Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:6406

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19-10-2015
Datum publicatie
19-10-2015
Zaaknummer
05/862811-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 27-jarige man uit Almere is door de meervoudige militaire kamer van de rechtbank Gelderland, veroordeeld voor ‘grooming’, ontucht met een meisje in de leeftijd van 13 en 14 jaar en computervredebreuk. Hij krijgt een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen waarvan 170 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en aftrek van het voorarrest. Tevens is een werkstraf voor de duur van 220 uur en reclasseringstoezicht opgelegd en moet de man zich laten behandelen voor zijn psychische stoornis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/862811-13

Datum uitspraak : 19 oktober 2015

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige militaire kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] 1988 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [woonplaats]

Raadsman: mr. M.W.J. Rosendaal, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 5 oktober 2015.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 7 oktober 2013 tot en met 13 oktober 2013

te Almere, althans in Nederland, door gebruikmaking van een communicatiedienst en/of door middel van een geautomatiseerd werk, [slachtoffer 1] , (geboortedatum [geboortedatum 2] ), van wie verdachte wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat zij de

leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met haar te plegen en/of een afbeelding te vervaardigen van een seksuele gedraging waarbij zij zou zijn betrokken, terwijl verdachte (enige) handelingen heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, immers heeft verdachte

- via internet (facebook) onder een valse naam (' [alias] ') contact met die [slachtoffer 1] gelegd en

- die [slachtoffer 1] voorgehouden dat zij veel geld kon verdienen door met verdachte naar bed te gaan en/of

- die [slachtoffer 1] voorgesteld verdachte in diens woning te ontmoeten om daar tegen een (ruime) financiële vergoeding seks met verdachte te hebben en/of

- met [slachtoffer 1] tijd en plaats van die ontmoeting bepaald en/of

- die [slachtoffer 1] vervolgens ontvangen in zijn woning;

2.

hij op meerdere tijdstippen althans op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 1 maart 2008 tot en met 17 november 2008 te Almere, althans in Nederland, met [slachtoffer 2] , geboren [geboortedatum 3] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , hebbende verdachte zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer 2] geduwd/gebracht;

3.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 april

2014 tot en met 27 april 2014 te Almere, althans in Nederland, (telkens)

opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk zijn opgeslagen en/of worden verwerkt en/of opgedragen, te weten: een E-mailadres en/of Facebook account toebehorende aan (telkens) toebehorende aan en/of ten name gesteld van [benadeelde] (telkens) door op/in het Facebook account het wachtwoord en/of E-mailadres van die [benadeelde] wijzigingen/veranderen dat E-mailadres en/of Facebook account heeft verandert/onbruikbaar en/of ontoegankelijk gemaakt.

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 april

2014 tot en met 27 april 2014 te Almere, althans in Nederland, (telkens)

opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerd werk, te weten een E-mailadres en/of

Facebook-account ([ [benadeelde] ]), althans in een deel daarvan, is binnen

gedrongen, waarbij hij enige beveiliging heeft doorbroken en/of een valse

hoedanigheid heeft aangenomen en/of zich de toegang tot voornoemd account/werk

heeft verschaft door middel van een valse sleutel.

2a. Geldigheid van de dagvaarding

Namens de verdachte is aangevoerd dat de dagvaarding ten aanzien van het onder feit 3 primair ten laste gelegde nietig is. Hiertoe is, kort weergegeven, aangevoerd dat in de tenlastelegging enkel wordt gesproken over “ [benadeelde] ” en dus onduidelijk is wie hiermee wordt bedoeld.

De rechtbank is van oordeel dat de tenlastelegging wel voldoet aan de vereisten van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. Het nietigheidsverweer zal daarom worden verworpen. In de tenlastelegging wordt weliswaar volstaan met enkel een voornaam, echter bezien in samenhang met het complete strafdossier, met onder andere de aangifte van zijn ex-vriendin [benadeelde] , moet verdachte in staat worden geacht de tenlastelegging te kunnen begrijpen en zich daartegen te kunnen verdedigen. Het was alle betrokken procespartijen zonder meer duidelijk waar het tijdens de behandeling van het onderzoek ter terechtzitting om draaide. De verdediging wist en weet waar de beschuldiging zich op richt.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [betrokkene] , p. 109-113;

- het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 1] p. 115-119;

- het proces-verbaal van verhoor verdachte op 20 november 2013 p. 530-548;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2015.

