Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:7091

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
08-10-2015
Datum publicatie
17-11-2015
Zaaknummer
290700
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Kopje bij verschoning:

‘De verschoningskamer oordeelt dat het door verzoekster aangevoerde voldoende aanwijzing oplevert dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden objectief gerechtvaardigd is. Het verzoek tot verschoning zal daarom worden toegewezen.’

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ARNHEM

Verschoningskamer

zaaknummer / rekestnummer: 290700 KG RK 15-935

Beschikking van 8 oktober 2015

Op het mondelinge verzoek tot verschoning ingevolge artikel 40 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van:

mr. S.C.P. Giesen ,

verzoekster tot verschoning,

rechter in deze rechtbank,

(hierna: verzoekster)

in de zaak tussen:

Rebel Rebel B.V.,

statutair gevestigd te Vinkeveen en kantoorhoudende te Halfweg,

(advocaat mr. drs. C. Hellingman te Amsterdam)

NIJMEGEN EENDRACHT COMBINATIE B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Nijmegen,

(advocaat mr. C.F.H. Donners te Nijmegen).

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoek tot verschoning van verzoekster van 2 oktober 2015;

  • -

    een e-mailbericht van verzoekster van 5 oktober 2015.

2 Het verschoningsverzoek

2.1

Het verzoek tot verschoning ziet op de procedure tussen de partijen Rebel Rebel B.V. en N.E.C. B.V., rolnummer 15-111. Op 29 september 2015 heeft tussen partijen een comparitie plaatsgevonden. Deze werd in een meervoudige kamer voorgezeten door

verzoekster.

2.2

Verzoekster heeft blijkens het schriftelijke verzoek het volgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd. In de privésfeer kent verzoekster een commissaris van de Raad van Commissarissen van N.E.C. B.V, te weten mr. [betrokkene] . Betrokkenheid van de Raad van Commissarissen dan wel mr. [betrokkene] bij de procedure was voorafgaand aan de comparitie van partijen niet gebleken en ook overigens was verzoekster daarmee niet bekend. Vlak na de comparitie van partijen, waarbij mr. [betrokkene] niet aanwezig was, ontving verzoekster van mr. [betrokkene] een bericht waarin hij uitlegde dat hij had afgezien van het bijwonen van de zitting om het verzoekster niet onnodig moeilijk te maken, dat hij had gehoord dat verzoekster goede kritische vragen stelde en dat hij haar veel wijsheid wenste. Tegen de achtergrond van deze feiten meent verzoekster dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden en verzoekt zij de verschoningskamer haar toe te staan zich in deze zaak terug te trekken. Bij e-mailbericht van 5 oktober 2015 heeft verzoekster voorts nog aan het verzoek toegevoegd dat mr. [betrokkene] tevens advocaat is bij het kantoor van de advocaat van N.E.C. B.V..

2.3

Naar het oordeel van de verschoningskamer kan een zitting achterwege blijven.

3 De beoordeling

3.1

Artikel 40 Rv bepaalt dat op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36 Rv elk van de rechters die een zaak behandelen, kan verzoeken zich te mogen verschonen.

3.2

De verschoningskamer overweegt dat bij de beoordeling van een verschoningsverzoek uitgangspunt dient te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die procesdeelnemer bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

3.3

Onderzocht dient te worden of de aangevoerde omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees - objectief - gerechtvaardigd is dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

3.4

De verschoningskamer oordeelt dat het door verzoekster aangevoerde voldoende aanwijzing oplevert dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden objectief gerechtvaardigd is.

3.5

Het verzoek tot verschoning zal daarom worden toegewezen.

4 De beslissing

De verschoningskamer wijst het verzoek toe.

Deze beschikking is gegeven door de mrs. R.J. Jue (voorzitter), G.H.W. Bodt en

C. van Linschoten, in tegenwoordigheid van de griffier T. de Munnik en in openbaar uitgesproken op 8 oktober 2015.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.