Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:6306

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
14-10-2015
Datum publicatie
15-10-2015
Zaaknummer
C/05/279670 / HZ ZA 15-87
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rechtsmacht en toepasselijk recht. Bevoegd ten aanzien van vordering uit ongerechtvaardigde verrijking in conventie. Niet bevoegd ten aanzien van vordering in reconventie inzake contract i.v.m. geldig forumkeuzebeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/279670 / HZ ZA 15-87

Vonnis van 14 oktober 2015

in de zaak van

de rechtspersoon naar het recht van het Verenigd Koninkrijk

HIDROSTAL LTD.,

gevestigd te Newbury, Verenigd Koninkrijk,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. L.H.E. Drenthe te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

IMPULSE PUMPS B.V.,

gevestigd te Zelhem,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. H.P. Plas te Zwolle.

Partijen zullen hierna Hidrostal en Impulse genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 27 mei 2015

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 22 september 2015

  • -

    de brief van mr. H.P. Plas d.d. 23 september 2015, houdende een reactie op de inhoud van voormeld proces-verbaal

  • -

    de brief van mr. L.H.E. Drenthe d.d. 29 september 2015, houdende een reactie op de inhoud van voormeld proces-verbaal,

  • -

    de brief van mr. H.P. Plas d.d. 30 september 2015

  • -

    de fax van mr. L.H.E. Drenthe d.d. 30 september 2015.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Hidrostal verkoopt onder andere bemalingspompen die voorzien zijn van een specifieke schroefcentrifugaalpomp (“Bearing Frames”), waarvan Hidrostal stelt dat zij deze heeft uitgevonden.
Impulse produceert (bemalings)pompen.

2.2.

Tussen partijen heeft vanaf 2006 een jarenlange zakelijke relatie bestaan in welk kader tussen partijen een serie overeenkomsten tot stand is gekomen, waarbij Impulse door Hidrostal bestelde bemalingspompen, genaamd “Superhawk” produceerde, waarin de hiervoor bedoelde schroefcentrifugaalpompen werden geplaatst.

2.3.

In december 2013/januari 2014 hebben diverse (deels schriftelijke) contacten tussen partijen plaatsgevonden teneinde de mogelijkheid te onderzoeken om een samenwerking in de vorm van een joint venture aan te gaan. Ten tijde van deze contacten had Impulse in ieder geval 28 “Superhawks” op voorraad.

2.4.

Deze besprekingen hebben niet het beoogde resultaat opgeleverd.

2.5.

Impulse heeft bij brief van 28 januari 2014 aan Hidrostal alle - in haar visie bestaande - mondelinge koopovereenkomsten tussen haar en Hidrostal met betrekking tot de bij Impulse op voorraad staande “Superhawks” beëindigd.

2.6.

Bij brief van 21 februari 2014 heeft Hidrostal Impulse gesommeerd tot afgifte van 13 in die brief nader gespecificeerde schroefcentrifugaalpompen die door de Zwitserse zustermaatschappij van Hidrostal, Hidrostal AG, bij Impulse waren afgeleverd.
Impulse heeft aan deze sommatie niet voldaan.

3 De vordering in conventie

3.1.

Hidrostal vordert - zakelijk weergegeven - dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Impulse zal veroordelen om aan haar te betalen een bedrag van GBP 21.983,-- en Impulse zal veroordelen in de kosten van deze procedure en in de nakosten.
Hidrostal heeft ter comparitie haar eis voorwaardelijk (voor het geval dat de rechtbank zich bevoegd acht kennis te nemen van de eis in reconventie) vermeerderd met - kort gezegd - een bedrag van € 38.291,-- alsmede een bedrag aan schadevergoeding, nader op te maken bij staat, beide bedragen vermeerderd met de wettelijke handelsrente.

3.2.

