Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:6541

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
23-10-2015
Datum publicatie
23-10-2015
Zaaknummer
05/900893-12
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2016:9442
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2018:3458, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf voor mensenhandel en faillissementsfraude. Valsheid in geschrift met betrekking tot PGB- en uitkeringsformulieren niet bewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/2004
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/900893-12

Datum uitspraak : 23 oktober 2015

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1]

Raadslieden: mr. J. de Haan en mr. E.N. Bouwman, beiden advocaat te Utrecht.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 10 januari 2013, 23 mei 2013, 15 augustus 2013, 7 november 2013, 3 november 2014, 29 juni 2015 en 5, 6, 8 en 9 oktober 2015.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering nadere omschrijving tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

[naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4]

op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 16 oktober 2012,

te Nijkerk, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een of meerdere personen, te weten

1. [slachtoffer 1] en/of

2. [slachtoffer 2] en/of

3. [slachtoffer 3] en/of

4. [slachtoffer 4] en/of

5. [slachtoffer 5] en/of

6. [slachtoffer 6] en/of

7. [slachtoffer 7] ,

(telkens) door dwang en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit andere feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie,

die

1. [slachtoffer 1] en/of

2. [slachtoffer 2] en/of

3. [slachtoffer 3] en/of

4. [slachtoffer 4] en/of

5. [slachtoffer 5] en/of

6. [slachtoffer 6] en/of

7. [slachtoffer 7]

heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten

danwel

(telkens) door dwang en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit andere feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte en/of diens mededader(s) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten,

immers heeft/hebben voornoemd(e) rechtspers(o)on(en) en of zijn/hun mededader(s)

(één of meermalen)

terwijl die genoemde perso(o)n(en) een alcoholverslaving en/of een drugsverslaving heeft/hebben en/of schulden heeft/hebben

- zakelijk weergeven -

- opvang en/of behandeling en/of dagbesteding aangeboden en/of beloofd bij de [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] ;

en/of

- ondergebracht en/of gehuisvest in een woning althans kamerbewoning;

en/of

- die perso(o)n(en) gedurende een periode een schuld laten opbouwen bij [naam 1] door het voorschieten van kosten voor huur en/of zakgeld, terwijl die bovengenoemde perso(o)n(en) nog geen uitkering had aangevraagd en/of ontvangen;

en/of

- de vrijheden van die perso(o)n(en) beperkt door zonder toestemming van die perso(o)n(en) de woning te betreden en/of het briefgeheim te schenden;

en/of

- die perso(o)n(en) verplicht laten deelnemen aan het programma van [naam 1] inhoudende dagactiviteiten en/of werkactivering bij de [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 4] en/of [naam 5] ;

en/of

- die perso(o)n(en) (fysiek zware) werkzaamheden laten verrichten bij [naam 2] en/of [naam 4] en/of werkzaamheden laten verrichten bij [naam 1] en/of [naam 5] ;

en/of

- de bankrekeningen van die perso(o)n(en) laten beheren door een bewindvoerder waardoor die perso(o)n(en) geen inzicht hadden in hun eigen financiële positie;

en/of

- die perso(o)n(en) niet of nauwelijks contact laten hebben met de buitenwereld en/of de contacten van die perso(o)n(en) met de buitenwereld gecontroleerd,

door welke feiten en omstandigheden voor die bovengenoemde perso(o)n(en) een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan hij/zij zich niet heeft/hebben kunnen onttrekken en/of tengevolge waarvan hij/zij geen weerstand aan voornoemd(e) rechtspers(o)on(en) en of zijn/hun mededader(s) heeft/hebben kunnen bieden

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij,

op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 16 oktober 2012,

te Nijkerk, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een of meerdere personen, te weten

1. [slachtoffer 1] en/of

2. [slachtoffer 2] en/of

3. [slachtoffer 3] en/of

4. [slachtoffer 4] en/of

5. [slachtoffer 5] en/of

6. [slachtoffer 6] en/of

7. [slachtoffer 7] ,

(telkens) door dwang en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit andere feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie,

die

1. [slachtoffer 1] en/of

2. [slachtoffer 2] en/of

3. [slachtoffer 3] en/of

4. [slachtoffer 4] en/of

5. [slachtoffer 5] en/of

6. [slachtoffer 6] en/of

7. [slachtoffer 7]

heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten

danwel

(telkens) door dwang en/of en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit andere feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte en/of diens mededader(s) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten,

immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) (één of meermalen) die hierboven genoemde perso(o)n(en)

terwijl die genoemde perso(o)n(en) een alcoholverslaving en/of een drugsverslaving heeft/hebben en/of schulden heeft/hebben

- zakelijk weergeven -

- opvang en/of behandeling en/of dagbesteding aangeboden en/of beloofd bij de [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] ;

en/of

- ondergebracht en/of gehuisvest in een woning althans kamerbewoning;

en/of

- die perso(o)n(en) gedurende een periode een schuld laten opbouwen bij [naam 1] door het voorschieten van kosten voor huur en/of zakgeld, terwijl die bovengenoemde perso(o)n(en) nog geen uitkering had aangevraagd en/of ontvangen;

en/of

- de vrijheden van die perso(o)n(en) beperkt door zonder toestemming van die perso(o)n(en) de woning te betreden en/of het briefgeheim te schenden;

en/of

- die perso(o)n(en) verplicht laten deelnemen aan het programma van [naam 1] inhoudende dagactiviteiten en/of werkactivering bij de [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 4] en/of [naam 5] ;

en/of

- die perso(o)n(en) (fysiek zware) werkzaamheden laten verrichten bij [naam 2] en/of [naam 4] en/of werkzaamheden laten verrichten bij [naam 1] en/of [naam 5] ;

en/of

- de bankrekeningen van die perso(o)n(en) laten beheren door een bewindvoerder waardoor die perso(o)n(en) geen inzicht hadden in hun eigen financiële positie;

en/of

- die perso(o)n(en) niet of nauwelijks contact laten hebben met de buitenwereld en/of de contacten van die perso(o)n(en) met de buitenwereld gecontroleerd,

door welke feiten en omstandigheden voor die bovengenoemde perso(o)n(en) een

(afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan hij/zij zich niet heeft/hebben kunnen onttrekken en/of tengevolge waarvan hij/zij geen weerstand aan verdachte en of zijn mededader(s) heeft/hebben kunnen bieden;

2.

[naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4]

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 16 oktober 2012,

te Nijkerk, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal

een groot aantal verantwoordingsformulier(en) Persoons Gebonden Budget - Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (PGB-AWBZ),

waaronder

1. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 6] over de verantwoordingsperiode 25-03-2011 tot en met 30-06-2011, ondertekening d.d. 30-07-2011 (DOC D-103-15), en/of

2. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 6] over de verantwoordingsperiode 01-07-2011 tot en met 31-12-2011, ondertekening d.d. 31-03-2012 (DOC D-103-16), en/of

3. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 6] over de verantwoordingsperiode 25-03-2011 tot en met 31-12-2011, ondertekening d.d. 19-07-2012 (DOC D-103-18), en/of

4. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 6] over de verantwoordingsperiode 01-01-2012 tot en met 30-06-2012, ondertekening d.d. 17-07-2012 (DOC D-103-17), en/of

5. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 6] over de verantwoordingsperiode 01-07-2012 tot en met 31-12-2012, ondertekening d.d. 31-01-2013 (DOC D-103-19), en/of

6. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 7] over de verantwoordingsperiode 01-07-2009 tot en met 31-12-2009, ondertekening d.d. 24-01-2010 (DOC D-099-21), en/of

7. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 7] over de verantwoordingsperiode 01-01-2010 tot en met 30-06-2010, ondertekening d.d. 01-07-2010 (DOC D-099-23), en/of

8. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 7] over de verantwoordingsperiode 01-07-2010 tot en met 31-12-2010, ondertekening d.d. 28-03-2011 (DOC D-099-22), en/of

9. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 7] over de verantwoordingsperiode 01-07-2011 tot en met 31-12-2011, ondertekening d.d. 28-01-2012 (DOC D-099-24), en/of

10. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 7] over de verantwoordingsperiode 01-01-2012 tot en met 30-06-2012, ondertekening d.d. 01-01-2012 (DOC D-099-25), en/of

11. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 7] over de verantwoordingsperiode 01-07-2012 tot en met 31-12-2012, ondertekening d.d. 31-01-2013 (DOC D-099-26), en/of

12. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 1] over de verantwoordingsperiode 20-05-2010 tot en met 30-06-2010, ondertekening d.d. 13-08-2010 (DOC D-112-20), en/of

13. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 1] over de verantwoordingsperiode 01-07-2010 tot en met 31-12-2010, ondertekening d.d. 28-03-2011 (DOC D-112-21), en/of

14. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 1] over de verantwoordingsperiode 01-01-2011 tot en met 30-06-2011, ondertekening d.d. 30-07-2011 (DOC D-112-22), en/of

15. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 1] over de verantwoordingsperiode 01-07-2011 tot en met 31-12-2011, ondertekening d.d. 31-03-2012 (DOC D-112-23), en/of

16. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 1] over de verantwoordingsperiode 01-01-2012 tot en met 30-06-2012, ondertekening d.d. 17-07-2012 (DOC D-112-24), en/of

17. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 1] over de verantwoordingsperiode 01-01-2012 tot en met 30-06-2012, ondertekening d.d. 07-12-2012 (DOC D-112-25), en/of

18. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 3] over de verantwoordingsperiode 22-09-2011 tot en met 31-12-2011, ondertekening d.d. 04-02-2012 (DOC D-114-11), en/of

19. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 3] over de verantwoordingsperiode 01-01-2012 tot en met 30-06-2012, ondertekening d.d. 18-09-2012 (DOC D-114-12), en/of

20. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 3] over de verantwoordingsperiode 01-07-2012 tot en met 31-12-2012, ondertekening d.d. 11-02-2013 (DOC D-114-13), en/of

21. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 7] over de verantwoordingsperiode 01-01-2010 tot en met 30-06-2010, ongedateerd (DOC D-101-21), en/of

22. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 7] over de verantwoordingsperiode 01-07-2010 tot en met 31-12-2010, ondertekening d.d. 22-03-2011 (DOC D-101-22), en/of

23. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 7] over de verantwoordingsperiode 01-01-2011 tot en met 30-06-2011, ondertekening d.d. 30-07-2011 (DOC D-101-23), en/of

24. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 7] over de verantwoordingsperiode 01-07-2011 tot en met 31-12-2011, ondertekening d.d. 31-03-2012 (DOC D-101-24), en/of

25. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 7] over de verantwoordingsperiode 01-01-2012 tot en met 30-06-2012, ondertekening d.d. 17-07-2012 (DOC D-101-25), en/of

26. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 7] over de verantwoordingsperiode 01-07-2012 tot en met 31-12-2013, ondertekening d.d. 31-01-2013 (DOC D-101-26), en/of

27. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 8] over de verantwoordingsperiode 31-07-2009 tot en met 24-12-2009, ondertekening d.d. 20-02-2010 (DOC D-106-24), en/of

28. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 8] over de verantwoordingsperiode 01-07-2011 tot en met 31-12-2011, ondertekening d.d. 28-01-2012 (DOC D-106-28), en/of

29. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 8] over de verantwoordingsperiode 01-01-2012 tot en met 30-06-2012, ondertekening d.d. 16-07-2012 (DOC D-106-29), en/of

30. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 8] over de verantwoordingsperiode 01-07-2012 tot en met 15-10-2012, ondertekening d.d. 05-12-2012 (DOC D-106-30), en/of

31. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 9] over de verantwoordingsperiode 24-02-2010 tot en met 30-06-2010, ongedateerd (DOC D-110-17), en/of

32. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 9] over de verantwoordingsperiode 01-07-2010 tot en met 31-12-2010, ondertekening d.d. 15-03-2011 (DOC D-110-18), en/of

33. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 9] over de verantwoordingsperiode 01-01-2011 tot en met 30-06-2011, ondertekening d.d. 30-07-2011 (DOC D-110-19), en/of

34. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 9] over de verantwoordingsperiode 01-07-2011 tot en met 31-12-2011, ondertekening d.d. 31-03-2012 (DOC D-110-20), en/of

35. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 9] over de verantwoordingsperiode 01-01-2012 tot en met 30-06-2012, ondertekening d.d. 17-07-2012 (DOC D-110-21), en/of

36. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 10] over de verantwoordingsperiode 16-12-2011 tot en met 31-12-2011, ondertekening d.d. 26-03-2012 (DOC D-108-14), en/of

37. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 10] over de verantwoordingsperiode 01-01-2012 tot en met 30-06-2012, ondertekening d.d. 17-07-2012 (DOC D-108-15), en/of

38. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 10] over de verantwoordingsperiode 01-07-2012 tot en met 25-07-2012, ondertekening d.d. 25-09-2012 (DOC D-108-16), en/of

39. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 11] over de verantwoordingsperiode 01-08-2010 tot 31-12-2010, ondertekening d.d. 16-07-2011 (DOC D-109-03), en/of

40. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 11] over de verantwoordingsperiode 01-01-2011 tot en met 30-06-2011, ondertekening d.d. 30-07-2011 (DOC D-109-17), en/of

41. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 11] over de verantwoordingsperiode 01-07-2011 tot en met 01-10-2011, ondertekening d.d. 31-03-2012 (DOC D-109-18), en/of

42. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 11] over de verantwoordingsperiode 31-10-2011 tot en met 31-12-2011, ondertekening d.d. 31-03-2012 (DOC D-109-19), en/of

43. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 11] over de verantwoordingsperiode 01-01-2012 tot en met 30-06-2012, ondertekening d.d. 17-07-2012 (DOC D-109-07),

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs

van enig feit te dienen,

(telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, en/althans heeft/hebben doen opmaken en/of doen vervalsen, althans opzettelijk heeft/hebben gebruikt dan wel opzettelijk heeft/hebben afgeleverd of voorhanden heeft/hebben gehad terwijl zij wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dit geschrift bestemd was voor zodanig gebruik

immers heeft/hebben genoemde rechtsperso(o)n(en) en/of haar mededader(s) en/of (een) derde(n) (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

- zakelijk weergeven -

-op voornoemde verantwoordingsformulier(en) (telkens) (een) ander(e) bedrag(en) en/of uren vermeld en/of laten vermelden dan waarvoor in werkelijkheid zorg was verleend, en/of

-op voornoemde verantwoordingsformulier(en) (telkens) (een) ander(e) zorgvorm(en) vermeld en/of aangekruist en/of laten vermelden en/of aankruisen dan in werkelijkheid was/waren verleend, en/of

-op voornoemde verantwoordingsformulier(en) (telkens) (een) zorgvorm(en) vermeld en/of aangekruist en/of laten vermelden en/of aankruisen, die in werkelijkheid in zijn geheel niet, althans niet voor het volledige bedrag zoals genoemd in dat/die verantwoordingsformulier(en), heeft/hebben plaatsgevonden en/of is/zijn verleend,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij,

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 16 oktober 2012,

te Nijkerk, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal

een groot aantal verantwoordingsformulier(en) Persoons Gebonden Budget - Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (PGB-AWBZ),

waaronder

1. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 6] over de verantwoordingsperiode 25-03-2011 tot en met 30-06-2011, ondertekening d.d. 30-07-2011 (DOC D-103-15), en/of

2. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 6] over de verantwoordingsperiode 01-07-2011 tot en met 31-12-2011, ondertekening d.d. 31-03-2012 (DOC D-103-16), en/of

3. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 6] over de verantwoordingsperiode 25-03-2011 tot en met 31-12-2011, ondertekening d.d. 19-07-2012 (DOC D-103-18), en/of

4. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 6] over de verantwoordingsperiode 01-01-2012 tot en met 30-06-2012, ondertekening d.d. 17-07-2012 (DOC D-103-17), en/of

5. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 6] over de verantwoordingsperiode 01-07-2012 tot en met 31-12-2012, ondertekening d.d. 31-01-2013 (DOC D-103-19), en/of

6. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 7] over de verantwoordingsperiode 01-07-2009 tot en met 31-12-2009, ondertekening d.d. 24-01-2010 (DOC D-099-21), en/of

7. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 7] over de verantwoordingsperiode 01-01-2010 tot en met 30-06-2010, ondertekening d.d. 01-07-2010 (DOC D-099-23), en/of

8. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 7] over de verantwoordingsperiode 01-07-2010 tot en met 31-12-2010, ondertekening d.d. 28-03-2011 (DOC D-099-22), en/of

9. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 7] over de verantwoordingsperiode 01-07-2011 tot en met 31-12-2011, ondertekening d.d. 28-01-2012 (DOC D-099-24), en/of

10. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 7] over de verantwoordingsperiode 01-01-2012 tot en met 30-06-2012, ondertekening d.d. 01-01-2012 (DOC D-099-25), en/of

11. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 7] over de verantwoordingsperiode 01-07-2012 tot en met 31-12-2012, ondertekening d.d. 31-01-2013 (DOC D-099-26), en/of

12. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 1] over de verantwoordingsperiode 20-05-2010 tot en met 30-06-2010, ondertekening d.d. 13-08-2010 (DOC D-112-20), en/of

13. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 1] over de verantwoordingsperiode 01-07-2010 tot en met 31-12-2010, ondertekening d.d. 28-03-2011 (DOC D-112-21), en/of

14. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 1] over de verantwoordingsperiode 01-01-2011 tot en met 30-06-2011, ondertekening d.d. 30-07-2011 (DOC D-112-22), en/of

15. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 1] over de verantwoordingsperiode 01-07-2011 tot en met 31-12-2011, ondertekening d.d. 31-03-2012 (DOC D-112-23), en/of

16. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 1] over de verantwoordingsperiode 01-01-2012 tot en met 30-06-2012, ondertekening d.d. 17-07-2012 (DOC D-112-24), en/of

17. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 1] over de verantwoordingsperiode 01-01-2012 tot en met 30-06-2012, ondertekening d.d. 07-12-2012 (DOC D-112-25), en/of

18. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 3] over de verantwoordingsperiode 22-09-2011 tot en met 31-12-2011, ondertekening d.d. 04-02-2012 (DOC D-114-11), en/of

19. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 3] over de verantwoordingsperiode 01-01-2012 tot en met 30-06-2012, ondertekening d.d. 18-09-2012 (DOC D-114-12), en/of

20. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [slachtoffer 3] over de verantwoordingsperiode 01-07-2012 tot en met 31-12-2012, ondertekening d.d. 11-02-2013 (DOC D-114-13), en/of

21. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 7] over de verantwoordingsperiode 01-01-2010 tot en met 30-06-2010, ongedateerd (DOC D-101-21), en/of

22. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 7] over de verantwoordingsperiode 01-07-2010 tot en met 31-12-2010, ondertekening d.d. 22-03-2011 (DOC D-101-22), en/of

23. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 7] over de verantwoordingsperiode 01-01-2011 tot en met 30-06-2011, ondertekening d.d. 30-07-2011 (DOC D-101-23), en/of

24. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 7] over de verantwoordingsperiode 01-07-2011 tot en met 31-12-2011, ondertekening d.d. 31-03-2012 (DOC D-101-24), en/of

25. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 7] over de verantwoordingsperiode 01-01-2012 tot en met 30-06-2012, ondertekening d.d. 17-07-2012 (DOC D-101-25), en/of

26. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 7] over de verantwoordingsperiode 01-07-2012 tot en met 31-12-2013, ondertekening d.d. 31-01-2013 (DOC D-101-26), en/of

27. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 8] over de verantwoordingsperiode 31-07-2009 tot en met 24-12-2009, ondertekening d.d. 20-02-2010 (DOC D-106-24), en/of

28. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 8] over de verantwoordingsperiode 01-07-2011 tot en met 31-12-2011, ondertekening d.d. 28-01-2012 (DOC D-106-28), en/of

29. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 8] over de verantwoordingsperiode 01-01-2012 tot en met 30-06-2012, ondertekening d.d. 16-07-2012 (DOC D-106-29), en/of

30. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 8] over de verantwoordingsperiode 01-07-2012 tot en met 15-10-2012, ondertekening d.d. 05-12-2012 (DOC D-106-30), en/of

31. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 9] over de verantwoordingsperiode 24-02-2010 tot en met 30-06-2010, ongedateerd (DOC D-110-17), en/of

32. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 9] over de verantwoordingsperiode 01-07-2010 tot en met 31-12-2010, ondertekening d.d. 15-03-2011 (DOC D-110-18), en/of

33. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 9] over de verantwoordingsperiode 01-01-2011 tot en met 30-06-2011, ondertekening d.d. 30-07-2011 (DOC D-110-19), en/of

34. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 9] over de verantwoordingsperiode 01-07-2011 tot en met 31-12-2011, ondertekening d.d. 31-03-2012 (DOC D-110-20), en/of

35. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 9] over de verantwoordingsperiode 01-01-2012 tot en met 30-06-2012, ondertekening d.d. 17-07-2012 (DOC D-110-21), en/of

36. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 10] over de verantwoordingsperiode 16-12-2011 tot en met 31-12-2011, ondertekening d.d. 26-03-2012 (DOC D-108-14), en/of

37. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 10] over de verantwoordingsperiode 01-01-2012 tot en met 30-06-2012, ondertekening d.d. 17-07-2012 (DOC D-108-15), en/of

38. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 10] over de verantwoordingsperiode 01-07-2012 tot en met 25-07-2012, ondertekening d.d. 25-09-2012 (DOC D-108-16), en/of

39. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 11] over de verantwoordingsperiode 01-08-2010 tot 31-12-2010, ondertekening d.d. 16-07-2011 (DOC D-109-03), en/of

40. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 11] over de verantwoordingsperiode 01-01-2011 tot en met 30-06-2011, ondertekening d.d. 30-07-2011 (DOC D-109-17), en/of

41. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 11] over de verantwoordingsperiode 01-07-2011 tot en met 01-10-2011, ondertekening d.d. 31-03-2012 (DOC D-109-18), en/of

42. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 11] over de verantwoordingsperiode 31-10-2011 tot en met 31-12-2011, ondertekening d.d. 31-03-2012 (DOC D-109-19), en/of

43. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [naam 11] over de verantwoordingsperiode 01-01-2012 tot en met 30-06-2012, ondertekening d.d. 17-07-2012 (DOC D-109-07),

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

(telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, en/althans heeft doen opmaken en/of doen vervalsen, althans opzettelijk heeft gebruikt dan wel opzettelijk heeft afgeleverd of voorhanden heeft gehad terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geschrift bestemd was voor zodanig gebruik

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) althans (een) derde(n) (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

- zakelijk weergeven -

-op voornoemde verantwoordingsformulier(en) (telkens) (een) ander(e) bedrag(en) en/of uren vermeld en/of laten vermelden dan waarvoor in werkelijkheid zorg was verleend, en/of

-op voornoemde verantwoordingsformulier(en) (telkens) (een) ander(e) zorgvorm(en) vermeld en/of aangekruist en/of laten vermelden en/of aankruisen dan in werkelijkheid was/waren verleend, en/of

-op voornoemde verantwoordingsformulier(en) (telkens) (een) zorgvorm(en) vermeld en/of aangekruist en/of laten vermelden en/of aankruisen, die in werkelijkheid in zijn geheel niet, althans niet voor het volledige bedrag zoals genoemd in dat/die verantwoordingsformulier(en), heeft/hebben plaatsgevonden en/of is/zijn verleend,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

3.

[naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4]

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 16 oktober 2012,

te Nijkerk, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal

een groot aantal aanvraagformulieren bijstandsuitkering Wet Werk en Bijstand (WWB)

waaronder

1. een aanvraagformulier bijstandsuitkering WWB met betrekking tot [slachtoffer 1] van 11 maart 2010 (opmaak) en 12 maart 2010 (indienen) (D-137-10), en/of

2. een aanvraagformulier bijstandsuitkering WWB met betrekking tot [slachtoffer 2] van 12 januari 2010 (opmaak) en 14 januari 2010 (indienen) (D-137-27), en/of

3. een aanvraagformulier bijstandsuitkering WWB met betrekking tot [slachtoffer 3] van 18 juli 2011 (opmaak) en 26 juli 2011 (indienen) (D-137-42), en/of

4. een aanvraagformulier bijstandsuitkering WWB met betrekking tot [slachtoffer 3] van 4 juni 2012 (opmaak) en 6 juni 2012 (indienen) (D-137-43), en/of

5. een aanvraagformulier bijstandsuitkering WWB met betrekking tot [naam 12] van 24 december 2010 (opmaak) en 7 januari 2011 (indienen) (D-137-58), en/of

6. een aanvraagformulier bijstandsuitkering WWB met betrekking tot [slachtoffer 4] van 8 oktober 2010 (opmaak) en 8 oktober 2010 (indienen) (D-137-71), en/of

7. een aanvraagformulier bijstandsuitkering WWB met betrekking tot [slachtoffer 4] van 5 juni 2012 (opmaak) en 7 juni 2012 (indienen) (D-137-72), en/of

8. een aanvraagformulier bijstandsuitkering WWB met betrekking tot [slachtoffer 4] van 6 september 2012 (opmaak) en 11 september 2012 (indienen) (D-137-73), en/of

9. een aanvraagformulier bijstandsuitkering WWB met betrekking tot [naam 13] van 19 april 2011 (opmaak) en 21 april 2011 (indienen) (D-137-83), en/of

10. een aanvraagformulier bijstandsuitkering WWB met betrekking tot [naam 14] van 27 november 2011 (opmaak) en 10 december 2011 (indienen) (D-137-89), en/of

11. een aanvraagformulier bijstandsuitkering WWB met betrekking tot [naam 14] van 15 maart 2011 (opmaak) en 15 maart 2011 (indienen) (D-137-90);

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

(telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, en/althans heeft/hebben doen opmaken en/of doen vervalsen,

immers heeft/hebben genoemde rechtsperso(o)n(en) en/of haar mededader(s) (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

- zakelijk weergeven -

- op deze aanvraagformulieren bij de vraag "Voor een bijstandsuitkering moet u in principe 36 uur per week beschikbaar zijn voor arbeid. Als u minder dan 36 uur beschikbaar bent, geef dan de reden aan waarom u minder uren beschikbaar bent" aan te geven dat hij 32 uur per week dagbesteding volgt en/of

geen antwoord in te vullen en/of

aan te geven dat hij (ongeveer) 40 uur per week beschikbaar is voor werk althans dat hij beschikbaar is voor werk en/of

aan te geven dat hij opgenomen is bij [naam 1] ;

terwijl hij op geld waardeerbare arbeid verrichtte voor genoemde rechtsperso(o)n(en) en/of haar mededader(s) en/of [verdachte] en/of hiervoor inkomsten ontving;

- op deze aanvraagformulieren bij de vraag "Heeft u inkomsten uit loondienst" het antwoord "Nee" in te vullen;

- op deze aanvraagformulieren bij de vraag "Heeft u nog andere inkomsten" het antwoord "Nee" in te vullen;

- op deze aanvraagformulieren de naam van een andere werkgever in te vullen dan

waarvoor hij daadwerkelijk werkzaam was;

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

hij,

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 16 oktober 2012,

te Nijkerk, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal

een groot aantal aanvraagformulieren bijstandsuitkering Wet Werk en Bijstand (WWB) waaronder

1. een aanvraagformulier bijstandsuitkering WWB met betrekking tot [slachtoffer 1] van 11 maart 2010 (opmaak) en 12 maart 2010 (indienen) (D-137-10), en/of

2. een aanvraagformulier bijstandsuitkering WWB met betrekking tot [slachtoffer 2] van 12 januari 2010 (opmaak) en 14 januari 2010 (indienen) (D-137-27), en/of

3. een aanvraagformulier bijstandsuitkering WWB met betrekking tot [slachtoffer 3] van 18 juli 2011 (opmaak) en 26 juli 2011 (indienen) (D-137-42), en/of

4. een aanvraagformulier bijstandsuitkering WWB met betrekking tot [slachtoffer 3] van 4 juni 2012 (opmaak) en 6 juni 2012 (indienen) (D-137-43), en/of

5. een aanvraagformulier bijstandsuitkering WWB met betrekking tot [naam 12] van 24 december 2010 (opmaak) en 7 januari 2011 (indienen) (D-137-58), en/of

6. een aanvraagformulier bijstandsuitkering WWB met betrekking tot [slachtoffer 4] van 8 oktober 2010 (opmaak) en 8 oktober 2010 (indienen) (D-137-71), en/of

7. een aanvraagformulier bijstandsuitkering WWB met betrekking tot [slachtoffer 4] van 5 juni 2012 (opmaak) en 7 juni 2012 (indienen) (D-137-72), en/of

8. een aanvraagformulier bijstandsuitkering WWB met betrekking tot [slachtoffer 4] van 6 september 2012 (opmaak) en 11 september 2012 (indienen) (D-137-73), en/of

9. een aanvraagformulier bijstandsuitkering WWB met betrekking tot [naam 13] van 19 april 2011 (opmaak) en 21 april 2011 (indienen) (D-137-83), en/of

10. een aanvraagformulier bijstandsuitkering WWB met betrekking tot [naam 14] van 27 november 2011 (opmaak) en 10 december 2011 (indienen) (D-137-89), en/of

11. een aanvraagformulier bijstandsuitkering WWB met betrekking tot [naam 14] van 15 maart 2011 (opmaak) en 15 maart 2011 (indienen) (D-137-90), en/of

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

(telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, en/althans heeft doen opmaken en/of doen vervalsen,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

- zakelijk weergeven -

- op deze aanvraagformulieren bij de vraag "Voor een bijstandsuitkering moet u in principe 36 uur per week beschikbaar zijn voor arbeid. Als u minder dan 36 uur beschikbaar bent, geef dan de reden aan waarom u minder uren beschikbaar bent" aan te geven dat hij 32 uur per week dagbesteding volgt en/of

geen antwoord in te vullen en/of

aan te geven dat hij (ongeveer) 40 uur per week beschikbaar is voor werk althans dat hij beschikbaar is voor werk en/of

aan te geven dat hij opgenomen is bij [naam 1] ;

terwijl hij op geld waardeerbare arbeid verrichtte voor genoemde rechtsperso(o)n(en) en/of haar mededader(s) en/of [verdachte] en/of hiervoor inkomsten ontving;

- op deze aanvraagformulieren bij de vraag "Heeft u inkomsten uit loondienst" het antwoord "Nee" in te vullen;

- op deze aanvraagformulieren bij de vraag "Heeft u nog andere inkomsten" het antwoord "Nee" in te vullen;

- op deze aanvraagformulieren de naam van een andere werkgever in te vullen dan waarvoor hij daadwerkelijk werkzaam was;

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

4.

[naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4]

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 16 oktober 2012,

te Nijkerk, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal

in strijd met een hen bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 17, eerste lid, Wet Werk en Bijstand, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken aan de Sociale Dienst van de Gemeente Nijkerk, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl zij wisten, althans redelijkerwijze moesten vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een uitkering krachtens de Wet Werk en Bijstand, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft/hebben genoemde rechtsperso(o)n(en) en/of haar mededader(s) (in die periode en op die plaats) op generlei wijze aan voornoemde Sociale Dienst van de Gemeente Nijkerk medegedeeld of kenbaar gemaakt dat [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2]

, [slachtoffer 3] , [naam 12] , [slachtoffer 4] , [naam 13] en/of [naam 14] op geld waardeerbare arbeid verrichtte(en) en/of had(den) verricht en/of inkomsten uit arbeid geno(o)t(en) en/of had(de) geno(o)t(en) voor/uit (onder meer) voornoemde rechtspersonen en/of [verdachte] en/of [naam 5] ;

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven;

althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling leidt:

hij,

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 16 oktober 2012,

te Nijkerk, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal

in strijd met een hen bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 17, eerste lid, Wet Werk en Bijstand, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken aan de Sociale Dienst van de Gemeente Nijkerk, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een uitkering krachtens de Wet Werk en Bijstand, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) (in die periode en op die plaats) op generlei wijze aan voornoemde Sociale Dienst van de Gemeente Nijkerk medegedeeld of kenbaar gemaakt dat [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [naam 12] , [slachtoffer 4] , [naam 13] en/of [naam 14] op geld waardeerbare arbeid verrichtte(en) en/of had(den) verricht en/of inkomsten uit arbeid geno(o)t(en) en/of had(de) geno(o)t(en) voor/uit (onder meer) voornoemde rechtspersonen en/of [verdachte] en/of [naam 5] ;

5.

[naam 3]

in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 19 juni 2012, althans op meerdere tijdstippen, althans enig tijdstip, gelegen in of omstreeks het jaar 2012,

te Putten (Gelderland), in in elk geval in Nederland,

als bestuurder van een rechtspersoon, te weten de besloten vennootschap [naam 2] , die op 19 juni 2012 in staat van faillissement was verklaard,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van die rechtspersoon, lasten verdicht heeft en/of baten niet verantwoord heeft en/of geld en/of enig(e) goed(eren) aan de boedel van die rechtspersoon onttrokken heeft en/of enig goed om niet en/of klaarblijkelijk beneden de waarde heeft vervreemd en/of ter gelegenheid van het faillissement of op een tijdstip waarop hij wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen, een van de

schuldeisers op enige wijze bevoordeeld heeft,

immers heeft/hebben genoemde rechtspersoon en/of zijn mededader(s)

- de inventaris van de onderneming [naam 2] niet voor de onderhandse verkoopwaarde maar voor de liquidatiewaarde overgedragen aan [naam 4] terwijl hij/zij wist(en) dat de bedrijfsactiviteiten zouden worden voortgezet in die (andere) rechtsvorm;

- ( een deel van) de immateriële activa en de goodwill van [naam 2] om niet heeft overgedragen aan [naam 4] terwijl hij/zij wist(en) dat de bedrijfsactiviteiten zouden worden voortgezet in die (andere) rechtsvorm;

- van [naam 2] van de door [naam 2] aangehouden bankrekening genummerd [rekeningnummer 1] , althans enige andere (bank)rekening, meermalen, althans eenmaal, direct en/of indirect een of meer (grote) (geld)bedragen overgeboekt, althans doen of laten overboeken naar [naam 1] met als rekeningnummer [rekeningnummer 2] en/of [naam 3] met als rekeningnummer [rekeningnummer 3] althans naar (een) ander(e) bankrekening(en);

zonder dat daar een betalingsverplichting en/of een zakelijke verantwoording voor bestond/tegenover stond en aldus/althans buiten het bereik van de (te benoemen) curator gebracht en gehouden;

en/of

- ter gelegenheid van het faillissement of op een tijdstip waarop hij wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen van de door [naam 2] aangehouden bankrekening genummerd [rekeningnummer 1] , althans enige andere (bank)rekening, meermalen, althans eenmaal, direct en/of indirect een of meer (grote) (geld)bedragen overgeboekt, althans doen of laten overboeken naar [naam 1] met als rekeningnummer [rekeningnummer 2] en/of [naam 3]

met als rekeningnummer [rekeningnummer 3] , althans naar (een) ander(e) bankrekening(en);

en daarmee [naam 1] en/of [naam 3] op enige wijze bevoordeeld heeft;

