Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:6424

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
18-09-2015
Datum publicatie
19-10-2015
Zaaknummer
05/820440-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft vandaag zes mannen uit Zevenaar, in de leeftijd van 20 tot 30 jaar, veroordeeld voor het plegen van openlijk geweld tegen drie andere mannen. Dat geweld heeft plaatsgevonden op 2 momenten in Zevenaar in de nacht van 29 juni 2013.

Twee mannen zijn vrijgesproken, omdat hun bijdrage onvoldoende is geweest om het geweld te kunnen bewijzen.

Alle veroordeelde mannen moeten een taakstraf uitvoeren, variërend van 30 tot 80 uur. Eén slachtoffer had schadevergoeding gevraagd, maar de rechtbank heeft deze vordering niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/820440-14

Datum uitspraak : 18 september 2015

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [woonplaats]

raadsman: mr. M.G.W.M. Geurts, advocaat te Duiven.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 september 2015.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 29 juni 2013 te Zevenaar met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Dokter Honingstraat en/of (op de hoek van)de Weverstraat/de Marktstraat, in elk geval op of aan een openbare weg, meermalen, danwel éénmaal, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , welk geweld bestond uit

- het gezamenlijk benaderen en/of insluiten en/of indringen van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of

- schreeuwen tegen die [slachtoffer 2] (onder andere 'is hij het' en/of 'heb jij mijn neefje geslagen') en/of

- duwen tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of trekken aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of

- vastpakken en/of vastgrijpen van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of

- slaan en/of stompen in/tegen het gezicht en/of op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of

- slaan en/of stompen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of

- slaan en/of stompen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] (terwijl hij op de grond lag).

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 29 juni 2013 heeft omstreeks 3.00 uur ’s nachts eerst een vechtpartij plaatsgevonden op de Dokter Honigstraat te Zevenaar, waarbij geweld is uitgeoefend tegen [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) en [slachtoffer 3] (hierna: [slachtoffer 3] ) (incident 1).
Vervolgens heeft ongeveer vijftien tot twintig minuten later2 op de hoek van de Weverstraat/de Marktstraat in Zevenaar een vechtpartij plaatsgevonden waarbij geweld is uitgeoefend tegen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) en [slachtoffer 3] .3 (incident 2)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging. Dat geweld ziet dan uitsluitend op het hierboven aangehaalde tweede incident. Volgens de officier van justitie volgt uit het dossier dat verdachte zelf ook geweldshandelingen heeft verricht tegen de aangevers.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat uit het dossier niet kan volgen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging. Verdachte is weliswaar meegelopen met de groep maar hij is weggelopen zodra men begon met vechten. Volgens de raadsman kan worden getwijfeld aan de verklaringen van de medeverdachten waar die hebben verklaard dat zij verdachte ook hebben zien vechten. Het is niet ondenkbaar dat de medeverdachten dit verklaren omdat zij verdachte bij de groep hebben gezien.
Verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde feit.


Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank ziet zich in de eerste plaats voor de vraag gesteld of sprake is geweest van openlijke geweldpleging tegen personen.
Geweld is openlijk als het waarneembaar is voor publiek. Het wordt in vereniging gepleegd als de dader nauw en bewust samenwerkt met één of meer anderen en daarbij zelf een ‘significante of wezenlijke bijdrage’ aan de geweldpleging levert. Hij kan dit doen door zelf een of meer gewelddadige handelingen te verrichten, maar ook door het leveren van een vocale, intellectuele of andere bijdrage aan het (groeps)verband dat het geweld pleegt. Dit kan hij bijvoorbeeld doen door de andere daders aan te moedigen, door mee te doen aan de organisatie van de geweldpleging, door hulpmiddelen aan te reiken of door de daders af te schermen.
Met inachtneming hiervan overweegt de rechtbank als volgt.
Voorafgaand; incident 1
[slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op 29 juni 2013 omstreeks 3.00 uur in de binnenstad van Zevenaar was. Hij liep de steeg bij de Dokter Honigstraat in om zijn fiets te pakken. Toen hij zijn fiets wilde pakken werd hij van achteren aangevallen. [slachtoffer 1] weet dat hij klappen heeft gekregen op zijn achterhoofd en dat hij is gevallen. Later zag [slachtoffer 1] dat het om [medeverdachte] ging, die hem had aangevallen. Er is vervolgens een vechtpartij ontstaan, waarbij twee groepen betrokken waren. Verdachte is pas na dit eerste incident verschenen, zodat dit eerste geweldsincident verder onbesproken zal blijven.