Feit 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] , p. 410-416;

- het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 521-522;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2015.

Feit 3

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

[benadeelde] is de ex-vriendin van verdachte2. In de periode van 24 april 2014 tot en met 27 april 2014 is verdachte te Almere het Facebookaccount en het Hotmailaccount van [benadeelde] , te weten [benadeelde] , binnendrongen 3.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 3 primair tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich -kort samengevat- op het standpunt dat zowel ten aanzien van het primaire als het subsidiaire tenlastegelegde niet kan worden bewezen dat verdachte zich wederrechtelijk toegang heeft verschaft tot het account van [benadeelde] , nu [benadeelde] zelf het wachtwoord aan verdachte heeft gegeven.

Beoordeling door de militaire kamer

Ten aanzien van het primair tenlastegelegde:

[benadeelde] heeft bij de Koninklijke Marechaussee verklaard:

Woensdag 30 april 2014 wilde ik inloggen op Hotmail.com. Toen kreeg ik het volgende bericht van Microsoft dat iemand met het emailadres [e-mail] een proces is gestart om het wachtwoord en de beveiligingsgegevens voor dit Microsoft-account te wijzigen. Het proces wordt voltooid op 27/5/2014. Er staat dan, als je deze wijziging niet hebt aangebracht, kies je ‘Nee, dat was ik niet’ om het verzoek te annuleren. Ik heb toen aangeklikt, “Nee dat was ik niet.

Op grond van vorenstaande verklaring stelt de rechtbank vast dat verdachte weliswaar heeft geprobeerd het wachtwoord en de beveiligingsgegevens van het Hotmail-account van [benadeelde] te wijzigen maar dat [benadeelde] dit heeft voorkomen. Het is derhalve bij een poging gebleven. Bovendien bevat het dossier geen enkel bewijsmiddel dat verdachte het wachtwoord en de beveiligingsgegevens van het facebookaccount of anderszins het facebookaccount van [benadeelde] heeft gemanipuleerd. Dat is ook niet gebleken tijdens het onderzoek ter terechtzitting. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde.

Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde:

In tegenstelling tot de zaak waarnaar de verdediging heeft verwezen (Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 5 maart 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:636), waarin de aangeefster per

e-mailbericht aan verdachte haar wachtwoord en gebruikersnaam had verschaft, is in de onderhavige zaak geen sprake van het actief verschaffen van het wachtwoord aan verdachte. Verdachte is op de hoogte van het wachtwoord omdat hij [benadeelde] destijds heeft geholpen toen zij haar Facebook-account aanmaakte4 en/of omdat de Facebookpagina nog stond ingesteld op een telefoon die hij van [benadeelde] had gekregen5. Er is niet gebleken dat [benadeelde] aan verdachte expliciet toestemming heeft gegeven voor het gebruik van haar wachtwoord. Het enkele feit dat verdachte het wachtwoord wist, impliceert niet dat hij toestemming had voor de toegang tot haar account. De rechtbank neemt daarbij in overweging dat het tenlastegelegde plaatsvond nadat de relatie tussen [benadeelde] en verdachte was beëindigd en verdachte, mede gelet op de stekelige discussie die nadien tussen hen plaatsvond, moest weten dat hij de toestemming van [benadeelde] ook nimmer zou verkrijgen. Hij moet zich dus bewust zijn geweest van het wederrechtelijke karakter van zijn handelen, zoals ook is te destilleren uit het verhoor van verdachte ter zake6.

