Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:675

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
05-02-2015
Datum publicatie
09-02-2015
Zaaknummer
AWB - 12 _ 1462
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2015:3949, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

1. Wabo; omgevingsvergunning wijziging voorschriften met betrekking tot het onderdeel geluid voor kartbaan. Hogere grenswaarden voor maximale geluidsniveaus en wijziging begrip ˈwedstrijd(weekend)ˈ in ˈwedstrijddagˈ.

2. Beoordeling van de aan de nieuwe grenswaarden voor de maximale grenswaarden voor de maximale grenswaarden ten grondslag gelegde berekening.

3. Vernietiging bestreden besluit, voor zover daarbij de grenswaarden voor de maximale geluidsniveaus zijn gewijzigd. De rechtbank ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien, in die zin dat de voorschriften overeenkomstig het daartoe strekkende verzoek van verweerder worden gewijzigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummers: ZUT 12/1462, 12/1505, 12/1507, 12/1533 en 12/1576

uitspraak van de meervoudige kamer van

in de zaken tussen

[eisers 1], eisers 1

(gemachtigde: mr. G.G. Kranendonk);

[eisers 2] , eisers 2;

Stichting Vrienden van de Gorsselse Heide, te Capelle aan den IJssel, eiseres 3;

Vereniging Tegengas en Doorzigt BV, te Deventer, eisers 4

(gemachtigde: mr. R.S. Wertheim);

[eisers 3] , eisers 5

(gemachtigde: mr. Wertheim voornoemd)

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem, verweerder.

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [derde belanghebbende], vergunninghouder.

Procesverloop

Bij besluit van 4 september 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder de voorschriften van de omgevingsvergunning van 18 maart 2009 met betrekking tot het onderdeel geluid gewijzigd.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 31 oktober 2013 heeft de rechtbank de Stichting advisering bestuursrechtspraak (hierna: StAB) verzocht om een deskundigenonderzoek in te stellen. Bij brief van 22 januari 2014 heeft de StAB verslag uitgebracht.

Partijen hebben hun zienswijzen met betrekking het verslag naar voren gebracht.

Bij brief van 22 april 2014 heeft de StAB gereageerd op de ingebrachte zienswijzen.

Vervolgens hebben partijen op de brief van de StAB van 22 april 2014 gereageerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 december 2014. Van eisers 1 is [naam 1] verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Van eisers 2 zijn[naam 2] en [naam 3] verschenen. Namens eiseres 3 is [naam 4] verschenen. Eisers 4 hebben zich later vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Van eisers 5 zijn [namen] verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door T.A.J. Wallaard, L.J. Oude Lenferink. M.J. Heijink, J.G. Haas en F. Bouwmans. De derde-partij is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en vergezeld door [naam 5].

Overwegingen

1. Op deze zaak is gelet op het overgangsrecht van deel C, artikel 1, van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht nog het recht van toepassing zoals dat gold tot en met 31 december 2012. Het in beroep bestreden besluit is namelijk bekendgemaakt voor 1 januari 2013.

2. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Bij besluit van 18 maart 2009 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college) aan Karting Eefde een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4 van de Wet milieubeheer (hierna: de milieuvergunning) verleend voor de inrichting, omvattende een kartingcircuit, wasplaats, werkplaats, horecavestiging, kinderspeelplaats, en kinderquadbaan (ongemotoriseerd), adventureparcours en uitkijktoren op het perceel, plaatselijk bekend[perceel] (hierna: het perceel). Bij besluit van 25 januari 2010 heeft het college met toepassing van artikel 8.23 van de Wet milieubeheer aanvullende voorschriften aan de vergunning verbonden. Bij uitspraak van 9 juni 2010 met zaaknummer 200903089/1/M1 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: AbRvS) het besluit van 18 maart 2009 vernietigd voor zover geen voorschriften zijn gesteld met betrekking tot het beheren en beheersen van de geluidemissie en voor zover aan dat besluit geen actueel nulsituatieonderzoek naar bodemverontreiniging ten grondslag is gelegd. De AbRvS heeft in deze uitspraak tevens geoordeeld dat de bij besluit van 25 januari 2010 met betrekking tot het beheren en beheersen van de geluidemissie (het geluidmonitoringssysteem) aan de vergunning toegevoegde voorschriften toereikend zijn. Bij besluit van 19 november 2010 heeft het college met toepassing van artikel 8.23 van de Wet milieubeheer een aanvullend voorschrift aan de vergunning verbonden, waarin een verplichting tot het vaststellen van de bodemnulsituatie is neergelegd. Bij uitspraak van 13 juli 2011 met zaaknummer 201012576/1/M1 heeft de AbRvS het tegen het besluit van 19 november 2010 ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Op 14 oktober 2011 heeft de derde-partij bij verweerder een aanvraag ingediend voor het wijzigen van de voorschriften van de omgevingsvergunning van 18 maart 2009 met betrekking tot het onderdeel geluid. Na toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure heeft het college op 31 juli 2012 een verklaring van geen bedenkingen afgegeven.

3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder overeenkomstig de verklaring van geen bedenkingen de voorschriften 2.3 (maximale geluidsniveaus), 8.1 (openingstijden) en 9.1 (communicatie) uit de met de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) per 1 oktober 2010 als omgevingsvergunning aan te merken milieuvergunning van 18 maart 2009 ingetrokken en vervangen door nieuwe voorschriften met dezelfde nummering. In voorschrift 2.3 zijn nieuwe grenswaarden voor de maximale geluidsniveaus (LAmax) opgenomen die – met uitzondering van beoordelingspunt 3 in de avondperiode – 5 dB hoger liggen dan de grenswaarden in het oude voorschrift. In de voorschriften 8.1 en 9.1 is het begrip ˈwedstrijd(weekend)ˈ gewijzigd in ˈwedstrijddagˈ.

4. De rechtbank heeft de StAB verzocht in te gaan op de juistheid van de op basis van de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening en de Handleiding meten en rekenen industrielawaai door ingenieursbureau Royal Haskoning uitgevoerde berekening, die ten grondslag is gelegd aan het gewijzigde voorschrift 2.3 met betrekking tot de maximale geluidsniveaus (LAmax).

In het verslag van de StAB is vastgesteld dat een berekening van het LAmax op basis van het equivalente geluidsniveau (LAeq), zoals enkele eisers bepleiten, onjuist is. Wat in de Handreiking ten aanzien van het LAeq + 10 dB is opgenomen, moet worden gezien als een beleidsmatig uitgangspunt bij het stellen van grenswaarden voor het LAmax in een omgevingsvergunning en niet als een technische bepaling voor de wijze waarop het LAmax moet worden berekend.

Royal Haskoning heeft het LAmax berekend op basis van het gestandaardiseerd immissieniveau (Li + 10 dB). Vastgesteld is dat dit een gangbare methode is die, analoog aan de in de Handleiding vermelde formule voor het LAeq, ook voor het LAmax kan worden gebruikt.

Ten aanzien van de uitgangspunten van de berekening van het LAmax door Royal Haskoning is opgemerkt dat moet worden uitgegaan van een bronsterkte van 120 dB(A) per kart en niet van 109 dB(A).

Royal Haskoning heeft verder twee toeslagen op de bronsterkte toegepast: een toeslag van 13 dB vanwege het gelijktijdig rijden met 20 karts en een toeslag van 10 dB voor het extra geluid van knallende uitlaten en gierende banden. In het verslag is vastgesteld dat beide toeslagen op zich correct zijn, maar dat het niet realistisch is dat beide toeslagen tezamen worden toegepast. De toeslag van 13 dB mag alleen ter plaatse van de startlocatie worden toegepast en niet voor de gehele baan. De toeslag van 10 dB geldt wel voor de hele baan.

