Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:7249

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
14-10-2015
Datum publicatie
20-11-2015
Zaaknummer
253827
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2017:10399, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Hoofdzaak: verklaring voor recht dat gedaagde jegens eisers toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst tot levering en aanleg van vloerverwarming en dat eisers daardoor schade hebben geleden. Veroordeling van gedaagde tot vergoeding van die schade.

Vrijwaringszaak: nu sprake is van een productiefout in de vloerverwarmingsslangen, is in de relatie tussen eiser in vrijwaring (gedaagde in de hoofdzaak) en gedaagde in vrijwaring sprake van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming aan de zijde van gedaagde in vrijwaring. Gedaagde in vrijwaring moet daarom de schade van eiser in vrijwaring vergoeden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 14 oktober 2015

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/05/253827 / HA ZA 13-751 van

1 [eiser] ,

wonende te Ammerzoden, gemeente Maasdriel,

2. [eiseres],

wonende te Ammerzoden, gemeente Maasdriel,

eisers,

advocaat mr. S.G. Volbeda,

tegen

vennootschap onder firma

[VOF] ,

gevestigd te Ammerzoden, gemeente Maasdriel,

gedaagde,

advocaat mr. D.D. Senders,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/05/261398 / HA ZA 14-172 van

1. vennootschap onder firma

[VOF] h.o.d.n. ,

gevestigd te Ammerzoden, gemeente Maasdriel,

2. [venoot]

wonende te Ammerzoden, gemeente Maasdriel,

3. [vennoot 1],

wonende te Ammerzoden, gemeente Maasdriel,

eisers,

advocaat mr. D.D. Senders,

tegen

[gedaagde] , h.o.d.n. [gedaagde]

wonende te Vlijmen, gemeente Heusden,

gedaagde,

advocaat mr. R. Haouli.

Partijen zullen hierna [eisers] (in mannelijk enkelvoud), [VOF] (in vrouwelijk enkelvoud) en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure in de hoofdzaak

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 22 oktober 2014

- het deskundigenbericht van 11 juni 2015

- de conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [eisers]

- de conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [VOF] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De procedure in de vrijwaringszaak

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 22 oktober 2014

- het deskundigenbericht van 11 juni 2015

- de conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [VOF]

- de conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [gedaagde] .

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3 De verdere beoordeling

in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak

3.1.

De rechtbank blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in de eerdere tussenvonnissen. In het tussenvonnis van 22 oktober 2014 heeft de rechtbank de heer

ing. P.S. IJtsma benoemd tot deskundige en aan hem een tiental vragen voorgelegd.

3.2.

Uit het rapport van de deskundige wordt het volgende geciteerd:

(…)

De rapportage volgt de volgorde van vraagstelling zoals door de rechtbank is aangegeven.

Vraag 1: Wat is de productiedatum, dan wel wat zijn de productiedata, van de gebruikte vloerverwarmingsslangen?

Antwoord: De productiedatum van de verwarmingsslangen is 1 november 2011.

Vraag 2: In hoeveel van de zes groepen van het vloerverwarmingssysteem is sprake van een lekkage?

Antwoord: In 2 van de 6 groepen is sprake van lekkage. Er is met een thermische camera gefotografeerd welke groepen worden voorzien van warm water. (…)

Vraag 3: Kunt u aangeven wat de oorzaak is van deze lekkage(s)? Wilt u hierbij in ieder geval aandacht besteden aan de vraag of de oorzaak is gelegen in het gebruikte materiaal, de wijze waarop de vloerverwarming is aangelegd en aangesloten, de wijze waarop de vloer bovenop de vloerverwarming is gestort en gelegd, dan wel andere mogelijk later ingetreden oorzaken zoals het plaatsen van de keuken en/of de gashaard?

