Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:6422

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
18-09-2015
Datum publicatie
19-10-2015
Zaaknummer
05/820443-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft vandaag zes mannen uit Zevenaar, in de leeftijd van 20 tot 30 jaar, veroordeeld voor het plegen van openlijk geweld tegen drie andere mannen. Dat geweld heeft plaatsgevonden op 2 momenten in Zevenaar in de nacht van 29 juni 2013.

Twee mannen zijn vrijgesproken, omdat hun bijdrage onvoldoende is geweest om het geweld te kunnen bewijzen.

Alle veroordeelde mannen moeten een taakstraf uitvoeren, variërend van 30 tot 80 uur. Eén slachtoffer had schadevergoeding gevraagd, maar de rechtbank heeft deze vordering niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/820443-14

Datum uitspraak : 18 september 2015.

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] , [woonplaats]

raadsvrouw: mr. S. Grilk, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 september 2015.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 29 juni 2013 te Zevenaar met een ander of anderen, op of

aan de openbare weg, de Dokter Honingstraat, in elk geval op of aan een openbare weg,

meermalen, danwel éénmaal, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , welk geweld bestond uit

- duwen tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of trekken aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of

- vastpakken en/of vastgrijpen van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of

- slaan en/of stompen in/tegen het gezicht en/of op/tegen het hoofd van die

[slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of

- slaan en/of stompen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] ;

2.

hij op of omstreeks 29 juni 2013 te Zevenaar met een ander of anderen, op of

aan de openbare weg, (op de hoek van) de Weverstraat/de Marktstraat, in elk geval op of aan een openbare weg, meermalen, danwel éénmaal, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] , welk geweld bestond uit

- het gezamenlijk benaderen en/of insluiten en/of indringen van die Van

Haperen en/of die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 2] en/of

- schreeuwen tegen die [slachtoffer 3] (onder andere 'is hij het' en/of 'heb jij mijn

neefje geslagen') en/of

- duwen tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 2] en/of trekken

aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 2] en/of

- vastpakken en/of vastgrijpen van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 3] en/of die

[slachtoffer 2] en/of

- slaan en/of stompen in/tegen het gezicht en/of op/tegen het hoofd van die

[slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 2] en/of

- slaan en/of stompen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of die

[slachtoffer 3] en/of

- slaan en/of stompen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] (terwijl hij op de

grond lag).

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.


Op 29 juni 2013 heeft omstreeks 3.00 uur ’s nachts een vechtpartij plaatsgevonden op de Dokter Honigstraat te Zevenaar, waarbij geweld is uitgeoefend tegen [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) en [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ). (incident 1)
Vervolgens heeft, ongeveer vijftien tot twintig minuten later,2 op de hoek van de Weverstraat/de Marktstraat in Zevenaar een vechtpartij plaatsgevonden, waarbij geweld is uitgeoefend tegen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] (hierna: [slachtoffer 3] ) en [slachtoffer 2] .3 (incident 2)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, kort samengevat, gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging. Zowel bij het eerste als bij het tweede hierboven bedoelde incident heeft verdachte volgens de officier van justitie een voldoende significante of wezenlijke bijdrage aan het geweld geleverd, om tot een bewezenverklaring van de beide tenlastegelegde feiten te kunnen komen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de rol van verdachte bij de gebeurtenissen op 29 juni 2013 te klein en onvoldoende actief is geweest om te kunnen zeggen dat hij een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan enig geweld. Bij beide incidenten is verdachte slechts aanwezig geweest en heeft hij niet deelgenomen aan een vechtpartij.
Bij het tweede incident wist verdachte niets van het telefoontje dat [medeverdachte] zou hebben gepleegd. Verdachte heeft niet deelgenomen aan de gestelde ‘aanvalsgolf’ van de groep, aldus de raadsvrouw, en de omstandigheid dat verdachte “in de groep” stond en niet op enige afstand, laat onverlet dat ook bij dit tweede incident niet kan worden bewezen dat verdachte enige bijdrage heeft geleverd. Hij dient dan ook te worden vrijgesproken van beide tenlastegelegde feiten.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank ziet zich in de eerste plaats voor de vraag gesteld of sprake is geweest van openlijke geweldpleging tegen personen.
Geweld is openlijk als het waarneembaar is voor publiek. Het wordt in vereniging gepleegd als de dader nauw en bewust samenwerkt met één of meer anderen en daarbij zelf een ‘significante of wezenlijke bijdrage’ aan de geweldpleging levert. Hij kan dit doen door zelf één of meer gewelddadige handelingen te verrichten, maar ook door het leveren van een vocale, intellectuele of andere bijdrage aan het (groeps)verband dat het geweld pleegt. Dit kan hij bijvoorbeeld doen door de andere daders aan te moedigen, door mee te doen aan de organisatie van de geweldpleging, door hulpmiddelen aan te reiken of door de daders af te schermen.
Met inachtneming hiervan overweegt de rechtbank als volgt.

