Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:6045

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
28-09-2015
Datum publicatie
28-09-2015
Zaaknummer
05/780002-14
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2018:1971, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Deels voorwaardelijke gevangenisstraf voor inzetten kinderen voor het plegen van winkeldiefstallen

Arnhem, 28 september 2015 – De rechtbank Gelderland heeft vandaag een 35-jarige vrouw uit Groot-Brittannië veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, voor het medeplegen van diefstal en mensenhandel. De vrouw en haar toenmalige echtgenoot hebben hun toentertijd 9- en 6-jarige kinderen meegenomen naar een supermarkt in Arnhem en hen daar ingezet om winkeldiefstallen te plegen.

Omdat zij misbruik heeft gemaakt van de kwetsbare positie van de kinderen, die immers van haar afhankelijk zijn, en hen zo heeft aangezet tot de diefstallen om er zelf van te profiteren wordt dit naast als diefstal ook aangemerkt als ‘mensenhandel’.

De rechtbank komt tot het oordeel dat er onvoldoende bewijs was dat de vrouw ook betrokken was bij het wegnemen door een van haar kinderen van een telefoon uit een telefoonwinkel en spreekt haar daarvan vrij.

Het handelen van de vrouw is een ernstig misdrijf, gericht tegen de integriteit van haar kinderen. Zij zijn door hun moeder ingezet om de diefstallen te plegen en hen wordt daarmee geleerd om te stelen. De vrouw is voorbij gegaan aan de belangen van haar kinderen. Door de kinderen op jonge leeftijd het stelen te leren heeft zij hun levens mogelijk blijvend getekend en hun normen bijgebracht die hun kansen op een goede positie in de maatschappij nu al schaden. Dit baart grote zorgen.

Uit informatie uit Groot-Brittannië is gebleken dat twee kinderen van de vrouw in december 2012 in Cambridge zijn opgepakt voor een winkeldiefstal die zou zijn aangemoedigd door vader en moeder. Er werd ook in Groot-Brittannië bezorgdheid geuit dat de vrouw en haar man de kinderen zouden leren hoe ze winkeldiefstallen moeten plegen.

De opgelegde straf is lager dan de 15 maanden gevangenisstraf die door de officier van justitie was geëist, omdat de rechtbank verdachte deels vrijspreekt en aansluiting heeft gezocht bij soortgelijke zaken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2015/218
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/780002-14

Datum uitspraak : 28 september 2015

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] ,

raadsman: mr. C.J.J. Visser, advocaat te Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

14 september 2015.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

zij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks 30 oktober 2013 te Arnhem en/of te Apeldoorn, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(sub 2°)

A) een ander of anderen, te weten [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum 2] ) en/of [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum 3] ) en/of [slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum 4] )

(telkens) heeft vervoerd en/of overgebracht,

met het oogmerk van uitbuiting

(lid 3 sub 2),

terwijl die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , de leeftijd van zestien jaren

nog niet had(den) bereikt

en/of

(sub 4°)

B) een ander of anderen, te weten die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ,

(telkens) door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten

dan wel

onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten

(lid 3 sub 2)

terwijl die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt,

en/of

(sub 6°)

C) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die ander of anderen, te weten [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum 2] ) en/of [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum 3] ) en/of [slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum 4] ),

(lid 3 sub 2)

terwijl die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , de leeftijd van zestien jaren

nog niet had(den) bereikt,

immers heeft/hebben verdachte en/of diens mededader

-die [slachtoffer 1] naar the [naam 1] , althans het winkelgebied, te Apeldoorn vervoerd en/of overgebracht en/of

-die [slachtoffer 1] bij the [naam 1] een mobiele telefoon laten stelen en/of

-die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 2] naar de [naam 2] gelegen aan de [adres 2] te Arnhem vervoerd en/of overgebracht en/of

-die [slachtoffer 2] met een boodschappenkar door die winkel heeft laten rijden en/of deze boodschappenkar met levensmiddelen gevuld en/of door die [slachtoffer 2] laten vullen en/of -voor die [slachtoffer 2] het beveiligingspoortje geopend en/of die [slachtoffer 2] met die boodschappenkar met levensmiddelen door het beveiligingspoortje laten rijden en/of zodat die [slachtoffer 2] de winkel kon verlaten zonder voor die boodschappenkar met levensmiddelen te betalen en/of

