Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:6579

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
26-10-2015
Datum publicatie
26-10-2015
Zaaknummer
05/881437-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank Gelderland veroordeelt een inmiddels 21-jarige man uit Zevenaar voor mensenhandel en onder meer het bezit van kinderporno tot zes maanden en drie dagen jeugddetentie, waarvan zes maanden voorwaardelijk en een werkstraf van 180 uren. Ook moet hij een schadevergoeding aan het slachtoffer betalen. De man is als verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd. De man is veroordeeld volgens het adolescentenstrafrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/881437-14

Datum uitspraak : 26 oktober 2015

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] 1994 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [woonplaats]

Raadsman: mr. C.H. Molenaar, advocaat te Zevenaar.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 12 oktober 2015.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij (op één of meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 oktober

2013 tot en met 31 augustus 2014 te Arnhem en/of Elst en/of te Zevenaar en/of

te Duiven en/of Groessen en/of Beuningen en/of Sluis en/of elders in Nederland,

meermalen, althans eenmaal (telkens), een ander, te weten, [slachtoffer]

(geboren op [geboortedatum 2] ),

(lid 1, onder 2°)

heeft geworven en/of vervoerd met het oogmerk van uitbuiting,

terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

en/of

(lid 1, onder 5°)

ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van

seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling en/of

enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte wist of

redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou

stellen tot het verrichten van die handelingen,

terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

en/of

(lid 1, onder 8°)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die [slachtoffer]

met of voor een derde tegen betaling,

terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

immers heeft verdachte (telkens)

-die [slachtoffer] meegenomen naar een seksbioscoop en/of seksshop en/of sekssauna

en/of

-die [slachtoffer] seks met hem laten hebben tegen haar wil en/of

-die [slachtoffer] gevraagd om seks te hebben met anderen (al dan niet voor geld) en/of

-seksueel/erotisch getinte foto's van die [slachtoffer] gemaakt en/of een seksfilmpje

van die [slachtoffer] gemaakt en/of

-een seksadvertentie van die [slachtoffer] gemaakt en/of op internet geplaatst en/of

-de klantentelefoon beheerd en/of afspraken gemaakt met klanten voor die [slachtoffer]

-die [slachtoffer] naar klanten gebracht en/of

-het door die [slachtoffer] verdiende geld ingenomen en/of bepaald waar het door [slachtoffer]

verdiende geld aan werd besteed;

(lid 3, onder 2°)

terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt.

2.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2014

tot en met 31 augustus 2014, te Zevenaar en/of te Duiven en/of Groessen en/of

te Arnhem en/of te Elst, in elk geval in Nederland, 124, althans een aantal, afbeeldingen/multimediafiles (te weten 113 foto’s en 11 filmfragmenten),

danwel een gegevensdrager (te weten een Samsung Galaxy Note 3 GSM

(beslagnummer V.01.01)) bevattende die afbeeldingen/multimediafiles,

in zijn bezit heeft gehad,

en/of

tezamen en in vereniging, althans alleen,

die afbeeldingen/multimediafiles heeft vervaardigd en/of verworven en/of

verspreid, zijnde afbeeldingen/multimediafiles van (een) seksuele gedraging(en) waarbij

(telkens) de geheel of gedeeltelijk ontklede minderjarige [slachtoffer] ,

geboortedatum [geboortedatum 2] is betrokken,

waarbij de voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

A. (seksueel binnendringende handelingen bij die [slachtoffer] en door die [slachtoffer] )

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer]

door een derde (met een penis) en/of door die [slachtoffer] zelf (met een vinger

en/of een voorwerp);

- zoals een foto (nummer 8829) waarop het naakte onderlijf van die [slachtoffer] te

zien is waarbij zij in haar vagina wordt gepenetreerd door de penis van een

man;

- en zoals een filmfragment ( [bestand] ) waarin te zien is

dat die [slachtoffer] naakt en wijdbeens op de rand van een bad zit terwijl zij een

dildo in haar hand heeft die deels in haar vagina is ingebracht;

en/of

B. (ontuchtige handelingen gepleegd door die [slachtoffer] en bij die [slachtoffer] )

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een manspersoon door die

[slachtoffer] (met haar vinger/hand en/of haar mond/tong);

