Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:5446

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
22-07-2015
Datum publicatie
26-08-2015
Zaaknummer
274074
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2017:7757
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vraag of schadeverzekeraar gehouden is uitkering te doen na brand in woning van verzekerde. Hennepkwekerij van een onderhuurder aangetroffen in schuur. Uitsluitingen in verzekeringsovereenkomst. Kernbeding of algemene voorwaarde

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/274074 / HA ZA 14-651

Vonnis van 22 juli 2015

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te Cuijk,

eiseres,

advocaat mr. E.C.M.J. van Kempen te Boxmeer,

tegen

de naamloze vennootschap

DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Delta Lloyd genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 25 februari 2015

- de akte overlegging producties tevens houdende wijziging van eis aan de zijde van [eiseres]

- het verkort proces-verbaal alsmede de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen d.d. 9 april 2015.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is samen met haar echtgenoot sinds 1 mei 2007 eigenaar van een woonhuis met onder meer een inpandige schuur gelegen aan de [adres] (verder ook: de woning).

2.2.

[eiseres] heeft met ingang van 1 mei 2007 een woonhuisverzekering (opstalverzekering) afgesloten bij OHRA, één van de handelsnamen van Delta Lloyd. Zij beschikte sinds 1 april 2003 reeds over een inboedelverzekering bij OHRA/Delta Lloyd (verder: Delta Lloyd).

2.3.

De contractduur van beide verzekeringen bedraagt, blijkens in het geding gebrachte polisbladen, (steeds) 1 jaar. Als bestemming staat in beide gevallen ‘eigen bewoning’ vermeld. Op de polisbladen wordt verwezen naar voorwaarden, respectievelijk WOO1303 Woonhuisverzekering en INB1304 Inboedelverzekering.

2.4.

[eiseres] heeft tussen 2010 en 2012 in (een gedeelte van) de schuur een hondentrimsalon geëxploiteerd.

2.5.

Op 20 februari 2014 heeft er brand gewoed in de woning. Als gevolg van deze brand is schade ontstaan aan de woning (het woongedeelte is nagenoeg geheel verloren gegaan) en de daar aanwezige inboedel. [eiseres] heeft deze schade gemeld bij Delta Lloyd en verzocht om uitkering onder de opstalverzekering en de inboedelverzekering.

2.6.

Tijdens de bluswerkzaamheden hebben politie en brandweer op de zolderverdieping van de schuur een hennepkwekerij aangetroffen. Volgens [eiseres] werd het gedeelte van de schuur dat eerder werd gebruikt als hondentrimsalon verhuurd aan een Poolse man.

2.7.

Namens Delta Lloyd is door onderzoeksbureau I-TEK B.V. (verder I-TEK) onderzoek naar de oorzaak van de brand gedaan. In het rapport van I-TEK staan, voor zover hier van belang, de volgende passages:

“(…) Na onderzoek werd vastgesteld en geconcludeerd, dat de elektriciteit op illegale wijze voor de elektriciteitsmeter moet zijn afgenomen. (…)

De heer [naam] van Enexis concludeerde dat het niet anders kan dan dat de brand in de woning in causaal verband staat met de aanwezigheid van de hennepkwekerij.

Indien een sluiting in de elektriciteit van de woning achter de meter van één van de woningen zou plaatsvinden, dan zouden de zekeringen in de respectievelijke woning worden aangesproken en niet de hoofdzekeringen in de transformatorkast.

De hoofdzekeringen kunnen uitsluitend worden aangesproken door een sluiting of gebrek buiten de elektriciteitsmeter.

De brand is ontstaan in de woning van verzekerde tussen de elektriciteitsmeter van de verdeelrichting van de woning en de transformatorkast buiten de woning. De illegale aftakking moet op deze plaats aanwezig zijn geweest. Gezien het aanspreken van de hoofdzekeringen in de transformatorkast is een overbelasting/los contact/sluiting de zeer waarschijnlijke oorzaak van de brand. (…)

De brand is zeer waarschijnlijk ontstaan in de meterkast of daarboven. Binnen de plaats van het ontstaan van de brand bevond zich onder andere de voedingskabel van de hennepkwekerij. Omdat de brand in woning is ontstaan en er voorafgaand aan de brand een stroomstoring in de straat was, is de brand niet ontstaan achter elektriciteitsmeter, maar ervoor. (…)”

2.8.

