Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:6928

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
10-11-2015
Datum publicatie
10-11-2015
Zaaknummer
05/740249-15
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2016:10361, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaar met bijzondere voorwaarden, voor het plegen van ontuchtige handelingen die onder meer hebben bestaan uit het seksueel binnendringen bij zijn stief-kleindochter en de bedreiging met de dood van deze stief-kleindochter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/740249-15

Datum uitspraak : 10 november 2015

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] 1954 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [woonplaats] ,

thans gedetineerd te [verblijfplaats] .


Raadsvrouw: mr. S. Striekwold, advocaat te Nijmegen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 oktober 2015.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

Hij op meerdere tijdstippen althans op enig tijdstip in of omstreeks de

periode van 1 december 2014 tot en met 25 maart 2015 te Wijchen, althans in

Nederland, (telkens) door geweld en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid en/of

bedreiging net geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] , (geboren op

[geboortedatum 2] ) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede)

bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer]

, te weten het betasten van het lichaam en/of de borsten van die [slachtoffer]

en/of het geven van een (tong)zoen op de mond en/of het steken van een of meer

van verdachtes vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] , welk geweld en/of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld

en/of andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte

opzettelijk van die [slachtoffer] de broek naar beneden heeft gedaan en/of

haar heeft vastgepakt en/of heeft toegevoegd dat ze stil moest blijven liggen

en/of [slachtoffer] heeft gezegd/toegevoegd dat ze er niets over mocht vertellen

anders zou hij oma dood maken en/of voorbij is gegaan aan de verbale en/of

non-verbale tekenen/opmerkingen van [slachtoffer] dat zij dit niet wilde en/of

misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht;

2.

Hij op meerdere tijdstippen althans op enig tijdstip in of omstreeks de

periode van 1 december 2014 tot en met 25 maart 2015 te Wijchen, althans in

Nederland, (telkens), buiten ontuchtige handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel

binnendringen van het lichaam, te weten het betasten van het lichaam en/of de

borsten en/of het geven van een (tong)zoen op de mond en/of het steken van

een of meer van verdachtes vinger(s) in de vagina, heeft gepleegd met [slachtoffer]

, geboren [geboortedatum 2] , die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog

niet die van zestien jaren had bereikt;

3.

Hij op meerdere tijdstippen althans op enig tijdstip in of omstreeks de

periode van 1 december 2014 tot en met 25 maart 2015 te Wijchen, althans in

Nederland, (telkens), ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of

waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2]

, hierin bestaande dat hij het lichaam en/of de borsten van die [slachtoffer] heeft betast en/of die [slachtoffer] een

(tong)zoen op de mond heeft gegeven en/of een of meer van verdachtes vinger(s)

in de vagina van die [slachtoffer] heeft gestoken;

4.

hij op of omstreeks 15 april 2015 te Ede, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk dreigend

- die [slachtoffer] opgezocht en/of benaderd en/of

- die [slachtoffer] een brief gegeven en/of

- die [slachtoffer] toegevoegd dat zij die brief, onder andere inhoudende "Of je schrijft een brief waarin je alles verteld dat je alles gelogen hebt en [verdachte] jou nooit met een vinger heeft aangeraakt, jij zelf via het AMK het huis uit wilde en [verdachte] en [naam 1] uit elkaar wilde hebben en daarom al die leugens verzon" en/of "Als je binnen 1 week niet aan deze eisen voldoet dan is het voorbij met jou leven, want dan krijg je een 22 milimeter kogel door je botte hersens, meer ben jij niet waard naar wat jij allemaal veroorzaakt hebt en let op wanneer jij of je ouders de politie inschakelen dan hoef jij niet meer te wachten dan is het met jou gelijk gebeurd" moest lezen en/of

- die [slachtoffer] toegevoegd: "Kijk, hier heb ik een pistool en die kan je door je hoofd krijgen als je zo doorgaat" en/of "Ik kom de volgende keer terug" althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- een mes althans een dergelijk voorwerp, aan/tussen de broekriem/band laten zien aan die [slachtoffer] .

