Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:6874

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
14-10-2015
Datum publicatie
06-11-2015
Zaaknummer
280923
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Franchise in de uitvaartbranche. Non-concurrentiebeding. Geheimhoudingsbeding. Beding met betrekking tot gebruik (handels)naam en beeldmerk. Onrechtmatige daad voormalig franchisenemer door te handelen in strijd met deze bedingen, waarvan zij wist dat haar vennootschappen (partij bij opvolgende franchiseovereenkomst) daaraan waren gebonden. Verwijzing naar schadestaatprocedure. De vennootschappen hebben boetes verbeurd door schending van de bedingen uit de franchiseovereenkomst

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/2138
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/280923 / HA ZA 15-185

Vonnis van 14 oktober 2015

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

YARDEN FRANCHISE B.V.,

gevestigd te Almere,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

YARDEN UITVAARTFACILITEITEN B.V.,

gevestigd te Almere,

eiseressen,

advocaat mr. K. Rutten te Utrecht,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE PASSAGE HOLDING B.V.,

gevestigd te Ede,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE PASSAGE UITVAARTVERZORGING B.V.,

gevestigd te Ede,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE PASSAGE UITVAARTVERZORGING VEENENDAAL B.V.,

gevestigd te Veenendaal,

4. [gedaagde],

wonende te Ede,

gedaagden,

advocaat mr. A.P.J. Blokland te Ede.

Eiseressen zullen hierna Yarden Franchise en Yarden Uitvaartfaciliteiten worden genoemd. Gedaagden zullen hierna worden aangeduid als De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en [gedaagde] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 27 augustus 2015

  • -

    de brief van mr. Blokland van 25 augustus 2015 met producties

  • -

    de akte wijziging/vermeerdering van eis, tevens inbreng producties van Yarden Franchise en Yarden Uitvaartfaciliteiten van 27 augustus 2015

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 27 augustus 2015.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Yarden Franchise is een uitvaartonderneming. Zij verzorgt uitvaarten in heel Nederland, onder andere door middel van samenwerking met franchisenemers die werken onder de door Yarden Franchise ontwikkelde franchiseformule. Yarden Uitvaartfaciliteiten exploiteert crematoria, uitvaartcentra, begraafplaatsen, columbaria en andere gebouwen met de bijbehorende voorzieningen. Zij exploiteert onder meer Crematorium Slingerbos in Ede.

2.2.

[gedaagde] is (middellijk) bestuurder van De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging en De Passage Veenendaal (hierna ook: de Passage-vennootschappen). Volgens uittreksels uit het Handelsregister bestaan de activiteiten van De Passage Uitvaartverzorging en De Passage Veenendaal uit: “Uitvaartverzorging. Het regelen, organiseren en begeleiden van uitvaarten, inclusief de nazorg aan nabestaanden. Tevens verzorging en vervoer van overledenen.”

2.3.

Op 8 mei 2009 is tussen Yarden Franchise en [gedaagde] een franchiseovereenkomst gesloten.

2.4.

Op 16 mei 2013 is, in de plaats van de bovengenoemde overeenkomst tussen Yarden Franchise en [gedaagde] , tussen Yarden Franchise en de Passage-vennootschappen een franchiseovereenkomst tot stand gekomen (hierna: de franchiseovereenkomst). Op basis van deze franchiseovereenkomst hebben De Passage Uitvaartverzorging en De Passage Veenendaal uitvaartdiensten verricht en de franchiseformule uitgeoefend in het in bijlage A van de franchiseovereenkomst genoemde verzorgingsgebied: Scherpenzeel, Renswoude, Overberg, Veenendaal, De Klomp, Ederveen, Ede, Bennekom, Lunteren, Wekerom, Harskamp, Otterlo, Hoenderloo en Deelen (hierna: het verzorgingsgebied). De drie Passage-vennootschappen handelden daarbij mede onder de naam Yarden & [gedaagde] Uitvaartzorg Ede-Veenendaal.

2.5.

De franchiseovereenkomst luidt onder meer als volgt:

(…)

1. Gebruik van de Yarden-formule, intellectuele eigendomsrechten

1.1

Met inachtneming van de voorwaarden en bepalingen, zoals in deze overeenkomst geregeld, verleent franchisegever hierbij aan franchisenemer het niet overdraagbare, ondeelbare, uitsluitende recht van franchise voor de exploitatie van de Yarden-formule om de betrokken dienstverlening op uitvaartgebied aan te bieden en te (doen) verzorgen in het verzorgingsgebied in of vanuit de uitvaartbedrijfsruimte(n) zoals is vastgelegd in Bijlage A en is omschreven in artikel 2.

(…)

2. Verzorgingsgebied

2.1

Franchisenemer zal de Yarden-formule uitsluitend uitoefenen binnen het verzorgingsgebied in of vanuit de uitvaartbedrijfsruimte(n) als bepaald in artikel 1.1, zoals aangegeven op de aan deze overeenkomst gehechte Bijlage A. Voor verplaatsing van zijn uitvaartbedrijfsruimte(n), binnen het verzorgingsgebied behoeft franchisenemer voorafgaande schriftelijke toestemming van franchisegever.

2.2

Franchisenemer aanvaardt de aan hem verleende rechten en plichten en zal zich buiten het in artikel 2.1 genoemd verzorgingsgebied onthouden van het actief werven van nieuwe klanten die buiten zijn/haar verzorgingsgebied woonachtig zijn. Ook het werven van nieuwe klanten via derden die buiten zijn/haar verzorgingsgebied zijn gevestigd, is slechts toegestaan met schriftelijke vooraf verkregen toestemming van franchisegever.

