Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:6550

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
24-09-2015
Datum publicatie
23-10-2015
Zaaknummer
286483
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vraag of eisers op grond van de algemene voorwaarden de overeenkomst met gedaagde konden beëindigen daar gedaagde per dezelfde datum haar gebruiksrecht op het intellectuele eigendomsrecht van het dienstverleningspakket heeft beëindigd. Uitleg bepaling in algemene voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/286483 / KG ZA 15-348

Vonnis in kort geding van 24 september 2015

in de zaak van

1. de stichting

ST. SCHOLENGROEP SPINOZA VOOR VOORTGEZET ONDERWIJS,

gevestigd te Voorburg,

2. de stichting

STICHTING DIGITAAL LEREN,

gevestigd te 's-Gravenhage,

eiseressen,

advocaat mr. M.R.A. Dekker te Den Haag,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MERCES B.V.,

gevestigd te Tiel,

gedaagde,

advocaat mr. R.M. Stark te Tiel.

Eisers zullen hierna worden aangeduid als Spinoza en Stichting Digitaal Leren. Gedaagde zal Merces genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Merces.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Merces levert aan onderwijsorganisaties via duurovereenkomsten programmatuur op het gebied van personeels-, salaris- en financiële administratie. Merces verzorgt sinds 2009 voor Spinoza en sinds 2013 voor Stichting Digitaal Leren de programmatuur voor de personeels- en de salarisadministratie

2.2.

Spinoza en Stichting Digitaal Leren zijn met ingang van 1 januari 2014 een nieuwe dienstverleningsovereenkomst met Merces aangegaan voor de duur van drie jaar. De dienstverlening van Merces wordt uitgevoerd via haar systeem “Merces@Work”, dat is een op “SAP” gebaseerd dienstverleningspakket.

2.3.

Op de dienstverleningsovereenkomst zijn de Algemene Voorwaarden van Merces B.V. van toepassing. In deze algemene voorwaarden staat, voor zover van belang, het volgende:

(…)

Artikel 13. Beëindiging

1. De dienstverleningsovereenkomst eindigt, onverminderd het elders in deze Voorwaarden bepaalde:

a) Door opzegging door Opdrachtgever bij aangetekend schrijven binnen een maand na bekendmaking van een wijziging van de AV Merces, in welk geval de Dienstverleningsovereenkomst eindigt met ingang van de wijziging;

b) Door opzegging door een der partijen voor 1 januari van enig jaar of enige andere conform deze AV Merces B.V. toegestane datum, in welk geval de Dienstverleningsovereenkomst eindigt met ingang van 1 januari van het daarop volgende jaar of twaalf maanden na de andere toegestane datum.

c) Door beëindiging van het recht van Merces B.V. om voor de Dienstverlening benodigde intellectuele eigendomsrechten van derden te gebruiken, in welk geval de Dienstverleningsovereenkomst eindigt met ingang van de beëindiging van het gebruiksrecht van Merces B.V., Merces B.V. zal zich inspannen de voor de Dienstverlening benodigde gebruiksrechten te verkrijgen en/of behouden, voorzover dit redelijkerwijs van haar gevergd kan worden.

(…).

2.4.

Eind januari 2014 heeft Merces haar klanten laten weten dat zij met ingang van
1 januari 2016 zal stoppen met het aanbieden van Merces@Work en dat zij haar dienstverlening vanaf dat moment zal aanbieden via het administratiepakket HR2day. HR2day is een op “SalesForce” gebaseerd dienstverleningspakket.

2.5.

Bij brief van 18 december 2014 hebben Spinoza en Stichting Digitaal Leren de dienstverleningsovereenkomst met Merces met ingang van 1 januari 2016 opgezegd. In deze brief is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:

De grond voor de beëindiging is gelegen in artikel 13 lid 1 sub c van uw algemene voorwaarden. U heeft namelijk zelfstandig besloten op uiterlijk per 1 januari 2016 uw gebruiksrecht van het intellectueel eigendom van een derde, om de dienstverlening met uw huidige propositie Merces@Work te kunnen uitvoeren, te beëindigen.

