Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:6877

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
14-10-2015
Datum publicatie
06-11-2015
Zaaknummer
283364
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voegingsincident. Zie ook ECLI:NL:RBGEL:2015:6878

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/283364 / HA ZA 15-278

Vonnis in voegingsincident van 14 oktober 2015

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTERCOSMETIC B.V.,

gevestigd te Heteren, gemeente Overbetuwe,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

D.A. BANGMA BEHEER B.V.,

gevestigd te Heteren, gemeente Overbetuwe,

eiseressen in de hoofdzaak (zijnde een vrijwaringsprocedure),

verweersters in het incident tot voeging,

advocaat mr. P.J.A. Plattel te Arnhem,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PRIVASCO B.V.,

gevestigd te Gennep,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ZILRENTA B.V.,

gevestigd te Naarden,

3. [gedaagde],

wonende te Heelsum, gemeente Renkum,

4. [gedaagde 2],

wonende te Blaricum,

gedaagden in de hoofdzaak (zijnde een vrijwaringsprocedure),

eisers in het incident tot voeging,

advocaat mr. J.E.M. Oude Kempers te Arnhem.

Partijen zullen hierna enerzijds Intercosmetic en Bangma Beheer en anderzijds Privasco, Zilrenta, [gedaagde] en [gedaagde 2] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in vrijwaring

  • -

    de akte overleggen producties van Intercosmetic en Bangma Beheer

  • -

    de incidentele conclusie tot voeging van zaken, tevens conclusie van antwoord in vrijwaring

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De beoordeling in het incident

2.1.

Bij deze rechtbank is een procedure aanhangig met het zaaknummer/rolnummer C/05/272978 / HA ZA 14-612 tussen enerzijds Coöperatieve Rabobank Noord- en Oost-Achterhoek U.A. (hierna: Rabobank) en anderzijds Intercosmetic, Bangma Beheer en WMZ Participations B.V. (hierna: WMZ).

2.2.

Bij incidenteel vonnis van 1 april 2015 heeft de rechtbank in die procedure, kort gezegd, Intercosmetic en Bangma Beheer toegestaan om Privasco, Zilrenta, [gedaagde] en [gedaagde 2] in vrijwaring op te roepen. Dat heeft geleid tot de onderhavige vrijwaringsprocedure.

2.3.

Bij datzelfde incidenteel vonnis heeft de rechtbank WMZ toegestaan om Intercosmetic, Bangma Beheer, Privasco en Zilrenta in vrijwaring op te roepen. Dat heeft geleid tot de vrijwaringsprocedure met zaaknummer/rolnummer C/05/283247 / HA ZA 15-275.

2.4.

In de onderhavige vrijwaringsprocedure vorderen Privasco, Zilrenta, [gedaagde] en [gedaagde 2] dat de zaak wordt gevoegd met de hierboven onder 2.3 genoemde zaak.

2.5.

Intercosmetic en Bangma Beheer refereren zich aan het oordeel van de rechtbank.

2.6.

De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering tot voeging moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.

2.7.

Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3 De beoordeling in de hoofdzaak

3.1.

Omdat Privasco, Zilrenta, [gedaagde] en [gedaagde 2] in de hoofdzaak al hebben geantwoord, zal de rechtbank nu een comparitie van partijen bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.

3.2.

De comparitie zal zo mogelijk plaatsvinden tegelijkertijd met de nog te bevelen comparitie in de zaak met zaaknummer/rolnummer C/05/283247 / HA ZA 15-275 en ook met de heropende comparitie in de hoofdzaak met zaaknummer/rolnummer C/05/272978 / HA ZA 14-612 tussen Rabobank en Intercosmetic, Bangma Beheer en WMZ. Partijen wordt verzocht hiermee bij de opgave van hun verhinderdagen rekening te houden en het ertoe te leiden dat gelijktijdige behandeling plaatsvindt.

3.3.

De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen – ook in het nadeel van die partij – kan maken die zij geraden zal achten.

3.4.

De behandeling van de zaak ter comparitie zal in beginsel de volgende onderwerpen bevatten. De rechtbank zal beginnen met een aantal formaliteiten. Vervolgens zal de rechtbank zo nodig vragen stellen over de feiten en over de standpunten van partijen waarin inzicht moet bestaan om tot een oordeel te kunnen komen.

3.5.

In beginsel wordt ter comparitie aan de raadslieden van partijen de gelegenheid geboden de juridische standpunten van partijen nader toe te lichten. Daarbij mag gebruik worden gemaakt van beknopte spreekaantekeningen. Uitgebreide mondelinge en schriftelijke uiteenzettingen zullen echter niet worden toegestaan.

3.6.

Op de comparitie zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden nagegaan hoe de verdere gang van de procedure moet zijn. Daarbij kan ook de mogelijkheid van een schikking of inschakeling van een mediator aan de orde komen. Partijen moeten erop voorbereid zijn dat de rechtbank een mondeling tussenvonnis kan wijzen. De zitting eindigt met een aantal formaliteiten.

3.7.

Van de verklaringen ter zitting zullen geen ondertekende weergaven in het proces-verbaal worden opgenomen. Naast een verkort proces-verbaal worden de griffiersaantekeningen in het dossier bewaard.

3.8.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4 De beslissing

De rechtbank

in het incident

4.1.

voegt de hoofdzaak met de bij deze rechtbank aanhangige zaak met zaaknummer / rolnummer C/05/283247 / HA ZA 15-275,

4.2.

compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

in de hoofdzaak

4.3.

beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. N.W. Huijgen in het Paleis van Justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4 op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

4.4.

bepaalt dat [gedaagde] en [gedaagde 2] dan in persoon aanwezig moeten zijn en dat Intercosmetic B.V., D.A. Bangma Beheer B.V., Privasco B.V. en Zilrenta B.V. dan moeten zijn vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is hen te vertegenwoordigen,

4.5.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 28 oktober 2015 voor het opgeven van de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op de donderdagen in de maanden november 2015 tot en met januari 2016, waarna dag en uur van de comparitie zullen worden bepaald,

4.6.

bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de comparitie zelfstandig zal bepalen,

4.7.

bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de comparitie dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,

4.8.

wijst partijen erop dat voor de zitting drie uur zal worden uitgetrokken,

4.9.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2015.

Coll.: JCFORMULIER DATUMBEPALING

[interne instructie]

[interne instructie]

[interne instructie]