In een als bijlage bij het rapport van I-TEK gevoegde verklaring van de heer [naam] , fraude-inspecteur van Enexis, staat nog het volgende:

“(…)

 Het feit dat de technische installatie van de hennepkwekerij niet was beveiligd en de zekeringen van 125 Ampère in het transformatorhuis wel werden aangesproken als gevolg van kortsluiting, duidt op het feit dat de energie van de hennepkwekerij buiten de reguliere huisaansluiting met daarin zekeringen van 25 à 40 Ampère werd afgenomen.

 Deze wijze van illegale aftakking leidt ertoe dat de aangesloten installatie van de hennepkwekerij niet beveiligd is met de toegestane hoofdbeveiliging van een normaal woonhuis (25 à 40 Ampère), maar met de beveiliging in de aansluitkabel die verderop in de straat in het transformatorhuis is aangebracht (125 Ampère).

 Hierdoor lopen er veel grotere stromen tot in de installatie van de hennepkwekerij.

 De kabel en de aftakking en de op deze aftakking aangesloten onderdelen van de hennepkwekerij zijn gebruikt voor omstandigheden waarvoor deze niet geschikt zijn.

 Deze kabel en de installatieonderdelen worden hierdoor warm, smelten en uiteindelijk ontstaan er kortsluiting met mogelijk meer dan 1000 Ampère.

 Tijdens de inspectie is vastgesteld dat er in de installatie van de hennepkwekerij geen cq. onvoldoende voorzieningen waren gemaakt, die ervoor zorgen dat er niet meer stroom door de kabel kan gaan dan waarvoor de kabel geschikt is.

 Tijdens de inspectie is vastgesteld dat de aansluiting van de hennepkwekerij blauw verkleurd was, hetgeen duidt op zeer hoge temperaturen cq. overbelasting van de aansluitkabel zoals hiervoor omschreven.

 Ten tijde van de brand groeiden in een gedeelte van de hennepkwekerij planten van circa 8 weken oud.

 Vorenstaande duidt op de actieve teelt van hennepplanten en derhalve ook een afname van energie ten tijde van het ontstaan van de brand. (…)”

2.9.

[eiseres] heeft een (contra-)expertise uit laten voeren door Verza Schadeonderzoek B.V. (verder: Verza). In het rapport van Verza is onder andere de volgende passage opgenomen:

“(…) Op blz. 27 van haar rapport concludeert I-Tek dat de brand zeer waarschijnlijk is ontstaan in de meterkast of daarboven. Binnen de plaats van ontstaan bevond zich o.a. de voedingskabel van de hennepkwekerij, aldus het rapport van I-Tek. (…)

Naar de mening van rapporteur kan echter alleen worden gesteld dat de brand ontstond in uw woning. De exacte plaats van ontstaan is echter nooit vastgesteld. Uit de filmbeelden en foto’s lijkt het zelfs alsof de brand op de 1e verdieping ontstond. Dit is boven de meterkast, wat niet valt te rijmen met de stelling van Enexis.

Bovendien verklaart u tegenover I-Tek dat u, na de constatering van de stroomuitval, nog bij de meterkast bent geweest en dat daar niets bijzonders aan de hand was. Kort erna werd vastgesteld dat er vanaf zolder een knetterend geluid kwam waarna in de betreffende bergruimte aan de straatzijde vuur werd waargenomen.

Op basis van uw verklaring moet dan ook worden geconcludeerd dat de brand zeker niet in de meterkast ontstond maar daar boven, op de 1e verdieping.

Het ontstaan van de brand kan dan ook niets te maken hebben met de ‘illegale’ aansluiting van de voedingskabel voor de kWh-meter. (…)

Naar de mening van rapporteur kan niet worden uitgesloten dat de brand werd ingeleid t.g.v. een elektrisch defect of mankement in de vaste huisinstallatie. (…)

Deze beginnende brand, die zich in eerste aanleg latent ontwikkelde, tastte de voedingskabel t.b.v. de hennepkwekerij aan waarna (ook) in die kabel sluiting ontstond met als gevolg dat de zekeringen in het transformatorhuis uitvielen. Tussen de hennepkwekerij en het transformatorhuis was immers geen enkele vorm van zekering in die kabel opgenomen.

