Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:6241

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
07-10-2015
Datum publicatie
08-10-2015
Zaaknummer
4319397
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek van werknemer om te oordelen dat opzegging van de arbeidsovereenkomst door werkgever in strijd is met de wet, onder toekenning aan werknemer van een billijke vergoeding, transitievergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging.

Werkgever heeft op advies van diens rechtsbijstandsverzekeraar voorafgaand aan de zitting alle verzochte vergoedingen aan werknemer betaald. Door die betaling is de grondslag van het verzoek erkend en zijn verweer gedekt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/1881
AR-Updates.nl 2015-0976
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 4319397 \ HA VERZ 15-307 \ 474 / 450

uitspraak van 7 oktober 2015

beschikking

in de zaak van

[verzoekende partij]

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

gemachtigde mr. S.M. Steegmans

tegen

de vennootschap onder firma [verwerende partij] V.O.F.

gevestigd te [vestigingsplaats]

verwerende partij

vertegenwoordigd door [persoon A]

Partijen worden hierna genoemd [verzoekende partij] en [verwerende partij] genoemd.

1 De procedure

1.1

[verzoekende partij] heeft een verzoekschrift ingediend, ingekomen ter griffie op 22 juli 2015, gericht tegen de vennootschap onder firma [verwerende partij] v.o.f., gevestigd te [vestigingsplaats]

1.2

[verwerende partij] heeft een verweerschrift ingediend gedateerd 25 september 2015.

1.3

Ter zitting d.d. 30 september 2015 zijn beide partijen voor de kantonrechter verschenen, [verzoekende partij] in persoon en bijgestaan door haar gemachtigde mr. S.M. Steegmans, advocaat te Utrecht, [verwerende partij] vertegenwoordigd door [persoon A] .

Bij fax d.d. 29 september 2015 heeft [verzoekende partij] haar verzoek voorwaardelijk gewijzigd, dan wel vermeerderd.

1.4

Verwezen wordt naar de aantekeningen die van de mondelinge behandeling is gemaakt.

1.5

De uitspraak is bepaald op heden.

2 Het verzoek, het verweer en de beoordeling daarvan

2.1

Tussen partijen staat vast dat [verzoekende partij] op 1 juli 2013 bij [verwerende partij] in dienst is getreden in de functie van apothekersassistent, aanvankelijk voor de duur van een jaar, verlengd met een tweede periode van een jaar. Blijkens de door beide partijen getekende overeenkomst d.d. 31 maart 2015 is de arbeidsovereenkomst tussen partijen per 1 juli 2015 omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

[verwerende partij] heeft [verzoekende partij] op donderdag 9 juli 2015 op non-actief gesteld. Bij brief d.d. 13 juli 2015 heeft [verwerende partij] de arbeidsovereenkomst met [verzoekende partij] per direct beëindigd. Deze brief is als productie 6 aan het inleidende verzoekschrift gehecht. De brief luidt als volgt:

“Geachte mevrouw [verzoekende partij] ,

Hierbij bevestig ik de op donderdag 9 juli 2015 mondeling gemelde beëindiging van uw dienstverband wegens dringende reden.

In de nabije omgeving van [verwerende partij] is op 1 mei 2015 een concurrerende apotheek gestart, te weten [Apotheek X] . De vestiging van deze concurrerende apotheek heeft naar verwachting grote gevolgen voor de bedrijfsvoering en inkomsten van [verwerende partij] . Dat is dan ook de reden dat [verwerende partij] verschillende interne maatregelen heeft genomen om de gevolgen zoveel als mogelijk te beperken. Deze interne werkafspraken vallen onder de geheimhoudingsplicht, welke van elk goed werknemer verwacht kan worden.

Tijdens ons gesprek van 9 juli 2015 bevestigde u dat u reeds 3 maanden in gesprek bent met de apotheker van [Apotheek X] om aldaar te gaan werken. U heeft tenminste één van uw collega’s in [verwerende partij] verteld dat u bedrijfsgevoelige informatie over de [verwerende partij] heeft doorgegeven aan de concurrent [Apotheek X] . Deze collega heeft tijdens het gesprek van 9 juli 2015 dit bevestigd in uw bijzijn.