Antwoord: Het gebruikte materiaal, de vloerverwarming slangen zijn in een speciebed gelegd en de conditie van de slangen is niet te controleren. In theorie is het mogelijk dat de slangen na het leggen zijn beschadigd. Dit komt echter niet vaak voor, te meer omdat er tijdens de bijeenkomst van 14 januari 2015 werd aangegeven dat de werkvolgorde tussen leggen van de slangen en storten van de vloer snel opeenvolgend is uitgevoerd. De wijze van het leggen van de slangen heeft geen invloed op de waterdichtheid van het product en de aansluitwijze is dat ongeveer 100 meter slang wordt gelegd. Er zijn geen koppelingen in de vloer gebruikt, volgens de heer [gedaagde] (de installateur). Het plaatsen van de keuken en gashaard heeft geen invloed op het risico van lekkage van de slangen.

Op 26 januari 2012 is de installateur [gedaagde] door de slangenfabrikant Euroflex van Zandvoort b.v. schriftelijk op de hoogte gesteld van de mogelijke productiefouten in de verwarmingsslangen.

Op 6 januari 2015 heeft het CBB een telefonisch onderhoud gehad met de heer van Zandvoort en vernomen dat er in totaal 120.000 m1 aan slang met een productiefout is verkocht en 90.000 m1 aan slang retour is genomen. Er is 30.000 m1 slang in vloeren verwerkt of niet geretourneerd.

Volgens de heer van Zandvoort is het verweken van de slang en in de lengte richting opscheuren de productiefout.

Vraag 4: Indien uw antwoord op vraag 3 erop neer komt dat meerdere oorzaken tot de lekkage(s) kunnen hebben geleid; kunt u dan aangeven (in percentages) in hoeverre elke oorzaak tot het ontstaan van de lekkage(s) kan hebben geleid?

Antwoord: Er lekken momenteel 2 van de 6 groepen. Na het leggen zijn alle 6 de groepen door de installateur afgeperst. Wanneer de 2 groepen tijdens de uitvoering beschadigd waren, zal de lekkage direct zichtbaar zijn geweest. Uit het rapport van expertise Hanselmangroep van 3 januari 2013 blijkt echter dat de 1ste lekkage is geconstateerd op 18 mei 2012 en de 2de lekkage in de volgende groep nog niet bekend was op 3 januari 2013.

Wij sluiten dus uit dat beide slangen beschadigd zijn tijdens de uitvoering van de werkzaamheden en deze nu deze de lekkages veroorzaken. De slangen welke in de vloer zijn gebruikt zijn van productiedatum 1 november 2011. De slangen met een productiefout zijn geleverd met een productiedatum vanaf 2 oktober 2011.

Vraag 5: Verwacht u dat er in de toekomst nog meer lekkages zullen ontstaan?

Antwoord: Het verweken van de slang en in de lengte richting opscheuren is een proces welke niet op voorhand te voorspellen is Het CBB acht het zeer voor de hand liggend dat er in de toekomst meer groepen gaan lekken.

Vraag 6: Indien uw antwoord op vraag 5 ja is; kunt u dan aangeven wat de meest waarschijnlijke oorzaak van deze lekkages zal zijn?

Antwoord: Het verweken van de slangen en in de lengterichting opscheuren van de slang.

Vraag 7: Is herstel van de vloerverwarming mogelijk? Zo ja, op welke wijze en wat zijn daarvan de kosten?

Antwoord: Nee, de verwarmingsleidingen zijn niet te herstellen.

Vraag 8: Dient naar uw oordeel, om problemen in de toekomst te voorkomen, de gehele vloerverwarming vervangen te worden?

Antwoord: Nee allen [de rechtbank begrijpt: alleen] de verwarmingsslangen dienen vervangen te worden. Het verdeelstation kan worden gehandhaafd.

Vraag 9: Indien uw antwoord op vraag 8 ja is; wat zijn daarvan de kosten?

Antwoord: De kosten voor het vervangen van de tegelvloer en de vloerverwarming bij familie [eisers] zijn:

Bestaande vloer slopen en nieuwe opbouw maken bedrag

Slopen van de tegelvloer en vloerverwarming 750,00

leveren en aanbrengen tegelvloer en plinten. Excl. sloop

en vloerverwarming 9.300,00

Leveren en aanbrengen van de vloerverwarming

Verdeler handhaven 1.350,00

De en hermontage keuken en opslag 2.800,00

De- en hermontage gashaard 7.973,00

Schilderwerk en diverse kitwerk (beschadiging wanden) 1.750,00

Opslag en verplaatsen inboedel 875,00

Tijdelijke huisvesting (recreatiewoning) 1.000,00

Extra reis- en telefoonkosten 200,00

------------

Totaal inclusief BTW 25.998,00

Vraag 10: Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn?