In het eerste kwartaal van 2015 zal de Scholengroep Spinoza een brede consultatie doen naar de meest geschikte opvolger van Merces@Work en ik nodig u te zijner tijd graag uit om de mogelijkheden van uw nieuwe propositie HR2day aan ons te demonstreren. Afhankelijk van de mogelijkheden die marktpartijen te bieden hebben zullen wij uiteindelijk kiezen voor die dienstverlener die het beste in staat is om ons programma van eisen uit te voeren.

2.6.

Bij brief van 9 februari 2015 heeft Merces Spinoza meegedeeld dat zij niet akkoord gaat met de opzegging.

2.7.

Partijen hebben vervolgens tot en met juni 2015 met elkaar overleg gevoerd. Dit overleg heeft niet tot een uitkomst geleid.

3 Het geschil

3.1.

Spinoza vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

Primair:

1. Merces te verbieden vanaf 1 januari 2016 nog werkzaamheden voor Spinoza en Stichting Digitaal Leren uit te voeren en daarvoor facturen te verzenden omdat er tussen partijen geen overeenkomst meer bestaat.

2. Merces te gebieden het eindigen van de overeenstemming tussen partijen te accepteren in die zin dat Merces dient te bevestigen dat de overeenkomst tussen partijen is geëindigd.

3. Merces te gebieden mee te werken aan een nette afronding van de werkzaamheden voor Spinoza en Stichting Digitaal Leren door:
- levering van de benodigde exportbestanden om per 1 januari 2016 een goede stand van zaken in de eigen financiële en salarisadministratie in te kunnen voeren.

- verrichten van de werkzaamheden die nodig zijn voor het afronden van het boekjaar 2015, zoals de afgelopen jaren steeds is gebeurd.
- een redelijke vergoeding vast te stellen voor het verrichten van de bovengenoemde werkzaamheden.

4. Dit alles onder verbeurte van een in redelijkheid door de voorzieningenrechter vast te stellen dwangsom per iedere dag die Merces in gebreke blijft om hieraan uitvoering te geven.

Subsidiair:

5. Een andere voorziening te treffen waardoor aan de rechtmatige belangen van Spinoza tegemoet wordt gekomen.

een en ander met veroordeling van Merces in de proceskosten.

3.2.

Merces voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Merces heeft betwist dat Spinoza en Stichting Digitaal Leren een spoedeisend belang hebben bij hun vordering. Aangenomen kan worden dat Spinoza en Stichting Digitaal Leren op korte termijn duidelijkheid dienen te krijgen over de vraag of de overeenkomst met Merces per 1 januari 2016 is geëindigd of niet. Spinoza en Stichting Digitaal Leren zullen ook vanaf 1 januari 2016 een salarisadministratie moeten voeren en zij zullen eventueel met een andere dienstverlener moeten contracteren. Ook verlangen zij duidelijkheid over de kosten die vanaf 1 januari 2016 aan de dienstverlening zijn verbonden. Hiermee is het spoedeisend belang gegeven.

4.2.

De kern van het geschil tussen partijen is of Spinoza en Stichting Digitaal Leren op grond van artikel 13 lid 1 sub c van de Algemene Voorwaarden van Merces B.V. (hierna: de algemene voorwaarden) de overeenkomst met Merces met ingang van 1 januari 2016 konden beëindigen daar Merces per dezelfde datum haar gebruiksrecht op het intellectuele eigendomsrecht van het op SAP gebaseerde programma Merces@Work heeft beëindigd.

4.3.

Het standpunt van Merces is dat artikel 13 lid 1 sub c van de algemene voorwaarden uitsluitend is geschreven voor Merces zelf. Het artikel ziet volgens Merces op een overmachtssituatie waarbij aan haar (licentie)overeenkomst met een derde een einde is gekomen en er door haar geen andere IE-rechten kunnen worden ingezet. Deze situatie zou voor de eindgebruiker onacceptabele gevolgen hebben. Het is in het belang van Merces om dan een beroep op deze bepaling te kunnen doen, omdat zij anders gehouden zal zijn om diensten te verlenen zonder dat er nog sprake is van een lopende hoofdlicentie. Het is niet de bedoeling geweest dat de opdrachtgever zich op dit artikel kan beroepen.

4.4.

Niet in geschil is dat de algemene voorwaarden deel uitmaken van de overeenkomst. De inhoud van de overeenkomst is dus schriftelijk vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst en de algemene voorwaarden. De vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht.