Incident 2
[slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij samen met [slachtoffer 3] richting de Weverstraat liep. Toen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] vanuit de Weverstraat naar de markt liepen, zag [slachtoffer 2] vanuit de richting van het Raadhuisplein een groep mensen aan komen. Dit waren totaal ongeveer twintig personen. Er kwam gelijk een aantal mensen uit die groep naar [slachtoffer 2] toe. Eentje voerde het hoogste woord en zei ‘Heb jij mijn neefje geslagen?’. Voordat [slachtoffer 2] antwoord kon geven begon deze persoon op [slachtoffer 2] in te slaan. [slachtoffer 2] zag dat de rest toen ook begon en dat [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] werden belaagd door mensen uit de groep. [slachtoffer 2] voelde dat hij door meerdere mensen werd geslagen. [slachtoffer 2] zag dat [slachtoffer 3] op de grond terecht was gekomen en dat hij door meerdere mensen werd geslagen terwijl hij op de grond lag. [slachtoffer 2] voelde dat hij een aantal keer in zijn gezicht werd geslagen.4

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij zag dat er een groep van ongeveer tien personen op hen af kwam lopen en dat er mensen begonnen te vechten met [slachtoffer 2] . [slachtoffer 1] zag dat dit drie personen waren en is er toen tussen gesprongen. Hij heeft klappen gekregen.5

[slachtoffer 3] heeft verklaard dat hij naar huis wilde gaan en samen met [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [betrokkene] van de Weverstraat richting de parkeerplaats bij de Coop in Zevenaar liep. Om de hoek zag [slachtoffer 3] tien of vijftien man aan komen lopen. Er liep één persoon voorop. [slachtoffer 3] hoorde deze persoon naar achteren roepen: ‘Is hij het?’. Daarop vielen drie of vier mannen uit deze groep [slachtoffer 2] aan. [slachtoffer 3] werd vanuit alle kanten geslagen en gleed op enig moment uit. [slachtoffer 3] voelde zich bedreigd en was bang.6

Over het tweede incident verklaart [medeverdachte] dat hij was weggerend richting de bioscoop. [medeverdachte] heeft toen zijn neef [medeverdachte] gebeld en [medeverdachte] zei dat hij naar [medeverdachte] toe zou komen. Toen [medeverdachte] aan kwam rennen zag hij dat [medeverdachte] in een groep mensen vanaf het Raadhuisplein in de richting van de Weverstraat liep. [medeverdachte] zag dat zijn broer [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] erbij waren. [medeverdachte] zag dat zijn broer met een van de blanke, oudere mannen aan het praten was en dat het toen het uit de hand liep. [medeverdachte] zag dat [medeverdachte] een van de oudere mannen in zijn gezicht sloeg.7

[medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) heeft over dit incident tegen de politie verklaard dat er weer een conflict was tussen [medeverdachte] en [slachtoffer 1] .8 [medeverdachte] was samen met [medeverdachte] en [medeverdachte] in het centrum van Zevenaar. Bij het gemeentehuis kwamen ze [medeverdachte] tegen. [medeverdachte] was samen met zijn broer, [medeverdachte] en zijn neef [medeverdachte] . De twee Hindoestaanse jongens waren er ook bij.9 Bij het uitzendbureau Olympia zag [medeverdachte] de andere mensen, waar [medeverdachte] ruzie mee had gehad, staan. [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] liepen voorop. [medeverdachte] zag dat [medeverdachte] naar een van de mannen liep en dat hij vroeg of die hij zijn broertje had geslagen. Hierna begonnen ze te duwen en te trekken. [medeverdachte] dacht dat [medeverdachte] begon met vechten. [medeverdachte] heeft gezien dat [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] hebben gevochten. Ze sloegen meerdere mensen. [medeverdachte] heeft alleen vuistslagen gezien.10