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven;

althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling leidt:

hij

in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 19 juni 2012, althans op meerdere tijdstippen, althans enig tijdstip, gelegen in of omstreeks het jaar 2012,

te Putten (Gelderland), in elk geval in Nederland,

als bestuurder van een rechtspersoon, te weten de besloten vennootschap [naam 2] , die op 19 juni 2012 in staat van faillissement was verklaard,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van die rechtspersoon, lasten verdicht heeft en/of baten niet verantwoord heeft en/of geld en/of enig(e) goed(eren) aan de boedel van die rechtspersoon onttrokken heeft en/of enig goed om niet en/of klaarblijkelijk beneden de waarde heeft vervreemd en/of ter gelegenheid van het faillissement of op een tijdstip waarop hij wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen, een van de

schuldeisers op enige wijze bevoordeeld heeft,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

- de inventaris van de onderneming [naam 2] niet voor de onderhandse verkoopwaarde maar voor de liquidatiewaarde overgedragen aan [naam 4] terwijl hij/zij wist(en) dat de bedrijfsactiviteiten zouden worden voortgezet in die (andere) rechtsvorm;

- ( een deel van) de immateriële activa en de goodwill van [naam 2] om niet heeft overgedragen aan [naam 4] terwijl hij/zij wist(en) dat de bedrijfsactiviteiten zouden worden voortgezet in die (andere) rechtsvorm;

- van [naam 2] van de door [naam 2] aangehouden bankrekening genummerd [rekeningnummer 1] , althans enige andere (bank)rekening, meermalen, althans eenmaal, direct en/of indirect een of meer (grote) (geld)bedragen overgeboekt, althans doen of laten overboeken naar [naam 1] met als rekeningnummer [rekeningnummer 2] en/of [naam 3] met als rekeningnummer [rekeningnummer 3] althans naar (een) ander(e) bankrekening(en);

zonder dat daar een betalingsverplichting en/of een zakelijke verantwoording voor bestond/tegenover stond en aldus/althans buiten het bereik van de (te benoemen) curator gebracht en gehouden;

en/of

- ter gelegenheid van het faillissement of op een tijdstip waarop hij wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen van de door [naam 2] aangehouden bankrekening genummerd [rekeningnummer 1] , althans enige andere (bank)rekening, meermalen, althans eenmaal, direct en/of indirect een of meer (grote) (geld)bedragen overgeboekt, althans doen of laten overboeken naar [naam 1] met als rekeningnummer [rekeningnummer 2] en/of [naam 3] met als rekeningnummer [rekeningnummer 3] althans naar (een) ander(e) bankrekening(en);

en daarmee [naam 1] en/of [naam 3] Beheer- en Beleggingsmaatschappij op enige wijze bevoordeeld heeft;

6.

hij op of omstreeks 16 oktober 2012,

in de gemeente Nijkerk,

een wapen van categorie I onder 7°, te weten een pistool (merk [naam 15] ), zijnde een voorwerp dat/die voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, te weten een vuurwapen van het merk Walther, type/model PPK, kaliber 9 mm, voorhanden heeft gehad;

1a. De geldigheid van de dagvaarding

Partiële nietigheid van de dagvaarding

De rechtbank zal de tenlastelegging ten aanzien van feit 5 met betrekking tot het overdragen van “(een deel van) de immateriële activa en goodwill van [naam 2] ”, zoals ten laste gelegd onder het 2e gedachtestreepje, nietig verklaren. Het dossier bevat geen stukken waaruit blijkt welke goederen met deze termen worden bedoeld. Daarmee is dit deel van de tenlastelegging onvoldoende feitelijk en voldoet daarmee niet aan het bepaalde in artikel 261 Wetboek van Strafvordering.

1b. De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De verdediging heeft betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging dient te worden verklaard. De verdediging voert daartoe het volgende aan:

  1. Er is sprake van onzorgvuldige berichtgeving door de burgemeester van Nijkerk en de gemeente Nijkerk naar de media en de inspectie VWS. Hierdoor is verdachte geschaad in zijn mogelijkheden een goede verdediging te voeren en is hij volledig “afgeschreven”. Het openbaar ministerie is hiervoor verantwoordelijk nu alle betrokken overheidsinstanties, waaronder het openbaar ministerie, gezamenlijk optrokken;

  2. Er is sprake van onzorgvuldige dossiervorming, nu aan de rechtbank een eenzijdig dossier is gepresenteerd en ontlastende stukken uit het dossier zijn gehouden;

  3. Getuigen zijn door de politie op suggestieve en sturende wijze verhoord;

  4. Het openbaar ministerie heeft in strijd met het gelijkheidsbeginsel gehandeld nu [naam 16] (verder: [naam 16] ) niet is vervolgd en verdachte wel.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

  1. Gesteld kan worden dat over verdachte in de media een beeld is opgeroepen dat niet volledig strookt met wat er aan bewijs in het dossier ligt. Er is niet aangevoerd of gebleken dat dit gegrond is op informatie afkomstig van het openbaar ministerie. Voor zover de media dat beeld hebben gekregen uit informatie die is verstrekt door de burgemeester dan wel door (organen van) de gemeente Nijkerk kan het openbaar ministerie daarvoor niet verantwoordelijk worden gehouden. Dat er ten aanzien van de betrokken instanties enige samenwerking met, dan wel regie vanuit het openbaar ministerie heeft plaatsgevonden doet daaraan niet af.

  2. De rechtbank is van oordeel dat de dossiervorming niet dusdanig is dat sprake is van enig vormverzuim. Daarbij zij nog opgemerkt dat als er al - zoals door de verdediging gesteld – ontlastend materiaal uit het dossier is weggelaten, de verdediging, die al het onderzoeksmateriaal heeft mogen inzien, in de gelegenheid is gesteld om dit materiaal later in te brengen.

  3. De rechtbank is van oordeel dat uit de processtukken niet kan worden afgeleid dat de getuigenverhoren dusdanig suggestief of sturend zijn geweest, dat de getuigen verklaringen hebben afgelegd die zij niet wilden afleggen. Bovendien is de verdediging in de gelegenheid gesteld om de getuigen (nogmaals) te horen bij de rechter-commissaris.

  4. Het in artikel 167, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering neergelegde opportuniteitsbeginsel houdt in dat het openbaar ministerie op grond van zijn eigen verantwoordelijkheid met betrekking tot het al dan niet strafrechtelijk vervolgen van verdachten de in het geding zijnde belangen kan afwegen. Deze belangenafweging staat, in het geval van vervolging, in het algemeen niet ter beoordeling van de rechter. Slechts indien het openbaar ministerie in redelijkheid niet tot vervolging had kunnen besluiten of wanneer anderszins sprake is van schending van enig beginsel van een goede procesorde, daaronder begrepen het gelijkheidsbeginsel, kan het recht tot strafvervolging vervallen worden verklaard. Daarvan is geen sprake. De enkele omstandigheid dat in casu [naam 16] niet ook wordt vervolgd, brengt niet mee dat verdachte evenmin vervolgd mag worden, reeds nu zijn rol gezien de andere, leidinggevende, positie die hij bekleedde binnen de in de tenlastelegging genoemde organisaties, niet vergelijkbaar is met die van [naam 16] .

Gelet op het vorenstaande is niet gebleken van enig (onherstelbaar) vormverzuim en leiden de door de verdediging aangevoerde gronden, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang bezien, niet tot het oordeel dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Bewijsuitsluitingsverweer

Door de verdediging is betoogd dat de getuigenverhoren door de politie op suggestieve en sturende wijze hebben plaatsgevonden, hetgeen zou moeten leiden tot uitsluiting van het bewijs van deze verhoren.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Bewijsuitsluiting kan, als op grond van art. 359a, eerste lid, Sv voorzien rechtsgevolg, uitsluitend aan de orde komen indien het bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen, en komt slechts in aanmerking indien door de onrechtmatige bewijsgaring een belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden.

Naar het oordeel van de rechtbank doet zich, gelet op hetgeen is overwogen onder 1b sub c, hier niet een situatie voor dat het bewijsmateriaal uit de getuigenverhoren door enig verzuim is verkregen. Het verweer wordt daarom verworpen.

Feit 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder 2 primair ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen in het dossier, met uitzondering ten aanzien van de formulieren die na 16 oktober 2012 zijn getekend, nu die buiten de ten laste gelegde periode vallen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit vrijspraak en voert daartoe aan dat valsheid in geschrift niet bewezen kan worden, omdat het invullen van de aanvraagformulieren PGB-AWBZ een handeling was tussen de bewindvoerder en [naam 17] , waarbij [naam 1] (verder: [naam 1] ) geen enkele rol speelde. Ook heeft verdachte dan wel [naam 1] nooit facturen valselijk opgemaakt. Voorts stelt de verdediging dat in nagenoeg alle gevallen [naam 1] de zorg heeft verleend die zij pretendeerde, en in incidentele gevallen dat dit niet zo was er geen sprake was van opzet.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht de primair en subsidiair ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen. Zij overweegt daartoe als volgt.

Door [naam 1] werd geen deugdelijke administratie bijgehouden met betrekking tot de besteding van de geldbedragen die in het kader van het PGB-AWBZ aan de stichting werden toegekend. De rechtbank constateert dat door [naam 1] met dat geld zorg is verleend, waarvan men zich overigens kan afvragen in hoeverre al die zorg kan worden gezien als zorg in het kader van de desbetreffende toekenningsbesluiten. Echter, door de politie is niet specifiek onderzocht welke zorg op welk moment aan welke PGB-houder/cliënt van [naam 1] is verleend. In het dossier bevinden zich geen bewijsmiddelen waaruit valt af te leiden hoeveel zorg elke afzonderlijke cliënt van [naam 1] in een bepaalde periode ontving, of waaruit de zorg in die periode bestond. Hierdoor is niet vast te stellen of/welke van de 43 specifiek in de tenlastelegging opgenomen aanvraagformulieren PGB-AWBZ valselijk zijn opgemaakt, of dat “een groot aantal” aanvraagformulieren PGB-AWBZ valselijk zijn opgemaakt. De door de officier van justitie in zijn requisitoir aangehaalde verklaringen zijn niet specifiek genoeg om die conclusie te rechtvaardigen.

Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde.

Feit 3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder 3 primair ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit vrijspraak en voert daartoe aan dat valsheid in geschrift niet bewezen kan worden omdat de meeste cliënten van [naam 1] de formulieren zelf hebben ingevuld en omdat het oogmerk ontbreekt.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair of subsidiair tenlastegelegde feit heeft gepleegd. Zij overweegt daartoe als volgt.

De cliënten van de [naam 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [naam 12] en [slachtoffer 4] , hebben verklaard zelf de genoemde aanvraagformulieren te hebben ingevuld. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat op het ‘arbeidsbureau’ iemand het aanvraagformulier heeft ingevuld aan de hand van zijn antwoorden. [naam 13] heeft verklaard dat [naam 18] het formulier voor hem heeft ingevuld en dat hij het heeft doorgenomen en aangevuld en getekend.

In het midden gelaten in hoeverre de op de desbetreffende aanvraagformulieren ingevulde informatie over het - in de eerste fase - niet hebben van inkomen en het al dan niet beschikbaar zijn voor arbeid vals was, blijkt uit het dossier niet van enige uitvoeringshandelingen van verdachte zelf of van de genoemde rechtspersonen waaraan verdachte leiding zou hebben gegeven. Voorts valt niet uit bewijsmiddelen af te leiden dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen enerzijds de cliënten van [naam 1] en anderzijds verdachte en/of die rechtspersonen met als doel de aanvraagformulieren vals in te vullen. Ten slotte blijkt evenmin dat cliënten (willoze werktuigen waren die) door verdachte of de desbetreffende rechtspersonen opzettelijk tot het valselijk invullen van de formulieren werden aangezet (het doen plegen).

Dat er in ieder geval geen sprake lijkt te zijn van een vaste lijn van invullen waartoe de cliënten door [naam 1] zouden zijn bewogen of aangezet volgt al uit het feit dat met name de vraag in hoeverre zij zich beschikbaar stelden tot het verrichtten van betaalde arbeid zeer wisselend werd ingevuld.

