Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:7126

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-11-2015
Datum publicatie
17-11-2015
Zaaknummer
05/740177-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank Gelderland veroordeelt verdachte die stelselmatig en over een lange periode van meerdere jaren ontuchtige handelingen heeft gepleegd met zijn stiefdochters tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar, overeenkomstig de eis van de officier van justitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Zutphen

Team strafrecht

Parketnummer : 05/740177-15

Datum uitspraak : 17 november 2015

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] ,

wonende te [adres] ,

momenteel gedetineerd in de PI Overijssel, locatie HvB Karelskamp, te Almelo,

raadsman: mr. I.T.H.L. van de Bergh, advocaat te Maastricht.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

3 november 2015.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 23 december 2012

tot en met 28 maart 2015 te [plaats 1] , in ieder geval in Nederland,

met zijn stiefdochter [slachtoffer 1] , geboortedatum [geboortedatum 2] ,

buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het

seksueel binnendringen van haar lichaam, immers heeft verdachte

- zijn penis in de vagina en/of in de anus van die [slachtoffer 1] gebracht en/of

- de vagina van die [slachtoffer 1] gelikt en/of

- één of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer 1] gebracht en/of

- zich door die [slachtoffer 1] laten aftrekken,

terwijl die [slachtoffer 1] toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van

zestien jaren had bereikt;

art 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 245 Wetboek van Strafrecht

2.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 13 augustus 2010

tot 13 augustus 2014 te [plaats 1] , in ieder geval in Nederland,

met zijn stiefdochter [slachtoffer 2] , geboortedatum [geboortedatum 3] ,

buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het

seksueel binnendringen van haar lichaam, immers heeft verdachte

- één of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer 2] gebracht en/of

- de vagina van die [slachtoffer 2] gelikt en/of

- zich door die [slachtoffer 2] laten aftrekken,

terwijl die [slachtoffer 2] toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van

zestien jaren had bereikt;

art 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 245 Wetboek van Strafrecht

3.

hij (op meerdere tijdstippen) in of of omstreeks de periode van 13 augustus

2014 tot en met 26 maart 2015 te [plaats 1] , in ieder gval in Nederland,

ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige stiefdochter [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2] geboren op [geboortedatum 3] ,

immers heeft verdachte

- één of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer 2] gebracht en/of

- de vagina van die [slachtoffer 2] gelikt en/of

- zich door die [slachtoffer 2] laten aftrekken;

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten

Op grond van de bewijsmiddelen worden de navolgende feiten, die verder ook niet ter discussie staan, vastgesteld.

Ten aanzien van feit 1

Op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 december 2012 tot en met 28 maart 2015 heeft verdachte te [plaats 1] , in ieder geval in Nederland, met zijn stiefdochter [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] , buiten echt, ontuchtige handelingen gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam. Verdachte heeft meermalen telkens de vagina van [slachtoffer 1] gelikt en/of één of meer van zijn vingers in de vagina van [slachtoffer 1] gebracht en/of zich door [slachtoffer 1] laten aftrekken, dit terwijl [slachtoffer 1] toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt2.

Ten aanzien van feit 2

Op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van augustus 2011 tot 13 augustus 2014 heeft verdachte te [plaats 1] , in ieder geval in Nederland, met zijn stiefdochter [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] , buiten echt, ontuchtige handelingen gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam Verdachte heeft meermalen telkens één of meer van zijn vingers in de vagina van [slachtoffer 2] gebracht en/of de vagina van [slachtoffer 2] gelikt en/of zich door [slachtoffer 2] laten aftrekken, dit terwijl [slachtoffer 2] toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt3.