(…)

5. Entreefee, omzetfee, marketing en pr-fee, betalingswijze
(…)

5.5

Onverminderd het bepaalde in artikel 18 verbeurt franchisenemer, indien hij enige betaling uit hoofde van deze overeenkomst niet tijdig zal hebben verricht, voor elke maand verzuim of gedeelte daarvan, te rekenen vanaf de vervaldag tot en met de dag van de betaling, aan franchisegever een boeterente van 1,5% per maand over het door franchisenemer verschuldigde bedrag.

(…)

14. Non-concurrentie en geheimhouding

14.1

Franchisenemer verplicht zich jegens franchisegever gedurende de looptijd van de overeenkomst en daarna tot volledige geheimhouding van al hetgeen franchisenemer ter kennis is gekomen in het kader van de uitoefening van de onderhavige overeenkomst, betreffende de werkzaamheden en relaties van franchisegever en met franchisegever gelieerde bedrijven (…).

(…)

14.3

Franchisenemer zal gedurende een periode van één (1) jaar na beëindiging van de overeenkomst in het verzorgingsgebied, aangegeven in artikel 2 van deze overeenkomst, niet direct of indirect betrokken zijn bij een bedrijf of financiële dan wel andere zakelijke belangen hebben bij activiteiten die soortgelijk zijn aan de door franchisenemer in het kader van deze overeenkomst uitgeoefende activiteiten en/of de Yarden-formule.

14.4

Franchisenemer verplicht zich jegens franchisegever om het hierboven omschreven beding van non-concurrentie en de geheimhoudingsplicht en de daaraan gerelateerde verboden op te leggen aan al degenen die in zijn/haar dienst, in dienstbetrekking naar burgerlijk recht of in welke vorm dan ook, werkzaam zijn of op enigerlei tijdstip werkzaam zullen zijn. Franchisenemer zal dit beding van non-concurrentie en de geheimhoudingsplicht schriftelijk in betrokken arbeidscontracten met zijn/haar personeel regelen.

14.5

Het is Franchisenemer verboden gedurende één (1) jaar na beëindiging uit welke hoofde ook van de onderhavige overeenkomst voormalige klanten te benaderen. Onder voormalige klanten wordt in dit verband verstaan klanten van de franchisenemer, franchisegever en met franchisegever gelieerde bedrijven/zakelijke partners van die op het moment van beëindiging van deze overeenkomst één of meer diensten afnemen of hebben afgenomen in de periode van twee (2) jaar daarvoor, voortvloeiende uit enige activiteit van franchisegever, zoals bedoeld in deze overeenkomst en/of de franchisenemer uit hoofde van deze overeenkomst, alles in de ruimste zin des woord. Het is franchisenemer evenmin toegestaan voor zichzelf of voor anderen, direct of indirect, te bevorderen dat contact als bedoeld in dit artikellid tot stand komt, daaronder begrepen het tot stand komen van een contact door toedoen van enige derde, alles in de ruimste zin des woord, voor zover bevorderd door enige inspanning van franchisenemer.

(…)

22. Gevolgen van beëindiging

22.1

Indien deze overeenkomst op enigerlei wijze eindigt, verplicht franchisenemer zich het Yarden Handboek, bijlagen en instructies, formulieren, brochures, reclamematerialen, huisstijlelementen, hard- en software, et cetera onverwijld ter beschikking te stellen aan franchisegever en elke vermelding van de woorden ‘Yarden’ en/of bijbehorende aanduidingen, elk gebruik van enig aan franchisegever toebehorend beeldmerk, handelsnaam, slagzin, et cetera te staken. Overige zaken van franchisegever en/of derden dienen te worden geretourneerd. Op eerste verzoek van franchisegever worden telefoonnummers, faxnummers, e-mailadressen, domeinnamen ter beschikking gesteld aan franchisegever.

22.2

Tevens is franchisenemer verplicht bij beëindiging van deze overeenkomst voortaan alles te vermijden wat de indruk zou wekken, dat hij/zij nog tot uitoefening overeenkomstig de formule of tot gebruik van de daaraan verbonden naam, het embleem en andere kenmerken gerechtigd zou zijn.

(…)

23. Boetebeding

23.1

Indien franchisenemer in strijd handelt met het bepaalde in artikel 14.1, 14.2, 14.3 en 14.5, 21.1 en artikel 22 ook na schriftelijke sommatie nalatig blijft zijn/haar in genoemde artikelen neergelegde verplichtingen na te komen danwel zich van de daarin verboden handelingen te onthouden, verbeurt de franchisenemer een direct opeisbare boete van € 25.000,- per overtreding alsmede een direct opeisbare boete van € 1.500,- per dag of gedeelte daarvan dat de nalatigheid voortduurt, onverminderd het recht van franchisegever om, indien de door hem geleden schade meer dan het totale boetebedrag mocht belopen, schadevergoeding te vorderen.

(…)

2.6.

Bij factuur van 11 februari 2014 met nummer 14760215 heeft Yarden Uitvaartfaciliteiten een bedrag van € 130,00 aan “ [gedaagde] Uitvaartzorg” in rekening gebracht. Deze factuur is onbetaald gebleven.

2.7.

Op 14 februari 2014 is de vennootschap Uitvaartzorg De Vallei B.V. (hierna: De Vallei) opgericht. Enig aandeelhouder en bestuurder is Halstra B.V. te Hoogkarspel. De activiteiten van De Vallei bestaan volgens het uittreksel uit het Handelsregister uit: “Uitvaartverzorging. Het verzorgen van uitvaarten in Arnhem en omstreken, alsmede het zorgdragen voor terminale zorg in een huiselijke sfeer (hospice)”. De Vallei handelt mede onder de naam [gedaagde] Uitvaartzorg Arnhem en maakt gebruik van de website www. [mailadres] .nl.

2.8.