Incident 1
[slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op 29 juni 2013 omstreeks 3.00 uur ’s nachts in de binnenstad van Zevenaar was. Hij liep de steeg bij de Dokter Honigstraat in om zijn fiets te pakken. Toen hij zijn fiets wilde pakken werd hij van achteren aangevallen. [slachtoffer 1] weet dat hij klappen heeft gekregen op zijn achterhoofd en dat hij is gevallen. Later zag [slachtoffer 1] dat het om [medeverdachte] ging, die hem had aangevallen.4

[slachtoffer 3] heeft verklaard dat hij van zijn dochter hoorde dat [slachtoffer 1] werd geslagen. [slachtoffer 3] is richting [slachtoffer 1] gelopen en zag dat [slachtoffer 1] werd belaagd door drie personen. Er stonden meerdere omstanders omheen.5

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat er een opstootje was waar [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] bij betrokken waren. [slachtoffer 2] zag dat drie donkere mannen vochten tegen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] .6

Getuige [slachtoffer 3] (hierna: [slachtoffer 3] ) heeft bij de politie verklaard dat zij achter [slachtoffer 1] liep om zijn fiets te halen, die in de steeg stond. [slachtoffer 3] zag op enig moment [medeverdachte] en [medeverdachte] en nog iemand staan. [slachtoffer 3] is blijven staan en zag dat [medeverdachte] in versnelde pas achter [slachtoffer 1] aanliep. [slachtoffer 3] zag vervolgens dat [medeverdachte] [slachtoffer 1] van achteren aanviel. Zij zag dat [medeverdachte] [slachtoffer 1] met zijn rechter- en linkerarm sloeg. [slachtoffer 3] schreeuwde naar haar vader ( [slachtoffer 3] ) en zag dat haar vader naar [slachtoffer 1] en [medeverdachte] rende. [slachtoffer 1] en [medeverdachte] lagen op de grond. [slachtoffer 3] zag dat [medeverdachte] en de derde persoon er ook bij stonden.7

[slachtoffer 3] pakte [medeverdachte] vast en toen ging het alle kanten op. Ineens waren er heel veel vrienden van die andere personen gekomen. [slachtoffer 3] zag dat er overal ruzies waren en ontstonden en dat drie personen haar vader aanvielen.8

Bij de politie heeft [medeverdachte] ( [medeverdachte] ) verklaard dat hij de jongen, waarmee hij de dag ervoor een woordenwisseling had, zag lopen bij een fietsenstalling bij de kerk, nabij het uitzendbureau Olympia te Zevenaar. [medeverdachte] liep naar de jongen toe en zag dat [medeverdachte] en [medeverdachte] uit eigen beweging met hem meeliepen. [medeverdachte] heeft de jongen toen aangesproken.9 Op dat moment waren [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] en [verdachte] bij [medeverdachte] .10

[medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) heeft bij de politie verklaard dat hij op 29 juni 2013 samen met [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] in het centrum van Zevenaar was. [medeverdachte] zag dat [medeverdachte] een steegje inliep, achter [slachtoffer 1] aan. [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] renden er achteraan. [medeverdachte] zag dat [medeverdachte] en [slachtoffer 1] aan het vechten waren. [medeverdachte] probeerde [medeverdachte] weg te trekken. [medeverdachte] maakte een slaande beweging en raakte [slachtoffer 1] in zijn gezicht.11