Ten aanzien van feit 3

Op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 augustus 2014 tot en met 26 maart 2015 heeft verdachte te [plaats 1] , in ieder geval in Nederland, ontucht gepleegd met zijn minderjarige stiefdochter [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] . Verdachte heeft meermalen telkens één of meer van zijn vingers in de vagina van [slachtoffer 2] gebracht en/of de vagina van [slachtoffer 2] gelikt en/of zich door [slachtoffer 2] laten aftrekken4.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle hem ten laste gelegde feiten. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht aan de hand van zijn schriftelijk requisitoir.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft met betrekking tot de bewijsvraag aangevoerd dat verdachte een grotendeels bekennende verklaring heeft afgelegd en dat in dat verband ook verklaringen van anderen in het dossier voorhanden zijn. Door verdachte worden twee onderdelen van het tenlastegelegde ontkend, namelijk dat hij met zijn penis in de vagina en/of anus van [slachtoffer 1] is geweest (feit 1) en dat de onder 2 tenlastegelegde periode is aangevangen op 13 augustus 2010. De raadsman heeft ter zitting het standpunt van de verdediging toegelicht.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank gaat bij de beoordeling van de ten laste gelegde feiten naast hetgeen hiervoor al onder ‘vaststaande feiten’ is opgenomen uit van de volgende feiten en omstandigheden, waarbij de vraag dient te worden beantwoord of verdachte met zijn penis in de vagina en/of anus van [slachtoffer 1] is geweest en wanneer de onder 2 tenlastegelegde periode is aangevangen.

[slachtoffer 1] heeft uitgebreid verklaard dat zij door verdachte vaginaal is verkracht5. Zij weet niet meer hoe vaak dat is geweest maar zij heeft over één keer zeer gedetailleerd verklaard. Zij verklaart over die keer onder meer dat zij op haar rug lag, verdachte haar benen omhoog duwde, hij met zijn handen zijn penis naar binnen deed en daarna zo hard tekeer ging dat ze ging bloeden.6 Verdachte zei toen: “shit, je bloedt ” en is weggelopen om alles schoon te maken. Het bloed zat op de hoes van de matras. [slachtoffer 1] is toen zelf een kwartier boven de wc gaan hangen en heeft daarna maandverband gepakt.7

Verder heeft [slachtoffer 1] verklaard dat het van vaginaal over ging in anaal8 en dat zij “maar” vier tot vijf malen anaal is verkracht9. Ook hierover heeft [slachtoffer 1] gedetailleerd verklaard. Zo verklaart zij bijvoorbeeld over de gebruikte vaseline, hoe dat werd gebruikt, hoe het potje eruit zag en waar het stond.10

Deze consistente en gedetailleerde verklaring van [slachtoffer 1] past binnen het beeld dat uit zowel de verklaringen van [slachtoffer 2] als [slachtoffer 1] naar voren komt, en hetgeen ook door verdachte zelf is bevestigd, namelijk dat verdachte stapje voor stapje steeds verder is gegaan in zijn seksuele handelingen richting [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] [naam 3] . [slachtoffer 2] geeft aan dat verdachte meermalen heeft geprobeerd haar te “neuken”, maar dat zij dit heeft weten te voorkomen, hetgeen ook door verdachte is bevestigd. De door [slachtoffer 2] op dat punt beschreven situaties zijn zeer gelijkend op hetgeen [slachtoffer 1] heeft verklaard. [slachtoffer 1] heeft – zoals hiervoor aangehaald – ook over de aanloop naar de anale penetratie gedetailleerd verklaard, terwijl verdachte heeft verklaard anaal seksueel verkeer wel lekker te vinden, hetgeen ook weer ondersteuning vindt in de verklaring die de moeder van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] heeft afgelegd over haar seksuele relatie met verdachte. Bovendien heeft [slachtoffer 1] verklaard dat verdachte haar nooit heeft gedwongen hem te pijpen, terwijl zij wist dat verdachte dat wel wilde omdat hij het vaak vroeg of haar hoofd naar zijn penis duwde. Het standpunt van verdachte dat [slachtoffer 1] het misbruik zwaarder heeft aangezet om ervoor te zorgen dat verdachte een zwaardere straf zou krijgen, wordt naar het oordeel van de rechtbank dan ook weersproken door dit deel van de verklaring van [slachtoffer 1] .

Door de raadsman is verder verwezen naar de verklaring die getuige [getuige] heeft afgelegd over hetgeen [slachtoffer 1] aan hem heeft verteld over het misbruik, waarin geen gewag wordt gemaakt over het met de penis binnendringen. Die verklaring doet naar het oordeel van de rechtbank aan het vorenstaande niet af. Het feit dat [slachtoffer 1] hierover niet heeft gesproken met [getuige] betekent nog niet dat op grond daarvan geconcludeerd dient te worden dat de penetratie niet heeft plaatsgevonden.