Antwoord: Partijen kunnen ook samen overeenkomen om te kiezen voor een alternatief. In plaats van de gehele vloer te slopen, zou er gekozen kunnen worden voor frezen van de 6 groepen vloerverwarming in de huidige vloer en het verlijmen van de vloertegels over het bestaande werk. De wandaansluiting worden dan afgekit. Deze werkzaamheden zijn minder arbeidsintensief en minder belastend. De gashaarden en keuken blijven dan op de oude vloer staan en worden ingetegeld.

Bestaande vloer handhaven en de vloerverwarmings bedrag

slangen infrezen

6 groepen infrezen en nieuwe slangen aanbrengen

verdeelstation handhaven bestaande vloer 81 m2 2.000,00

freessleuven dichtzetten met mortel 200,00

Leveren 88 m2 en aanbrengen tegelvloer 81 m2 8.100,00

Keukenplinten verwijderen en inkorten keuken 6 m1 150,00

Kitwerk wandaansluiting en gashaard en keuken 40 m1 280,00

Schilderwerk nalopen 350,00

Opslag en verplaatsen inboedel 875,00

Tijdelijke huisvesting (recreatiewoning) max 10 dagen 350,00

Extra reis- en telefoonkosten max 10 dagen 50,00

------------

Totaal inclusief BTW 12.355,00

(…)

6 Opmerkingen partijen

Opmerking CBB: Bij het beantwoorden van de vragen en nader schouwen van de 2 verschillende opties zien wij dat we een kostenpost zijn vergeten op te nemen. Wanneer er besloten word om de bestaande vloer te handhaven en over de bestaande vloer heen te tegelen dienen de binnendeuren ingekort te worden. Wij achten een bedrag van 200,- euro redelijk om deze werkzaamheden uit te voeren. (…)

6.2.

Opmerkingen gedaagde partijen

(…)

[gedaagde] :

Opmerking 4: Dient naar uw oordeel, om problemen in de toekomst te voorkomen, alle 6 de groepen te worden vervangen, of alleen dié groepen waarin sprake is van een lekkage?

Antwoord: Ja alle 6 de groepen dienen vervangen te worden.

(…)

Opmerking 8: Bij vraag 10 heeft u een tweede, en aanzienlijk goedkopere, herstelwijze genoemd. Hoewel dit een volwaardig alternatief is voor de herstelwijze die u heeft vermeld bij vraag 9, heeft u evenwel opgemerkt dat partijen “samen kunnen overeenkomen om voor deze hersteloptie te kiezen”. Ik verzoek u vriendelijk om in uw rapport duidelijk tot uiting te brengen dat het hier gaat om een volwaardig alternatief. Ik merk in dit verband op dat een rechter – bij twee (nagenoeg) ‘even goede’ herstelopties – altijd zal kiezen voor de minst kostbare hersteloptie, zodat cliënt er belang bij heeft dat duidelijk wordt dat de familie [eisers] even goed geholpen is met de tweede hersteloptie.

Indien u van mening zou zijn dat hier geen sprake is van een (nagenoeg) volwaardig alternatief, dan wil ik u verzoeken dit toe te lichten, en daarbij aan te geven waar de verschillen zitten en waarom deze verschillen in uw ogen van dien aard zijn dat er geen sprake is van een volwaardig alternatief.

Antwoord: Het is een alternatief. Er is destijds gekozen voor een bepaalde hoogte van de vloer t.o.v. de dorpels en er is destijds voor een plinthoogte bij de wanden gekozen en er is gekozen voor een sokkelhoogte van de gashaard.

