Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:7216

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
23-10-2015
Datum publicatie
19-11-2015
Zaaknummer
289872
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kortgeding procedure

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/289872 / KG ZA 15-467

Vonnis in kort geding van 23 oktober 2015

in de zaak van

[eiser],

wonende te Zevenaar,

advocaat mr. J. Zandberg te Zevenaar,

tegen

1 [gedaagde 1] ,

wonende te Zevenaar,

niet verschenen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SYNERGY HEALTH DUIVEN B.V.,

gevestigd te Schiedam, mede kantoorhoudende te Duiven,

niet verschenen,

3. de vennootschap onder firma

V.O.F. B&W INKOMENSBEHEER,

gevestigd te Dronten,

vertegenwoordigd door haar vennoten W. Weissgerber en W.M. Haan.

Partijen zullen hierna [eiser] , [gedaagde 1] , Synergy en B&W Inkomensbeheer genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Bij proces-verbaal van 16 september 2015 (met bijlagen) heeft mr. J.H. Rutten, gerechtsdeurwaarder te Arnhem (hierna: de deurwaarder), een deurwaarders kort geding aanhangig gemaakt als bedoeld in artikel 438 lid 4 Rv ten aanzien van een bezwaar bij de executie.

1.2.

De betrokken partijen - de executant [eiser] , de geëxecuteerde/cedent [gedaagde 1] , de derdenbeslagene Synergy en de cessionaris B&W Inkomensbeheer - zijn voorafgaand aan de zitting door de deurwaarder opgeroepen.

1.3.

Ter terechtzitting van 20 oktober 2015 is de zaak behandeld. Ter zitting waren aanwezig:

- mr. Zandberg namens [eiser] ;

- de deurwaarder;

- W. Weissgerber en W.M. Haan namens v.o.f. B&W Inkomensbeheer.

1.4.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde 1] is bij vonnis van deze rechtbank van 28 oktober 2014 onder meer veroordeeld om aan [eiser] een huurachterstand van € 2.800,00 te betalen. Ter uitvoering van dat vonnis heeft [eiser] ten laste van [gedaagde 1] bij exploot van 4 december 2014 door de deurwaarder executoriaal loonbeslag doen leggen onder Synergy, de werkgever van [gedaagde 1] .

2.2.

Naar aanleiding hiervan heeft Synergy een verklaring derdenbeslag afgelegd. Synergy verklaart dat in beginsel € 496,54 per 4 weken onder het loonbeslag valt (het meerdere van het loon van [gedaagde 1] boven de beslagvrije voet), maar dat ten gevolge van een akte van (loon)cessie d.d. 18 januari 2012 iedere 4 weken een bedrag van € 680,00 van het loon van [gedaagde 1] wordt ingehouden ten behoeve van B&W Inkomensbeheer.

2.3.

In de akte van cessie van 18 januari 2012 heeft [gedaagde 1] al zijn bestaande en toekomstige vorderingen uit hoofde van zijn dienstverband bij zijn werkgever Synergy aan B&W Inkomensbeheer overgedragen. In de akte is voorts bepaald dat door Synergy per salarisbetaling € 680,00 moet worden ingehouden op het loon van [gedaagde 1] en dat dit bedrag moet worden overgeboekt naar B&W Inkomensbeheer.

2.4.

Synergy verkeert in de onduidelijkheid aan wie, de deurwaarder in opdracht van de executant [eiser] op grond van het loonbeslag of B&W Inkomensbeheer op grond van de looncessie, zij de inhoudingen op het loon van [gedaagde 1] boven de beslagvrije voet moet afdragen. Beiden claimen het recht op die afdracht.

2.5.

Bij afzonderlijke brieven van 8 mei 2015 aan [gedaagde 1] en B&W Inkomensbeheer heeft de deurwaarder namens [eiser] de akte van cessie tussen [gedaagde 1] en B&W Inkomensbeheer buitengerechtelijk vernietigd op grond van artikel 3:45 BW (de actio pauliana). B&W Inkomensbeheer berust niet in die vernietiging.

