Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:6194

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
13-10-2015
Datum publicatie
13-10-2015
Zaaknummer
AWB - 14 _ 7700
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wet omzetbelasting, tabel I, post b.21., renovatie en herstel van woningen. Fonds klein onderhoud woningcorporatie valt onder het verlaagde tarief

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2015/2197
V-N 2015/64.15.14
NTFR 2015/2958 met annotatie van E.H. van den Elsen
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Belastingrecht

zaaknummer: AWB 14/7700

uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 13 oktober 2015

in de zaak tussen

Woonstichting [X] , te [Z] , eiseres

(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Zwolle, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft op 25 april 2013 aangifte gedaan voor de omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2013 tot en met 31 maart 2013. De op aangifte verschuldigde omzetbelasting is op 30 april 2013 voldaan. Eiseres heeft op 13 mei 2013 bezwaar gemaakt tegen de eigen aangifte.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 26 september 2014 het bezwaar ongegrond verklaard.

Eiseres heeft daartegen bij brief van 17 oktober 2014, ontvangen door de rechtbank Midden-Nederland op 20 oktober 2013, beroep ingesteld. De rechtbank Midden-Nederland heeft het beroep doorgestuurd op grond van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht, waarna de rechtbank het beroep heeft ontvangen op 29 oktober 2015.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 september 2015.

Namens eiseres is verschenen [A] , bijgestaan door de gemachtigde. Namens verweerder zijn verschenen mr. [gemachtigde] , mr. [B] en mr. [C] .

Partijen hebben ter zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan de rechtbank en aan elkaar.

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres is een toegelaten instelling in de zin van artikel 70 van de Woningwet en is gevestigd te [Z] . Eiseres verhuurt en beheert ruim 9.000 betaalbare huurwoningen in de provincie Flevoland.

2. Eiseres biedt haar huurders de mogelijkheid deel te nemen aan een servicefonds voor klein onderhoud. Tegen betaling van € 3,30 (inclusief omzetbelasting) per maand neemt eiseres de verplichting op zich om het onderhoud en de reparaties, die krachtens het Burgerlijk Wetboek voor rekening van de huurder komen, uit te voeren.

3. Bij de verdeling van de onderhoudsverantwoordelijkheden houdt eiseres zich aan de richtlijnen zoals die door het Ministerie van VROM zijn gegeven in het Besluit van 8 april 2003 (kleine herstellingen). In dat Besluit zijn de onderhoudswerkzaamheden opgenomen die krachtens het Burgerlijk Wetboek in ieder geval onder de zorgplicht van de huurder vallen. De diensten die zijn benoemd in het Besluit als verantwoordelijkheid voor de huurder vallen in beginsel onder het bereik van het fonds. In een bijlage bij het beroepschrift is een opsomming opgenomen van de tientallen werkzaamheden die onder het servicefonds vallen. Deze opsomming is afkomstig uit het ‘Onderhouds ABC’ van eiseres, dat ook via de website van eiseres kan worden geraadpleegd.

4. Op de bijlage staan naast de voor de hand liggende kleine onderhoudswerkzaamheden onder meer de volgende werkzaamheden vermeld:

  • -

    Dakgoten schoonhouden;

  • -

    Sleutels/ gebroken sleutels;

  • -

    Wespennest

5. Deelname kan ingaan op elk gewenst moment en is per maand opzegbaar. Bij opzegging van het huurcontract eindigt de deelname aan het fonds automatisch. Deelnemende huurders kunnen een reparatieverzoek indienen bij eiseres.

6. Eiseres hanteert de term ‘fonds’, omdat de tariefstelling voor de dienstverlening is gebaseerd op een omslag van de totale kosten die voor de dienstverlening worden gemaakt. De opbrengsten en uitgaven van het fonds zijn op jaarbasis derhalve (nagenoeg) in evenwicht. Het fonds is niet ondergebracht in een afzonderlijke juridische entiteit.

7. Aan het fonds nemen circa 8.400 huurders deel (stand 31 december 2013).

8. Maandelijks incasseert eiseres voor het servicefonds klein onderhoud circa € 23.000 exclusief omzetbelasting. Het aandeel woningen dat jonger is dan 2 jaar bedraagt circa 1,5 %. Rekening houdend met de materiaalcomponent en de correctie voor woningen jonger dan twee jaren is afgerond 74% van de omzet die eiseres met het servicefonds realiseert volgens eiseres belast naar het verlaagde tarief en 26% naar het algemene tarief.

