Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:5809

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
15-09-2015
Datum publicatie
15-09-2015
Zaaknummer
05/740224-14
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2017:65, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een man uit Aalten veroordeeld voor verkrachting tot een gevangenisstraf van 24 maanden. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte seksueel is binnengedrongen in de vagina van zijn toenmalige vrouw met wie hij in scheiding lag. De rechtbank leidde verder uit de aangifte en uit de verklaringen van getuigen af dat de seks niet op vrijwillige basis had plaatsgevonden.

Dat sprake was van een zwart gat, zoals verdachte heeft verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk geworden. Evenmin is aannemelijk geworden dat sprake zou zijn geweest van een alternatief scenario.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05/740224-14

Datum uitspraak : 15 september 2015

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum]

wonende te [adres 1]

raadsman: B.J. Sanders, advocaat te Zutphen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
1 september 2015.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 03 juni 2014 te Borculo, gemeente Berkelland, door geweld en/of door één of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld en/of met één of meer feitelijkheden, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , door zijn penis en/of één of meer van zijn vinger in haar vagina te brengen, en bestaande dat geweld of die één of meer andere feitelijkheden en/of die bedreiging met geweld en/of die één of meer feitelijkheden hierin dat verdachte

- die [slachtoffer] op de slaapkamer heeft ingesloten en heeft belet om weg te gaan en/of

- die [slachtoffer] in bedwang heeft gehouden (door haar met zijn eigen lichaam klem te zetten tegen een kast en/of muur en of door op haar te gaan liggen) en/of

- ( aldus) misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht tov die [slachtoffer] en/of

- de broek en onderbroek van die [slachtoffer] naar beneden heeft getrokken en/of

- de benen van die [slachtoffer] uit elkaar heeft geduwd en/of

- ( meermalen) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer] ,

en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Aanleiding onderzoek

In de nacht van 3 op 4 juni 2014 heeft de politie een melding ontvangen dat op het adres [adres 2] vermoedelijk een seksueel misdrijf had plaatsgevonden.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat de door aangeefster afgelegde verklaringen over wat zich in de slaapkamer zou hebben afgespeeld strijdig zijn met de bevindingen van het onderzoek. Zo heeft aangeefster geen verklaring kunnen geven voor het feit dat het dekbed onbeslapen of nagenoeg ongeroerd was, terwijl op het bed een worsteling zou hebben plaatsgevonden. De raadsman heeft verder betoogd dat er op essentiële punten tegenstrijdigheden in de verklaringen van aangeefster zitten waardoor haar verklaringen niet betrouwbaar zijn. De raadsman heeft daarnaast opgemerkt dat verdachte vermoedt dat aangeefster goede motieven had om het tenlastegelegde in scene te zetten. Gewezen is op de echtscheidingsprocedure waarbij aangeefster heeft getracht het contact tussen verdachte en de kinderen te verhinderen. Verder is gewezen op de problematiek van aangeefster als gevolg van seksueel misbruik in het verleden. De raadsman heeft ten slotte naar voren gebracht dat verdachte in de periode voorafgaand aan het tenlastegelegde getroffen is door black-outs en wegrakingen. De mogelijkheid bestaat dat sprake is geweest van een alternatief scenario waardoor het aantreffen van het sperma van verdachte kan worden verklaard.

Beoordeling door de rechtbank

Aangeefster [slachtoffer] , wonend aan de [adres 2] , heeft verklaard dat verdachte op 3 juni 2014 omstreeks 17.00 uur bij haar thuis kwam om mee te eten en de kinderen daarna in bad te doen en naar bed te brengen. Daarna zouden ze papieren invullen voor de mediator. Verdachte zocht die papieren op de slaapkamer. Toen hij ze niet kon vinden, is ze naar boven gegaan. Eenmaal in de slaapkamer deed verdachte de deur verder open, waardoor de gang werd geblokkeerd. Hij vroeg of ze erover had nagedacht. De dag dat aangeefster de scheiding had aangekondigd, had verdachte voorgesteld om het af te sluiten met een dagje wat leuks gaan doen en de dag af te sluiten tussen de lakens. Aangeefster zei tegen verdachte dat ze daar niet over na hoefde te denken en dat ze dat absoluut niet wilde. Verdachte werd daar boos over. Hij duwde haar tegen de muur aan en ging voor haar staan. Hij begon haar te zoenen op haar mond en in haar nek en was geïrriteerd dat ze haar hoofd steeds wegdraaide. Hij heeft haar broek opengedaan en begon haar van onderen te betasten.2 Hij raakte met zijn vingers de binnen- en de buitenkant van haar vagina aan.3 Ze voelde zijn hand in haar broek en zijn vingers in haar komen.4 Aangeefster duwde verdachte van zich af. Hij duwde haar vervolgens tegen het bed waardoor ze op bed viel. Hij trok daarbij haar broek en onderbroek omlaag.5 Verdachte deed zijn broek open en duwde haar benen uit elkaar. Ze merkte dat hij heel hard in haar kwam en dat het pijn deed. Het lukte haar op enig moment onder hem uit te komen en naast het bed te gaan staan. Voordat ze er erg in had stond hij er ook.6 Verdachte duwde haar met zijn gewicht tegen de kast aan en kwam klaar tegen de binnenkant van haar benen.7