Hidrostal legt aan haar onvoorwaardelijke ingestelde vordering tegen de achtergrond van de vaststaande feiten de navolgende stellingen ten grondslag.
De onder 2.6 bedoelde schroefcentrifugaalpompen zijn door Hidrostal AG voor Hidrostal bij Impulse afgeleverd. Er was sprake van levering traditio longa manu, zodat Hidrostal eigenaar is geworden van deze schroefcentrifugaalpompen. Door deze pompen onder zich te houden (dan wel deze pompen te verwerken in niet aan Hidrostal verkochte “Superhawks”), is Impulse ongerechtvaardigd verrijkt. Impulse dient de marktwaarde van deze 13 schroefcentrifugaalpompen, GBP 21.983,-- aan haar te vergoeden.

3.3.

Op de voorwaardelijk ingestelde vorderingen en de overige stellingen van Hidrostal zal, voor zover van belang, hierna nader worden ingegaan.

4. Het verweer in conventie

4.1.

Impulse concludeert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Hidrostal niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vordering, althans deze zal afwijzen met haar veroordeling in de kosten van deze procedure alsmede in de gebruikelijke nakosten.

4.2.

Impulse voert kort gezegd aan dat Hidrostal AG (en niet Hidrostal) eigenaar is van bedoelde 13 schroefcentrifugaalpompen en dat Hidrostal niet is verarmd. Voor het geval dat de pompen toch eigendom zijn van Hidrostal en Impulse gehouden is om de marktwaarde te vergoeden, beroept Impulse zich op verrekening met haar in reconventie ingestelde tegenvorderingen.
Op de overige stellingen van Impulse wordt, voor zover van belang, hierna nader ingegaan.

5 De vordering in reconventie

5.1.

Impulse vordert - zakelijk weergegeven - dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Hidrostal zal veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag van
€ 916.922,43, te vermeerderen met de handelsrente en een bedrag van € 6.675,-- aan buitengerechtelijke kosten, een en ander met haar veroordeling in de kosten van deze procedure alsmede in de gebruikelijke nakosten.

5.2.

Impulse legt aan haar vorderingen tegen de achtergrond van de vaststaande feiten de navolgende stellingen ten grondslag.

Hidrostal heeft 67 “Superhawks” bij haar besteld. Uit de mededelingen van Hidrostal heeft zij moeten afleiden dat Hidrostal tekort zou schieten in de nakoming van de koopovereenkomsten met betrekking tot de bestelde “Superhawks”. Om die reden heeft zij de koopovereenkomsten met betrekking tot de bestelde bemalingspompen ontbonden. Omdat de toerekenbare tekortkoming van Hidrostal de grond is voor de ontbinding van de koopovereenkomsten, is Hidrostal gehouden aan Impulse de schade te vergoeden die zij lijdt doordat geen wederzijdse nakoming maar ontbinding van de koopovereenkomsten plaatsvindt. Impulse heeft jegens Hidrostal aanspraak op vergoeding van gederfde winst, die per pomp € 2.850,-- bedraagt, zodat zij ter zake van winstderving aanspraak heeft op een bedrag van in totaal € 190.950,-- (67 x € 2.850.--).
Impulse heeft de 28 “Superhawks” uit de voorraad moeten ombouwen om deze verkoopbaar aan derden te maken. De daarmee gepaard gaande kosten bedragen in totaal € 64.120,--.
De totale schadevergoeding wegens ontbinding van de koopovereenkomsten bedraagt derhalve € 255.070,--.
Tussen partijen was sprake van een duurovereenkomst, in welke kader Impulse grote investeringen heeft gedaan. Uit het feit dat Impulse uit mededelingen van Hidrostal moest afleiden dat Hidrostal de 67 bestelde pompen niet zou afnemen, volgt dat Hidrostal de duurovereenkomst heeft opgezegd. Dat had Hidrostal niet mogen doen zonder inachtneming van een redelijke opzegtermijn waarop Impulse aanspraak heeft om haar aanzienlijke investeringen te kunnen terugverdienen. Een opzegtermijn van 24 maanden was redelijk geweest. In deze periode zou Hidrostal 180 tot 220 pompen van Impulse hebben afgenomen. De gederfde winst bedraagt € 570.000,-- (200 x € 2.850,--).
Hidrostal heeft facturen van Impulse ter zake van verkoop en levering van pompen en onderdelen onbetaald gelaten tot een bedrag van € 42.791,40.
Impulse heeft kosten (ad in totaal € 44.749,18) gemaakt voor beurzen en drukwerk ter promotie van de “Superhawk”. Tussen partijen is afgesproken dat Hidrostal de helft van bedoelde kosten aan Impulse zou vergoeden. Hidrostal is deze afspraak niet nagekomen. Impulse heeft ter zake jegens Hidrostal aanspraak op een bedrag van € 22.374,59.
Hidrostal heeft zich in de onderhandelingen om tot een joint venture te komen in strijd met de redelijkheid en billijkheid opgesteld. Daarmee heeft Hidrostal jegens haar onrechtmatig gehandeld. Hidrostal is gehouden om aan Impulse het negatief contractbelang te vergoeden. Het gaat daarbij om de door Impulse gemaakte externe kosten in verband met de onderhandelingen (adviesbureau TIC FAS voor de bedrijfseconomische kant van de zaak en advocatenkantoor Dommerholt voor de juridische aspecten). Deze kosten bedragen in totaal € 26.686,44.