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat feit 2, 3 en 4 wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. De officier van justitie heeft daarnaast gesteld dat de verdachte van feit 1 dient te worden vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat de verdachte van feit 1, 2 en 3 dient te worden vrijgesproken. De raadsvrouw heeft hiertoe – kort gezegd – naar voren gebracht dat de verklaringen van het slachtoffer onbetrouwbaar zijn en niet mogen dienen tot het bewijs.

De verdediging heeft daarnaast gesteld dat feit 4 wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

De rechtbank is, met de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat feit 1 onvoldoende wettig en overtuigend kan worden bewezen en spreekt de verdachte daar dan ook van vrij.

Ten aanzien van feit 2 en 3

Door de vader van [slachtoffer] is aangifte gedaan van seksueel misbruik van zijn dochter door haar stief-opa. Het seksueel misbruik was boven tafel gekomen door chatgesprekken die [slachtoffer] met verdachte had gevoerd en waren gevonden door haar moeder. Deze chatgesprekken waren seksueel van aard. [slachtoffer] is hiermee geconfronteerd en heeft toen verteld dat de verdachte aan haar heeft gezeten en bij haar naar binnen is geweest met zijn vingers.2

De facebookconversaties zijn overgelegd aan de politie. Hierin staat dat de verdachte aan [slachtoffer] vraagt: “slaap je nog naakt sletje”, en dat hij zegt naar [slachtoffer] te verlangen.3

Naar aanleiding van de aangifte is [slachtoffer] op 23 april 2015 gehoord door de zedenrecherche en daar verklaart zij dat de verdachte meerdere malen met zijn vingers in haar vagina is geweest. De eerste keer heeft haar veel pijn heeft gedaan en daarbij heeft zij ook hevig gebloed. De verdachte heeft ook haar lichaam betast en haar borsten vastgepakt en daarin geknepen. Dit gebeurde telkens wanneer zij bleef slapen bij haar oma en verdachte in Wijchen, van 9 tot en met 11 januari 2015 en van 6 tot en met 8 februari 2015. Het met de vingers binnendringen in haar vagina is ook eenmalig gebeurd bij de verdachte in de auto volgens [slachtoffer] . Dit is ook in Wijchen geweest.4

Op twee in beslag genomen laptops zijn skypeconversaties (chats) gevonden tussen de verdachte en [slachtoffer] . Deze skypegesprekken zijn veelal seksueel getint. Enerzijds bevatten deze conversaties passages over wat de verdachte wenst te doen op seksueel vlak met [slachtoffer] in de toekomst. Anderzijds bevatten deze conversaties passages over seksuele handelingen die in het verleden lijken te zijn gebeurd. De verdachte zegt daarin het volgende tegen [slachtoffer] :

- “ de eerste keer toen in de lift greep ik je vast en begon jou te zoenen, je tongde heel perfect dus dat heb je vaker gedaan (…)”;

- “… oke toch niet sinds die eerste keer hier op de wc toen ik je vingerde (…)”5;

- 10-02-2015 (…): “ nou vrijdag in de auto was het toch ook fijn of niet”;

- 10-02-2015 (…): “ en vrijdag op zaterdag nacht op de bank hoe vond je dat”;

- 10-02-2015 (…): “ want als ik je vrijdag nacht niet zo vaak gevingerd had was jou kutje niet zo geiriteerd geweest en ik denk dat ik je dan zaterdag zonder pijn had kunnen neuken, en jij liet het wel toe (…)”6.

Uit de laatste drie passages volgt dat de verdachte dit op 10 februari 2015 tegen [slachtoffer] heeft gezegd en spreekt van vrijdag en vrijdag- op zaterdagnacht. De vrijdag voor 10 februari 2015 was 8 februari 2015 en dat is ook de dag en nacht waar [slachtoffer] over spreekt in haar verklaring.