Wanneer er wordt besloten om over de bestaande vloer heen te betegelen zal de nieuwe vloer ongeveer 15 mm hoger dan de oude vloer worden. De bestaande plint zal dus visueel 15mm lager worden. De sokkel van de gashaard wordt visueel eveneens 15 mm lager. De bestaande plinten dienen rondom afgekit te worden. Dit is een minder mooie oplossing t.o.v. de oude situatie en vraagt mogelijk onderhoud in de toekomst.

(…)”

in de hoofdzaak

3.3.

Voor ligt de vraag of [VOF] jegens [eisers] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst tot levering en aanleg van de vloerverwarming.

3.4.

Uit het rapport van de deskundige volgt dat zich inmiddels in twee van de zes groepen van de aangelegde vloerverwarming een lekkage voordoet. De deskundige sluit uit dat de vloerverwarmingsslangen in deze groepen tijdens het leggen beschadigd zijn geraakt. Was dit het geval geweest, dan zou de lekkage volgens de deskundige immers direct zichtbaar zijn geweest bij het afpersen van de groepen (antwoord vraag 4).

Hoewel het volgens de deskundige in theorie mogelijk is dat de slangen na het leggen beschadigd zijn geraakt (de rechtbank begrijpt: door een van buiten komende oorzaak), geeft de deskundige aan dat dit niet vaak voorkomt. Hierbij overweegt de deskundige dat daarbij in dit geval nog van belang is dat het leggen van de slangen en het storten van de vloer volgens partijen snel opeenvolgend is uitgevoerd (antwoord vraag 3). Het plaatsen van de keuken en de gashaard (door [eisers] ) heeft volgens de deskundige geen invloed op het risico op lekkage van de slangen (antwoord vraag 3).

Volgens de deskundige is de meest waarschijnlijke oorzaak van de lekkage het verweken van de slangen en in de lengterichting opscheuren van de slang (antwoord vraag 6).

De deskundige overweegt dat de productiedatum van de gebruikte vloerverwarmingsslangen 1 november 2011 is, terwijl - dit staat ook vast tussen partijen - de slangen met een productiefout zijn geleverd vanaf 2 oktober 2011 (antwoord vraag 4). De deskundige heeft contact opgenomen met de leverancier van de vloerverwarmingsslangen en heeft van de heer Van Zandvoort (van Euroflex) vernomen dat er in totaal 120.000 meter aan slang met een productiefout is verkocht waarvan 90.000 meter retour is genomen. Volgens Van Zandvoort is het verweken van de slang en het in de lengterichting opscheuren de productiefout (antwoord vraag 3).

Omdat het verweken en het in de lengterichting opscheuren van de slangen een proces is dat niet op voorhand te voorspellen is, acht de deskundige het zeer voor de hand liggend dat er in de toekomst meer groepen gaan lekken (antwoord vraag 5). Volgens de deskundige zijn de verwarmingsslangen niet te herstellen (antwoord vraag 7). Om problemen in de toekomst te voorkomen, dienen volgens hem de verwarmingsslangen van alle zes de groepen vervangen te worden (antwoord vraag 8 en reactie op vraag 4 van [gedaagde] ).

3.5.

[eisers] stelt dat op basis van het deskundigenrapport is bewezen dat sprake is van een productiefout in de vloerverwarmingsslangen. [VOF] geeft, in zijn conclusie na deskundigenbericht, aan dat met betrekking tot de twee lekkende groepen mag worden aangenomen dat de lekkage door een productiefout wordt veroorzaakt, maar dat ten aanzien van de overige groepen niet zonder meer kan worden gesteld dat sprake is van een productiefout. De voor deze groepen gebruikte vloerverwarmingsslangen kunnen van een andere rol afkomstig - en daarmee niet gebrekkig - zijn, aldus [VOF] . [VOF] kan zich niet vinden in de vaststelling door de deskundige dat de verwarmingsslangen van alle zes de groepen vervangen dienen te worden.

3.6.