De rechtbank acht voldoende bewijs voorhanden voor het door verdachte onder feit 1 betwiste onderdeel van de tenlastelegging inzake het met de penis binnendringen van vagina en anus.

Ten aanzien van de tenlastegelegde periode onder 2 heeft [slachtoffer 2] verklaard dat het misbruik vrij onschuldig begon en dat verdachte stapje voor stapje verder ging, opbouwend, eerst een paar maanden dit en dan weer een stapje verder. Vlak voor de verhuizing vanaf [plaats 2] naar de [plaats 3] begon hij haar af en toe te vingeren11. Verdachte heeft verklaard dat de seksuele handelingen halverwege de zomer van 2011 zijn begonnen12. De moeder van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] heeft verklaard dat ze in augustus 2010 zijn verhuisd naar een recreatiebungalow in [plaats 2] en in mei 2012 naar de woning aan de [plaats 3] in [plaats 1]13. Bij het beantwoorden van de vraag wanneer het misbruik is begonnen, gaat het erom wanneer verdachte is begonnen met het vingeren en/of het likken van de vagina en/of het laten aftrekken van zichzelf door [slachtoffer 2] omdat dit de tenlastegelegde handelingen zijn. Gelet op de bovengenoemde verklaringen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte daarmee in augustus 2011 is begonnen.

De rechtbank komt op grond van het vorenstaande tot een bewezenverklaring als hierna aangegeven.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 23 december 2012

tot en met 28 maart 2015 te [plaats 1] , in ieder geval in Nederland,

met zijn stiefdochter [slachtoffer 1] , geboortedatum [geboortedatum 2] ,

buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het

seksueel binnendringen van haar lichaam, immers heeft verdachte

- zijn penis in de vagina en/of in de anus van die [slachtoffer 1] gebracht en/of

- de vagina van die [slachtoffer 1] gelikt en/of

- één of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer 1] gebracht en/of

- zich door die [slachtoffer 1] laten aftrekken,

terwijl die [slachtoffer 1] toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van

zestien jaren had bereikt;

2.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van augustus 2011

tot 13 augustus 2014 te [plaats 1] , in ieder geval in Nederland,

met zijn stiefdochter [slachtoffer 2] , geboortedatum [geboortedatum 3] ,

buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het

seksueel binnendringen van haar lichaam, immers heeft verdachte

- één of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer 2] gebracht en/of

- de vagina van die [slachtoffer 2] gelikt en/of

- zich door die [slachtoffer 2] laten aftrekken,

terwijl die [slachtoffer 2] toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van

zestien jaren had bereikt;

3.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 13 augustus

2014 tot en met 26 maart 2015 te [plaats 1] , in ieder geval in Nederland,

ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige stiefdochter [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] ,

immers heeft verdachte

- één of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer 2] gebracht en/of

- de vagina van die [slachtoffer 2] gelikt en/of

- zich door die [slachtoffer 2] laten aftrekken.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 2:

met iemand , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 3:

ontucht plegen met zijn stiefkind, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is een rapport opgemaakt door de forensisch psycholoog [naam 1] , gedateerd 12 oktober 2015.

Uit de bevindingen en de daaruit voortvloeiende conclusie van deze deskundige komt naar voren dat verdachte ten tijde van het ten laste gelegde lijdende was aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de vorm van pedofilie en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis NAO met antisociale, narcistische en vermijdende trekken. Verdachte moet als verminderd toerekeningsvatbaar worden beschouwd.

De rechtbank neemt die conclusie over en maakt die tot de hare.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. De officier heeft met betrekking de strafeis met name laten wegen de ernst van de feiten, het gedurende meerdere jaren frequent misbruik maken van twee kinderen en de impact die dit zeer ingrijpend gebeuren heeft en in de toekomst nog zal hebben op de beide slachtoffers alsmede op hun moeder en andere familieleden en vrienden. Daarnaast heeft de officier gelet op de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte en de door de psycholoog en de reclassering uitgebracht adviezen. Gelet op de ernst van de feiten komt de officier tot de slotsom dat er in verband met de door hem geformuleerde eis geen ruimte is om gevolg te geven aan het advies van de reclassering. Aan het door de reclassering en de psycholoog beoogde traject kan naar de opvatting van de officier gestalte worden gegeven in het kader van de voorwaardelijk invrijheidstelling (VI).