5.3.

Op de overige stellingen van Impulse zal, voor zover van belang, hierna nader worden ingegaan.

6 Het verweer in reconventie

6.1.

Hidrostal concludeert dat de rechtbank zich onbevoegd zal verklaren om kennis te nemen van de eis in reconventie en Impulse zal veroordelen in de kosten.

6.2.

Hidrostal concludeert voorwaardelijk (voor het geval dat de rechtbank zich bevoegd acht kennis te nemen van de eis in reconventie) dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad de vorderingen van Impulse ongegrond zal verklaren althans deze zal afwijzen, een en ander met veroordeling van Impulse in de kosten van deze procedure alsmede in de nakosten.

6.3.

Op de stellingen van Hidrostal zal, voor zover van belang, hierna nader worden ingegaan.

7 De beoordeling

in conventie

7.1.

Vast staat dat indien Hidrostal bij Impulse “Superhawks” bestelt, dat de daarin te plaatsen schroefcentrifugaalpompen aan Impulse ter beschikking worden gesteld. Onbetwist is dat Impulse voor de terbeschikkingstelling van de schroefcentrifugaalpompen aan haar niet gehouden was om enige betaling aan de leverancier van de schroefcentrifugaalpompen te verrichten. Impulse kan bij deze stand van zaken niet als eigenaar van de haar ter beschikking gestelde schroefcentrifugaalpompen worden beschouwd, maar als houder van de schroefcentrifugaalpompen. Daar waar het de bedoeling was dat de door Hidrostal AG, de Zwitserse zustermaatschappij van Hidrostal, aan Impulse ter beschikking gestelde schroefcentrifugaalpompen bestemd waren om te worden geplaatst in de door Hidrostal bij Impulse bestelde “Superhawks”, moet Impulse in dat geval geacht worden deze schroefcentrifugaalpompen te houden voor Hidrostal.

7.2.

Uit de inhoud van de door Hidrostal als productie 21 overgelegde brief van
23 maart 2014, waarop Hidrostal zich specifiek heeft beroepen, kan worden afgeleid dat van de dertien schroefcentrifugaalpompen er door Impulse elf nog niet waren verwerkt in een “Superhawk” alsmede dat twee schroefcentrifugaalpompen waren verwerkt in voor derden bestemde “Superhawks” (van welke schroefcentrifugaalpompen Impulse door natrekking eigenaar was geworden).

7.3.