Bij factuur van 20 mei 2014 met nummer 14760701 heeft Yarden Uitvaartfaciliteiten een bedrag van € 1.902,50 inclusief btw aan “ [gedaagde] Uitvaartzorg” in rekening gebracht. Deze factuur is onbetaald gebleven.

2.9.

Bij brief van 4 juni 2014, gericht aan Yarden & [gedaagde] Uitvaartzorg Ede-Veenendaal en aan [gedaagde] , heeft Yarden Franchise meegedeeld dat zij graag in gesprek wil over een aantal zaken die zij met betrekking tot De Vallei heeft geconstateerd. Het betreft kwesties die verband houden met het non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst. Het door Yarden Franchise gewenste gesprek heeft niet plaatsgevonden.

2.10.

De franchiseovereenkomst tussen Yarden Franchise en de drie Passage-vennootschappen is door het verstrijken van de looptijd geëindigd op 30 november 2014.

2.11.

Met ingang van 1 december 2014 – en tot in ieder geval 20 februari 2015 – heeft [gedaagde] de functie van commercieel directeur bij De Vallei vervuld.

2.12.

Sinds 1 december 2014 handelt De Passage Uitvaartverzorging onder de naam “ [gedaagde] Uitvaartzorg Ede”. De Passage Veenendaal handelt sinds die datum onder de naam “ [gedaagde] Uitvaartzorg Veenendaal”.

2.13.

Blijkens een uittreksel uit het Handelsregister maken De Passage Uitvaarverzorging en De Passage Veenendaal tevens gebruik van de website www. [mailadres] .nl. Uit het uittreksel van het Handelsregister blijkt verder dat de activiteiten van beide ondernemingen bestaan uit: “Uitvaartverzorging. Het regelen, organiseren en begeleiden van uitvaarten, inclusief de nazorg aan nabestaanden. Tevens verzorging en vervoer van overledenen.”

2.14.

Per aangetekende brief van 9 januari 2015 heeft Yarden Franchise aan De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en [gedaagde] meegedeeld, kort gezegd, dat zij heeft geconstateerd dat het non-concurrentiebeding niet wordt nageleefd en dat De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en [gedaagde] onrechtmatig jegens haar handelen. Yarden Franchise heeft hen gesommeerd om de niet-naleving van het non-concurrentiebeding en het onrechtmatig handelen per direct te staken en gestaakt te houden. Per e-mail van 16 januari 2015 heeft de advocaat van De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en [gedaagde] bericht dat zijn cliënten aan deze sommatie geen gehoor zullen geven.

2.15.

Op een schermafdruk van de website www. [mailadres] .nl van 19 januari 2015 staat het volgende te lezen:

Op 1 december bestond Yarden & [gedaagde] Uitvaartzorg Ede-Veenendaal alweer 5 jaar.

Wij hebben inmiddels vele uitvaarten verzorgd voor niet-Yarden verzekerden en dit aantal blijft groeien.

Dat heeft ons doen besluiten om deze nieuwe weg in te slaan. Ondanks de prettige samenwerking met Yarden hebben wij daarom besloten om zelfstandig verder te gaan onder de naam [gedaagde] Uitvaartzorg .

2.16.

Volgens een andere schermafdruk van dezelfde website, eveneens van 19 januari 2015, zijn de activiteiten van [gedaagde] Uitvaartzorg de volgende:

Wij verzorgen uitvaarten in het hele gebied Rijn & Vallei.

Ons verzorgingsgebied is Arnhem, Heteren, Huissen, Driel, Elst, Elden, Velp, Oosterbeek, Heelsum, Renkum, Doorwerth, Heveadorp, Wageningen, Rhenen, Veenendaal, Achterberg, Scherpenzeel, Woudenberg, Amerongen, Elst (Ut), Ede, Harskamp, Wekerom, Bennekom, Lunteren en Barneveld. Maar ook buiten deze regio komen wij graag naar u toe, afstand is voor ons geen probleem.

[gedaagde] Uitvaartzorg heeft momenteel 3 vestigingen, in Ede, Veenendaal en Arnhem en er wordt gezocht naar een nieuwe vestiging in Wageningen.

In Arnhem hebben we een kantoor, drukkerij en spreekkamer.

In Ede en Veenendaal zijn nu 2 Afscheidshuizen De Passage, waar u kunt opbaren net als thuis. Zie hiervoor het menu Afscheidshuis De Passage.

In Arnhem en Wageningen zijn wij voornemens een nieuw Afscheidshuis De Passage met huiskameropbaring te realiseren in 2015.

2.17.

Via voornoemde website is op YouTube een bedrijfsfilm te zien geweest. Op een schermafdruk van 22 januari 2015 van minuut 2:55 van die film is een bord in beeld met daarop de naam en het logo van Yarden. Op een schermafdruk van diezelfde datum van minuut 3:06 van de film zijn het logo van Yarden en de naam “Yarden & [gedaagde] Uitvaartverzorging” in beeld.

2.18.

Op 21 januari 2015 heeft in Crematorium Slingerbos de uitvaart plaatsgevonden van de heer [naam] , die ten tijde van zijn overlijden woonachtig was in Wageningen. De uitvaart is verzorgd door [gedaagde] Uitvaartzorg. [gedaagde] is opgetreden als uitvaartleider.

2.19.

