Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:6215

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
08-10-2015
Datum publicatie
08-10-2015
Zaaknummer
05/862486-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

veroordelingen voor 10 verdachten in het BOLA-onderzoek, dat betrekking heeft op verschillende overtredingen van de Wet Wapens en Munitie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/862486-13 en 05/901263-12 (tul)

Datum uitspraak : 8 oktober 2015

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] , [woonplaats]

thans gedetineerd te [adres 1]

Raadsman: mr. J.P.J. Botterblom, advocaat te Nijkerk.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter openbare terechtzitting op 12 september 2014, 21 november 2014, 13 februari 2015, 1 mei 2015, 24 juli 2015, 17 september 2015 en 24 september 2015.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van mei 2013 t/m 3 juni 2014 te Barneveld en/of te Utrecht en/of te Voorthuizen en/of te Amersfoort en/of te Hilversum en/of te Amsterdam en/of te Uden en/of te Nijmegen en/of te Arnhem en/of te Leusden en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) één of meerdere wapens en/of onderdelen van wapens en/of munitie van categorie II en/of III heeft overgedragen, te weten:

-aan [medeverdachte 1] in de periode van mei 2013 t/m juni 2013 te Uden en/of te Nijmegen een gas-en alarmpistool van het merk Ekol Tuna, serienr. ET-12121512, welk wapen is omgebouwd en geschikt is gemaakt om scherpe patronen af te schieten, doordat de sper in de loop is verwijderd

-aan [medeverdachte 2] in de periode van oktober 2013 t/m maart 2014 te Barneveld en/of te Arnhem een aantal gas- en alarmpistolen van diverse merken, welke waren omgebouwd en geschikt waren gemaakt om scherpe patronen af te schieten, doordat de sper in de loop was verwijderd, waaronder een gas- en alarmpistool van het merk Zoraki, kaliber 9 mm knal, serienr. 0313-002345 en/of munitie, te weten 10 stuks munitie kaliber 7.65 m en 1 kaliber 6.35

(al dan niet gemanipuleerd)

-aan [medeverdachte 3] in de periode van november 2013 t/m 9 april 2014 te Barneveld:

-een gas- en alarmpistool van het merk EKOL, type Jackal Dual, kaliber 9 mm,

serienr. EJC-1390061, welk wapen is omgebouwd en geschikt is gemaakt om

scherpe patronen af te schieten, doordat de sper in de loop is verwijderd

-een gas- en alarmpistool van het merk EKOL, type Jackal Dual, kaliber 9 mm,

serienr. EJ-13120162, welk wapen is omgebouwd en geschikt is gemaakt om

scherpe patronen af te schieten, doordat de sper in de loop is verwijderd

-een slede bedoeld en bestemd voor een gaswapen en voorzien van het merk

EKOL Firat Magnum, kaliber 9 mm,

-een loop/kastgroep en een patronenmagazijn bedoeld en bestemd voor een

gaswapen van het merk EKOL, voorzien van het serienummer EF-13120025

-3 stuks munitie, type kogelpatroon, kaliber 9 mm van het merk Walther

-3 stuks munitie, type knalpatroon, kaliber 9 mm van het merk Walther

-1 stuk munitie, type volmantel 9 mm kort (.380), van een onbekend merk

-3 stuks munitie, type knalpatroon, 8 mm van het merk Walther

-37 stuks munitie (patronen), type knalpatroon, 9 mm van het merk Umarex,

voorzien van een originele groene kap

-24 stuks munitie (patronen), type knalpatroon, 9 mm van het merk Walther,

voorzien van een originele groene kap

-25 stuks munitie (patronen), type knalpatroon, 8 mm van het merk Walther,

voorzien van een originele groene kap

-10 stuks munitie (patronen), type patroon, 9 mm van het merk Walther, met

daarin een projectiel

-10 stuks munitie (patronen), type volmantel patroon, 380 (9 mm kort) van

het merk COC

-4 stuks munitie (patronen), type knalpatroon, 9 mm van het merk Walther,

met daarin een projectiel

-4 stuks munitie (patronen), type knalpatroon, 9 mm van het merk Umarex, met

daarin een projectiel

-6 stuks munitie, type kogelpatroon, kaliber 9 mm en van het merk Walther;

-aan [medeverdachte 4] in de periode van augustus 2013 t/m september 2013 te Barneveld een gas- en alarmpistool van het merk EKOL Tuna, kaliber 6.35 mm serienr. ET-12 160678, welk wapen is omgebouwd en geschikt is gemaakt om scherpe patronen af te schieten

-aan [medeverdachte 5] in de periode van 19januari2014 t/m 23 februari 2014 een gas- en alarmpistool van het merk BBM, model GAP, kaliber 9 mm, PAK, welk wapen is omgebouwd en geschikt is gemaakt om scherpe patronen af te schieten, doordat de sper in de loop is verwijderd

-aan [medeverdachte 6] in de periode van januari 2014 t/m maart 2014 te Hilversum een tweetal gas- en alarmpistolen, waaronder een gas-en alarmpistool van het merk Zoraki, type 918, kaliber 9 mm PAK., serienr. 1213-033267, welk wapen is omgebouwd en geschikt is gemaakt om scherpe patronen af te schieten, doordat de sper in de loop is verwijderd;

en (aldus) van het in strijd met de wet overdragen van wapens en/of onderdelen van wapens en/of munitie een beroep of gewoonte heeft gemaakt.

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van mei 2013 t/m 3 juni 2014 te Barneveld en/of te Amersfoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, zonder consent en/of erkenning (telkens) een of meerdere wapen(s) en/of munitie van categorie II en/of III, vanuit Bulgarije, Nederland heeft doen binnenkomen,

te weten:

in de periode van september 2013 te Barneveld:

-een gas- en alarmpistool van het merk Zoraki M906 9 m serienr. 025673

-een gas- en alarmpistool van het merk Zoraki M906 9 m serienr. 025672

-een gas- en alarmpistool van het merk Ekol P29 9 m serienr. 1340823

-een gas- en alarmpistool van het merk Ekol Tuna 8 m serienr. ET 1260677

-een gas- en alarmpistool van het merk Ekol Tuna 8 m serienr. ET 1260678

-een gas- en alarmpistool van het merk Ekol Tuna 8 m serienr. ET 1260679

-een gas- en alarmpistool van het merk Ekol Tuna 8 m serienr. ET 1260676

-een gas- en alarmpistool van het merk Ekol Tuna 8 m serienr. ET 1260680

-een gas- en alarmpistool van het merk Ekol F92 Firat magnum 9mm 1340842

-een gas- en alarmpistool van het merk Ekol F92 Firat magnum 9mm 12127257

-een gas- en alarmpistool van het merk Bruni Gap 9m serienr. 44862

-een gas- en alarmpistool van het merk Ekol Special 99 9m serienr. 1260973

in de periode van november 2013 te Barneveld:

-een gas- en alarmpistool van het merk Zoraki M906 9 m serienr. 0513030091

-een gas- en alarmpistool van het merk Zoraki M906 9 m serienr. 0513030092

-een gas- en alarmpistool van het merk Zoraki M906 9 m serienr. 0513029756

-een gas- en alarmpistool van het merk Zoraki M906 9 m serienr. 0513030235

-een gas- en alarmpistool van het merk Ekol Jackal Dual Compact 9m EJC 1390062

-een gas- en alarmpistool van het merk Ekol Jackal Dual Compact 9m EJC 1390061

in de periode van eind december 2013 t/m medio januari 2014 te Amersfoort:

-een gas- en alarmpistool van het merk Zoraki 918 9m serienr. 1113033266

-een gas-en alarmpistool van het merk Zoraki 918 9m serienr. 1113033267

-een gas- en alarmpistool van het merk Zoraki M2906 9m serienr. 0413029617

-een gas- en alarmpistool van het merk Zoraki M2906 9m serienr. 0413029602

-een gas- en alarmpistool van het merk Zoraki 917 9m serienr. 051317626

-een gas- en alarmpistool van het merk Zoraki 917 9m serienr. 051317625

-een gas- en alarmpistool van het merk Zoraki 917 9m serienr. 111332441

-een gas- en alarmpistool van het merk Zoraki 917 9m serienr. 111332440

-een gas- en alarmpistool van het merk Zoraki M906 917 9m serienr. 0413028697

-een gas- en alarmpistool van het merk Zoraki M906 917 9m serienr. 0413029715

-een gas- en alarmpistool van het merk Zoraki 917 9m serienr. 111332292

-een gas- en alarmpistool van het merk Zoraki 917 9m serienr. 111332313

-een gas- en alarmpistool van het merk Ekol Botan 9m serienr. EBT 13120183

-een gas- en alarmpistool van het merk Ekol Botan 9m serienr. EBT 13120169

-een gas- en alarmpistool van het merk Ekol Botan 9m serienr. EBT 13120171

-een gas- en alarmpistool van het merk Ekol Botan 9m serienr. EBT 13120182

-een gas- en alarmpistool van het merk Ekol Botan 9m serienr. EBT 13120185

-een gas- en alarmpistool van het merk Ekol 92 jackal Dual magnum EJ 13120161

-een gas- en alarmpistool van het merk Ekol 92 jackal Dual magnum EJ 13120162

-een gas- en alarmpistool van het merk Ekol F92 Firat magnum 9mm EP 13120025

-een gas- en alarmpistool van het merk Ekol F92 Firat magnum 9mm EF 13120027

-een gas- en alarmpistool van het merk Ekol Tuna 8 m serienr. ET 1260683

-een gas- en alarmpistool van het merk Ekol Tuna 8 m serienr. ET 1260682

-een gas- en alarmpistool van het merk Ekol Tuna 8 m serienr. ET 1260688

-een gas- en alarmpistool van het merk Ekol Tuna 8 m serienr. ET 1260689

-een gas- en alarmpistool van het merk Ekol Tuna 8 m serienr. ET 13120412

-een gas- en alarmpistool van het merk Zoraki M906 9 m serienr. 1213034291

-een gas- en alarmpistool van het merk Zoraki M906 9 m serienr. 1213034333

en (aldus) van het in strijd met de wet doen binnenkomen van wapens een beroep of gewoonte heeft gemaakt.

2a. Nietigheid van de dagvaarding

Door de verdediging is aangevoerd dat de dagvaarding partieel nietig dient te worden verklaard ten aanzien van feit 1, het tweede gedachtestreepje, voor zover dat ziet op de woorden ‘aantal’ en ‘van diverse merken’. Volgens de verdediging zijn de bewoordingen onvoldoende concreet, zodat verdachte zich daartegen onmogelijk kan verweren.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de dagvaarding voldoende concreet en feitelijk van aard is, zodat geen sprake is van (partiële) nietigheid.

De rechtbank is van oordeel dat de tenlastelegging op het onderdeel ‘een aantal gas- en alarmpistolen van diverse merken, welke waren omgebouwd en geschikt waren gemaakt om scherpe patronen af te schieten, doordat de sper in de loop was verwijderd, waaronder’ niet voldoende concreet is omschreven. Dit onderdeel van de tenlastelegging is naar het oordeel van de rechtbank dermate onbepaald dat onvoldoende geconcretiseerd is waar de tenlastelegging op ziet. De dagvaarding zal daarom voor dit gedeelte nietig worden verklaard.

De rechtbank overweegt voorts dat de officier van justitie in de vordering tot wijziging van de tenlastelegging ten aanzien van feit 1 de woorden ‘onder meer’ heeft verwijderd, omdat hij deze als onvoldoende concreet heeft aangemerkt. De rechtbank merkt op dat de vergelijkbare woorden ‘onder meer’ ten aanzien van feit 2 door de officier van justitie niet zijn verwijderd. De rechtbank begrijpt dat de officier van justitie dit abusievelijk is vergeten, maar wel zo heeft bedoeld. De rechtbank ziet dan ook de woorden "onder meer" in feit 2 als een verschrijving, in dier voege dat deze woorden als niet opgenomen dienen te worden beschouwd.

2b. Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Ten aanzien van feit 1:

De feiten

De rechtbank overweegt allereerst dat in het dossier geen bewijs is aangetroffen dat het gas-alarmpistool van het merk Zoraki, kaliber 9 mm knal serienr 0313-002345, in beslag genomen bij de broer van [medeverdachte 2] , op enig moment door verdachte aan [medeverdachte 2] is geleverd. Van dit deel van de tenlastelegging zal verdachte dan ook worden vrijgesproken.