Hidrostal heeft ter comparitie betwist dat sprake is geweest van overeenkomsten tussen haar en Impulse met betrekking tot evengemelde dertien schroefcentrifugaalpompen. Dit standpunt van Hidrostal brengt met zich dat niet gezegd kan worden dat Impulse de
- naar moet worden aangenomen - van Hidrostal AG afkomstige dertien schroefcentrifugaal-pompen voor Hidrostal is gaan houden. In de stellingen van Hidrostal ligt immers besloten dat aan de ter beschikking van Impulse gestelde dertien schroefcentrifugaalpompen geen verzoek van Hidrostal aan Hidrostal AG ten grondslag heeft gelegen om die pompen bij Impulse af te leveren. Dit betekent dat met Impulse dient te worden geoordeeld dat alleen Hidrostal AG is verarmd maar niet (tevens) Hidrostal. De vordering van Hidrostal stuit hierop af nu een vordering uit ongerechtvaardige verrijking op grond van artikel 6:212 lid 1 BW alleen toekomt aan degene die daardoor is verarmd.
7.4. Hidrostal heeft voor het geval dat de rechtbank zich bevoegd acht kennis te nemen van de eis in reconventie haar eis vermeerderd. Zoals hierna in reconventie zal worden overwogen is de rechtbank ten aanzien van twee (van de vijf) onderdelen van de reconventionele vordering bevoegd om daarvan kennis te nemen. Daarmee is enerzijds de voorwaarde waaronder Hidrostal haar eis heeft vermeerderd in vervulling is gegaan. De door Hidrostal bij wijze van vermeerdering van eis ingestelde vorderingen hebben echter beide betrekking op de tussen partijen gesloten koopovereenkomsten. Zoals hierna in reconventie zal worden overwogen, is de rechtbank niet bevoegd om kennis te nemen van op de tussen partijen gesloten koopovereenkomsten gebaseerde vorderingen.

7.5.

Hidrostal zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Impulse worden begroot op:

- griffierecht € 1.909,00

- salaris advocaat € 1.788,00 (2,0 punten × tarief € 894,00)

Totaal € 3.697,00

7.6.

De nakosten zijn toewijsbaar als hierna vermeld.

in reconventie

de bevoegdheid

7.7.

Hidrostal heeft aangevoerd dat op de met Impulse gesloten koopovereenkomsten (Purchase Orders) haar algemene voorwaarden (“Terms and Conditions of Purchase”) van toepassing zijn, waarvan artikel 15.6 als volgt luidt: “The formation, existence, construction, performance, validity and all aspects of the Contract shall be governed by English law and the parties submit to the exclusive jurisdiction of the English courts ”. Hidrostal verbindt daaraan de conclusie dat de rechtbank geen rechtsmacht heeft ten aanzien van de reconventionele vorderingen die zien op schadevergoeding wegens ontbinding koopovereenkomsten, schadevergoeding wegens beëindiging duurovereenkomsten en op betaling van openstaande facturen.

7.8.

Impulse heeft aangevoerd dat de Purchase Orders geen verwijzing bevatten naar de algemene voorwaarden van Hidrostal. Impulse verbindt daaraan de conclusie dat deze algemene voorwaarden niet van toepassing zijn op enige overeenkomst tussen partijen. Voorts heeft Impulse de algemene voorwaarden van Hidrostal vernietigd, stellende dat zij eerst in het kader van de onderhavige procedure kennis heeft kunnen nemen van de algemene voorwaarden van Hidrostal.

7.9.

De vraag of partijen de in de algemene voorwaarden van Hidrostal voorkomende forumkeuze zijn overeengekomen moet in deze worden beantwoord naar artikel 25 van de Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PbEU 2012,L 351), hierna: EEX-verordening II. Deze verordening is op grond van artikel 66 lid 1 daarvan van toepassing op rechtsvorderingen die zijn ingesteld op of na 10 januari 2015, hetgeen hier het geval is nu de inleidende dagvaarding op 11 februari 2015 is betekend.

7.10.

In de door Hidrostal als productie 13 overgelegde Purchase Order komt de volgende passage voor: “Subject to the terms and conditions overleaf, please supply”, waarna de bestelde Superhawks worden omschreven. Uit voormelde passage had een professionele wederpartij als Impulse (die stelt zelf ook algemene voorwaarden te hanteren) moeten hebben begrepen dat Hidrostal op bedoelde bestelling haar algemene voorwaarden van toepassing wilde doen zijn.