Bij de politie heeft [medeverdachte] verklaard dat hij met [medeverdachte] bij het gemeentehuis kwam en dat [medeverdachte] daar zou zijn. [medeverdachte] zag dat er bij het gemeentehuis drie anderen, oudere Molukkers stonden.11 Op het Raadhuisplein stonden [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] . [medeverdachte] heeft voorts verklaard dat hij weet hoe hard die oudere jongens zijn en dat hij eigenlijk wel wist dat het op vechten zou uitdraaien. [medeverdachte] kwam pas later. [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] liepen richting de Weverstraat. Ter hoogte van de Weverstraat zag [medeverdachte] de groep Hollandse mannen staan. [medeverdachte] liep langs de groep en werd aangesproken door een van de Hollandse mannen. Behalve dat er wel geschreeuwd werd was er nog niets aan de hand. [medeverdachte] zag dat [medeverdachte] eraan kwam lopen. [medeverdachte] hoorde dat [medeverdachte] tegen de jongste Hollandse man begon te schreeuwen. [medeverdachte] was er ineens ook bij. Daarop escaleerde de hele situatie. [medeverdachte] zag dat [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] aan het vechten waren.12 [medeverdachte] stond midden in het gevecht en [medeverdachte] maakte ook deel uit de groep.13

[medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) heeft bij de politie verklaard dat hij samen met [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] naar het centrum van Zevenaar is gegaan. In de Weverstraat zag hij mensen om elkaar heenlopen. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij er wel bij was. Er was een vrij grote groep bij betrokken. Er werd geduwd en getrokken. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij alleen iemand geduwd. Bij de vechtpartij waren [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] betrokken, misschien wel meer mensen. Aan [medeverdachte] wordt vervolgens door de verbalisant voorgehouden dat [medeverdachte] heeft verklaard dat hij ( ) op het gezicht van een van de oudere mannen heeft geslagen. [medeverdachte] antwoordt daarop dat [medeverdachte] dat zo heeft gezien, maar dat hij zich dat niet zo herinnert.14

[medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat, nadat hij samen met [medeverdachte] was weggelopen, de familie van [medeverdachte] erbij kwam. [medeverdachte] kwam ze tegen op het Raadhuisplein. Het doel was om terug te gaan naar de mannen waar [medeverdachte] ruzie mee had. Ze wilden verhaal gaan halen. [medeverdachte] kende alleen [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] , maar in totaal waren ze met acht of negen mensen. Ze liepen naar de groep andere mannen toe, die begonnen te schreeuwen. Dat pikte de groep waar [medeverdachte] mee was niet. Toen gingen de groepen met elkaar op de vuist. Een paar van de groep waren echt aan het vechten.15 Op enig moment deinsde de vechtende groep enkele meters naar achteren. [medeverdachte] is toen naar voren gelopen en heeft een man een klap gegeven.16

[medeverdachte] heeft ten overstaan van de politie verklaard dat het klopt dat er op het Raadhuisplein een flinke groep stond, bestaande uit; [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] en hijzelf. De groep was onderweg naar de Weverstraat en toen kwamen zij de andere groep mannen tegen. Het werd bekvechten, daarna werd het duwen en trekken en toen werd het vechten. [medeverdachte] heeft uit zijn groep mensen zien vechten.17

[medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij op een gegeven moment geen bekenden meer zag en richting huis wilde lopen. Bij de Bright-Side zag hij [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] lopen. [medeverdachte] kwam vanuit het Raadhuisplein. Bij het uitzendbureau Olympia stonden de oudere Molukse jongens, waaronder [medeverdachte] . De groep bestond uit ongeveer tien of elf man. [medeverdachte] zag dat [medeverdachte] van achteren naar voren liep, door de groep heen en dat het ineens uitbrak, dat er werd gevochten. [medeverdachte] heeft zich bij de groep gevoegd omdat hij met hen was en omdat het bekenden zijn. [medeverdachte] was onderdeel van de groep met Molukse jongens.18 [medeverdachte] heeft vervolgens verklaard dat hij zich wel bedreigd zou hebben gevoeld als hij een van de blanke mannen was omdat blanke mensen vinden dat donkere mensen vaak intimiderend overkomen.19

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij twee keer werd gebeld door [medeverdachte] met het verzoek om naar de stad te komen. [medeverdachte] is samen met [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] naar het centrum van Zevenaar gegaan. De groep van verdachte werd aangesproken door twee mannen.20

Letsel
[slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij veel pijn heeft aan zijn heup en hoofd. Hij heeft een bult op zijn achterhoofd, voorhoofd en aan de zijkant van zijn rechter gezichtshelft heeft hij een bult en een blauwe plek.21 [slachtoffer 3] heeft verklaard dat hij een flinke bult voelde opkomen en pijn had.22