De rechtbank neemt, ondanks de daartegen door [VOF] gerichte bezwaren, de hierboven vermelde bevindingen van de deskundige (r.o. 3.4) over en maakt deze tot de hare. Uit het rapport van de deskundige volgt in voldoende mate dat de lekkage aan de verwarmingsslangen van de twee thans lekkende groepen wordt veroorzaakt door een aan deze slangen zelf te wijten gebrek, te weten een productiefout. Beschadiging tijdens het leggen, dan wel nadien door een van buiten komende oorzaak wordt immers uitgesloten, respectievelijk onaannemelijk geacht. Aan [VOF] moet worden toegegeven dat niet onomstotelijk vast staat dat bij de verwarmingsslangen van de vier op dit moment niet lekkende groepen sprake is van een productiefout. Met de deskundige is de rechtbank evenwel van oordeel dat, nu de (twee) lekkages worden veroorzaakt door een aan de slangen zelf te wijten gebrek en in alle (zes de) gevallen sprake is van vloerverwarmingsslangen van dezelfde productiedatum, de kans op een productiefout en daarmee op een lekkage in deze vier groepen voor de hand liggend is. Dit maakt naar het oordeel van de rechtbank dat ook met betrekking tot de verwarmingsslangen in deze (vier) groepen sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. Slangen waarbij de kans op lekkages voor de hand liggend is, voldoen immers niet aan de overeenkomst.

3.7.

Gelet op het voorgaande staat vast dat [VOF] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de uit de tussen partijen gesloten overeenkomst voortvloeiende verplichtingen. Vast staat ook, dit staat tussen partijen immers niet (langer) ter discussie, dat [eisers] hierdoor schade heeft geleden. De door [eisers] onder I gevorderde verklaring voor recht (r.o. 4.1 van het tussenvonnis d.d. 30 juli 2014), zal dan ook worden toegewezen.

3.8.

Partijen verschillen van mening over de hoogte van de door [eisers] geleden schade. De rechtbank begrijpt het door [eisers] in randnummer 12 van zijn conclusie na deskundigenbericht ingenomen standpunt zo, dat hij zijn schade thans begroot overeenkomstig de door de deskundige als optie 1 opgenomen raming (ad € 25.998,00).

[VOF] maakt bezwaar tegen de door de deskundige begrote kosten in verband met de verwijdering van de haard en de keuken, de begrote kosten in verband met de opslag van goederen en het verblijf elders, alsmede tegen de begrote reis-en telefoonkosten. Zij voert aan dat, omdat de relatie tussen partijen wordt beheerst door de redelijkheid en billijkheid, van [eisers] verwacht mag worden dat zij voor de goedkoopste hersteloptie, te weten optie 2 (ad € 12.355,00 + € 200,00 = € 12.555,00), kiest. Hierbij dient volgens haar, onder meer, meegewogen te worden dat het verschil in kosten tussen optie 1 en optie 2 de totale (oorspronkelijke) aanlegkosten van de vloerverwarming ad € 11.220,00 ruimschoots overtreft. [VOF] stelt zich voorts op het standpunt dat, als er vanuit gegaan wordt dat alle verwarmingsslangen vervangen dienen te worden, bij de vaststelling van de schade rekening gehouden dient te worden met de omstandigheid dat ook goede slangen die op dit moment niet lekken vervangen worden. Deze omstandigheid maakt het naar haar mening niet redelijk om alle kosten van vervanging integraal door te berekenen. [VOF] doet ten slotte met betrekking tot de tegelvloer een beroep op “nieuw voor oud”. Zij voert aan dat de tegelvloer inmiddels al een paar jaar oud is dat aanleg van een nieuwe tegelvloer voor [eisers] tot een verbetering zal leiden.

3.9.

Uitgangspunt bij de vaststelling van de omvang van geleden schade is dat de benadeelde partij zoveel mogelijk in de toestand wordt gebracht waarin zij, de toerekenbare tekortkoming weggedacht, zou hebben verkeerd. In het geval van [eisers] dus in de toestand dat sprake is van een werkend vloerverwarmingssysteem met zes groepen.

3.10.