-die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 2] (nogmaals) voornoemde [naam 2]

in laten gaan en/of een flatscreen-televisie (merk Philips) mee laten nemen en/of die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] opdracht gegeven de winkel (nogmaals) bij het beveiligingspoortje te verlaten zonder voor die flatscreen-televisie te betalen,

-terwijl verdachte en/of diens medeverdachte de ouders en/of verzorgers en/of begeleiders zijn van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] ;

2.

zij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks 30 oktober 2013 te Arnhem en/of te Apeldoorn

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, in elk geval eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen de hierna te noemen goederen en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbende(n), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s), en wel:

- in/uit the [naam 1] , gelegen aan de [adres 3] te Apeldoorn, een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan the [naam 1] en/of een klant van de [naam 1] en/of

- in/uit de [naam 2] , gelegen aan de [adres 2] te Arnhem, een onbekend gebleven hoeveelheid levensmiddelen en/of een flatscreen-televisie (merk Philips), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 2] ;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De [naam 1]

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met [slachtoffer 1] een telefoon heeft gestolen bij de [naam 1] in Apeldoorn. Uit het dossier blijkt niet van enige betrokkenheid van verdachte bij het wegnemen van de telefoon door haar destijds 7-jarige zoon [slachtoffer 1] . De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit onderdeel van feit 2.

De rechtbank zal verdachte eveneens vrijspreken van feit 1 voor zover dat feit ziet op het stelen van deze telefoon. Een bewezenverklaring zou enkel gebaseerd kunnen zijn op de redenering dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte haar zoon heeft laten stelen, omdat een kind van die leeftijd nooit uit zichzelf een dergelijk feit zou plegen. Hoewel de rechtbank dit een plausibele redenering vindt, is dit onvoldoende om het feit wettig en overtuigend bewezen te achten.

De [naam 2]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. In haar schriftelijk requisitoir heeft zij haar standpunten toegelicht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van beide feiten:

  • -

    Ten aanzien van de diefstal (feit 2) kan niet worden bewezen dat er sprake is van medeplegen, nu niet blijkt van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en degenen die de diefstal hebben gepleegd.

  • -

    Uit het dossier blijkt niet dat verdachte de kinderen heeft vervoerd of overgebracht (vader bestuurde immers de auto) met het oogmerk van uitbuiting en ook niet dat verdachte haar kinderen heeft gedwongen of bewogen tot het verrichten van arbeid of diensten en opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de vermeende uitbuiting (feit 1).

Op de verweren wordt, voor zover nodig, hieronder ingegaan.

Beoordeling door de rechtbank

Redengevende feiten en omstandigheden

 Op 30 oktober 2013 heeft [naam 3] , teamleider van de [naam 2] aan de [adres 2] in Arnhem, aangifte gedaan van winkeldiefstal. Die dag was hij rond 18.20 uur gebeld door [naam 4] . [naam 4] vertelde hem dat hij een jonge jongen met een televisie van de [naam 2] naar buiten had zien lopen via de ingang zonder te betalen. [naam 3] heeft vervolgens de camerabeelden bekeken. Daarop is volgens hem te zien dat een jong meisje een winkelkarretje met boodschappen, zonder af te rekenen, via de ingang meeneemt. Ook is op de beelden de jongen te zien die de televisie op dezelfde wijze mee neemt zonder af te rekenen. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.2 De weggenomen televisie betreft een flatscreen van het merk Philips.3 In een later telefonisch contact met de politie heeft [naam 3] nog verklaard dat er, afgaande op de camerabeelden, 10 tot 12 euro aan boodschappen in het winkelwagentje zal hebben gelegen.4

