Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:7299

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
24-11-2015
Datum publicatie
21-01-2016
Zaaknummer
ARN 14/9064 en ARN 14/9065
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2016:1974, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Omgevingsvergunning voor het milieuneutraal veranderen van de Luchthaven Teuge. De verandering betreft het gebruiken van baanverlichting langs de start- en landingsbaan. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 14/9064 en 14/9065

uitspraak van de meervoudige kamer van

in de zaken tussen

1. [eiser1] te [plaats] , eiser 1,

(gemachtigde: mr. A. Vinkenborg);

2. [eiser2] te [plaats2] , en [eiser3] [eiser3] te [plaats3] eisers 2

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorst te Twello, verweerder.

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: Luchthaven Teuge N.V., te Teuge.

Procesverloop

Bij besluit van 25 juni 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder aan derde-partij een omgevingsvergunning verleend voor het milieuneutraal veranderen van de inrichting Luchthaven Teuge. De verandering betreft het gebruiken van baanverlichting langs de start- en landingsbaan van de luchthaven gelegen aan De Zanden 15 te Teuge.

Bij besluit van 20 november 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren van eisers ongegrond verklaard.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft verweerschriften ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 oktober 2015. Eiser 1 is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens eisers 2 zijn mr. [naam4] en [naam5] verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door R. van der Plank en A.A. Sulter. Namens derde-partij is M.H. de Groot verschenen.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Op 19 december 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan Luchthaven Teuge een revisievergunning verleend, waarin (voor zover hier van belang) als voorschrift is opgenomen dat de inrichting geopend mag zijn van 7.00 tot 20.00 uur. Deze revisievergunning is in rechte onaantastbaar. Bij besluit van 27 maart 2014 heeft verweerder een omgevingsvergunning verleend, waarbij de aanvraag van Luchthaven Teuge is ingewilligd om de openingstijden uit te breiden tot 23.00 uur ’s avonds. Deze omgevingsvergunning is nog niet in rechte onaantastbaar.

2. Het thans bestreden besluit gaat over het uitbreiden van de luchthaven met het gebruik van een baanverlichting.

3. Eisers betogen dat het uitbreiden van de luchthaven met het gebruiken van een baanverlichting niet milieuneutraal is, omdat de geldende vergunning niet voorziet in het reguleren van lichthinder van baanverlichting en het gebruiken van baanverlichting niet los gezien kan worden van de bij het besluit van 27 maart 2014 vergunde uitbreiding van de openingstijden. Het gebruiken van een baanverlichting heeft tot doel het vliegen ook in de avonduren mogelijk te maken. Omdat het uitbreiden van de luchthaven met het gebruiken van een baanverlichting niet milieuneutraal is, had het bestreden besluit met de uitgebreide voorbereidingsprocedure moeten worden voorbereid. Het mogelijk maken van vliegbewegingen in de avonduren heeft volgens eisers tot gevolg dat de geluidbelasting in de avonduren zal toenemen. Dit is vooral het gevolg van proefdraaien.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat de milieugevolgen van het uitbreiden van de luchthaven met het gebruiken van een baanverlichting binnen de reikwijdte van voorschrift 1.8 van de revisievergunning van 19 december 2008 blijven en dat het uitbreiden van de luchthaven met het gebruiken van een baanverlichting daarom milieuneutraal is. Voorts stelt verweerder zich op het standpunt dat de vliegbewegingen en daaraan verbonden milieugevolgen buiten de reikwijdte van de omgevingsvergunning vallen.

3.1.

In artikel 2.14 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is het toetsingskader vastgelegd voor de beoordeling van een aanvraag van een omgevingsvergunning voor een project dat bestaat uit het veranderen van een inrichting. In artikel 2.14, vijfde lid, van de Wabo is bepaald dat in afwijking van het eerste tot en met het vierde lid in gevallen als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, de omgevingsvergunning wordt verleend indien wordt voldaan aan de in het laatstgenoemde lid gestelde voorwaarden.

Ingevolge artikel 3.10, derde lid, van de Wabo is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een verandering van een inrichting of de werking daarvan, die niet leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende omgevingsvergunning is toegestaan, waarvoor geen verplichting bestaat tot het maken van een milieueffectrapport en die niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een omgevingsvergunning is verleend.

