopige hechtenis inzake de parketnummers 05/720311-14 en 05/840938-15.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kropman, voorzitter, mr. M.C. van der Mei en mr. J.B.J. Driessen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C.M. Althoff, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 november 2015.

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers: 05/720311-14, 05/273695-14 en 05/840938-15 (ttz gevoegd

Uitspraak d.d.: 20 november 2015

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van
20 november 2015.

Tegenwoordig:

mr. Van der Mei , rechter,

mr. , officier van justitie,

en mr. Fransen , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte,

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] , [woonplaats] ,

is wel / niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De raadsman, mr. P.J. Roelse, is wel / niet verschenen.

De rechter spreekt het vonnis uit

en wijst verdachte op de mogelijkheid om binnen veertien dagen na heden hoger beroep tegen dit vonnis in te stellen.

Waarvan proces-verbaal,

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 06APD14020 [naam 5] , gesloten op 26 januari 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , p. 123-126 en
Proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer 1] , p. 131.

3 Telefoonberichten, p. 135.

4 Telefoonberichten, p. 138.

5 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] , p. 102.

6 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 6 november 2015.

7 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2] , p. 49.

8 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2] , p. 56.

9 Proces-verbaal van bevindingen, p. 211-212.

10 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2] , p. 59.

11 Proces-verbaal van bevindingen, p. 237.

12 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] , p. 106-107.

13 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , p. 153.

14 Geneeskundige verklaring, p. 145

15 Brief van dr. [naam 6] , KNO-arts verbonden aan de Gelreziekenhuizen, p. 147.

16 Proces-verbaal van de terechtzitting van 6 november 2015

17 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2015424206, gesloten op 30 augustus 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier.

18 Proces-verbaal van bevindingen, p. 5.

19 Foto’s, p. 7.

20 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , p. 24.

21 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] , p. 26.

22 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 6 november 2015.