7.11.

Tussen partijen, die al vanaf 2006 zaken met elkaar doen, was sprake van lopende handelsbetrekkingen. Hidrostal heeft onweersproken gesteld dat in haar Purchase Orders telkens wordt verwezen naar haar algemene voorwaarden waarin het forumkeuzebeding is opgenomen. Nu gesteld noch gebleken is dat Impulse tegen de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Hidrostal heeft geprotesteerd, moet Impulse worden geacht de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Hidrostal stilzwijgend te hebben aanvaard. De algemene voorwaarden van Hidrostal staan niet afgedrukt op de achterzijde van het door haar overgelegde exemplaar van een Purchase Order. Zelfs indien zou moeten worden aangenomen dat dit ook niet het geval is ten aanzien van de originele aan Impulse verzonden Purchase Orders, hetgeen niet is komen vast te staan, had van Impulse gevergd kunnen worden om de algemene voorwaarden bij Hidrostal op de vragen. Onder deze omstandigheden wordt geoordeeld dat Impulse het forumkeuzebeding kende dan wel had kunnen kennen. In deze is sprake van een overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen Hidrostal en Impulse gebruikelijk zijn geworden.
Impulse is dan ook op grond van artikel 25 lid 1 sub b van de EEX-verordening II gebonden aan het forumkeuzebeding.

7.12.

Nu het in deze twee partijen betreft die handelen in de uitoefening van een bedrijf en die niet beide in Nederland zijn gevestigd, mist op grond van artikel 6:247 lid 2 BW de wettelijke regeling van afdeling 3 van titel 5 van boek 6 BW toepassing. Dit betekent dat niet behoeft te worden ingegaan op het door Impulse op bedoelde wettelijke regeling gebaseerde beroep op vernietiging van de algemene voorwaarden.

7.13.

Impulse heeft nog gesteld dat in deze haar algemene voorwaarden van toepassing zijn en dat daarin een forumkeuze voor de rechter van de woonplaats van Impulse is opgenomen. Dit betoog kan haar niet baten. Op de door Impulse als productie 12 overgelegde “Invoice” staat vermeld dat “all orders are executed in accordance with the general conditions which are registered with the Chamber of Commerce in Arnhem”. Hidrostal heeft onweersproken gesteld dat Impulse geen algemene voorwaarden heeft gedeponeerd. Weliswaar staat op bedoelde invoice ook: “The delivery conditions are availabel for you and are also consulted on our website www.impulsebv.com”, maar ook dat kan Impulse niet baten. Tussen partijen is immers niet in geschil dat als men op de website van Impulse de link algemene voorwaarden aanklikt de algemene voorwaarden van Impulse Project Enineering worden geopenbaard. Dat is een andere rechtspersoon dan de rechtspersoon met wie Hidrostal heeft gecontracteerd. Impulse wordt dan ook niet gevolgd in haar stelling dat de algemene voorwaarden van Impulse Project Engineering ook voor Impulse gelden. Bij deze stand van zaken wordt geoordeeld dat Impulse niet op voldoende duidelijke wijze aan Hidrostal heeft kenbaar gemaakt dat zij op de met Hidrostal gesloten overeenkomst algemene voorwaarden van Impulse van toepassing wenste te doen zijn. Dit betekent dat niet gezegd kan worden dat Hidrostal toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Impulse stilzwijgend heeft geaccepteerd. Er is derhalve geen sprake van een battle of forms.

7.14.

Het voorgaande brengt mee dat op grond van artikel 15.6 van de “Terms and conditions of Purchase” de rechtbank niet bevoegd is om kennis te nemen van de reconventionele vorderingen die zien op schadevergoeding wegens ontbinding koopovereenkomsten, schadevergoeding wegens beëindiging duurovereenkomst alsmede op betaling van openstaande facturen.

7.15.

