Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:6941

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
09-11-2015
Datum publicatie
10-11-2015
Zaaknummer
05/720125-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank Gelderland veroordeelt een 25-jarige man uit Arnhem tot een gevangenisstraf van zestien maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk met oplegging van bijzondere voorwaarden -waaronder een klinische behandeling- voor twee geweldsdelicten. Ook moet de man een schadevergoeding betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/720125-15

Datum uitspraak : 9 november 2015

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [woonplaats]

thans gedetineerd te [verblijfplaats]

Raadsvrouw: mr. S. Striekwold, advocaat te Nijmegen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 16 september 2015, 12 oktober 2015 en van 26 oktober 2015.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 28 april 2015 te Arnhem [slachtoffer] heeft mishandeld door deze

- met kracht tegen een muur te duwen en/of

- ( terwijl die [slachtoffer] overeind probeerde te komen) meermalen, althans

eenmaal (met kracht) in diens gezicht en/of op/tegen diens hoofd te slaan

en/of te stompen en/of

- met kracht tegen een fornuis te duwen en/of op/tegen diens hoofd te slaan

en/of te stompen en/of te duwen en/of

- meermalen, althans een maal met kracht in diens rug(streek) en/of op/tegen

diens (boven)been te schoppen en/of

- met kracht in diens gezicht te slaan en/of

- ( terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) meermalen, althans eenmaal (met

kracht) op/tegen diens hoofd te schoppen en/of te trappen en/of

- meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen diens arm te schoppen en/of te

trappen en/of

- meermalen, althans eenmaal met kracht tegen diens schouder te schoppen

en/of te trappen;

terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken arm, althans

enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad.

2.

hij op of omstreeks 31 mei 2015 te Arnhem

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

aan [slachtoffer]

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

- meermalen, althans eenmaal die [slachtoffer] met kracht in diens gezicht

en/of op/tegen diens hoofd heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

- ( terwijl die [slachtoffer] op een bed lag) deze meermalen, althans eenmaal met

kracht op /tegen diens (achter)hoofd heeft/hebben geslagen en/of

gestompt en/of een of meer zogenaamde kniesto(o)t(en) op/tegen diens lichaam

heeft/hebben gegeven en/of

- meermalen, althans eenmaal die [slachtoffer] tegen diens be(e)n(en)

heeft/hebben getrapt en/of geschopt en/of

- meermalen, althans eenmaal met een mes, althans met een scherp voorwerp

(een) stekende beweging(en) heeft/hebben gemaakt in de richting van die

[slachtoffer] en/of

- ( met de elleboog) de keel van die [slachtoffer] heeft/hebben dichtgedrukt

en/of

- ( opnieuw) meermalen, althans eenmaal met dat/een mes, althans met dat/een

scherp(e) voorwerp ( een) stekende beweging(en) heeft/hebben gemaakt in de

richting van die [slachtoffer] en/of

- met dat mes/voorwerp die [slachtoffer] in diens hoofd heeft/hebben gestoken

en/of gesneden en/of met dat mes/voorwerp in de richting van diens hoofd

heeft/hebben gedrukt en/of

- die [slachtoffer] met kracht op/tegen diens (achter) hoofd heeft/hebben

geslagen en/of gestompt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 31 mei 2015 te Arnhem

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

[slachtoffer] heeft mishandeld door

- meermalen, althans eenmaal die [slachtoffer] met kracht in diens gezicht

en/of op/tegen diens hoofd te slaan en/of te stompen en/of

- ( terwijl die [slachtoffer] op een bed lag) deze meermalen, althans eenmaal met

kracht op /tegen diens (achter)hoofd te slaan en/of te stompen en/of

een of meer zogenaamde kniesto(o)t(en) op/tegen diens lichaam

te geven en/of

- meermalen, althans eenmaal die [slachtoffer] tegen diens be(e)n(en)

te trappen en/of te schoppen en/of

- ( met de elleboog) de keel van die [slachtoffer] dicht te drukken en/of

- met een mes, althans met een scherp voorwerp die [slachtoffer] in diens hoofd

te steken en/of te snijden en/of met dat mes/voorwerp in de richting van

diens hoofd te drukken en/of

- die [slachtoffer] met kracht op/tegen diens (achter) hoofd te slaan en/of te

Stompen.