Op grond van de bewijsmiddelen wordt voorts het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 22 april 2014 is in de woning van [medeverdachte 1] , te Uden, een wapen aangetroffen. Het wapen betrof een gas- en alarmpistool van het merk Ekol Tuna, serienummer ET-12121512. Het wapen is omgebouwd en geschikt om scherpe patronen mee af te schieten, doordat de sper in de loop is verwijderd. Het betreft een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III, onder 1º van de Wet Wapens en Munitie.2

Op 9 april 2014 zijn in de woning van [medeverdachte 3] te Barneveld diverse voorwerpen in beslag genomen3, te weten:

- een gas- en alarmpistool van het merk EKOL, type Jackal Dual, kaliber 9 mm, voorzien van het serienummer EJC-1390061. Het wapen is omgebouwd en geschikt gemaakt om scherpe patronen af te schieten, door de sper in de loop te verwijderen. Het betreft een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III, onder 1º van de Wet Wapens en Munitie.4

- een gaspistool van het merk EKOL, type Jackal Dual, kaliber 9 mm, voorzien van het serienummerEJ-13120162. Het wapen is omgebouwd en geschikt gemaakt om scherpe patronen af te schieten, door de sper in de loop te verwijderen. Het wapen is tevens geschikt om automatisch te vuren en betreft derhalve een vuurwapen in de zin van artikel 1, lid 1, onder 3º, gelet op artikel 2, lid 1, categorie II, onder 2º van de Wet Wapens en Munitie.5

- een slede bedoeld en bestemd voor een gaswapen en voorzien van het merk EKOL Firat Magnum, kaliber 9 mm. Het betreft een onderdeel van wezenlijke aard en geldt derhalve ingevolge artikel 3 Wet Wapens en Munitie als een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III, onder 1 van de Wet Wapens en Munitie.6

- een loop/kastgroep en een patronenmagazijn bedoeld en bestemd voor een gaswapen van het merk EKOL. De loop/kastgroep is voorzien van het serienummer EF-13120025. Het betreft onderdelen van wezenlijke aard en derhalve ingevolge artikel 3 Wet Wapens en Munitie een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III, onder 1 van de Wet Wapens en Munitie.7

3 stuks munitie, type kogelpatroon, kaliber 9 mm van het merk Walther. Het betreft munitie als bedoeld in artikel 1, onder 4º en artikel 2, lid 2, categorie III van de Wet Wapens en Munitie.8

3 stuks munitie, type knalpatroon, kaliber 9 mm van het merk Walther. Het betreft munitie als bedoeld in artikel 1, onder 4º en artikel 2, lid 2, categorie III van de Wet Wapens en Munitie.9

1 stuk munitie, type volmantel 9 mm kort (.380), van een onbekend merk. Het betreft munitie als bedoeld in artikel 1, onder 4º en artikel 2, lid 2, categorie III van de Wet Wapens en Munitie.10

3 stuks munitie, type knalpatroon, 8 mm van het merk Walther. Het betreft munitie als bedoeld in artikel 1, onder 4º en artikel 2, lid 2, categorie III van de Wet Wapens en Munitie.11

37 stuks munitie (patronen), type knalpatroon, 9 mm van het merk Umarex, voorzien van een originele groene kap. Het betreft munitie als bedoeld in artikel 1, onder 4º en artikel 2, lid 2, categorie III van de Wet Wapens en Munitie.12

24 stuks munitie (patronen), type knalpatroon, 9 mm van het merk Walther, voorzien van een originele groene kap. Het betreft munitie als bedoeld in artikel 1, onder 4º en artikel 2, lid 2, categorie III van de Wet Wapens en Munitie.13

25 stuks munitie (patronen), type knalpatroon, 8 mm van het merk Walther, voorzien van een originele groene kap. Het betreft munitie als bedoeld in artikel 1, onder 4º en artikel 2, lid 2, categorie III van de Wet Wapens en Munitie.14

10 stuks munitie (patronen), type patroon, 9 mm van het merk Walther, met daarin een projectiel. Het betreft munitie als bedoeld in artikel 1, onder 4º en artikel 2, lid 2, categorie III van de Wet Wapens en Munitie.15

10 stuks munitie (patronen), type volmantel patroon, 380 (9 mm kort) van het merk COC. Het betreft munitie als bedoeld in artikel 1, onder 4º en artikel 2, lid 2, categorie III van de Wet Wapens en Munitie.16

4 stuks munitie (patronen), type knalpatroon, 9 mm van het merk Walther, met daarin een projectiel. Het betreft munitie als bedoeld in artikel 1, onder 4º en artikel 2, lid 2, categorie III van de Wet Wapens en Munitie.17

4 stuks munitie (patronen), type knalpatroon, 9 mm van het merk Umarex, met daarin een projectiel. Het betreft munitie als bedoeld in artikel 1, onder 4º en artikel 2, lid 2, categorie III van de Wet Wapens en Munitie.18

6 stuks munitie, type kogelpatroon, kaliber 9 mm en van het merk Walther. Het betreft munitie als bedoeld in artikel 1, onder 4º en artikel 2, lid 2, categorie III van de Wet Wapens en Munitie.19

Op 1 februari 2014 is bij [medeverdachte 7] , te Stroe, gemeente Barneveld, een wapen aangetroffen. Het betreft een gaspistool van het merk EKOL Tuna, kaliber 6.35 mm serienummer ET-1260678. Het wapen is origineel een gaspistool van het kaliber 8 mm Knal, maar door verwijdering van de sper uit de loop, geschikt om projectielen, munitie 6.35 mm, door de loop af te schieten. Het betreft een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3e, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III, onder 1e van de Wet Wapens en Munitie.20

Op 23 februari 2014 is in het voertuig waar [medeverdachte 5] zich in bevond een pistool aangetroffen.21 Het betreft gas- en alarmpistool van het merk BBM, model GAP, kaliber 9 mm, PAK. Van het wapen is de sper verwijderd waardoor projectielen kunnen worden verschoten. Het betreft een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3e, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III, onder 1e van de Wet Wapens en Munitie.22

Op 25 juni 2014 is in de woning van de vader van [medeverdachte 6] aan de [adres 2] een zwart koffertje aangetroffen waar een pistool in lag. Het pistool betreft een bewerkt gaspistool van het merk Zoraki, type 918, kaliber 9 mm PAK., serienr. 1213-033267. Het wapen is omgebouwd en geschikt gemaakt om (aangepaste) munitie van het kaliber 9 mm te verschieten, doordat de sper in de loop is verwijderd.23

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten, zoals onder 1. ten laste gelegd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ter terechtzitting een aantal verweren en verzoeken naar voren gebracht, zoals hierna aan de orde komen. Voor het overige heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat er onvoldoende bewijs is voor de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde feit.

Beoordeling door de rechtbank van de gevoerde verweren

Heimelijke inbeslagneming

Door de verdediging is de vraag opgeworpen of “heimelijke inbeslagneming” is toegestaan.

De rechtbank constateert dat in het procesdossier driemaal melding wordt gemaakt van een “heimelijke inbeslagneming”, waarvoor de officier van justitie expliciet toestemming heeft gegeven.

De rechtbank begrijpt dat met de uitdrukking “heimelijke inbeslagneming” kennelijk wordt gedoeld op het achterwege laten van het ingevolge artikel 94 WvSv verplichte bewijs van ontvangst. De rechtbank overweegt allereerst dat weliswaar in artikel 94, derde lid, WvSv staat vermeld dat het bewijs van ontvangst “zoveel mogelijk” aan de - kortweg - beslagene wordt afgegeven, maar dat de wetgever in een uitzondering op die regel niet heeft voorzien. In de drie onderhavige gevallen was het naar het oordeel van de rechtbank zeer wel mogelijk om aan verdachte een bewijs van ontvangst af te geven. Maar daarvan is bewust afgezien met de kennelijke bedoeling om voor verdachte verborgen te houden dat de inhoud van de telefoons en de laptop bij de politie bekend was.

Met het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch (arrest d.d. 3 april 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:956) is de rechtbank van oordeel dat een wettelijke uitzondering op de regel dat het bewijs van ontvangst zoveel mogelijk moet worden afgegeven wel in de rede had gelegen, indien de wetgever aan het openbaar ministerie een dergelijke vergaande bevoegdheid tot “heimelijke inbeslagneming” had willen geven. Nu een dergelijke bevoegdheid niet aan het openbaar ministerie is toegekend, is de rechtbank van oordeel dat telkens sprake is van een onherstelbaar vormverzuim.

De vraag is vervolgens of die vormverzuimen ingevolge artikel 359a WvSv tot enige compensatie dienen te leiden. Door de verdediging is niet aangevoerd welk belang door de “heimelijke inbeslagneming” is geschonden noch wat de ernst is van het verzuim. Ook heeft de verdediging niet aangevoerd welk nadeel door de heimelijke inbeslagneming (bij verdachte) is veroorzaakt. Daarbij komt dat de officier van justitie in de door hem opgestelde processen-verbaal telkens heeft uiteengezet dat hij bij de beslissing tot “heimelijke inbeslagneming” een afweging heeft gemaakt tussen enerzijds het belang van de opsporing naar - kortweg - de handel in vuurwapens en anderzijds het belang van verdachte te weten dat de inhoud van de telefoons en de laptop bij de politie bekend zou worden.

Onder die omstandigheden komt de rechtbank tot het oordeel dat kan worden volstaan met de enkele constatering dat vormen zijn verzuimd.

Onrechtmatig onderzoek aan de telefoon(s)

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna WvSv) niet meer van deze tijd is en geen wettelijk voorschrift biedt dat politie en justitie de bevoegdheid geeft om de onder verdachte (“heimelijk”) in beslag genomen smartphone(s) te ‘doorzoeken’. Door dergelijk onderzoek is inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van verdachte, hetgeen een schending van artikel 8 EVRM en artikel 10 van de Grondwet oplevert. De informatie die als gevolg van die schending verkregen is, dient te worden uitgesloten van het bewijs.

De rechtbank overweegt allereerst dat artikel 94 WvSv de wettelijke basis biedt tot inbeslagneming van voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen. Deze wettelijke bepaling zou van geen betekenis zijn indien hiermee niet tevens zou zijn bedoeld een grondslag te bieden voor nader onderzoek aan die voorwerpen. De wetgever had ervoor kunnen kiezen om voor telefoons bijzondere opsporingsvoorschriften in de wetgeving op te nemen, maar heeft dat - anders dan voor bijvoorbeeld computers - niet gedaan. Het argument dat de huidige wetgeving op dit punt niet meer van deze tijd is, legt de rechtbank ter zijde. Het is immers niet aan de rechter, maar aan de wetgever om de in onze samenleving van toepassing zijnde opsporingsbevoegdheden te bepalen. De omstandigheid dat in de samenleving anno 2015 mobiele telefoons veel worden gebruikt voor allerlei privacy-gevoelige handelingen, maakt nog niet dat bestaande wetgeving kan worden genegeerd.

De rechtbank komt derhalve tot de conclusie dat het onderzoek aan de telefoons niet in strijd is met de huidige wetgeving en verwerpt het verweer.

De fotoconfrontatie

Door de verdediging is de betrouwbaarheid van de fotoconfrontatie aangevochten. De wijze waarop de foto’s zijn getoond, is in strijd met het Besluit toepassing maatregelen in het belang van het onderzoek. De verdediging heeft verzocht om alle herkenningen uit te sluiten van het bewijs.

De rechtbank overweegt dat de meervoudige fotoconfrontatie niet voldoet aan de procedurele voorschriften van het Besluit toepassing maatregelen in het belang van het onderzoek. Doordat de voorschriften niet zijn nageleefd raakt dit de betrouwbaarheid van de herkenning. De rechtbank is van oordeel dat de enkele herkenning van een foto tijdens deze fotoconfrontatie niet als zelfstandig bewijs kan worden gebruikt. De rechtbank zal behoedzaam omgaan met dergelijke herkenningen en slechts gebruik maken van een herkenning voor zover sprake is van overig voldoende ondersteunend bewijs.

Het wapen- en munitieonderzoek

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat er ontoereikend technisch onderzoek is uitgevoerd naar de in de tenlastelegging genoemde wapens en de werking daarvan. De in het procesdossier aanwezige onderzoeksresultaten betreffende de wapens zijn onduidelijk.

De rechtbank heeft geconstateerd dat zich in het procesdossier diverse processen-verbaal Wet Wapens en Munitie bevinden, welke een beschrijving en categorisering van aangetroffen wapens en munitie door het Regionaal Bureau Wapens en Munitie weergeven. De inhoud van deze processen-verbaal is ter terechtzitting voorgehouden. Van onduidelijkheden of tegenstrijdigheden in de getrokken conclusies is de rechtbank niet gebleken, ook al is de rechtbank wel van oordeel dat de formulering - bezien in het licht van de tenlastelegging - helderder had gekund. De rechtbank ziet geen redenen om aan de deskundigheid van de medewerkers van het Regionaal Bureau Wapens en Munitie te twijfelen en beschouwt de desbetreffende onderzoeksresultaten als voldoende deskundig. De processen-verbaal Wet Wapens en Munitie zullen dan ook tot het bewijs worden gebezigd.