 De getuige A.S. [naam 4] heeft verklaard dat hij op 30 oktober 2013 omstreeks 17.45 uur bij de kassa stond van de [naam 2] aan de [adres 2] in Arnhem. Er stond ook een Engels sprekende vrouw bij de kassa. Het was een slanke vrouw met rood geverfd haar en een flinke boezem. Ze was ongeveer 1.65 meter lang en haar huid was zonnebankbruin. Bij haar stond ook een ongeveer 40-jarige man met zwart haar. Wat later stond [naam 4] buiten om de boodschappen in zijn auto te doen. Hij zag toen een ongeveer 5-jarig jongetje samen met een iets groter meisje de [naam 2] uitrennen. Het jongetje droeg een flatscreen televisie bij zich. Deze flatscreen zat in een doos van de Philips. [naam 4] zag dat beiden in een groot model [naam 5] stapten, die op de parkeerplaats van de [naam 2] stond. De kleur van de [naam 5] was grijs of goudkleurig. Het stuur zat aan de rechterkant. Achter het stuur zat een man met zwart haar. [naam 4] herkende de man als dezelfde man die hij kort daarvoor bij de kassa had zien staan met de genoemde vrouw. Hij zag dat deze vrouw links voorin de [naam 5] zat. Er zaten nog meer kinderen in de auto. Diezelfde dag omstreeks 19.00 uur zag hij dezelfde [naam 5] weer rijden. Hij heeft toen het kenteken genoteerd, [kenteken] . Hij weet 100% zeker dat het om dezelfde [naam 5] gaat.5 In een later verhoor heeft [naam 4] nog aan zijn verklaring toegevoegd dat hij zag dat de auto zonder verlichting de parkeerplaats vol gas afreed.6

 Ter terechtzitting van 14 september 2015 zijn de veiliggestelde camerabeelden van de bewakingscamera’s van de [naam 2] aan de [adres 2] in Arnhem van 30 oktober 2013 bekeken. Door de rechtbank is het volgende waargenomen7:

Camera 1 op de parkeerplaats

  • -

    Om 17:52:33 uur rijdt er een auto de parkeerplaats op. Deze auto rijdt steeds langzamer, verdwijnt uit beeld en lijkt net buiten het beeld te parkeren.

  • -

    Om 17:53:07 uur rent er een meisje over de parkeerplaats richting de winkel en lijkt de winkel in te gaan.

  • -

    Om 17:56:11 uur loopt een vrouw dezelfde kant uit als het meisje enkele minuten eerder. Het uiterlijk van deze vrouw past bij het uiterlijk van verdachte aanwezig ter terechtzitting.

Camera 3 in de winkel met zicht op de kassa’s

- Om 17:57:33 uur loopt het meisje door de winkel met een klein winkelwagentje. Ze pakt iets uit een schap en loopt weer terug en vervolgens weer verder met het wagentje door de winkel.

Camera 1 op de parkeerplaats

- Om 17:58:22 uur is op ongeveer dezelfde plek als waar eerder het meisje en de vrouw vandaan kwamen lopen een man te zien. Deze man loopt richting de winkel en lijkt de winkel in te gaan.

Camera 3 in de winkel met zicht op de kassa’s

- Om 17:58:44 uur lopen de vrouw en het meisje in de winkel voor de kassa vlak langs elkaar heen. Er is geen enkele blijk van herkenning. Ze begroeten elkaar niet en er is ook geen onderling oogcontact te zien.

Camera 5 in de winkel met zicht op toegangspoortje

- Om 17:58:58 uur is buiten het poortje van de ingang een man te zien. Hij loopt rustig heen en weer. Onderin beeld is een vlaggetje van een winkelwagentje te zien dat van links naar rechts beweegt. Vervolgens loopt de man richting het toegangspoortje. Op datzelfde moment verandert ook het vlaggetje onderin beeld van richting. Het poortje gaat open, de man loopt de winkel in en het meisje verlaat de winkel met het winkelwagentje door het geopende toegangspoortje. De man en het meisje hebben hierbij geen zichtbaar oogcontact en tonen geen blijk van herkenning. Aan de kleren van het meisje en het winkelwagentje is te zien dat het hier om hetzelfde meisje gaat als dat eerder op de camerabeelden te zien was.