3.

hij op of omstreeks 31 mei 2015 te Arnhem

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de

afgifte van 400 Euro, althans een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende

aan die [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededaders,

- meermalen, althans eenmaal die [slachtoffer] (die reeds een gebroken arm had)

met kracht in diens gezicht en/of op/tegen diens hoofd heeft/hebben geslagen

en/of gestompt en/of

- ( terwijl die [slachtoffer] op een bed lag) meermalen, althans eenmaal met

kracht op /tegen diens (achter)hoofd heeft/hebben geslagen en/of

gestompt en/of een of meer zogenaamde kniesto(o)t(en) op/tegen diens lichaam

heeft/hebben gegeven en/of

- meermalen, althans eenmaal die [slachtoffer] tegen diens be(e)n(en)

heeft/hebben getrapt en/of geschopt en/of

- met een mes, althans met een scherp voorwerp in de hand tegen die

[slachtoffer] heeft/hebben geroepen/gezegd: "Wil je dood? " en/of "Ik maak je

dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

(daarbij)

- meermalen, althans eenmaal met dat/een mes, althans met dat/een scherp(e)

voorwerp (een) stekende beweging(en) heeft/hebben gemaakt in de richting van

die [slachtoffer] en/of

- ( met de elleboog) de keel van die [slachtoffer] heeft/hebben dichtgedrukt

en/of

- ( opnieuw) meermalen, althans eenmaal met dat/een mes, althans met dat/een

scherp(e) voorwerp ( een) stekende beweging(en) heeft/hebben gemaakt in de

richting van die [slachtoffer] en/of

- tegen voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben geschreeuwd dat die [slachtoffer]

400 Euro moest betalen , althans woorden van gelijke aard of strekking

geschreeuwd/gezegd en/of (vervolgens)

- met dat mes/voorwerp die [slachtoffer] in diens hoofd heeft/hebben gestoken

en/of gesneden en/of met dat mes/voorwerp in de richting van diens hoofd

heeft/hebben gedrukt,

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 31 mei 2015 te Arnhem tezamen en in vereniging met een

ander, althans alleen [slachtoffer] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader opzettelijk dreigend

- meermalen, althans eenmaal die [slachtoffer] (die reeds een gebroken arm had)

met kracht in diens gezicht en/of op/tegen diens hoofd geslagen en/of

gestompt en/of

- ( terwijl die [slachtoffer] op een bed lag) meermalen, althans eenmaal met

kracht op /tegen diens (achter)hoofd geslagen en/of gestompt en/of een of

meer zogenaamde kniesto(o)t(en) op/tegen diens lichaam gegeven en/of

- meermalen, althans eenmaal die [slachtoffer] tegen diens be(e)n(en)

getrapt en/of geschopt en/of

- met een mes, althans met een scherp voorwerp in de hand tegen die

[slachtoffer] geroepen/gezegd: "Wil je dood? " en/of "Ik maak je dood"

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

(daarbij)

- meermalen, althans eenmaal met dat/een mes, althans met dat/een scherp(e)

voorwerp (een) stekende beweging(en) gemaakt in de richting van die

[slachtoffer] en/of

- ( met de elleboog) de keel van die [slachtoffer] dichtgedrukt

en/of

- ( opnieuw) meermalen, althans eenmaal met dat/een mes, althans met dat/een

scherp(e) voorwerp ( een) stekende beweging(en) gemaakt in de

richting van die [slachtoffer] en/of

- tegen voornoemde [slachtoffer] geschreeuwd dat die [slachtoffer]

400 Euro moest betalen , althans woorden van gelijke aard of strekking

geschreeuwd/gezegd en/of (vervolgens)