Vervolgens bleef de brand nog een tijd in een smeulproces, c.q. kon deze zich buiten het zicht verder uitbreiden, bijvoorbeeld in de balklaag van de verdiepingsvloer. Nadat de monteur van Enexis met zijn werkzaamheden was aangevangen ging de brand over in een uitslaande brand met alle gevolgen van dien. (…)”

2.10.

In een reactie van I-TEK op het rapport van Verza staat, onder meer, het volgende:

“Indien de brand als gevolg van een mankement of defect zijn oorsprong zou hebben gevonden in de huisaansluiting, was het aannemelijk dat de zekering(en) en/of aardlekschakelaar(s) in de elektrische verdeelinrichting van die installatie op dat moment reeds aangesproken was(ren). Zeker in de situatie zoals die door Verza wordt omschreven, namelijk een beginnende brand, die zich in eerste instantie latent ontwikkelde en die de voedingskabel t.b.v. de hennepkwekerij aantastte, waarna (ook) in die kabel sluiting ontstond wat zorgde voor stroomuitval in het transformatorhuis. (…)”

Bij de reactie zijn foto’s gevoegd van een inwerking zijnde hennepkwekerij.

2.11.

Bij brief van 31 maart 2014 heeft Delta Lloyd zowel de woonhuis- als de inboedelverzekering (per direct) beëindigd. In deze brief staat, voor zover van belang, het volgende:

“(…)

Illegale activiteiten

Op basis van alle feiten en omstandigheden, zoals is aangegeven in het onderzoeksrapport, komen wij tot de conclusie dat wij uw schadeclaim op uw woonhuis- en inboedelverzekering moeten afwijzen. In artikel 17 lid 13 van de polisvoorwaarden van de woonhuisverzekering en in artikel 10 lid 6 van de polisvoorwaarden van de inboedelverzekering staat namelijk vermeld dat schade ontstaan door activiteiten van een verzekerde of een (onder)huurder die wettelijk niet zijn toegestaan, zijn uitgesloten van polisdekking. (…)

Doorgeven wijzigingen

Daarnaast wijzen wij, als tweede grond subsidiair, uw schadeclaim af omdat wij nooit van u hebben vernomen, zowel bij acceptatie als tussentijds, dat er sprake is geweest van (onder)verhuur en dat er een bestemmingswijziging in uw woning heeft plaatsgevonden, waardoor er niet uitsluitend meer sprake was van particulier gebruik. Er was namelijk een hondentrimsalon in uw woning gevestigd.

Ook heeft u het exploiteren van een hennepplantage niet doorgegeven. (…)

Tijdens de looptijd van de verzekering kunnen er wijzigingen ontstaan. (…) Bepaalde wijzigingen moet u melden. Deze kunnen namelijk van belang zijn voor de premie en/of dekking. (…)

Voor uw woonhuisverzekering verwijzen wij voor alle duidelijkheid naar de polisvoorwaarden naar artikel 19.2 (Welke wijzigingen moet u doorgegeven en binnen welke termijnen?), artikel 19.3 (Gevolgen voor de premie en de dekking) en artikel 19.4 (Gevolgen van het niet (op tijd) doorgeven van wijzigingen).

Voor uw inboedelverzekering verwijzen wij naar de polisvoorwaarden naar artikel 21 (Gewijzigde omstandigheden), artikel 21.2 (Welke wijzigingen moet u doorgegeven en binnen welke termijnen?), artikel 21.3 (Gevolgen voor de premie en de dekking) en artikel 21.4 (Gevolgen van het niet (op tijd) doorgeven van wijzigingen).

Als u de wijzigingen wel aan ons had doorgegeven, hadden wij de verzekeringen niet voortgezet.

Opzet/roekeloosheid/merkelijke schuld

Tenslotte; de aftapping (door u toegestaan cq. niet door u verhinderd) uit uw meterkast naar een hennepplantage leidt tot een aanzienlijk verhoogd risico op brandschade in een meterkast. Wij zijn van mening dat hier sprake is van de uitsluiting opzet/roekeloosheid/merkelijke schuld.

Volledigheidshalve verwijzen wij naar artikel 17 lid 12 van de polisvoorwaarden woonhuisverzekering en naar artikel 10 lid 5 van de polisvoorwaarden inboedelverzekering. Dit is voor ons de derde afwijzingsgrond (…).