Het standpunt van de verdediging

Door de raadsman is aangevoerd dat verdachte zich bewust is van het foutieve van zijn handelen en hetgeen hij de kinderen en hun moeder heeft aangedaan en hij oprecht spijt heeft. Verdachte wil aan zichzelf werken en heeft zelf het initiatief genomen om voor zijn problematiek een behandeling te ondergaan. Verdachte is een first offender. In vergelijk met een min of meer vergelijkbare strafzaak inzake seksueel misbruik (ECLI:NL:RBGEL:2013:BZ8259, Rechtbank Gelderland 23-04-2013) moet in de visie van de verdediging een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar als absolute bovengrens worden beschouwd. Naar de opvatting van de verdediging kunnen de voorwaarden zoals die door de reclassering in het advies zijn opgenomen worden overgenomen in het kader van een voorwaardelijk strafdeel, waaraan in zaken als deze een lange proeftijd kan worden verbonden. In dat verband hoopt verdachte op een onvoorwaardelijk strafdeel gelijk aan de tijd in voorarrest doorgebracht.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister gedateerd 30 september 2015;

- een reclasseringsadvies van de Reclassering Nederland gedateerd 2 juni 2015 en in aanvulling daarop een advies gedateerd 22 oktober 2015;

- het rapport psychologisch onderzoek, gedateerd 12 oktober 2015, opgemaakt door de forensisch psycholoog [naam 1] .

Als bevindingen van de psycholoog is in het rapport van 12 oktober 2015 onder meer verwoord:

“Betrokkene heeft zich tijdens het plegen van de ten laste gelegde feiten laten leiden door

pedofiele gevoelens en verlangens. Hij heeft hier geen zicht op, ontkent pedofilie bij zichzelf, maar spreekt tijdens het onderzoek wel seksualiserend over de slachtoffers en heeft ook regelmatig kinderpornografisch materiaal gedownload en bekeken. Er is sprake van een

inadequaat seksueel normbesef. Betrokkene ziet zijn slachtoffers niet als pubermeiden maar

als ‘vrouwen’ die seksueel rijp zijn. Hij voelt zich seksueel door hen uitgedaagd zonder

rekening te houden met het verschil in leeftijd en met zijn positie en verantwoordelijkheid als

volwassen man en ‘stiefvader’. Vanuit de persoonlijkheidsstoornis hebben tevens aspecten als een beperkt inlevingsvermogen, een lacunaire gewetensfunctie en egocentrische motieven een rol gespeeld. Vanuit de seksuele stoornis en de persoonlijkheidsstoornis is er een neiging tot grenzeloos gedrag wat door betrokkene ten tijde van het plegen van de feiten wordt

geloochend, of wordt goed gesproken (narcistische afweer). Hij vermijdt de confrontatie met

eigen tekorten en met zijn deviante gedragskeuzes door te vluchten in middelengebruik.”

“Er zijn meerdere risicofactoren aanwezig zoals de aanwezigheid van seksuele deviatie en een inadequaat seksueel normbesef, naast een beperkt inlevingsvermogen en inadequate

afweermogelijkheden. Mede hierdoor is er weinig zelfinzicht en slechts enig probleembesef.”