- met dat mes/voorwerp die [slachtoffer] in diens hoofd gestoken

en/of gesneden en/of met dat mes/voorwerp in de richting van diens hoofd

gedrukt en/of

- ( nadat die [slachtoffer] had gezegd dat deze dit geld niet had maar wel wilde

pinnen) geschreeuwd/gezegd dat ze niet gingen pinnen maar dat (de mededader)

die [slachtoffer] dood ging maken, althans woorden van gelijke dreigende aard

of strekking en/of

- die [slachtoffer] met kracht op/tegen diens (achter) hoofd geslagen en/of

gestompt en/of

- ( toen die [slachtoffer] kans zag om te vlucnten) geroepen: "Pak hem, pak

hem", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Ten aanzien van feit 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 28 april 2015, vlak na middernacht, waren verdachte en [slachtoffer] (hierna: aangever) beiden in de woning in Arnhem (waar zij een kamer huurden) aanwezig. Op enig moment kwamen ze elkaar tegen.2 Bij aangever is nadien letsel geconstateerd, namelijk een gebroken rechterarm.3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 tenlastegelegde feit gelet op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft het feit ontkend. Het harde geluid dat getuige [getuige] heeft gehoord zou veroorzaakt zijn door een koelkast die door aangever werd verplaatst. De verdediging heeft gepleit voor vrijspraak van het onder 1 tenlastegelegde feit. Er is enkel de aangifte. De verklaring van [getuige] voegt hier niets aan toe.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van de vraag of feit 1 wettig en overtuigend bewezen kan worden, acht de rechtbank het volgende van belang.

Aangever heeft verklaard dat hij even na middernacht thuis kwam van zijn werk. Verdachte was op dat moment thuis. Verdachte was boos op aangever omdat deze niet zou hebben schoongemaakt. Verdachte zei tegen aangever dat hij zijn rotzooi op moest ruimen. Aangever wilde niet direct schoonmaken toen verdachte dit hem opdroeg. Verdachte kwam daarop op aangever af en duwde hem met twee handen hard tegen de muur aan. Aangever viel daardoor half op de grond en hij probeerde overeind te komen. Op dat moment begon verdachte met gebalde vuisten meerdere keren met kracht op het hoofd van aangever te slaan. Aangever probeerde op te staan, maar dat lukte niet. Toen verdachte stopte met slaan, liep aangever naar het fornuis. Daarop kwam verdachte weer terug en hij duwde aangever -met een soort klap tegen zijn hoofd- tegen het fornuis aan. Aangever viel hierdoor tegen het fornuis aan. Daarop begon verdachte met kracht met zijn rechterknie tegen de rug en het bovenbeen van aangever te schoppen. Verdachte sloeg met een gebalde vuist in het gezicht van aangever. Aangever viel hierdoor weer op de grond. Verdachte begon hierop met kracht tegen het hoofd van aangever te schoppen. Aangever probeerde zijn hoofd te beschermen door zijn arm voor zijn hoofd te houden. Daardoor schopte verdachte meermalen tegen de arm van aangever aan. Na de derde of vierde keer schoppen, voelde aangever zijn arm breken.4
Nadat het geweld stopte, was aangever zo bang dat hij de keuken schoon wilde maken. Hij had geen dweil en vroeg aan verdachte of hij deze bij een andere huurder, [getuige] , wilde halen. Verdachte ging naar [getuige] om de dweil te halen.5

[getuige] heeft verklaard dat hij in zijn kamer lag te slapen. Hij werd wakker van geschreeuw in huis. Hij meende de stemmen van aangever en verdachte te herkennen. Direct na het geschreeuw hoorde hij meerdere harde knallen, zo hard dat het huis zowat trilde. Hij had het gevoel dat ze door het plafond naar beneden zouden komen. Enige tijd later kwam verdachte in de kamer van [getuige] om te vragen of hij de dweil voor aangever mocht lenen.6

Een forensisch arts heeft geconstateerd dat de ellepijp van aangever gebroken is, en dat het zeer waarschijnlijk is dat het letsel is ontstaan op de manier zoals door aangever beschreven.7

De rechtbank acht, gelet op vorenstaande, feit 1 wettig en overtuigend bewezen. De verklaring van [getuige] ondersteunt de aangifte op essentiële punten, namelijk dat er geschreeuwd werd, dat er tumult was en dat verdachte een dweil kwam vragen. Gelet hierop acht de rechtbank de aangifte betrouwbaar en komt zij tot een bewezenverklaring.