Conclusie
Uit de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen leidt de rechtbank het volgende af.
Op 29 juni 2013 is in Zevenaar ruzie ontstaan tussen twee groepen, die de rechtbank aanduidt als de groep van [slachtoffer 1] enerzijds, en de groep van [medeverdachte] anderzijds.
In die nacht heeft tweemaal een confrontatie plaatsgevonden waarbij, in ieder geval, [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] gewond zijn geraakt.
[slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zijn door de andere groep, bij het tweede incident, gezamenlijk benaderd. Tijdens de vechtpartij is er geduwd en getrokken en zijn [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] door meerdere personen geslagen.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake van in een groep opererende personen die gezamenlijk openlijk geweld hebben gepleegd tegen personen.

De rechtbank is, anders dan de raadsman, van oordeel dat dat verdachte een voldoende significante en wezenlijk bijdrage heeft geleverd aan het openlijk geweld.

De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

Verdachte heeft verklaard dat hij tweemaal is gebeld door [medeverdachte] met het verzoek om naar het centrum van Zevenaar te komen. Uit de verklaring van [medeverdachte] komt naar voren dat verdachte in de groep mensen vanaf het Raadhuisplein in de richting van de Weverstraat is gelopen. [medeverdachte] en [medeverdachte] hebben verklaard dat zij verdachte hebben zien vechten. Volgens [medeverdachte] werden meerdere mensen geslagen. Ondanks de ontkennende verklaring van verdachte is de rechtbank op basis van de hiervoor aangehaalde verklaringen, met name de verklaringen van [medeverdachte] en [medeverdachte] , van oordeel dat verdachte onderdeel is geweest van de groep en zelf ook heeft gevochten. Ook heeft verdachte [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] met de groep gezamenlijk benaderd.

Verdachte heeft niet alleen de groep getalsmatig versterkt, en zich op geen enkel moment van het door de anderen uitgeoefende geweld gedistantieerd, maar hij heeft zelf ook gewelddadige handelingen verricht.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan – kort gezegd – openlijke geweldpleging.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 29 juni 2013 te Zevenaar met een ander of anderen, op of

aan de openbare weg, (op de hoek van) de Weverstraat/de Marktstraat, in elk geval op of aan een openbare weg, meermalen, danwel éénmaal, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , welk geweld bestond uit

- het gezamenlijk benaderen en/of insluiten en/of indringen van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of

- schreeuwen tegen die [slachtoffer 2] (onder andere 'is hij het' en/of 'heb jij mijn

neefje geslagen') en/of

- duwen tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of trekken

aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of

- vastpakken en/of vastgrijpen van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die

[slachtoffer 3] en/of

- slaan en/of stompen in/tegen het gezicht en/of op/tegen het hoofd van die

[slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of

- slaan en/of stompen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of die

[slachtoffer 2] en/of

- slaan en/of stompen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] (terwijl hij op de

grond lag).

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, meermalen gepleegd

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van honderd uren werkstraf, te vervangen door vijftig dagen hechtenis als verdachte de werkstraf niet of niet naar behoren zou verrichten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, gewezen op de omstandigheid dat het tenlastegelegde feit al twee jaar geleden heeft plaatsgevonden en verzocht daar rekening mee te houden.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 24 juli 2015.

Verdachte heeft zich samen met een aantal anderen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. De slachtoffers zijn ’s nachts na het uitgaan door een groep jongens meermalen geslagen, geduwd en vastgegrepen, zoals in de bewezenverklaring nader omschreven. Verdachte is met een groep naar het centrum van Zevenaar gegaan met de bedoeling verhaal te halen. Daarnaast heeft verdachte zelf een fors aandeel gehad aan de vechtpartij, waarbij veel geweld is uitgeoefend op de slachtoffers en waarbij zij gewond zijn geraakt. Verdachte heeft hiermee inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers en zich schuldig gemaakt aan uitgaansgeweld. Het gedrag zoals verdachte dat heeft laten zien, brengt gevoelens van onrust en onveiligheid teweeg in de samenleving, nu de geweldpleging heeft plaatsgevonden op de openbare weg. De geweldpleging moet niet alleen voor de slachtoffers een schokkende ervaring geweest zijn, maar ook voor omstanders.