De reclassering heeft in haar rapport van 22 oktober 2015 geadviseerd om een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op de leggen met als bijzondere voorwaarden de meldplicht, een verplichting tot ambulante behandeling en een drugs- en alcoholverbod.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden - dat verdachte stelselmatig en over een lange periode van meerdere jaren ontuchtige handelingen heeft gepleegd met zijn stiefdochters, mede bestaande uit het seksueel binnendringen met de vingers en het likken van de vagina’s van die meisjes en het zich laten aftrekken door hen. Deze handelingen vonden frequent plaats, zo zegt [slachtoffer 2] dat het vingeren sowieso één keer per week gebeurde, veelal in of nabij de woning en in de slaapkamers van de meisjes, een plek waar meisjes van deze leeftijd zich binnen de beschermende omgeving van het gezin veilig en geborgen moeten kunnen voelen. Verdachte heeft voor hen door zijn handelen een zeer bedreigende en onveilige situatie geschapen. Jarenlang konden de meisje overal en altijd in huis worden gevolgd door de diverse camera’s die verdachte daar had geplaatst. Zelfs in hun slaap werden de meisjes nog wakker gemaakt en seksueel door verdachte benaderd. Het feit dat er ook camerabeelden zijn gemaakt betekent voor de slachtoffers, zoals zij hebben verklaard, dat zij voor de rest van hun leven bang zijn dat deze beelden op enig moment weer op kunnen duiken. Het feit dat verdachte heeft toegezegd te zullen meewerken aan het verwijderen van die beelden doet aan die begrijpelijke angsten niet af. Ten aanzien van [slachtoffer 1] is verdachte nog verder gegaan in zijn seksueel handelen door haar vaginaal en anaal te penetreren, terecht door [slachtoffer 1] omschreven als verkrachting. Verdachte, een man op wie zij dachten te kunnen en ook mochten vertrouwen, heeft grote inbreuk gemaakte op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de beide meisjes. Verdachte heeft zich puur laten leiden door zijn eigen seksueel genot. Het is algemeen bekend dat slachtoffers van dergelijke delicten daarvan nog lange tijd ernstige nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden. Uit de slachtofferverklaringen zoals ter zitting voorgelezen blijkt dat de impact gigantisch is en de slachtoffers voor de rest van hun leven met de gevolgen hiervan moeten leven. Dit geldt eveneens voor de moeder van de slachtoffers: zij is geconfronteerd met het feit dat haar partner, iemand in wie zij vertrouwen had, op deze grove wijze misbruik heeft gemaakt van haar dochters.

Ten voordele van verdachte weegt de rechtbank mee dat verdachte grotendeels heeft bekend en zijn verantwoordelijkheid neemt, maar dat laat onverlet dat de meisjes voor hun leven beschadigd zijn. De rechtbank neemt dat verdachte bijzonder kwalijk. Uit het aangehaalde uittreksel uit het justitieel documentatieregister blijkt dat verdachte niet eerder veroordeeld is voor het plegen van soortgelijke delicten.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een straf zoals door de officier gevorderd passend en geboden is.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van € 10.495,33 (€ 10.000,00 bij wijze van voorschot wegens immateriële schade (smartengeld) en € 495,33 wegens materiële schade) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 december 2012 over het voorschot smartengeld en vanaf 3 november 2015 over de materiële schade, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van € 10.482,73 (€ 10.000,00 bij wijze van voorschot wegens immateriële schade (smartengeld) en € 482,73 wegens materiële schade) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 augustus 2010 over het voorschot smartengeld en vanaf 3 november 2015 over de materiële schade, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 en 3 tenlastegelegde.

De advocaat van de benadeelde partijen, mr. D.W. Jansen, advocaat te Twello, heeft beide vorderingen ter terechtzitting nader toegelicht aan de hand van haar schriftelijke toelichting.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen integraal kunnen worden toegewezen inclusief de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel, behoudens de materiele schade met betrekking tot het vervangen van het cilinderslot, welke post slechts aan één van de beide benadeelden kan worden toegewezen, waarbij de officier ervoor opteert om dit bedrag aan [slachtoffer 2] toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot beide vorderingen, met die verstande dat de vorderingen voor wat betreft de posten vervanging beddengoed, ondergoed en het cilinderslot – hoewel invoelbaar – dienen te worden afgewezen wegens een te ver verwijderd verband.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting, komen vast te staan dat de benadeelde partijen als gevolg van het bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade hebben geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

De materiële schade is, voor zover niet weersproken, derhalve toewijsbaar, waarbij de bij beide benadeelden opgevoerde telefoon-, porto- en gezamenlijke reiskosten bij ieder voor de helft zullen worden toegewezen. De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat ten aanzien van de opgevoerde posten voor vervanging van beddengoed, ondergoed en het cilinder slot voldoende is vast komen te staan dat die schade in redelijkheid kan worden toegerekend aan verdachte. Wat betreft het cilinderslot zal de schade bij ieder voor de helft worden toegewezen.

