Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:5336

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
15-07-2015
Datum publicatie
19-08-2015
Zaaknummer
218492
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Aanvullend deskundigenonderzoek m.b.t. de berekening van het verlies van arbeidsvermogen van eiseres

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/218492 / HA ZA 11-1132 / 787

Vonnis van 15 juli 2015

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te Nijmegen,

eiseres,

advocaat mr. M.A. Smits te Nijmegen,

tegen

de naamloze vennootschap

N.V. INTERPOLIS SCHADE,

gevestigd te Tilburg,

gedaagde,

advocaat mr. A.J. Schoonen te Apeldoorn.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Interpolis genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 12 november 2014,

- het deskundigenbericht van rekenkundige de heer [naam] van 12 maart 2015,

- de conclusie na deskundigenbericht van Interpolis,

- het B16 formulier, ingediend door [naam 2] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De rechtbank volhardt bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 12 november 2014. De heer [naam] heeft zijn definitieve rekenkundige rapportage ter griffie ingediend op 12 maart 2015.

2.2.

Interpolis heeft in haar conclusie na deskundigenbericht verzocht om aan de rekenkundige een aanvullende opdracht te verstrekken in verband met door haar betaalde voorschotten waarmee de rekenkundige geen rekening heeft gehouden. Ook zijn de kosten buiten rechte volgens Interpolis reeds voldaan. Daarnaast is aangevoerd dat in de feitelijke situatie na het ongeval, gelijk in de hypothetische situatie zonder ongeval, als uitgangspunt genomen zou moeten worden een dienstverband bij de Rijksoverheid, zodat ook in die situatie [eiseres] een dertiende maand zal ontvangen en deel zal nemen aan een pensioenregeling. Ook met het oog daarop wenst Interpolis een nadere rapportage door de rekenkundige.

2.3.

[eiseres] heeft afgezien van conclusie na deskundigenbericht. Wel heeft zij de rechtbank na de conclusie van Interpolis middels het B16 formulier bericht dat de door Interpolis genoemde betaalde bedragen correct zijn.

2.4.

De rechtbank oordeelt als volgt. Tussen partijen staat vast dat Interpolis aan [eiseres] op 1 maart 2012 een voorschot heeft voldaan van € 25.000,00, op 30 oktober 2014 een voorschot van € 10.000,00 en op 15 april 2015 een voorschot van € 10.000,00. Daarnaast staat tussen partijen vast dat Interpolis de kosten buiten rechte ad € 2.430,72 op 20 april 2012 aan [eiseres] heeft voldaan. Nu met voorgaande betalingen in de schadeberekening geen rekening is gehouden zal de rekenkundige worden verzocht de schade opnieuw te berekenen, rekening houdend met die aanvullende betalingen.

2.5.

Verder zal de rekenkundige worden verzocht, nu [eiseres] daartegen niets heeft aangevoerd, om bij de berekening van het verlies van arbeidsvermogen in de feitelijke situatie na het ongeval uit te gaan van het uitgangspunt (naast de uitgangspunten zoals deze zijn verwoord in r.o. 2.13. van het tussenvonnis van 12 november 2014) dat [eiseres] in de periode september 2015 tot aan de pensioengerechtigde leeftijd een salaris zal verdienen van € 1.750,00 bruto per maand oplopend tot € 2.500,00 bruto per maand, te vermeerderen met vakantietoeslag en een dertiende maand en rekening houdend met deelname aan een pensioenregeling van de rijksoverheid (ABP).

2.6.

Met het oog op het voorgaande zal een aanvullend onderzoek door de rekenkundige worden gelast. De vraagstelling zal hieronder in het dictum worden weergegeven. De kapitalisatiedatum wordt vastgesteld op 1 oktober 2015.

2.7.

Zoals eerder beslist zal Interpolis worden belast met het voorschot voor het aanvullend deskundigenbericht, door de rekenkundige geschat op € 2.500,00 inclusief BTW.

2.8.

In afwachting van het aanvullende deskundigenbericht zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

3 De beslissing

De rechtbank,

3.1.

beveelt een aanvullend onderzoek door de deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

1. Wilt u met inachtneming van hetgeen hiervoor in r.o. 2.5. is overwogen de totale arbeidsvermogens- pensioen en fiscale schade herberekenen, met als uitgangspunt kapitalisatiedatum 1 oktober 2015, en rekening houdend met een rekenrente van 3%, de statistische sterftekansen en met de eventuele vermogensrendementsheffing?

2. Wilt u met gebruikmaking van de uitkomst van de herberekening onder 1 en met inachtneming van de hiervoor in r.o. 2.4. opgesomde betalingen door Interpolis de omvang van de totale nog niet vergoede schade herberekenen?

3.2.

benoemt tot deskundige om dit onderzoek te verrichten:

De heer [naam 2]

p/a Nederlands Rekencentrum Letselschade B.V.

Postbus 341, 2501 CH Den Haag

Telefoonnummer: 070-360 33 53

Faxnummer: 070-427 88 24

e-mail: info@nrl.nl

3.3.

bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis en van de conclusie na deskundigenbericht van Interpolis aan de deskundige zal toezenden,

3.4.

bepaalt dat Interpolis binnen twee weken na datum van dit vonnis als voorschot op de kosten inclusief omzetbelasting van de deskundige € 2.500,00 ter griffie van deze rechtbank dient te deponeren door voldoening van de nota die het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal toesturen,

3.5.

bepaalt dat de griffier onmiddellijk na betaling van dit voorschot de deskundige hiervan in kennis zal stellen en dat de deskundige pas dan met het onderzoek behoeft te beginnen,

3.6.

bepaalt dat de deskundige binnen twee weken nadat hij bericht heeft gekregen dat het voorschot is gedeponeerd met de partijen een afspraak moet hebben gemaakt voor een datum en tijdstip waarop het onderzoek zal plaatsvinden en die datum aan de rechtbank moet hebben doorgegeven, tenzij een dergelijke afspraak vanwege de aard van het onderzoek naar het oordeel van de deskundige niet nodig is,

3.7.

bepaalt dat indien een partij of de deskundige de aldus afgesproken datum voor het onderzoek wil wijzigen, die partij of de deskundige daartoe een schriftelijk gemotiveerd verzoek moet doen aan de griffie van de rechtbank, met afschrift aan de andere betrokkenen,

3.8.

bepaalt dat de deskundige zich met vragen over het onderzoek kan wenden tot de rechter-commissaris mr. S.C.P. Giesen,

3.9.

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht moet doen blijken of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding in dat bericht van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,

3.10.

bepaalt dat de deskundige een schriftelijk en ondertekend conceptrapport zal inleveren ter griffie van deze rechtbank voor 30 september 2015, waarna schriftelijk nadere instructies van de rechtbank zullen volgen over de indiening van het definitieve rapport en de declaratie van de deskundige,

3.11.

verwijst de zaak naar de rolzitting van vier weken na de datum waarop het definitieve rapport ter griffie is ingeleverd voor het nemen van een conclusie na deskundigenbericht of voor bepaling datum vonnis,

3.12.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp, mr. S.C.P. Giesen en mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2015.

Cc: AB