Camera 1 op de parkeerplaats

- Om 17:59:28 uur loopt het meisje van links naar rechts door het beeld over de parkeerplaats in de richting van de plek waar de auto uit beeld verdween.

Camera 3 in de winkel met zicht op de kassa’s

- Om 18:00:00 uur lopen de man en de vrouw in de winkel naar elkaar toe en lijken contact te hebben. De vrouw, die op dat moment in de rij staat voor de kassa, verlaat hiervoor de rij om vervolgens weer in de rij te gaan staan.

Camera 1 op de parkeerplaats

- Om 18:01:51 uur loopt de man van links naar rechts door het beeld over de parkeerplaats in de richting van de plek waar de auto uit beeld verdween.

Camera 3 in de winkel met zicht op de kassa’s

- Om 18:02:22 uur heeft de vrouw haar boodschappen afgerekend, stopt deze in een boodschappentas en loopt weg uit beeld.

Camera 1 op de parkeerplaats

  • -

    Om 18:02:36 uur rent de vrouw van links naar rechts door het beeld over de parkeerplaats in de richting van de plek waar de auto uit beeld verdween.

  • -

    Om 18:03:53 uur rennen een meisje en een jongetje van rechts naar links door het beeld over de parkeerplaats uit de richting van de plek waar de auto uit beeld verdween richting de winkel.

Camera 3 in de winkel met zicht op de kassa’s

- Om 18:04:16 uur rennen en huppelen dezelfde jongen en hetzelfde meisje door de winkel. Het meisje voorop en de jongen er achteraan.

Camera 8 in de winkel met zicht op de groente en fruitafdeling 1

- Om 18:04:27 uur rennen de jongen en het meisje nog steeds door de winkel.

Camera 6 in de winkel met zicht op de groente en fruitafdeling 2

- Om 18:04:35 uur stoppen de jongen en het meisje bij een stapel dozen. Het meisje pakt iets, waarna de jongen iets tilt dat hij zwaar lijkt te vinden. Dit lijkt een grote doos te zijn in de vorm van verpakking van een flatscreen televisie. De jongen loopt met deze doos door de winkel.

Camera 5 in de winkel met zicht op toegangspoortje

- Om 18:05:16 uur verlaat de jongen de winkel via het toegangspoortje. Op het beeld is te zien dat het inderdaad gaat om een doos van een flatscreen televisie.

Camera 1 op de parkeerplaats

  • -

    Om 18:05:24 uur loopt de jongen van links naar rechts door het beeld over de parkeerplaats in de richting van de plek waar de auto uit beeld verdween, kort daarna gevolgd door het meisje. Het meisje stopt nog even bij een speelautomaat die naast de winkel staat en gaat daarna ook door het beeld over de parkeerplaats in de richting van de plek waar de auto uit beeld verdween.

  • -

    Om 18:06:10 uur verlaat een auto de parkeerplaats. Dit lijkt dezelfde auto te zijn die om 17:52:33 uur de parkeerplaats opreed.

 Op 1 november 2013 heeft er in Arnhem een politiecontrole plaatsgevonden op een Britse personenauto, merk [naam 5] , met kenteken [kenteken] , alsmede de inzittenden. De inzittenden van de auto hebben zich geïdentificeerd als:

  • -

    [verdachte] , geboren op 7 december 1979

  • -

    [medeverdachte] , geboren op 22 april 1988

  • -

    [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 4]

  • -

    [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3]

  • -

    [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2]

  • -

    een 8 weken oude baby waarvan de personalia niet zijn genoteerd.8

 Tijdens de controle op 1 november 2013 werden van het voertuig en van de inzittenden foto’s gemaakt.9 Deze foto’s zijn gevoegd in het dossier10 en ter terechtzitting van 14 september 2014 aan verdachte getoond. Verdachte heeft hierover verklaard op de foto’s haarzelf, haar zoontjes [naam 6] en haar toenmalige echtgenoot [medeverdachte] te herkennen.11