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij op 29 juni 2013 samen met [medeverdachte] en [medeverdachte] in het centrum van Zevenaar was. Opeens hoorde hij geschreeuw vanuit het straatje bij de Coop en is hij daar naartoe gegaan. Toen [medeverdachte] op de grond lag en [medeverdachte] ook, enkele meters van elkaar, stond hij daar tussenin, en rende naar [medeverdachte] toe.12 Ter terechtzitting heeft hij geen antwoord willen geven op vragen maar heeft hij wel bevestigd dat hij bij de politie juist heeft verklaard.13

[medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) heeft bij de politie verklaard dat hij zag dat [medeverdachte] richting de Coop liep. [medeverdachte] is er naartoe gegaan. Hij hoorde [slachtoffer 1] en [medeverdachte] bekvechten.14 [medeverdachte] had gezegd: “Ik ga naar die [medeverdachte] lopen”. [medeverdachte] is er achteraan gegaan. [medeverdachte] liep ook mee. [medeverdachte] kwam vlak achter [medeverdachte] aan en hoorde al dat [medeverdachte] en [medeverdachte] een conflict hadden. [medeverdachte] heeft [medeverdachte] een duw gegeven. [medeverdachte] heeft [medeverdachte] ook geduwd, daarna hadden ze elkaar vast. [medeverdachte] , [medeverdachte] , [verdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] stonden ook in de buurt.15

[medeverdachte] (hierna; [medeverdachte] ) heeft bij de politie verklaard dat hij op 29 juni 2013 met [medeverdachte] en [medeverdachte] bij de Markt stond. Hij zag mensen rennen richting de steeg bij de Coop. [medeverdachte] is ook die kant op gegaan en pakte [slachtoffer 1] vast.16

Incident 2
[slachtoffer 3] heeft verklaard dat hij samen met [slachtoffer 2] richting de Weverstraat liep. Toen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] vanuit de Weverstraat naar de markt liepen, zag [slachtoffer 3] vanuit de richting van het Raadhuisplein een groep mensen aan komen. Dit waren totaal ongeveer twintig personen. Er kwam gelijk een aantal mensen uit die groep naar [slachtoffer 3] toe. Eentje voerde het hoogste woord en zei ‘Heb jij mijn neefje geslagen?’. Voordat [slachtoffer 3] antwoord kon geven begon deze persoon op [slachtoffer 3] in te slaan. [slachtoffer 3] zag dat de rest toen ook begon en dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] werden belaagd door mensen uit de groep. [slachtoffer 3] voelde dat hij door meerdere mensen werd geslagen. [slachtoffer 3] zag dat [slachtoffer 2] op de grond terecht was gekomen en dat hij door meerdere mensen werd geslagen terwijl hij op de grond lag. [slachtoffer 3] voelde dat hij een aantal keer in zijn gezicht werd geslagen.17

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij zag dat er een groep van ongeveer tien personen op hen af kwam lopen en dat er mensen begonnen te vechten met [slachtoffer 3] . [slachtoffer 1] zag dat dit drie personen waren en is er toen tussen gesprongen. Hij heeft klappen gekregen.18

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij naar huis wilde gaan en samen met [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [betrokkene] van de Weverstraat richting de parkeerplaats bij de Coop in Zevenaar liep. Om de hoek zag [slachtoffer 2] tien of vijftien man aan komen lopen. Er liep één persoon voorop. [slachtoffer 2] hoorde deze persoon naar achteren roepen: ‘Is hij het?’. Daarop vielen drie of vier mannen uit deze groep [slachtoffer 3] aan. [slachtoffer 2] werd vanuit alle kanten geslagen en gleed op enig moment uit. [slachtoffer 2] voelde zich bedreigd en was bang.19

Over het tweede incident verklaart [medeverdachte] dat hij was weggerend richting de bioscoop. [medeverdachte] heeft toen zijn neef [medeverdachte] gebeld en [medeverdachte] zei dat hij naar [medeverdachte] toe zou komen. Toen [medeverdachte] aan kwam rennen zag hij dat [medeverdachte] in een groep mensen vanaf het Raadhuisplein in de richting van de Weverstraat liep. [medeverdachte] zag dat zijn broer [medeverdachte] , [medeverdachte] , [verdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] erbij waren. [medeverdachte] zag dat zijn broer met een van de blanke, oudere mannen aan het praten was en dat het toen het uit de hand liep. [medeverdachte] zag dat [medeverdachte] een van de oudere mannen in zijn gezicht sloeg.20

[medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) heeft over dit incident tegen de politie verklaard dat er weer een conflict was tussen [medeverdachte] en [slachtoffer 1] .21 [medeverdachte] was samen met [verdachte] en [medeverdachte] in het centrum van Zevenaar. Bij het gemeentehuis kwamen ze [medeverdachte] tegen. [medeverdachte] was samen met zijn broer [medeverdachte] en zijn neef [medeverdachte] . De twee Hindoestaanse jongens waren er ook bij.22 Bij het uitzendbureau Olympia zag [medeverdachte] de andere mensen, waar [medeverdachte] ruzie mee had gehad, staan. [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] liepen voorop. [medeverdachte] zag dat [medeverdachte] naar een van de mannen liep en dat hij vroeg of die hij zijn broertje had geslagen. Hierna begonnen ze te duwen en te trekken. [medeverdachte] dacht dat [medeverdachte] begon met vechten. [medeverdachte] heeft gezien dat [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] hebben gevochten. Ze sloegen meerdere mensen. [medeverdachte] heeft alleen vuistslagen gezien.23

Bij de politie heeft [medeverdachte] verklaard dat hij met [medeverdachte] bij het gemeentehuis kwam en dat [medeverdachte] daar zou zijn. [medeverdachte] zag dat er bij het gemeentehuis drie anderen, oudere Molukkers stonden.24 Op het Raadhuisplein stonden [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] . [medeverdachte] heeft voorts verklaard dat hij weet hoe hard die oudere jongens zijn en dat hij eigenlijk wel wist dat het op vechten zou uitdraaien. [medeverdachte] kwam pas later. [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] liepen richting de Weverstraat. Ter hoogte van de Weverstraat zag [medeverdachte] de groep Hollandse mannen staan. [medeverdachte] liep langs de groep en werd aangesproken door een van de Hollandse mannen. Behalve dat er wel geschreeuwd werd was er nog niets aan de hand. [medeverdachte] zag dat [medeverdachte] eraan kwam lopen. [medeverdachte] hoorde dat [medeverdachte] tegen de jongste Hollandse man begon te schreeuwen. [medeverdachte] was er ineens ook bij. Daarop escaleerde de hele situatie. [medeverdachte] zag dat [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] aan het vechten waren.25 [medeverdachte] stond midden in het gevecht en [medeverdachte] maakte ook deel uit de groep.26

[medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) heeft bij de politie verklaard dat hij samen met [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] naar het centrum van Zevenaar is gegaan. In de Weverstraat zag hij mensen om elkaar heenlopen. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij er wel bij was. Er was een vrij grote groep bij betrokken. Er werd geduwd en getrokken. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij alleen iemand heeft geduwd. Bij de vechtpartij waren [verdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] betrokken, misschien wel meer mensen. Aan [medeverdachte] wordt vervolgens door de verbalisant voorgehouden dat [medeverdachte] heeft verklaard dat hij ( ) op het gezicht van een van de oudere mannen heeft geslagen. [medeverdachte] antwoordt daarop dat [medeverdachte] dat zo heeft gezien, maar dat hij zich dat niet zo herinnert.27

[medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat, nadat hij samen met [medeverdachte] was weggelopen, de familie van [medeverdachte] erbij kwam. [medeverdachte] kwam ze tegen op het Raadhuisplein. Het doel was om terug te gaan naar de mannen waar [medeverdachte] ruzie mee had. Ze wilden verhaal gaan halen. [medeverdachte] kende alleen [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] , maar in totaal waren ze met acht of negen mensen. Ze liepen naar de groep andere mannen toe, die begonnen te schreeuwen. Dat pikte de groep waar [medeverdachte] mee was niet. Toen gingen de groepen met elkaar op de vuist. Een paar van de groep waren echt aan het vechten.28 Op enig moment deinsde de vechtende groep enkele meters naar achteren. [medeverdachte] is toen naar voren gelopen en heeft een man een klap gegeven.29

Verdachte heeft ten overstaan van de politie verklaard dat het klopt dat er op het Raadhuisplein een flinke groep stond, bestaande uit; [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] en hijzelf. De groep was onderweg naar de Weverstraat en toen kwamen zij de andere groep mannen tegen. Het werd bekvechten, daarna werd het duwen en trekken en toen werd het vechten. Verdachte heeft uit zijn groep mensen zien vechten.30

[medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij op een gegeven moment geen bekenden meer zag en richting huis wilde lopen. Bij de Bright-Side zag hij [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] en [verdachte] lopen. [medeverdachte] kwam vanaf het Raadhuisplein. Bij het uitzendbureau Olympia stonden de oudere Molukse jongens, waaronder [medeverdachte] . De groep bestond uit ongeveer tien of elf man. [medeverdachte] zag dat [medeverdachte] van achteren naar voren liep, door de groep heen en dat het ineens uitbrak, dat er werd gevochten. [medeverdachte] heeft zich bij de groep gevoegd omdat hij met hen was en omdat het bekenden zijn. [medeverdachte] was onderdeel van de groep met Molukse jongens.31 [medeverdachte] heeft vervolgens verklaard dat hij zich wel bedreigd zou hebben gevoeld als hij een van de blanke mannen was omdat blanke mensen vinden dat donkere mensen vaak intimiderend overkomen.32 [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) heeft bij de politie verklaard dat hij twee keer werd gebeld door [medeverdachte] met het verzoek om naar de stad te komen. [medeverdachte] is samen met [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] naar het centrum van Zevenaar gegaan. De groep van [medeverdachte] werd aangesproken door twee mannen.33

Letsel
[slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij veel pijn heeft aan zijn heup en hoofd. Hij heeft een bult op zijn achterhoofd, voorhoofd en aan de zijkant van zijn rechter gezichtshelft heeft hij een bult en een blauwe plek.34 [slachtoffer 3] heeft een hechting in zijn lip, een snee aan de binnenkant van zijn mond, een zwaar gekneusde pink, een pijnlijke rug, een schaafwond op zijn knie en een pijnlijke voet.35 [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij een flinke bult voelde opkomen en pijn had.36

Conclusie
Uit de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen leidt de rechtbank het volgende af. Op 29 juni 2013 is in Zevenaar ruzie ontstaan tussen twee groepen, die de rechtbank aanduidt als de groep van [slachtoffer 1] enerzijds, en de groep van [medeverdachte] anderzijds.
In die nacht heeft tweemaal een confrontatie plaatsgevonden waarbij, in ieder geval, [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] gewond zijn geraakt.

Bij het eerste incident hebben [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] klappen en stompen tegen hun hoofd en gezicht gekregen en zijn zij vastgepakt; ook is er geduwd en getrokken aan hen. Meerdere personen van de andere groep waren hierbij betrokken.

[slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] zijn door de andere groep, bij het tweede incident, gezamenlijk benaderd. Tijdens de vechtpartij is er geduwd en getrokken en zijn [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] door meerdere personen geslagen.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake van in een groep opererende personen die gezamenlijk openlijk geweld hebben gepleegd tegen personen.

De rechtbank is, anders dan de raadsvrouw heeft aangedragen, van oordeel dat verdachte een voldoende significante bijdrage heeft geleverd, om te concluderen dat hij mede debet is de openlijke geweldpleging. Dat geldt voor beide incidenten.
Zowel uit de hiervoor aangehaalde verklaring van verdachte zelf, als uit de verklaringen van [medeverdachte] en [medeverdachte] volgt dat verdachte al bij het eerste incident aanwezig was en toen al onderdeel uitmaakte van de groep van [medeverdachte] . Hij heeft zelf verklaard dat hij er tussenin stond.
Vervolgens is verdachte naar het Raadhuisplein gelopen. Op het Raadhuisplein stond een flinke groep waar hij naar eigen zeggen wederom onderdeel van uitmaakte.
Verdachte is met die groep naar de Weverstraat gelopen waar zij de andere groep tegen kwamen. Verdachte heeft [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] met zijn groep gezamenlijk benaderd.