Bij onderzoek in het ziekenhuis heeft de arts vastgesteld dat aangeefster een blauwe plek had op de linkerborst van circa 2 cm doorsnee en dat de schede van aangeefster rood was met behoorlijk bloedverlies.8

De arts heeft de vagina van aangeefster op meerdere plaatsen bemonsterd. Verder is van aangeefster en van verdachte DNA-materiaal afgenomen. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft de bemonsteringen onderzocht.

Uit het NFI-rapport komt naar voren dat van het sperma in de bemonsteringen van de buitenste- en de binnenste schaamlippen van aangeefster en diep vaginaal DNA-profielen zijn verkregen van een man. Deze DNA-profielen matchen met het DNA-profiel dat is verkregen van het referentiemonster van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard. Volgens het rapport zijn geen aanwijzingen verkregen dat in de bemonsteringen celmateriaal van een andere persoon dan het slachtoffer en verdachte aanwezig is.9

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 3 juni 2014 in de woning van aangeefster is geweest. Ze hebben samen gegeten, hij heeft de kinderen in bad gedaan en daarna naar bed gebracht. Hij is vervolgens met de hond gaan wandelen. Na terugkomst zouden ze wat financiële dingen regelen.10

De rechtbank overweegt dat door verdachte niet is betwist dat het sperma in de bemonsteringen van de vagina en schaamlippen van aangeefster van hem is. Gelet op de matchkans acht de rechtbank ook niet aannemelijk dat het sperma van een ander dan verdachte is. Voormelde bewijsmiddelen in aanmerking nemend, acht de rechtbank bewezen dat sprake is geweest van seksuele handelingen waarbij verdachte is binnengedrongen in de vagina van aangeefster.

De volgende vraag die de rechtbank dient te beoordelen is of sprake was van vrijwilligheid bij aangeefster. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat verdachte haar zeker twee keer heeft verteld dat het hem frustreerde dat hij toenadering zocht tot aangeefster en dat zij dat afwees en geen lichamelijk contact wilde.11 Volgens [getuige 1] kreeg ze afgelopen dinsdag, naar de rechtbank begrijpt 3 juni 2014, om 22.13 uur een WhatsApp berichtje van aangeefster. Ze is naar de woning van aangeefster en verdachte gegaan. Ze zag dat verdachte heen en weer liep tussen de woonkamer en de keuken. Aan zijn houding en gezichtsuitdrukking kon ze zien dat hij geïrriteerd/woest was. [getuige 1] zag dat aangeefster naar beneden kwam. Ze trilde en had een angstige blik in haar ogen. Nadat verdachte de woning had verlaten zag [getuige 1] dat aangeefster moeite had met lopen. Ze vroeg aan aangeefster of verdachte wat bij haar had gedaan. Aangeefster bevestigde dat en werd emotioneel. [getuige 1] zag vervolgens een bloedvlek in de broek van aangeefster ter hoogte van haar kruis.12

Bij het sporenonderzoek is geconstateerd dat in de broek van aangeefster bloed in het kruis zichtbaar was.13

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat verdachte en aangeefster relatieproblemen hadden en dat verdachte niet kon accepteren dat hij geen seks meer mocht hebben met aangeefster. Verdachte heeft dat zelf aan haar verteld en ook haar dochter heeft dat aan haar verteld. Hij wilde nog één keer een date met haar en dan het liefst het bed in. Aangeefster heeft haar verteld dat ze dat niet wilde. Volgens [getuige 2] heeft ze op 6 of 7 juni 2014 een sms-berichtje van verdachte ontvangen waarin stond: “Hallo [slachtoffer] , dit had nooit, maar ook nooit mogen gebeuren. Maar ik niet weet wat er is gebeurd. Maar ik voor 100% alles schuld op me neem groetjes [verdachte] ”.14

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat verdachte had verteld dat het niet zo lekker ging tussen hem en aangeefster. Verdachte heeft hem in een telefoongesprek verteld dat hij onder bedreiging seks had gehad met aangeefster.15

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben gerelateerd dat zij bij aankomst op het adres [adres 2] [slachtoffer] aantroffen die zeer geëmotioneerd was, huilde en in elkaar gedoken als een zielig hoopje mens erbij zat.16