Eveneens op 21 januari 2015 heeft [gedaagde] Uitvaartzorg een brief gestuurd aan de familie [naam 2] te Ede. De brief is ondertekend door [gedaagde] namens [gedaagde] Uitvaartzorg Ede - Veenendaal - Arnhem - Wageningen. In deze brief staat, voor zover van belang, het volgende:

Op 1 december 2014 bestond Yarden & [gedaagde] Uitvaartzorg Ede-Veenendaal alweer 5 jaar. Wij hebben inmiddels vele uitvaarten verzorgd voor Yarden en voor niet-Yarden verzekerden en dit aantal blijft groeien. Dat heeft ons doen besluiten om deze nieuwe weg in te slaan. Ondanks de prettige samenwerking met Yarden hebben wij daarom besloten om zelfstandig verder te gaan onder de naam [gedaagde] Uitvaartzorg . Het bedrijf heeft een nieuw jasje gekregen qua logo en huisstijl, maar behoudt de persoonlijke werkwijze van voorheen.

(…)

U heeft bij ons een voorregeling en een begroting laten opmaken onder de naam Yarden & [gedaagde] Uitvaartzorg voor een toekomstige uitvaart. Dit kan en mag zo blijven. Wij verzorgen, indien gewenst, nog steeds uitvaarten van Yarden verzekerden en geven u ook dezelfde ledenkorting !

Graag willen wij onder dezelfde voorwaarden met u de voorregeling nog eens doornemen en met u bespreken of er eventuele wijzigingen zijn.

(…)

Mocht u hier gehoor aan willen geven dan kunt u contact opnemen en zullen wij met u geheel vrijblijvend en kosteloos een afspraak maken. U krijgt dan in principe zoveel mogelijk dezelfde uitvaartleid(st)er die met u de voorregeling heeft besproken.

2.20.

Yarden Franchise heeft De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en [gedaagde] gedagvaard in kort geding voor de voorzieningenrechter in deze rechtbank. Zij heeft kort gezegd gevorderd De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en [gedaagde] op straffe van dwangsommen te veroordelen tot het per direct staken en tot 1 december 2015 gestaakt houden van alle overtredingen van de artikelen 14.3, 14.4 en 14.5 van de franchiseovereenkomst en van het gebruik van de (handels)naam Yarden en het beeldmerk Yarden, en tot betaling van de verbeurde boetes.

2.21.

Bij vonnis van 13 februari 2015 heeft de voorzieningenrechter, kort gezegd, De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en [gedaagde] op straffe van dwangsommen veroordeeld:

i. i) om het verrichten van iedere soortgelijke activiteit als bedoeld in artikel 14.3 van de franchiseovereenkomst binnen het verzorgingsgebied en/of van iedere (in)directe (financiële en/of zakelijke) betrokkenheid bij een onderneming die in het verzorgingsgebied soortgelijke activiteiten als bedoeld in artikel 14.3 van de franchiseovereenkomst verricht, waaronder in ieder geval maar niet beperkt tot betrokkenheid – als commercieel directeur of op andere wijze – bij De Vallei en de (onder)verhuur van de afscheidshuizen (locaties Veenendaal en Ede) aan De Vallei per direct en tot 1 december 2015 te staken en gestaakt te houden; en

ii) om het gebruik van de website www. [mailadres] .nl tot 1 december 2015 te staken en gestaakt te houden.

Daarnaast heeft de voorzieningenrechter de Passage-vennootschappen op straffe van dwangsommen veroordeeld:

i. i) om iedere overtreding van het relatiebeding ex artikel 14.5 van de franchiseovereenkomst en dus het benaderen van voormalige klanten als bedoeld in artikel 14.5 van de franchiseovereenkomst per direct en tot 1 december 2015 te staken en gestaakt te houden; en

ii) om per direct het gebruik van de (handels)naam Yarden en het beeldmerk Yarden, onder meer maar niet beperkt tot door voor verwijdering daarvan op de website www. [mailadres] .nl en in de YouTube-film te zorgen, te staken en gestaakt te houden.

2.22.

Naar aanleiding van het kort geding is de website www. [mailadres] .nl aangepast en is de onder 2.17 bedoelde film verwijderd. De website is ook – al dan niet tijdelijk – uit de lucht gehaald.

2.23.

Bij brief van 24 februari 2015 heeft Yarden Uitvaartfaciliteiten De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en [gedaagde] gesommeerd tot betaling van openstaande facturen en verbeurde boetes. Deze brief heeft niet tot (volledige) betaling geleid.

2.24.

Na daartoe verkregen verlof hebben Yarden Franchise en Yarden Uitvaartfaciliteiten ten laste van De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en [gedaagde] op 5 maart 2015 conservatoir beslag laten leggen op onroerende zaken en op 6 maart 2015 conservatoir derdenbeslag en beslag op een tweetal roerende zaken.

2.25.

Bij brief van 6 maart 2015 heeft Yarden Franchise De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en [gedaagde] geïnformeerd over door haar geconstateerde overtredingen van het kortgedingvonnis en zij heeft in deze brief aanspraak gemaakt op verbeurde dwangsommen. De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en [gedaagde] zijn niet tot betaling overgegaan.

3 Het geschil

3.1.

Yarden Franchise en Yarden Uitvaartfaciliteiten vorderen, na tweemaal bij akte en eenmaal ter zitting hun eis te hebben gewijzigd, samengevat:

  1. hoofdelijke veroordeling van De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging en De Passage Veenendaal tot betaling aan Yarden Franchise van € 173.000,00, te vermeerderen met de contractuele boeterente althans de wettelijke handelsrente althans de wettelijke rente vanaf 28 februari 2015 althans de dag van de dagvaarding tot de dag van de algehele voldoening;

  2. veroordeling van De Passage Veenendaal tot betaling aan Yarden Uitvaartfaciliteiten van € 2.032,50, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente althans de wettelijke rente vanaf de vervaldata van de facturen tot de dag van de algehele voldoening;

  3. primair:
    veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan Yarden Franchise van € 113.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 februari 2015 althans de dag van de dagvaarding tot de dag van de algehele voldoening;
    subsidiair:
    i) verklaring voor recht dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens Yarden Franchise;
    ii) veroordeling van [gedaagde] tot vergoeding van de schade, op te maken bij en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente over het vast te stellen schadebedrag;

  4. hoofdelijke veroordeling van De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en [gedaagde] tot betaling aan Yarden Franchise en Yarden Uitvaartfaciliteiten – hoofdelijk – van € 1.954,90, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van de algehele voldoening;

  5. hoofdelijke veroordeling van De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en [gedaagde] tot betaling aan Yarden Franchise en Yarden Uitvaartfaciliteiten – hoofdelijk – van € 3.445,11, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van de algehele voldoening;

  6. één en ander met hoofdelijke veroordeling van De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en/of [gedaagde] in de proceskosten, vermeerderd met nakosten en wettelijke rente over de proceskosten.