3.2.

De rechtbank overweegt als volgt. Voor de beantwoording van de vraag of een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een milieuneutrale wijziging van de (werking van de) inrichting als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de Wabo kan worden verleend, is de vergunde situatie bepalend. De vergunde situatie bestaat uit de revisievergunning van 19 december 2008 en de veranderingsvergunning van 27 maart 2014, strekkende tot uitbreiding van de openingstijden. De toetsing van de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor het uitbreiden van de luchthaven met een baanverlichting beperkt zich, voor zover hier van belang, tot de vraag of de aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat die verandering inderdaad niet leidt tot andere of grotere nadelige milieugevolgen ten opzichte van de reeds vergunde situatie. In voorschrift 1.8, onder het kopje ˈterreinen en wegenˈ in paragraaf 1 ˈAlgemeenˈ van de revisievergunning, is bepaald dat de verlichting van gebouwen en open terrein van de inrichting zodanig moet zijn uitgevoerd dat directe lichtinstraling op lichtdoorlatende openingen van woon- of slaapvertrekken, in gevels of daken van niet tot de inrichting horende woningen wordt voorkomen. De rechtbank kan verweerder niet volgen in zijn standpunt dat de milieugevolgen van het uitbreiden van de luchthaven met het gebruiken van een baanverlichting binnen de reikwijdte van voorschrift 1.8 van de revisievergunning van 19 december 2008 blijven en dat het uitbreiden van de luchthaven met het gebruiken van een baanverlichting daarom milieuneutraal is. De baanverlichting fungeert immers niet als verlichting van gebouwen of open terrein van de inrichting, maar als markering van de start- en landingsbaan voor vliegtuigen. Nu uit de door De Kruijter Openbare Verlichting uit Doorn uitgevoerde onderzoeken van juni 2014 en maart 2015 echter kan worden afgeleid dat de baanverlichting geen andere of grotere milieugevolgen heeft, dan de verlichting van gebouwen en open terrein van de inrichting ingevolge het genoemde voorschrift 1.8 mag hebben, stelt verweerder zich terecht op het standpunt dat de uitbreiding van de luchthaven met een baanverlichting als milieuneutraal kan worden aangemerkt.

Verweerder stelt zich verder terecht op het standpunt dat het gebruiken van een baanverlichting los gezien kan worden van de verruiming van de openingstijden, omdat de baanverlichting zowel vóór als na 20.00 uur kan worden gebruikt, maar niet hoeft te worden gebruikt. Eisers kunnen hun onvrede over vliegen in de avonduren aan de orde stellen in de procedure tegen de besluitvorming waarmee de verruiming van de openingstijden mogelijk wordt gemaakt. Verweerder stelt zich terecht op het standpunt dat extra geluidhinder van vliegtuigen, niet aan het gebruiken van een baanverlichting kan worden toegerekend. Dat het gebruiken van een baanverlichting een noodzakelijke voorwaarde is voor het kunnen maken van vliegbewegingen in de avonduren als het donker is, maakt dat niet anders.

De zogenoemde 'Engine-run-up' (start) op de startbaan is terecht niet meegenomen bij de in het bestreden besluit gemaakte beoordeling van de milieugevolgen van de inrichting, reeds omdat de 'Engine-run-up' behoort tot het exclusieve beoordelingskader van de Wet Luchtvaart, wat ook wordt bevestigd in de door eisers overgelegde brief van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu van 14 april 2015 aan eiser 1.

Ten slotte heeft de rechtbank in wat eiser 1 heeft aangevoerd geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat de effecten op de omgeving van de inrichting en daar voorkomende diersoorten van (het aan- en uitzetten van) de baanverlichting groter kunnen zijn dan de effecten van (het aan- en uitzetten van) de met voorschrift 1.8 mogelijk gemaakte terreinverlichting.

De betogen van eisers slagen niet.

4. De beroepen zijn ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J. Jue, voorzitter, mr. B.J. Zippelius en mr. S.A. van Hoof, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Saedt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.