3 Het geschil

3.1.

De deurwaarder verzoekt de voorzieningenrechter over dit gerezen probleem bij de uitvoering van de executie te beslissen in het onderhavige kort geding tussen de betrokken partijen. Hij verzoekt:

- te beslissen in hoeverre de genoemde cessie geldig is;

- als de cessie in beginsel geldig wordt geacht, te beslissen of de executant deze rechtshandeling rechtsgeldig heeft vernietigd op basis van artikel 3:45 BW;

- als de cessie ongeldig of rechtsgeldig vernietigd wordt geacht, Synergy te bevelen het loon dat zij aan [gedaagde 1] schuldig is of zal worden, voor zover het de beslagvrije voet overstijgt, af te dragen aan de deurwaarder;

- te bepalen wie de kosten van het geding moet dragen.

3.2.

B&W Inkomensbeheer voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[eiser] , als executant, maakt er in dit executiegeschil bezwaar tegen dat de derdenbeslagene, Synergy, gehoor gevend aan de akte van cessie van 18 januari 2012, ondanks het executoriaal beslag dat op 4 december 2014 is gelegd, maandelijks een bedrag van € 680,00 van het loon van [gedaagde 1] uitkeert aan B&W Inkomensbeheer en niet het loon van [gedaagde 1] tot aan de beslagvrije voet op grond van het loonbeslag uitkeert aan de executerende deurwaarder. Volgens de executant is de cessie ongeldig omdat die niet werkelijk strekt tot overdracht van de loonvordering aan B&W Inkomensbeheer, maar bedoeld is om B&W Inkomensbeheer daaruit betalingen aan schuldeisers van [gedaagde 1] te laten doen. In ieder geval is de cessie met dat doel paulianeus en daarom vernietigbaar omdat die de benadeling van [eiser] als schuldeiser en executant inhoudt.

4.2.

B&W Inkomensbeheer heeft ter zitting de situatie en haar positie daarin uitgelegd als volgt. B&W Inkomensbeer legt zich toe op het beheren van inkomen van mensen met schulden met de bedoeling alle bekende crediteuren uit het beheerde inkomen volledig te voldoen. Zij houdt zich dus niet bezig met schuldenregeling of schuldsanering waarbij getracht wordt met schuldeisers tot een akkoord te komen over betaling van een percentage tegen finale kwijting en oefent dus geen schuldbemiddelingsbedrijf uit. De gang van zaken is, aldus nog steeds B&W Inkomensbeheer, zo dat het ‘gecedeerde’ loon door de werkgever wordt overgemaakt op een beheersrekening die op naam staat van de cliënt, in dit geval [gedaagde 1] . Tussen B&W Inkomensbeheer en de cliënt bestaat een overeenkomst op grond waarvan de cliënt het beheer over de gelden op de beheersrekening aan B&W Inkomensbeheer heeft opgedragen en B&W Inkomensbeheer gemachtigd is over die rekening te beschikken. Vanaf die rekening betaalt zij de schuldeisers van [gedaagde 1] en de fee daarvoor aan zichzelf.

4.3.

Deze uitleg laat voorshands geen andere conclusie toe dan dat van een (werkelijke) cessie geen sprake is. De loonvordering van [gedaagde 1] op zijn werkgever komt niet in het vermogen van B&W Inkomensbeheer, maar wordt uitbetaald op een rekening ten name van [gedaagde 1] . De ‘akte van cessie’ strekt aldus kennelijk niet tot overdracht van een vordering.