De verklaring van verdachte dat aangever een koelkast aan het verplaatsen was, schuift de rechtbank terzijde. Pas nadat verdachte tijdens de terechtzitting van 26 oktober 2015 geconfronteerd werd met de verklaring van [getuige] , kwam verdachte met deze verklaring, die hij op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt.

Met betrekking tot de vraag of dit letsel als zwaar lichamelijk letsel kan worden aangemerkt, overweegt de rechtbank dat in het ziekenhuis een röntgenfoto is gemaakt van de arm van aangever. Daarop was te zien dat er op 1/3e afstand van het polsgewricht een breuk zat op de ellepijp. Aangever kreeg gips van zijn hand tot zijn bovenarm. Op 10 juni 2015 werd dit vervangen door circulair onderarmgips voor 4 weken. In totaal moest aangever 10 weken met zijn arm in het gips.8 Dergelijk letsel kan naar gewoon spraakgebruik als zwaar lichamelijk letsel worden aangemerkt en zo kwalificeert de rechtbank het dan ook.

Ten aanzien van feit 2

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 31 mei 2015 ontstond tussen verdachte en [slachtoffer] (hierna: aangever) in een woning in Arnhem een handgemeen.9 Bij aangever is nadien het volgende letsel geconstateerd: een bloeduitstorting achter de rechter oorschelp, een bloeduitstorting op het achterhoofd, een schaafwond tussen het oor en de baard aan de rechterkant, een snijwond op het voorhoofd, een snijwond op de linker wijsvinger en schaafwonden op de schouder, rug en borst.10

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 tenlastegelegde feit gelet op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft opgemerkt dat de aangever niet consistent is in zijn verklaring. De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor dit feit.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van de vraag of feit 2 wettig en overtuigend bewezen kan worden, acht de rechtbank het volgende van belang.

Aangever heeft verklaard dat hij onenigheid had met verdachte en een vriend van verdachte over shirtjes die in de was verkleurd zouden zijn. Verdachte vroeg aan aangever om mee te komen naar zijn kamer om naar de shirtjes te kijken. Toen aangever in de kamer van verdachte stond, deed verdachte de deur dicht. Verdachte sloeg met zijn gebalde vuist in het gezicht van aangever. Door de klap viel aangever op het bed. Toen aangever op het bed lag, begon verdachte met twee gebalde vuisten met kracht op het achterhoofd van aangever te slaan. Ook gaf verdachte kniestoten over het hele lichaam van aangever. Daarop kwam de vriend van verdachte naar aangever toe en deze begon aangever tegen zijn benen aan te trappen. Vervolgens kwam verdachte terug met een mes in zijn hand. Hij maakte een stekende beweging in aangevers richting. Verdachte drukte met zijn linker ellenboog op de keel van aangever. Verdachte riep zijn vriend erbij om hem te komen helpen. De vriend van verdachte kwam erbij, pakte de linkerarm van aangever en trok deze weg. Daardoor sneed het mes in aangevers wijsvinger. De vriend van verdachte trok nogmaals aangevers arm weg, daardoor had aangever de arm van verdachte niet meer vast. Verdachte maakte opnieuw een stekende beweging richting het hoofd van aangever. Hij miste en raakte hij de bank. Opnieuw maakte verdachte een stekende beweging naar het hoofd van aangever waardoor hij wel geraakt werd. Verdachte gaf aangever een klap op zijn achterhoofd.11

Verdachte heeft verklaard dat hij een woordenwisseling kreeg met aangever. Hij gaf aangever een knietje en hij pakte een mes. Met dat mes heeft verdachte in de bank gestoken om te laten zien hoe boos hij was. Ook bedreigde verdachte aangever met het mes. Verdachte liet aangever los toen hij bloed zag.12

Bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij een jongen bij zich had, Jacobus. Jacobus ging mee naar de woning van verdachte en aangever. Jacobus heeft zich op enig moment bemoeid met de schermutseling.13

De rechtbank overweegt dat de aangifte ondersteund wordt door het geconstateerde letsel. Ook bekent verdachte een deel van de handelingen, zij het dat hij dit in een ander perspectief plaatst. Uit de aangifte blijkt dat de derde persoon (Jacobus) een aanzienlijke bijdrage heeft geleverd aan het feit. Zo trapte hij aangever, kwam hij helpen toen verdachte daarom vroeg en trok hij de arm van aangever weg zodat aangever een snijwond aan zijn vinger opliep. Gelet op vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het feit tezamen en in vereniging met een ander heeft gepleegd.

