Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:5632

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
01-09-2015
Datum publicatie
07-09-2015
Zaaknummer
4272510
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een voorwaardelijk ontbindingsverzoek dat na 1 juli 2015 ter griffie is binnengekomen, wordt niet gezien als een geding dat betrekking heeft op een voor 1 juli 2015 verrichte opzegging wegens dringende reden. Aldus wordt het voorwaardelijk verzoek beoordeeld volgens het nieuwe recht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/1647
AR-Updates.nl 2015-0859
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Nijmegen

zaakgegevens 4272510 \ HA VERZ 15-99 \ 520 \ 499

uitspraak van 1 september 2015

beschikking

in de zaak van

de besloten vennootschap Vialis IT&M B.V.

gevestigd te Elst

verzoekende partij

gemachtigde mr. J.L. van Schouten

tegen

[werknemer]

wonende te [woonplaats]

verwerende partij

procederend in persoon

Partijen worden hierna Vialis en [werknemer] genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties;

- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 18 augustus 2015.

2 De feiten

2.1.

Vialis adviseert, onder meer, op het gebied van informatietechnologie en ontwikkelt software en hardware.

2.2.

[werknemer] , geboren op [dag en maand] 1979, is bij Vialis (althans haar rechtsvoorganger) in dienst getreden op 1 februari 2011 in de functie van Service Desk Medewerker tegen een bruto maand salaris van € 1.501,80 te vermeerderen met 8 % vakantiegeld gebaseerd op een dienstverband van 70%.

2.3.

Op 22 juli 2015 heeft Vialis [werknemer] op staande voet ontslagen. Bij brief van 22 juli 2015 heeft Vialis aan [werknemer] onder meer medegedeeld:

‘U heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal en/of verduistering van Vialis eigendom alsmede heeft u uw verplichtingen voortvloeiende uit de arbeidsovereenkomst grovelijk veronachtzaamd alsmede bent u ons vertrouwen volledig onwaardig geworden.

De bovengenoemde punten apart alsmede in onderlinge samenhang zijn voor ons dringende redenen die maken dat wij u per heden met onmiddellijke ingang ontslaan op staande voet.

Voorts houden wij u aansprakelijk voor alle reeds geleden en nog verder te lijden schade onder meer, maar niet beperkt tot, onderzoekskosten, juridische kosten enzovoort.’

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

Vialis verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te ontbinden – voor zover deze niet reeds is geëindigd op 22 juni 2015 – zonder toekenning van enige vergoeding aan [werknemer] en met veroordeling van [werknemer] in de proceskosten.

3.2.

Vialis onderbouwt het verzoek, kort samengevat, als volgt. Voor zover de arbeidsovereenkomst niet reeds is beëindigd met ingang van 22 juni 2015, verzoekt Vialis ontbinding van de arbeidsovereenkomst vanwege dringende redenen ex artikel 7:677 BW en 7:678 BW, danwel vanwege een verstoorde arbeidsverhouding op grond waarvan van Vialis niet gevergd kan worden het dienstverband in stand te laten of een vertrouwensbreuk waardoor elk draagvlak voor [werknemer] binnen Vialis is verdwenen, op grond van artikel 7:669 lid g BW. Vialis ziet geen reden voor enige vergoeding nu de redenen tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst volledig zijn gelegen in de risicosfeer van [werknemer] .

3.3.

[werknemer] heeft erkend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de hem verweten handelingen op grond waarvan hij op staande voet is ontslagen.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter overweegt allereerst dat op dit ontbindingsverzoek de Wet werk en zekerheid (Wwz) van toepassing is. Volgens artikel XXII lid 1 aanhef en sub b van het overgangsrecht (Stb. 2014, 216, p.31) blijft het oude recht van toepassing op een opzegging van de arbeidsovereenkomst gedaan voor 1 juli 2015 en op de gedingen die daarop betrekking hebben. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft het onderhavige voorwaardelijke ontbindingsverzoek geen betrekking op een voor 1 juli 2015 gedane opzegging. Dat de betekenis van de beslissing op dit voorwaardelijk verzoek afhangt van de rechtsgeldigheid van het eerder gegeven ontslag op staande voet, doet aan het voorgaande niet af. Aldus wordt het onderhavige voorwaardelijk ontbindingsverzoek naar nieuw recht beoordeeld.