In het algemeen geldt als uitgangspunt dat openlijke geweldpleging wordt bestraft met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank houdt echter rekening met de omstandigheid dat het bewezenverklaarde feit geruime tijd geleden is gepleegd. Daarnaast neemt de rechtbank mee dat verdachte gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister al lange tijd niet meer in aanraking is gekomen met politie en justitie. Zijn laatste veroordeling, voor een vergelijkbaar feit, dateert immers van 2005. Gelet op het voorgaande alsmede gelet op de rol van verdachte in het geheel acht de rechtbank dan ook, anders dan de officier van justitie, een werkstraf voor de duur van tachtig uren passend en geboden.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] hoofdelijk toe te wijzen tot het bedrag van € 250,00, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 dagen hechtenis. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, voor zover de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Hij stelt daartoe onder meer dat de vordering onvoldoende onderbouwd is.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering omdat de rechtbank die vordering onvoldoende met stukken onderbouwd acht. Daarnaast is zonder nadere toelichting, niet geheel duidelijk wanneer [slachtoffer 1] de door hem genoemde schade heeft opgelopen; Immers, hij is in de nacht van 29 juni 2013 betrokken geweest bij meerdere incidenten. Nader onderzoek, ter onderbouwing, zou een onevenredige belasting van het strafgeding meebrengen.

[slachtoffer 1] kan, nu de rechtbank hem niet-ontvankelijk verklaart, zijn vordering nog wel aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 57 en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een werkstraf gedurende 80 (tachtig uren), met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 (veertig) dagen;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] :

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.L.J.M. Duijst (voorzitter), mr. W.J. Vierveijzer en mr. E. de Boer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Verhagen en mr. D.G. Wessels-Harmsen, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 september 2015.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Gelderland-Midden, AVZ/Staf District/Leiding opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL078C-2014029747, gesloten op 17 maart 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 91, tweede alinea en proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , pagina 88, zesde alinea.

3 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , d.d. 29 juni 2013, p. 168 e.v., het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , d.d. 29 juni 2013, p. 175 e.v. en het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , d.d. 29 juni 2013, p. 87 e.v.

4 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , d.d. 29 juni 2013, p. 175, negende, tiende, elfde en twaalfde alinea en p. 176, eerste en tweede alinea.

5 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , d.d. 29 juni 2013, p. 169, tweede alinea.

6 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , d.d. 29 juni 2013, p. 88, vijfde, zesde, zevende en achtste alinea.

7 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 30 juni 2013, p. 125, elfde en dertiende alinea, p. 126, eerste regel, negende, tiende, twaalfde en dertiende, p. 127, zesde en negende alinea.

8 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 1 juli 2013, p. 104, eerste alinea.

9 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 30 juni 2013, p. 100, negende, tiende en elfde alinea.

10 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 1 juli 2013, p. 104, vierde, vijfde, zesde en zevende alinea, alsmede het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 30 juni 2013, p. 101, vijfde, zesde, zevende, dertiende en veertiende alinea.

11 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 30 juni 2013, p. 112, zesde alinea en zevende alinea, p. 113, eerste alinea.

12 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 1 juli 2013, p. 115, laatste alinea en p. 116, tweede, derde, vierde, vijfde en zesde alinea.

13 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 30 juni 2013, p. 111, eerste tot en met de derde alinea.

14 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 17 juli 2013, p. 135, laatste alinea, p. 136, eerste, tweede, derde, en vijfde alinea, p. 137, negende alinea en p. 138, tweede alinea.

15 Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , d.d. 17 juli 2013, p. 141, eerste, tweede, zevende, elfde, dertiende, veertiende en vijftiende alinea.

16 Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , d.d.17 juli 2013, p. 143, zesde alinea.

17 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 24 juli 2013, p. 148, eerste, tweede, negende en elfde alinea en p. 159, veertiende alinea.

18 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 26 juli 2013, p. 158, achtste, negende en tiende alinea, p. 159, vierde, vijfde en achtste alinea en p. 160, eerste en tweede alinea.

19 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 26 juli 2013, p. 159, zesde alinea.

20 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , d.d. 22 februari 2014, p. 165, laatste alinea.

21 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , d.d. 29 juni 2013, p. 169, derde alinea.

22 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , d.d. 29 juni 2013, p. 88, tweede alinea.