3.2.

Yarden Franchise en Yarden Uitvaartfaciliteiten leggen tegen de achtergrond van de vaststaande feiten aan hun vorderingen ten grondslag dat de Passage-vennootschappen en [gedaagde] toerekenbaar zijn tekortgeschoten in de nakoming van de franchiseovereenkomst en dat [gedaagde] daarnaast onrechtmatig jegens Yarden Franchise en Yarden Uitvaartfaciliteiten heeft gehandeld. Yarden Franchise en Yarden Uitvaartfaciliteiten voeren daartoe kort gezegd aan dat de Passage-vennootschappen en/of [gedaagde] het non-concurrentiebeding (artikelen 14.3 en 14.4 van de franchiseovereenkomst) hebben overtreden, doordat (i) zij zelf soortgelijke activiteiten in het verzorgingsgebied verrichten of hebben verricht en (ii) zij betrokken zijn/waren en/of belangen hebben/hadden bij een onderneming die in het verzorgingsgebied dergelijke activiteiten verricht. Ook is volgens Yarden Franchise en Yarden Uitvaartfaciliteiten sprake van overtreding van het geheimhoudingsbeding (artikel 14.1 van de franchiseovereenkomst). Verder voeren Yarden Franchise en Yarden Uitvaartfaciliteiten aan dat De Passage Uitvaartverzorging en De Passage Veenendaal na het einde van de franchiseovereenkomst de naam en het beeldmerk van Yarden zijn blijven gebruiken, hetgeen in strijd is met de artikelen 22.1 en 22.2 van de franchiseovereenkomst. Yarden Franchise en Yarden Uitvaartfaciliteiten maken aanspraak op de boetes die De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en [gedaagde] volgens hen als gevolg van deze overtredingen hebben verbeurd (De Passage-vennootschappen € 173.000,00 en [gedaagde] € 113.000,00). Ten aanzien van [gedaagde] maken zij (subsidiair) aanspraak op vergoeding van de schade die zij als gevolg van het onrechtmatig handelen van [gedaagde] stellen te hebben geleden. Daarnaast voeren Yarden Franchise en Yarden Uitvaartfaciliteiten aan dat De Passage Veenendaal twee facturen van Yarden Uitvaartfaciliteiten onbetaald heeft gelaten. Hun daarmee samenhangende vordering strekt tot nakoming, bestaande uit betaling van € 2.032,50. Ten slotte vorderen Yarden Franchise en Yarden Uitvaartfaciliteiten vergoeding van beslagkosten (€ 1.954,90), buitengerechtelijke incassokosten (€ 3.445,11), proceskosten en nakosten.

3.3.

De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en [gedaagde] voeren verweer.

3.4.

De rechtbank gaat hierna nader in op de stellingen van partijen, voor zover van belang voor de beoordeling.

4 De beoordeling

De openstaande facturen (vordering 2)

4.1.

Na wijziging van eis vordert Yarden Uitvaartfaciliteiten veroordeling van De Passage Veenendaal tot betaling aan haar van € 2.032,50, te vermeerderen met rente. De vordering ziet op de onder 2.6 en 2.8 genoemde, onbetaald gebleven facturen. De Passage Veenendaal erkent dat zij betaling van deze facturen aan Yarden Uitvaartfaciliteiten is verschuldigd. De rechtbank zal deze vordering dan ook toewijzen.

Ten aanzien van [gedaagde] : verbeurde boetes (vordering 3 primair)

4.2.

Yarden Franchise en Yarden Uitvaartfaciliteiten stellen zich op het standpunt dat niet alleen de Passage-vennootschappen aan het non-concurrentiebeding (artikel 14.3) uit de franchiseovereenkomst zijn gebonden, maar ook [gedaagde] zelf. Zij voeren hiertoe kort gezegd aan dat de gedachte achter dat beding is dat Yarden Franchise de nieuwe franchisenemer in een verzorgingsgebied gedurende een jaar voldoende mogelijkheden zou kunnen bieden om een Yarden-onderneming te exploiteren in het verzorgingsgebied. De nieuwe franchisenemer moet dan niet worden geconfronteerd met een concurrent die voorheen als franchisenemer in hetzelfde verzorgingsgebied werkzaam was en die gebruik blijft maken van de opgebouwde naamsbekendheid van Yarden en van de bedrijfsinformatie over en knowhow van Yarden. Deze beoogde bescherming wordt volgens Yarden Franchise en Yarden Uitvaartfaciliteiten omzeild, indien het – in een geval als het onderhavige, waarbij de franchisenemer een rechtspersoon is – de rechtspersoon niet zou zijn toegestaan om concurrerende handelingen te verrichten – hetgeen een rechtspersoon enkel en alleen kan doen door daarbij gebruik te maken van natuurlijke personen – maar de bestuurder en enig aandeelhouder van de rechtspersoon daartoe in privé wel zou mogen overgaan. De franchiseovereenkomst is bovendien een opvolgende overeenkomst van de franchiseovereenkomst die eerder was gesloten tussen Yarden Franchise en [gedaagde] , en vast staat dat [gedaagde] aan het in die eerdere overeenkomst opgenomen non-concurrentiebeding was gebonden, aldus Yarden Franchise en Yarden Uitvaartfaciliteiten. In het licht van deze omstandigheden brengt volgens Yarden Franchise en Yarden Uitvaartfaciliteiten een redelijke uitleg van de franchiseovereenkomst, de partijbedoelingen en de verwachtingen over en weer met zich dat [gedaagde] eveneens direct aan het non-concurrentiebeding is gebonden.