Aangeefster [slachtoffer] heeft verklaard dat zij en verdachte eind september/begin oktober 2013 voor het laatst seks hebben gehad.17 Ook verdachte heeft verklaard dat de laatste keer dat hij en aangeefster seksueel contact hebben gehad voor oktober 2013 was.18 Volgens hem klopt het dat hij aangeefster twee keer heeft gevraagd om afscheidsseks met haar te hebben en dat zij niet wilde.19

Uit voormelde bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat aangeefster en verdachte relatieproblemen hadden, sinds eind september/begin oktober 2013 geen seksuele relatie meer hadden en dat verdachte het moeilijk daarmee had. Verdachte heeft bij de politie bevestigd dat hij tegen aangeefster heeft gezegd dat hij afscheidsseks met haar wilde hebben en dat zij dit niet wilde. Op grond van het voorgaande lijkt het niet logisch dat aangeefster op vrijwillige basis seks wilde met verdachte. Zoals hiervoor is vastgesteld, heeft er wel seks plaatsgevonden.

Uit de aangifte leidt de rechtbank af dat aangeefster niet op vrijwillige basis seks heeft gehad met verdachte. Aangeefster heeft immers verklaard dat ze heeft gezegd dat ze niet hoefde na te denken over verdachtes voorstel het “tussen de lakens af te sluiten” en dat ze het absoluut niet wilde. Daarnaast heeft aangeefster verklaard dat ze heeft geprobeerd verdachte van zich af te duwen. Ook de situatie waarin verbalisanten aangeefster aantroffen wijst niet op vrijwillige seks. De aangifte wordt ondersteund door de verklaring van getuige [getuige 3] dat verdachte hem in een telefoongesprek heeft verteld dat hij onder bedreiging seks had gehad met aangeefster. De rechtbank acht voor het bewijs verder van belang de verklaring van [getuige 2] dat zij op 6 of 7 juni 2014 een sms-bericht van verdachte heeft ontvangen, waarin verdachte aangeeft dat het nooit had mogen gebeuren en hij zijn spijt betuigt.

Het voorgaande in aanmerking concludeert de rechtbank dat de seks niet op vrijwillige basis heeft plaatsgevonden en dat sprake is van verkrachting van aangeefster.

Overweging ten aanzien van de door de raadsman en verdachte gevoerde verweren

Voor zover de raadsman twijfelt aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster overweegt de rechtbank dat het juist is dat de verklaringen op onderdelen van elkaar afwijken. Dit doet naar het oordeel van de rechtbank echter niet af aan de betrouwbaarheid van haar verklaringen nu aangeefster op de essentiële punten wèl consistent heeft verklaard en de afwijkende onderdelen van meer ondergeschikt belang zijn.

Voor zover de raadsman heeft betoogd dat aangeefster geen antwoord heeft kunnen geven op de aan haar gestelde vraag over het onbeslapen/nagenoeg ongeroerde dekbed overweegt de rechtbank dat dit evenmin afdoet aan de betrouwbaarheid van aangeefsters verklaring(en), mede in aanmerking genomen dat niet kan worden uitgesloten dat verdachte het dekbed heeft gladgetrokken, dan wel dat aangeefster dat zelf heeft gedaan en zij zich dat door de gebeurtenissen niet meer weet te herinneren.

Dat sprake zou zijn geweest van het in scene zetten van het tenlastegelegde, hetgeen verdachte vermoedt, acht de rechtbank niet aannemelijk geworden. Het dossier biedt daarvoor geen aanknopingspunten.

De rechtbank overweegt verder dat verdachte bij de politie heeft verklaard dat hij een black-out heeft gehad. Ter terechtzitting heeft hij verklaard dat hij bij nader inzien denkt dat het geen black-out was nu hij bij eerdere black-outs zich achteraf nog wel stukjes van de film kon herinneren. Aan wat er op 3 juni 2014 tussen ongeveer 19.00 uur en 22.15 uur heeft plaatsgevonden, heeft hij echter helemaal geen herinnering. Ter terechtzitting heeft verdachte zijn geheugenverlies van die avond benoemd als het hebben van een zwart gat.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet aannemelijk geworden dat sprake is geweest van een dergelijk zwart gat. De rechtbank acht in dit verband van belang dat getuige [getuige 1] heeft verklaard, dat verdachte – kort na de gebeurtenis – heen en weer liep tussen de woonkamer en de keuken en dat ze aan zijn houding en gezichtsuitdrukking kon ze zien dat hij geïrriteerd/woest was. Dit wijst niet op een situatie waarbij bij verdachte kort daarvoor sprake zou zijn geweest van een apathische houding dan wel een toestand van een zwart gat. De rechtbank neemt verder in aanmerking dat uit het door verdachte overgelegde ‘Verslag psychologisch onderzoek’ blijkt dat bij de testen geen stoornissen zijn gevonden wat betreft de aandacht en concentratie. De door verdachte gerapporteerde klachten kunnen niet worden geobjectiveerd op basis van het onderzoek. Onderzoeker meent dat geen sprake lijkt te zijn van cerebrale functiestoornissen die de gedragsveranderingen van het afgelopen jaar kunnen verklaren.