Ten aanzien van de vraag of dit een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel oplevert, overweegt de rechtbank als volgt.

Door deze geweldsexplosie waarbij verdachte met een mes stekende bewegingen richting het hoofd van aangever heeft gemaakt, bestaat naar algemene ervaringsregels een aanmerkelijke kans dat er bij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel ontstaat. Gelet hierop acht de rechtbank het primaire feit wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 tenlastegelegde feit gelet op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft opgemerkt dat de aangever niet consistent is in zijn verklaring. De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor dit feit.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen niet volgt dat verdachte en zijn medeverdachte geweld hebben toegepast op aangever met het oogmerk om hem een geldsom te laten betalen. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van het onder 3 tenlastegelegde feit.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 28 april 2015 te Arnhem

[slachtoffer] heeft mishandeld door deze

- met kracht tegen een muur te duwen en/of

- (terwijl die [slachtoffer] overeind probeerde te komen) meermalen, althans

eenmaal (met kracht) in diens gezicht en/of op/tegen diens hoofd te slaan

en/of te stompen en/of

- met kracht tegen een fornuis te duwen en/of op/tegen diens hoofd te slaan

en/of te stompen en/of te duwen en/of

- meermalen, althans een maal met kracht in diens rug(streek) en/of op/tegen

diens (boven)been te schoppen en/of

- met kracht in diens gezicht te slaan en/of

- (terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) meermalen, althans eenmaal (met

kracht) op/tegen diens hoofd te schoppen en/of te trappen en/of

- meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen diens arm te schoppen en/of te

trappen en/of

- meermalen, althans eenmaal met kracht tegen diens schouder te schoppen

en/of te trappen;

terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken arm, althans

enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad.

2 primair.

hij op of omstreeks 31 mei 2015 te Arnhem

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

aan [slachtoffer]

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

- meermalen, althans eenmaal die [slachtoffer] met kracht in diens gezicht

en/of op/tegen diens hoofd heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

- (terwijl die [slachtoffer] op een bed lag) deze meermalen, althans eenmaal met

kracht op/tegen diens (achter)hoofd heeft/hebben geslagen en/of

gestompt en/of een of meer zogenaamde kniesto(o)t(en) op/tegen diens lichaam

heeft/hebben gegeven en/of

- meermalen, althans eenmaal die [slachtoffer] tegen diens be(e)n(en)

heeft/hebben getrapt en/of geschopt en/of

- meermalen, althans eenmaal met een mes, althans met een scherp voorwerp

(een) stekende beweging(en) heeft/hebben gemaakt in de richting van die

[slachtoffer] en/of

- (met de elleboog) de keel van die [slachtoffer] heeft/hebben dichtgedrukt

en/of

- (opnieuw) meermalen, althans eenmaal met dat/een mes, althans met dat/een

scherp(e) voorwerp (een) stekende beweging(en) heeft/hebben gemaakt in de

richting van die [slachtoffer] en/of

- met dat mes/voorwerp die [slachtoffer] in diens hoofd heeft/hebben gestoken

en/of gesneden en/of met dat mes/voorwerp in de richting van diens hoofd

heeft/hebben gedrukt en/of

- die [slachtoffer] met kracht op/tegen diens (achter)hoofd heeft/hebben

geslagen en/of gestompt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

‘mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft’

Ten aanzien van feit 2 primair:

medeplegen van ‘poging tot zware mishandeling’

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

De verdediging heeft een beroep gedaan op noodweer met betrekking tot het tweede feit. Verdachte voelde zich bedreigd door aangever. Deze kwam op hem af en probeerde hem te slaan met zijn arm die in het gips zat. Hij reageerde daarop door in een gemoedsopwelling een mes te pakken om verdachte af te schrikken.
De rechtbank overweegt dat niet aannemelijk is gemaakt dat er sprake zou zijn van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van verdachte door aangever. Het is zeer onwaarschijnlijk dat aangever zou hebben geprobeerd verdachte te slaan met zijn gebroken arm (die hij een paar dagen daarvoor had opgelopen bij het eerste feit) in het gips, zodat het verweer wordt verworpen.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1, 2 primair en onder 3 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en een klinische behandeling bij Ipse de Bruggen of soortgelijke intramurale zorg en met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 4 augustus 2015;