4.2.

Het voorgaande betekent dat als uitgangspunt heeft te gelden dat in zaken die voortvloeien uit de Wwz, zoals deze zaak, het bewijsrecht in beginsel van toepassing is, tenzij de aard van de zaak zich hiertegen verzet. Naar het oordeel van de kantonrechter verzet in dit geval de aard van de zaak zich niet tegen toepassing van het bewijsrecht.

4.3.

Gelet op het feit dat [werknemer] arbeidsongeschikt is, geldt een opzegverbod op grond van artikel 7:670 BW. Op grond van artikel 7:671b lid 6 BW kan de arbeidsovereenkomst, ondanks het bestaande opzegverbod, worden ontbonden als het verzoek geen verband houdt met omstandigheden waarop het opzegverbod betrekking heeft. Niet is gesteld of gebleken dat het voorwaardelijk ontbindingsverzoek verband houdt met de arbeidsongeschiktheid van [werknemer] . Volgens Vialis houdt het ontbindingsverzoek verband met het verwijtbare handelen van [werknemer] , wat ook door [werknemer] is erkend. Gelet daarop kan worden vastgesteld dat het ontbindingsverzoek geen verband houdt met de arbeidsongeschiktheid van [werknemer] .

4.4.

Op grond van artikel 7:671b lid 1 aanhef en onder a BW juncto artikel 7:669 lid 3 aanhef en onder e BW kan de rechter de arbeidsovereenkomst ontbinden indien sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Niet in geschil is dat [werknemer] een SSD-disk van Vialis heeft meegenomen en via de Facebook pagina van zijn partner te koop heeft aangeboden. [werknemer] heeft dit ook ter zitting erkend. Vialis heeft gesteld dat zij, als gevolg van zijn handelen, het vertrouwen in [werknemer] heeft verloren, wat ook door [werknemer] is erkend. Gelet hierop is dan ook sprake van een redelijke grond voor opzegging van de overeenkomst. Omdat voorts herplaatsing niet in de rede ligt (op grond van artikel 7:669 lid 1 BW) en, zoals reeds is overwogen, niet is gesteld of gebleken dat sprake is van een opzegverbod, is voldaan aan de voorwaarden van artikel 7:671b lid 1 onder a en lid 2 BW, zodat de kantonrechter het verzoek van Vialis zal toewijzen op de primaire grond en de arbeidsovereenkomst – voor zover deze niet reeds is geëindigd op 22 juni 2015 – zal ontbinden.

4.5.

Volgens artikel 7:671b lid 8 BW geldt dat voor de ontbindingsdatum rekening dient te worden gehouden met de geldende opzegtermijn, door het einde van de arbeidsovereenkomst te bepalen op het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst bij opzegging zou zijn geëindigd, waarbij de duur van de ontbindingsprocedure in mindering wordt gebracht, met een minimum van een maand. Echter, als de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer, kan de arbeidsovereenkomst eerder worden ontbonden. Aldus is de kantonrechter van plan, in afwijking van artikel 7:671b lid 8 BW, de arbeidsovereenkomst - voor zover nodig - te ontbinden tegen de eerstvolgende datum, te weten met ingang van 1 september 2015.

4.6.

Nu het einde van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van [werknemer] , is Vialis aan [werknemer] ex artikel 7:673 lid 7 sub c BW geen vergoeding verschuldigd.

4.7.

Nu het voorwaardelijk verzoek van Vialis wordt toegewezen zonder dat daaraan een vergoeding verbonden wordt, krijgt Vialis geen gelegenheid het verzoek in te trekken (conform artikel 7:686a lid 6 BW).

4.8.

De proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

ontbindt de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 september 2015, voor zover in rechte komt vast te staan dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen nog bestaat;

5.2.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 1 september 2015.