Met betrekking tot de vordering die is gebaseerd op de overeenkomst om de helft van de beurskosten en kosten drukwerk te betalen is op grond van het bepaalde in artikel 7 aanhef en lid 1 onder a van de EEX-verordening II bevoegd de rechter van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd. Het antwoord op de vraag waar de door Impulse gestelde verbintenis (tot betaling van een geldsom) moet worden uitgevoerd dient te worden beoordeeld aan de hand van het op de gestelde overeenkomst toepasselijke recht.

7.16.

De vraag naar het recht dat van toepassing is op de tussen Hidrostal en Impulse gesloten overeenkomst dient te worden beoordeeld aan de hand van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Pb EU, L 177), hierna: de Rome I-Verordening. Deze verordening is (op grond van het bepaalde in artikel 28 van deze verordening) sinds 17 december 2009 van toepassing op overeenkomsten die na deze datum zijn gesloten. Nu ook na voormelde datum tussen partijen koopovereenkomsten zijn gesloten, is de Rome I-Verordening van toepassing op de tussen partijen gesloten koopovereenkomsten.

7.17.

De onderhavige overeenkomst valt niet onder één van de in lid 1 van artikel 4 van de Rome I-Verordening vermelde overeenkomsten waarin is bepaald welk recht daarop van toepassing is indien partijen geen rechtskeuze hebben gemaakt. Op grond van artikel 4 lid 2 van de Rome I-Verordening wordt in dat geval de overeenkomst beheerst door het recht van het land waar de partij die de kenmerkende prestatie van de overeenkomst moet verrichten, haar gewone verblijfplaats heeft.

7.18.

In deze is de kenmerkende prestatie het door Impulse betalen van de beurskosten en de kosten van het drukwerk. Immers, eerst indien Impulse de bedoelde kosten heeft betaald, ontstaat daardoor in haar visie een verplichting voor Hidrostal om de helft van die kosten aan haar te vergoeden. Nu Impulse haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft, is op de door Impulse gestelde overeenkomst Nederlands recht van toepassing. Op grond van artikel 6:116 lid 1 BW moet betaling van een geldschuld worden gedaan aan de woonplaats van de schuldeiser. Nu Impulse in Nederland is gevestigd, volgt uit het vorenstaande dat de rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van dit onderdeel van de vordering.

7.19.

Met betrekking tot de vordering die is gebaseerd op onrechtmatige daad is op grond van artikel 7 aanhef en lid 2 van de EEX-verordening II bevoegd het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen. De door Impulse gestelde schade heeft zich in Nederland voorgedaan. Ook al zou moeten worden aangenomen dat de plaats van handeling, het gestelde onrechtmatig onderhandelen, zich in het Verenigd Koninkrijk heeft voorgedaan, heeft Impulse de keuze om dit onderdeel van de vordering bij de Nederlandse dan wel bij de Engelse rechter aanhangig te maken. Dit volgt uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 30 november 1976 (NJ 1977, 494) dat bekend staat als het Kalimijnen arrest.
Dit betekent dat de rechtbank bevoegd is om van de op onrechtmatige daad gebaseerde vordering kennis te nemen.

7.20.

Anders dan Impulse kennelijk heeft betoogd is de rechter die op grond van artikel 7 aanhef en lid 2 van de EEX-verordening II bevoegd is kennis te nemen van een onderdeel van de vordering dat is gebaseerd op onrechtmatige daad, niet bevoegd om kennis te nemen van andere onderdelen van de vordering die niet op onrechtmatige daad, maar bijvoorbeeld op contract, zijn gebaseerd. Bij samenloop heeft elke vordering wat rechtsmacht betreft een afzonderlijk bestaan. Dit volgt uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 27 september 1988 (NJ 1990, 425).

de vordering tot vergoeding van de helft van de beurskosten en de helft van de drukwerkkosten
7.21. Impulse heeft de door haar gestelde overeenkomst onderbouwd door te verwijzen naar de bij productie 4 overgelegde schriftelijke verklaring van [naam] (die tot september 2013 laatstelijk als Managing Director werkzaam was bij Hidrostal) d.d. 7 april 2015, waarin deze het bestaan van de door Impulse gestelde afspraak bevestigt.