Beëindigingen van de verzekeringen

Gelet op alle feiten en omstandigheden, hebben wij uw woonhuis- en inboedelverzekering per direct (per vandaag) beëindigd. De overige verzekeringen die bij OHRA zijn ondergebracht, gaan wij beëindigen per eerstkomende contractvervaldatum. (…)”

2.12.

Brief 4 april 2014 heeft Delta Lloyd Pince melding gemaakt van de beëindiging van de aansprakelijkheidsverzekering, de autoverzekering, de auto-inzittendenverzekering en de rechtsbijstandsverzekering op 1 april 2015, respectievelijk 1 oktober 2015.

2.13.

Bij akte van taxatie d.d. 20 februari 2015 hebben de schade-experts van Delta Lloyd en [eiseres] de schade aan opstal en inboedel - onder voorbehoud van dekking - gezamenlijk vastgesteld.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert, na wijziging van eis, samengevat - dat de rechtbank bij vonnis, uitvoer bij voorraad:

I voor recht verklaart dat Delta Lloyd op grond van de inboedel- en opstalverzekering gehouden is tot uitkering aan [eiseres] van de inboedelschade en de op basis van verkoopwaarde berekende opstalschade voortvloeiende uit het schadeveroorzakende voorval van 20 februari 2014;

II Delta Lloyd veroordeelt tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van

€ 215.000,00 (opstalschade), een bedrag van € 3.000,00 (huurderving), een bedrag van € 2.750,00 (beredderingskosten) en een bedrag van € 14.127,00 (opruimingskosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen;

III Delta Lloyd veroordeelt tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van

€ 44.900,00 (inboedelschade), een bedrag van € 8.000,00 (kosten verblijf elders) en een bedrag van € 7.986,00 (opruimingskosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen;

IV Delta Lloyd veroordeelt om uiterlijk binnen vijf dagen na betekening van het vonnis met terugwerkende kracht de beëindiging van de opstal- en inboedelverzekering ongedaan te maken en de verzekeringen per 31 maart 2014 voort te zetten, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag;

V Delta Lloyd veroordeelt om uiterlijk binnen vijf dagen na betekening van het vonnis met terugwerkende kracht de beëindiging van de aansprakelijkheidsverzekering, de auto(inzittenden)verzekering en de rechtsbijstandverzekering ongedaan te maken en deze verzekeringsovereenkomsten per 1 april 2015 respectievelijk 1 oktober 2014 voort te zetten, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag;

VI Delta Lloyd veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van

€ 6.40841, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover;

V Delta Lloyd veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover wanneer deze niet binnen veertien dagen na het wijzen van het vonnis zijn voldaan.

3.2.

[eiseres] legt tegen de achtergrond van de vaststaande feiten het volgende aan haar vorderingen ten grondslag.

Delta Lloyd is op grond van de woonhuis- en de inboedelverzekering gehouden tot uitkering van de door [eiseres] geleden schade over te gaan.

Delta Lloyd komt geen beroep toe op de in de polisvoorwaarden opgenomen uitsluitingen. Allereerst heeft te gelden dat de toepasselijkheid van de polisvoorwaarden nimmer is overeengekomen. Bovendien heeft [eiseres] een beroep gedaan op de vernietigbaarheid van de polisvoorwaarden, omdat deze niet (tijdig) aan haar ter hand zijn gesteld, dan wel omdat de bewuste bedingen zij zijn aan te merken als onredelijk bezwarende bedingen. Van kernbedingen is in het onderhavige geval geen sprake. De bedingen waar Delta Lloyd zich op beroept, raken niet de kern van de over en weer te leveren prestaties en zijn niet van invloed op de premiestelling, aldus [eiseres] .

Zelfs als aan Delta Lloyd een beroep op haar polisvoorwaarden toekomt, dan nog zal Delta Lloyd tot uitkering over moeten gaan. De ontstane schade is, zo blijkt uit het rapport van Verza, niet veroorzaakt, ontstaan of verergerd door activiteiten die wettelijk niet zijn toegestaan. Er is geen sprake van een risicowijziging, althans [eiseres] wist niets van een eventuele risicowijziging, en er is geen sprake van een causaal verband tussen de vermeende wijzigingen van de bestemming en het risico zoals zich dat heeft verwezenlijkt. Het is bovendien niet aannemelijk dat Delta Lloyd de verzekeringen zou hebben beëindigd wanneer zij had geweten van de bestemmingswijzigingen. Er is ten slotte geen sprake van opzet, roekeloosheid of merkelijke schuld aan de zijde van [eiseres] .