Verdachte heeft zich niet gedistantieerd van de vechtpartij die vervolgens is ontstaan. Verdachte heeft na het eerste incident de mogelijkheid gehad om de-escalerend op te treden, of weg te gaan, maar hij heeft er voor gekozen bij de groep te blijven en mee te lopen, waarna hij ten tijde van het tweede incident wederom onderdeel uitmaakte van die groep. Dat laatste betrekt de rechtbank bij haar oordeel dat verdachte een voldoende significante bijdrage heeft geleverd, in die zin dat hij met zijn houding actief heeft bijgedragen aan de ontremming.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan – kort gezegd – openlijke geweldpleging. Dat zijn rol in vergelijking met die van anderen relatief beperkt is geweest, ziet de rechtbank in en zal in de strafmaat betrokken worden.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 29 juni 2013 te Zevenaar met een ander of anderen, op of

aan de openbare weg, de Dokter Honigstraat, in elk geval op of aan een openbare weg,

meermalen, danwel éénmaal, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , welk geweld bestond uit

- duwen tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of trekken aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of

- vastpakken en/of vastgrijpen van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of

- slaan en/of stompen in/tegen het gezicht en/of op/tegen het hoofd van die

[slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of

- slaan en/of stompen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] ;

2.

hij op of omstreeks 29 juni 2013 te Zevenaar met een ander of anderen, op of

aan de openbare weg, (op de hoek van) de Weverstraat/de Marktstraat, in elk geval op of aan een openbare weg, meermalen, danwel éénmaal, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] , welk geweld bestond uit

- het gezamenlijk benaderen en/of insluiten en/of indringen van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 2] en/of

- schreeuwen tegen die [slachtoffer 3] (onder andere 'is hij het' en/of 'heb jij mijn

neefje geslagen') en/of

- duwen tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 2] en/of trekken

aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 2] en/of

- vastpakken en/of vastgrijpen van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 3] en/of die

[slachtoffer 2] en/of

- slaan en/of stompen in/tegen het gezicht en/of op/tegen het hoofd van die

[slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 2] en/of

- slaan en/of stompen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of die

[slachtoffer 3] en/of

- slaan en/of stompen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] (terwijl hij op de

grond lag).

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van de feiten 1 en 2:

Het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, meermalen gepleegd

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van dertig uur werkstraf, te vervangen door vijftien dagen hechtenis, indien hij de straf niet of niet naar behoren uitvoert.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 24 juli 2015.

De rechtbank overweegt in het bijzonder als volgt.

Verdachte heeft zich samen met een aantal anderen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Deze openlijke geweldpleging heeft plaatsgevonden tijdens twee incidenten, die kort na elkaar hebben plaatsgevonden. De slachtoffers zijn daarbij ’s nachts na het uitgaan door een groep jongens meermalen geslagen, geduwd en vastgegrepen, zoals in de bewezenverklaring nader is omschreven.

Verdachte heeft samen met anderen inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers en zich schuldig gemaakt aan zogenoemd uitgaansgeweld. Het gevolg van de gedragingen van verdachte en zijn medeverdachten is dat in de samenleving gevoelens van onrust en onveiligheid ontstaan. De geweldpleging heeft immers plaatsgevonden op de openbare weg. De geweldpleging moet daarmee niet alleen voor de slachtoffers een schokkende ervaring geweest zijn, maar ook voor omstanders.

In het algemeen geldt als uitgangspunt dat openlijke geweldpleging wordt bestraft met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank neemt echter in positieve zin mee dat verdachte een relatief beperkte rol heeft gespeeld in het geheel van gedragingen van hem en zijn medeverdachten.
Daarnaast neemt de rechtbank mee dat uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister blijkt dat verdachte niet eerder in aanraking met politie en justitie is gekomen.
Ten slotte heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat de bewezenverklaarde feiten vrij lang geleden zijn gepleegd.

De rechtbank acht gelet op het vorenstaande een werkstraf zoals door de officier van justitie is geëist, passend en geboden.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding. Hij vordert een bedrag van € 440,00.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] (hoofdelijk) toe te wijzen tot het bedrag van € 250,00, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door vijf dagen hechtenis.
Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat, voor zover de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren.
De raadsvrouw stelt daartoe in het bijzonder dat de vordering onvoldoende onderbouwd is.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering omdat de rechtbank die vordering, mede in het licht van de betwisting, onvoldoende met stukken onderbouwd acht. Daarnaast is zonder nadere toelichting, niet geheel duidelijk wanneer [slachtoffer 1] de door hem genoemde schade heeft opgelopen; Immers, hij is in de nacht van 29 juni 2013 betrokken geweest bij meerdere incidenten. Nader onderzoek, ter onderbouwing, zou een onevenredige belasting van het strafgeding meebrengen.