Verdachte wordt ook van dit feit vrijgesproken.

Feit 4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder 4 primair ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit vrijspraak en voert daartoe aan dat niet kan worden bewezen dat verdachte opdracht heeft gegeven om inkomsten niet op te geven bij de Sociale Dienst. Voorts kan verdachte niet worden verweten geen maatregelen te hebben getroffen om te voorkomen dat dit gebeurde, aangezien hij er niet van op de hoogte was.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte het onder 4 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en overweegt daartoe als volgt.

De verplichting om de benodigde gegevens te verstrekken aan de Sociale Dienst ligt bij de cliënten van de Sociale dienst zelf, niet bij verdachte of [naam 1] . In het dossier bevinden zich naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende bewijsmiddelen die de conclusie rechtvaardigen dat de cliënten van [naam 1] , waar zij in gebreke zijn gebleven met betrekking tot het verstrekken van die gegevens aan de Sociale Dienst, daartoe opdracht of aanwijzingen hebben gekregen van verdachte of van [naam 1] . De desbetreffende cliënten van [naam 1] spreken daar zelf niet over. Ook blijkt nergens van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en anderen met als doel het nalaten van het verstrekken van gegevens aan de Sociale Dienst. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde.

Feit 6

Met de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde pistool voorhanden heeft gehad. Het pistool is in de kamer van de zoon van verdachte aangetroffen en de zoon heeft verklaard dat het wapen van hem is. Verdachte heeft verklaard geen wetenschap hiervan te hebben gehad. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit feit.

Feit 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

De betrokken rechtspersonen en hun activiteiten

Op 3 december 2008 is [naam 1] opgericht, gevestigd aan de [adres 2] . Verdachte is in de periode 3 december 2008 tot 18 juni 2012 de enige bestuurder van [naam 1] . De activiteiten – zoals omschreven in het uittreksel van de Kamer van Koophandel - van [naam 1] bestonden uit “Het herstellen van de mens naar geest, ziel en lichaam, te voorzien in de behoefte aan (therapeutische) begeleiding naar Bijbelse normen aan mensen in nood, bijvoorbeeld veroorzaakt door psychosociale problemen en of een verslavingsprobleem. Het bieden van dagbesteding en begeleiding aan personen die, als gevolg van maatschappelijke omstandigheden, geen reguliere arbeid kunnen verrichten”.2

Op 14 november 1991 is [naam 2] opgericht. De activiteiten – zoals omschreven in het uittreksel van de Kamer van Koophandel - van [naam 2] bestonden uit “Het vervaardigen en verhandelen van werkbladen en aanverwante producten, in de ruimste zin”. [naam 3] (verder: [naam 3] ) was sinds 6 juli 1998 de enig aandeelhouder en bestuurder van [naam 2] en was zelfstandig bevoegd.3 Verdachte is sinds 22 maart 1996 de enig aandeelhouder en bestuurder van [naam 3] . [naam 2] was gevestigd aan de [adres 3] en is op 19 juni 2012 in staat van faillissement verklaard.4

[naam 4] is op 1 juni 2012 opgericht en is gevestigd aan de [adres 4] . Verdachte is in de periode 1 juni 2012 tot 30 november 2012 de enige bestuurder. De activiteiten – zoals omschreven in het uittreksel van de Kamer van Koophandel - van [naam 4] bestonden uit “De vergroting van de participatie op de arbeidsmarkt van personen die een afstand daarvan hebben, personen te leren werken en het te leren omgaan met struktuur, gezag, dag en nacht ritme, verantwoordelijkheid en communicatie, zodat zij in de maatschappij een baan kunnen vinden en deze baan kunnen houden”.5

Verplichte deelname aan programma [naam 1]

Om toegelaten te mogen worden tot [naam 1] moesten de cliënten aan het hele programma dat ze werd aangeboden meedoen. Als ze dat niet wilden konden ze niet bij [naam 1] terecht.6

Het was voor de cliënten van [naam 1] verplicht om te werken bij de keukenbladenfabriek [naam 2] , later [naam 4] , of [naam 5] , de winkel voor vloeren.7 De cliënten werden voor deze werkzaamheden niet betaald.8

Huisvesting

De cliënten van [naam 1] waren gehuisvest in één van de panden van [naam 1] : [adressen] en [adres 5] in Nijkerk. Iedereen betaalde in fase 1 € 600,- huur, in fase 2 € 500,- en in fase 3 € 450,-.9 Het was voor de cliënten verplicht om bij [naam 1] te wonen.10

Opbouw schuld

Cliënten bouwden schulden op bij [naam 1] omdat de cliënten, voordat hun uitkering was aangevraagd en goedgekeurd, al kost en inwoning hadden bij [naam 1] .11 In die periode werd er zakgeld aan de cliënten verstrekt en werd de huur die zij moesten betalen in rekening gebracht.12

Kamercontroles en openen post

Er vonden kamercontroles plaats bij de cliënten van [naam 1] . Cliënten werden hier niet vooraf over geïnformeerd en hen werd niet om toestemming gevraagd. Cliënten waren ook niet aanwezig bij deze controles.13

De post van formele instanties gericht aan de cliënten kwam binnen op het kantoor van [naam 1] en werd door de begeleiders van de cliënten geopend, gelezen en bewaard.14

Bewindvoering

De financiën van de cliënten werden beheerd door een bewindvoerder. Iedere cliënt had drie bankrekeningen op zijn naam: 1) de beheerrekening, waarop de inkomsten (uitkering) binnenkwamen en de vaste lasten van werden betaald, 2) de leefgeldrekening, waar wekelijks leefgeld op werd gestort vanaf de beheerrekening, 3) de PGB-rekening, waarop alle PGB-gelden binnenkwamen en de bewindvoerder de facturen van betaalde.15 Cliënten konden alleen gebruik maken van de leefgeldrekening.16

Contact buitenwereld

Cliënten werden afgeschermd van contact met de buitenwereld. Als een cliënt naar de gemeentelijke sociale dienst, de huisarts of een andere instantie moest, dan ging er veelal een begeleider mee.17

Personen

[slachtoffer 1] was cliënt bij [naam 1] van februari 2010 tot 16 oktober 2012.18 [slachtoffer 1] is naar [naam 1] gegaan omdat het niet goed met hem ging. Hij wilde van zijn verslaving afkomen en wilde een normaal leven.19 [slachtoffer 1] was verslaafd aan alcohol en cocaïne.20 Bij aanvang van zijn periode bij [naam 1] had [slachtoffer 1] een schuld van ongeveer € 8.000,-. Deze schuld is tijdens zijn verblijf bij [naam 1] opgelopen tot € 11.000,-.21 In het begin heeft [slachtoffer 1] bij [naam 2] in Putten gewerkt. Hij maakte daar keukenbladen van beton en later reed hij op de heftruck. In maart 2012 is hij bij [naam 1] gaan werken op de financiële administratie.22 [slachtoffer 1] stond onder bewind van [naam 19] .23 Hij had geen inzicht in zijn eigen financiële situatie.24

[slachtoffer 2] zat in oktober 2012 drie jaar als cliënt bij [naam 1] . Omdat hij geen inkomen en geen onderdak had, is hij naar [naam 1] gegaan.25 Hij had een alcoholprobleem en een schuld van € 130.000,-.26 [slachtoffer 2] heeft ook een schuld opgebouwd bij [naam 1] van € 3.000,-.27 Hij was werkzaam bij [naam 2] als chauffeur.28 Hij stond onder bewind van Van der Linden. [naam 19] beheerde de rekeningen van [slachtoffer 2] en had contact met zijn bewindvoerder.29 Hij had geen inzicht in zijn eigen financiële situatie.30

[slachtoffer 3] was cliënt bij [naam 1] van februari 2011 tot oktober 2012.31 [slachtoffer 3] was verslaafd aan cocaïne en alcohol.32 Bij aanvang van zijn periode bij [naam 1] had [slachtoffer 3] een schuld van € 7.000,- á € 8.000,-. Deze schuld is tijdens zijn verblijf bij [naam 1] opgelopen tot € 14.000,-.33 [slachtoffer 3] maakte aanvankelijk keukenbladen bij [naam 2] .34 Later is hij bij [naam 5] gaan werken.35 [slachtoffer 3] stond onder bewind van [naam 19] .36 Hij had geen inzicht in zijn eigen financiële situatie.37

[slachtoffer 4] was cliënt bij [naam 1] vanaf februari 2012. [slachtoffer 4] was verslaafd aan cocaïne. Hij had een schuld van tussen de € 14.000,- en € 18.000,-.38 [slachtoffer 4] werkte bij [naam 2] en maakte werkbladen en spoelbakken.39 [slachtoffer 4] stond onder bewind van [naam 19] . Hij werd slecht geïnformeerd over zijn eigen financiële situatie.40

[slachtoffer 8] was cliënt bij [naam 1] van maart 2011 tot en met november 2011.41 [slachtoffer 8] was verslaafd aan alcohol en amfetamine.42 Bij aanvang van zijn periode bij [naam 1] had [slachtoffer 8] een schuld van ongeveer € 5.000,-.43 [slachtoffer 8] maakte aanvankelijk de wasbakken voor de keukenwerkbladen bij [naam 2] . Later werkte hij in de technische dienst bij [naam 2] .44 [slachtoffer 8] stond onder bewind van [naam 19] . Hij had geen inzicht in zijn eigen PGB.45

[slachtoffer 7] was cliënt bij [naam 1] sinds november 2007. Hij is bij [naam 1] terecht gekomen, omdat hij geen onderdak kon krijgen bij De Grift (thans Iriszorg).46 [slachtoffer 7] was verslaafd aan heroïne.47 Bij aanvang van zijn periode bij [naam 1] had [slachtoffer 7] een schuld van ongeveer € 8.000,- á € 9.000,-.48 [slachtoffer 7] moest er bij [naam 2] voor zorgen dat de aanrechtbladen klaar stonden voor transport en bezorgde samen met [slachtoffer 2] de bladen bij de klant.49 [slachtoffer 7] stond onder bewind van [naam 19] .50 Hij had geen inzicht in zijn eigen PGB.51

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder 1 primair ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, omdat:

  1. aan het oogmerk van verdachte om “de slachtoffers” in een uitbuitingssituatie te brengen of te houden niet is voldaan. Er werd “de slachtoffers” geen enkel recht, vrije keuze onthouden.

  2. er geen fundamentele rechten, menselijke waardigheid, lichamelijke integriteit, dan wel persoonlijke vrijheid zijn geschonden.

  3. “de slachtoffers” zich te allen tijde aan de situatie hebben kunnen onttrekken, indien zij dat zouden willen.