Op 13 mei 2015 is [slachtoffer] opnieuw gehoord door de zedenrecherche. Zij is geconfronteerd met de skypeconversaties die zij heeft gevoerd met de verdachte. Zij verklaart daarover dat de verdachte haar heeft getongzoend en haar heeft gevingerd.7

De verdachte is bij de politie en ter terechtzitting geconfronteerd met de skype- en facebookgesprekken die zouden zijn gevoerd met [slachtoffer] . De verdachte heeft zowel bij de politie als ter terechtzitting erkend dat hij deze gesprekken heeft gevoerd met [slachtoffer] . Hij heeft ontkend dat het gebeurtenissen betreffen die echt zijn voorgevallen en heeft verklaard dat het puur om fantasieën ging en dat het spreken daarover een spel tussen hem en [slachtoffer] betrof.8

De rechtbank overweegt als volgt.

De rechtbank acht de verklaring van de verdachte hierover ongeloofwaardig. In de chats zijn twee verschillende situaties besproken tussen de verdachte en [slachtoffer] . In de eerste plaats gaat het om fantasieën die in toekomstperspectief worden besproken. Hiervan heeft [slachtoffer] in haar verklaring aangegeven dat ze ook niet zijn gebeurd en dat dit enkel opwindende praat betrof voor de verdachte. Hiernaast wordt ook duidelijk teruggegrepen op gebeurtenissen die in het verleden zouden zijn gebeurd. Het betreft hier precies de gebeurtenissen waarvan [slachtoffer] aangeeft dat ze wel zijn gebeurd, zoals de tongzoen en het vingeren.

De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaringen van slachtoffer [slachtoffer] onbetrouwbaar zijn omdat deze inconsistenties en onwaarheden zouden bevatten.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.
Dat [slachtoffer] op onderdelen niet de waarheid heeft verklaard neemt naar het oordeel van de rechtbank niet weg dat zij over de tongzoen, het vastpakken van de borsten en het vingeren consistent en gedetailleerd heeft verklaard. Dit maakt volgens de rechtbank dat de verklaringen van [slachtoffer] in de essentie voldoende betrouwbaar zijn. De rechtbank verwerpt hiermee het verweer van de verdediging en zal de verklaringen van [slachtoffer] derhalve niet uitsluiten voor het bewijs.

De rechtbank vindt voorts voldoende ondersteuning voor [slachtoffer] verklaringen in de chatgesprekken die de verdachte met haar heeft gevoerd. In deze gesprekken wordt duidelijk teruggegrepen op de gebeurtenissen waarover [slachtoffer] heeft verklaard bij de zedenrecherche. De rechtbank is dus van oordeel dat op grond van [slachtoffer] verklaringen en deze chatgesprekken wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte ontuchtige handelingen heeft gepleegd bij [slachtoffer] , onder andere bestaande uit het seksueel binnendringen bij haar door haar te vingeren, zoals ten laste is gelegd onder 2. Dit feitencomplex levert eveneens het strafbare feit zoals ten laste is gelegd onder 3. op, te weten het plegen van ontucht met zijn stief-kleindochter.

De verdediging heeft ingeval van het betrouwbaar achten van de verklaringen van [slachtoffer] door de rechtbank voorwaardelijk verzocht om haar opnieuw te horen. De rechtbank wijst dit verzoek af omdat zij zich voldoende voorgelicht vindt en het niet noodzakelijk is om [slachtoffer] nader te horen.

Ten aanzien van feit 4

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 26-27;

- de brief die is aangetroffen op de desktop van de verdachte, p. 51;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 oktober 2015.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

2.

Hij op meerdere tijdstippen althans op enig tijdstip in of omstreeks de

periode van 1 december 2014 tot en met 25 maart 2015 te Wijchen, althans in

Nederland, (telkens), buiten echt ontuchtige handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel

binnendringen van het lichaam, te weten het betasten van het lichaam en/of de

borsten en/of het geven van een (tong)zoen op de mond en/of het steken van

een of meer van verdachtes vinger(s) in de vagina, heeft gepleegd met [slachtoffer]

, geboren [geboortedatum 2] , die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog

niet die van zestien jaren had bereikt;

3.