Een door de StAB uitgevoerde herberekening leidt tot de conclusie dat het LAmax vanwege de kartbaan deels lager en deels hoger uitvalt dan door Royal Haskoning berekend. Volgens de herberekening van de StAB worden de nieuwe grenswaarden voor het LAmax ter plaatse van enkele beoordelingspunten met 1 tot 4 dB overschreden.

Ten slotte is in het verslag vastgesteld dat Royal Haskoning de waarden voor de meteocorrectieterm (Cm) correct heeft berekend.

5. De rechtbank stelt allereerst vast dat van eisers 2 [eiser 2] en [eiser 2] niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) naar voren hebben gebracht, dan wel dat het niet indienen van zienswijzen hen redelijkerwijs niet kan worden verweten. Gelet op artikel 6:13 van de Awb is het beroep van eisers 2, voor zover mede namens [eiser 2] en [eiser 2] ingesteld, daarom niet-ontvankelijk.

6. Eisers betogen dat de derde-partij ten onrechte is aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb, aangezien niet hij, maar Karting Eefde de drijver van de inrichting is. Vaststaat en niet in geschil is dat de derde-partij eigenaar is van het perceel. Gelet hierop en op het zaaksgebonden karakter van de thans bestreden omgevingsvergunning, heeft verweerder de derde-partij terecht aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Het betoog van eisers slaagt niet.

7. Eisers betogen dat de openbare kennisgeving als bedoeld in artikel 3:12, eerste lid, van de Awb gebrekkig is en dat niet kan worden uitgesloten dat derden door de gebrekkige kennisgeving zijn benadeeld. Verweerder erkent dat de openbare kennisgeving in het huis-aan-huisblad GemeenteNieuws van 18 april 2012 wellicht geen schoonheidsprijs verdient. Het ontwerpbesluit is gepubliceerd in de rubriek “Openbare bekendmakingen” in het GemeenteNieuws. De plaatsing van het bericht onder het kopje “Vergunningen” zonder de uitdrukkelijke vermelding daarbij wie en hoe daartegen kon worden opgekomen, kan verwarring hebben gewekt. Nu evenwel onder dat kopje was aangegeven waar en wanneer de aanvraag, het ontwerpbesluit en de bijbehorende stukken voor iedereen ter inzage lagen en onder het kopje “Informatie procedures” was aangegeven dat eenieder gedurende de termijn van terinzagelegging mondeling of schriftelijk zienswijzen naar voren kan brengen, is geen sprake van een gebrekkige kennisgeving. Het betoog van eisers slaagt niet.

8. Eisers betogen dat de op de milieuvergunning van 18 maart 2009 betrekking hebbende stukken ten onrechte niet ter inzage zijn gelegd. Ingevolge artikel 3:11, eerste lid, van de Awb legt het bestuursorgaan het ontwerp van het te nemen besluit, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp, ter inzage. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de onderliggende milieuvergunning van 18 maart 2009 en de daarop betrekking hebbende stukken niet aan te merken als op het ontwerp van het te nemen besluit betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp. Het betoog van eisers slaagt niet.

9. Eisers betogen dat de uitspraak van 9 juni 2010 van de AbRvS een gehele vernietiging van de milieuvergunning van 18 maart 2009 behelst. De AbRvS heeft met de genoemde uitspraak de milieuvergunning van 18 maart 2009 vernietigd, voor zover geen voorschriften zijn gesteld met betrekking tot het beheren en beheersen van de geluidemissie en voor zover aan dat besluit geen actueel nulsituatieonderzoek naar bodemverontreiniging ten grondslag is gelegd. Uit de woorden “voor zover” volgt naar het oordeel van de rechtbank dat de milieuvergunning van 18 maart 2009 voor het overige in stand is gelaten. Met de besluiten van 25 januari 2010 en 19 november 2010 zijn de betreffende aan de milieuvergunning van 18 maart 2009 klevende gebreken hersteld. Met de uitspraak van de AbRvS van 13 juli 2011 is de milieuvergunning van 18 maart 2009, zoals die is aangevuld bij de besluiten van 25 januari 2010 en 19 november 2010, in rechte onaantastbaar geworden. Het betoog van eisers slaagt niet.