Delta Lloyd is gelet op al het voorgaande ten onrechte tot beëindiging van de verzekeringen over gegaan, aldus [eiseres] .

3.3.

Delta Lloyd concludeert (primair) tot niet-ontvankelijk verklaring van [eiseres] in haar vorderingen, althans tot afwijzing van deze vorderingen, met veroordeling, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, van [eiseres] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover wanneer deze niet binnen veertien dagen na het wijzen van het vonnis zijn voldaan en de nakosten.

Delta Lloyd beroept zich op de in haar polisvoorwaarden opgenomen uitsluitingen en voert aan dat, uit het onderzoek dat is ingesteld naar aanleiding van de in de woning aangetroffen hennepkwekerij, is gebleken dat sprake is geweest van activiteiten die wettelijk niet zijn toegestaan, van niet gemelde bestemmingswijzigingen en van opzet/bewuste roekeloosheid/merkelijke schuld. De bewuste bedingen in de polisvoorwaarden zijn volgens Delta Lloyd aan te merken als kernbedingen. Ten aanzien van de opzegging van de verzekeringen beroept zij zich op bepalingen in de polisvoorwaarden die haar de bevoegdheid tot opzegging toekennen.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[eiseres] vordert, onder meer, uitkering op grond van de bij Delta Lloyd afgesloten woonhuis- en inboedelverzekering. Kern van het geschil betreft de vraag of aan Delta Lloyd een beroep toekomt op de in haar polisvoorwaarden opgenomen uitsluitingen met betrekking tot ‘illegale activiteiten’, ‘niet gemelde bestemmingswijzigingen’ en/of ‘opzet/bewuste roekeloosheid/merkelijke schuld’ en of zij op grond hiervan aan [eiseres] dekking kon weigeren en tot opzegging van de verzekeringen mocht overgaan.

4.2.

[eiseres] betwist allereerst dat de door Delta Lloyd gehanteerde polisvoorwaarden tussen partijen zijn overeengekomen. Aan deze betwisting wordt gelet op het navolgende voorbij gegaan.

4.3.

Tussen partijen staat vast dat [eiseres] in 2007, in verband met de aankoop van de woning, een reeds bestaande inboedelverzekering bij Delta Lloyd heeft verlengd/omgezet naar een nieuw adres en een (nieuwe) woonhuisverzekering heeft afgesloten. De contractduur van beide verzekeringen bedraagt (steeds) 1 jaar. Delta Lloyd heeft aan [eiseres] in verband met de verlenging van de verzekeringen jaarlijks een nieuw polisblad gezonden. Op deze polisbladen wordt (steeds) verwezen naar de door Delta Lloyd gehanteerde polisvoorwaarden.

[eiseres] heeft ter comparitie verklaard dat zij al vanaf 2003 bij Delta Lloyd een woonhuis- en een inboedelverzekering had en dat zij van deze verzekeringen in 2003 de door Delta Lloyd gehanteerde polisvoorwaarden heeft ontvangen. Zij erkent dat zij - ook na

2007 - jaarlijks van Delta Lloyd (nieuwe) polisbladen heeft ontvangen, maar werpt op dat zij daar niet steeds een set polisvoorwaarden bij heeft ontvangen.

[eiseres] weet, gelet op het voorgaande, dat Delta Lloyd polisvoorwaarden hanteert en dat de inhoud van de verzekeringsovereenkomsten - nog los van de vraag of dat überhaupt mogelijk is - (dus) niet slechts wordt bepaald door de informatie op de ontvangen polisbladen. [eiseres] heeft ondanks dit gegeven geen bezwaar gemaakt tegen de toepasselijkheid van de polisvoorwaarden op de verzekeringsovereenkomsten. Delta Lloyd mocht er daarom, naar het oordeel van de rechtbank, gerechtvaardigd op vertrouwen dat [eiseres] de toepasselijkheid van de polisvoorwaarden op de overeenkomsten heeft aanvaard. De polisvoorwaarden zijn daarmee onderdeel van de afspraken tussen partijen.

4.4.

Vervolgens ligt de vraag voor of Delta Lloyd een beroep kan doen op de eerder genoemde, in de polisvoorwaarden opgenomen, uitsluitingen.