Hij op meerdere tijdstippen althans op enig tijdstip in of omstreeks de

periode van 1 december 2014 tot en met 25 maart 2015 te Wijchen, althans in

Nederland, (telkens), ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of

waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2]

, hierin bestaande dat hij het lichaam en/of de borsten van die [slachtoffer] heeft betast en/of die [slachtoffer] een

(tong)zoen op de mond heeft gegeven en/of een of meer van verdachtes vinger(s)

in de vagina van die [slachtoffer] heeft gestoken;

4.

hij op of omstreeks 15 april 2015 te Ede, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk dreigend

- die [slachtoffer] opgezocht en/of benaderd en/of

- die [slachtoffer] een brief gegeven en/of

- die [slachtoffer] toegevoegd dat zij die brief, onder andere inhoudende "Of je schrijft een brief waarin je alles verteld dat je alles gelogen hebt en [verdachte] jou nooit met een vinger heeft aangeraakt, jij zelf via het AMK het huis uit wilde en [verdachte] en [naam 1] uit elkaar wilde hebben en daarom al die leugens verzon" en/of "Als je binnen 1 week niet aan deze eisen voldoet dan is het voorbij met jou leven, want dan krijg je een 22 millimeter kogel door je botte hersens, meer ben jij niet waard naar wat jij allemaal veroorzaakt hebt en let op wanneer jij of je ouders de politie inschakelen dan hoef jij niet meer te wachten dan is het met jou gelijk gebeurd" moest lezen en/of

- die [slachtoffer] toegevoegd: "Kijk, hier heb ik een pistool en die kan je door je hoofd krijgen als je zo doorgaat" en/of "Ik kom de volgende keer terug" althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- een mes althans een dergelijk voorwerp, aan/tussen de broekriem/band laten zien aan die [slachtoffer] ;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 2:

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam

Ten aanzien van feit 3:

Ontucht plegen met zijn minderjarig stiefkleinkind

Ten aanzien van feit 4:

Medeplegen van bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte voor de feiten 2, 3 en 4 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een contactverbod met het slachtoffer, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van eventuele strafoplegging.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 7 oktober 2015;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 18 augustus 2015;

- een multidisciplinair rapport van drs. M.G.J. Nijhuis-Quanjel, psycholoog, gedateerd 30 juli 2015 en van dr. A.G.M. Busstra, psychiater, gedateerd 31 juli 2015.

De verdachte heeft zich ten eerste schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen bij zijn stief-kleindochter [slachtoffer] , die er onder andere in hebben bestaan dat hij seksueel bij haar binnen is gedrongen. Daarbij heeft de verdachte [slachtoffer] via chats lastig gevallen door zijn vergaande seksuele fantasieën op grove wijze met haar te delen. De seksuele handelingen die daadwerkelijk zijn verricht, gebeurden terwijl [slachtoffer] bij de verdachte en haar oma logeerde. Dit had een plek moeten zijn die haar veiligheid en zorg zou bieden. De verdachte was hier verantwoordelijk voor, maar heeft met zijn handelen haar lichamelijke en geestelijke integriteit ernstig geschonden, zoals ook blijkt uit de slachtofferverklaring. De rechtbank is van oordeel dat dit handelen van de verdachte twee zeer ernstige strafbare feiten oplevert. Mede gelet op het feit dat de verdachte eerder voor een pedoseksueel delict is veroordeeld neemt de rechtbank dit de verdachte dan ook zeer kwalijk.
De verdachte heeft zich daarnaast ook schuldig gemaakt aan het medeplegen van een bedreiging met de dood van [slachtoffer] . De verdachte heeft een kennis op [slachtoffer] afgestuurd en haar een brief met grove en ernstige bedreigingen laten lezen, waarna haar een mes is getoond dat zij heeft aangezien voor een vuurwapen. De angst die [slachtoffer] daarbij heeft gevoeld heeft ernstige gevolgen voor haar veiligheidsgevoel en levert, evenals de twee andere feiten, een ernstige schending op van haar lichamelijke en geestelijke integriteit. Ook dit strafbare feit neemt de rechtbank de verdachte zeer kwalijk.

Uit de multidisciplinaire rapportage volgt dat de verdachte lijdende is aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een kwetsbare afhankelijke en onrijpe persoonlijkheidsstructuur. De delicten zijn volgens de deskundigen niet te verklaren vanuit deze gebrekkige ontwikkeling en zij achten de verdachte derhalve volledig toerekeningsvatbaar.