 Op 12 november 2013 werd naar aanleiding van een aandachtsvestiging wederom de personenauto met Brits kenteken [kenteken] en de inzittenden gecontroleerd. Tijdens deze controle werden er foto’s van de paspoorten van de inzittenden gemaakt. De inzittenden hebben zich wederom geïdentificeerd als zijnde [5 namen] voornoemd.12 De foto’s van de paspoorten op naam van [4 namen] zijn ter terechtzitting van 14 september 2014 aan verdachte getoond. Verdachte heeft hierover verklaard dat dit haar paspoort en de paspoorten van haar kinderen zijn.13

 Verdachte heeft op 11 maart 2015 bij de politie verklaard getrouwd te zijn met [medeverdachte] en vier kinderen te hebben: [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] , [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] , [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 4] en [kind] , geboren op [geboortedatum 5] . Verdachte is in 2013 voor het laatst in Nederland geweest, omdat een tante die in Nederland verbleef ziek was. Die tante woonde toentertijd vlak buiten Arnhem. Verdachte is toen naar Nederland gegaan samen met haar man [medeverdachte] en haar kinderen [3 kinderen] . Ze verbleven bij haar tante in huis. Ze zijn naar Nederland gekomen met hun auto, een [naam 5] , zilvergrijs van kleur.14

Vaststelling identiteit personen op de camerabeelden

Gelet op vorenstaande redengevende feiten en omstandigheden stelt de rechtbank vast dat:

  • -

    verdachte de vrouw is die te zien is op de camerabeelden van de [naam 2] ;

  • -

    de twee kinderen die te zien zijn op de camerabeelden gelet op geslacht en geschatte leeftijd [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zijn;

  • -

    de man op de camerabeelden [medeverdachte] is (de man heeft zich weliswaar geïdentificeerd met een paspoort op naam van David (D.) Delaney, maar gelet op de verklaringen van verdachte gaat de rechtbank er vanuit dat het [medeverdachte] betrof).

Verdachte en haar man en kinderen waren immers in die periode in Nederland en reden in een grijze [naam 5] personenauto met Brits kenteken [kenteken] , welke auto op 30 oktober 2013 rond 18.00 uur is gezien op de parkeerplaats van de [naam 2] aan de [adres 2] in Arnhem met de personen die te zien zijn op de camerabeelden van de [naam 2] als inzittenden, te weten een man, (minimaal) twee kinderen en een vrouw met een uiterlijk passend bij het uiterlijk van verdachte.

Overwegingen ten aanzien van feit 2 (winkeldiefstal)

Gelet op vorenstaande redengevende feiten en omstandigheden stelt de rechtbank vast dat:

  • -

    verdachte samen met [medeverdachte] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] in de auto naar de [naam 2] in Arnhem komt gereden,

  • -

    [slachtoffer 2] en verdachte enkele minuten na elkaar de winkel binnenlopen,

  • -

    [slachtoffer 2] met een winkelwagentje door de winkel loopt en iets uit een schap pakt,

  • -

    verdachte en [slachtoffer 2] zich onafhankelijk van elkaar door de winkel bewegen en elkaar in de winkel op zeer korte afstand passeren, zonder dat er sprake is van enige blijk van herkenning,

  • -

    [slachtoffer 2] met het winkelwagentje wacht voor het toegangspoortje van de winkel totdat [medeverdachte] via dit poortje de winkel binnenloopt,

  • -

    [slachtoffer 2] via het door [medeverdachte] geopende poortje met het winkelwagentje met goederen de winkel verlaat,

  • -

    [slachtoffer 2] en [medeverdachte] hierbij elkaar passeren zonder enige blijk van herkenning,

  • -

    verdachte bij de kassa staat,

  • -

    er contact is tussen verdachte en [medeverdachte] ,

  • -

    [medeverdachte] de winkel verlaat,

  • -

    verdachte na de boodschappen te hebben afgerekend ook, rennend, de winkel verlaat,

  • -

    enkele minuten later [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] de winkel weer binnengaan,

  • -

    [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] in de winkel direct, zonder aarzelen, richting de stapel dozen met flatscreen televisies rennen,

  • -

    [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] een doos van deze stapel pakken en vervolgens wederom via het toegangspoortje met de doos de winkel verlaten.