De rechtbank oordeelt dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich de toegang tot voornoemd account heeft verschaft door middel van een valse sleutel.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder de feiten 1, 2 en 3 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 7 oktober 2013 tot en met 13 oktober 2013

te Almere, althans in Nederland, door gebruikmaking van een communicatiedienst en/of door middel van een geautomatiseerd werk, [slachtoffer 1] , (geboortedatum [geboortedatum 2] ), van wie verdachte wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat zij de

leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met haar te plegen en/of een afbeelding te vervaardigen van een seksuele gedraging waarbij zij zou zijn betrokken, terwijl verdachte (enige) handelingen heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, immers heeft verdachte

- via internet (facebook) onder een valse naam (' [alias] ') contact met die [slachtoffer 1] gelegd en

- die [slachtoffer 1] voorgehouden dat zij veel geld kon verdienen door met verdachte naar bed te gaan en/of

- die [slachtoffer 1] voorgesteld verdachte in diens woning te ontmoeten om daar tegen een (ruime) financiële vergoeding seks met verdachte te hebben en/of

- met [slachtoffer 1] tijd en plaats van die ontmoeting bepaald en/of

- die [slachtoffer 1] vervolgens ontvangen in zijn woning;

2.

hij op meerdere tijdstippen althans op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 1 maart 2008 tot en met 17 november 2008 te Almere, althans in Nederland, met [slachtoffer 2] , geboren [geboortedatum 3] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , hebbende verdachte zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer 2] geduwd/gebracht;

3.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 april

2014 tot en met 27 april 2014 te Almere, althans in Nederland, (telkens)

opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk zijn opgeslagen en/of worden verwerkt en/of opgedragen, te weten: een E-mailadres en/of Facebook account toebehorende aan (telkens) toebehorende aan en/of ten name gesteld van [benadeelde] (telkens) door op/in het Facebook account het wachtwoord en/of E-mailadres van die [benadeelde] wijzigingen/veranderen dat E-mailadres en/of Facebook account heeft verandert/onbruikbaar en/of ontoegankelijk gemaakt.

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 april

2014 tot en met 27 april 2014 te Almere, althans in Nederland, (telkens)

opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerd werk, te weten een E-mailadres en/of

Facebook-account ([ [benadeelde] ]), althans in een deel daarvan, is binnen

gedrongen, waarbij hij enige beveiliging heeft doorbroken en/of een valse

hoedanigheid heeft aangenomen en/of zich de toegang tot voornoemd account/werk

heeft verschaft door middel van een valse sleutel.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Met gebruikmaking van een communicatiedienst een ontmoeting voorstellen aan iemand van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt met het oogmerk ontuchtige handelingen te plegen met die persoon, welk voorstel tot ontmoeting is gevolgd door enige handeling gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting.

Ten aanzien van feit 2:

Met iemand die de leeftijd van twaalf maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 3 subsidiair:

Computervredebreuk.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder de feiten 1, 2 en 3 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met als bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering is geadviseerd en voorts tot het verrichten van 240 uren werkstraf, te vervangen door 120 dagen hechtenis met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft in zijn algemeenheid betoogd dat gelet op de lange duur van de procedure, de persoonlijke omstandigheden van verdachte alsmede het feit dat hij zich houdt aan de schorsingsvoorwaarden en al is gestart met de geadviseerde behandeling bij De Waag, aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd.

In het bijzonder heeft de verdediging ten aanzien van feit 2 aangevoerd aan verdachte geen straf op leggen omdat verdachte met [slachtoffer 2] in die periode een relatie had, zij erg verliefd op elkaar waren, [slachtoffer 2] reeds seksueel actief was, verdachte bij [slachtoffer 2] woonde althans regelmatig met toestemming van de moeder van [slachtoffer 2] bij haar bleef slapen en het leeftijdsverschil tussen hen maar zes jaar was.

Beoordeling door de militaire kamer

Ter zake van het door de verdediging gevoerde strafmaatverweer ten aanzien van feit 2 overweegt de militaire kamer het volgende.

De militaire kamer is van oordeel dat ten tijde van het ten laste gelegde seksueel binnendringen, een relatief groot leeftijdsverschil tussen verdachte en [slachtoffer 2] bestond. [slachtoffer 2] was 13-14 jaar en verdachte 19-20 jaar. Niettemin begrijpt de militaire kamer uit de verklaringen van

[slachtoffer 2] , de zus en de moeder van [slachtoffer 2] wel dat [slachtoffer 2] een relatie met verdachte had en verdachte in die tijd regelmatig bij haar mocht blijven slapen. Hoewel er kennelijk sprake was van een relatief bestendige relatie waar de gezinsleden van de minderjarige [slachtoffer 2] mee hebben ingestemd, acht de militaire kamer evenwel geen sprake van een gelijkwaardige relatie tussen verdachte en [slachtoffer 2] . Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking de navolgende verklaringen van [slachtoffer 2] tegenover de politie:

Ik was toen nog maagd en voelde mij heel ongemakkelijk. Hij wilde seks en ik ben daar later mee akkoord gegaan. (…) Het ging allemaal wat sneller dan ik had verwacht. Alles ging snel. Hij ging mij stalken, soort van claimen. Hij wilde dat ik altijd bij hem was en daardoor ging ik ook niet meer naar school. (…)

V:Hoe kwam dat jullie zo vaak seks hadden?

A: Dat wilde hij. (…)

V:Heb je wel eens nee gezegd?

A: Nee dat durfde ik denk niet. Ik heb na de relatie ook een training gehad bij bureau jeugdzorg om nee te zeggen. 7

Gelet op het vorenstaande ziet de militaire kamer dan ook geen aanleiding om aan verdachte ter zake van feit 2 geen straf of maatregel op te leggen.

De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 28 augustus 2015;

- een voorlichtingsrapportages van Reclassering Tactus, gedateerd 27 november 2013 en Reclassering Nederland, gedateerd 23 september 2015;

- een multidisciplinair rapport van drs. [dskundige] , GZ-psycholoog, gedateerd
15 januari 2014.

Als [alias] heeft verdachte via WhatsApp en Facebook contact gezocht met jonge meisjes van onder zestien jaar, waaronder [slachtoffer 1] . Vervolgens heeft hij deze meisjes een hoog geldbedrag aangeboden in ruil voor seks met “een collega van hem” - feitelijk verdachte zelf - . In het geval van [slachtoffer 1] is het verdachte gelukt een afspraak met haar te maken en is zij in zijn woning geweest met de bedoeling seks met verdachte te hebben. Aangeefster is deze woning ontvlucht en het is daarom niet tot daadwerkelijk ontuchtig handelen gekomen. Daarnaast heeft verdachte, toen hij 19-20 jaar was, zich schuldig gemaakt aan ontuchtig handelen, bestaande uit het seksueel binnendringen, van zijn destijds 13-14 jarige vriendin. Tot slot heeft verdachte door gebruik te maken van haar toegangscode zich opzettelijk en wederrechtelijk de toegang verschaft tot de facebookaccount van zijn voormalige vriendin, lange tijd nadat de relatie al was beëindigd.

De slachtoffers van de bewezenverklaarde feiten 1. en 2. zijn jonge meisjes, bij wie verdachte op grove wijze inbreuk heeft gemaakt op hun lichamelijke en psychische integriteit alsmede hun vertrouwen. Meisjes met een leeftijd van 13-14 jaar zijn uitermate kwetsbaar, omdat zij zich in een periode van hun leven bevinden waarin zij hun seksualiteit gaan ontdekken. Hoewel verdachte bekend heeft te weten dat deze meisjes 13-14 jaar waren, is hij aan die kwetsbare positie van de slachtoffers totaal voorbijgegaan en heeft hij zich laten leiden door zijn eigen (seksuele) behoeftes. In het voordeel van verdachte wordt in aanmerking genomen dat verdachte zijn (volledige) medewerking heeft gegeven aan de behandeling bij De Waag, deze behandeling heeft afgerond, bereid is een vervolgbehandeling te ondergaan en daarvan het nut lijkt in te zijn.

Uit het rapport van de psycholoog blijkt dat verdachte lijdt aan een stoornis in het autistisch spectrum, te weten PDD-NOS. Door zijn PDD-NOS is verdachte niet in staat om wederkerige relaties en vriendschappen te hebben. Geadviseerd wordt een ambulante psychotherapie gericht op het meer zicht krijgen op de gevolgen van zijn gedrag voor anderen. Een dergelijke behandeling zou kunnen plaatsvinden in een instelling met expertise op het gebied van stoornissen in het autistisch spectrum en (het voorkomen van) delictgedrag.

Verdachte is naar de mening van de rapporteur enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te achten. De militair kamer neemt deze conclusie over en maakt die tot de hare.