Daarnaast volgt uit zowel de multidisciplinaire rapportage als de reclasseringsrapportage het advies om aan de verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met een meldplicht en een klinische behandelverplichting.

De rechtbank acht gelet op het voorgaande een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren passend en geboden. Aan deze voorwaardelijke gevangenisstraf koppelt de rechtbank de bijzondere voorwaarden van een meldplicht en een contactverbod met het slachtoffer. De rechtbank legt aan de verdachte niet de bijzondere voorwaarde van een klinische behandelverplichting op omdat dit niet zinvol wordt geacht nu de verdachte hier niet mee instemt en daarvoor het kader ontbreekt. De rechtbank legt ook niet het door de benadeelde partij verzochte locatieverbod aan de verdachte op, nu dit volgens de rechtbank een te gecompliceerde situatie oplevert in de praktijk en een contactverbod het slachtoffer voldoende beschermt.

7a. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de tenlastegelegde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 7.534,70 ten aanzien van feit 1, 2 en 3 en een bedrag van € 2.500,- ten aanzien van feit 4.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe te wijzen tot het bedrag van € 3.734,70, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 47 dagen hechtenis. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair verzocht de vordering voor zover deze ziet op feit 1 tot en met 3 af te wijzen gelet op de verzochte vrijspraak. De raadsvrouw heeft subsidiair verzocht om de immateriële schadeposten die zien op feit 1 tot en met 3 niet-ontvankelijk te verklaren omdat deze onvoldoende zijn onderbouwd. Ten aanzien van de materiële schadeposten die zien op feit 1 tot en met 3 heeft de raadsvrouw subsidiair verzocht om deze af te wijzen.
De raadsvrouw heeft ten aanzien van de vordering tot schadevergoeding die ziet op feit 4 geen standpunt ingenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van de feiten 2, 3 en 4 tot een bedrag van € 3.734,70 schade heeft geleden,. Verdachte is daarvoor naar burgerlijk recht aansprakelijk. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen. Dit bedrag bestaat uit € 2.500,- aan immateriële schade voor de bewezenverklaarde feiten 2 en 3 en voor een bedrag van € 1.000,- aan immateriële schade voor het bewezenverklaarde feit 4. De rechtbank acht een toewijzing tot deze bedragen redelijk en acht de betwisting door de verdediging onvoldoende gemotiveerd. Ten slotte bestaat dit bedrag voor € 234,70 aan materiële schade (reiskosten) horende bij feit 2 en 3, nu deze kosten in direct verband staan met de bewezenverklaarde feiten.

Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 47, 55, 245, 249 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt de verdachte vrij van het onder 1. tenlastegelegde;

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

  • -

    veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden

  • -

    bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op vijf jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich uiterlijk drie dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis telefonisch (telefoonnummer: 024-3222627) zal melden bij de Reclassering Nederland en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] te Ede, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht).

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2, 3 en 4 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], van een bedrag van € 3.734,70 (drieduizend zevenhonderdvierendertig euro en zeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 december 2014 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € € 3.734,70 (drieduizend zevenhonderdvierendertig euro en zeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 december 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 47 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.P.M. Kester-Bik (voorzitter), mr. C. van Linschoten en mr. G.J.M. van Wijk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Diebels, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 november 2015.

1 Het bewijs is terug te vinden in: - het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] van de politie Oost Nederland, district Dienst Nationale Recherche, afdeling Thematische Opsporing opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2015149076, gesloten op 2 juli 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld; - het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2015183175, gesloten op 7 mei 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld, en - de verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 27 oktober 2015.

2 proces-verbaal van aangifte door [naam 2] namens [slachtoffer] , d.d. 7 april 2015, p. 92-96.

3 Facebookconversatie tussen de verdachte en [slachtoffer] , p. 108 en 111.

4 verslag verbatim studioverhoor met getuige [slachtoffer] op 23 april 2015, p. 128-166.

5 proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 mei 2015, p. 277-279.

6 proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 mei 2015, p. 288-289.

7 verslag verbatim studioverhoor met getuige [slachtoffer] op 13 mei 2015, p. 188 en 191.

8 de verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 27 oktober 2015.