  4. de officier van justitie niet, althans onvoldoende, heeft aangetoond dat door de feiten door hem genoemd, een situatie is ontstaan waaraan “de slachtoffers” zich niet hebben kunnen onttrekken of ten gevolge waarvan ze geen weerstand hebben kunnen bieden aan de rechtspersoon en/of mededaders.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank betrekt bij haar oordeel - naast hetgeen onder de feiten al is vastgesteld - de navolgende redengevende feiten en omstandigheden:

 [slachtoffer 1] heeft verklaard dat het werk bij [naam 2] zwaar was. Anderen die hetzelfde werk deden bij [naam 2] werden ervoor betaald.52 Als iemand niet wilde werken bij [naam 2] dan moest diegene weg.53 Het werk was stoffig en smerig.54 De werkdagen waren van maandag tot vrijdag van 08.00 tot 16.30 uur.55

 [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij bij [naam 2] werkte, maar er niets voor kreeg. Hij werkte vijf dagen per week van 08.00 tot 16.30 uur. Iedereen bij [naam 1] was verplicht om bij [naam 2] te werken. Als je niet werkte dan moest je weg.56 Hij werkte vaak meer uren, soms wel 60 uur. Soms werkte hij ook op zaterdag.57 Hij heeft 2-3 jaar lang 200-300 kilo lopen sjouwen. Zijn schouder is kapot.58 Vanaf 2008 heeft hij gezien dat vaste medewerkers werden vervangen door gasten.59

 Op 1 april 2010 heeft [naam 20] een e-mailbericht gestuurd aan verdachte met de volgende inhoud: “Ik begreep vandaag dat [slachtoffer 2] pas om 22 uur thuis was. Hij kreeg om 17:00 uur nog een rit naar Eindhoven. Dit kan toch niet? [slachtoffer 2] is de hele dag bezig geweest en moet dan nog tot 22 uur overwerken. Hij voelt zich echt misbruikt en heeft ’s avonds niet gegeten, kwam oververmoeid thuis. Dit kost hem echt heel veel stress en spanning. Dit is echt te gek hoor. Dit is de afgelopen 3-4 weken al veel vaker gebeurd. Hij durft zelf geen nee te zeggen. Dit heeft Ico vorige week ook al 2 keer besproken. [slachtoffer 2] wil nu zsm stoppen bij [naam 2] ”.60 Op 21 mei 2010 heeft [naam 20] een e-mailbericht gestuurd aan mw. [naam 21] van de gemeente met de volgende inhoud: “ [slachtoffer 2] heeft als grote voorkeur [naam 2] .”61

 [naam 20] , voormalig werknemer bij [naam 1] , heeft verklaard dat een van de eisen bij [naam 1] was dat je in fase 1 aan het werk ging bij [naam 2] . Dit was de eerste drie maanden. De gasten van [naam 1] leverden een groot deel van het werk.62 Als de mensen een week in de opvang zaten, soms nog eerder, gingen ze al naar [naam 2] . Dat was gewoon verplicht. Hij heeft cliënten ook wel gezegd dat ze naar [naam 2] moesten. Hij heeft dat ook wel eens gezegd als ze geen zin hadden. Een echte vrije keus hadden de cliënten niet.63

 [slachtoffer 3] heeft verklaard dat hij voor zijn werkzaamheden niets kreeg. Hij werkte ongeveer 20-24 uur per week. Hij stond dan alleen in de winkel. Niels en hij legden de vloeren.64 Als hij in de winkel stond dan werkte hij van 11.00 tot 17.00 uur. Als ze bij de klanten vloeren legden dan spraken ze om 9.00 uur in de ochtend af en gingen door totdat het klaar was.65

 [slachtoffer 4] heeft verklaard dat hij vijf dagen per week van 8.00 tot 16.30 uur bij [naam 4] werkte. Het was verplicht. Hij kreeg daar niets voor. Het werk was fysiek zwaar en vies.66 Je was verplicht om te gaan werken, anders moest je weg.67 Toen [naam 2] failliet ging en er verder werd gegaan met [naam 4] zijn er 7-10 mensen die in vaste dienst waren van [naam 2] ontslagen. Bij [naam 4] werden toen gasten die bij [naam 1] verbleven tewerkgesteld in plaats van die ontslagen mensen.68

 [slachtoffer 8] heeft verklaard dat je verplichtingen had, zoals het werken bij [naam 2] . Hij moest daar ook werken. Dit was 4,5 dag per week. Ze moesten daar elke dag werken zonder dat ze betaald werden.69

 [slachtoffer 7] heeft verklaard dat hij 5 dagen per week van 8.00 tot 16.30 uur bij [naam 2] werkte.70 Na de eerste drie maanden heeft hij op regelmatige wijze acht uur per dag gewerkt. Dit waren ook langere dagen. Als je nee zei kreeg je een grote smoel.71 De gasten van [naam 1] moesten bij [naam 2] verplicht werken. Het was zwaar werk.72 Er zijn vaste krachten weggegaan en daar zijn gasten voor in de plaats gekomen.73 Het kunnen werken was een vereiste.74

 [naam 22] , werknemer bij [naam 2] , heeft verklaard dat de jongens van [naam 1] bij [naam 2] aan het werk waren van 8 tot 5. Zij waren gewoon vijf dagen aan het werk in de productie.75 Het leggen van de vloeren werd gedaan als de winkel gesloten was. [naam 22] heeft toen samengewerkt met twee gasten, verslaafden van [naam 1] . Dat waren [naam 8] en [slachtoffer 3] . Feitelijk waren deze twee mensen voltijd aan het werk. Het vervoer bij [naam 2] werd gedaan door [slachtoffer 2] en [naam 23] [slachtoffer 7] . Zij kwamen ’s morgens en waren dus de hele dag op pad. Zij waren fulltime chauffeurs.76

 [naam 24] , voormalig werkneemster bij [naam 1] , heeft verklaard dat de gasten van [naam 1] verplicht waren om te gaan werken bij [naam 2] . Dat was al in de tweede week van de opvang. Ze is bij [naam 2] geweest en heeft gezien wat ze moesten doen. Het was keihard werken. Mallen bouwen, beton storten. Die bladen zijn heel zwaar. De gasten draaiden volledig mee in de productie. Het waren volledige arbeidskrachten.77

 [naam 25] , bedrijfsleider bij [naam 2] , heeft verklaard dat de vaste medewerkers bij [naam 2] uit financieel oogpunt werden vervangen door gasten van [naam 1] . De vaste medewerkers waren veel duurder. Dit was het idee van verdachte en is ook toegepast.78 Dagbesteding bij [naam 2] was gewoon met de handen werken en de pauzetijden hanteren, gewoon werkzaamheden uitvoeren.79

Tussenconclusie

Allereerst stelt de rechtbank vast dat de in de tenlastelegging opgesomde personen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 8] en [slachtoffer 7] , allen cliënt bij [naam 1] , zich in een kwetsbare positie bevonden. Al deze personen waren verslaafd aan drugs en/of alcohol en hadden schulden. Zij hebben zich tot [naam 1] gewend voor hulp bij het afkomen van hun verslavingen en het weer op de rit krijgen van hun leven.

Op grond van de hiervoor weergegeven redengevende feiten en omstandigheden, alsmede hetgeen onder ‘de feiten’ is vastgesteld, acht de rechtbank de in de tenlastelegging opgesomde feitelijke gedragingen bewezen, samengevat weergegeven als:

  • -

    Aanbieden opvang, behandeling en dagbesteding bij [naam 1] , [naam 2] en later [naam 4]

  • -

    Huisvesting in een kamer bij [naam 1]

  • -

    Opbouw van een schuld bij [naam 1]

  • -

    Beperking van de vrijheden (kamercontroles en openen post)

  • -

    Verplichte deelname aan het programma van [naam 1]

  • -

    Cliënten fysiek zware werkzaamheden laten verrichten bij [naam 2] BV/ [naam 4] of [naam 5]

  • -

    Aanstellen van een bewindvoerder en geen inzicht in de eigen financiële situatie

  • -

    Afschermen contact met de buitenwereld

Verder acht de rechtbank bewezen dat, gezien de aard en het structurele karakter, de werkzaamheden van de cliënten bij [naam 2] BV/ [naam 4] of [naam 5] kunnen worden beschouwd als reguliere arbeid en niet als dagbesteding. De cliënten verrichtten fysiek zwaar werk gedurende veelal 5 dagen per week (en soms meer), 8 uur per dag (en soms meer). Dit oordeel wordt gesterkt door de verklaringen van [slachtoffer 4] , [slachtoffer 7] , [naam 24] en [naam 25] dat de cliënten volledig meedraaiden in de productie en dat uit financieel oogpunt vaste medewerkers van [naam 2] werden vervangen door cliënten.

Al deze gedragingen vonden plaats in de directe sfeer van de werkzaamheden van [naam 1] , [naam 2] en later [naam 4] en kunnen daarom ook aan hen worden toegerekend.

Gelet op het hiervoor bewezen verklaarde kan de rechtbank niet anders dan concluderen dat [naam 1] , [naam 2] en later [naam 4] door misbruik te maken van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en van de kwetsbare positie de cliënten heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid zonder dat daar betaling tegen over stond. De cliënten accepteerden dit, omdat zij zich ten opzichte van [naam 1] , [naam 2] en later [naam 4] in een volstrekt ongelijkwaardige positie bevonden gezien hun verslavingsproblematiek, schulden en leefsituatie. Door de omstandigheden die bij [naam 1] werden gecreëerd ontstond er een afhankelijkheidssituatie waaraan het voor de cliënten in redelijkheid niet mogelijk was om zich te onttrekken. Immers, wie weigerde om het programma van [naam 1] te volgen en te werken bij [naam 2] of [naam 5] kon vertrekken en stond feitelijk op straat, zonder onderdak of contacten buiten [naam 1] , met schulden en geen enkel inzicht in of grip op de persoonlijke (financiële) situatie. De omstandigheden zoals hiervoor beschreven leveren dan ook een situatie van uitbuiting op.

Feitelijk leidinggeven?

Zoals onder ‘de feiten’ al is vastgesteld was verdachte volgens de inschrijvingen bij de Kamer van Koophandel bestuurder van [naam 1] , middellijk bestuurder (via [naam 3] ) van [naam 2] en bestuurder van [naam 4] .

Verder is over de positie en de rol van verdachte het volgende verklaard:

 [naam 22] heeft verklaard dat de macht bij [naam 2] bij verdachte lag. Verdachte was de baas.80

 [naam 26] , werkzaam bij [naam 1] , heeft verklaard dat verdachte iedereen overrulede, het was een “one man business’.81

 [naam 20] heeft verklaard dat verdachte bovenaan stond in de organisatie. Verdachte was de baas en bepaalde wat er gebeurde.82

 [slachtoffer 1] heeft verklaard dat verdachte achter de schermen aan de touwtjes trok. Hij bepaalde wat er gebeurde.83

 [naam 27] , bestuurder van Stichting [naam 17] , de organisatie die de PGB-administratie van [naam 1] verzorgde, heeft verklaard dat verdachte de baas was bij [naam 1] . Verdachte had daar een team en gaf leiding aan dat team.84

Gelet op vorenstaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen gepleegd door [naam 1] , [naam 2] en later [naam 4] . Verdachte was de baas en nam alle belangrijke beslissingen.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [naam 1] , [naam 2] en later [naam 4] tezamen en in vereniging het onder 1 primair ten laste gelegde feit hebben gepleegd en dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen.

De rechtbank verwerpt de verweren van de verdediging.

Het verweer van de verdediging dat niet kan worden bewezen dat verdachte heeft gehandeld met het oogmerk van uitbuiting zal de rechtbank onbesproken laten, nu dit niet aan verdachte is ten laste gelegd en dus ook niet bewezen hoeft te worden.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken ten aanzien van de in de tenlastelegging opgenomen persoon [slachtoffer 5] , omdat op grond van het dossier niet kan worden bewezen dat [slachtoffer 5] in dezelfde afhankelijke positie verkeerde als de andere cliënten van [naam 1] .

Feit 5

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

[naam 2] was gevestigd in Putten en is op 19 juni 2012 in staat van faillissement verklaard. [naam 3] was sinds 6 juli 1998 de enig aandeelhouder en bestuurder van [naam 2]85 Verdachte is sinds 22 maart 1996 de enig aandeelhouder en bestuurder van [naam 3] .86 Verdachte was in de periode 3 december 2008 tot 18 juni 2012 de enige bestuurder van [naam 1] .87 [naam 4] is op 1 juni 2012 opgericht. Verdachte was in de periode 1 juni 2012 tot 30 november 2012 de enige bestuurder van de [naam 4] .88

Verdachte was via [naam 3] eindverantwoordelijk voor [naam 2] , was binnen [naam 2] ‘de grote baas’ en nam alle belangrijke beslissingen. Verdachte was bevoegd namens [naam 2] betalingen te doen en beschikte over een bankpasje van [naam 2] Medio mei 2012 heeft, o.a., verdachte het besluit genomen tot het aanvragen van het faillissement van [naam 2] Verdachte heeft het faillissement van [naam 2] aangevraagd.89

Van de bankrekening van [naam 2] met nummer [rekeningnummer 4] zijn de navolgende bedragen overgeboekt naar de bankrekening van [naam 1] met nummer [rekeningnummer 5] : 1 juni 2012 € 5.000,-90; 8 juni 2012 € 3.000,-91; 13 juni 2012 € 6.500,-92; 14 juni 2012 € 14.000,-93; 14 juni 2012 tweemaal € 5.355,-94; 15 juni 2012 € 4.000,-95 Van de bankrekening van [naam 2] met nummer [rekeningnummer 4] zijn de navolgende bedragen overgeboekt naar de bankrekening van [naam 3] met nummer [rekeningnummer 6] : 6 juni 2012 € 5.000,-96; 7 juni 2012 € 2.000,-97; 11 juni 2012 € 4.000,-98; 13 juni 2012 € 10.000,-99.