De bestellijst uit de administratie vanuit Bulgarije

De verdediging is van mening dat de bestellijsten van het Bulgaarse bedrijf [naam 1] , die zich op verschillende plaatsen in het dossier bevinden, als niet-vertaalde stukken niet kunnen worden gebezigd tot het bewijs.

Door de officier van justitie is ter terechtzitting van 17 september 2015 uitgelegd dat door een beëdigde tolk de (weliswaar verspreid in het dossier opgenomen, maar als één geheel te beschouwen) Bulgaarse bestellijst mondeling is vertaald en dat een verbalisant met pen de vertaling van de kopjes bovenaan de bestellijst heeft bijgeschreven. Daarbij is door de officier van justitie ter onderbouwing een proces-verbaal van bevindingen “tolk” d.d. 17 september 2015 overgelegd, waarin wordt gerelateerd dat alle documenten in het [naam 2] onderzoek zijn vertaald door de in het Tolkenregister ingeschreven en beëdigde tolk en vertaler [naam 3] . In dit proces-verbaal wordt echter niet nader gespecificeerd in hoeverre deze tolk ook de kopjes boven de Bulgaarse bestellijst heeft vertaald. Nu de rechtbank het Bulgaars niet machtig is en er evenmin van kan worden uitgegaan dat de Bulgaarse teksten op deze bestellijst voor derden duidelijk zijn (vergelijk Hoge Raad 18 april 2006, ECLI:NL:(P)HR:2006:AV5007), is de rechtbank van oordeel dat deze lijst niet zonder meer tot het bewijs kan worden gebruikt. In zoverre onderschrijft de rechtbank het standpunt van de verdediging.

Anderzijds is de rechtbank van oordeel dat wel zelfstandig gebruik gemaakt kan worden van de processen-verbaal van bevindingen, in de Nederlandse taal, waarin naar deze bestellijst wordt verwezen.

In zoverre wordt het verweer verworpen en zal de rechtbank niet in algemene zin overgaan tot bewijsuitsluiting van de Bulgaarse bestellijst.

Beoordeling door de rechtbank van de (voorwaardelijke) verzoeken tot het horen van getuigen

De verdediging heeft - voor het geval de rechtbank de nader te noemen getuigenverklaringen/informatie tot het bewijs wil bezigen - verzoeken gedaan tot aanhouding, respectievelijk heropening van het onderzoek ter terechtzitting ten behoeve van het doen van nader onderzoek naar een dreigmail en het horen van een drietal getuigen:

  1. medeverdachte [medeverdachte 3] heeft nog niet geantwoord op vragen van de verdediging;

  2. medeverdachte [medeverdachte 6] is nog niet door de verdediging gehoord, terwijl dit verzoek door de rechtbank tijdens de terechtzitting van 1 mei 2015 wel is toegewezen;

  3. de persoon met de naam “ [naam 4] ” die op pagina 186 in het rechtshulpdossier naar voren komt, vanwege mogelijk tegenstrijdige informatie over de registratie van verdachte in de administratie van [naam 5] .

De rechtbank overweegt dat zij voor het bewijs gebruik zal maken van (delen van) de verklaringen van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 6] . Aan de voorwaarde van de verdediging is derhalve in zoverre voldaan, zodat de rechtbank een beslissing op beide verzoeken zal nemen.

Ad a)

Ten aanzien van het voorwaardelijk verzoek om [medeverdachte 3] - ter terechtzitting - als getuige te horen merkt de rechtbank allereerst op dat [medeverdachte 3] op 18 februari 2015 bij de rechter-commissaris en in aanwezigheid van de raadsman van verdachte is verhoord. [medeverdachte 3] heeft zich toen grotendeels beroepen op zijn verschoningsrecht als medeverdachte.

Voorts overweegt de rechtbank dat voor de verklaringen van [medeverdachte 3] die als belastend voor verdachte kunnen worden beschouwd, voldoende steunbewijs aanwezig is. Dit zal hierna - onder ‘de beoordeling door de rechtbank van de bewijsmiddelen met betrekking tot feit 1’ - nader worden gemotiveerd.

Nu de verdediging reeds in de gelegenheid was gesteld om de verklaring van [medeverdachte 3] te toetsen, terwijl geen sprake is van verklaringen die als “sole or decisive” voor een bewezenverklaring zijn te achten, zal de rechtbank het verzoek om [medeverdachte 3] wederom als getuige te horen afwijzen.

Ad b)

Wat betreft het voorwaardelijk verzoek om [medeverdachte 6] als getuige te horen, overweegt de rechtbank allereerst dat [medeverdachte 6] op 16 september 2015, in het kader van een rechtshulpverzoek van de rechter-commissaris, ten overstaan van de Spaanse justitiële autoriteiten antwoord heeft gegeven op schriftelijk ingediende vragen van de verdediging. In zoverre is de rechtbank van oordeel dat gevolg is gegeven aan de beslissing tot het doen horen van [medeverdachte 6] als getuige. De vraag die de rechtbank thans dient te beantwoorden, is of het Spaanse verhoor van 16 september 2015 een voldoende verdedigingsbelang heeft doen ontstaan om [medeverdachte 6] nogmaals, respectievelijk in aanwezigheid van de verdediging, te horen. De rechtbank is van oordeel dat dit verdedigingsbelang onvoldoende aannemelijk is geworden. Voor zover de verdediging heeft bedoeld een beroep te doen op de ‘Vidgen’-jurisprudentie, is de rechtbank van oordeel dat bij [medeverdachte 6] geen sprake is van verklaringen die als “sole or decisive” voor een bewezenverklaring zijn te achten. Dit zal hierna onder ‘de beoordeling door de rechtbank van de bewijsmiddelen met betrekking tot feit 1’ nader worden gemotiveerd.

Ambtshalve overweegt de rechtbank nog dat zij ook geen noodzaak ziet tot het (nader) horen van [medeverdachte 6] . Het verzoek zal derhalve worden afgewezen.

Ad c)

Het voorwaardelijk verzoek van de verdediging om de onbekende “ [naam 4] ” als getuige te horen is reeds ter terechtzitting van 1 mei 2015 door de verdediging gedaan. De rechtbank heeft dit verzoek toen beoordeeld aan de hand van het ‘redelijkheidscriterium’. Het verzoek is vervolgens afgewezen bij - kortweg - gebrek aan voldoende verdedigingsbelang. Nu het (herhaalde) verzoek betrekking heeft op het gebruik voor het bewijs van informatie van het Bulgaarse bedrijf [naam 1] /EOOD en de rechtbank zich bij de beoordeling van het bewijs (mede) zal baseren op delen van die informatie, is aan de voorwaarde voldaan.

De rechtbank zal dan ook op het verzoek beslissen en het (herhaalde) verzoek wederom beoordelen op grond van hetzelfde criterium.

De verdediging heeft aangevoerd dat deze [naam 4] ontlastend zou kunnen verklaren, aangezien zijn naam als “contactpersoon” staat vermeld op een “verklaring van de firma [naam 5] ” van - kennelijk - 7 april 2014, die zich op pagina 186 van het rechtshulpdossier bevindt.

De rechtbank constateert dat in deze verklaring wordt vermeld dat [verdachte] staat geregistreerd bij [naam 5] met vermelding van adres, e-mail en telefoonnummer. Voorts vermeldt deze verklaring dat op 9 augustus 2013 een e-mail is ontvangen waarin onder meer wordt gesteld “dat [verdachte] de persoon [naam 6] is”. De rechtbank heeft voorts geconstateerd dat zich in het dossier (pagina 188 rechtshulpdossier) een e-mail van 9 augustus 2013 bevindt, waarin NIET valt terug te lezen “dat [verdachte] de persoon [naam 6] is”. De naam [verdachte] komt in deze e-mail niet eens voor.

De rechtbank is van oordeel dat het verzoek van de verdediging tot het horen van “ [naam 4] ” als getuige kennelijk is gebaseerd op een verkeerde lezing van voornoemde verklaring en de bijbehorende e-mail. Daardoor is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een situatie waarin de verdachte door afwijzing van het verzoek redelijkerwijze niet in zijn verdediging wordt geschaad.

Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.

De dreigmail

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat onderzoek moet worden gedaan naar de door medeverdachte [medeverdachte 8] ontvangen dreigmail, aangezien de opsteller van die e-mail mogelijk over informatie kan beschikken die ontlastend is voor verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat de verdediging het verzoek tot nader onderzoek naar deze dreigmail onvoldoende heeft onderbouwd. De onderhavige dreigmail is aan het procesdossier toegevoegd op verzoek van de raadsvrouw van medeverdachten [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] , waarbij zij heeft laten weten dat deze dreigmail is ontvangen door [medeverdachte 8] . Onbekend is echter wie de afzender is. Verdachte ontkent dat hij iets te maken heeft met deze dreigmail, laat staan dat hij de afzender is of kent.

De rechtbank overweegt dan ook dat uit niets volgt dat verdachte enige betrokkenheid heeft bij deze e-mail, dan wel dat de afzender iets - ontlastend of belastend - over verdachte zou kunnen verklaren. Daarmee ontbreekt naar het oordeel van de rechtbank ook bij dit verzoek enig verdedigingsbelang. Ook dit verzoek wordt daarom afgewezen.

Nu alle verzoeken worden afgewezen, zal de rechtbank niet overgaan tot heropening van het onderzoek ter terechtzitting.

De beoordeling door de rechtbank van de bewijsmiddelen met betrekking tot feit 1:

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of, en zo ja in hoeverre, verdachte betrokkenheid heeft gehad bij enige overdracht van verboden wapens en munitie zoals opgenomen in de tenlastelegging.

Verboden wapens?

In zijn algemeenheid constateert de rechtbank dat het door de officier van justitie aangeleverde procesdossier onduidelijk is wat betreft de aanduiding van de onderhavige wapens. Niet alleen zijn de processen-verbaal van (technisch) wapenonderzoek versnipperd door het procesdossier opgenomen, maar ook zijn de aanduidingen voor de wapens in het procesdossier zeer uiteenlopend. In de meeste processen-verbaal wordt veelal volstaan met de neutrale aanduiding “wapen”. Soms wordt ook zonder meer de term “vuurwapen” gebruikt. De kwalificatie 'gaspistool' komt weliswaar in veel processen-verbaal van (technisch) wapenonderzoek voor, maar deze aanduiding valt buiten de terminologie (in elk geval van categorie III) van de Wet Wapens en Munitie. De term 'alarmpistool', die in de Wet Wapens en Munitie wel voorkomt als een categorie III-wapen, valt daarentegen in het politiedossier nauwelijks terug te vinden (en dan nog wordt dit slechts vermeld in de mengvorm "gasalarmpistool", zoals bijvoorbeeld in het stamproces-verbaal, gedateerd 10 februari 2015, p. 28 en 38 alsmede het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juli 2014 pag. 749 e.v., van persoonsdossier [verdachte] . Dit klemt naar het oordeel van de rechtbank, nu in de tenlastelegging consequent de aanduiding 'gas- en alarmpistool' wordt gebruikt, zelfs voor wapens die niet zijn aangetroffen en onderzocht.

Teneinde te beoordelen in hoeverre de aanduidingen voor de wapens in de tenlastelegging toch bewijsbaar zijn, heeft de rechtbank nadrukkelijk acht geslagen op het ter terechtzitting toegevoegde proces-verbaal van bevindingen van 28 april 2015, opgemaakt door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] . Daarin wordt beschreven dat onderzoek is gedaan naar de in het onderzoek ‘ [naam 2] ’ in beslag genomen wapens, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds wapens die zijn bewerkt, veelal door de 'sper' te verwijderen, en anderzijds wapens waarbij de ‘sper’ niet is verwijderd. Vermeld wordt dat het in alle gevallen gaat om wapens die als gevolg van een chemische reactie stoffen of projectielen door een loop verschieten. Dit zijn - op één uitzondering na, waarbij ook sprake was van de mogelijkheid om automatisch te vuren - derhalve vuurwapens in de zin van artikel 2, lid 1, categorie III, onder 1e van de Wet Wapens en Munitie. Voorzover in dit proces-verbaal wordt beschreven dat de onderzochte wapens van fabriekswege voorzien waren van een sper, wordt uitgelegd dat het verschieten van projectielen niet mogelijk zou zijn. Wel zou het in dat geval mogelijk zijn dat stoffen door de loop worden verschoten. Bij de uitvoering van de proefschoten met deze wapens is dan ook gebruik gemaakt van zogenaamde ‘knal’ munitie, waarbij alleen gassen worden verschoten door de loop.

De rechtbank acht het een feit van algemene bekendheid dat wapens met een dergelijke werking ‘alarmpistolen’ zijn als bedoeld in artikel 2, lid 1, categorie III, onder 4e van de Wet Wapens en Munitie.

