Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:6404

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
21-10-2015
Datum publicatie
23-10-2015
Zaaknummer
C/05/274441 / HZ ZA 14-496
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Openstellen hoger beroep van tussenvonnis. Art. 337 lid 2 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RVR 2015/123
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/274441 / HZ ZA 14-496

Vonnis van 21 oktober 2015

in de zaak van

1 [eiser A] ,

wonende te [plaats ] ,

2. [eiseres B],

wonende te [plaats ] ,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. H. Boven te Kampen,

tegen

de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid naar Duits recht

[gedaagde] ,

gevestigd te [plaats ] , Duitsland,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. C.W.L. van de Merbel te Middelburg.

Partijen zullen hierna [eisers] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 12 augustus 2015

  • -

    de akte in conventie van 23 september 2015 van [gedaagde]

  • -

    de brief van 5 oktober van [eisers]

  • -

    het rolbericht van 14 oktober 2015 van [gedaagde] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

in conventie en in reconventie

2.1.

Bij brief van 5 oktober 2015 heeft [eisers] verzocht om tussentijds hoger beroep in te mogen stellen, omdat de beoordeling van de vraag of [eisers] ten tijde van het tot stand komen van de koopovereenkomst heeft gedwaald essentieel is voor het verdere verloop van de procedure. [eisers] kan zich niet vinden in de bindende eindbeslissingen die de rechtbank heeft gegeven over de toepasselijkheid van de Wft en over het beroep op dwaling.

2.2.

[gedaagde] verzet zich tegen het verzoek van [eisers] om het tussenvonnis van 12 augustus 2015 appellabel te maken, omdat in het belang van een goede procesorde gestreefd moet worden naar een totale behandeling van de tussen partijen bestaande geschilpunten. Nu is het niet ondenkbaar dat bij splitsing van de behandeling het niet ondenkbare risico bestaat dat tweemaal appel nodig zal zijn, aldus [gedaagde] .

2.3.

Vooropgesteld wordt dat de wetgever tussentijds beroep in art. 337 lid 2 Rv heeft uitgesloten om fragmentatie van de instructie van de zaak, vertraging en processuele complicaties, een en ander als gevolg van tussentijds beroep, tegen te gaan en aldus de doelmatigheid en snelheid van de procedure te bevorderen (Parl. Gesch. Burg. Procesrecht, blz. 459 en blz. 460-461). Dit leidt uitzondering als de rechter anders bepaalt. In het tussenvonnis van 12 augustus 2015 heeft de rechtbank geoordeeld dat geen sprake is van dwaling en dat, nu nadere motivering ontbreekt, geen grond bestaat om het deel gedragstoezicht van de Wft alsnog van toepassing te doen zijn als gevolg van de schending van de Wft door [gedaagde] . Bij brief van 5 oktober 2015 heeft [eisers] zijn stelling uitgebreid gemotiveerd. Niet uitgesloten is dat op basis van deze motivering in hoger beroep anders zal worden beslist, met als gevolg dat de nog te berekenen omvang van de schadevergoeding in deze instantie anders zal moeten worden bepaald. Het verzoek zal om doelmatigheidsredenen worden toegewezen.

3 De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

3.1.

bepaalt dat tussentijds hoger beroep kan worden ingesteld tegen het in deze zaak gewezen tussenvonnis van 12 augustus 2015,

3.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. Strens-Meulemeester en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2015.

St/Th