De rechtbank zal allereerst ingaan op de uitsluiting met betrekking tot ‘illegale activiteiten’ zoals opgenomen in artikel 17 lid 13 van de polisvoorwaarden woonhuisverzekering, respectievelijk artikel 10 lid 6 van de polisvoorwaarden inboedelverzekering. Deze artikelen luiden als volgt:

Artikel 17 lid 13 polisvoorwaarden woonhuisverzekering:

“Verder is van dekking uitgesloten schade of verlies, (mede) veroorzaakt, ontstaan of verergerd door:

activiteiten van een verzekerde of (onder)huurder die wettelijk niet zijn toegestaan.”

Artikel 10 lid 6 polisvoorwaarden inboedelzekering:

“Ook is niet verzekerd schade of verlies, (mede) veroorzaakt, ontstaan of verergerd door:

activiteiten van een verzekerde of (onder)huurder die wettelijk niet zijn toegestaan.”

4.5.

Tussen partijen is in geschil of de uitsluiting met betrekking tot ‘illegale activiteiten’ al dan niet aangemerkt dient te worden als een kernbeding. Delta Lloyd stelt dat dit het geval is, hetgeen door [eiseres] wordt betwist.

Hoewel het begrip kernbeding restrictief moet worden uitgelegd, kwalificeren de hierboven weergegeven - praktisch gelijkluidende - bepalingen uit de verzekeringsovereenkomsten, naar het oordeel van de rechtbank, als duidelijk en begrijpelijk geformuleerd kernbedingen. De bepalingen zijn immers, daar bestaat geen twijfel over, rechtstreeks van invloed op de omvang van de verzekeringsdekking (vgl. Parl. Gesch. Inv. Boek 6, p. 1527).

4.6.

Aangezien de uitsluiting met betrekking tot ‘illegale activiteiten’ kwalificeert als kernbeding en niet als algemene voorwaarde in de zin van artikel 6:231 onder a BW, zijn hierop de regels van afdeling 6.5.3 BW (m.b.t. algemene voorwaarden) niet van toepassing. Aan het door [eiseres] gedane beroep op vernietigbaarheid van deze polisvoorwaarde en het beroep op onredelijk bezwarendheid daarvan wordt derhalve voorbij gegaan.

4.7.

De rechtbank komt vervolgens toe aan beantwoording van de vraag of Delta Lloyd, in het onderhavige geval, een beroep kan doen op de uitsluiting met betrekking tot “illegale activiteiten’. Delta Lloyd stelt dat dit het geval is omdat - volgens haar - sprake is van een situatie waarbij de (brand)schade (mede) is veroorzaakt, ontstaan of verergerd door activiteiten van een verzekerde of (onder)huurder die wettelijk niet zijn toegestaan. Zij verwijst ter onderbouwing van haar stelling naar de bevindingen van I-TEK. [eiseres] betwist evenwel dat de brand (mede) is veroorzaakt, ontstaan of verergerd door - kort gezegd - illegale activiteiten en wijst op de bevindingen van Verza.

4.8.

Vast staat dat na de brand in de woning van [eiseres] een hennepkwekerij is aangetroffen. Vast staat ook, [eiseres] stelt dat immers zelf, dat deze hennepkwekerij werd voorzien van elektriciteit middels een voedingskabel die in de meterkast van de woning - buiten de kWh-meter om - werd aangesloten op de hoofdvoedingskabel van Enexis. Tussen partijen is kennelijk niet in geschil dat zowel de aanwezigheid van een hennepkwekerij als de illegale aftapping (en daarmee diefstal) van stroom zijn aan te merken als activiteiten - volgens [eiseres] van een (onder)huurder - die wettelijk niet zijn toegestaan. In zoverre wordt dus voldaan aan de omschrijving van de uitsluitingsbepaling. In geschil tussen partijen is echter of de ontstane schade al dan niet (mede) is veroorzaakt, ontstaan of verergerd door eerder genoemde illegale activiteiten.

4.9.