[medeverdachte 1]

[medeverdachte 1] heeft ten overstaan van de politie verklaard dat hij het onder hem in beslag genomen wapen 'in de zomer van 2013' bij het busstation in Uden heeft gekocht van een jongen die hij heeft leren kennen via een internet-spelletje “Counter Strike”. Hij heeft voor dit wapen tussen de € 600 en € 800 betaald. Hij heeft in totaal drie keer met die jongen afgesproken, aanvankelijk via het internet en later via SMS-contact.24 Bij de politie en bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte 1] een foto van verdachte aangewezen als de persoon die hem het pistool heeft verkocht.25

Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen zal deze fotoherkenning niet als zelfstandig bewijsmiddel worden gebruikt, zeker niet nu [medeverdachte 1] geen nadere beschrijving van verdachte geeft en hem kennelijk ook niet bij naam kent. Naar het oordeel van de rechtbank wordt deze fotoherkenning echter in belangrijke mate ondersteund door de inhoud van overige bewijsmiddelen.

Allereerst neemt de rechtbank daartoe in overweging dat een foto van een EKOL Tuna, met hetzelfde serienummer ET-12121512 als de Ekol Tuna die bij [medeverdachte 1] in beslag is genomen, is aangetroffen in de mobiele telefoon van [medeverdachte 3] .26 [medeverdachte 3] heeft verklaard dat verdachte [verdachte] degene is die wapens bij hem heeft gebracht.27

Voorts betrekt de rechtbank hierbij dat op 27 juni 2013 SMS-verkeer plaatsvond tussen een telefoon met telefoonnummer [nummer 1] , die onder verdachte [verdachte] in beslag genomen was, en ene [medeverdachte 1] .28 Tijdens dit SMS-verkeer wordt meermalen letterlijk het woord “ammo” (de rechtbank begrijpt: ammunitie) en “€ 700” gebruikt.29 Ook wordt in deze SMS-berichten verwezen naar “counterstrike”.30

Uit het vorenstaande trekt de rechtbank de conclusie dat in juni 2013 tussen [medeverdachte 1] en verdachte [verdachte] afspraken zijn gemaakt om een wapen voor € 700 te leveren en dat deze levering is geslaagd nu bij [medeverdachte 1] een wapen is aangetroffen waarvan een foto is aangetroffen in de telefoon van [medeverdachte 3] , die als bewaarder is opgetreden voor de wapens van verdachte [verdachte] .

Op grond van het vorenstaande, in onderling verband beschouwd, komt de rechtbank tot de overtuiging dat het verdachte is geweest die dit wapen aan [medeverdachte 1] heeft overgedragen.

[medeverdachte 3]

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij verdachte [verdachte] kent via zijn vriend [naam 7] . [naam 7] is de neef van [verdachte] . Verdachte had [medeverdachte 3] gevraagd of hij vuurwapens in zijn huis wilde verbergen. Verdachte zei letterlijk dat hij dingen wilde ‘stashen’. [medeverdachte 3] wist dat verdachte daarbij op vuurwapens doelde.31 Eind januari 2014 of begin februari 2014 kwam verdachte met een sporttas bij [medeverdachte 3] thuis. In de tas zaten een stuk of vier zwarte koffertjes en een doorzichtig tasje met gaatjes waar kogeltjes in zaten, zilveren en gouden kogeltjes. Hij heeft gezien dat in één van de zwarte koffertjes een chromen wapen zat.32 Op een dag kwam verdachte met drie jongens bij [medeverdachte 3] thuis. [medeverdachte 3] moest uit zijn kledingkast een koffertje pakken. Verdachte heeft het koffertje open gemaakt en [medeverdachte 3] zag een wapen welke aan de bovenkant zilver van kleur was en aan de andere kant zwart.33 Een maand voor het verhoor heeft [medeverdachte 3] een klein koffertje en de kogeltjes aan verdachte gegeven. Ook heeft [medeverdachte 3] een keer kogels in een plastic tas van de [naam 8] aan verdachte gegeven. De kogels noemde verdachte ‘dikke koppen’. Het waren een stuk of tien, goud van kleur, met een dikke kop. Er zat ook iets van paars van kleur op. Verdachte was toen samen met een man. Hierna had [medeverdachte 3] , nog twee koffertjes en een witte tas met kogeltjes thuis liggen, Hij gaat er vanuit dat deze bij de zoeking in zijn huis zijn aangetroffen. In het ene koffertje zat het wapen in de kleur chromen en in de andere een frame. Ook heeft hij nog een balletjespistool thuisliggen. Verdachte heeft hem nog vanuit de gevangenis gebeld. Verdachte had gezegd dat [medeverdachte 3] nog niets met het chromen wapen moest doen.34

De rechtbank overweegt dat uit het vorenstaande voortvloeit dat [medeverdachte 3] verdachte kent, en dat hij bij de fotoconfrontatie [verdachte] op de foto herkent .35

In een afgeluisterd telefoongesprek tussen verdachte en [medeverdachte 3] op 21 maart 2014 wordt gesproken over het meenemen van goudenjassen met die grote koppen; en over het meenemen van een negen achttien. [verdachte] zegt over dat laatste: “Je weet toch wat ik bedoel met negen achttiens? (…) Je moet kijken wat er op staat”36

Gelet op het voorstaande, in onderling verband en samenhang bezien concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 3] de in de zijn woning aangetroffen wapens en munitie daar bewaarde voor verdachte. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte die wapens en munitie, heeft overgedragen aan [medeverdachte 3] .

[medeverdachte 4]

De rechtbank merkt allereerst op dat het serienummer ET 12160678 zoals in de tenlastelegging is opgenomen niet overeenkomt met het serienummer zoals beschreven in het proces-verbaal Wet Wapens en munitie (ET 1260678). De rechtbank beschouwt dit als een kennelijke verschrijving en zal het serienummer verbeterd lezen als ET 1260678.

[medeverdachte 4] heeft bij de politie verklaard dat hij door de hem bekende ‘ [naam 7] ’ werd benaderd met het verhaal dat diens neef wapens verkocht.37 Tijdens zijn verhoor heeft [medeverdachte 4] een foto van [naam 7] ‘ aangewezen als zijnde ' [naam 7] ’.38 [medeverdachte 4] heeft in augustus/september 2013 door tussenkomst van [naam 7] afgesproken met diens neef " [naam 9] " uit Barneveld.

Tijdens die afspraak had " [naam 9] " een zwarte sporttas bij zich, vol met wapens. [medeverdachte 4] heeft uiteindelijk een klein wapen voor € 500,- gekocht, een Ekol Tuna, zilver van kleur, met een bruin handvat en een gouden trekker. Later vertelde iemand hem dat het een omgebouwd alarmpistool was.39 Daarna heeft [medeverdachte 4] het wapen aan [medeverdachte 7] verkocht voor 100 gram wiet.40

[medeverdachte 7] heeft tegenover de politie verklaard dat hij van ene ' [medeverdachte 4] ’ het bij hem aangetroffen wapen, EKOL Tuna, heeft gekocht. Tijdens zijn verhoor heeft [medeverdachte 7] een foto van [medeverdachte 4] aangewezen als de ' [medeverdachte 4] ' van wie hij het wapen heeft gekocht.41 Tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte 4] een foto van verdachte aangewezen als de persoon van wie hij het wapen heeft gekocht.42

De EKOL Tuna met het serienummer ET 1260678 die bij [medeverdachte 7] is aangetroffen komt voor op een lijst van door [naam 1] uit Bulgarije aan een Nederlands adres geleverde wapens.43

Zoals de rechtbank hieronder - bij de beoordeling van feit 2 - nader zal motiveren, komt de rechtbank tot de overtuiging dat het verdachte is geweest die dit wapen met serienummer ET 1260678 heeft besteld bij [naam 1] De rechtbank gaat er daarom van uit dat verdachte ook degene is die op enig moment de beschikking heeft gehad over dit wapen en het wapen aan [medeverdachte 4] heeft kunnen overdragen. In dat licht bezien en bij gebrek aan aanwijzingen die duiden op een andere leverancier, acht de rechtbank de fotoherkenning door [medeverdachte 4] voldoende ondersteund om tot de overtuiging te komen dat verdachte degene is die het wapen aan [medeverdachte 4] heeft geleverd.

De rechtbank betrekt hierbij nog dat verdachte zelf heeft verklaard dat één van zijn bijnamen luidt: “ [naam 9] ”.44

Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat het gaspistool 'EKOL Tuna' met serienummer ET-1260678 door verdachte is overgedragen aan [medeverdachte 4] .

[medeverdachte 5]

[naam 10] heeft bij de politie verklaard dat zij weet dat het verhoor over de ' [naam 11] ' gaat. Ze weet zijn naam niet, maar weet wel dat hij uit Barneveld komt. Na een incident in januari 2014 heeft zij een vuurwapen gevonden. De volgende dag vertelde ' [naam 11] ' dat het wapen van hem was. [naam 10] met de ' [naam 11] ' afgesproken dat zij de volgende dag het wapen naar Amersfoort zou brengen. Bij de [naam 12] heeft zij een laptoptas met daarin het wapen naar de ' [naam 11] ' toegeschoven. Tijdens een fotoconfrontatie heeft [naam 10] [verdachte] aangewezen als de “ [naam 11] ” waarover ze heeft verklaard.45

[medeverdachte 5] heeft bij de politie verklaard dat toen hij de laatste keer met wiet werd opgepakt er ook een wapen aanwezig was. Het wapen was van [naam 13] Dat wapen heeft [medeverdachte 5] voor hem geregeld. [medeverdachte 5] en Helsloot hebben het wapen destijds samen opgehaald bij een jongen met wie [medeverdachte 5] samen bij ‘ [naam 21] ’ heeft gewoond. De bijnaam van deze jongen was [naam 9] . [medeverdachte 5] wist dat [naam 9] wapens verkocht. [naam 9] had [medeverdachte 5] verteld dat hij echt alles kon bestellen. [medeverdachte 5] had voor de overdracht van het wapen met [naam 9] in Amersfoort afgesproken, bij de [naam 12] . [medeverdachte 5] kreeg een laptoptasje en daar zat het wapen in. Het wapen zag er normaal uit en was zwart van kleur. Het bleek alleen een gaspistool te zijn en er zat geen munitie bij. Thuis ontdekte [naam 13] dat er dingen in de loop zaten. Tijdens de fotoconfrontatie herkent [medeverdachte 5] verdachte als [naam 9] , waar hij over heeft verteld.46

[medeverdachte 5] heeft verklaard dat [naam 9] het wapen van een vriend had gekregen in de laptoptas en in een keer zonder te kijken naar mij doorgegeven. De vriendin van die vriend had het wapen in de tas gestopt. [medeverdachte 5] verklaart dat hij die vriendin wel even bij de [naam 12] in Amersfoort heeft gezien. Zij kwam alleen even de laptoptas brengen en ging toen weer weg.47 [medeverdachte 5] verklaart desgevraagd dat het wel kan kloppen dat 19 januari 2014 de dag is geweest waarop hij het wapen van [naam 9] heeft gekregen.48

Gelet op het voorgaande, in onderling samenhang bezien, acht de rechtbank dan ook overtuigend bewezen dat verdachte dit in die auto aangetroffen wapen aan [medeverdachte 5] heeft overgedragen in Amersfoort.

[medeverdachte 6]

[medeverdachte 6] heeft telefonisch verklaard dat hij in 2014 een wapen heeft gekocht. [medeverdachte 6] wilde een pistool kopen waar je echt mee kon schieten. Via Tor-net is [medeverdachte 6] in contact gekomen met iemand die zich noemde ‘ [naam 6] ’ en die zei dat hij een klein scherp wapen te koop had. Dit wapen is aan [medeverdachte 6] geleverd op het station in Hilversum. [naam 6] kwam met de trein. Hij had zwart lang haar tot op zijn schouders en was vermoedelijk van Turks/Marokkaanse afkomst. Het wapen was niet goed. [medeverdachte 6] heeft niet met het wapen geschoten omdat er mee geprutst was. In maart/april van 2014 heeft [medeverdachte 6] weer een afspraak gemaakt en heeft toen een ander wapen gekregen.49 Het wapen ligt in de woning van zijn vader aan de [adres 2] .50

De beschrijving die [medeverdachte 6] van ‘ [naam 6] ’ heeft gegeven, te weten ‘van Turks/ Marokkaanse afkomst met lang zwart haar tot op de schouders’ komt overeen met de beeltenis van verdachte op foto 2 in de door de politie samengestelde fotomap.51 De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of verdachte [verdachte] en ‘ [naam 6] ’ één en dezelfde persoon zijn, en overweegt daartoe als volgt.