4.5.

In het onderhavige geval gaat het om de uitleg van artikel 13 lid 1 sub c van de algemene voorwaarden. Nu over dergelijke voorwaarden niet tussen partijen onderhandeld pleegt te worden en niet gesteld of gebleken is dat zulks in dit geval anders is, is de uitleg daarvan met name afhankelijk van de objectieve bewoordingen waarin de desbetreffende bepaling is gesteld, gelezen in het licht van de overeenkomst als geheel (vgl. HR 16 mei 2008, NJ 2008/284). Hieromtrent wordt het volgende overwogen.

4.6.

Vast staat dat Merces het recht op het gebruik van Merces@Work voor haar dienstverlening met ingang van 1 januari 2016 heeft beëindigd en dat zij haar dienstverlening vanaf deze datum zal gaan uitvoeren met behulp van een ander softwarepakket, te weten HR2day. Het nieuwe softwarepakket is niet zoals Merces@Work gebaseerd op SAP (een Duits softwarepakket) maar op SalesForce, een softwarepakket dat werkt met cloudoplossingen. In die zin is dus sprake van een beëindiging van het recht van Merces om de voor de dienstverlening benodigde intellectuele eigendomsrechten van derden - in dit geval SAP - te gebruiken. Uit de tekst van artikel 13 lid 1 sub c van de Algemene Voorwaarden van Merces kan niet worden afgeleid wie een beroep op dit artikel mag doen. In het artikel staat slechts is algemene zin dat de overeenkomst eindigt als het gebruiksrecht van Merces op de voor haar dienstverlening benodigde intellectuele eigendomsrechten van derden eindigt. Verder valt uit de tekst van het artikel ook niet af te leiden dat het alleen is geschreven voor de situatie waarin er door Merces geen andere intellectuele eigendomsrechten kunnen worden ingezet en niet voor de onderhavige situatie waarbij Merces haar diensten door middel van een ander softwarepakket wil gaan aanbieden. Merces heeft niet betwist dat het overstappen op een ander pakket voor de medewerkers van de salarisadministratie van Spinoza en Stichting Digitaal Leren een groot verschil maakt omdat de zogeheten “look en feel” van HR2day verschilt van Merces@Work. Nu het beëindigen van het gebruik van Merces@Work dus ook gevolgen heeft voor (medewerkers van de salarisadministratie van) Spinoza en Stichting Digitaal Leren, is het redelijk te veronderstellen dat Spinoza en Stichting Digitaal Leren het artikel zo hebben opgevat en ook zo hebben mogen opvatten dat ook zij de dienstverleningsovereenkomst op grond van artikel 13 lid 1 sub c van de algemene voorwaarden mochten beëindigen met ingang van
1 januari 2016. Dit geldt temeer nu onduidelijkheden in de eenzijdig door Merces opgestelde algemene voorwaarden voor rekening en risico van Merces dienen te blijven.

4.7.

Voorshands kan dan ook worden aangenomen dat Spinoza en Stichting Digitaal Leren de dienstverleningsovereenkomst met ingang van 1 januari 2016 rechtsgeldig hebben beëindigd. Voor toewijzing van vordering 2 is in dit kort geding geen plaats. Toewijzing van die vordering is geen voorlopige voorziening in de zin van artikel 254 Rv maar zal neerkomen op een declaratoire uitspraak. Ook vordering 3 komt niet voor toewijzing in aanmerking omdat voorshands niet aannemelijk is dat Merces niet zal meewerken aan een nette afronding van de werkzaamheden. De vorderingen van Merces zullen dan ook worden toegewezen als hierna te melden.

4.8.

Merces zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Scholengroep Spinoza worden begroot op:

- dagvaarding € 99,98

- griffierecht 613,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.528,98

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verbiedt Merces vanaf 1 januari 2016 nog werkzaamheden voor Spinoza en Stichting Digitaal Leren uit te voeren en daarvoor facturen te sturen,

5.2.

veroordeelt Merces om aan Spinoza een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere dag dat zij niet aan de in 5.1 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 100.000,00 is bereikt,

5.3.

veroordeelt Merces in de proceskosten, aan de zijde van Scholengroep Spinoza tot op heden begroot op € 1.528,98,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.M Vaessen en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2015.

Coll. MBR