Uit deze gedragingen blijkt naar het oordeel van de rechtbank van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte, [medeverdachte] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] , zowel gericht op de diefstal van een (onbekend gebleven) hoeveelheid levensmiddelen als op de diefstal van de televisie. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] konden de diefstal plegen door het vervoer met de auto naar de [naam 2] , het toezien in de winkel door verdachte, waarbij verdachte en [slachtoffer 2] kennelijk bewust geen contact met elkaar maken, het openen van de toegangspoortjes door [medeverdachte] en de instructie door verdachte en/of [medeverdachte] van [slachtoffer 2] (en [slachtoffer 1] ) over de plaats van de televisies in de winkel (ze lopen er direct, zonder aarzelen, naar toe). In dit verband merkt de rechtbank nog op dat de diefstal van dergelijke goederen op deze wijze naar algemene ervaringsregels niet door kinderen van deze leeftijd worden gepleegd en het niet anders kan zijn dan dat de kinderen van te voren zijn geïnstrueerd.

De rechtbank verwerpt het verweer dat niet kan worden bewezen dat de diefstallen zijn gepleegd op instructie van verdachte, omdat er in casu sprake is van twee ouders en de diefstallen net zo goed op instructie van [medeverdachte] kunnen zijn gepleegd. Op grond van de uiterlijke verschijningsvorm – het enkele minuten na elkaar de winkel binnengaan van verdachte en [slachtoffer 2] en het elkaar compleet negeren in de winkel – kan het niet anders zijn dan dat verdachte bij het plegen van de diefstallen betrokken is geweest en dat deze betrokkenheid groter was dan het enkel op de hoogte te zijn van de diefstallen. Het feit dat verdachte niet zelf in de winkel aanwezig was tijdens de diefstal van de televisie doet aan de nauwe en bewuste samenwerking niet af.

De rechtbank verwerpt eveneens het verweer dat niet kan worden bewezen dat er levensmiddelen uit de [naam 2] zouden zijn gestolen. Op de camerabeelden is immers te zien dat [slachtoffer 2] iets uit een schap pakt en aangever [naam 3] heeft verklaard dat er – afgaande op de camerabeelden – 10 tot 12 euro aan boodschappen in het winkelwagentje zal hebben gelegen.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van vorenstaande wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte samen met [medeverdachte] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] de winkeldiefstallen bij de [naam 2] zoals ten laste gelegd heeft gepleegd.

Overwegingen ten aanzien van feit 1 (mensenhandel)

In de tenlastelegging wordt verdachte verweten dat zij zich op drie manieren schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel, te weten overtreding van artikel 273f, eerste lid, sub twee van het Wetboek van Strafrecht (Sr), van artikel 273f, eerste lid, onder vier, Sr en van artikel 273f, eerste lid, onder zes, Sr. Of sprake is van mensenhandel zoals bedoeld in artikel 273f, eerste lid, sub twee Sr wordt bepaald aan de hand van drie elementen, te weten 1) een aantal feitelijke handelingen, waaronder het vervoeren van een ander; 2) het oogmerk van uitbuiting van de ander en 3) de minderjarige leeftijd van de ander. Of er sprake is van mensenhandel zoals bedoeld in artikel 273f, eerste lid, sub vier, Sr, wordt bepaald aan de hand van twee elementen, te weten 1) een aantal dwangmiddelen, 2) waardoor die ander zich beschikbaar stelt voor het verrichten van diensten. Of er sprake is van mensenhandel zoals bedoeld in artikel 273f, eerste lid, sub zes, Sr wordt bepaald aan de hand van het opzettelijk voordeel trekken uit de uitbuiting.

Op grond van hetgeen ten aanzien van feit 1 al is overwogen stelt de rechtbank vast dat verdachte en [medeverdachte] twee minderjarigen ( [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] ) hebben vervoerd teneinde hen winkeldiefstallen te laten (mede)plegen, terwijl zij gezien de relevante omstandigheden van het geval ten opzichte van verdachte in een kwetsbare en afhankelijke positie verkeerden door het feit dat verdachte en [medeverdachte] hun ouders zijn, alsmede door hun jonge leeftijd (destijds 9 en 7 jaar oud). Dat verdachte en [medeverdachte] met hun handelen voordeel beoogden en ook hebben behaald, volgt al uit de vaststelling dat zij als medepleger van de voltooide winkeldiefstallen moeten worden aangemerkt.

