Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:7089

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
27-08-2015
Datum publicatie
17-11-2015
Zaaknummer
15-732
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Voorbijgegaan aan ter zitting gedaan verzoek tot wraking van de wrakingskamer. De rechtbank wijst het verzoek tot wraking van rechter af. De rechtbank bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Wrakingskamer

Zaaknummer: 15-732

Beschikking van 27 augustus 2015

in de zaak van

[…],

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker tot wraking,

tegen

[rechter], in zijn hoedanigheid van rechter.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het proces-verbaal van 17 juli 2015 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld;

- het schriftelijke verweer van mr. [rechter] (verder: de rechter) van 5 augustus

2015.

1.2

Bij de mondelinge behandeling is verschenen verzoeker. De rechter heeft laten weten niet te zullen verschijnen.

1.3

Tijdens de mondelinge behandeling heeft verzoeker een verzoek tot wraking gedaan van de wrakingskamer. Als redenen voor deze wraking heeft verzoeker opgegeven dat de wrakingskamer deel uitmaakt van rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, en dat hij deze rechtbank niet meer vertrouwt door negatieve ervaringen uit het verleden. Volgens verzoeker functioneert het gehele rechtscollege niet onafhankelijk. Desgevraagd heeft verzoeker verklaard geen bezwaren te hebben tegen de individuele rechters van de wrakingskamer.

De wrakingskamer heeft dit wrakingsverzoek, na beraad, ter zitting buiten behandeling gesteld omdat verzoeker niet een geheel rechtscollege kan wraken en hij geen wrakingsgronden heeft voorgedragen die betrekking hebben op de individuele leden van deze wrakingskamer. Verzoeker is er vanwege beslissingen in eerdere door hem aangespannen wrakingsprocedures ook mee bekend dat de omstandigheid dat hij in zijn algemeenheid geen vertrouwen (meer) heeft in de onafhankelijkheid van de rechters van deze rechtbank geen grond kan opleveren voor wraking.

2 Het wrakingsverzoek

2.1

Het verzoek tot wraking is gericht tegen de rechter in de zaak met nummer [zaaknummer] tussen verzoeker en Menzis Zorgverzekeraar N.V.

2.2

Verzoeker heeft blijkens het proces-verbaal van het mondelinge verzoek aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat de rechter zou samenspannen met deurwaarders en dat de verenigde rechters van rechtbank Gelderland niet op rechtvaardige wijze rechtspreken. Ter zitting heeft verzoeker daar nog aan toegevoegd dat de rechter de zaak in een bepaalde richting stuurt en dat hij alle vertrouwen in hem is verloren.

2.3

De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft verweer gevoerd. Dat verweer wordt hierna zover nodig besproken.

3 De beoordeling

3.1

Wraking van een rechter is slechts mogelijk op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan kan sprake zijn indien de rechter jegens een partij vooringenomen is of indien de vrees van een partij daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Bij de beoordeling daarvan moet voorop staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is (HR 24 oktober 1995 NJ 1996,484). Uit de artikelen 36 en 37 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) en het vermoeden van onpartijdigheid volgt dat de verzoeker concrete feiten en omstandigheden moet aanvoeren waaruit objectief afgeleid moet worden dat de rechter jegens een partij vooringenomen is of de vrees van een partij dat dat zo is objectief gerechtvaardigd is. Met inachtneming hiervan overweegt de rechtbank het volgende.

3.2

De klachten van verzoeker bevatten slechts stellingen en veronderstellingen, maar geen (begin van) concrete feiten en omstandigheden waaruit de rechtbank vooringenomenheid van de rechter of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan afleiden. Daarom moet het verzoek worden afgewezen.

3.3

Verzoeker heeft in de onderhavige procedure wrakingsverzoeken gedaan tegen de rechter en tegen de wrakingskamer zonder concrete feiten en omstandigheden te stellen waaruit in redelijkheid zou kunnen worden afgeleid dat sprake is van partijdigheid of objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Bovendien voert verzoeker daarbij een en dezelfde grond aan, namelijk dat hij geen vertrouwen heeft in de onafhankelijkheid van de rechters van deze rechtbank; een omstandigheid waarvan verzoeker uit beslissingen van de wrakingskamer in andere procedures weet dat deze geen grond kan opleveren voor wraking. Dit alles leidt tot het oordeel dat verzoeker het middel van wraking gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven zodat er sprake is van misbruik. De rechtbank zal daarom op de voet van artikel 39 lid 4 Rv bepalen dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.

4 De beslissing

De rechtbank

- wijst het verzoek tot wraking af,

- bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.

Deze beschikking is gegeven door de mrs. G. Noordraven, voorzitter, N.K. van den Dungen-Dijkstra en M.C. van der Mei, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier

mr. P.P.J. Leenders en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2015.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.