Het in beslag genomen wapen van [medeverdachte 6] , een Zoraki 918, met serienummer - volgens het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juli 2014: 1213-033267 - komt grotendeels overeen met een Zoraki 918 (kennelijk met nummer 1113-033267) die door de Bulgaarse firma [naam 1] is geleverd op 14 januari 2014 op het adres [adres 3] .52

Naar aanleiding van een rechtshulpverzoek aan Bulgarije is in Sofia onder meer als getuige gehoord [getuige 1] , eigenaar en bedrijfsleidster van het Bulgaarse wapenbedrijf [naam 5] (de rechtbank begrijpt dat de afkorting EOOD dezelfde betekenis heeft als de afkorting Ltd). Zij heeft in haar beide verhoren verklaard dat - onder nummer 4338 - een order was geplaatst door een klant uit Nederland, genaamd ‘ [naam 6] ’.53 Deze klant heeft bij [naam 5] eveneens onder de naam ‘ [naam 6] ’ ten minste nog een order - onder nummer 4290 - geplaatst.54 Als e-mail adres heeft ‘ [naam 6] ’ bij deze order opgegeven: “ [e-mail adres 1] [e-mail adres 1] [e-mail adres 1] ”.55

Deze order 4290 is door ‘ [naam 6] ’ bij e-mail van vrijdag 9 augustus 2013 geannuleerd, omdat hij het e-mailadres “ [e-mail adres 1] [e-mail adres 1] [e-mail adres 1] ” kwijt was (de rechtbank begrijpt: kennelijk vanwege een eerdere verschrijving in het e-mail adres) en omdat hij de order wilde uitbreiden. In deze e-mail heeft ‘ [naam 6] ’ zijn e-mail adres gewijzigd in: “ [e-mail adres 2] ”.56

Gekoppeld aan het e-mailadres “ [e-mail adres 2] ” bevindt zich in de administratie van [naam 5] een registratie op naam van verdachte “ [verdachte] ”. In die registratie wordt tevens vermeld als adres: [adres] te Barneveld, en als telefoonnummer: “ [nummer 2] ”.57 De rechtbank constateert dat genoemd adres het adres van verdachte betreft. Het genoemde telefoonnummer is gebruikt in twee telefoontoestellen die door verdachte [verdachte] zijn gebruikt, en waarmee meermalen telefonisch contact is geweest met telefoon-nummers van [naam 1] in Bulgarije, te weten op 26 juni 2013, 28 juni 2013 en 9 augustus 2013.58

Tot slot betrekt de rechtbank bij het voorgaande dat op 2 februari 2014 in een door verdachte bestuurde auto een laptop HP Compaq 6701B is aangetroffen. Van deze laptop kon de inhoud worden onderzocht omdat het wachtwoord voor deze laptop “ [naam 14] ” bij de politie bekend was geraakt door afgeluisterde telefoongesprekken.59 Verdachte is degene die dit wachtwoord heeft genoemd in een afgeluisterd telefoongesprek d.d. 1 december 2013 met vermoedelijk [naam 15]60 en in een afgeluisterd telefoongesprek d.d. 1 december 2013 met vermoedelijk [naam 16] .61

De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat deze laptop - ten minste - in gebruik was bij verdachte [verdachte] .

Tijdens het onderzoek van de in deze laptop opgeslagen bestanden bleek dat in een openstaande TOR-browser een tabblad 1 zichtbaar was met het e-mail adres: “ [e-mail adres 2] ”. Een tabblad 2 vertoonde een webpagina “ [naam 17] ”, zijnde de webshop van [naam 1] in Bulgarije.62 Voorts is in deze laptop een document met bestandsnaam “bg.txt.” aangetroffen, in welk document wordt verwezen naar een betaling d.d. 29 augustus 2013 voor “order 4338”.63

De rechtbank komt op grond van het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, tot de conclusie dat verdachte [verdachte] onder de naam “ [naam 6] ” zaken heeft gedaan met [naam 1] /EOOD. Mede gelet op het door [medeverdachte 6] gegeven signalement, concludeert de rechtbank voorts dat het ook verdachte is geweest die zich aan [medeverdachte 6] heeft voorgesteld als ‘ [naam 6] ’.

Daarmee heeft de rechtbank ook de overtuiging bekomen dat het verdachte is geweest die aan [medeverdachte 6] de aangetroffen Zoraki 918 heeft overgedragen.

Dat er nog een ander gas-/ alarmpistool zou zijn overgedragen, zoals ten laste gelegd, acht de rechtbank acht niet bewezen. Verdachte zal ten aanzien van dat gedeelte van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Nu er sprake is van het overdragen/verhandelen van een forse hoeveelheid wapens en munitie gedurende een langere periode aan meerdere afnemers, is naar het oordeel van de rechtbank ook te bewijzen dat verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt.

Gewoonte maken als strafverzwarende omstandigheid

Ingevolge artikel 55 lid 4 van de WWM is als strafverzwarende omstandigheid opgenomen het een beroep of gewoonte maken van o.a. het overdragen van wapens of munitie van de categorieën II en III (artikel 31 WWM) en van het in strijd met de wet vervaardigen, transformeren, uitwisselen, verhuren of anderszins ter beschikking stellen, herstellen, beproeven of verhandelen van wapens of munitie. Dit plaatst de rechtbank voor de vraag of de onderhavige tenlastelegging kan leiden tot een kwalificatie van deze strafverzwarende omstandigheid. Immers, verdachte is na de wijziging van de tenlastelegging nog ‘slechts’ het overdragen van wapens en munitie verweten. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigiend. Het overdragen van wapens impliceert immers het (anderszins) ter beschikking stellen en verhandelen van wapens. Om die reden is naar het oordeel van de rechtbank aan de (cumulatieve) eisen van artikel 55 lid 4 WWM voldaan.

De beoordeling door de rechtbank van de bewijsmiddelen met betrekking tot feit 2:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde invoer binnen Nederland van verboden wapens.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij het doen binnenkomen van wapens vanuit Bulgarije naar Nederland.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van de tenlastelegging overweegt de rechtbank allereerst dat de opsteller kennelijk het oog heeft gehad op overtreding van artikel 14, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie. Om die reden gaat de rechtbank ervan uit dat de woorden “en/of zonder erkenning” abusievelijk in de tenlastelegging zijn opgenomen. De rechtbank zal deze woorden dan ook als een kennelijke verschrijving buiten beschouwing laten.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of overtuigend te bewijzen valt dat er verboden wapens zijn geleverd vanuit Bulgarije naar Nederland en in hoeverre verdachte daarbij betrokken is geweest.

De bestellingen

Uit de administratie van de firma [naam 1] komt naar voren dat onder andere op 3 september 2013 en 7 november 2014 wapens waren besteld bij [naam 1] De wapens zijn afgeleverd te Barneveld op de [adres 4] . Het zou gaan om de volgende bestellingen: 64

Datum

Naam

Adres

Product

Serienummer

03-09-2013

[naam 18]

[adres 4] Barneveld

Zoraki M906 9m

025673

025672

EkolP299m

1340823

Ekol Tuna 8m

ET 1260677

ET 1260678

ET 1260679

ET 1260676

ET 1260680

Ekol F92 Firat Magnum 9mm

1340842

12127257

Bruni Gap 9m

44862

Ekol Special 99 9m

1260873

07-11-2013

Font BNPAFRPP

[adres 4] Barneveld

Zoraki M906 9m

0513030091

0513030092

0513029756

0513030235

Ekol Jackal Dual Compact

9m

EJC 1390062

EJC 1390061

Uit de gegevens van DPD is naar voren gekomen dat de bezorger, op 9 september 2013 om 13.09 uur, een pakket met als ontvanger [naam 6] op het adres [adres 4] te Barneveld heeft bezorgd.65 Tevens komt uit de gegevens van DPD is naar voren dat de bezorger een pakket op 13 november 2013 om 14.10 uur, op het adres [adres 4] te Barneveld heeft bezorgd.66

Uit de administratie van de firma [naam 1] komt naar voren dat op 8 januari 2014 een bestelling (totaal 28 wapens) was gedaan, door vermoedelijk [medeverdachte 8] op het hieronder genoemde adres:67

Adres

Product

Serienummer

[adres 3]

Amersfoort 3816

Zoraki 918 9m

1113033266

1113033267

Zoraki M2906 9m

0413029617

0413029602

Zoraki 917 9m

051317626

051317625

111332441

111332440

Zoraki M906 9m

0413028697

0413029715

Zoraki 917 9m

111332292

111332313

Ekol Botan 9m

EBT 13120183

EBT 13120169

EBT 13120171

EBT 13120182

EBT 13120185

Zoraki M906 9m

0513030091

0513030092

0513029756

0513030235

Ekol 92 jackal Dual Magnum 9m

EJ 13120161

EJ 13120162

Ekol F92 Firat Magnum 9mm

EP 13120025

EF 13120027

Ekol Tuna 8m

ET 1260683

ET 1260682

ET 1260688

ET 1260689

ET 13120412

Zoraki M906 9m

1213034291

1213034333

Op 8 januari 2014 woonde op de [adres 3] te Amersfoort, [naam 19] .68

De rechtbank merkt ter ondersteuning van het bovenstaande op dat de vermelde serienummers overeen komen met de nummers genoemd op de bestellijst(en), welke telkens als bijlage aan voornoemde processen-verbaal is/zijn gevoegd en is/zijn opgenomen in het rechtshulpdossier. Dat de bestellijst(en) niet is/zijn vertaald, neemt niet weg dat rechtbank wel in staat is de daarop met de hand geschreven nummers te herkennen.

Naar aanleiding van een rechtshulpverzoek aan Bulgarije is in Sofia onder meer als getuige gehoord [getuige 1] , eigenaar en bedrijfsleidster van het Bulgaarse wapenbedrijf [naam 5] (de rechtbank begrijpt dat de afkorting EOOD dezelfde betekenis heeft als de afkorting Ltd). De handelsactiviteit van de onderneming is: handel, namelijk overeenkomsten van aankoop- verkoop van en inzake vuurwapens, wapens niet zijnde vuurwapens en gaspistolen. Zij heeft in haar beide verhoren verklaard dat - onder nummer 4338 - een order was geplaatst door een klant uit Nederland, genaamd ‘ [naam 6] ’.69 Deze klant heeft bij [naam 5] eveneens onder de naam ‘ [naam 6] ’ ten minste nog een order - onder nummer 4290 - geplaatst.70 Als e-mail adres heeft ‘ [naam 6] ’ bij deze order opgegeven: “ [e-mail adres 1] [e-mail adres 1] [e-mail adres 1] ”.71

Deze order 4290 is door ‘ [naam 6] ’ bij e-mail van vrijdag 9 augustus 2013 geannuleerd, omdat hij het e-mailadres “ [e-mail adres 1] [e-mail adres 1] [e-mail adres 1] ” kwijt was (de rechtbank begrijpt: kennelijk vanwege een eerdere verschrijving in het e-mail adres) en omdat hij de order wilde uitbreiden. In deze e-mail heeft ‘ [naam 6] ’ zijn e-mail adres gewijzigd in: “ [e-mail adres 2] ”.72

Gekoppeld aan het e-mailadres “ [e-mail adres 2] ” bevindt zich in de administratie van [naam 5] een registratie op naam van verdachte “ [verdachte] ”. In die registratie wordt tevens vermeld als adres: [adres] te Barneveld, en als telefoonnummer: “ [nummer 2] ”.73 De rechtbank constateert dat genoemd adres het adres van verdachte betreft. Het genoemde telefoonnummer is gebruikt in twee telefoontoestellen die door verdachte [verdachte] zijn gebruikt, en waarmee meermalen telefonisch contact is geweest met telefoon-nummers van [naam 1] in Bulgarije, te weten op 26 juni 2013, 28 juni 2013 en 9 augustus 2013.74

Tot slot betrekt de rechtbank bij het voorgaande dat op 2 februari 2014 in een door verdachte bestuurde auto een laptop HP Compaq 6701B is aangetroffen. Van deze laptop kon de inhoud worden onderzocht omdat het wachtwoord voor deze laptop “ [naam 14] ” bij de politie bekend was geraakt door afgeluisterde telefoongesprekken.75 Verdachte is degene die dit wachtwoord heeft genoemd in een afgeluisterd telefoongesprek d.d. 1 december 2013 met vermoedelijk [naam 15]76 en in een afgeluisterd telefoongesprek d.d. 1 december 2013 met vermoedelijk [naam 16] .77

De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat deze laptop - ten minste - in gebruik was bij verdachte [verdachte] .