- zoals een foto (nummer 2839) waarop te zien is dat die [slachtoffer] de stijve

penis van een naakte man in haar hand heeft;

- en zoals een filmfragment ( [bestand] ) waarop te zien

is dat de vagina van die [slachtoffer] door een manspersoon gelikt wordt;

en/of

C. (het ontkleed poseren door die [slachtoffer] )

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van die [slachtoffer]

- waarbij zij gekleed is en/of opgemaakt is in een (erotisch getinte) houding

en/of op een wijze die niet bij haar leeftijd past en/of poseert in een

omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding en/of

op een wijze die niet bij haar leeftijd past en/of

- waarbij door het gekozen camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of

de wijze van kleden van die [slachtoffer] en/of de uitsnede van de afbeeldingen/

filmfragmenten nadrukkelijk haar (ontblote) vagina en/of billen en/of borsten

in beeld gebracht worden,

waarbij de afbeeldingen (aldus) telkens een onmiskenbaar seksuele strekking

hebben en/of strekken tot seksuele prikkeling;

- zoals een foto ( [bestand] ) waarop die [slachtoffer] met ontblote borsten te zien

is waarbij zij een poserende houding aanneemt.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Ten aanzien van feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van intake van [slachtoffer] , p. 25-26;

- het proces-verbaal van verhoor/intake van [slachtoffer] , p. 27-28;

- het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] , p. 29-55;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 oktober 2015.

Ten aanzien van feit 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] , p. 61-64;

- het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, met bijlagen p. 196-201 en p. 202-205A;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 oktober 2015.

De periode

De rechtbank overweegt met betrekking tot de periode dat deze wordt ingekort in die zin dat de start van de uitbuiting op 1 maart 2014 plaatsvond. Vanaf deze datum zijn blijkens de aangifte de uitbuitingshandelingen begonnen.

De plaatsen

De rechtbank acht alle tenlastegelegde pleegplaatsen wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van Elst. Niet is gebleken is dat daar strafbare feiten zijn gepleegd.

De handelingen

Met betrekking tot het dwingen van aangeefster om tegen haar zinseks te hebben met verdachte overweegt de rechtbank dat dit niet is gebleken uit de verklaring van aangeefster.
Voorts is niet vast komen te staan dat verdachte bepaalde wat aangeefster met haar geld moest doen. Zij had zelf de beschikking over het geld. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van het tweede en het laatste gedachtestreepje.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij (op één of meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2014 tot en met 31 augustus 2014 te Arnhem en/of Elst en/of te Zevenaar en/of te Duiven en/of Groessen en/of Beuningen en/of Sluis en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens),

een ander, te weten, [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] ),

(lid 1, onder 2°)

heeft geworven en/of vervoerd met het oogmerk van uitbuiting, terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

en/of

(lid 1, onder 5°)

ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling en/of enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou

stellen tot het verrichten van die handelingen, terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

en/of

(lid 1, onder 8°)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die [slachtoffer] met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

immers heeft verdachte (telkens)

-die [slachtoffer] meegenomen naar een seksbioscoop en/of seksshop en/of sekssauna

en/of

-die [slachtoffer] seks met hem laten hebben tegen haar wil en/of

-die [slachtoffer] gevraagd om seks te hebben met anderen (al dan niet voor geld) en/of

-seksueel/erotisch getinte foto's van die [slachtoffer] gemaakt en/of een seksfilmpje van die [slachtoffer] gemaakt en/of

-een seksadvertentie van die [slachtoffer] gemaakt en/of op internet geplaatst en/of

-de klantentelefoon beheerd en/of afspraken gemaakt met klanten voor die [slachtoffer]

-die [slachtoffer] naar klanten gebracht en/of

-het door die [slachtoffer] verdiende geld ingenomen en/of bepaald waar het door [slachtoffer] verdiende geld aan werd besteed;

(lid 3, onder 2°)

terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt.