In de administratie van [naam 2] zijn 5 facturen opgenomen van [naam 1] met als omschrijving begeleidingsvergoeding of –kosten voor de maanden januari t/m mei 2012.100 Verdachte heeft op 10 mei 2012 een SMS verstuurd naar [naam 25] met de volgende inhoud: “H ik denk ook dat het handig is om naar een andere bank te gaan de ABN schiet er bij in ik weet niet hoe gevoelig dit ligt”.101

Met instemming van verdachte is een deel van de inventaris van [naam 2] verkocht aan [naam 4] en met dat doel door [naam 25] getaxeerd, op basis van executiewaarde, op € 9.195,- (exclusief BTW)102. Op 13 juni 2012 heeft de [naam 4] aan [naam 2] € 10.882,55, zijnde de executiewaarde vermeerderd met de BTW, betaald.103 De verkochte inventaris is kort voor het faillissement van [naam 2] verplaatst naar een magazijn in Nijkerk.104 In opdracht van de curator in het faillissement [naam 2] heeft [naam 28] de verkochte inventaris getaxeerd op basis van onderhandse verkoopwaarde op

€ 11.905,- (exclusief BTW).105

In het faillissement van [naam 2] is in totaal aan € 156.075,43 aan concurrente vorderingen voorlopig erkend, waaronder een vordering van de ABN-AMRO bank ter grootte van

€ 79.321,-.106

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van Justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder 5 primair tenlastegelegde. De officier van Justitie is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte hetzij opdracht hetzij feitelijk leiding heeft gegeven aan het tegen liquidatie waarde verkopen van een deel van de inventaris van [naam 2] , tot het overdragen van immateriële activa en Goodwill van [naam 2] zonder daarvoor te betalen en het overmaken van grote geldbedragen van de rekening van [naam 2] naar [naam 3] en [naam 1] . Naar het oordeel van de officier van Justitie zijn daardoor de schuldeisers van [naam 2] ernstig benadeeld.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat aan verdachte geen enkel verwijt kan worden gemaakt omdat verdachte de betalingen, die op zich paulianeus zijn, niet heimelijk heeft gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

Overdracht inventaris

Verdachte heeft verklaard dat de opdracht tot taxatie van een deel van de inventaris te maken had met de door verdachte beoogde doorstart, met [naam 4] . Verdachte is in het taxatierapport als opdrachtgever namens [naam 2] aangeduid. In het taxatierapport is als doel van de taxatie opgenomen: “Opdrachtgever inzicht verschaffen in de executiewaarde van de inventaris.” Voorts is uitgelegd wat de taxateur verstaat onder executiewaarde: te weten de opbrengst bij een gedwongen verkoop in een openbare veiling.107 De rechtbank maakt uit de hiervoor weergegeven opdracht op dat verdachte opdracht geeft de inventaris te taxeren op basis van de executiewaarde. De rechtbank gaat er van uit dat verdachte de betekenis daarvan, in ieder geval na ontvangst van het taxatierapport, kende. De rechtbank is op grond daarvan van oordeel dat verdachte zich bewust moet zijn geweest dat de taxatie plaatsvond op een onjuiste grondslag nu immers geen openbare verkoop maar een onderhandse verkoop van de inventaris werd beoogd en heeft plaatsgevonden. Het is een feit van algemene bekendheid dat een taxatie op basis van executiewaarde lager is dan op basis van onderhandse verkoop. Hetgeen ook blijkt uit de in opdracht van de curator uitgevoerde taxatie. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een deel van de inventaris beneden de waarde heeft verkocht aan [naam 4] en daarmee willens en wetens de rechten van de schuldeisers van [naam 2] heeft verkort.

Betalingen ten laste van [naam 2]

In totaal is in de periode van 1 juni 2012 tot het faillissement van [naam 2] € 64.210,- betaald aan respectievelijk [naam 1] en [naam 3] . Verdachte heeft verklaard dat hij opdracht heeft gegeven tot de betalingen van de 5 facturen van [naam 1] betreffen de begeleidingskosten. Van de overige betalingen stelt verdachte daarvoor weliswaar verantwoordelijk te zijn, maar geen opdracht te hebben gegeven.

Verdachte heeft verklaard dat er medio mei 2012 een bespreking plaatsvond in het restaurant [naam 29] te Barneveld, waaraan hijzelf, [naam 30] en [naam 25] deelnamen. Van die bespreking is door [naam 30] een verslag gemaakt.108 In het verslag is onder meer vermeld: “beslissingen mbt aanvraag faillissement [naam 2] bv –zsm geld overmaken naar [verdachte] en [naam 1] ”.109 [naam 30] heeft verklaard: “Ik weet zeker dat er achtergestelde bedragen zijn overgeboekt naar o.a. [naam 3] en naar [verdachte] privé. Men wilde alle overgebleven gelden uit [naam 2] halen. [verdachte] had het er over dat hij nog verschillende bedragen tegoed had. Het potje van [naam 2] moest leeg gehaald worden voor het faillissement, dat was belangrijk ik heb toen nog gezegd, daar moet je mee oppassen maar [verdachte] zei, ik doe het in kleine porties, dus dan lukt dat wel.”110 Verdachte heeft verklaard: “Omdat [naam 1] één van de grootste schuldeisers was. [naam 2] liep 4 of 5 maanden achter met betalen aan [naam 1] . Ik denk dat [naam 3] één van de oudste schuldeisers was van [naam 2] BV en dus de oudste rechten had en uiteindelijk nog maar een klein gedeelte heeft ontvangen.” en “Op 10 mei 2012 wist ik al dat de ABN er geld bij in zou schieten, zoals zovelen.” en “De beslissing om in juni 2012 te betalen heb ik genomen, omdat ik andere schuldeisers heb voor laten gaan in de maanden daarvoor.”111

Uit het voorgaande concludeert de rechtbank dat verdachte opdracht heeft gegeven voor de, hiervoor aangeduide, betalingen door [naam 2] aan [naam 1] en [naam 3] in juni 2012 en dat verdachte zich er van bewust was dat daardoor andere schuldeisers niet of minder zouden worden betaald en dus zouden worden benadeeld. Verdachte heeft verklaard dat voor de betalingen een rechtsgrond bestond, [naam 2] was debiteur van [naam 1] en [naam 3] . Naast de genoemde 5 facturen van [naam 1] bevat het dossier geen facturen of overeenkomsten waarop de betalingen zouden (kunnen) zien. Desondanks kan de rechtbank niet uitsluiten dat voor de betalingen een rechtsgrond heeft bestaan, zodat zij daarvan uitgaat.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 5 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

[naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 16 oktober 2012, te Nijkerk, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een of meerdere personen, te weten

1. [slachtoffer 1] en/of

2. [slachtoffer 2] en/of

3. [slachtoffer 3] en/of

4. [slachtoffer 4] en/of

5. [slachtoffer 5] en/of

6. [slachtoffer 8] en/of

7. [slachtoffer 7] ,

(telkens) door dwang en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit andere feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie,

die

1. [slachtoffer 1] en/of

2. [slachtoffer 2] en/of

3. [slachtoffer 3] en/of

4. [slachtoffer 4] en/of

5. [slachtoffer 5] en/of

6. [slachtoffer 8] en/of

7. [slachtoffer 7]

heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten

danwel

(telkens) door dwang en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit andere feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte en/of diens mededader(s) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten,

immers heeft/hebben voornoemd(e) rechtspers(o)on(en) en of zijn/hun mededader(s) (één of meermalen) terwijl die genoemde perso(o)n(en) een alcoholverslaving en/of een drugsverslaving heeft/hebben en/of schulden heeft/hebben

- zakelijk weergeven -

- opvang en/of behandeling en/of dagbesteding aangeboden en/of beloofd bij de [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] ; en/of

- ondergebracht en/of gehuisvest in een woning althans kamerbewoning; en/of

- die perso(o)n(en) gedurende een periode een schuld laten opbouwen bij [naam 1] door het voorschieten van kosten voor huur en/of zakgeld, terwijl die bovengenoemde perso(o)n(en) nog geen uitkering had aangevraagd en/of ontvangen; en/of

- de vrijheden van die perso(o)n(en) beperkt door zonder toestemming van die perso(o)n(en) de woning te betreden en/of het briefgeheim te schenden; en/of

- die perso(o)n(en) verplicht laten deelnemen aan het programma van [naam 1] inhoudende dagactiviteiten en/of werkactivering bij de [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 4] en/of [naam 5] ; en/of

- die perso(o)n(en) (fysiek zware) werkzaamheden laten verrichten bij [naam 2] en/of [naam 4] en/of werkzaamheden laten verrichten bij [naam 1] en/of [naam 5] ; en/of

- de bankrekeningen van die perso(o)n(en) laten beheren door een bewindvoerder waardoor die perso(o)n(en) geen inzicht hadden in hun eigen financiële positie; en/of

- die perso(o)n(en) niet of nauwelijks contact laten hebben met de buitenwereld en/of de contacten van die perso(o)n(en) met de buitenwereld gecontroleerd,

door welke feiten en omstandigheden voor die bovengenoemde perso(o)n(en) een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan hij/zij zich niet heeft/hebben kunnen onttrekken en/of tengevolge waarvan hij/zij geen weerstand aan voornoemd(e) rechtspers(o)on(en) en of zijn/hun mededader(s) heeft/hebben kunnen bieden

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven;

5.