10. Eisers betogen dat de aan de nieuwe grenswaarden voor de maximale geluidsniveaus ten grondslag gelegde berekening niet deugdelijk is. De rechtbank kan de StAB volgen in haar standpunt dat Royal Haskoning voor de berekening van het LAmax ten onrechte uitgaat van een gewogen bronsterkte van 109 dB(A) in plaats van de maximaal vergunde bronsterkte van 120 dB(A) voor een kart in klasse C. Voorts kan de rechtbank de StAB volgen in haar standpunt dat de (eerste) toeslag van 13 dB(A) voor de cumulatie van piekgeluiden in een bedrijfssituatie met 20 karts zich alleen voordoet bij een gelijktijdige start in wedstrijdsituaties en niet voor de gehele baan toegepast had mogen worden. Voorts kan de rechtbank de StAB volgen in haar standpunt dat de (tweede) toeslag van 10 dB(A) voor piekgeluiden zoals een knallende uitlaat en gierende banden, waarbij in zekere zin ook rekening wordt gehouden met het cumulatieve effect van twee of drie karts die gelijktijdig op dezelfde plaats op de baan een piekgeluid veroorzaken, in principe voor de gehele baan, met name net voor een bocht, maar niet nabij de startlocatie zou moeten gelden. De rechtbank kan de StAB daarom volgen in haar conclusie dat de toeslag van 10 dB, anders dan Royal Haskoning heeft gedaan, niet in combinatie met de toeslag van 13 dB in rekening mag worden gebracht. Het betoog van eisers slaagt.

11. Eisers betogen dat de wijziging van het begrip ˈwedstrijd(weekend)ˈ in het begrip ˈwedstrijddagˈ in de voorschriften 8.1 en 9.1 leidt tot een aanmerkelijke verruiming van het mogelijke aantal wedstrijddagen per jaar en daarmee gepaard gaande onaanvaardbare extra geluidsoverlast. De rechtbank stelt vast dat het aantal wedstrijddagen per jaar door de vergunning niet nader is beperkt. Uit voorschrift 2.2 moet evenwel worden afgeleid dat de grenswaarden voor het met een toeslag voor tonaal geluid tot stand gekomen langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in de wedstrijdsituatie niet minder streng zijn dan de grenswaarden voor het zonder een toeslag voor tonaal geluid tot stand gekomen langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in de reguliere, recreatieve bedrijfssituatie. Voorts kan uit het aan de milieuvergunning ten grondslag liggende akoestisch onderzoek van Royal Haskoning worden afgeleid dat de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) ten gevolge van de indirecte hinder veroorzaakt door het vervoer van en naar de inrichting zowel in de wedstrijdsituatie als in de reguliere, recreatieve situatie, voldoen aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) voor alle relevante woningen. De rechtbank heeft in wat eisers hebben aangevoerd geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat in de wedstrijdsituatie niet aan de daarvoor geldende grenswaarden kan worden voldaan, dan wel dat de directe en indirecte milieugevolgen van de inrichting in de wedstrijdsituatie met de aan de vergunning verbonden voorschriften onvoldoende worden beperkt. Het betoog van eisers slaagt niet.

12. De beroepen, voor zover ontvankelijk, zijn gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarbij de grenswaarden in dB(A) voor de maximale geluidsniveaus (LAmax) in voorschrift 2.3 zijn gewijzigd.