Uw handelwijze is niet conform hetgeen van een goed werknemer wordt verwacht. Door met één been bij uw huidige werkgever te staan en reeds met het andere been bij de concurrent, hindert u [verwerende partij] in haar bedrijfsvoering. Het vertrouwen in u is daarnaast ernstig beschadigd.

Bovenstaand is dan ook de reden dat ik u arbeidsovereenkomst op 9 juli 2015 per direct heb beëindigd.

Op 10 juli 2015 heeft u een email gestuurd met daarin uw mededeling dat u zich ziek meldt. U meldt zich ziek terwijl u niet meer in dienst bent bij [verwerende partij] . Ik accepteer deze ziekmelding niet.

In uw arbeidsovereenkomst van 1 juli 2014 is een concurrentiebeding opgenomen. Ik benadruk u dat u gehouden bent aan de bepalingen zoals vastgelegd in deze arbeidsovereenkomst en u gedurende 1 jaar na afloop van bovengenoemde arbeidsovereenkomst, te weten tot 1 juli 2016, direct noch indirect, noch voor uzelf noch voor anderen, in enigerlei werkzaam of betrokken mag zijn in of bij een andere apotheek of andere met de apotheek concurrerende onderneming, noch daarbij uw bemiddeling, in welke vorm dan ook, direct of indirect, mag verlenen.

Ik verzoek u om eventueel nog in uw bezit zijnde bedrijfseigendommen per direct in te leveren bij ondergetekende.

Het vakantiesaldo op 9 juli 2015 wordt berekend in Uren in Balans. De uitbetaling of verrekening van de eventueel resterende vakantie-uren en de uitbetaling van het eventueel opgebouwde vakantiegeld wordt gedaan in de maand volgend op uw laatste dag in dienst.

…..”

2.2

Bij inleidend verzoekschrift verzoekt [verzoekende partij] de kantonrechter te oordelen dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst in strijd is met de wet onder toekenning aan [verzoekende partij] ten laste van [verwerende partij] van

- een billijke vergoeding ex artikel 7:681 lid 1 onder a BW ad € 6.201,57;

- een transitievergoeding ex artikel 7:673 BW ad € 1.488,=;

- een vergoeding vanwege een onregelmatige opzegging van een bedrag van € 2.067,19, kosten rechtens.

Bij fax d.d. 29 september 2015 heeft [verzoekende partij] haar verzoek voorwaardelijk, voor zover de kantonrechter van oordeel is dat door het betalen van de verzochte bedragen niet meer kan worden toegekomen aan de inhoudelijke beoordeling van het ontslag op staande voet, gewijzigd dan wel vermeerderd en wel aldus dat zij de kantonrechter verzoekt te verklaren voor recht dat verweerder de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in strijd met het bepaalde in artikel 7:671 BW heeft opgezegd, (mede) vanwege het ontbreken van een dringende reden ex artikel 7:677 lid 1 jo 7:678 BW, dan wel vanwege het ontbreken van een onverwijlde mededeling daarvan onder toekenning een billijke vergoeding ex artikel 7:681 lid 1 onder a BW ad € 6.201,57; en een transitievergoeding 7:673 BW ad € 1.488, alsmede

een vergoeding vanwege een onregelmatige opzegging van een bedrag van € 2.067,19;

2.3

[verwerende partij] heeft verweer gevoerd. Verwezen wordt naar haar brief d.d. 25 september 2015, welke brief als verweerschrift moet worden aangemerkt. In deze brief geeft [verwerende partij] aan dat zij de door [verzoekende partij] verzochte bedragen (zowel de vergoeding naar billijkheid als de transitievergoeding als de vergoeding wegens het niet in acht nemen van de opzegtermijn) aan [verzoekende partij] heeft betaald.

2.4

De gemachtigde van [verzoekende partij] heeft erkend dat [verzoekende partij] de door haar verzochte bedragen van [verwerende partij] begin september 2015 heeft ontvangen. Het bevreemdt de kantonrechter dat de gemachtigde van [verzoekende partij] blijkens haar fax d.d. 29 september de vordering niet dienovereenkomstig heeft verminderd. De kantonrechter wijst dan ook, voor zoveel nodig, deze bedragen af.