Tijdens het onderzoek van de in deze laptop opgeslagen bestanden bleek dat in een openstaande TOR-browser een tabblad 1 zichtbaar was met het e-mail adres: “ [e-mail adres 2] ”. Een tabblad 2 vertoonde een webpagina “ [naam 17] ”, zijnde de webshop van [naam 1] in Bulgarije.78 Voorts is in deze laptop een document met bestandsnaam “bg.txt.” aangetroffen, in welk document wordt verwezen naar een betaling d.d. 29 augustus 2013 voor “order 4338”.79

De rechtbank komt op grond van het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, tot de conclusie dat het verdachte [verdachte] was die onder de naam “ [naam 6] ” zaken heeft gedaan met [naam 1] /EOOD.

Uit een verslag d.d. 8 augustus 2014 opgesteld door hoofdagent [naam 27] , Klasse II, komt naar voren:

“(…) Op 01-08-2013 is vanaf e-mail: [e-mail adres 1] , bestelling nr. 4290 geplaatst door [naam 6] , adres: [adres 4] , [woonplaats 1] , Nederland, telefoon [nummer 3] . Het betreft een bestelling van gaspistolen: 1 stuks Ekol Botan, 1 stuks Ekol Volga Shiny Chrome Gold en 2 stuks Zoraki M906 Chrome.(…)”80

Uit de factuur 4338 d.d. 11 augustus 2013 en factuur 4290 d.d. 1 augustus 2013 komt naar voren dat de bestelling dient te worden verstuurd naar [naam 6] waarbij het afleveradres [adres 4] te Barneveld is.81

De geleverde bestellingen

Gelet op de hiervoor aangehaalde processen-verbaal betreffende leveringen in Nederland concludeert de rechtbank dat door [naam 1] drie bestellingen naar Nederland zijn gestuurd. De bestellingen van 3 september 2013 en 7 november 2013 zijn naar het adres [adres 4] te Barneveld gestuurd. Op 9 september 2013 en op 13 november 2013 zijn deze bestellingen bezorgd op de [adres 4] te Barneveld. ten tijde van de levering van de bestellingen vanuit Bulgarije stond [naam 20] ingeschreven op het adres [adres 4] te Barneveld.82

[naam 20] heeft verklaard dat zij verdachte haar huis toe vertrouwde. Soms kwamen ze, [naam 9] , [namen] , dagelijks. [naam 9] heeft lange haren, is klein en dun. Tijdens de fotoconfrontatie wijst [naam 20] verdachte aan als de persoon die ze als [naam 9] kent. Verdachte heeft af en toe de sleutel van de woning van [naam 20] aan de [adres 4] te Barneveld gehad.83

Uit de hiervoor aangehaalde processenverbaal komt de naam [naam 18] naar voren als de mogelijke besteller.

[naam 18] heeft verklaard dat hij een jongen heeft leren kennen in [naam 21] . Hij heet [verdachte] en is van Turkse komaf. [verdachte] heeft twee keer, met de toestemming van [naam 18] , geld op de bankrekening van [naam 18] gestort. [verdachte] heeft via het internetbankieren van [naam 18] het geld ergens naartoe gestuurd. Vanaf oktober 2013 heeft [verdachte] twee keer gebruik gemaakt van internetbankieren van [naam 18] . [verdachte] heeft foto’s van wapens/pistolen op zijn mobiele telefoon en zijn laptop aan [naam 18] getoond. Tijdens de fotoconfrontatie heeft [naam 18] verdachte aangewezen als de persoon die [verdachte] is.84

Uit het hiervoor genoemde onderzoek naar de bestanden in de laptop, welke onder verdachte in beslag is genomen, is een organogram naar voren gekomen. Daarin staat het volgende beschreven:

‘(…)

Persoonsprofiel: [verdachte] / [naam 6] / [naam 22]

Beroepsprofiel: Controleur Organisator

Persoonsprofiel: [naam 20] / [naam 23]

Beroepsprofiel: Afleveradres B

Persoonsprofiel [naam 18] / Joe Antivirus

Beroepsprofiel: Bank Boekier (…)’85

[medeverdachte 8] heeft bij de politie verklaard dat hij verdachte kent van [naam 21] . Verdachte vertelde hem dat hij een wapenhandelaar was. Rond oud en nieuw van 2013 heeft [medeverdachte 8] heeft zijn bankrekening beschikbaar gesteld aan verdachte. [medeverdachte 8] heeft ook voor een adres gezorgd waar verdachte waar spullen kon laten afleveren. Verdachte heeft op de bankrekening van [medeverdachte 8] geld gestort. In de [naam 24] in Amersfoort heeft [medeverdachte 8] vervolgens op de laptop van verdachte ingelogd bij de [naam 25] en heeft verdachte geld overgemaakt. [medeverdachte 8] heeft op een later moment ingelogd op zijn account van de [naam 25] en zag dat het bedrag van € 1165,- was gestort op een rekening in Bulgarije van [naam 1] Het pakketje is afgeleverd op het woonadres van [naam 19] . Op de dag van de levering was [medeverdachte 8] in de woning van [naam 19] . Het pakketje werd door verdachte geopend en [medeverdachte 8] zag dat er zwarte koffertjes inzaten.86

[medeverdachte 9] heeft verklaard dat hij [naam 9] in de eerste week van januari 2014 weer ontmoette. [naam 9] was op zoek naar een bankrekening en een adresje voor zijn handel. [medeverdachte 9] heeft toen het adres van [naam 19] geregeld in Amersfoort [medeverdachte 9] weet dat [naam 9] de bankrekening van zijn broer [medeverdachte 8] heeft gebruikt om geld op te storten en een betaling van die rekening te doen. Hij weet niet hoe het is gegaan maar [naam 9] had een laptop bij zich. Van [medeverdachte 8] heeft hij gehoord dat in het eerste pakket dat geleverd werd wapens hadden gezeten. 87

De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat het adres van [naam 20] als afleveradres is gebruikt. Dit wordt ook ondersteund door hetgeen in de organogram is opgenomen, dat het beroepsprofiel bij [naam 20] , Afleveradres B is. Volgens komt uit de administratie van [naam 1] naar voren dat er twee bestellingen vanuit Bulgarije naar het adres [naam 20] zijn gestuurd. Door middel van de administratie van [naam 1] wordt vervolgens een verband gelegd met [naam 18] . [naam 18] bevestigt dat verdachte tweemaal gebruik heeft gemaakt van zijn bankrekening. Ook dit wordt bevestigd door de gegevens uit de organigram. De bestelling bij [naam 1] , waar [naam 18] mee in verband wordt gebracht, worden afgeleverd op het adres [adres 4] te Barneveld. De bestellingen zijn gedaan onder de naam [naam 6] . Al eerder heeft de rechtbank vastgesteld dat verdachte de persoon is die de naam [naam 6] heeft gebruikt.

Ten slotte stelt de rechtbank vast dat de derde levering naar het adres [adres 3]
[adres 3] is gestuurd, welke bestelling wordt gekoppeld aan [medeverdachte 8] . Dit blijkt niet alleen uit de administratie van [naam 1] , maar wordt ook bevestigd door de verklaringen van [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] . Zowel [medeverdachte 9] als [medeverdachte 8] verklaren dat door verdachte geld is gestort op de rekening van [medeverdachte 8] . Vervolgens heeft [medeverdachte 8] bevestigd dat er geld is overgemaakt op een rekening in Bulgarije van [naam 1] en dat het pakketje is gestuurd naar het adres van [naam 19] . Dit wordt ook bevestigd door de administratie van [naam 1]


Van de bovengenoemde bestellingen zijn wapens aangetroffen bij de medeverdachten [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] , zoals besproken onder feit 1.

Bij [medeverdachte 4] is een Ekol Tuna 8m, nummer ET 1260678 aangetroffen, bij [medeverdachte 5] een Bruni Gap 9m, nummer 44862 en bij [medeverdachte 3] is de Ekol Jackal Dual Compact 9m, nummer EJC 1390061. [medeverdachte 4] heeft hierover verklaard dat hij het wapen van [naam 9] heeft gekocht. Tijdens de fotoconfrontatie heeft hij verdachte aangewezen als de persoon waarvan hij het wapen heeft gekocht. [medeverdachte 5] heeft bekend dat hij een wapen heeft gekocht van [naam 9] en wijst verdachte aan als de persoon waarvan hij het wapen heeft gekocht. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat het één van de wapens is die hij voor verdachte onder zich moest houden.

Gelet op het voorgaande in onderling samenhang bezien acht de rechtbank bewezen dat er bij [naam 1] drie bestellingen zijn gedaan en dat deze bestellingen van Bulgarije naar Nederland zijn gestuurd. De bestellingen zijn door verdachte gedaan en verdachte heeft er dan ook voor gezorgd dat de in de tenlastelegging genoemde wapens - zonder consent - Nederland zijn ingevoerd. Verdachte is daarbij onder andere geholpen door [naam 20] , [naam 18] en [medeverdachte 8] .

Gewoonte maken

Nu er sprake is van het doen invoeren van een behoorlijke hoeveelheid wapens, is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt. Deze - kennelijk als bezwarend bedoelde - omstandigheid is echter niet strafbaar gesteld en kan niet als zodanig worden gekwalificeerd.

3 Bewezenverklaring

Op grond van het vorenstaande, in onderling verband en samenhang beschouwd, heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte de feiten, zoals ten laste gelegd onder feit 1 en feit 2, heeft gepleegd zoals hierna in de bewezenverklaring vermeld.

Ten aanzien van de schrijfwijze in onderstaande bewezenverklaring overweegt de rechtbank dat in de verschillende processen-verbaal in het [naam 2] -dossier de aanduidingen "gaspistool" en "gasalarmpistool" door elkaar worden gebruikt. De aanduiding "gaspistool" is evenwel niet een wettelijke term, terwijl "alarmpistool" dat wel is. Hierboven op pagina 12 onder het kopje “Verboden wapens?” is de rechtbank reeds ingegaan op het proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 april 2015 waaruit de rechtbank heeft geconcludeerd dat de desbetreffende onderzochte wapens kunnen worden aangemerkt als "alarmpistool", zijnde een wapen van categorie III, voorzover de sper niet is verwijderd.

Om die redenen zal de rechtbank hierna telkens de schrijfwijze "gas-/alarmpistool" hanteren.

1.

hij in of omstreeks de periode van mei 2013 t/m 3 juni 2014 te Barneveld en/of te Utrecht en/of te Voorthuizen en/of te Amersfoort en/of te Hilversum en/of te Amsterdam en/of te Uden en/of te Nijmegen en/of te Arnhem en/of te Leusden en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) één of meerdere wapens van categorie II en categorie III en/of onderdelen van wapens van categorie III en/of munitie van categorie II en/of III heeft overgedragen, te weten:

-aan [medeverdachte 1] in de periode van mei 2013 t/m juni 2013 te Uden en/of te Nijmegen een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol Tuna, serienr. ET-12121512, welk wapen is omgebouwd en geschikt is gemaakt om scherpe patronen af te schieten, doordat de sper in de loop is verwijderd;

-aan [medeverdachte 3] in de periode van november 2013 t/m 9 april 2014 te Barneveld:

-een gas- / alarmpistool van het merk EKOL, type Jackal Dual, kaliber 9 mm,

serienr. EJC-1390061, welk wapen is omgebouwd en geschikt is gemaakt om

scherpe patronen af te schieten, doordat de sper in de loop is verwijderd

-een gas- / alarmpistool van het merk EKOL, type Jackal Dual, kaliber 9 mm,

serienr. EJ-13120162, welk wapen is omgebouwd en geschikt is gemaakt om

scherpe patronen af te schieten, doordat de sper in de loop is verwijderd

-een slede bedoeld en bestemd voor een gaswapen en voorzien van het merk

EKOL Firat Magnum, kaliber 9 mm,

-een loop/kastgroep en een patronenmagazijn bedoeld en bestemd voor een

gaswapen van het merk EKOL, voorzien van het serienummer EF-13120025

-3 stuks munitie, type kogelpatroon, kaliber 9 mm van het merk Walther

-3 stuks munitie, type knalpatroon, kaliber 9 mm van het merk Walther

-1 stuk munitie, type volmantel 9 mm kort (.380), van een onbekend merk

-3 stuks munitie, type knalpatroon, 8 mm van het merk Walther

-37 stuks munitie (patronen), type knalpatroon, 9 mm van het merk Umarex,

voorzien van een originele groene kap

-24 stuks munitie (patronen), type knalpatroon, 9 mm van het merk Walther,

voorzien van een originele groene kap

-25 stuks munitie (patronen), type knalpatroon, 8 mm van het merk Walther,

voorzien van een originele groene kap

-10 stuks munitie (patronen), type patroon, 9 mm van het merk Walther, met

daarin een projectiel

-10 stuks munitie (patronen), type volmantel patroon, 380 (9 mm kort) van

het merk COC

-4 stuks munitie (patronen), type knalpatroon, 9 mm van het merk Walther,

met daarin een projectiel

-4 stuks munitie (patronen), type knalpatroon, 9 mm van het merk Umarex, met

daarin een projectiel

-6 stuks munitie, type kogelpatroon, kaliber 9 mm en van het merk Walther;

-aan [medeverdachte 4] in de periode van augustus 2013 t/m september 2013 te Barneveld een gas- / alarmpistool van het merk EKOL Tuna, kaliber 6.35 mm serienr. ET-12 160678, welk wapen is omgebouwd en geschikt is gemaakt om scherpe patronen af te schieten

-aan [medeverdachte 5] in de periode van 19 januari2014 t/m 23 februari 2014 een gas- / alarmpistool van het merk BBM, model GAP, kaliber 9 mm, PAK, welk wapen is omgebouwd en geschikt is gemaakt om scherpe patronen af te schieten, doordat de sper in de loop is verwijderd

-aan [medeverdachte 6] in de periode van januari 2014 t/m maart 2014 te Hilversum een tweetal gas- en alarmpistolen, waaronder een gas-/ alarmpistool van het merk Zoraki, type 918, kaliber 9 mm PAK., serienr. 1213-033267, welk wapen is omgebouwd en geschikt is gemaakt om scherpe patronen af te schieten, doordat de sper in de loop is verwijderd;

en (aldus) van het in strijd met de wet overdragen van wapens en/of onderdelen van wapens en/of munitie een beroep of gewoonte heeft gemaakt.