2.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 augustus 2014, te Zevenaar en/of te Duiven en/of Groessen en/of te Arnhem en/of te Elst, in elk geval in Nederland, 124, althans een aantal, afbeeldingen/multimediafiles (te weten 113 foto’s en 11 filmfragmenten), dan wel een gegevensdrager (te weten een Samsung Galaxy Note 3 GSM (beslagnummer V.01.01)) bevattende die afbeeldingen/multimediafiles,

in zijn bezit heeft gehad,

en/of

tezamen en in vereniging, althans alleen, die afbeeldingen/multimediafiles heeft vervaardigd en/of verworven en/of verspreid,

en

tezamen en in vereniging, althans alleen, die afbeeldingen/multimediafiles heeft vervaardigd en/of verworven en/of verspreid,

zijnde afbeeldingen/multimediafiles van (een) seksuele gedraging(en) waarbij (telkens) de geheel of gedeeltelijk ontklede minderjarige [slachtoffer] , geboortedatum [geboortedatum 2] is betrokken,

waarbij de voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

A. (seksueel binnendringende handelingen bij die [slachtoffer] en door die [slachtoffer] ) het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer] door een derde (met een penis) en/of door die [slachtoffer] zelf (met een vinger en/of een voorwerp);

- zoals een foto (nummer 8829) waarop het naakte onderlijf van die [slachtoffer] te zien is waarbij zij in haar vagina wordt gepenetreerd door de penis van een man;

- en zoals een filmfragment ( [bestand] ) waarin te zien is dat die [slachtoffer] naakt en wijdbeens op de rand van een bad zit terwijl zij een dildo in haar hand heeft die deels in haar vagina is ingebracht;

en/of

B. (ontuchtige handelingen gepleegd door die [slachtoffer] en bij die [slachtoffer] )

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een manspersoon door die [slachtoffer] (met haar vinger/hand en/of haar mond/tong);

- zoals een foto (nummer 2839) waarop te zien is dat die [slachtoffer] de stijve penis van een naakte man in haar hand heeft;

- en zoals een filmfragment ( [bestand] ) waarop te zien is dat de vagina van die [slachtoffer] door een manspersoon gelikt wordt;

en/of

C. (het ontkleed poseren door die [slachtoffer] )

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van die [slachtoffer] ,

- waarbij zij gekleed is en/of opgemaakt is in een (erotisch getinte) houding en/of op een wijze die niet bij haar leeftijd past en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding en/of op een wijze die niet bij haar leeftijd past en/of

- waarbij door het gekozen camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die [slachtoffer] en/of de uitsnede van de afbeeldingen/filmfragmenten nadrukkelijk haar (ontblote) vagina en/of billen en/of borsten in beeld gebracht worden,

waarbij de afbeeldingen (aldus) telkens een onmiskenbaar seksuele strekking hebben en/of strekken tot seksuele prikkeling;

- zoals een foto ( [bestand] ) waarop die [slachtoffer] met ontblote borsten te zien is waarbij zij een poserende houding aanneemt.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

‘mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie het feit wordt gepleegd, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, meermalen gepleegd’

Ten aanzien van feit 2:

medeplegen van

‘een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, meermalen gepleegd’


en


‘een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden en in bezit hebben, meermalen gepleegd’

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van drie dagen, met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht, en voorts tot zes maanden jeugddetentie geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook indien dit inhoudt het volgen van een ambulante behandeling bij Kairos of soortgelijke instelling. Voorts heeft de officier van justitie geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot het verrichten van 180 uren werkstraf, te vervangen door 90 dagen jeugddetentie.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging kan zich vinden in de strafeis van de officier van justitie.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 8 september 2015;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland (rechtszitting), gedateerd 5 oktober 2015;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland (rechtszitting), gedateerd 9 juni 2015;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland (voorgeleiding RC), gedateerd 13 februari 2015;

- een Psychologisch onderzoek Pro Justitia van [deskundige] , gz-psycholoog, gedateerd 22 juni 2015.

Verdachte heeft zijn destijds vijftien-jarige vriendin, het slachtoffer, er onder meer toe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen om tegen betaling seksuele handelingen met derden te verrichten en heeft daarvan voordeel heeft getrokken. Dit is te kwalificeren als mensenhandel. Voorts heeft verdachte kinderpornografische afbeeldingen van het slachtoffer vervaardigd, verspreid en in het bezit gehad.
Mensenhandel is een ernstige vorm van criminaliteit. Het leed en de gevolgen voor de slachtoffers zijn groot. De ingrijpende gevolgen die de bewezenverklaarde feiten voor het slachtoffer hebben gehad, zijn tot uitdrukking gebracht in de ter terechtzitting voorgedragen slachtofferverklaring.