13. De rechtbank ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien, in die zin dat overeenkomstig het daartoe strekkende verzoek van verweerder in de brief van de Omgevingsdienst Achterhoek van 17 november 2014:

- een extra voorschrift aan het bestreden besluit wordt verbonden, inhoudende dat in de avondperiode alleen met type A karts mag worden gereden;

- de grenswaarden in dB(A) voor de maximale geluidsniveaus (LAmax) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in voorschrift 2.3 van het bestreden besluit voor de daarin genoemde beoordelingspunten als volgt worden gewijzigd:

1. [adres 1]: 61, 56 en 40;

2. [adres 2]: 61, 56 en 40;

3. [adres 3]: 69, 64 en 40;

8. circa 360 m noordelijk van de inrichting: 61, 56 en 40;

9. circa 200 m noordelijk van de inrichting: 67, 62 en 40;

10. circa 250 m oostelijk van de inrichting: 65, 60 en 40;

11. circa 250 m zuidelijk van de inrichting: 62, 57 en 40;

12. circa 250 m westelijk van de inrichting: 66, 61 en 40.

Nu de te wijzigen grenswaarden niet in strijd zijn met het in 2007 vastgestelde gemeentelijke geluidbeleid en de in de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening genoemde grenswaarden in dB(A) voor maximale geluidsniveaus (LAmax) voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode van 70, 65 en 60 daarmee niet worden overschreden en de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast, acht de rechtbank de te wijzigen grenswaarden met het oog op de bescherming van het milieu aanvaardbaar. Van een verkapte weigering van de vergunning is daarbij geen sprake, omdat met het geluidsmonitoringssysteem luidruchtige karts in een zodanige mate van de baan kunnen worden geweerd dat aan de voorschriften kan worden voldaan.

14. Gelet op het vorenstaande bestaat aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eisers in verband met de behandeling van hun beroepen redelijkerwijs hebben moeten maken. Met toepassing van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), zoals dat ten tijde hier van belang luidde, worden de ter zake van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand gemaakte proceskosten zowel voor eisers 1 als voor eisers 4 en 5 tezamen, vastgesteld op € 1180,-- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 0,5 punt voor de schriftelijke zienswijze na verslag deskundigenonderzoek en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, wegingsfactor 1). De op grond van het Bpb voor vergoeding in aanmerking komende reiskosten worden vastgesteld op € 11,20 voor eisers 1 en € 33,80 voor eiseres 3. Van andere op grond van het Bpb voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep van eisers[eiser 2] en [eiser 2] niet-ontvankelijk;

  • -

    verklaart de beroepen voor het overige gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarbij de grenswaarden in dB(A) voor de maximale geluidsniveaus (LAmax) in voorschrift 2.3 zijn gewijzigd;

  • -

    bepaalt dat:

- een extra voorschrift aan het bestreden besluit wordt verbonden, inhoudende dat in de avondperiode alleen met type A karts mag worden gereden;

- de grenswaarden in dB(A) voor de maximale geluidsniveaus (LAmax) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in voorschrift 2.3 van het bestreden besluit voor de daarin genoemde beoordelingspunten als volgt worden gewijzigd:

1. [adres 1]: 61, 56 en 40;

2. [adres 2]: 61, 56 en 40;

3. [adres 3]: 69, 64 en 40;

8. circa 360 m noordelijk van de inrichting: 61, 56 en 40;

9. circa 200 m noordelijk van de inrichting: 67, 62 en 40;

10. circa 250 m oostelijk van de inrichting: 65, 60 en 40;

11. circa 250 m zuidelijk van de inrichting: 62, 57 en 40;

12. circa 250 m westelijk van de inrichting: 66, 61 en 40;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit voor zover dat is vernietigd;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers 1 tot een bedrag van in totaal € 1191,20;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres 3 tot een bedrag van in totaal € 33,80;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers 4 en 5 tezamen tot een bedrag van in totaal € 1180,--;

  • -

    bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van onderscheidenlijk € 156,-- aan eisers 1, 2 en 5 en € 310,-- aan eisers 3 en 4 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J. Jue, voorzitter, mr. B.J. Zippelius en mr. S.A. van Hoof, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Saedt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.