Delta Lloyd stelt dat dit het geval is en verwijst zowel naar het rapport van I-TEK als de reactie van I-TEK op het rapport van Verza. Delta Lloyd stelt dat op 20 februari 2014 in de woning sprake was van een in werking zijnde hennepkwekerij en voorts dat er een verband bestaat tussen de aanwezigheid van de hennepkwekerij en de ontstane brand. Delta Lloyd stelt dat de brand volgens I-TEK zeer waarschijnlijk is ontstaan in de meterkast van [eiseres] of daarboven, op de plek waar zich de voedingskabel van de hennepkwekerij bevond. Zij wijst er op dat de hoofdzekeringen van het transformatorhuis, van 125 Ampère per stuk, die enkel kunnen worden aangesproken door kortsluiting of gebruik buiten de elektriciteitsmeter om, waren doorgebrand. Dit terwijl de zekeringen in de woning van [eiseres] - volgens [eiseres] - niet zijn aangesproken, zodat de brand ontstaan moet zijn tussen de elektriciteitsmeter van de verdeelinrichting van de woning en de transformatorkast buiten.

Delta Lloyd wijst op de verklaring van [naam] (Enexis) waarin staat aangegeven dat is vastgesteld dat de aansluiting van de hennepkwekerij blauw verkleurd was, hetgeen duidt op zeer hoge temperaturen cq. overbelasting. Voor andere oorzaken (dan dat de brand is ontstaan door de illegale aansluiting ten behoeve van de hennepkwekerij) zijn volgens Delta Lloyd, blijkens de (aanvullende) opmerkingen van I-TEK daarover, geen aanwijzingen gevonden.

4.10.

[eiseres] betwist dat de brand is ontstaan in de meterkast en wijst op het rapport van Verza. De rapporteur van Verza concludeert dat naar zijn mening niet kan worden uitgesloten dat de brand werd ingeleid ten gevolge van een elektrisch defect of mankement in de vaste huisinstallatie. Deze beginnende brand, die zich in eerste aanleg latent ontwikkelde, tastte volgens Verza de voedingskabel ten behoeve van de hennepkwekerij aan waarna (ook) in die kabel kortsluiting ontstond met als gevolg dat de zekeringen in het transformatorhuis uitvielen. Tussen de hennepkwekerij en het transformatorhuis was immers geen enkele vorm van zekering in die kabel opgenomen. Vervolgens bleef de brand volgens de rapporteur van Verza nog een tijd in een smeulproces, c.q. kon deze zich buiten het zicht verder uitbreiden, bijvoorbeeld in de balklaag van de verdiepingsvloer. Nadat de monteur van Enexis met zijn werkzaamheden was aangevangen ging de brand, volgens Verza, over in een uitslaande brand met alle gevolgen van dien. [eiseres] /Verza merkt bij dit alles op dat niet blijkt van een operationele hennepkwekerij, zodat de kans op overbelasting ook een stuk minder is.

4.11.

De rechtbank overweegt als volgt. Delta Lloyd stelt dat ten tijde van de brand sprake was van een in werking zijnde hennepkwekerij. [eiseres] betwist dat hiervan sprake was. Delta Lloyd heeft haar stelling reeds bij conclusie van antwoord onderbouwd door overlegging van de reactie van I-TEK op het rapport van Verza (r.o. 2.10). Bij deze reactie zijn foto’s van de in werking zijnde hennepkwekerij overgelegd en is toegelicht dat de politie de kwekerij ontmanteld heeft, reden waarom de planten op de eerder overgelegde foto’s niet (meer) te zien waren. [eiseres] heeft niets ingebracht tegen deze (nadere) onderbouwing. Zij heeft haar betwisting, tegen de achtergrond van de onderbouwde stelling van Delta Lloyd op dit punt, dan ook onvoldoende onderbouwd. De rechtbank neemt als vaststaand aan dat de hennepkwekerij ten tijde van de brand in werking was en dat er (dus) sprake was van stroomafname ten behoeve van de hennepkwekerij.

4.12.

Delta Lloyd stelt dat de brand ten minste mede is veroorzaakt, ontstaan of verergerd als gevolg van de in de woning aanwezige hennepkwekerij en de in verband daarmee buiten de meter om aangelegde stroomaansluiting, hetgeen volgens Delta Lloyd kort gezegd blijkt uit het feit dat de zekeringen van de woning van [eiseres] - naar haar eigen zeggen - niet zijn aangesproken, maar de zekeringen in het transformatorhuis wel. [eiseres] betwist dit, maar deze betwisting is naar het oordeel van de rechtbank niet eenvoudig te volgen.