4.3.

De rechtbank stelt voorop dat de franchiseovereenkomst waar het hier om gaat is gesloten tussen Yarden Franchise enerzijds en De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging en De Passage Veenendaal anderzijds. [gedaagde] is bij deze overeenkomst geen partij. De franchiseovereenkomst die [gedaagde] eerder met Yarden Franchise had gesloten is uitgewerkt; de franchiseovereenkomst met de Passage-vennootschappen is daarvoor in de plaats gekomen. Laatstgenoemde franchiseovereenkomst bevat verplichtingen van de Passage-vennootschappen en niet van [gedaagde] in persoon, en het zijn dus ook uitsluitend de Passage-vennootschappen die bij schending van de overeengekomen bedingen boetes verbeuren. Gesteld noch gebleken is dat uitdrukkelijk is overeengekomen dat [gedaagde] naast de Passage-vennootschappen voor dezelfde overtredingen boetes kan verbeuren. De hierboven weergegeven stelling van Yarden Franchise en Yarden Uitvaartfaciliteiten, dat [gedaagde] als bestuurder van de Passage-vennootschappen ook boetes verbeurt, wordt dan ook verworpen.

4.4.

Gezien het voorgaande is de vordering jegens [gedaagde] op de primaire grondslag niet toewijsbaar.

Ten aanzien van [gedaagde] : onrechtmatig handelen (vordering 3 subsidiair)

4.5.

Daarentegen is naar het oordeel van de rechtbank voldoende komen vast te staan dat [gedaagde] onrechtmatig jegens Yarden Franchise heeft gehandeld. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.

4.6.

Yarden Franchise betoogt ten eerste dat de Passage-vennootschappen op grond van artikel 14.4 van de franchiseovereenkomst verplicht waren met [gedaagde] een non-concurrentiebeding ten behoeve van Yarden Franchise overeen te komen dat gelijkluidend is aan het non-concurrentiebeding in artikel 14.3 van de franchiseovereenkomst. Ook in geval de Passage-vennootschappen niet aan deze verplichting zouden hebben voldaan, en zij dus geen non-concurrentiebeding met [gedaagde] zouden zijn overeengekomen, handelt [gedaagde] volgens Yarden Franchise onrechtmatig door als commercieel directeur betrokken te zijn bij De Vallei. Yarden Franchise voert hiertoe terecht aan dat [gedaagde] als (indirect) bestuurder van de Passage-vennootschappen en ondertekenaar van de overeenkomsten wist dat bovengenoemde verplichting op de Passage-vennootschappen rustte. Zij heeft dan zelf bewerkstelligd dat het non-concurrentiebeding niet in haar arbeidsovereenkomst met de Passage-vennootschappen is opgenomen. Door in die omstandigheden als commercieel directeur in dienst te treden bij De Vallei, welke vennootschap blijkens de website ook handelt onder de vlag van [gedaagde] Uitvaartzorg en ook uitvaartdiensten aanbiedt in het verzorgingsgebied – zij heeft in ieder geval de uitvaart van de heer [naam] verzorgd – en aldus dezelfde activiteiten ontplooit waarop artikel 14.3 van de franchiseovereenkomst ziet, handelt [gedaagde] onrechtmatig jegens Yarden Franchise.

4.7.

Daarnaast is er de brief van 21 januari 2015 aan de familie [naam 2] (zie 2.19), die door [gedaagde] is ondertekend namens [gedaagde] Uitvaartzorg Ede - Veenendaal - Arnhem - Wageningen, dus mede namens De Vallei (immers handelend onder de naam [gedaagde] Uitvaartzorg Arnhem, zie 2.7), waar [gedaagde] commercieel directeur was. Er is sprake van verwevenheid tussen de Passage-vennootschappen en De Vallei. De Passage Uitvaartverzorging gebruikt de handelsnaam [gedaagde] Uitvaartzorg Ede en De Passage Veenendaal gebruikt de handelsnaam [gedaagde] Uitvaartzorg Veenendaal (zie 2.12). Naast het handelen onder dezelfde handelsnaam “ [gedaagde] Uitvaartzorg” gebruiken de vennootschappen, ook De Vallei, verder dezelfde website www. [mailadres] .nl (zie 2.7 en 2.13) en is er – zo heeft Yarden Franchise onweersproken aangevoerd – sprake van personele verwevenheid tussen de vennootschappen. In de brief aan de familie [naam 2] staat dat Yarden & [gedaagde] Uitvaartzorg Ede-Veenendaal alweer vijf jaar bestaat, heeft besloten een nieuwe weg in te slaan en zelfstandig verder gaat onder de naam [gedaagde] Uitvaartzorg. Verder staat in de brief dat het bedrijf een nieuw jasje heeft gekregen qua logo en huisstijl, maar de persoonlijke werkwijze van voorheen behoudt. In de brief wordt aangeboden de voorregeling die de familie bij Yarden & [gedaagde] Uitvaartzorg had laten opmaken nog eens door te nemen en te bespreken, waarbij de brief vermeldt dat nog steeds uitvaarten van Yarden-verzekerden worden verzorgd en ook dezelfde ledenkorting wordt gegeven. Yarden Franchise voert terecht aan dat uit de brief blijkt dat De Vallei bekend is geworden met bedrijfsinformatie van Yarden Franchise, namelijk het adres van de familie [naam 2] en het feit dat Yarden Franchise werkt met voorregelingen en ledenkorting. De Vallei kan van die informatie alleen via de Passage-vennootschappen – in de persoon van [gedaagde] – op de hoogte zijn geraakt. Dat is in strijd met de geheimhoudingsverplichting van artikel 14.1 van de franchiseovereenkomst, waarvan [gedaagde] wist dat die verplichting op de Passage-vennootschappen rustte. Anders dan [gedaagde] betoogt, kan de brief gelet op de inhoud daarvan bovendien in redelijkheid niet anders worden begrepen dan als brief die tot doel heeft klanten van Yarden Franchise ertoe te bewegen over te stappen naar [gedaagde] Uitvaartzorg/De Vallei. Dit levert strijd op met het non-concurrentiebeding van artikel 14.3 van de franchiseovereenkomst, waarvan [gedaagde] wist dat de Passage-vennootschappen hieraan waren gebonden. Gelet hierop en in het licht van de ondoorzichtige verwevenheid van de vennootschappen heeft [gedaagde] zelf door het versturen van de brief aan de familie [naam 2] dan ook onrechtmatig jegens Yarden Franchise gehandeld.