Dat sprake zou zijn geweest van een alternatief scenario, zoals verdachte ter terechtzitting heeft gesuggereerd, acht de rechtbank gelet op het voorgaande ook niet aannemelijk geworden.

De rechtbank verwerpt de verweren.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 03 juni 2014 te Borculo, gemeente Berkelland, door geweld en/of door één of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld en/of met één of meer feitelijkheden, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , door zijn penis en/of één of meer van zijn vingers in haar vagina te brengen, en bestaande dat geweld of die één of meer andere feitelijkheden en/of die bedreiging met geweld en/of die één of meer feitelijkheden hierin dat verdachte

- die [slachtoffer] op de slaapkamer heeft ingesloten en heeft belet om weg te gaan en/of

- die [slachtoffer] in bedwang heeft gehouden (door haar met zijn eigen lichaam klem te zetten tegen een kast en/of muur en/of door op haar te gaan liggen) en/of

- (aldus) misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht tov die [slachtoffer] en/of

- de broek en onderbroek van die [slachtoffer] naar beneden heeft getrokken en/of

- de benen van die [slachtoffer] uit elkaar heeft geduwd en/of

- (meermalen) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer] ,

en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op: verkrachting.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister van 20 juli 2015;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland van 27 augustus 2015.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zijn toenmalige vrouw in de slaapkamer van hun woning heeft verkracht, terwijl de kinderen in die woning sliepen. Door aldus te handelen heeft verdachte een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Verdachte heeft zijn eigen lustgevoelens gesteld boven het belang van het slachtoffer en zich daarbij niet bekommerd om haar gevoelens. Voor het slachtoffer moeten de gebeurtenissen buitengewoon vernederend, kwetsend, pijnlijk en beangstigend zijn geweest. Daarbij kan als feit van algemene bekendheid worden aangenomen, dat slachtoffers van dit soort delicten vaak langdurig te lijden hebben van de ten gevolge van deze delicten opgelopen trauma’s en daardoor veroorzaakte emotionele schade. Dit klemt te meer nu verdachte wist dat het slachtoffer eerdere negatieve ervaringen had op seksueel vlak, waar dit feit nog eens bovenop kwam.

De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen dat verdachte niet eerder is veroordeeld wegens een misdrijf.

Gelet op de ernst van het feit acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf van 24 maanden passend en geboden. De gevorderde straf komt overeen met het oriëntatiepunt voor straftoemeting van het LOVS in geval van verkrachting.

8 Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 2.154,51 te vermeerderen met de wettelijke rente gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde. Als schade is gevorderd een bedrag van € 1.750,- voor immateriële schade en een bedrag van € 404,51 voor reiskosten, telefoonkosten en de in rekening gebrachte eigen bijdrage van de ziektekostenverzekering.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering volledig en vermeerderd met de wettelijke rente toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

De raadsman heeft gelet op de door hem bepleite vrijspraak verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden. Nu de vordering niet is betwist en deze de rechtbank niet onredelijk voorkomt, zal de rechtbank de vordering vermeerderd met de wettelijke rente toewijzen. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

9 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 36f en 242 van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;

  • -

    beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij
    [slachtoffer], van een bedrag van € 1.750,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juni 2014 en van een bedrag van € 404,51, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
    1 september 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 1.750,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juni 2014 en een bedrag van € 404,51, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 31 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gegeven door mr. M.J. Ouweneel (voorzitter), mr. N.C. van Lookeren Campagne en mr. C.J.M. van Apeldoorn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C.M. Althoff, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 september 2015.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 3] van de politie Oost-Nederland, district Achterhoek opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2014075378, gesloten op 22 december 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 86-87.

3 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 91.

4 Proces-verbaal informatief gesprek, p. 80.

5 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 90-91.

6 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 87.

7 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 94.

8 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 51-52.

9 Rapport van het NFI, p. 174.

10 Proces-verbaal van de terechtzitting van 1 september 2015.

11 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , p. 102.

12 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , p. 106.

13 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 52.

14 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , p. 124, 126.

15 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] , p. 108-109.

16 Proces-verbaal van bevindingen, p. 44-45.

17 Proces-verbaal van bevindingen, p. 48.

18 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 194.

19 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 197-198.