Zelfs wanneer aangenomen wordt dat - zoals [eiseres] aanvoert - de brand niet is ontstaan in de meterkast, maar dat deze werd ingeleid door een elektrisch defect of mankement in de vaste huisinstallatie, hetgeen kennelijk de mening is van de rapporteur van Verza, dan kan de rechtbank het vervolg van de redenering van [eiseres] /Verza niet volgen. (Ook) Verza concludeert dat er op enig moment kortsluiting is ontstaan in de voedingskabel ten behoeve van de hennepkwekerij, vervolgens wordt betoogd dat er sprake is geweest van twee brandhaarden; een primaire brandhaard ontstaan door het defect in de vaste huisinstallatie en een secundaire brandhaard ontstaan naar aanleiding van de kortsluiting in deze voedingskabel. Naar de mening van de rapporteur heeft kennelijk alleen de primaire brandhaard geleid tot de uitslaande brand en de als gevolg daarvan ontstane brandschade. De secundaire brandhaard niet. De redenering van de rapporteur van Verza waarop de betwisting door [eiseres] is gestoeld, bevat meerdere aannames die, naar het oordeel van de rechtbank, niet (lijken te) zijn gegrond op de door Verza aangetroffen situatie, de foto’s, de aanwezige verklaringen dan wel op de andere bewijsmiddelen. Met name de stelling dat de (volgens Verza aanwezige) tweede (secundaire) brandhaard - volgens de rapporteur van Verza ontstaan door kortsluiting in de voedingskabel ten behoeve van de hennepkwekerij - de uitslaande brand niet ten minste mede heeft veroorzaakt of verergerd, is zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, niet te volgen. Niet duidelijk is waarom de volgens Verza aanwezige primaire brandhaard (geheel) verantwoordelijk is voor de brand in de woning, zonder dat deze tot kortsluiting in de meterkast leidde. De echtgenoot van [eiseres] heeft immers verklaard dat hij omstreeks 04:00 uur in de meterkast heeft gekeken en zag dat de stoppen niet waren doorgeslagen (productie 9, p. 5 bij dagvaarding). [eiseres] heeft aldus de gemotiveerde stelling van Delta Lloyd, welke stelling nog nader onderbouwd is met de reactie van I-TEK op het rapport van Verza (r.o. 2.10), onvoldoende gemotiveerd betwist. De rechtbank neemt, mede tegen de achtergrond dat ook [eiseres] aanvoert dat (op enig moment) kortsluiting is ontstaan in de voedingskabel ten behoeve van de hennepkwekerij waardoor een (al dan niet secundaire) brandhaard is ontstaan, als vaststaand aan dat de brandschade (ten minste) mede is veroorzaakt, ontstaan of verergerd door activiteiten die wettelijk niet zijn toegestaan.

4.13.

Delta Lloyd kon gelet op het voorgaande op grond van de uitsluitingsbepaling met betrekking tot ‘illegale activiteiten’ dekking aan [eiseres] onder zowel de opstal- als de inboedelverzekering weigeren.

4.14.

In artikel 8 lid 4 van de polisvoorwaarden behorende bij beide verzekeringen is bepaald dat Delta Lloyd de verzekeringen mag opzeggen indien zij als van mening is dat het risico voor haar in redelijkheid onaanvaardbaar hoog of groot is. Delta Lloyd heeft gelet op deze bepaling in het licht van al het voorgaande zowel de opstal- als de inboedelverzekering per direct kunnen beëindigen. Gelet op de aanwezigheid van een - illegale - hennepkwekerij in de woning van [eiseres] (ongeacht of [eiseres] daarvan op de hoogte was), kon het risico van Delta Lloyd onder beide verzekeringen in redelijkheid als onaanvaardbaar groot worden beschouwd.

4.15.

De overige verzekeringen heeft Delta Lloyd, met inachtneming van de daarvoor geldende opzegtermijnen, per einddatum van de respectievelijke contractperiodes beëindigd. Hiertoe was zij op grond van haar polisvoorwaarden gerechtigd.

4.16.

De vorderingen van [eiseres] moeten dan ook worden afgewezen.

De overige stellingen en verweren van partijen behoeven geen bespreking meer.

4.17.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Delta Lloyd worden begroot op:

- griffierecht 3.829,00

- salaris advocaat 4.000,00 (2,0 punt × tarief € 2.000,00)

Totaal € 7.829,00

4.18.

De wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten zullen worden toegewezen als hierna vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Delta Lloyd tot op heden begroot op € 7.829,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt [eiseres] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiseres] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Graat, mr. B.J. Engberts en mr. E. Boerwinkel en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2015.