- een reclasseringsadvies (beknopt), opgemaakt op 1 juni 2015;

- de reclasseringsadviezen (beknopt), opgemaakt op 16 juni 2015 en 20 augustus 2015;

- een pro justitia rapportage, opgemaakt op 2 september 2015 door drs. [deskundige 1] , klinisch psycholoog/psychotherapeut;

- een aanvullend reclasseringsadvies (beknopt zonder diagnose), opgemaakt op 21 september 2015.

Verdachte heeft binnen een aanzienlijk korte periode een mishandeling met als gevolg zwaar lichamelijk letsel en een poging tot zware mishandeling gepleegd. Het slachtoffer van beide feiten was dezelfde persoon. Beide feiten vonden plaats in de woning waar verdachte en aangever een kamer huurden. Dit zijn ernstige feiten en de rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Het betreffen forse geweldsfeiten die erg veel impact op het slachtoffer hebben gehad. Het slachtoffer was bang en ervaart wellicht nog altijd een gevoel van onveiligheid in zijn eigen woning.

In dat licht bezien, is naar het oordeel van de rechtbank een aanzienlijke gevangenisstraf, waarvan een deel voorwaardelijk, passend en geboden. Hoewel de rechtbank minder bewezen verklaart dan de officier van justitie, is zij van oordeel dat een straf zoals geëist recht doet aan de ernst van de bewezenverklaarde feiten, omdat de zwaarte van die feiten met name zit in het hevige geweld dat verdachte heeft toegepast. De rechtbank zal aan het voorwaardelijk strafdeel een proeftijd van drie jaren verbinden en voorts de voorwaarden zoals voorgesteld door de reclassering koppelen.

Verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan een misdrijf dat is gericht tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van [slachtoffer] . Gelet op de bewezen verklaarde feiten, de geweldsexplosies die bij verdachte ontstaan én het feit dat verdachte documentatie heeft op onder meer het gebied van geweld, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. De rechtbank overweegt dat zij het derhalve belangrijk vindt dat de maatschappij direct wordt beschermd.

Daarom zal zij bevelen dat de hierna op grond van art. 14c Sr te stellen voorwaarden en het op grond van art. 14d Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn. Verdachte kan na ommekomst van zijn detentie direct worden opgenomen en behandeld en de reclassering kan direct starten met het uitoefenen van toezicht.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 4.200,-- bestaande uit € 1.500,-- aan immateriële schade en € 2.700,-- aan materiele schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe te wijzen tot het bedrag van € 750,--, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 dagen hechtenis. Dit bedrag ziet op de immateriële schade. Voor het overige van de immateriële schade en het gehele bedrag dat ziet op de materiële schade heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de vordering niet is te herleiden tot de bewezenverklaarde feiten. Het bedrag dat ziet op de materiële schade moet worden afgewezen. Het bedrag dat ziet op de immateriële schade moet niet-ontvankelijk worden verklaard.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot het gevorderde bedrag ter vergoeding van de geleden materiële schade, vast komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De benadeelde partij heeft 10 weken niet kunnen werken. Gebleken is dat de benadeelde partij een vast bedrag ontvangt per maand voor zijn werkzaamheden, namelijk (netto) € 606,20. Op grond hiervan kan het door benadeelde partij geleden verlies van verdienvermogen als volgt worden berekend:

  • -

    € 1.818,60 = inkomsten per 3 maanden (3 x € 606,20)

  • -

    3 maanden = 13 weken

  • -

    € 139,89 = inkomsten per week (€ 1.818,60 / 13)

  • -

    € 1.398,90 = geleden verlies van verdienvermogen (€ 139,89 x 10)

De vordering zal, voor wat betreft de gevorderde materiële schade, tot een bedrag van € 1.398,90 worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van 2 juni 2015. Deze datum ligt halverwege de periode waarin deze schade is geleden.