De deskundige heeft in zijn rapport twee opties voor herstel benoemd. Te weten optie 1 waarbij de bestaande vloer uit de woning wordt gesloopt en er, nadat nieuwe vloerverwarmingsslangen zijn aangebracht, een nieuwe tegelvloer wordt aangebracht. De deskundige begroot de kosten voor deze optie op € 25.998,00. En optie 2, waarbij de bestaande (tegel)vloer gehandhaafd blijft, er in deze vloer sleuven worden gefreesd waarin nieuwe vloerverwarmingsslangen worden gelegd, waarna er over de bestaande tegelvloer een (tweede) nieuwe tegelvloer wordt gelegd. De deskundige begroot de kosten voor deze optie in totaal op € 12.555,00.

Nu de deskundige, in reactie op een door [gedaagde] gestelde vraag, aangeeft dat optie 2 een (volwaardig) alternatief is voor optie 1 en de totaal begrote kosten daarvan ruim € 13.000,00 lager liggen dan de kosten van optie 1 - waarmee het prijsverschil tussen de beide opties inderdaad de tussen partijen oorspronkelijk overeengekomen prijs overtreft - zal de rechtbank bij de vaststelling van de schade optie 2 tot uitgangspunt nemen. Dat de nieuwe tegelvloer hierbij ongeveer 15 mm hoger komt te liggen dan de bestaande tegelvloer, heeft blijkens de deskundige alleen esthetische gevolgen en legt daarom te weinig gewicht in de schaal om optie 1 tot uitgangspunt te nemen.

3.11.

[VOF] maakt bezwaar tegen de door de deskundige begrote kosten in verband met de opslag en het verplaatsen van de inboedel (€ 875,00), de tijdelijke huisvesting (€ 350,00) en de extra reis- en telefoonkosten (€ 50,00). [VOF] heeft in dit kader reeds ter comparitie aangevoerd dat [eisers] tijdens de aanleg van het huidige vloerverwarmingssysteem (ook) geen gebruik heeft gemaakt van andere woonruimte, maar gewoon in de woning

(op de bovenverdieping) is gebleven. [eisers] heeft dit niet betwist.

De rechtbank gaat er daarom vanuit dat [eisers] ook in de woning kan verblijven tijdens de uit te voeren herstelwerkzaamheden. Van tijdelijke huisvestingskosten is in dat geval geen sprake, van extra reis- en telefoonkosten evenmin. Nu gesteld noch gebleken is dat [eisers] eerder kosten heeft gemaakt voor het opslaan en verplaatsen van de inboedel, valt niet in te zien waarom zij deze kosten bij de uitvoering van herstelwerkzaamheden wel zou moeten maken.

Hoewel het verplaatsen van de inboedel en het verblijven op de bovenverdieping van de woning naar alle waarschijnlijkheid enig ongemak met zich zal brengen, is naar het oordeel van de rechtbank - gelet op het voorgaande - van materiële schade geen sprake. Nu gesteld noch gebleken is dat dit anderszins tot (immateriële) schade lijdt, zal de rechtbank de door de deskundige geraamde kosten als besproken in deze rechtsoverweging bij de begroting van de schade buiten beschouwing laten.

3.12.

Wat resteert zijn de door de deskundige begrote kosten in verband met het infrezen en aanbrengen van nieuwe vloerverwarmingsslangen, het dichten van de freessleuven, het leveren en aanbrengen van een nieuwe tegelvloer, het verwijderen van de keukenplinten en het inkorten van de keuken, het aanbrengen van kitwerk, het nalopen van schilderwerk en het inkorten van de deuren.

De rechtbank zal de onderbouwde raming van de deskundige op al deze punten volgen.

De rechtbank ziet geen aanleiding om rekening te houden met de omstandigheid dat in de raming uitgegaan wordt van het vervangen van alle vloerverwarmingsslangen terwijl 4 van de zes aangelegde groepen op dit moment (nog) niet lekken. Reeds eerder is immers geoordeeld dat ook met betrekking tot deze groepen juridisch gezien sprake is van slangen die niet aan de overeenkomst voldoen.

3.13.

Met betrekking tot de levering en het aanbrengen van de nieuwe tegelvloer is naar het oordeel van de rechtbank geen ruimte voor een “nieuw voor oud” correctie. De schadetoebrengende gebeurtenis heeft zich zo kort na de aanleg van de tegelvloer voorgedaan, dat nog geen sprake was van (een relevante) afschrijving van deze vloer.