Geschil

9. In geschil is of in de periode van 1 maart 2013 tot en met 31 maart 2013 op de arbeidscomponent van de uitvoering van het klein onderhoud het verlaagde tarief van 6% van toepassing is.

10. Tussen partijen is niet in geschil dat indien het gelijk aan de zijde is van eiseres, zij recht heeft op een vermindering van de op aangifte voldane omzetbelasting met € 2.505.

Beoordeling van het geschil

11. Tussen partijen is niet in geschil dat de diensten die eiseres binnen het kader van het servicefonds jegens een huurder verricht niet opgaan in de dienst, bestaande in de (vrijgestelde) verhuur van de woning. Deze diensten dienen voor de toepassing van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB) afzonderlijk in aanmerking te worden genomen. Nu dit geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, sluit de rechtbank zich hierbij aan.

12. In Tabel I, behorende bij de Wet OB, (hierna: tabel I) zijn goederen en diensten opgenomen die zijn onderworpen aan het verlaagde tarief. Met ingang van 1 maart 2013 luidt tabel I, post b.21. als volgt:

“de renovatie en herstel van woningen na meer dan twee jaren na het tijdstip van eerste ingebruikneming van die woningen, met uitzondering van materialen die een deel vertegenwoordigen van de waarde van deze diensten.”

13. Tabel I, post b.21. is op 1 juli 2015 vervallen.

14. In het Besluit van 28 februari 2013 (nr. BLK/2013/305M, hierna: het Besluit) heeft de Staatssecretaris van Financiën de tabelpost nader toegelicht. In onderdeel 3 van het Besluit is bepaald dat onder renovatie- en herstelwerkzaamheden worden verstaan:

“Het vernieuwen, vergroten, herstellen of vervangen en onderhouden, van (delen van) de woning.”

15. In een bijlage bij het Besluit is een overzicht opgenomen van veel gestelde vragen en antwoorden. In onderdeel 1. is een niet-limitatieve opsomming opgenomen van werkzaamheden waarvan de arbeidskosten onder het verlaagde tarief vallen. Tot deze werkzaamheden behoren, voor zover hier van belang:

“ (…)

  • -

    Het onderhouden (waaronder vegen) van een gevel;

  • -

    (…)”

16. In onderdeel 2. is een niet-limitatieve opsomming opgenomen van werkzaamheden waarvan de arbeidskosten niet onder het verlaagde tarief vallen. Tot deze werkzaamheden behoren, voor zover hier van belang:

“ (…)

  • -

    het bestrijden van ongedierte;

  • -

    het glazenwassen van woningen;

  • -

    (…)”

17. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat het tarief moet worden bepaald op het moment dat de onderhoudsdienst is afgerond. Hij verwijst daarbij naar onderdeel 6 van het Besluit van 28 februari 2013 en de antwoorden op de vragen 2, 10, en 15 in de bijlage bij het Besluit.

18. De rechtbank begrijpt de stelling van verweerder aldus dat het verlaagde tarief niet van toepassing is, omdat niet duidelijk is op welk moment de werkzaamheden, waarvoor de huurders in maart 2013 via het servicefonds hebben betaald, daadwerkelijk worden verricht. De rechtbank verwerpt dit standpunt van verweerder. Vaststaat dat de tariefstelling van het fonds is gebaseerd op een omslag van de totale kosten die in het desbetreffende jaar met deze dienstverlening gemoeid zijn. De (begrote) kosten van de onderhoudswerkzaamheden in 2013 worden derhalve doorberekend in de door de huurders over het jaar 2013 te betalen bijdragen voor het servicefonds. Onder die omstandigheid kunnen de onderhoudswerkzaamheden die eiseres voor de bijdragen die zij in de maand maart 2013 heeft ontvangen, geacht worden te zijn verricht in 2013 en in ieder geval vóór 1 juli 2015, de datum waarop het verlaagde tarief is vervallen.