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van mei 2013 t/m 3 juni 2014 te Barneveld en/of te Amersfoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, zonder consent (telkens) een of meerdere wapen(s) en/of munitie van categorie II en/of III, vanuit Bulgarije, Nederland heeft doen binnenkomen, te weten:

in de periode van september 2013 te Barneveld:

-een gas- / alarmpistool van het merk Zoraki M906 9 m serienr. 025673

-een gas-/ alarmpistool van het merk Zoraki M906 9 m serienr. 025672

-een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol P29 9 m serienr. 1340823

-een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol Tuna 8 m serienr. ET 1260677

-een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol Tuna 8 m serienr. ET 1260678

-een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol Tuna 8 m serienr. ET 1260679

-een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol Tuna 8 m serienr. ET 1260676

-een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol Tuna 8 m serienr. ET 1260680

-een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol F92 Firat magnum 9mm 1340842

-een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol F92 Firat magnum 9mm 12127257

-een gas-/ alarmpistool van het merk Bruni Gap 9m serienr. 44862

-een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol Special 99 9m serienr. 1260973

in de periode van november 2013 te Barneveld:

-een gas-/ alarmpistool van het merk Zoraki M906 9 m serienr. 0513030091

-een gas-/ alarmpistool van het merk Zoraki M906 9 m serienr. 0513030092

-een gas-/ alarmpistool van het merk Zoraki M906 9 m serienr. 0513029756

-een gas-/ alarmpistool van het merk Zoraki M906 9 m serienr. 0513030235

-een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol Jackal Dual Compact 9m EJC 1390062

-een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol Jackal Dual Compact 9m EJC 1390061

in de periode van eind december 2013 t/m medio januari 2014 te Amersfoort:

-een gas-/ alarmpistool van het merk Zoraki 918 9m serienr. 1113033266

-een gas-/ alarmpistool van het merk Zoraki 918 9m serienr. 1113033267

-een gas-/ alarmpistool van het merk Zoraki M2906 9m serienr. 0413029617

-een gas-/ alarmpistool van het merk Zoraki M2906 9m serienr. 0413029602

-een gas-/ alarmpistool van het merk Zoraki 917 9m serienr. 051317626

-een gas-/ alarmpistool van het merk Zoraki 917 9m serienr. 051317625

-een gas-/ alarmpistool van het merk Zoraki 917 9m serienr. 111332441

-een gas-/ alarmpistool van het merk Zoraki 917 9m serienr. 111332440

-een gas-/ alarmpistool van het merk Zoraki M906 917 9m serienr. 0413028697

-een gas-/ alarmpistool van het merk Zoraki M906 917 9m serienr. 0413029715

-een gas-/ alarmpistool van het merk Zoraki 917 9m serienr. 111332292

-een gas-/ alarmpistool van het merk Zoraki 917 9m serienr. 111332313

-een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol Botan 9m serienr. EBT 13120183

-een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol Botan 9m serienr. EBT 13120169

-een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol Botan 9m serienr. EBT 13120171

-een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol Botan 9m serienr. EBT 13120182

-een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol Botan 9m serienr. EBT 13120185

-een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol 92 jackal Dual magnum EJ 13120161

-een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol 92 jackal Dual magnum EJ 13120162

-een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol F92 Firat magnum 9mm EP 13120025

-een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol F92 Firat magnum 9mm EF 13120027

-een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol Tuna 8 m serienr. ET 1260683

-een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol Tuna 8 m serienr. ET 1260682

-een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol Tuna 8 m serienr. ET 1260688

-een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol Tuna 8 m serienr. ET 1260689

-een gas-/ alarmpistool van het merk Ekol Tuna 8 m serienr. ET 13120412

-een gas-/ alarmpistool van het merk Zoraki M906 9 m serienr. 1213034291

-een gas-/ alarmpistool van het merk Zoraki M906 9 m serienr. 1213034333

en (aldus) van het in strijd met de wet doen binnenkomen van wapens een gewoonte heeft gemaakt.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

(ten aanzien van het wapen onder categorie II)

handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit wordt begaan met betrekking tot een wapen van categorie II

en

(ten aanzien van de wapens onder categorie III)

handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit wordt begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd

en

(ten aanzien van de munitie)

handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

en

terwijl hij van verhandelen van wapens en munitie een beroep of gewoonte heeft gemaakt

Ten aanzien van feit 2:

handelen in strijd met artikel 14, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verwijst naar het rapport van [naam 26] , d.d. 21 maart 2013. Het psychologisch onderzoek heeft kort voor de tenlastegelegde feiten plaatsgevonden. Tot een adequate behandeling van de geconstateerde stoornis van verdachte was het nog niet gekomen. Om die reden was de destijds vastgestelde stoornis nog steeds aanwezig ten tijde van de ten laste gelegde feiten. Er moet daarom ervan worden uitgegaan dat verdachte al die tijd heeft geleden aan een stoornis, zodat verdachte ten aanzien van deze feiten verminderd toerekeningsvatbaar was.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 14 augustus 2015;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 8 september 2015.

Verdachte heeft door zijn handelen een grote hoeveelheid wapens, alsmede munitie, in de Nederlandse samenleving in omloop gebracht. Een groot deel van de geïmporteerde wapens is niet terug gevonden, zodat het ervoor moet worden gehouden dat deze wapens zich in het illegale circuit bevinden. Daarmee heeft verdachte in ernstige mate bijgedragen aan het verboden wapenbezit in Nederland. Het gevolg hiervan is dat de Nederlandse samenleving onveiliger is geworden. Dit kan een ieder, ook volstrekt onschuldigen, binnen en buiten de Nederlandse landsgrenzen treffen, zoals spraakmakende schietincidenten in binnen- en buitenland helaas hebben getoond. Dit neemt de rechtbank verdachte in hoge mate kwalijk.

Ook neemt de rechtbank het verdachte uiterst kwalijk dat hij binnen (zeer) korte tijd na zijn veroordeling wegens overtreding van de wapenwetgeving, gewoon is doorgegaan met verglijkbaar strafbaar gedrag.

Op dergelijke feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

De rechtbank veroordeelt verdachte wegens minder strafbare feiten dan die waarop de officier van justitie zijn eis heeft gebaseerd. .Om die reden zal de rechtbank een lagere straf opleggen dan gevorderd.

7a. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling

De verdediging heeft verzocht om de vordering na voorwaardelijke veroordeling af te wijzen, nu de proeftijd pas is gaan lopen vanaf 15 juni 2015, het tijdstip waarop verdachte het hoger beroep tegen het betreffende vonnis heeft ingetrokken.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat, ondanks dat de proeftijd pas is gaan lopen na intrekking van het ingestelde hoger beroep, geen beletstel is voor het toewijzen van de vordering na voorwaardelijke veroordeling.

De rechtbank overweegt allereerst dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd opnieuw heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten. Verdachte was blijkens het tijdig instellen van hoger beroep tegen de veroordeling van 1 mei 2013 op de hoogte van de hem opgelegde voorwaarden, waaronder de voorwaarde dat hij geen strafbare feiten mocht plegen. Het kan naar het oordeel van de rechtbank niet zo zijn dat door het instellen van hoger beroep en vervolgens dat hoger beroep weer in te trekken, een veroordeelde zelfstandig kan bepalen dat - en hoe lang - hem opgelegde voorwaarden niet van kracht zijn. Nu de voorwaarde als bedoeld in artikel 14c, eerste lid onder a, Wetboek van Strafrecht door verdachte niet is nageleefd en hem ook formeel de mededeling van artikel 366a Wetboek van Strafvorering op (kennelijk) 16 juni 2015 is betekend, dient verdachte de bij vonnis van rechtbank te Gelderland van 1 mei 2013 (05/901263-12) voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf alsnog te ondergaan.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14d, 27, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht e de artikelen 2, 14, 31, 55, 56 van de Wet Wapens en Munitie.

9 De beslissing

De rechtbank:

 Verklaart de dagvaarding, zoals omschreven onder punt 2a, partieel nietig.

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

- een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;

- beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

de beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

- gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van rechtbank te Gelderland van 1 mei 2013, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 135 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Quak (voorzitter), mr. N.K. van den Dungen-Dijkstra

en mr. M.C. Gerritsen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Verhagen, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 oktober 2015.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 3] van de politie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0700 2013069174onderzoek [naam 2] , gesloten op 10 februari 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal vuurwapen/munitie [medeverdachte 1] , d.d. 28 april 2014, p. 146, van persoonsdossier [verdachte] , alsmede het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, d.d. 1 juli 2014, p. 6, onder het kopje, omschrijving voorwerp 18,bij e-mail d.d.30 april 2015 aanvullend ontvangen)

3 Het proces-verbaal van binnentreden woning, d.d. 11 april 2014, p. 89 en 90, van persoonsdossier [medeverdachte 3] .

4 Het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, d.d. 1 juli 2014, p. 2, onder het kopje, omschrijving voor werp 7 en p. 3 eerste alinea. (pag. 70 t/m 76, met bijlagen, persoonsdossier [medeverdachte 1] ; tevens aanvullend ontvangen)

5 Het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, d.d. 1 juli 2014, p. 4, onder het kopje, omschrijving voorwerp 12. (pag. 70 t/m 76, met bijlagen, persoonsdossier [medeverdachte 1] ; tevens aanvullend ontvangen)

6 Het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, d.d. 1 juli 2014, p. 3, onder het kopje, omschrijving voorwerp 9. (pag. 70 t/m 76, met bijlagen, persoonsdossier [medeverdachte 1] ; tevens aanvullend ontvangen)

7 Het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, d.d. 1 juli 2014, p. 4, onder het kopje, omschrijving voorwerp 11. (pag. 70 t/m 76, met bijlagen, persoonsdossier [medeverdachte 1] ; tevens aanvullend ontvangen)

8 Het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, d.d. 1 juli 2014, p. 2, onder het kopje, omschrijving voorwerp 6. (pag. 70 t/m 76, met bijlagen, persoonsdossier [medeverdachte 1] ; tevens aanvullend ontvangen)

9 Het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, d.d. 1 juli 2014, p. 2, onder het kopje, omschrijving voorwerp 6. (pag. 70 t/m 76, met bijlagen, persoonsdossier [medeverdachte 1] ; tevens aanvullend ontvangen)

10 Het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, d.d. 1 juli 2014, p. 2, onder het kopje, omschrijving voorwerp 6. (pag. 70 t/m 76, met bijlagen, persoonsdossier [medeverdachte 1] ; tevens aanvullend ontvangen)

11 Het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, d.d. 1 juli 2014, p. 2, onder het kopje, omschrijving voorwerp 6. (pag. 70 t/m 76, met bijlagen, persoonsdossier [medeverdachte 1] ; tevens aanvullend ontvangen)

12 Het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, d.d. 1 juli 2014, p. 3, onder het kopje, omschrijving voorwerp 10 en p. 4 eerste alinea. (pag. 70 t/m 76, met bijlagen, persoonsdossier [medeverdachte 1] ; tevens aanvullend ontvangen)

13 Het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, d.d. 1 juli 2014, p. 3, onder het kopje, omschrijving voorwerp 10 en p. 4 eerste alinea. (pag. 70 t/m 76, met bijlagen, persoonsdossier [medeverdachte 1] ; tevens aanvullend ontvangen)

14 Het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, d.d. 1 juli 2014, p. 3, onder het kopje, omschrijving voorwerp 10 en p. 4 eerste alinea. (pag. 70 t/m 76, met bijlagen, persoonsdossier [medeverdachte 1] ; tevens aanvullend ontvangen)

15 Het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, d.d. 1 juli 2014, p. 3, onder het kopje, omschrijving voorwerp 10 en p. 4 eerste alinea. (pag. 70 t/m 76, met bijlagen, persoonsdossier [medeverdachte 1] ; tevens aanvullend ontvangen)

16 Het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, d.d. 1 juli 2014, p. 3, onder het kopje, omschrijving voorwerp 10 en p. 4 eerste alinea. (pag. 70 t/m 76, met bijlagen, persoonsdossier [medeverdachte 1] ; tevens aanvullend ontvangen)

17 Het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, d.d. 1 juli 2014, p. 3, onder het kopje, omschrijving voorwerp 10 en p. 4 eerste alinea. (pag. 70 t/m 76, met bijlagen, persoonsdossier [medeverdachte 1] ; tevens aanvullend ontvangen)

18 Het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, d.d. 1 juli 2014, p. 3, onder het kopje, omschrijving voorwerp 10 en p. 4 eerste alinea. (pag. 70 t/m 76, met bijlagen, persoonsdossier [medeverdachte 1] ; tevens aanvullend ontvangen)

19 Het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, d.d. 1 juli 2014, p. 4, onder het kopje, omschrijving voorwerp 13. (pag. 70 t/m 76, met bijlagen, persoonsdossier [medeverdachte 1] ; tevens aanvullend ontvangen)

20 Het proces-verbaal van aanhouding van [medeverdachte 7] , d.d. 1 februari 2014, p. 50 t/m 52, van persoonsdossier [medeverdachte 4] , de kennisgeving van inbeslagneming, d.d. 1 februari 2014, p. 44 en 45, van persoonsdossier [medeverdachte 4] en het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, d.d. 18 maart 2014, p. 56 en 57, van persoonsdossier [medeverdachte 4] .