3.14.

De rechtbank begroot de totale schade aan de zijde van [eisers] , gelet op al het voorgaande, op:

6 groepen infrezen en nieuwe slangen aanbrengen

verdeelstation handhaven bestaande vloer 81 m2 € 2.000,00

freessleuven dichtzetten met mortel 200,00

Leveren 88 m2 en aanbrengen tegelvloer 81 m2 8.100,00

Keukenplinten verwijderen en inkorten keuken 6 m1 150,00

Kitwerk wandaansluiting en gashaard en keuken 40 m1 280,00

Schilderwerk nalopen 350,00

Inkorten deuren 200,00

-----------

Totaal € 11.280,00

3.15.

[VOF] heeft ten verwere nog aangevoerd dat [eisers] , door de geleden schade niet te melden bij zijn opstalverzekeraar, niet heeft voldaan aan de op hem rustende schadebeperkingsplicht. De rechtbank verwerpt dit verweer. Een benadeelde is inderdaad binnen redelijke grenzen gehouden tot het nemen van maatregelen ter voorkoming of beperking van schade, het melden van schade bij een (opstal)verzekeraar valt hier naar het oordeel van de rechtbank echter niet onder. In dat geval wordt de schade immers niet voorkomen of beperkt, maar (in geval sprake is van dekking onder de polis) slechts verlegd naar een andere partij.

3.16.

De rechtbank zal [VOF] , overeenkomstig het bepaalde in artikel 612 Rv, veroordelen tot vergoeding van de door [eisers] geleden en in dit vonnis reeds begrote schade ad € 11.280,00. Een verwijzing naar de schadestaatprocedure is niet nodig.

3.17.

In het feit dat de rechtbank de schade heeft begroot op een aanzienlijk lager bedrag dan het bedrag, althans de bedragen (€ 29.198,00 en € 25.998,00), waarop door [eisers] aanspraak is gemaakt, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren tussen partijen in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt. [VOF] zal evenwel in de kosten van het vrijwaringsincident (aan de zijde van [eisers] ) worden veroordeeld.

3.18.

Ten aanzien van de kosten met betrekking tot de deskundige overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank heeft bij begrotingsbeschikking d.d. 14 oktober 2015 de aanspraak van de deskundige wegens loon en schadeloosstelling begroot op € 5.142,50 (incl. BTW). Dit bedrag zal door de griffier van deze rechtbank ten laste van het door [eisers] gedeponeerde voorschot aan de deskundige worden betaald.

In het feit dat de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, ziet de rechtbank aanleiding zowel [eisers] als [VOF] 50 % van de kosten van de deskundige te laten dragen. De voor vergoeding door [VOF] in aanmerking komende deskundigenkosten aan de zijde van [eisers] worden gelet hierop begroot op € 2.571,25.

3.19.

De voor vergoeding door [VOF] in aanmerking komen de kosten aan de zijde van [eisers] in de hoofdzaak en het incident worden begroot op:

- kosten deskundige 2.571,25

- salaris advocaat 452,00 (1 punt x tarief 452,00)

-------------

- Totaal € 3.023,25

3.20.

De wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen als hierna vermeld.

in de vrijwaringszaak

3.21.

Voor ligt de vraag of [gedaagde] jegens [VOF] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst tot levering en aanleg van de vloerverwarming.

3.22.

Uit het rapport van de deskundige volgt hetgeen eerder is opgenomen in r.o. 3.4. [VOF] stelt in haar conclusie na deskundigenbericht dat [gedaagde] , juridisch gezien, aansprakelijk is voor de schade die zij lijdt, nu sprake is van een productiefout.

[gedaagde] betwist dat het deskundigenrapport bewijs oplevert voor de stelling dat de verwarmingsslangen ten tijde van de levering behept waren met een productiefout. [gedaagde] voert aan dat de deskundige de verwarmingsslangen zelf niet heeft onderzocht maar enkel afgaat op de uitlatingen van de heer Van Zandvoort (van Euroflex), terwijl het maar zeer de vraag is of deze uitlatingen juist zijn.