Verdachte en het slachtoffer hadden een relatie. Verdachte had -als 19 jarige jongen- een overwicht op het 15-jarige slachtoffer dat geen ‘nee’ durfde te zeggen. Bovendien wilde het slachtoffer verdachte niet kwijt en deed zij wat hij haar zei. Op verdachtes initiatief gingen ze naar seksshops, een sekssauna en een seksbioscoop. Verdachte vroeg aan aangeefster om seks met anderen te hebben (tegen betaling). Verdachte maakte foto’s van aangeefster voor advertenties op internet. Verdachte maakte de afspraken met klanten en bracht het slachtoffer naar de klanten/locaties toe.

Blijkens de inhoud van bovengenoemd NIFP rapport is verdachte een zwakbegaafde jongvolwassene met een achterblijvende sociaal-emotionele ontwikkeling. Hierdoor functioneerde verdachte ten tijde van het ten laste gelegde op een veel jonger leeftijdsniveau met vaardigheden die passen bij kinderen tussen de 10 en 17 jaar. Verdachte was zich onvoldoende bewust van het overwicht dat hij had op zijn destijds 15-jarige vriendin, althans verdachte ervoer deze relatie als geheel gelijkwaardig ondanks het leeftijdsverschil.

De rapporteur stelt dat er voornamelijk indicaties en geen contra-indicaties zijn voor toepassing van het jeugdstrafrecht. De reclassering sluit (in haar rapport van 9 juni 2015) daarbij aan en merkt op dat verdachte aanzienlijk lagere capaciteiten bezit dan in het directe contact met hem merkbaar is. Hij kan daardoor snel overschat worden. Door het overschatten, moeilijk begrenzen en onvoldoende inzicht in eigen capaciteiten, kan verdachte opnieuw in problemen komen met anderen. Er wordt geadviseerd om volwassenenreclassering op te leggen omdat verdachte al een proces is aangegaan met deze begeleiding.

De rechtbank vindt, gelet op vorenstaande, in de persoonlijkheid van verdachte en de omstandigheden waaronder het feit is begaan, aanleiding recht te doen overeenkomstig de in artikel 77c Wetboek van Strafrecht genoemde artikelen van het jeugdrecht.

Blijkens genoemd rapport had verdachte weet van de wettelijke leeftijdsgrens voor seks maar zou de context een verzachtende omstandigheid kunnen vormen, namelijk dat de relatie door de ouders werd goedgekeurd/gedoogd. Door de cognitieve en sociaal-emotionele achterstand van verdachte, en daarmee nog zijn sterke afhankelijkheid van zijn ouders, is deze context van belang. Het ten laste gelegde is ingeschat als passend binnen adolescent experimenteergedrag zij het dat het wel extreem grensoverschrijdend was. Verdachte kon de gevolgen van zijn handelen vooraf onvoldoende overzien, mede gelet op het feit dat deze pas aan het licht kwamen nadat de moeder van het slachtoffer was ingelicht. Verdachte ervoer telkens gelijkwaardigheid in relatie tot het slachtoffer.

Geconcludeerd wordt dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar is te beschouwen.

De rechtbank neemt vorenstaande mee bij bepaling van de strafmaat en neemt voorts in overweging dat het geheel kennelijk ontstaan is vanuit de behoefte van verdachte om te experimenteren op seksueel gebied. Het ging hem dus niet (zozeer) om geldelijk gewin. Hij heeft het geld ook meteen aan het slachtoffer gegeven, die het geld heeft gebruikt voor een gezamenlijke vakantie. Verdachte is betrekkelijk jong en is een first offender op dit gebied. De rechtbank houdt voorts rekening met de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.

De rechtbank neemt de overwegingen van de rapporteur(s) als uitgangspunt bij de strafoplegging en ziet daarin, alsmede in de handelingsvaardigheden van verdachte en het belang om het recidive gevaar zoveel mogelijk te beperken, redenen om jeugddetentie op te leggen waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van het voorarrest. De rechtbank zal voorts zes maanden voorwaardelijke jeugddetentie opleggen, met oplegging van de door reclassering geadviseerde voorwaarde. De rechtbank zal volwassenen reclassering opdracht geven verdachte te begeleiden. Ook zal de rechtbank een werkstraf aan verdachte opleggen.