[slachtoffer 1] kan, nu de rechtbank hem niet-ontvankelijk verklaart, zijn vordering nog wel aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 57, en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een werkstraf gedurende 30 (dertig uren), met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 15 (vijftien) dagen;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] :

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. de Boer (voorzitter) mr. W.J. Vierveijzer en mr. W.L.J.M. Duijst, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Verhagen en mr. D.G. Wessels-Harmsen, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 september 2015.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Gelderland-Midden, AVZ/Staf District/Leiding opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL078C-2014029747, gesloten op 17 maart 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 91, tweede alinea en proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , pagina 88, zesde alinea.

3 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , d.d. 29 juni 2013, p. 168 e.v., het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , d.d. 29 juni 2013, p. 175 e.v. en het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , d.d. 29 juni 2013, p. 87 e.v.

4 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , d.d. 29 juni 2013, p. 168 laatste alinea en p. 169 eerste alinea.

5 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , d.d. 29 juni 2013, p. 175, tweede, derde en vijfde alinea.

6 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , d.d. 29 juni 2013, p. 87, laatste alinea en p. 88 tweede alinea.

7 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , d.d. 29 juni 2013, p. 175, tweede, derde en vijfde alinea.

8 Het proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene] , d.d. 29 juni 2013, p. 172, laatste alinea en p. 173 eerste alinea.

9 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d.30 juni 2013, p. 124, zevende, achtste en tiende.

10 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d.29 juni 2013, p. 121, laatste alinea.

11 Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , d.d.17 juli 2013, p. 140, zeven en achtste alinea.

12 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , d.d. 24 juli 2013, p. 146, zevende, dertiende, veertiende en vijftiende alinea.

13 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 september 2015.

14 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 26 juli 2013, p. 153, zevende alinea.

15 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte] , pag. 154 onderaan

16 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 26 juli 2013, p. 157, elfde alinea.

17 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , d.d. 29 juni 2013, p. 175, negende, tiende, elfde en twaalfde alinea en p. 176, eerste en tweede alinea.

18 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , d.d. 29 juni 2013, p. 169, tweede alinea.

19 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , d.d. 29 juni 2013, p. 88, vijfde, zesde, zevende en achtste alinea.

20 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 30 juni 2013, p. 125, elfde en dertiende alinea, p. 126, eerste regel, negende, tiende, twaalfde en dertiende, p. 127, zesde en negende alinea.

21 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 1 juli 2013, p. 104, eerste alinea.

22 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 30 juni 2013, p. 100, negende, tiende en elfde alinea.

23 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 1 juli 2013, p. 104, vierde, vijfde, zesde en zevende alinea, alsmede het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 30 juni 2013, p. 101, vijfde, zesde, zevende, dertiende en veertiende alinea.

24 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 30 juni 2013, p. 112, zesde alinea en zevende alinea, p. 113, eerste alinea.

25 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 1 juli 2013, p. 115, laatste alinea en p. 116, tweede, derde, vierde, vijfde en zesde alinea.

26 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 30 juni 2013, p. 111, eerste tot en met de derde alinea.

27 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 17 juli 2013, p. 135, laatste alinea, p. 136, eerste, tweede, derde, en vijfde alinea, p. 137, negende alinea en p. 138, tweede alinea.

28 Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , d.d. 17 juli 2013, p. 141, eerste, tweede, zevende, elfde, dertiende, veertiende en vijftiende alinea.

29 Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , d.d.17 juli 2013, p. 143, zesde alinea.

30 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , d.d. 24 juli 2013, p. 148, eerste, tweede, negende en elfde alinea en p. 159, veertiende alinea.

31 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 26 juli 2013, p. 158, achtste, negende en tiende alinea, p. 159, vierde, vijfde en achtste alinea en p. 160, eerste en tweede alinea.

32 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 26 juli 2013, p. 159, zesde alinea.

33 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , d.d. 22 februari 2014, p. 165, laatste alinea.

34 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , d.d. 29 juni 2013, p. 169, derde alinea.

35 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , d.d. 29 juni 2013, p. 176 tweede alinea.

36 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , d.d. 29 juni 2013, p. 88, tweede alinea.