3.23.

De rechtbank neemt, ondanks de daartegen door [gedaagde] gerichte bezwaren, ook in de vrijwaringszaak de hierboven genoemde bevindingen van de deskundige (vermeld in r.o. 3.4) over en maakt deze tot de hare. Hoewel aan [gedaagde] moet worden toegegeven dat de deskundige de verwarmingsslangen zelf niet heeft kunnen onderzoeken omdat deze in specie gelegd zijn, zijn de bevindingen van de deskundige - anders dan [gedaagde] betoogt - niet enkel gebaseerd op de uitlatingen van Van Zandvoort. De deskundige heeft in zijn rapport onderbouwd dat beschadiging van de slangen tijdens het leggen daarvan, dan wel nadien door een van buiten komende oorzaak wordt uitgesloten, respectievelijk onaannemelijk wordt geacht. Dit maakt dat de oorzaak van de lekkages moet worden gezocht in een aan de vloerverwarmingsslangen zelf te wijten gebrek, volgens de deskundig - gelet op de productiedatum en de uitlatingen van Van Zandvoort - een productiefout.

Dat (vooralsnog) slechts sprake is van een lekkage in twee van de zes groepen, maakt bovenstaande niet anders (zie r.o. 3.6).

Nu aangenomen wordt dat sprake is van een productiefout in de vloerverwarmingsslangen, is - in de relatie tussen [VOF] en [gedaagde] - sprake van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming aan de zijde van [gedaagde] . [gedaagde] is daarom gehouden de door [VOF] geleden schade te vergoeden.

3.24.

De door [VOF] geleden schade wordt begroot op de schade die zij lijdt door de veroordeling in de hoofdzaak, te weten al hetgeen waartoe [VOF] in de hoofdzaak wordt veroordeeld. De rechtbank gaat, gelet op hetgeen reeds in de hoofdzaak is overwogen, voorbij aan de door [gedaagde] in de vrijwaringszaak gegeven reactie op de schadeopstelling van de deskundige en op het verweer met betrekking tot de schadebeperkingsplicht aan de zijde van [eisers] .

3.25.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten van [VOF] in de vrijwaringszaak worden begroot op:

- explootkosten € 89,95

- griffierecht 274,00

- salaris advocaat 1.130,00 (2 ½ punten x tarief 452,00)

-------------

- Totaal € 1.493,95

3.26.

De wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen als hierna vermeld.

3.27.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen daarom ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

4 De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

4.1.

verklaart voor recht dat [VOF] jegens [eisers] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen en dat [eisers] daardoor schade heeft geleden;

4.2.

veroordeelt [VOF] tot betaling aan [eisers] van € 11.280,00 (elfduizend tweehonderd tachtig euro en nul eurocent);

4.3.

veroordeelt [VOF] tot betaling aan [eisers] van € 3.023,25 in verband met deskundigenkosten in de hoofdzaak en de kosten in het incident, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de veertiende dag na betekening van het vonnis tot aan de dag van algehele voldoening;

4.4.

compenseert de proceskosten voor het overige in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;

4.5.

verklaart dit vonnis met betrekking tot de onder r.o. 4.2 en 4.3 opgenomen veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

4.6.

wijst het meer of anders gevorderde af;

in de vrijwaringszaak

4.7.

veroordeelt [gedaagde] om aan [VOF] te betalen al datgene waartoe [VOF] ten behoeve van [eisers] in de hoofdzaak is veroordeeld;

4.8.

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de vrijwaringszaak, aan de zijde van [VOF] tot op heden begroot op € 1.493,95, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de veertiende dag na betekening van het vonnis tot aan de dag van algehele voldoening;

4.9.

veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen onder de voorwaarde dat [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en vervolgens betekening heeft plaatsgevonden met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat;

4.10.

verklaart dit vonnis met betrekking tot de onder r.o. 4.8 en 4.9 opgenomen veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

4.11.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Graat en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2015.