Met betrekking tot het gevorderde bedrag in verband met geleden immateriële schade overweegt de rechtbank dat vast is komen te staan dat het slachtoffer door het bewezenverklaarde feit schade heeft opgelopen die niet uit vermogensschade bestaat. De rechtbank oordeelt dat een geldelijke compensatie hiervoor billijk en op de wet gegrond is. De rechtbank overweegt dat het zeer ernstige en bedreigende feiten betreffen welke fors letsel hebben veroorzaakt en welke zijn gepleegd in de woonomgeving van benadeelde partij, waar hij zich veilig zou moeten kunnen voelen. Gelet hierop en op de bedragen aan smartengeld die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te wijzen, acht de rechtbank een smartengeld van € 1.200,- billijk en toewijsbaar. De gevorderde wettelijke rente over het smartengeld is toewijsbaar vanaf 28 april 2015.

Met betrekking tot het overige verlies van verdienvermogen en het meer gevorderde aan smartengeld overweegt de rechtbank dat op grond van wat thans bekend is niet vast staat dat ook deze schade rechtstreeks is toegebracht door het bewezenverklaarde feit. Er zou instructie nodig zijn om tot verdere vaststellingen daarover te komen, hetgeen een onevenredige belasting van het strafproces zou opleveren. De benadeelde partij zal daarom in het meer gevorderde niet-ontvankelijk worden verklaard en daarover een procedure bij de civiele rechter aanhangig kunnen maken.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente daarover, ten behoeve van genoemde benadeelde partij. Bij de vaststelling van de vervangende hechtenis zal de wettelijke rente buiten beschouwing worden gelaten.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 14a, 14b, 14c, 14d, 14e, 24c, 36f, 45, 47, 57, 300 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het onder 3 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde feit;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 8 (acht) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich na ommekomst van zijn detentie en de hieronder te noemen klinische opname zal melden bij GGZ Reclassering [locatie] en zich gedurende de proeftijd zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

- aansluitend aan zijn detentie gedurende maximaal 12 maanden van de proeftijd, of zoveel korter als zijn behandelaars in overleg met de reclassering nodig achten, zal laten opnemen in forensische kliniek Ipse de Bruggen, althans een soortgelijke intramurale instelling, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die de veroordeelde in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven;

- geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht);

- beveelt dat de op grond van artikel 14c gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .

 Veroordeelt verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], van een bedrag van € 2.598,90 (zegge: tweeduizendvijfhonderdachtennegentig euro en negentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 1.389,90 vanaf 2 juni 2015 en over een bedrag van € 1.200,-- vanaf 28 april 2015, steeds tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 2.598,90 (zegge: tweeduizendvijfhonderdachtennegentig euro en negentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 1.389,90 vanaf 2 juni 2015 en over een bedrag van € 1.200,-- vanaf 28 april 2015, steeds tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 35 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.G. Eskes (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. C.M.E. Lagarde, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.L. Miedema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 november 2015.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost Nederland, district Gelderland Midden, opgemaakte proces-verbaal, registratienummer BHV: 2015261569, gesloten op 13 juli 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Een proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer] , p. 60, 2e alinea; de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 26 oktober 2015.

3 Een letselverklaring van forensisch arts mr. drs. [deskundige 2] , d.d. 30 juni 2015, p. 68.

4 Een proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer] , p. 60 en 61, 1e en 2e alinea.

5 Een proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer] , p. 61, 3e alinea.

6 De verklaring van getuige [getuige] , d.d. 3 juni 2015.

7 Een letselverklaring van forensisch arts mr. drs. [deskundige 2] , d.d. 30 juni 2015. p. 71 2e alinea.

8 Een letselverklaring van forensisch arts mr. drs. [deskundige 2] , d.d. 30 juni 2015, p. 68.

9 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 12 oktober 2015.

10 Een letselverklaring van forensisch arts mr. drs. [deskundige 2] , d.d. 30 juni 2015. p. 69-70.

11 Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 45-46.

12 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 12 oktober 2015.

13 Een proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte, p. 126.