7.22.

Hidrostal heeft het bestaan van de door Impulse gestelde overeenkomst gemotiveerd betwist. Hidrostal heeft in dit verband het volgende aangevoerd. [naam] heeft in de periode dat hij directeur van Hidrostal was nimmer een dergelijke overeenkomst bekend gemaakt aan de medewerkers binnen Hidrostal die hij geïnformeerd zou hebben als hij namens Hidrostal een dergelijke overeenkomst zou zijn aangegaan. Impulse heeft nimmer jegens Hidrostal aanspraak gemaakt op vergoeding van dergelijke kosten. De beweerde overeenkomst is onlogisch, omdat Hidrostal zelf kosten maakte ter zake van dezelfde beurzen.

7.23.

Impulse heeft aan dit onderdeel van haar vordering ter comparitie geen nadere aandacht meer besteed. Bij gebreke van een inhoudelijke reactie op het verweer van Hidrostal ligt dit onderdeel van de vordering van Impulse dan ook voor afwijzing gereed.

de vordering wegens onrechtmatig onderhandelen

7.24.

De vraag naar het toepasselijke recht op verbintenissen uit onrechtmatige daad vindt een regeling in de Verordening (EG) nr. 864/2007 van 1 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen. Deze verordening, hierna: de Rome II-Verordening, is vanaf 11 januari 2009 van toepassing.
Op grond van artikel 4 lid 1 van de Rome II-Verordening is op een onrechtmatige daad van toepassing het recht van het land waar de schade zich voordoet, ongeacht in welk land de schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan. Daar waar de door Impulse gestelde schade zich in Nederland voordoet, is op dit onderdeel van de vordering Nederlands recht van toepassing.

7.25.

Impulse heeft haar stelling dat Hidrostal zich in de onderhandelingen om tot een joint venture te komen in strijd met de redelijkheid en billijkheid heeft opgesteld als volgt onderbouwd.
Hidrostal heeft geweigerd om de koopovereenkomsten met betrekking tot de 67 bestelde “Superhawks” na te komen en heeft tevens geweigerd om de voorraad van Impulse af te nemen met als gevolg dat Impulse in ernstige liquiditeitsproblemen kwam te verkeren. Hidrostal heeft een vertragingstactiek toegepast met betrekking tot de onderhandelingen over de joint venture met als resultaat dat haar onderhandelingspositie als gevolg van de door Hidrostal veroorzaakte liquiditeitsproblemen ten detrimente van Impulse verbeterde.
Hidrostal heeft Impulse verzocht om inzage in de ontwerptekeningen van de pomp set voor de “Superhawk”. Voorts heeft Hidrostal tientallen foto’s gemaakt van de productiefaciliteit van Impulse en heeft Hidrostal Impulse verzocht om de nog niet afgebouwde “Superhawks” te laten afbouwen in de productiefaciliteit van Hidrostal / Hidrostal AG in Hongarije met het verzoek aan Impulse om haar engineers de engineers van Hidrostal / Hidrostal AG daarbij te begeleiden en te trainen. Door deze wijze van onderhandelen wilde Hidrostal zichzelf kennelijk ervan verzekeren dat zij ofwel onder voor haar zeer gunstige voorwaarden de joint venture met Impulse zou kunnen aangaan dan wel dat zij informatie zou kunnen verkrijgen door middel waarvan zij zelf de productie van de pomp set voor de “Superhawk” ter hand zou kunnen nemen.

7.26.