21 Het proces-verbaal pistool [medeverdachte 5] , d.d. 17 juni 2014, p. 161, van persoonsdossier [medeverdachte 5] alsmede het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 23 februari 2014, p. 88 en 89, van persoonsdossier [medeverdachte 5] .

22 Het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, d.d. 8 juli 2014, p. 162 en 162, van persoonsdossier [medeverdachte 5] .

23 Het proces-verbaal bevindingen van aantreffen wapen [medeverdachte 6] , d.d. 2 juli 2014, p. 35, van persoonsdossier [medeverdachte 6] , de kennisgeving van inbeslagneming, d.d. 26 juni 2014, p. 3, van persoonsdossier [medeverdachte 6] en het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, d.d. 15 juli 2014, p. 51 en 52, van persoonsdossier [medeverdachte 6] .

24 Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , d.d. 21 mei 2014, p. 920, vijfde en achtste alinea en p. 921 vijfde alinea, van persoonsdossier [verdachte] .

25 Het proces-verbaal vuurwapen/munitie [medeverdachte 1] , d.d. 28 april 2014, p. 148, vierde alinea, van persoonsdossier [verdachte] in combinatie met het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris d.d. 18 februari 2015 en de kopie van de fotomap op pag. 703 uit het voorgeleidingsproces-verbaal.

26 Proces-verbaal serienummers vuurwapens d.d. 29 april 2014, pag. 57 en pag. 59 (foto), persoonsdossier [medeverdachte 1] .

27 Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] , d.d. 10 april 2014, pag. 873 e.v., persoonsdossier [verdachte] .

28 Proces-verbaal van bevindingen d.d.15 september 2013, pag. 25, persoonsdossier [medeverdachte 1]

29 Schriftelijk bescheid inhoudende de weergave van ‘SMS Messages’, pag. 27 midden en onderaan, persoonsdossier [medeverdachte 1] .

30 Schriftelijk bescheid inhoudende de weergave van ‘SMS Messages’, pag. 28 midden, persoonsdossier [medeverdachte 1] alsmede het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , d.d. 5 juni 2014, p. 127, tweede alinea, inclusief bijlage B, p. 132, van persoonsdossier [verdachte] .

31 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 3] , d.d. 10 april 2014, p. 873, derde alinea, van persoonsdossier [verdachte] .

32 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 3] , d.d. 10 april 2014, p. 873, zevende en achtste alinea, van persoonsdossier [verdachte] .

33 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 3] , d.d. 10 april 2014, p. 874, tweede en vierde alinea, van persoonsdossier [verdachte] .

34 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] , d.d. 10 april 2014, p. 874, laatste alinea en p. 875 eerste, tweede en zevende alinea, van persoonsdossier [verdachte] .

35 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] , d.d. 10 april 2014, p. 877, negende alinea.

36 Een schriftelijk bescheid, te weten een tapgesprek tussen [verdachte] Jessy, d.d. 21 maart 2014, p. 584 .

37 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] , d.d. 30 juli 2014, p. 155, eerste twee regels van de vijfde alinea, van persoonsdossier [medeverdachte 4] .

38 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] , d.d. 29 juli 2014, p. 131, negende alinea, van persoonsdossier [medeverdachte 4] .

39 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] , d.d. 30 juli 2014, p. 155, vijfde, zesde en zevende alinea, van het persoonsdossier [medeverdachte 4] .

40 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] , d.d. 30 juli 2014, p. 156, derde alinea, van persoonsdossier [medeverdachte 4] .

41 Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 7] , d.d. 1 februari 2014, p. 84, vijfde alinea, alsmede het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] , d.d. 22 juli 2014, p. p. 86 en 87, van persoonsdossier [medeverdachte 4] .

42 Het proces-verbaal van verhoor bij het kabinet rechter-commissaris, d.d. 24 maart 2015, p. 2.

43 Het proces-verbaal van bevindingen zending Bulgarije- [adres 4] Barneveld, d.d. 24 september 2014, p. 818, van persoonsdossier [verdachte] .

44 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 september 2015.

45 Het proces-verbaal van verhoor verdachte C. [naam 10] , d.d. 19 november 2014, p. 199, laatste vier regels en p. 200, van persoonsdossier [medeverdachte 5] .

46 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 5] , d.d. 12 juni 2014, p. 242, achtste alinea, van persoonsdossier [medeverdachte 5] .

47 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 5] , d.d. 12 juni 2014, p. 260, 6de alinea van persoonsdossier [medeverdachte 5]

48 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 5] , d.d. 12 juni 2014, p. 261, eerste alinea, van persoonsdossier [medeverdachte 5] .

49 Het proces-verbaal bevindingen van aantreffen wapen [medeverdachte 6] , d.d. 2 juli 2014, p. 922, derde alinea en p. 923, eerste en tweede alinea, van persoonsdossier [verdachte] .

50 Het proces-verbaal bevindingen van aantreffen wapen [medeverdachte 6] , d.d. 2 juli 2014, p. 923, achtste, negende en tiende alinea, van persoonsdossier [verdachte] .

51 Fotoblad, o.a. op pag. 206 van persoonsdossier [medeverdachte 2]

52 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 september 2014, pag. 839, midden en eerstgenoemde wapen in schema, met opmerking dat kennelijk een schrijffout in het serienummer is geslopen: 1113 033267.

53 Vertaalde factuur 4338 d.d. 11 augustus 2013, pag. 27-28 dossier rechtshulpverzoek, vertaald proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 11 juli 2014, (handmatig genummerd) pag. 20B in het dossier rechtshulpverzoek, alsmede vertaald proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 15 juli 2014, pag. ‘22-26’ in het dossier rechtshulpverzoek.

54 Vertaald “verificatie” verslag d.d. 5 augustus 2014, door hoofdagent klasse II [naam 27] , pag. 182-185, dossier rechtshulpverzoek (in het bijzonder de laatste pagina)

55 Vertaalde factuur 4290 d.d. 1 augustus 2013, pag. ‘189-190’, dossier rechtshulpverzoek

56 Kopie e-mailbericht, pag. 108 dossier rechtshulpverzoek, alsmede vertaling van e-mailbericht, pag. 188 dossier rechtshulpverzoek

57 Vertaling van registratieformulier, pag. 187 dossier rechtshulpverzoek

58 Proces-verbaal “Telefonisch contact [naam 1] ” d.d. 22 januari 2014, pag. 51 persoonsdossier [naam 18] .

59 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 februari 2014, pag. 448-449 persoonsdossier [verdachte] .

60 Verslag tapgesprek, pag. 469 persoonsdossier [verdachte]

61 Verslag tapgesprek, pag. 469-470 persoonsdossier [verdachte]

62 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 februari 2014, pag. 450 en 451 boven, persoonsdossier [verdachte] .

63 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 februari 2014, pag. 451 midden persoonsdossier [verdachte] .

64 Het proces-verbaal van bevindingen zending Bulgarije- [adres 4] Barneveld, d.d. 24 september 2014, p. 818, van persoonsdossier [verdachte] .

65 Het proces-verbaal van bevindingen gegevens [naam 28] , d.d. 24 januari 2014, p. 375, onder het kopje pakket 2, van persoonsdossier [verdachte] .

66 Het proces-verbaal van bevindingen gegevens [naam 28] , d.d. 24 januari 2014, p. 375, onder het kopje pakket 1, van persoonsdossier [verdachte] .

67 Het proces-verbaal van bevindingen zending Bulgarije-Amersfoort, d.d. 23 september 2014, p. 839 en p. 840, van persoonsdossier [verdachte] .

68 Het proces-verbaal van bevindingen zending Bulgarije-Amersfoort, d.d. 23 september 2014, p. 840, halverwege de pagina, van persoonsdossier [verdachte] .

69 Vertaalde factuur 4338 d.d. 11 augustus 2013, pag. 27-28 dossier rechtshulpverzoek, vertaald proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 11 juli 2014, (handmatig genummerd) pag. 20B in het dossier rechtshulpverzoek, vertaald proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 15 juli 2014, pag. ‘22-26’ in het dossier rechtshulpverzoek, alsmede het proces-verbaal van getuigenverhoor [getuige 1] , d.d. 11 juli 2014, p. 20B, van het rechtshulpdossier 1.

70 Vertaald “verificatie” verslag d.d. 5 augustus 2014, door hoofdagent klasse II [naam 27] , pag. 182-185, dossier rechtshulpverzoek (in het bijzonder de laatste pagina)

71 Vertaalde factuur 4290 d.d. 1 augustus 2013, pag. ‘189-190’, dossier rechtshulpverzoek

72 Kopie e-mailbericht, pag. 108 dossier rechtshulpverzoek, alsmede vertaling van e-mailbericht, pag. 188 dossier rechtshulpverzoek

73 Vertaling van registratieformulier, pag. 187 dossier rechtshulpverzoek

74 Proces-verbaal “Telefonisch contact [naam 1] ” d.d. 22 januari 2014, pag. 51 persoonsdossier [naam 18]

75 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 februari 2014, pag. 448-449 persoonsdossier [verdachte] .

76 Verslag tapgesprek, pag. 469 persoonsdossier [verdachte]

77 Verslag tapgesprek, pag. 469-470 persoonsdossier [verdachte]

78 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 februari 2014, pag. 450 en 451 boven, persoonsdossier [verdachte] .

79 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 februari 2014, pag. 451 midden persoonsdossier [verdachte] .

80 Vertaald “verificatie” verslag d.d. 5 augustus 2014, door hoofdagent klasse II [naam 27] , pag. 182-185, dossier rechtshulpverzoek (in het bijzonder de laatste pagina)

81 Vertaalde factuur 4338 d.d. 11 augustus 2013, pag. 27-28 dossier rechtshulpverzoek alsmede de vertaalde factuur 4290 d.d. 1 augustus 2013, pag. ‘189-190’, dossier rechtshulpverzoek.

82 Het proces-verbaal van bevindingen gegevens [naam 28] , d.d. 24 januari 2014, p. 375, onder het kopje [adres 4] , 3772 LD Barneveld, van persoonsdossier [verdachte] .

83 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 20] , d.d. 16 april 2014, p. 63, zestiende alinea, het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 20] , d.d. 16 april 2014, p. 67, negende en tiende alinea, p. 68, zesde en twaalfde alinea, alsmede het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 20] , d.d. 17 april 2014, p. 84, van persoonsdossier [naam 20] ..

84 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 18] , d.d. 6 mei 2014, p. 142, eerste en vijfde alinea en p. 143, derde alinea, van persoonsdossier [naam 18] .

85 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 18 februari 2014, p. 530 alsmede een schriftelijk bescheid, te weten het document ‘orgaan’, bijlage C, p. 541.

86 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 8] , d.d. 18 november 2014, p. 542, laatste alinea en p. 543, tweede, derde en vierde alinea, van persoonsdossier [medeverdachte 8] .

87 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 9] , d.d. 17 november 2014 p 323 en 324 persoonsdossier [medeverdachte 8]