[naam 3] in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 19 juni 2012, althans op meerdere tijdstippen, althans enig tijdstip, gelegen in of omstreeks het jaar 2012, te Putten (Gelderland), in elk geval in Nederland, als bestuurder van een rechtspersoon, te weten de besloten vennootschap [naam 2] , die op 19 juni 2012 in staat van faillissement was verklaard, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van die rechtspersoon, lasten verdicht heeft en/of baten niet verantwoord heeft en/of geld en/of enig(e) goed(eren) aan de boedel van die rechtspersoon onttrokken heeft en/of enig goed om niet en/of klaarblijkelijk beneden de waarde heeft vervreemd en/of ter gelegenheid van het faillissement of op een tijdstip waarop hij wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen, een van de schuldeisers op enige wijze bevoordeeld heeft, immers heeft/hebben genoemde rechtspersoon en/of zijn mededader(s)

- een deel van de inventaris van de onderneming [naam 2] niet voor de onderhandse verkoopwaarde maar voor de liquidatiewaarde overgedragen aan [naam 4] terwijl hij/zij wist(en) dat de bedrijfsactiviteiten zouden worden voortgezet in die (andere) rechtsvorm;

- (een deel van) de immateriële activa en de goodwill van [naam 2] om niet heeft overgedragen aan [naam 4] terwijl hij/zij wist(en) dat de bedrijfsactiviteiten zouden worden voortgezet in die (andere) rechtsvorm;

- van [naam 2] van de door [naam 2] aangehouden bankrekening genummerd [rekeningnummer 1] , althans enige andere (bank)rekening, meermalen, althans eenmaal, direct en/of indirect een of meer (grote) (geld)bedragen overgeboekt, althans doen of laten overboeken naar [naam 1] met als rekeningnummer [rekeningnummer 2] en/of [naam 3] met als rekeningnummer [rekeningnummer 3] althans naar (een) ander(e) bankrekening(en);

zonder dat daar een betalingsverplichting en/of een zakelijke verantwoording voor bestond/tegenover stond en aldus/althans buiten het bereik van de (te benoemen) curator gebracht en gehouden;

en/of

- ter gelegenheid van het faillissement of op een tijdstip waarop hij wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen van de door [naam 2] aangehouden bankrekening genummerd [rekeningnummer 1] , althans enige andere (bank)rekening, meermalen, althans eenmaal, direct en/of indirect een of meer (grote) (geld)bedragen overgeboekt, althans doen of laten overboeken naar [naam 1] met als rekeningnummer [rekeningnummer 2] en/of [naam 3] met als rekeningnummer [rekeningnummer 3] , althans naar (een) ander(e) bankrekening(en);

en daarmee [naam 1] en/of [naam 3] op enige wijze bevoordeeld heeft;

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 primair:

Mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, gepleegd door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 5 primair:

Medeplegen van bedrieglijke bankbreuk, gepleegd door een rechtspersoon, terwijl hij opdracht heeft gegeven tot het feit, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair en 5 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3,5 jaar, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopig hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 19 mei 2015;

- een Reclasseringsadvies (beknopt), gedateerd 19 februari 2013;

- een Reclasseringsadvies, gedateerd 23 november 2012.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft, als feitelijk leidinggever van [naam 1] , [naam 2] en later [naam 4] , onder het mom van het bieden van dagbesteding en begeleiding aan personen met psychosociale en/of verslavingsproblemen naar Bijbelse normen, mensen gedwongen en/of bewogen tot het verrichten van fysiek zware arbeid gedurende volledige werkdagen (en soms meer) zonder hen hiervoor te betalen. De personen accepteerden dit, omdat zij zich in een volstrekt ongelijkwaardige positie bevonden door hun verslavingsproblematiek, schulden en leefsituatie. Door de omstandigheden die bij [naam 1] werden gecreëerd ontstond er een afhankelijkheidssituatie waaraan het voor de cliënten in redelijkheid niet mogelijk was om zich te onttrekken. Verdachte heeft op deze wijze misbruik gemaakt van het uit deze omstandigheden voortvloeiende overwicht en van de kwetsbare positie van deze personen.

Verdachte toont geen besef van de strafwaardigheid van zijn handelen. Hij rechtvaardigt zijn handelen met de mededeling dat het opdoen van een werkritme onderdeel is van de dagbesteding en begeleiding en dat veel voormalige cliënten van [naam 1] hem nog steeds dankbaar zijn voor de geboden hulp.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan faillissementsfraude. Verdachte was feitelijk leidinggever van [naam 2] en heeft in deze hoedanigheid in de periode vlak voor het faillissement van [naam 2] een behoorlijke afwikkeling van het faillissement gefrustreerd, waardoor de boedel, en daarmee de crediteuren van [naam 2] , is benadeeld. De rechtbank houdt er rekening mee dat verdachte oprecht een doorstart leek te willen bewerkstelligen. Dat dit streven heeft geleid tot dit bewezenverklaarde feit, dat met name voor rekening komt van een deel van de crediteuren, rekent de rechtbank verdachte echter wel degelijk aan.

In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte nog niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten, alsmede met het feit dat de zaak heeft geleid tot veel publiciteit rond de persoon van verdachte. Weliswaar heeft verdachte die publiciteit mede door zijn handelwijze over zichzelf afgeroepen, maar anderzijds is in de media over verdachte ook een beeld geschapen, in het bijzonder ten aanzien van verwijten die niet worden bevestigd door de bewijsmiddelen in deze strafzaak. De impact van dergelijke ernstige beschuldigingen op verdachte en zijn privéleven weegt de rechtbank mee.

Alles afwegende is rechtbank van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De rechtbank wil met de voorwaardelijke straf enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

De rechtbank zal een aanzienlijk lichtere straf opleggen dan de straf die door de officier van justitie is geëist, nu de rechtbank een groot deel van de ten laste gelegde feiten niet bewezen acht.

7a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

[slachtoffer 5]

De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 primair ten laste gelegde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 10.147,86 (€ 122,30 reiskosten, € 8.525,56 verschil minimumloon-ontvangen loon en € 1.500,- immateriële schade).

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot het bedrag van € 1.622,30, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 26 dagen hechtenis. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard voor zover de vordering ziet op het verschil minimumloon-ontvangen loon. Voor het overige heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering, nu verdachte is vrijgesproken van dat onderdeel van het onder 1 primair tenlastegelegde dat ziet op de benadeelde partij [slachtoffer 5] . De benadeelde partij kan derhalve zijn vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

[slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 primair ten laste gelegde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.511,24.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezen verklaarde handelen tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 16 oktober 2012 te berekenen over € 1.500,- en over € 11,24 te berekenen vanaf 13 oktober 2014.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 36f, 47, 51, 57, 273f en 341 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 Verklaart de dagvaarding nietig ten aanzien van feit 5, 2e gedachtestreepje;

 Spreekt verdachte vrij van de onder 2, 3, 4 en 6 tenlastegelegde feiten;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 8 (acht) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;

 dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk in de vordering;

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], van een bedrag van € 1.511,24 (vijftienhonderdelf euro en vierentwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2012 te berekenen over € 1.500,- en over € 11,24 te berekenen vanaf 13 oktober 2014 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2], een bedrag te betalen van € 1.511,24 (vijftienhonderdelf euro en vierentwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2012 te berekenen over € 1.500,- en over € 11,24 te berekenen vanaf 13 oktober 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 25 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kropman (voorzitter), mr. T.P.E.E. van Groeningen en

mr. J.M.J.M. Doon, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen en mr. M.B. Wichman, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 oktober 2015.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de Inspectie SZW, Directie Opsporing, Kantoor Arnhem, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 6640-2012-679, onderzoek [naam 31] , gesloten op 6 mei 2014, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Uittreksel Kamer van Koophandel, p. 6399.

3 Uittreksel Kamer van Koophandel, p. 6404.

4 Uittreksel Kamer van Koophandel, p. 6401.

5 Uittreksel Kamer van Koophandel, p. 6403.

6 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 663.

7 De door verdachte ter terechtzitting van 5 oktober 2015 afgelegde verklaring.

8 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 615.

9 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 626.

10 De door verdachte ter terechtzitting van 5 oktober 2015 afgelegde verklaring.

11 De door verdachte ter terechtzitting van 5 oktober 2015 afgelegde verklaring; proces-verbaal van verhoor van [naam 19] , p. 1215.

12 Proces-verbaal van verhoor van [naam 19] , p. 1299.

13 De door verdachte ter terechtzitting van 5 oktober 2015 afgelegde verklaring.

14 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 655; proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 6] , p. 1402.

15 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 625; proces-verbaal van verhoor van [naam 19] , p. 1212-1213.

16 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] , p. 1450.

17 De door verdachte ter terechtzitting van 5 oktober 2015 afgelegde verklaring; proces-verbaal van verhoor van [naam 32] , p. 2111.

18 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] , p. 1520-1521.

19 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] , p. 1447.

20 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] , p. 1533.

21 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] , p. 1525.

22 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] , p. 1449.

23 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] , p. 1450.

24 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] , p. 1523.

25 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] , p. 1538-1539.

26 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] , p. 1539-1540.

27 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] , p. 1615.

28 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] , p. 1540.

29 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] , p. 1539-1540.

30 proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] , p. 1612.

31 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 3] , p. 1698.

32 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 3] , p. 1695.

33 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 3] , p. 1703.

34 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 3] , p. 1696.

35 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 3] , p. 1697.

36 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 3] , p. 1689.

37 proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 3] , p. 1703.

38 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 4] , p. 1720.

39 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 4] , p. 1723.

40 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 4] , p. 1766.

41 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 8] , p. 1926.

42 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 8] , p. 1934.

43 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 8] , p. 1924.

44 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 8] , p. 1931.

45 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 8] , p. 1925.

46 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 7] , p. 1938.

47 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 7] , p. 1953.

48 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 7] , p. 1945.

49 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 7] , p. 1953.

50 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 7] , p. 1941.

51 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 7] , p. 1938.

52 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] , p. 1452.

53 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] , p. 1518.

54 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] , p. 1526.

55 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] , p. 1527.

56 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] , p. 1540.

57 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] , p. 1547.

58 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] , p. 1543.

59 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] , p. 1611.

60 E-mailbericht, D-137-35, p. 6587.

61 E-mailbericht, D-137-37, p. 6591.

62 Proces-verbaal van verhoor van [naam 20] , p. 1083.

63 Proces-verbaal van verhoor van [naam 20] , p. 1103.

64 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 3] , p. 1622.

65 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 3] , p. 1623.

66 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 4] , p. 1721.

67 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 4] , p. 1765.

68 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 4] , p. 1767.

69 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 8] , p. 1925.

70 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 7] , p. 1956.

71 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 7] , p. 1942.

72 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 7] , p. 1947.

73 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 7] , p. 1948.

74 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 7] , p. 1954.

75 Proces-verbaal van verhoor van [naam 22] , p. 1021.

76 Proces-verbaal van verhoor van [naam 22] , p. 1025.

77 Proces-verbaal van verhoor van [naam 24] , p. 1079.

78 Proces-verbaal van verhoor van [naam 25] , p. 1307.

79 Proces-verbaal van verhoor van [naam 25] , p. 1309.

80 Proces-verbaal van verhoor van [naam 22] , p. 1021.

81 Proces-verbaal van verhoor van [naam 26] , p. 1029.

82 Proces-verbaal van verhoor van [naam 20] , p. 1082.

83 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] , p. 1453.

84 Proces-verbaal van verhoor van [naam 27] , p. 1965-1966.

85 Uittreksel Kamer van Koophandel, p. 6404.

86 Uittreksel Kamer van Koophandel, p. 6401.

87 Uittreksel Kamer van Koophandel, p. 6399.

88 Uittreksel Kamer van Koophandel, p. 6403.

89 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 336-338.

90 Afschrift bankrekening [naam 1] met nummer [rekeningnummer 5] , p. 459.

91 Afschrift bankrekening [naam 1] met nummer [rekeningnummer 5] , p. 460.

92 Afschrift bankrekening [naam 1] met nummer [rekeningnummer 5] , p. 462.

93 Afschrift bankrekening [naam 1] met nummer [rekeningnummer 5] , p. 462.

94 Afschrift bankrekening [naam 1] met nummer [rekeningnummer 5] , p. 463 en 464.

95 Afschrift bankrekening [naam 1] met nummer [rekeningnummer 5] , p. 461.

96 Afschrift bankrekening [naam 3] met nummer [rekeningnummer 6] , p. 439.

97 Afschrift bankrekening [naam 3] met nummer [rekeningnummer 6] , p. 438.

98 Afschrift bankrekening [naam 3] met nummer [rekeningnummer 6] , p. 438.

99 Afschrift bankrekening [naam 3] met nummer [rekeningnummer 6] , p. 436.

100 Facturen [naam 1] , p. 449-453.

101 Overzicht SMS berichten van en naar mobiel telefoonnummer verdachte, p. 454.

102 Taxatierapport d.d. 24 mei 2012 van [naam 25] , p. 465-472.

103 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 345.

104 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 346.

105 Taxatierapport d.d. 10 juli 2012 van [naam 28] , p. 404.

106 2e faillissementsverslag [naam 2] d.d. 3 december 2012, p. 382 en 380.

107 Taxatierapport d.d. 24 mei 2012 van [naam 25] , p. 467.

108 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 347.

109 Verslag bespreking verdachte met [naam 30] en [naam 25] , p. 389.

110 Proces-verbaal van verhoor van [naam 30] , p. 353.

111 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 349.