Het na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten de in beslag genomen telefoon van het merk Samsung Galaxy Note 3 GSM (beslagcode V01.01) met behulp waarvan het 2 bewezenverklaarde is begaan, dient te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 4.442,14.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot betaling van het bedrag van € 4.442,14 toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 54 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om de vordering te matigen. Met betrekking tot het gevorderde bedrag betreffende de materiele schade is door de verdediging opgemerkt dat verdachte en het slachtoffer de opbrengsten van de prostitutiewerkzaamheden samen hebben opgemaakt.
Met betrekking tot het gevorderde bedrag betreffende de immateriële schade heeft de verdediging opgemerkt dat het bedrag te hoog is gelet op het feit dat verdachte de relatie als gelijkwaardig beschouwde en doordat verdachte financiële problemen heeft, onder meer door de kosten van de telefoon die het slachtoffer in gebruik had.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot het gevorderde bedrag ter vergoeding van de geleden materiële schade, vast komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van € 457,14 schade heeft geleden of zal leiden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Dit bedrag ziet op alle reiskosten, ook de reiskosten die nog gemaakt zullen worden. De rechtbank overweegt dat deze kosten voorzienbaar zijn. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen. Met betrekking tot de opbrengsten uit de prostitutiewerkzaamheden overweegt de rechtbank dat niet vast is komen te staan dat de benadeelde partij ten gevolge van het bewezenverklaarde handelen deze schade heeft geleden. De benadeelde partij heeft de opbrengsten ontvangen en kon zelf beslissen waaraan die werden uitgegeven. Dit deel van de vordering zal derhalve worden afgewezen.

Met betrekking tot het gevorderde bedrag in verband met geleden immateriële schade overweegt de rechtbank dat vast is komen te staan dat het slachtoffer door de bewezenverklaarde feiten schade heeft opgelopen die niet uit vermogensschade bestaat. De rechtbank oordeelt dat een geldelijke compensatie hiervoor passend is. De rechtbank overweegt dat, gelet op alle omstandigheden van het geval, een matiging op zijn plaats is. Bovendien is de omvang van de gevolgen voor het slachtoffer op dit moment nog niet geheel duidelijk. De rechtbank maakt gebruik van haar schattingsbevoegdheid om de hoogte van het thans toe te kennen bedrag vast te stellen. De rechtbank zal een bedrag van € 1.000,-- bij wijze van voorschot aan de benadeelde partij toewijzen. Voor het overige is de rechtbank van oordeel dat behandeling van de vordering zodanig nader onderzoek met zich zou brengen dat dit een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

De gevorderde en toegewezen rente, zijn daar niet bij inbegrepen. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 31 augustus 2014.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14d, 24c, 36f, 27, 57, 77c, 77g, 77gg, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 240b en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot 6 (zes) maanden en 3 (drie) dagen jeugddetentie;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 bepaalt, dat een gedeelte van deze jeugddetentie, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden;

 stelt de proeftijd vast op 2 (twee) jaren onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van Kairos of soortgelijke ambulante forensische zorg, waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven, zolang de behandelaars in overleg met de reclassering dit noodzakelijk achten.

- Geeft opdracht aan de reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht).

 een werkstraf gedurende 180 (honderdtachtig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen;

 beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een telefoon van het merk Samsung Galaxy Note 3 GSM (beslagcode V01.01).

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 en 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], van een bedrag van € 1.457,14 (zegge: duizendvierhonderdzevenenvijftig euro en veertien cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 augustus 2014 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    wijst af een gedeelte van de vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 485,00;

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 1.457,14 (zegge: duizendvierhonderdzevenenvijftig euro en veertien cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 augustus 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 24 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H.M. van Dijk (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. H.G. Eskes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.L. Miedema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 oktober 2015.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost Nederland, DRR, AVIM, Team Mensenhandel, opgemaakte proces-verbaal, onderzoek ELF11, dossiernummer 00700-2014094532, gesloten op 12 februari 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.