De rapporteur van de Reclassering concludeert in het rapport van 21 september 2015 het volgende:

Betrokkene heeft inmiddels de behandeling bij de Waag afgerond. Hierop heeft de reclassering in het kader van de schorsende voorwaarden toezicht gehouden. In het algemeen heeft verdachte zich goed ingezet m.b.t. de behandeldoelen. De Waag schat in dat het recidive risico is verminderd ten opzichte van het moment van aanmelding. Desondanks, zo laat de Waag weten in de afsluitende rapportage, is het probleeminzicht beperkt en adviseren zij dat toezicht en begeleiding, gericht op o.a. het netwerk van betrokkene en op het tijdig signaleren van eventueel delict gerelateerde emoties zoals eenzaamheid en boosheid, dient te worden voortgezet. Betrokkene is voor het vervolg van de behandeling geaccepteerd bij [kliniek] .

Alles in ogenschouw nemende, in het bijzonder de ernst van de feiten en de (mogelijk) negatieve gevolgen die deze hebben gehad voor de slachtoffers, en tevens gelet op artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht, is de rechtbank van oordeel dat voor afdoening van de onderhavige zaak een gevangenisstraf en een werkstraf van hierna te vermelden duur passend en geboden is, waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Het voorwaardelijk deel van de straf, waaraan een proeftijd van drie jaren wordt verbonden, dient tevens als waarschuwing voor verdachte om zich voortaan van het plegen van delicten te onthouden.

Voor het beslag:

De verdediging heeft ten aanzien van de door de officier van justitie gevorderde verbeurdverklaring van de resterende inbeslaggenomen goederen nog aangevoerd dat niet is vast te stellen welke goederen door verdachte zijn gebruikt bij het plegen van de strafbare feiten.

De militaire kamer overweegt hieromtrent dat uit de dossier genoegzaam is gebleken dat verdachte met ondergenoemde goederen een of meer feiten heeft begaan8.

De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan verdachte toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met betrekking tot welke het onder de feiten 1, 2 en 3 subsidiair bewezenverklaarde is begaan.

  • -

    Acer Laptop (vindplaatscode G.A.1.4.1.)

  • -

    I-Phone 5S + oplader (vindplaatscode G.1.)

  • -

    Apple I-pad + oplader (vindplaatscode G.V.1)

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22b, 22c, 22d, 27, 57, 138ab, 245 en 248e van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De militaire kamer:

 Spreekt verdachte vrij van het onder feit 3 primair tenlastegelegde feit.

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) dagen;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 170 (honderdzeventig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

de bijzondere voorwaarde(n) dat de veroordeelde:

- zich in overleg met de toezichthouder mw. L. Meijer moet melden bij de afdeling toezicht van Reclassering Nederland, [locatie] en zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;

- zich zal laten behandelen voor PDD-NOS bij (Forensische) psychiatrie - [kliniek] of een soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling of behandelaar zullen worden gegeven;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde voorts tot:

een werkstraf gedurende 220 (tweehonderdtwintig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 110 (honderdtien) dagen;

verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

  • -

    Acer Laptop (vindplaatscode G.A.1.4.1.)

  • -

    I-Phone 5S + oplader (vindplaatscode G.1.)

  • -

    Apple I-pad + oplader (vindplaatscode G.V. 1)

Dit vonnis is gewezen door mr. R.G.J. Welbergen (voorzitter), mr. J. Barrau, rechter, en kapitein ter zee logistieke dienst mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. J.M.B. Moll van Charante, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 oktober 2015.

Mr. Welbergen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [kliniek] , opperwachtmeester der Koninklijke Marechaussee, district Landelijke en Buitenlandse Eenheden, Brigade Recherche, Afdeling Specialistische Opsporing, Sectie Jeugd & Zeden opgemaakte proces-verbaal “Fregon”, dossiernummer 14-003088, gesloten op 17 september 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde] p. 452, het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 560.

3 Het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde] p. 454-458, het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 589-591.

4 Het proces-verbaal van aangifte [benadeelde] p. 456

5 Het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 589

6 Het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 557

7 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] p. 411-413

8 Het proces-verbaal van bevindingen p. 731- 734, het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 517.