Hidrostal heeft gemotiveerd betwist dat zij bij Impulse 67 “Superhawks” had besteld. Volgens haar volgt dat ook niet uit de inhoud van het door Impulse als productie 4 overgelegde excel-bestand. Meer in het bijzonder heeft Hidrostal gesteld dat zij nimmer mondeling “Superhawks” heeft besteld bij Impulse. Tegenover deze betwisting heeft Impulse verwezen naar de bij evengenoemde productie tevens overgelegde schriftelijke verklaring van [naam] d.d. 7 april 2015 waaruit zou kunnen worden afgeleid dat bestellingen werden ingeboekt, terwijl de purchase order later werd verzonden. Hidrostal heeft deze verklaring van [naam] gemotiveerd betwist. Tegen deze achtergrond kan Hidrostal niet euvel worden geduid dat zij bedoelde 67 “Superhawks” niet van Impulse wilde afnemen. Over de overnameprijs van de door Impulse aangehouden voorraad (van 28 “Superhawks”), die Impulse had aangelegd in de verwachting dat Hidrostal nadat deze een aanbesteding had gewonnen in de toekomst meer “Superhawks” zou bestellen, zijn Hidrostal en Impulse het met elkaar niet eens geworden. Volgens Hidrostal vroeg Impulse een prijs die was gebaseerd op complete “Superhawks”, terwijl tot bedoelde voorraad ook nog niet voltooide “Superhawks” behoorden. Impulse heeft onvoldoende onderbouwd dat Hidrostal in het kader van de onderhandelingen vertragingstactieken heeft toegepast. In deze kan dan ook niet worden gezegd dat Hidrostal de slechte liquiditeitspositie van Impuls heeft veroorzaakt (door grote aantallen “Superhawks” niet af te nemen) en in het kader van de onderhandelingen over de joint venture misbruik heeft gemaakt van de slechte liquiditeitspositie van Impulse.

7.27.

Hidrostal heeft gesteld dat de foto’s met geen ander doel zijn genomen dan het opnemen van de eventueel te kopen voorraad en het informeren van de overige leden van de concernleiding. Impulse heeft deze stelling niet tegengesproken. Aan de suggestie van Impulse dat Hidrostal de foto’s heeft genomen met een “dubbele agenda” wordt dan ook voorbij gegaan.

7.28.

Impulse heeft niet weersproken dat Hidrostal volledig op de hoogte was van de door haar mede ontwikkelde “Superhawks” alsmede dat Hidrostal voor haar cliënten het onderhoud daarvan verzorgde. Meer in het bijzonder heeft Hidrostal betwist dat zij heeft getracht om van Impulse technische informatie te verkrijgen die haar in staat zou stellen om zelf “Superhawks” te vervaardigen. Impulse heeft op deze stelling in het geheel niet gerespondeerd.

7.29.

Uit het vorenstaande volgt dat niet gezegd kan worden dat Hidrostal zich in het kader van de onderhandelingen over de joint venture zodanig onzorgvuldig heeft opgesteld dat Impulse heeft moeten besluiten om de onderhandelingen te beëindigen. Bij deze stand van zaken is er geen deugdelijke grondslag om Hidrostal jegens Impulse schadeplichtig te achten.
Dit onderdeel van de vordering van Impulse wordt dus afgewezen.

7.30.

Impulse zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Hidrostal worden begroot op € 2.580,00 ter zake van salaris advocaat (2,0 punten × factor 0,5 × tarief € 2.580,00).

7.31.

De nakosten zijn toewijsbaar als hierna vermeld.

8 De beslissing

De rechtbank

in conventie

8.1.

wijst de bij inleidende dagvaarding ingestelde vorderingen af,

8.2.

verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de bij wijze van eisvermeerdering ingestelde vorderingen,

8.3.

veroordeelt Hidrostal in de proceskosten, aan de zijde van Impulse tot op heden begroot op € 3.697,00,

8.4.

veroordeelt Hidrostal in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Hidrostal niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

8.5.

verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

8.6.

verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de vorderingen voor zover deze betrekking hebben op schadevergoeding wegens ontbinding van de koopovereenkomsten, schadevergoeding wegens beëindiging van de duurovereenkomst alsmede op betaling van openstaande facturen,

8.7.

wijst de overige vorderingen af,

8.8.

veroordeelt Impulse in de proceskosten, aan de zijde van Hidrostal tot op heden begroot op € 2.580,00,

8.9.

veroordeelt Impulse in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Impulse niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

8.10.

verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. Strens-Meulemeester en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2015.

Th/St