4.8.

Bij het voorgaande komt nog – zij het dat de rechtbank hieraan in mindere mate gewicht toekent – dat [gedaagde] na het einde van de franchiseovereenkomst ondanks sommatie niet direct het gebruik van de (handels)naam en het beeldmerk van Yarden volledig heeft gestaakt, zoals blijkt uit de bij dagvaarding overgelegde schermafdrukken uit de bedrijfsfilm (zie 2.17). Dit terwijl zij als bestuurder van de Passagevennootschappen en ondertekenaar van de overeenkomst wist dat de Passagevennootschappen daartoe op grond van artikel 22.1 en 22.2 waren gehouden.

4.9.

Gezien het voorgaande staat naar het oordeel van de rechtbank voldoende vast dat [gedaagde] onrechtmatig jegens Yarden Franchise heeft gehandeld. De gevorderde verklaring voor recht met die strekking is dan ook toewijsbaar.

4.10.

[gedaagde] is aansprakelijk voor de schade die Yarden Franchise als gevolg van dit onrechtmatig handelen heeft geleden. Yarden Franchise vordert veroordeling van [gedaagde] tot vergoeding van de schade, op te maken bij staat. Voor verwijzing naar de schadestaatprocedure is vereist, maar ook voldoende, dat de mogelijkheid van schade aannemelijk is. Naar het oordeel van de rechtbank is aannemelijk dat Yarden Franchise als gevolg van het handelen van [gedaagde] schade heeft geleden. Het is immers aannemelijk dat als gevolg van de brief van [gedaagde] , die zij behalve aan de familie [naam 2] ook aan andere relaties heeft toegestuurd, een aantal klanten van [gedaagde] en De Passage-vennootschappen zijn ingegaan op het voorstel in de brief en dus zijn vertrokken bij Yarden Franchise, en dat Yarden Franchise daardoor de ledenkorting misloopt die zij met betrekking tot die klanten aan haar franchisenemer kon factureren. Daarnaast is niet onaannemelijk dat potentiële Yarden-franchisenemers zijn afgehaakt doordat [gedaagde] in het verzorgingsgebied uitvaartdiensten aanbood en verrichtte, en dat Yarden Franchise hierdoor franchisefees is misgelopen. De schadestaatprocedure leent zich ervoor om het bestaan en de omvang van deze schadeposten nader te onderzoeken. De rechtbank zal de gevorderde verwijzing naar de schadestaatprocedure toewijzen. In die procedure zal ook moeten worden geoordeeld over de toewijsbaarheid van de gevorderde wettelijke rente over het toe te wijzen schadebedrag.

Ten aanzien van De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging en De Passage Veenendaal: verbeurde boetes (vordering 1)

4.11.

Ten aanzien van de Passage-vennootschappen stelt de rechtbank voorop dat alle drie de vennootschappen de franchiseovereenkomst hebben getekend, zodat zij op grond van artikel 23.1 als de daar genoemde “franchisenemer” alle drie hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de boete die wordt verbeurd bij niet-nakoming van de in die bepaling bedoelde verplichtingen of bij overtreding van de daar bedoelde verboden handelingen. De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en [gedaagde] betwisten dit op zichzelf ook niet. De vraag is dan of de Passage-vennootschappen boetes hebben verbeurd en, zo ja, waarvoor en tot welk bedrag.

4.12.

In de eerste plaats verwijt Yarden Franchise de Passage-vennootschappen dat zij de brief aan de familie [naam 2] hebben gestuurd (zie 2.19), omdat deze in strijd is met het geheimhoudingsbeding in artikel 14.1 van de franchiseovereenkomst. Naar het oordeel van de rechtbank is dit verwijt terecht. Zij verwijst daartoe naar hetgeen zij hierover in het voorgaande (4.7) heeft overwogen. De Passage-vennootschappen zijn wegens deze overtreding van artikel 14.1 van de franchiseovereenkomst een boete van € 25.000,00 verschuldigd. De vordering zal in zoverre worden toegewezen.

4.13.

De brief is bovendien in strijd met artikel 14.5 van de franchiseovereenkomst, namelijk het verbod op het benaderen van voormalige klanten, maar Yarden Franchise heeft ter zitting bevestigd dat zij met betrekking tot die overtreding geen boete vordert.

4.14.

