Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:6878

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
14-10-2015
Datum publicatie
06-11-2015
Zaaknummer
272978
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank heropent comparitie, omdat twee van de drie gedaagden niet ter comparitie waren verschenen nadat hun advocaat de rechtbank had bericht zich ter comparitie te onttrekken en omdat niet kan worden uitgesloten dat hun niet-verschijning op een te billijken misverstand berust. Bovendien lopen er twee vrijwaringsprocedures tussen onder meer de gedaagden in de onderhavige procedure. De (nadere) comparitie zal in beginsel tegelijkertijd worden gehouden met de comparitie in die vrijwaringszaken. Zie ook ECLI:NL:RBGEL:2015:6877

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/272978 / HA ZA 14-612

Vonnis van 14 oktober 2015

in de zaak van

de coöperatie

COÖPERATIEVE RABOBANK NOORD- EN OOST-ACHTERHOEK UA,

gevestigd te Groenlo,

eiseres,

advocaat mr. D.J. Kramer te Doesburg,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTERCOSMETIC B.V.,

gevestigd te Heteren, gemeente Overbetuwe,

gedaagde,

advocaat mr. P.J.A. Plattel te Arnhem,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

D.A. BANGMA BEHEER B.V.,

gevestigd te Heelsum, gemeente Renkum,

gedaagde,

advocaat mr. P.J.A. Plattel te Arnhem,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WMZ PARTICIPATIONS B.V.,

gevestigd te Sassenheim, gemeente Teylingen,

advocaat mr. P.J. de Groen te Sassenheim, gemeente Teylingen.

De partijen zullen enerzijds Rabobank en anderzijds Intercosmetic, Bangma Beheer en WMZ worden genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis van 17 juni 2015 waarbij een comparitie van partijen is bevolen

- het proces-verbaal van comparitie van 3 september 2015.

2 De overwegingen

2.1.

Bij voormeld vonnis is een comparitie bevolen en die comparitie is gehouden. Rabobank en WMZ zijn daarbij verschenen en deze partijen hebben verklaringen afgelegd.

2.2.

Intercosmetic en Bangma Beheer zijn niet verschenen op de comparitie. Hun advocaat, mr. J.J. Schelling te Rotterdam, had na het comparitievonnis een B2-formulier ingediend, waarmee hij aankondigde dat hij zich per roldatum van 3 september 2015, zijnde de datum van de comparitie, aan de zaak onttrok, zulks onder vermelding dat zijn cliënten daarover waren geïnformeerd. Intercosmetic en Bangma Beheer hadden zelf kunnen verschijnen, maar hebben dat niet gedaan. In het bijzonder zijn zij niet verschenen om aanhouding van de zaak te vragen en/of verwijzing naar de rol voor het doen stellen van een nieuwe advocaat.

2.3.

Nadat Rabobank en WMZ hun verklaringen hadden afgelegd en de vragen van de rechter hadden beantwoord, is de comparitie gesloten en de zaak naar de rol verwezen voor vonnis.

2.4.

Daarna heeft mr. Plattel voornoemd op 15 september 2015 een B2-formulier ingediend, waarmee hij aankondigde dat hij zich op de rol van 14 oktober 2015, zijnde de roldatum van het vonnis, zou stellen voor Intercosmetic en Bangma Beheer. Tevens is binnengekomen een e-mailbericht van 17 september 2015 van de heer Bangma namens Intercosmetic en Bangma Beheer. Bangma schrijft dat vanuit het kantoor van mr. Plattel naar de griffie is gebeld om te informeren naar de comparitie op 3 september 2015 en dat de griffie zou hebben aangegeven dat dit niet bekend was, waaruit Bangma de conclusie trok dat de zaak dan wel zou worden uitgesteld.

2.5.

Wat precies door de griffie is gezegd tegen het kantoor van mr. Plattel, en wanneer dit gesprek heeft plaats gehad, is de rechter die dit vonnis wijst niet bekend. De conclusie die Bangma Beheer en Intercosmetic hebben getrokken is in elk geval onjuist. De comparitie is niet uitgesteld. Daar is ook niet om gevraagd. Het is de rechter verder bekend dat Bangma zelf ook heeft gebeld met de griffie, nog vóór de comparitie, en dat tegen hem uitdrukkelijk is gezegd dat de comparitie gewoon door zou gaan en dat hij daar zelf namens Intercosmetic en Bangma Beheer een verklaring kon afleggen.

2.6.

De zaak is nu in staat van wijzen, maar de rechtbank zal desondanks de comparitie heropenen. Dit doet de rechtbank omdat niet kan worden uitgesloten dat de niet-verschijning van Intercosmetic en Bangma Beheer op een te billijken misverstand berust, terwijl voorts in beschouwing wordt genomen dat er twee vrijwaringsprocedures lopen (283247/15-275 en 283364/15-278) van respectievelijk WMZ tegen Intercosmetic, Bangma Beheer, Privasco en Zilrenta en van Intercosmetic en Bangma Beheer tegen Privasco, Zilrenta, Donker en Henselijn, welke twee zaken bij vonnissen van heden met elkaar worden gevoegd en waarin voorts een comparitie van partijen wordt bevolen. Het komt de rechtbank dienstig voor om in alle drie, met elkaar nauw samenhangende, zaken tegelijkertijd (nogmaals) te compareren. Dat was van meet af aan de bedoeling van de rechter, maar is de vorige keer niet gelukt omdat vertraging was opgetreden in de vrijwaringzaken vanwege de voegingsincidenten en/of de onttrekking door de voormalige advocaat van Intercosmetic en Bangma Beheer. De rechtbank zal in een later stadium beslissen welke consequenties het opnieuw moeten verschijnen van Rabobank en WMZ heeft voor de proceskostenveroordeling.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

beveelt opnieuw een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. N.W. Huijgen in het Paleis van Justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2 - 4 op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

3.2.

bepaalt dat de partijen dan vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,

3.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 28 oktober 2015 voor het opgeven van verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op de donderdagen in de maanden november 2015 tot en met januari 2016, waarna dag en uur van de comparitie zullen worden bepaald, waarbij deze comparitie in beginsel tegelijkertijd zal worden gehouden met de comparitie in de vrijwaringzaken C/05/283247 / HA ZA 15-275 en C/05/283364 / HA ZA 15-278) respectievelijk van WMZ tegen Intercosmetic, Bangma Beheer, Privasco en Zilrenta en van Intercosmetic en Bangma Beheer tegen Privasco, Zilrenta, Donker en Henselijn,

3.4.

bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de comparitie zelfstandig zal bepalen,

3.5.

bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de comparitie dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,

3.6.

wijst partijen erop dat voor de zitting drie uur zal worden uitgetrokken,

3.7.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2015.

[interne instructie]

[interne instructie]

[interne instructie]