De ‘cessie’ kan dan niet aan de beslaglegger worden tegengeworpen. Voor zover al wel overdracht zou plaatsvinden aan B&W Inkomensbeheer of in een eerder stadium heeft plaatsgevonden (voordat op een beheersrekening ten name van de cliënt, zoals thans, werd uitbetaald) is er voorshands reden om de cessie als paulianeus in de zin van artikel 3:45 BW aan te merken. De cessie heeft als effect dat het loon van de debiteur aan verhaal voor beslagleggers wordt onttrokken en uitsluitend wordt aangewend voor de voldoening van crediteuren die hun vordering aan B&W Inkomensbeheer hebben opgegeven. Het lijdt weinig twijfel dat [gedaagde 1] en B&W Inkomensbeheer behoorden te weten dat de benadeling van beslagleggende crediteuren daarvan het gevolg zou zijn. Het ligt voor de hand dat de cessie, die onverplicht is, juist ook bedoeld is om verhaal door crediteuren door middel van beslaglegging te frustreren opdat het loon voor voldoening van crediteuren door tussenkomst van B&W Inkomensbeheer kan worden aangewend. In de zienswijze van B&W Inkomensbeheer behoeft er van benadeling geen sprake te zijn omdat ook de beslagleggende crediteur zich tot haar kan wenden om uit het inkomen, naast andere crediteuren, te worden voldaan. Bovendien is de gang van zaken in de visie van B&W Inkomensbeheer juist in het voordeel van de crediteuren omdat zo iedereen zijn of haar vordering krijgt voldaan, ook zonder over een executoriale titel te hoeven beschikken. Hoewel de gang van zaken praktisch gesproken voor debiteur en crediteuren voordelen kan hebben in die zin dat geen formele juridische rechtsgangen worden gevolgd en minder kosten worden gemaakt, kan deze zienswijze niet worden aanvaard. Voor de voldoening van schuldeisers gelden nauwkeurig in de wet geregelde rechtsfiguren van beslag en executierecht, faillissementsrecht en schuldsanering, die de juiste voldoening van schuldeisers met inachtneming van de paritas creditorum waarborgen. Een buitenwettelijke soort schuldregeling via een cessie die de normale executie voor (andere) crediteuren dwarsboomt, is daarmee in strijd.

4.4.

B&W Inkomensbeheer heeft zich er nog op beroepen dat de akte van cessie vorige week is ingetrokken omdat alle haar bekende schuldeisers inmiddels zijn voldaan. Dat maakt de zaak niet anders, omdat sinds de beslaglegging op 4 december 2014, de gelden die onder het beslag vielen door Synergy steeds op grond van de cessie zijn uitbetaald en niet aan de executerende deurwaarder zijn afgedragen. De executant houdt er daarom belang bij vastgesteld te krijgen dat de cessie met terugwerkende kracht is vernietigd of nooit een cessie is geweest en daarom niet aan de executant kan worden tegengeworpen.

4.5.

Het onderhavige geding is een door de deurwaarder op de voet van artikel 438 lid 4 Rv geïnitieerd executiegeschil waarin de executant en de door de deurwaarder bij exploot opgeroepen personen partij zijn. Uit het voorgaande volgt dat Synergy moet worden bevolen het loon vanaf de datum van beslaglegging, 4 december 2014, voor zover dat de beslagvrije voet overstijgt af te dragen aan de executerende deurwaarder. De overige vorderingen kunnen niet in een dictum worden toegewezen omdat dat verklaringen voor recht zouden zijn, waarvoor in dit geding geen plaats is.

4.6.

[gedaagde 1] , Synergy en B&W Inkomensbeheer zullen als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de kosten van dit geding. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- griffierecht € 285,00

- explootkosten 223,56 (3 x € 74,52)

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.324,56

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

beveelt Synergy het loon van [gedaagde 1] vanaf de datum van beslaglegging,

4 december 2014, voor zover dat de beslagvrije voet overstijgt, af te dragen aan de executerende deurwaarder,

5.2.

veroordeelt [gedaagde 1] , Synergy en B&W Inkomensbeheer in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.324,56,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2015.