Yarden Franchise maakt met betrekking tot de brief ook aanspraak op een boete van € 25.000,00 wegens overtreding van het non-concurrentiebeding in artikel 14.3 van de franchiseovereenkomst. Naar het oordeel van de rechtbank is echter sprake van een dusdanige samenhang van de artikelen 14.3 en 14.1, dat het toewijzen van twee afzonderlijke boetes voor dezelfde overtreding die onder beide bepalingen valt dubbelop is. De rechtbank zal de vordering dan ook in zoverre afwijzen.

4.15.

In de tweede plaats verwijt Yarden Franchise de Passage-vennootschappen dat zij de uitvaart van de heer [naam] hebben verzorgd. De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en [gedaagde] erkennen dit. Anders dan in de conclusie van antwoord nog werd betoogd, heeft [gedaagde] ter zitting verklaard dat zij bij die uitvaart als uitvaartverzorger is opgetreden. De verzorging van deze uitvaart levert een schending op van artikel 14.3 van de franchiseovereenkomst. Yarden Franchise maakt in verband hiermee op goede gronden aanspraak op een boete van € 25.000,00. Deze boete zal dan ook worden toegewezen.

4.16.

Ten slotte verwijt Yarden Franchise de Passage-vennootschappen dat zij na het einde van de franchiseovereenkomst de (handels)naam en het beeldmerk van Yarden zijn blijven gebruiken, zoals blijkt uit de schermafdrukken uit de bedrijfsfilm die ook na de franchiseovereenkomst op de website te zien is geweest (zie 2.17). Dit verwijt is terecht. Hier is sprake van een overtreding van de artikelen 22.1 en 22.2 van de franchiseovereenkomst. Het betreft een voortdurende overtreding. Yarden Franchise maakt daarom niet alleen aanspraak op de boete van € 25.000,00, maar ook op een boete van € 1.500,00 per dag dat de overtreding heeft voortgeduurd. Volgens Yarden Franchise gaat het om 32 dagen: van 10 januari 2015 – de dag na de sommatie – tot en met in ieder geval 10 februari 2015. De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en [gedaagde] hebben dit op zichzelf niet weersproken. De rechtbank zal daarom de gevorderde boete van € 73.000,00 (€ 25.000,00 + 32×€ 1.500,00) toewijzen.

4.17.

De slotsom is dat in totaal een bedrag van € 123.000,00 aan verbeurde boetes zal worden toegewezen (€ 25.000,00 + € 25.000,00 + € 73.000,00).

4.18.

Anders dan Yarden Franchise betoogt, is over de verbeurde boetes geen contractuele boeterente toewijsbaar. Artikel 23.1 van de franchiseovereenkomst, waarin staat vermeld bij de overtreding van welke bepalingen uit de overeenkomst een boete is verschuldigd, wordt immers niet genoemd in artikel 5.5 van de franchiseovereenkomst, dat bepaalt wanneer boeterente is verschuldigd (zie 2.5). Het omgekeerde is ook niet het geval. Ook het kopje boven artikel 5 van de franchiseovereenkomst (“Entreefee, omzetfee, marketing en pr-fee, betalingswijze”) maakt geen melding van verbeurde boetes, waarover op grond van artikel 5.5 boeterente zou zijn verschuldigd. Gelet hierop zal de rechtbank over de verbeurde boetes de wettelijke rente toewijzen.

Beslagkosten (vordering 4)

4.19.

De beslagkosten zijn gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. Het gevorderde bedrag van € 1.954,90, dat De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en [gedaagde] overigens niet hebben weersproken, overstijgt niet het in dit geval maximaal toewijsbare bedrag en zal daarom hierna worden toegewezen.

Buitengerechtelijke incassokosten (vordering 5)

4.20.

Yarden Franchise en Yarden Uitvaartfaciliteiten hebben ten aanzien van hun vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten voldoende aannemelijk gemaakt dat deze kosten daadwerkelijk zijn gemaakt. Het gevorderde bedrag van € 3.445,11 komt overeen met het in het toepasselijke Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief. De rechtbank zal deze vordering, die door De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en [gedaagde] overigens niet is weersproken, daarom hierna toewijzen.

Proceskosten en nakosten (vordering 6)

4.21.

De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en [gedaagde] worden overwegend in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten dragen. De kosten aan de zijde van Yarden Franchise en Yarden Uitvaartfaciliteiten worden begroot op:

- dagvaarding € 77,84

- griffierecht 3.251,00 (€ 3.864,00 minus € 613,00 voor het beslag)

- salaris advocaat 4.000,00 (2,0 punten × tarief € 2.000,00)

Totaal € 7.328,84

4.22.

De gevorderde nakosten zijn toewijsbaar als in het dictum vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging en De Passage Veenendaal hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan Yarden Franchise te betalen een bedrag van € 123.000,00 (honderddrieëntwintigduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag met ingang van 28 februari 2015 tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt De Passage Veenendaal om aan Yarden Uitvaartfaciliteiten te betalen een bedrag van € 2.032,50 (tweeduizend tweeëndertig euro en vijftig cent), vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldata van de facturen tot de dag van volledige betaling,

5.3.

verklaart voor recht dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens Yarden Franchise,

5.4.

veroordeelt [gedaagde] tot vergoeding van de schade van Yarden Franchise, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

5.5.

veroordeelt De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en [gedaagde] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 1.954,90, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de dag van de dagvaarding tot de dag van volledige betaling,

5.6.

veroordeelt De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en [gedaagde] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van Yarden Franchise en Yarden Uitvaartfaciliteiten tot op heden begroot op € 7.328,84, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.7.

veroordeelt De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en [gedaagde] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat De Passage Holding, De Passage Uitvaartverzorging, De Passage Veenendaal en/of [gedaagde] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.8.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2015.

Coll.: JC