De rechtbank komt, afgezet tegen de aard van de feiten en de impact die dit op betrokkenen heeft gehad, een immateriële schadevergoeding als gevorderd aannemelijk voor. Deze vordering is als zodanig evenmin weersproken. De rechtbank begroot deze tot op heden geleden schade naar billijkheid op de gevorderde bedragen. Dit brengt met zich dat beide vorderingen wat betreft de immateriële schade integraal zullen worden toegewezen.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van na te melden bedragen ten behoeve van genoemd slachtoffers.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 36f, 57, 245, 248 en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft

begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven

bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor voormeld en

verklaart de verdachte strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de

duur van vijf jaar;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in

verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde

gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 veroordeelt verdachte ten aanzien van het feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 10.318,48, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 318,48 vanaf 3 november 2015 en vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 10.000,00 vanaf 23 december 2012, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] voornoemd, een bedrag te betalen van € 10.318,48, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 318,48 vanaf 3 november 2015 en vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 10.000,00 vanaf 23 december 2012 met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 86 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

 veroordeelt verdachte ten aanzien van het feit 2 en 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 10.305,88, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 305,88 vanaf 3 november 2015 en vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 10.000,00 vanaf 31 augustus 2011 met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] voornoemd, een bedrag te betalen van € 10.305,88, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 305,88 vanaf 3 november 2015 en vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 10.000,00 vanaf 31 augustus 2011, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 86 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mr. C.H.M. Pastoors, voorzitter, mr. D.R. Sonneveldt en

mr. S.C.A.M. Janssen, rechters, in tegenwoordigheid van L.E.M. van Bun, griffier, en

uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 november 2015.

Mr. Sonneveldt is buiten staat mede te ondertekenen.

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Zutphen

Team strafrecht

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van 17 november 2015.

Tegenwoordig:

mr. S.C.A.M. Janssen , rechter,

mr. , officier van justitie,

en L.E.M. van Bun , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De gedetineerde verdachte,

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] ,

wonende te [adres] ,

momenteel gedetineerd in de PI Overijssel, locatie HvB Karelskamp, te Almelo,

is wel / niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De verdachte heeft ter terechtzitting van 3 november 2015 verklaard niet bij de uitspraak aanwezig te willen zijn.

De raadsman mr. I.T.H.L. van de Bergh, advocaat te Maastricht., is wel/niet verschenen.

De rechter spreekt het vonnis uit

(en wijst verdachte op de mogelijkheid om binnen veertien dagen na heden hoger beroep tegen dit vonnis in te stellen).

Waarvan proces-verbaal,

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door de verbalisant brigadier [verbalisant] , werkzaam bij de Politie eenheid Oost-Nederland, Dienst Regionale Recherche, opgemaakte proces-verbaal, proces-verbaalnummer PL0600-2015155155, gesloten op 21 september 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 De aangifte van (moeder) [naam 2] namens [slachtoffer 1] , p. 30, 31, 36, 39 en 41, de verklaring van [slachtoffer 1] [naam 3] , p. . 55 t/m 57, 59 t/m 68, en de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 3 november 2015.

3 De aangifte van (moeder) [naam 2] namens [slachtoffer 2] , p. 30, 31, 36, 39 en 41, de verklaring van [slachtoffer 2] [naam 3] , p. 85 t/m 92, en de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 3 november 2015

4 De aangifte van (moeder) [naam 2] namens [slachtoffer 2] , p. 30, 31, 36, 39 en 41, de verklaring van [slachtoffer 2] [naam 3] , p. 85 t/m 93, en de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 3 november 2015

5 Verklaring [slachtoffer 1] [naam 3] , p. 65 t/m 67

6 Verklaring [slachtoffer 1] [naam 3] , p. 66

7 Verklaring [slachtoffer 1] [naam 3] , p. 67

8 Verklaring [slachtoffer 1] [naam 3] , p. 68

9 Verklaring [slachtoffer 1] [naam 3] , p. 68

10 Verklaring [slachtoffer 1] [naam 3] , p. 69

11 Verklaring [slachtoffer 2] [naam 3] , p. 84/85

12 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 3 november 2015

13 Proces-verbaal van aangifte [naam 2] , doorgenummerde dossierpag. 34