Deze omstandigheden brengen naar het oordeel van de rechtbank mee dat verdachte en [medeverdachte] [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] onder het maken van misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en het maken van misbruik van hun kwetsbare positie hebben vervoerd teneinde hen diensten te laten verrichten, waarbij verdachte en [medeverdachte] het oogmerk hadden [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] uit te buiten en uit deze uitbuiting opzettelijk voordeel hebben getrokken, één en ander als bedoeld in artikel 273f, lid 1 Sr.

Dit alles leidt tot de conclusie dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle drie de vormen van mensenhandel die in de tenlastelegging zijn opgenomen (273f, lid 1 onder twee, vier en zes Sr). De rechtbank zal feit 2 dienovereenkomstig bewezen verklaren.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

zij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks 30 oktober 2013 te Arnhem en/of te Apeldoorn, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (sub 2°)

A) een ander of anderen, te weten [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum 2] ) en/of [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum 3] ) en/of [slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum 4] ) (telkens) heeft vervoerd en/of overgebracht, met het oogmerk van uitbuiting (lid 3 sub 2),

terwijl die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], de leeftijd van zestien jaren

nog niet had(den) bereikt

en/of (sub 4°)

B) een ander of anderen, te weten die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], (telkens) door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (lid 3 sub 2)

terwijl die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt,

en/of (sub 6°)

C) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die ander of anderen, te weten [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum 2] ) en/of [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum 3] ) en/of [slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum 4] ), (lid 3 sub 2)

terwijl die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], de leeftijd van zestien jaren

nog niet had(den) bereikt,

immers heeft/hebben verdachte en/of diens mededader

-die [slachtoffer 1] naar the [naam 1] , althans het winkelgebied, te Apeldoorn vervoerd en/of overgebracht en/of -die [slachtoffer 1] bij the [naam 1] een mobiele telefoon laten stelen en/of

-die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 2] naar de [naam 2] gelegen aan de [adres 2] te Arnhem vervoerd en/of overgebracht en/of

-die [slachtoffer 2] met een boodschappenkar door die winkel laten rijden en/of deze boodschappenkar met levensmiddelen gevuld en/of door die [slachtoffer 2] laten vullen en/of -voor die [slachtoffer 2] het beveiligingspoortje geopend en/of die [slachtoffer 2] met die boodschappenkar met levensmiddelen door het beveiligingspoortje laten rijden en/of zodat die [slachtoffer 2] de winkel kon verlaten zonder voor die boodschappenkar met levensmiddelen te betalen en/of

-die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 2] (nogmaals) voornoemde [naam 2] in laten gaan en/of een flatscreen-televisie (merk Philips) mee laten nemen en/of die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] opdracht gegeven de winkel (nogmaals) bij het beveiligingspoortje te verlaten zonder voor die flatscreen-televisie te betalen,

-terwijl verdachte en/of diens medeverdachte de ouders en/of verzorgers en/of begeleiders zijn van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] ;

2.

zij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks op 30 oktober 2013 te Arnhem en/of te Apeldoorn

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, in elk geval eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen de hierna te noemen goederen en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbende(n), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s), en wel:

- in/uit the [naam 1] , gelegen aan de [adres 3] te Apeldoorn, een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan the [naam 1] en/of een klant van de [naam 1] en/of

- in/uit de [naam 2] , gelegen aan de [adres 2] te Arnhem, een onbekend gebleven hoeveelheid levensmiddelen en/of een flatscreen-televisie (merk Philips), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 2] ;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen onder de omstandigheid dat de persoon ten aanzien van wie het feit wordt gepleegd de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en overleveringsdetentie doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om bij een veroordeling aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf of een werkstraf op te leggen. De eis van de officier van justitie past niet bij de feitelijkheden die hebben plaatsgevonden. Daarnaast heeft verdachte al zwaar geleden tijdens de overleveringsdetentie en inverzekeringstelling.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 3 augustus 2015;

- het uittreksel uit het European Criminal Records Information System (ECRIS), gedateerd 16 maart 2015.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte en haar toenmalige echtgenoot [medeverdachte] hebben hun toentertijd 9- en 6-jarige kinderen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] meegenomen naar de [naam 2] en hen daar ingezet om winkeldiefstallen te plegen.