19. Verweerder heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat niet alle werkzaamheden die onder het fonds worden uitgevoerd, met name de onder 4. vermelde werkzaamheden, niet onder de tabelpost vallen. Het schoonmaken van dakgoten is volgens verweerder vergelijkbaar met glazenwassen en de post “sleutels/gebroken sleutels” behelst de levering van een sleutel/sleutels. Er is in dat laatste geval volgens verweerder geen sprake van een dienst, laat staan van een renovatiedienst. Het weghalen van een wespennest valt volgens verweerder niet onder het verlaagde tarief omdat sprake is van het bestrijden van ongedierte. Uit het voorgaande volgt volgens verweerder dat sprake is van een veelheid van mogelijke prestaties die niet allemaal onder het verlaagde tarief vallen. Er is dan sprake van een prestaties `sui generis´ die als zodanig niet onder de tabelpost kunnen worden gerangschikt en dus belast zijn naar het algemene tarief.

20. Ter zitting heeft eiseres onweersproken verklaard dat het schoonmaken van dakgoten alleen in het kader van het fonds wordt gedaan indien sprake is van verstopping van de dakgoot. Naar het oordeel van de rechtbank is het schoonmaken van dakgoten onder die omstandigheid beter vergelijkbaar met het vegen van schoorstenen dan met het glazenwassen. Beide werkzaamheden zijn, anders dan het glazenwassen van woningen, gericht op het voorkomen en verhelpen van calamiteiten. Ter zitting heeft eiseres voorts verklaard dat de post “sleutels/gebroken sleutels” slechts ziet op de werkzaamheden die verband houden met gebroken sleutels, zoals het vervangen of repareren van een slot. Zoekgeraakte sleutels komen voor rekening van de huurders. Naar het oordeel van de rechtbank behoren de werkzaamheden die eiseres verricht in verband met afgebroken sleutels tot het herstellen en vervangen van delen van de woningen. Wel is de rechtbank met verweerder van oordeel dat het verwijderen van wespennesten is uitgesloten van het verlaagde tarief.

21. Nu slechts het verwijderen van wespennesten een werkzaamheid is die niet onder verlaagde tarief valt en eiseres onweersproken heeft gesteld dat de kosten die hiermee op jaarbasis gemoeid zijn ongeveer € 5.000 bedragen, bestaan de werkzaamheden die eiseres in het kader van het servicefonds verricht in wezen nagenoeg geheel uit diensten die kunnen worden gerangschikt onder Tabel I, post b.21. De overige werkzaamheden, te weten het verwijderen van wespennesten, zijn verwaarloosbaar en maken niet dat de aard van de door eiseres verrichte diensten wijzigt. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de diensten die eiseres in het kader van het servicefonds verricht aan woningen ouder dan twee jaar (met uitzondering van de materiaalcomponent) derhalve belast naar het verlaagde tarief.

22. Aan het vorenstaande doet niet af, dat sprake is van een forfaitaire en vooraf vastgestelde vergoeding voor de werkzaamheden en evenmin dat niet vaststaat of en in welke mate een huurder een beroep zal doen op het servicefonds. De rechtbank verwijst daarbij naar rechtsoverweging 37. van het arrest van het Hof van Justitie van 27 maart 2014 (zaak C-151/13, ECLI:NL:XX:2014:129; Le Rayon d’Or SARL):

“ Derhalve is de omstandigheid dat de zorg die in het hoofdgeding aan de bewoners wordt verstrekt, niet van tevoren is bepaald en ook niet is geïndividualiseerd, en dat de vergoeding in de vorm van een forfait wordt betaald, evenmin van dien aard dat daardoor het directe verband wordt tenietgedaan tussen de verrichte diensten en de tegenprestatie die daarvoor wordt ontvangen, waarvan het bedrag van tevoren wordt bepaald volgens duidelijk afgebakende criteria.”

23. Gelet op het voorgaande dient het beroep gegrond te worden verklaard. De over het tijdvak 1 januari 2013 tot en met 31 maart 2013 verschuldigde omzetbelasting wordt nader vastgesteld op (€ 603.048 -/- € 2.505=) € 600.543.

24. De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 980 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 490 en een wegingsfactor 1). Voor de overige door eiseres genoemde proceskosten, te weten reiskosten en verletkosten wordt verweerder, eveneens met toepassing van dat besluit, veroordeeld deze te vergoeden tot een bedrag van (€ 41,90 + € 228=) € 269,90. Van overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten is de rechtbank niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- stelt de verschuldigde omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2013 tot en met 31 maart 2013 vast op € 600.543;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 1.249,90;

- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 328 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Tikken, voorzitter, mr. F.M. Smit en mr. A.P. Vaatstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.H. Hesselman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 13 oktober 2015

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.