Enkel dient er nog beslist te worden met betrekking tot het voorliggende verzoek, zoals geformuleerd in het inleidende verzoekschrift, voorwaardelijk gewijzigd dan wel vermeerderd, zoals geformuleerd in de fax van 29 september 2015.

2.5

De kantonrechter wijst het oorspronkelijke verzoek van [verzoekende partij] toe en komt tot het oordeel dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst (gedaan bij brief d.d. 13 juli 2015) in strijd met de wet is.

Van belang is dat [verzoekende partij] onder randnummer 13 van het inleidende verzoekschrift expliciet aangeeft dat zij geen vernietiging van het ontslag op staande voet verzoekt, maar in plaats daarvan om toekenning van een billijke vergoeding ex artikel 7:681 lid 1 onder a BW wegens het handelen van de werkgever in strijd met artikel 7:671 lid 1 sub c jo 7:677 lid 1 BW. Blijkens de formulering van het oorspronkelijke verzoek beperkt [verzoekende partij] zich tot het verzoek aan de kantonrechter om te oordelen dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst in strijd met de wet is.

[verwerende partij] heeft met betaling van de door [verzoekende partij] verzochte bedragen onmiskenbaar, niet voor andere uitleg vatbaar, de grondslag van het verzoek, zoals geformuleerd in het inleidende verzoekschrift erkend. In rechte moet daarvanuit worden gegaan. Ter zitting heeft [verwerende partij] aangevoerd dat zij op advies van haar rechtsbijstandsverzekeraar de bedragen betrekking hebbend op zowel de billijke vergoeding ex artikel 7:681 lid 1 onder a BW als de transitievergoeding ex artikel 7:673 BW en de vergoeding wegens onregelmatige opzegging ten bedrage van € 2.067,19 aan [verzoekende partij] heeft uitbetaald. Van die betalingen, waarvan de verschuldigdheid niet is betwist door [verwerende partij] , heeft zij de gemachtigde van [verzoekende partij] mededeling gedaan. [verwerende partij] ging ervanuit dat daarmee de ontslagkwestie met [verzoekende partij] geregeld was.

2.6

Nu in rechte van de juistheid van de grondslag van het verzoek van [verzoekende partij] uitgegaan wordt komt de kantonrechter niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de vraag of [verwerende partij] [verzoekende partij] op goede gronden ontslag op staande voet heeft gegeven dan wel dat dit ontslag onverwijld is gegeven, hetgeen door [verzoekende partij] op zowel formele als materiële gronden gemotiveerd wordt betwist. Ook hoeft de kantonrechter niet te beslissen naar aanleiding van het voorwaardelijke verzoek van [verzoekende partij] , daar de kantonrechter immer blijkens r.o. 2.5 een inhoudelijk oordeel heeft gegeven met betrekking tot de grondslag van het oorspronkelijke verzoek van [verzoekende partij] . Zo in de brief d.d. 25 september 2015 van [verwerende partij] gelezen moet worden het verweer dat zij van mening is dat zij [verzoekende partij] terecht ontslag op staande voet heeft gegeven, oordeelt de kantonrechter dat dat verweer met de erkenning/niet betwisting van de grondslag van het verzoek in combinatie met de betaling van door [verzoekende partij] verzochte bedragen volledig “gedekt” is. Overigens leest de kantonrechter in de brief d.d. 25 september 2015 geen tegenverzoek van [verwerende partij] .

Volstaan wordt met de vaststelling in rechte dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst met [verzoekende partij] in strijd met artikel 7:671 BW is.

2.7

Er is voor de kantonrechter aanleiding de proceskosten te compenseren, in die zin dat beide partijen de eigen kosten dragen.

3 De beslissing

De kantonrechter

rechtdoende

3.1

oordeelt dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst bij brief d.d. 13 juli 2015 van [verwerende partij] in strijd is met de wet;

3.2

compenseert de proceskosten, in die zin dat beide partijen de eigen kosten dragen;

3.3

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. W.H. van Empel en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2015.