Het plegen van winkeldiefstallen levert kwalijke feiten op, waar zowel de winkeliers en de maatschappij last van hebben in de vorm van overlast en schade.

Meer nog is het handelen van verdachte en haar een partner echter een (ernstig) misdrijf gericht tegen de integriteit van haar kinderen. Zij worden door hun moeder ingezet om de diefstallen te plegen en hun wordt daarmee geleerd om te stelen.

Verdachte heeft misbruik gemaakt van haar natuurlijke overwicht als moeder en de kwetsbaarheid van haar nog zeer jonge kinderen. Zij is hierbij volstrekt voorbij gegaan aan de belangen van haar kinderen, kennelijk ten behoeve van eigen financieel gewin. Door de kinderen op jonge leeftijd het stelen te leren heeft zij hun levens mogelijk blijvend getekend en hun normen bijgebracht die hun kansen op een goede positie in de maatschappij nu al schaden. Dit baart grote zorgen. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan en acht geen andere straf dan een gevangenisstraf op zijn plaats.

De rechtbank betrekt tevens bij haar oordeel dat uit de door middel van een rechtshulpverzoek uit Groot-Brittannië verkregen informatie is gebleken dat twee kinderen van verdachte in december 2012 in Cambridge zijn opgepakt voor een winkeldiefstal die zou zijn aangemoedigd door vader en moeder. Er werd ook in Groot-Brittannië bezorgdheid geuit dat verdachte en [medeverdachte] de kinderen zouden leren hoe ze winkeldiefstallen moeten plegen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, passend en geboden is. Deze voorwaardelijke straf dient als stok achter de deur om verdachte er van te weerhouden in de toekomst wederom dergelijke feiten te plegen. De rechtbank uit hierbij haar zorgen, mede gelet op de hiervoor aangehaalde uit Groot-Brittannië verkregen informatie.

De straf is lager dan de straf die door de officier van justitie is geëist, omdat de rechtbank minder dan haar bewezen acht en aansluiting heeft gezocht bij soortgelijke zaken.

De rechtbank acht ten slotte geen termen aanwezig het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen.

7a. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [benadeelde 1] (namens [naam 2] ) heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 2 ten laste gelegde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 169,- (waarde van de gestolen televisie).

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om de vordering niet-ontvankelijk te verklaren gelet op de bepleite vrijspraak.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde handelen tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader(s) is of wordt voldaan.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 36f, 57, 273f, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:

 een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;

 dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en overleveringsdetentie doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 2], van een bedrag van € 169,- (honderdnegenenzestig euro) en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 2], een bedrag te betalen van € 169,- (honderdnegenenzestig euro), met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 3 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. M.J. Ouweneel en

mr. S. Kropman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.B. Wichman, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 september 2015.

mrs. Ouweneel en Kropman zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0700-2013116775, 07DMH13010 Elzenbos, gesloten op 15 september 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte van [naam 3] , p. 11-12.

3 Bijlage weggenomen goederen, p. 13.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 396.

5 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 4] , p. 14-15.

6 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 4] , p. 17.

7 Eigen waarneming van de rechter ter terechtzitting van 14 september 2015.

8 Proces-verbaal van bevindingen, p. 168-169.

9 Proces-verbaal van bevindingen, p. 168-169.

10 Foto’s, p. 170-172.

11 De door verdachte ter terechtzitting van 14 september 2015 afgelegde verklaring.

12 Proces-verbaal van bevindingen, p. 176-177; foto’s van de paspoorten, p. 178-182.

13 De door verdachte ter terechtzitting van 14 september 2015 afgelegde verklaring.

14 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 213-214.